VERSLAG VAN DE COMMISSIE OVER DE WERKING VAN DE COMITÉS IN 2011 /* COM/2012/0685 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE OVER DE WERKING VAN DE COMITÉS IN 2011 Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van
Verordening (EU) nr. 182/2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en
beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening
van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[1] (de "comitologieverordening"),
presenteert de Commissie het jaarverslag over de werking van de comités in
2011. Dit verslag bevat een overzicht van de
ontwikkelingen in het comitologiesysteem in 2011 en een samenvatting van de
activiteiten van de comités, alsook een begeleidend werkdocument van de
diensten van de Commissie met gedetailleerde statistieken over de werkzaamheden
van de afzonderlijke comités. 1. Overzicht van de ontwikkelingen
in het comitologiesysteem in 2011 De comitologieverordening is op 16 februari 2011
aangenomen door het Europees Parlement en de Raad en op 1 maart 2011 in werking
getreden. Bij deze verordening werd het comitologiebesluit van 1999[2] ingetrokken en de in dat besluit
vastgestelde procedures vervangen door slechts twee procedures (de
raadplegingsprocedure en de onderzoeksprocedure). 1.1. Nieuwe
comitologieprocedures Uit hoofde van artikel 2 van de
comitilogieverordening is de onderzoeksprocedure met name van toepassing op i)
maatregelen van algemene strekking en ii) maatregelen die potentieel
aanzienlijke implicaties hebben (bv. op het gebied van belastingheffing of het
landbouwbeleid van de EU), terwijl de raadplegingsprocedure doorgaans voor alle
andere uitvoeringsmaatregelen wordt gebruikt. 1.1.1 Onderzoeksprocedure (artikel 5
van de comitologieverordening) Wanneer de basishandeling naar de
onderzoeksprocedure verwijst, brengt het comité met gekwalificeerde meerderheid
van stemmen zijn advies uit over een ontwerpuitvoeringshandeling: ·
Wanneer er een gekwalificeerde meerderheid voor de
ontwerpuitvoeringshandeling is (positief advies), neemt de Commissie deze aan. ·
Wanneer er een gekwalificeerde meerderheid tegen de
ontwerpuitvoeringshandeling is (negatief advies), kan de Commissie deze niet
aannemen[3]. In
dit soort gevallen kan de Commissie: 1) de ontwerpuitvoeringshandeling helemaal
intrekken, indien deze niet noodzakelijk wordt geacht; 2) indien deze wel noodzakelijk wordt geacht, de
ontwerpuitvoeringshandeling wijzigen en de herziene versie binnen twee maanden
nadat het negatieve advies is uitgebracht aan het (zelfde) comité voorleggen,
of 3) indien de uitvoeringshandeling noodzakelijk
wordt geacht, hetzelfde ontwerp binnen een maand nadat het negatieve advies is
uitgebracht bij het comité van beroep (zie hieronder) indienen. ·
Wanneer er geen gekwalificeerde meerderheid voor of
tegen de ontwerpuitvoeringshandeling is ("geen advies"), kan de
Commissie besluiten deze aan te nemen, in te trekken of te wijzigen en naar het
(zelfde) comité terug te gaan. Er zijn evenwel gevallen waarin de Commissie de
ontwerpuitvoeringshandeling niet kan goedkeuren[4],
te weten: 1) wanneer die handeling betrekking
heeft op de volgende gevoelige gebieden: belastingheffing, financiële diensten,
bescherming van de gezondheid of veiligheid van mensen, dieren of planten of
definitieve multilaterale vrijwaringsmaatregelen, of 2) wanneer de basishandeling bepaalt
dat de ontwerpuitvoeringshandeling niet kan worden vastgesteld indien geen
advies is uitgebracht, of 3) wanneer een gewone meerderheid van
de leden van het comité zich ertegen verzet. In deze drie gevallen heeft de Commissie
