VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ JAARVERSLAG 2011 OVER FINANCIËLE PRETOETREDINGSSTEUN (IPA, PHARE, CARDS, HET PRETOETREDINGSINSTRUMENT VOOR TURKIJE EN DE OVERGANGSFACILITEIT) /* COM/2012/0678 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES
PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ JAARVERSLAG 2011 OVER FINANCIËLE
PRETOETREDINGSSTEUN (IPA, PHARE, CARDS, HET PRETOETREDINGSINSTRUMENT VOOR
TURKIJE EN DE OVERGANGSFACILITEIT) Samenvatting Dit verslag heeft betrekking op de
belangrijkste ontwikkelingen inzake de uitvoering van pretoetredingssteun in
2011[1]
en bevat eveneens overwegingen voor de toekomst. Details
over specifieke activiteiten die tijdens de verslagperiode plaatsvonden[2],
staan in het technische werkdocument van de diensten van de Commissie, dat een
aanvulling vormt op dit verslag en dat betrekking heeft op zowel IPA[3]
als de voorgaande pretoetredingsinstrumenten en instrumenten voor de Westelijke
Balkan (o.a. Phare, Cards[4], het
pretoetredingsinstrument voor Turkije en de overgangsfaciliteit). Het verschijnen van het jaarverslag 2011, op
een cruciaal moment in de financiële vooruitzichten 2007-2013, is een
gelegenheid om te kijken naar de geboekte successen en de lessen die getrokken
zijn, om zo in het volgende meerjarig financieel kader, dat momenteel wordt
besproken, te komen tot een nog beter instrument. Dit verslag schetst kort de
politieke en economische context waarin de door de EU gefinancierde
activiteiten plaatsvonden. Het heeft betrekking op de voortgang die is geboekt
op het vlak van strategische plannings- en programmeringsdocumenten en bevat
samenvattende verslagen over de uitvoering en de resultaten van projecten en
over de steeds doeltreffender wordende donorcoördinatie. Op basis van de
analyses van de voorbije ervaringen en de evaluaties en de conclusies van de
IPA-conferentie van 2011 worden aanbevelingen opgesteld om de impact van de
IPA-middelen tot 2013 en daarna te vergroten. *** 1. Terugblik op het jaar: politieke en
economische context Het afgelopen
jaar boekten de uitbreidingslanden verdere vooruitgang, waaronder
EU-gerelateerde hervormingen in de meeste kandidaat-lidstaten[5]
en potentiële kandidaat-lidstaten[6]. Het uitbreidingsproces
bleef in 2011 vorderen. Het toetredingsverdrag met Kroatië werd in december
ondertekend. De toetredingsonderhandelingen met IJsland vorderden. De Commissie
kondigde een nieuwe positieve agenda aan voor Turkije. In Montenegro ging het
hervormingsproces door, zodat de Commissie kon voorstellen
toetredingsonderhandelingen te openen[7]. In oktober sprak de
Commissie zich uit over het toetredingsverzoek van Servië en gaf zij de
Europese Raad de aanbeveling Servië de status van kandidaat-lidstaat te
verstrekken en de toetredingsonderhandelingen te openen zodra Servië verdere
vooruitgang boekte met een kernvoorwaarde in verband met Kosovo. Er werden
verdere inspanningen geleverd inzake het Europese perspectief van Kosovo, ook
op het vlak van visa en handel. In de dialoog tussen Belgrado en Pristina werd
vooruitgang geboekt. Door de wereldwijde economische crisis moesten
alle uitbreidingslanden in 2011 werken aan hun herstel, maar alleen Turkije
slaagde daar in aanzienlijke mate in. De landen in de Westelijke Balkan kampen
met een hoge en nog toenemende werkloosheid, terwijl de begrotingsconsolidatie
en de hervorming van de arbeidsmarkt een economische topprioriteit blijven. In
een aantal landen liepen de hervormingen vertraging op. Goed bestuur,
handhaving van de rechtsstaat en van de bestuurlijke capaciteit blijven
belangrijke politieke doelstellingen. 2. Efficiëntere en doeltreffendere steun:
nauwere koppeling aan de prioriteiten van het uitbreidingsbeleid en de
sectorale aanpak Naar een nieuwe IPA-verordening voor
2014-2020 2011 stond op strategisch vlak in het teken
van de voorbereidingen voor het nieuwe instrument voor pretoetredingssteun na
2013. De uitgebreide raadpleging van belanghebbenden, die werd gelanceerd samen
met de IPA-conferentie van 2010, leidde tot een voorafgaande evaluatie van het
toekomstige pretroetredingsinstrument en droeg in grote mate bij aan het
