16.12.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 419/17


P7_TA(2012)0421

Uitvoering van de Volgrechtrichtlijn

Resolutie van het Europees Parlement van 20 november 2012 over het verslag over de uitvoering en de gevolgen van de Volgrechtrichtlijn (2001/84/EG) (2012/2038(INI))

(2015/C 419/04)

Het Europees Parlement,

gezien Richtlijn 2001/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende het volgrecht ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk (verder „de richtlijn”) (1),

gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité: Verslag over de uitvoering en de gevolgen van de Volgrechtrichtlijn (2001/84/EG) (COM(2011)0878),

gezien artikel 48 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie cultuur en onderwijs (A7-0326/2012),

A.

overwegende dat het volgrecht een auteursrecht is krachtens artikel 14 ter van de Berner Conventie tot bescherming van literaire en artistieke werken;

B.

overwegende dat de richtlijn met het oog op het wegnemen van potentiële obstakels voor de oprichting van de interne markt heeft bijgedragen tot de harmonisering van de essentiële voorwaarden voor de toepassing van het volgrecht;

C.

overwegende dat de aanneming van de richtlijn belangrijk was voor kunstenaars, niet enkel voor hun initiatieven gericht op het verkrijgen van erkenning en eerlijke behandeling als creatieve personen, maar ook voor hun rol als bijdragers van culturele waarden; overwegende dat er echter nog bezorgdheid bestaat over de gevolgen voor de Europese kunstmarkten en in het bijzonder voor de vele kleinere en gespecialiseerde veilinghuizen en handelaren in de EU;

D.

overwegende dat de richtlijn pas op 1 januari 2012 in alle lidstaten volledig is omgezet;

E.

overwegende dat het aandeel van de EU in de wereldmarkt voor werken van levende kunstenaars de afgelopen jaren aanzienlijk is gekrompen;

F.

overwegende dat artistieke schepping bijdraagt tot de voortdurende ontwikkeling van het culturele leven en erfgoed van de EU;

G.

overwegende dat de kunst- en antiekmarkt een aanzienlijke bijdrage levert aan de wereldeconomie, waaronder de bedrijven die ze ondersteunt, in het bijzonder die in de creatieve sectoren;

H.

overwegende dat de richtlijn administratieve lasten voor handelaren met zich meebrengt en handelaren in de EU commercieel benadeelt ten opzichte van handelaren in derde landen;

Ontwikkelingen op de Europese en wereldwijde kunstmarkt

1.

stelt vast dat de kunstmarkt in 2011 een recordjaar heeft geboekt waarin er voor 11,57 miljard USD aan kunst is verkocht en dat dit gelijk staat aan een stijging van meer dan 2 miljard USD ten opzichte van 2010 (2); benadrukt dat de kunst- en antiekmarkt een aanzienlijke bijdrage levert aan de wereldeconomie, waaronder de bedrijven die ze ondersteunt, in het bijzonder in de creatieve sectoren;

2.

wijst erop dat de Europese kunstmarkt in 2011 sterk is gegroeid: het Verenigd Koninkrijk behield een aandeel van 19,4 % in de wereldwijde markt, waarbij het verkoopvolume met 24 % toenam; het marktaandeel van Frankrijk bedroeg 4,5 %, waarbij de omzet met 9 % toenam, en in Duitsland nam de verkoop met 23 % toe, met een marktaandeel van 1,8 % (3);

3.

merkt op dat China 41,4 % van het wereldwijde marktaandeel in 2011 heeft veroverd en daarbij de VS voorbij is gestreefd, waar de omzet met 3 % daalde en het marktaandeel met 6 %: van 29,5 % in 2010 tot 23,5 % in 2011 (4);

4.

onderstreept dat China een indrukwekkende groei vertoont; merkt evenwel op dat de Chinese kunstmarkt momenteel alleen toegankelijk is voor kunstenaars uit het land zelf;

5.

merkt op dat de algehele verschuiving van het zwaartepunt van de kunstmarkt naar de opkomende landen het gevolg is van de mondialisering, de opkomst van Azië en het feit dat er in die landen nieuwe verzamelaars opstaan;

6.