dezelfde keuzemogelijkheden als bij een negatief advies. 1.1.2 Raadplegingsprocedure (artikel
4 van de comitologieverordening) In het kader van de raadplegingsprocedure
brengt het comité zijn advies over een ontwerpuitvoeringshandeling uit, indien
nodig bij gewone meerderheid van stemmen van de leden. Het advies van het
comité in het kader van deze procedure is juridisch niet bindend maar de
Commissie moet ten sterkste rekening houden met de conclusies die voortvloeien
uit de discussie binnen het comité en uit het uitgebrachte advies, alvorens
zich over de ontwerpuitvoeringshandeling uit te spreken. 1.1.3 Onmiddellijk toepasselijke
uitvoeringshandelingen ("urgentieprocedure") In de comitologieverordening is bepaald dat
een basishandeling de Commissie de mogelijkheid kan bieden om redenen van
urgentie onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast te stellen. Deze
"urgentieprocedure" is geen afzonderlijke comitologieprocedure maar
veeleer een "variant" van de onderzoeks- of raadplegingsprocedure. In het kader van de urgentieprocedure kan de
Commissie, zonder eerst een comité te raadplegen, een uitvoeringshandeling
vaststellen die onmiddellijk van toepassing is en die van kracht blijft
gedurende een periode die doorgaans niet meer dan zes maanden beloopt. Pas na
de vaststelling (uiterlijk 14 dagen nadat deze is vastgesteld) dient de
Commissie de vastgestelde handeling bij het betreffende comité in ter fine van
advies overeenkomstig de relevante comitologieprocedure (raadplegings- of
onderzoeksprocedure). Wanneer de onderzoeksprocedure van toepassing is, trekt
de Commissie de uitvoeringshandeling in kwestie onmiddellijk in indien het
comité een negatief advies uitbrengt. 1.2 Verwijzingen naar vroegere
comitologieprocedures Om voor een soepele overgang tussen de in het
comitologiebesluit vastgelegde regeling en de nieuwe comitologieregeling te
zorgen voorziet de comitologieverordening in de automatische aanpassing van de
oude aan de nieuwe procedures (artikel 13). Derhalve moeten alle verwijzingen
naar de in het comitologiebesluit vervatte procedures (raadplegings-, beheers-,
regelgevings- en vrijwaringsprocedures) worden begrepen als verwijzingen naar
de overeenkomstige procedures van de verordening (met ingang van 1 maart 2011
is de oude de nieuwe raadplegingsprocedure geworden, zijn de oude
beheersprocedure en regelgevingsprocedure de onderzoeksprocedure geworden en is
de oude vrijwaringsprocedure de urgentieprocedure geworden). De enige uitzondering is de
regelgevingsprocedure met toetsing, aangezien deze voorlopig van toepassing
blijft (overeenkomstig artikel 5 bis van het comitologiebesluit) in de
basishandelingen die ernaar verwijzen, zolang die handelingen niet formeel zijn
gewijzigd en aan het Verdrag van Lissabon aangepast. Sedert 1 maart 2011 functioneren de
comitologiecomités dan ook volgens de in de comitologieverordening vervatte
procedures: raadplegingsprocedure (artikel 4 van de comitologieverordening) en
onderzoeksprocedure (artikel 5 van de comitologieverordening), alsook volgens
de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 5 bis van het
"oude" comitologiebesluit. 1.3 Rol van het comité van beroep In het kader van de onderzoeksprocedure
voorziet het controlemechanisme dat door de comitologieverordening in het leven
is geroepen in de mogelijkheid van verwijzing naar een comité van beroep. Het
comité van beroep is ook een comitologiecomité, met andere woorden: het bestaat
uit de vertegenwoordigers van de lidstaten, wordt voorgezeten door de Commissie
en past dezelfde regels voor de stemming toe (gekwalificeerde meerderheid).