voorstel voor de IPA II-verordening dat de Commissie op 7 december 2011 samen
met andere instrumenten voor het externe optreden goedkeurde. In
overeenstemming met de input van de belanghebbenden tijdens de IPA-conferentie
2011 bevat het Commissievoorstel een visie op het vernieuwde IPA waarmee de
financiële pretoetredingssteun strategischer en resultaatgerichter kan worden,
op basis van een langetermijnplanning en -programmering in het kader van de
uitbreidingsstrategie en de prioriteiten ervan. Er komt ook meer samenhang op
het vlak van de steun die wordt verleend in het kader van de huidige
componenten; meer flexibiliteit en meer steun die op maat gesneden is van wat
de begunstigde landen al kunnen en nog nodig hebben in het kader van de
uitbreiding en meer efficiëntie en eenvoud in het kader van een
gemeenschappelijke aanpak voor alle EU-instrumenten voor intern en extern
optreden in het volgende meerjarig financieel kader 2014-2020.[8].
In de toekomst zal pretoetredingssteun zich blijven richten op de hervorming
van het openbaar bestuur, goed bestuur, de rechtsstaat, de strijd tegen
corruptie en georganiseerde misdaad, sociaal-economische ontwikkeling en
regionale samenwerking. In 2012 en 2013 wordt verder gewerkt aan het
nieuwe instrument. Over het voorstel voor de IPA II-verordening wordt in
het Parlement en de Raad gediscussieerd en onderhandeld, zodat het eind 2012 of
begin 2013 in het kader van de gewone wetgevingsprocedure kan worden
goedgekeurd. De Commissie zal voor het IPA een ontwerp-toepassingsverordening
en strategische meerjarenplannen opstellen waarmee het kader voor de
programmering en uitvoering van IPA II-steun wordt vervolledigd. Het
strategische kader wordt gebaseerd op de methodes die binnen de EU voor
structuurfondsen worden gebruikt. Er komt dus een algemeen gemeenschappelijk
strategisch kader voor het IPA waarin het algemene beleid voor steun wordt
bepaald, en daarnaast komen er strategiedocumenten per land of voor meerdere
landen tegelijk voor de hele periode van het meerjarig financieel kader. Daarna
worden de sectorale operationele (meerjaren-)programma's voor de uitvoering van
de strategiedocumenten voorbereid. De uitbreidingslanden zullen dus uitgebreide
nationale strategieën moeten opzetten die door IPA II kunnen worden gesteund.
In IPA-landen moet de nadruk liggen op het waarborgen van een grote lokale
verantwoordelijkheid en brede consensus over de uit te voeren strategieën, en
op het vergroten van de capaciteit om de uitvoering ervan te plannen en te
controleren en dit alles op te nemen in de algemenere voorbereidingen op het
EU-lidmaatschap. 3. EFFICIËNTERE STEUN: GELEIDELIJKE
TOEPASSING VAN DE SECTORALE AANPAK OP DE PRIORITEITEN VAN HET UITBREIDINGSBELEID
De sectorale aanpak In 2011 werkte de Commissie verder aan de
invoering van een bredere aanpak en aan de uitbreiding van die aanpak naar alle
prioriteiten van het beleid op het vlak van pretoetredingssteun. Met de steun
van de Europese Stichting voor opleiding organiseerde de Commissie in juni een
driedaagse proefopleiding over sectorale steun die was toegespitst op de
uitbreidingscontext en waarmee het personeel in Brussel en in de EU-delegaties
in de uitbreidingslanden meer inzicht kregen in hoe steun via sectorale
programma's of een meer systematische en op programma's gebaseerde aanpak kan
bijdragen tot duurzamere en meer resultaatgerichte pretoetredingssteun. Er werd
gebruik gemaakt van casestudies en voorbeelden van praktische toepassingen,
onder meer uit Kosovo (ontwikkeling van een sectorale aanpak voor onderwijs),
Turkije (evaluatie van het beheer van de overheidsfinanciën) en Servië (bepalen
van indicatoren voor justitie). Het was de bedoeling de deelnemers te helpen
een aanpak te ontwikkelen om te programmeren op basis van aan nationale
sectoren gebonden beleid en actieplannen en op basis van betere evaluatie van
de behoeften en risicoanalyse. Op die manier wordt het resultaat afgestemd op
de systemen en instellingen van het begunstigde land en wordt het
absorptievermogen voor de steun vergroot. De opleiding werd positief onthaald.