stelt met voldoening vast dat landen buiten de EU overwegen om het volgrecht op te nemen in hun nationale wetgeving; merkt in het bijzonder op dat er in de Verenigde Staten op 12 december 2011 een wetsvoorstel is ingediend teneinde een volgrecht van 7 % in te voeren op de verkoop van hedendaagse kunst; merkt op dat een Chinees wetsvoorstel inzake auteursrechten eveneens voorziet in de invoering van een volgrecht (artikel 11 (13));

Tenuitvoerlegging van de richtlijn

7.

herinnert eraan dat de bedragen van de reproductie- en weergaverechten bij grafische en beeldende kunst verwaarloosbaar zijn en dat de opbrengsten bij deze kunstvormen afkomstig zijn van de verkoop en wederverkoop van fysieke kunstwerken;

8.

benadrukt het feit dat kunstenaars — die aan het begin van hun carrière hun kunstwerken veelal tegen een lage prijs verkopen — dankzij het volgrecht kunnen rekenen op een gestage inkomstenstroom;

9.

herinnert eraan dat niet uit het verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging en de effecten van de richtlijn en van de sector zelf afkomstige statistieken blijkt dat het volgrecht een negatief effect heeft op de Europese kunstmarkt;

10.

roept de Commissie op om een beoordeling uit te voeren van het effect op de werking van de kunstmarkt in het algemeen, met inbegrip van de administratieve moeilijkheden die kleinere en gespecialiseerde veilinghuizen en handelaren ondervinden;

11.

herinnert eraan dat het volgrecht dankzij diverse bepalingen van de richtlijn evenwichtig ten uitvoer wordt gelegd en dat daarbij rekening wordt gehouden met de belangen van alle betrokken partijen, in het bijzonder het degressieve karakter van de tarieven, de plafonnering van het volgrecht op 12  500 EUR, de uitsluiting van kleine verkopen en de vrijstelling voor wederverkopen door de eerste koper in het bijzonder; benadrukt echter dat de richtlijn handelaren een administratieve last op de schouders legt;

12.

merkt op dat het volgrecht ten bate van de levende maker van een origineel kunstwerk een bruikbaar instrument kan zijn om te voorkomen dat kunstenaars gediscrimineerd worden;

Conclusies

13.

wijst op het feit dat de kunstmarkt in 2010 naar schatting een omvang had van 10 miljard USD en in 2012 van 12 miljard USD, waarbij het volgrecht slechts 0,03 % van deze bedragen uitmaakt; is van mening dat het om een belangrijke markt gaat waarop kunstenaars en hun erfgenamen een billijke beloning moeten ontvangen;

14.

merkt op dat uit marktonderzoek en statistieken niet naar voren komt dat het volgrecht negatieve gevolgen heeft voor de locatie van de kunstmarkt en de omzet;

15.

brengt in herinnering dat de richtlijn pas op 1 januari 2012 volledig door alle lidstaten was omgezet hoewel het volgrecht in vele lidstaten al tientallen jaren wordt erkend;

16.

onderstreept het belang van het bieden van proactieve ondersteuning aan lokale kunstenaars, met inbegrip van de jongste kunstenaars;

17.

meent dat het te vroeg is om al in 2014 de richtlijn opnieuw onder de loep te nemen, zoals voorgesteld door de Commissie, en stelt voor dat dit onderzoek in 2015 wordt gedaan (d.w.z. vier jaar na de evaluatie van december 2011);

18.

verzoekt de Commissie om in haar volgende evaluatieverslag te onderzoeken in hoeverre de toepasselijke tarieven, de drempels en de indeling van de begunstigden in de richtlijn voldoen;

19.

verzoekt de Commissie om nauw met de belanghebbende partijen samen te werken teneinde de positie van de Europese kunstmarkt te versterken en een aantal problemen, zoals het „cascade-effect” en de administratieve problemen die kleinere en gespecialiseerde veilinghuizen en handelaren ondervinden, te verhelpen;

20.

is ingenomen met de initiatieven van landen buiten de EU tot invoering van het volgrecht en verzoekt de Commissie om zich op internationale fora te blijven inzetten voor versterking van de positie van de Europese kunstmarkt in de wereld;

o

o o

21.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  PB L 272 van 13.10.2001, blz. 32.

(2)  Artprice, Art Market Trends 2011, http://imgpublic.artprice.com/pdf/trends2011_fr.pdf

(3)  Idem.

(4)  Idem.