Niettemin is het, in tegenstelling tot de overige comitologiecomités, geen
permanent orgaan maar een procedure-instrument dat de lidstaten de mogelijkheid
biedt een kwestie op een hoger niveau opnieuw te bespreken. Een stemming in het
comité van beroep kan tot de volgende situaties leiden: 1) indien het advies positief is, neemt de
Commissie de uitvoeringshandeling aan; 2) indien het comité geen advies uitbrengt,
kan de Commissie de uitvoeringshandeling aannemen[5]; 3) indien het advies negatief is, kan de
Commissie de handeling niet aannemen; 1.4 Rol van het Parlement en de Raad Beide wetgevers moeten naar behoren en
voortdurend op de hoogte worden gehouden van de werkzaamheden van de comités
door middel van het comitologieregister, dat aan de nieuwe procedures is
aangepast. In artikel 10 van de comitologieverordening wordt bepaald welke
documenten tegelijkertijd met de verzending ervan naar de leden van de comités
naar het Europees Parlement en de Raad moeten worden gezonden. Het Parlement en de Raad hebben tevens
toetsingsrecht voor ontwerpuitvoeringshandelingen die zijn gebaseerd op
handelingen die volgens de medebeslissingsprocedure worden vastgesteld. Dit
betekent dat zij in iedere fase van de procedure de Commissie erop kunnen
wijzen dat het ontwerp verder gaat dan de in de basishandeling vastgelegde
bevoegdheden. In zo'n geval moet de Commissie het ontwerp opnieuw onderzoeken
en het Parlement en de Raad meedelen of zij voornemens is het te handhaven, te
wijzigen of in te trekken (artikel 11 van de comitologieverordening). 1.5 Nieuw standaardreglement van
orde voor comités De comitologieverordening voorziet in de
vaststelling door de Commissie van een standaardreglement van orde (artikel 9).
De Commissie heeft op 8 juli 2011 het nieuwe standaardreglement van orde voor
comitologiecomités vastgesteld[6]. Op
basis daarvan moet elk comité op voorstel van zijn voorzitter bij gewone
meerderheid van stemmen van de leden zijn reglement van orde vaststellen.
Bestaande comités passen, voor zover nodig, hun reglement van orde aan het
nieuwe standaardreglement aan. 2. Overzicht van activiteiten 2.1 Aantal comités en vergaderingen Het is belangrijk een onderscheid te maken
tussen de comitologiecomités, enerzijds, en andere entiteiten, met name de
"groepen deskundigen", anderzijds. De laatstgenoemde bieden de
Commissie hun deskundigheid bij het voorbereiden en uitvoeren van het beleid[7], terwijl de comitologiecomités de Commissie
bijstaan bij de uitoefening van de bevoegdheden die haar door wettelijke
basishandelingen zijn toegekend. In dit verslag worden alleen de
comitologiecomités behandeld. Het aantal comitologiecomités is berekend
per beleidsterrein (zie tabel I) (toestand op 31 december 2011). Ter
vergelijking worden ook de gegevens van het vorige jaar (toestand op 31
december 2010) vermeld. TABEL I — Totaal aantal comités (2011) Beleidsterrein || 2010 || 2011 Landbouw en plattelandsontwikkeling (AGRI) || 14 || 14 Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) || 1 || 1 Begroting (BUDG) || 2 || 2 Klimaat (CLIMA) || 4 || 4 Communicatie (COMM) || 1 || 1 Ontwikkeling en samenwerking – EuropeAid (DEVCO) || 6 || 6 Economische en financiële zaken (ECFIN) || 1 || 1 Onderwijs en cultuur (EAC) || 7 || 7 Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie (EMPL) || 4 || 4 Energie (ENER) || 14 || 15 Uitbreiding (ELARG) || 4 || 4 Ondernemingen en industrie (ENTR) || 30 || 31 Milieu (ENV) || 32 || 30 Dienst Instrumenten buitenlands beleid (FPI) || 4 || 4 Gezondheid en consumenten (SANCO) || 22 || 24 Binnenlandse Zaken (HOME) || 10 || 11 Humanitaire Hulp en Civiele Bescherming (ECHO) || 2 || 2 Informatica (DIGIT) || 1 || 1 Informatiemaatschappij en media (INFSO) || 6 || 7 Interne markt (MARKT) || 13 || 13 Justitie (JUST) || 13 || 13 Maritieme zaken en visserij (MARE) || 4 || 5 Mobiliteit en Vervoer (MOVE) || 29 || 29 Regionaal beleid (REGIO) || 1 || 1 Onderzoek (RTD) || 6 || 6 Secretariaat-generaal (SG) || 0 || 2* Statistieken (ESTAT) || 8 || 8 Belastingen en douane-unie (TAXUD) || 10 || 11 Handel (TRADE) || 10 || 11 TOTAAL: || 259 || 268 * Met inbegrip van het comité van beroep (in
het comitologieregister wordt het comité van beroep aangemerkt als comité onder
de verantwoordelijkheid van SG; in de praktijk wordt het door alle betrokken
diensten beheerd). In 2011 konden de comitologiecomités worden
uitgesplitst volgens het soort procedure (raadplegingsprocedure,
onderzoeksprocedure, regelgevingsprocedure met toetsing — zie tabel II).