De discussies verliepen positief en versterkten zowel de kennis als het gevoel
van betrokkenheid van de deelnemers. De algemene conclusie van de opleiding is dat
een verandering van een projectgebonden aanpak naar een sectoromvattende aanpak
tijd vraagt en geleidelijk moet verlopen. Er bestaat geen kant-en-klare
oplossing voor de invoering van de sectorale aanpak, geen uniek model dat op
alle landen kan worden toegepast. Na deze opleiding heeft de Commissie een
"task force" opgericht om de sectorale aanpak in te voeren voor alle
beleidsprioriteiten van de uitbreidingslanden. Er werd ook overwogen de
IPA-programmeringsgids en de programmeringsmodellen te herzien om de
programmering vanaf 2012-2013 op een meerjarenbasis te stoelen en vervolgens
geleidelijk aan af te stemmen op de sectorale aanpak. Eind 2011 werd de eerste
herziening van de programmeringsmodellen afgerond; sindsdien moeten de
begunstigde landen, voordat zij programma's opstellen,
sectoridentificatiefiches en - indien nodig - ook projectidentificatiefiches
voorbereiden. In 2012 worden de programmeringsmodellen en de programmeringsgids
herzien. In 2012 zal de Commissie seminars en workshops
over de sectorale aanpak blijven organiseren voor personeel in de EU-delegaties
en voor de begunstigden. In 2012 moet ook gestart worden met een gezamenlijk
project van de Commissie en de Wereldbank over monitoringindicatoren en
evaluatiecriteria voor de Westelijke Balkan en Turkije, dat in 2011 al werd
besproken. Dit project, en bij uitbreiding monitoring en evaluatie in de
context van de uitvoering van de sectorale aanpak, is relevant omdat wordt
verwacht dat dankzij prestatiebeoordelingskaders waarbij voor een sector
duidelijke doelstellingen en meetbare indicatoren worden vastgelegd, de
vooruitgang te meten valt en dat regelmatig toezicht ertoe kan bijdragen dat
actie kan worden ondernomen als een programma in een sector niet aan de
doelstellingen beantwoordt. Lessen uit de evaluaties Uit een evaluatie in het kader van de
voorbereiding van de financiële pretoetredingsinstrumenten na 2013 bleek dat
een financieel pretoetredingsinstrument zeer welkom blijft. De evaluatoren
gaven de voorkeur aan de voortzetting van het huidige programma, met
vergelijkbare EU-financiering. Uit de evaluatie bleek dat de economische en
andere voordelen van de uitbreiding voor de EU, met de bestaande begunstigden,
de kostprijs voor een nieuw financieel instrument ruimschoots compenseren. In het eerste deel van een thematische
evaluatie van de EU-steun aan het maatschappelijk middenveld in de Westelijke
Balkan en Turkije is de logica achter de acties beoordeeld. Geconcludeerd werd
dat de ingrepen belangrijk zijn om de doelstellingen van de indicatieve
meerjarenplannen (MIPD[9]) te bereiken. De meting
van de vooruitgang wordt echter bemoeilijkt doordat er niet genoeg
SMART-indicatoren[10] zijn en de strategische
doelstellingen nogal ruim zijn gedefinieerd. Uit een evaluatie van twinning in Turkije
bleek dat de meeste twinningprojecten in Turkije hun doelstelling bereiken en
dat dat succes in grote mate werd bepaald door de synergieën tussen
twinningprojecten en andere door de EU of andere donoren gefinancierde
projecten. Als een twinningproject niet slaagt, komt dat meestal door een
gebrek aan politieke wil, problemen met aanbestedingen, instellingen van
lidstaten die ongeschikte deskundigen ter beschikking stellen en een verouderde
behoefteanalyse. Uit een strategische tussentijdse evaluatie van
de regionale samenwerking in de Westelijke Balkan en in Turkije bleek dat de
programmering kon worden verbeterd door de begunstigden meer
verantwoordelijkheid over regionale programma's te geven en door beter samen te
werken met belanghebbenden. Ook bleek dat er meer samenhang moest komen tussen
regionale en nationale IPA-programma's via meer systematische
informatie-uitwisseling tijdens de programmeringsfase. Algemene doelstellingen
moeten nauwer samenhangen met projectdoelstellingen en moeten meetbaar worden
met SMART-indicatoren. De efficiëntie bleek gestaag toe te nemen. Er werd een thematische evaluatie gemaakt van
via het IPA gefinancierde activiteiten inzake informatie en communicatie.