Aangezien een aantal comités verschillende procedures hebben toegepast, zijn
zij apart vermeld naast de comités die slechts één procedure hebben toegepast. TABEL II - Aantal comités per procedure
(2011) || Soort procedure || Raadplegings-procedure || Onderzoeks-procedure || Regelgevingsprocedure met toezicht || Verscheidene procedures || TOTAAL: AGRI || || 11 || || 3 || 14 BUDG || 1 || 1 || || || 2 CLIMA || || || || 4 || 4 COMM || || 1 || || || 1 DEVCO || || 5 || || 1 || 6 DIGIT || || 1 || || || 1 EAC || 1 || 2 || || 4 || 7 ECFIN || 1 || || || || 1 ECHO || || 1 || || 1 || 2 ELARG || 1 || 3 || || || 4 EMPL || 1 || || 2 || 1 || 4 ENER || 1 || 8 || 1 || 5 || 14 ENTR || 7 || 4 || 5 || 15 || 31 ENV || || 5 || 4 || 21 || 30 ESTAT || || 2 || || 6 || 8 FPI || || 4 || || || 4 HOME || 1 || 4 || || 6 || 11 INFSO || || 3 || || 4 || 7 JUST || 2 || 1 || 4 || 6 || 13 MARE || || 5 || || || 5 MARKT || || 1 || 4 || 8 || 13 MOVE || 3 || 4 || 4 || 18 || 29 OLAF || || 1 || || || 1 REGIO || || || || 1 || 1 RTD || || 5 || || 1 || 6 SANCO || 1 || 10 || 1 || 12 || 24 SG || || 2 || || || 2* TAXUD || 1 || 9 || || 1 || 11 TRADE || 2 || 6 || || 3 || 11 TOTAAL: || 23 || 99 || 25 || 121 || 268 * Met inbegrip van het comité van beroep. Uit deze gegevens
blijkt dat ongeveer 37% van de comités (99 van de 268) uitsluitend krachtens de
onderzoeksprocedure heeft gewerkt, terwijl slechts ongeveer 8% van de comités
(23 van de 268) uitsluitend de raadplegingsprocedure heeft toegepast. De meeste
comités (121 van de 268 ofwel 45%) hebben evenwel volgens uiteenlopende
procedures gewerkt. Uit de uitsplitsing naar beleidsterrein blijkt dat de
toepassing van de verschillende soorten procedures varieert per beleidsterrein. Het aantal
comités is niet de enige indicator om te beoordelen of er veel
comitologieactiviteit is. Uit het aantal vergaderingen en het aantal
schriftelijke procedures[8]
in 2011 blijkt eveneens hoe bedrijvig de verschillende comités op de
verschillende terreinen zijn geweest (zie tabel III). TABEL III — Aantal vergaderingen en
schriftelijke procedures (2011) || Aantal comités || Vergaderingen || Schriftelijke procedures 2010 || 2011 || 2010 || 2011 AGRI || 14 || 148 || 142 || 1 || 3 BUDG || 2 || 4 || 4 || 0 || 0 CLIMA || 4 || 15 || 14 || 3 || 0 COMM || 1 || 2 || 1 || 3 || 4 DEVCO || 6 || 28 || 17 || 44 || 55 DIGIT || 1 || 1 || 2 || 0 || 0 EAC || 7 || 17 || 18 || 50 || 52 ECFIN || 1 || 1 || 0 || 0 || 0 ECHO || 2 || 5 || 5 || 29 || 12 ELARG || 4 || 5 || 8 || 15 || 12 EMPL || 4 || 4 || 3 || 10 || 9 ENER || 14 || 19 || 13 || 3 || 2 ENTR || 31 || 56 || 56 || 35 || 32 ENV || 30 || 48 || 41 || 18 || 16 ESTAT || 8 || 16 || 14 || 8 || 6 FPI || 4 || 5 || 4 || 2 || 3 HOME || 11 || 23 || 24 || 23 || 27 INFSO || 7 || 24 || 20 || 13 || 20 JUST || 13 || 6 || 6 || 16 || 15 MARE || 5 || 11 || 9 || 6 || 11 MARKT || 13 || 34 || 18 || 14 || 12 MOVE || 30 || 60 || 53 || 13 || 12 OLAF || 1 || 2 || 3 || 1 || 1 REGIO || 1 || 9 || 5 || 0 || 5 RTD || 6 || 60 || 61 || 174 || 201 SANCO || 24 || 131 || 146 || 278 || 314 SG || 2 || - || 6* || - || 1 TAXUD || 11 || 107 || 81 || 0 || 7 TRADE || 11 || 18 || 15 || 7 || 6 TOTAAL: || 268 || 859 || 783 || 766 || 838 * Met inbegrip
van 5 vergaderingen van het comité van beroep. 2.2 Aantal
adviezen en uitvoeringshandelingen/-maatregelen Net als in vorige verslagen wordt in dit
verslag het totale aantal formele adviezen van de comités vermeld alsook
de later door de Commissie aangenomen uitvoeringshandelingen/-maatregelen[9]. Deze gegevens geven de concrete
"output" van de comités weer (zie tabel IV). Het totale aantal
in 2011 door de comités uitgebrachte adviezen bedroeg 1 868 (tegen
1 904 in 2010) en het aantal door de Commissie vastgestelde
uitvoeringshandelingen/-maatregelen bedroeg 1 788 (tegen 1 812 in
2010). TABEL IV – Aantal goedgekeurde adviezen en
uitvoeringshandelingen/-maatregelen (2011) || Adviezen || Vastgestelde handelingen || Volgens de RPT goedgekeurde maatregelen AGRI || 271 || 271 || 1 BUDG || 1 || 1 || 0 CLIMA || 10 || 6 || 10 COMM || 6 || 5 || 0 DEVCO || 128 || 128 || 0 DIGIT || 1 || 1 || 0 EAC || 100 || 85 || 0 ECFIN || 0 || 0 || 0 ECHO || 15 || 16 || 0 ELARG || 58 || 58 || 0 EMPL || 11 || 3 || 0 ENER || 15 || 7 || 5 ENTR || 59 || 34 || 25 ENV || 55 || 14 || 35 ESTAT || 11 || 7 || 12 FPI || 2 || 1 || 0 HOME || 33 || 15 || 1 INFSO || 41 || 40 || 1 JUST || 14 || 4 || 0 MARE || 23 || 22 || 0 MARKT || 13 || 3 || 3 MOVE || 65 || 49 || 24 OLAF || 0 || 0 || 0 REGIO || 6 || 6 || 0 RTD || 206 || 200 || 0 SANCO || 625 || 574 || 46 SG || 9* || 1 || 0 TAXUD || 84 || 69 || 0 TRADE || 6 || 5 || 0 TOTAAL: || 1 868 || 1 625 || 163 * Met inbegrip van 8
door het comité van beroep uitgebrachte adviezen. 2.3 Vergaderingen
van het comité van beroep Op 29 maart 2011 kwam het comité van beroep
voor het eerst bijeen om zijn reglement van orde vast te stellen[10], overeenkomstig artikel 3, lid 7, van de
comitologieverordening. Het comité heeft vervolgens in de loop van 2011 vier
keer vergaderd en behandelde in totaal acht ontwerpuitvoeringshandelingen (op
het gebied van gezondheid en consumenten (SANCO)), die door de Commissie werden
vastgelegd. In twee gevallen bracht het comité een positief advies uit, in vijf
gevallen bracht het geen advies uit en in één geval bracht het comité een
negatief advies uit. In de vijf gevallen waarin het comité geen advies
uitbracht, besloot de Commissie de uitvoeringshandelingen vast te stellen. 2.4 Gebruik
van de regelgevingsprocedure met toetsing (RPT) Zoals in punt 1.2 al
werd vermeld, heeft de hervorming van de comitologie van 2011 geen gevolgen
gehad voor de regelgevingsprocedure met toetsing. Deze procedure kan in de
nieuwe wetgeving niet meer worden gebruikt, maar komt nog steeds voor in
verscheidene bestaande basishandelingen en wordt dan ook overeenkomstig die
handelingen verder toegepast zolang die niet formeel zijn gewijzigd. Het aantal
uitvoeringsmaatregelen die in 2011 overeenkomstig de regelgevingsprocedure met
toetsing zijn vastgesteld beloopt 163 (zie Tabel IV). In 2011 is in twee gevallen van het vetorecht
gebruik gemaakt: –
In mei 2011 tekende de Raad bezwaar aan tegen de
goedkeuring van een ontwerp-richtlijn van de Commissie tot wijziging van
Richtlijn 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende medische
hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek. De ontwerp-maatregel werd derhalve niet
goedgekeurd. Op 20 december 2011 nam de Commissie een herziene maatregel aan
(PB L 341 van 22.12.2011, blz. 50). –
In oktober 2011 maakte de Raad bezwaar tegen de
goedkeuring van een ontwerp-richtlijn van de Commissie tot wijziging van
Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de lijst
van defensiegerelateerde producten. De ontwerp-maatregel werd derhalve niet
goedgekeurd. Op 22 maart 2012 nam de Commissie een herziene maatregel aan (PB L
85 van 24.3.2012, blz. 3). Ter vergelijking: in 2010 hebben het Europees
Parlement in één geval en de Raad in twee gevallen gebruik gemaakt van hun
vetorecht op ontwerp-maatregelen. TABEL V — Aantal uitvoeringsmaatregelen, goedgekeurd
overeenkomstig de regelgevingsprocedure met toezicht (RPT) (2011) || Volgens de RPT goedgekeurde maatregelen || Verzet van het EP tegen goedkeuring van ontwerp-maatregelen volgens de RPT || Verzet van de Raad tegen goedkeuring van ontwerp-maatregelen volgens de RPT AGRI || 1 || 0 || 0 BUDG || 0 || 0 || 0 CLIMA || 10 || 0 || 0 COMM || 0 || 0 || 0 DEVCO || 0 || 0 || 0 DIGIT || 0 || 0 || 0 EAC || 0 || 0 || 0 ECFIN || 0 || 0 || 0 ECHO || 0 || 0 || 0 ELARG || 0 || 0 || 0 EMPL || 0 || 0 || 0 ENER || 5 || 0 || 0 ENTR || 25 || 0 || 1 ENV || 35 || 0 || 0 ESTAT || 12 || 0 || 0 FPI || 0 || 0 || 0 HOME || 1 || 0 || 0 INFSO || 1 || 0 || 0 JUST || 0 || 0 || 0 MARE || 0 || 0 || 0 MARKT || 3 || 0 || 0 MOVE || 24 || 0 || 0 OLAF || 0 || 0 || 0 REGIO || 0 || 0 || 0 RTD || 0 || 0 || 0 SANCO || 46 || 0 || 1 SG || 0 || 0 || 0 TAXUD || 0 || 0 || 0 TRADE || 0 || 0 || 0 TOTAAL: || 163 || 0 || 2 3. Gedetailleerde informatie
over de activiteiten van de comités Het bij dit verslag gevoegde
werkdocument geeft gedetailleerde informatie over de werkzaamheden van de
afzonderlijke comités in 2011, uitgesplitst naar de verschillende diensten van
de Commissie. [1] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13. [2] Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 (PB L
184 van 17.7.1999, blz. 23), zoals gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG van de
Raad (PB C 255 van 21.10.2006, blz. 4). [3] Behalve in zeer uitzonderlijke gevallen, zoals is
bedoeld in artikel 7 van de comitologieverordening. [4] Zie echter voetnoot 3. [5] Met uitzondering van de definitieve multilaterale
vrijwaringsmaatregelen (artikel 6, lid 4, van de comitologieverordening). [6] PB C 206 van 12.7.2011, blz. 11. [7] Zie voor nadere bijzonderheden: http://ec.europa.eu/transparency/regexpert/index.cfm [8] De stemming in een comité kan tijdens een gewone
vergadering plaatsvinden of, in naar behoren gemotiveerde gevallen, via een
schriftelijke procedure, overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de
comitologieverordening. [9] Bedenk wel dat er verschil kan bestaan tussen het aantal
adviezen en het aantal uitvoeringshandelingen/-maatregelen in een bepaald jaar.
De redenen hiervoor worden in de inleiding bij het werkdocument van de diensten
van de Commissie uiteengezet. [10] PB C 183 van 24.6.2011, blz. 13.