Daaruit bleek dat de algemene doelstellingen van die activiteiten op het niveau
van de centrale diensten en de delegaties duidelijk en samenhangend zijn, maar
dat de specifieke doelstellingen te ruim zijn en niet voldoen aan de
SMART-criteria. IPA-middelen voor informatie en communicatie zijn over het
algemeen efficiënt ingezet. Als minder efficiënte activiteiten worden beperkt
en de middelen worden toegespitst op een kleiner aantal activiteiten, kan dat
de efficiëntie ten goede komen. Voor mensen met belangstelling voor alles wat
met de uitbreiding te maken heeft, zijn de activiteiten inzake informatie en
communicatie duidelijk zichtbaar en doeltreffend, maar voor mensen die minder
voorkennis hebben en voor het grote publiek zijn ze dat veel minder. Er werd ook een thematische evaluatie gemaakt
van de EU-pretoetredingssteun in de vorm van meerlandensteun aan de Westelijke
Balkan en Turkije op het vlak van milieu en rampenrisicovermindering. Daaruit bleek dat de doelstellingen te ruim zijn en
te weinig onderling verbonden zijn tijdens de verschillende programmeringsfasen. De programma's voor meerlandensteun zijn ook een
stimulans geweest voor institutionele veranderingen bij de begunstigden, om via
netwerkvorming en uitwisseling van ervaringen meer samen te werken op het vlak
van milieu en rampenrisicovermindering. De impact
en duurzaamheid van programma's worden gehinderd doordat niet alle begunstigde
landen zich even toegewijd en verantwoordelijk opstellen, vaak slechts beperkte
menselijke en financiële middelen ter beschikking stellen en niet altijd zorgen
dat er nog acties worden ondernomen als follow-up van de EU-steun. Langetermijnprojecten over meerdere jaren blijken
te leiden tot duurzame betrekkingen tussen de deelnemers, die ook blijven
bestaan nadat de projecten zijn uitgevoerd. Uit
de evaluatie blijkt echter ook dat activiteiten inzake verspreiding en
zichtbaarheid niet altijd efficiënt zijn om duurzaamheid te stimuleren. Samenwerking met de donorgemeenschap
inzake doeltreffende hulp Ook in 2011 zorgde de Commissie op
verschillende terreinen voor de coördinatie tussen donoren, onder andere wat
betreft het zo doeltreffend mogelijk maken van de hulp en het aantonen van de resultaten
en de impact. Tijdens een vergadering bij de OESO in februari 2011 werden een
aantal problemen vastgesteld. Er werd besloten dat er behoefte was aan
meetsystemen die vanuit de donoren worden opgezet om met elkaar verwante
systemen in begunstigde landen te kunnen versterken en om steun te verlenen aan
rigoureuze dataverzameling op lange termijn, waarmee de behoeften van meerdere
partijen worden vervuld. Er moet ook meer samenhang komen tussen de vraag naar
en het aanbod van resultatenrapportage. Gezamenlijke monitoring en evaluatie
kunnen een oplossing zijn voor toewijzingsproblemen bij de beoordeling van de
efficiëntie van programma's en strategieën en voor de complementariteit van de
inspanningen van de verschillende partners. Het probleem van de resultaten
stond hoog op de agenda van het vierde forum op hoog niveau over de
doeltreffendheid van steun, in Busan in november 2011. In november 2011 heeft de Commissie een groep
van deskundigen inzake resultaten opgericht, waaraan deskundigen van de
lidstaten en andere donoren deelnemen. Een van de doelstellingen van de
groep, waaraan ook in 2012 nog moet worden gewerkt, is de ontwikkeling van een
gemeenschappelijke EU-aanpak inzake resultaten, zoals werd bepaald in de
conclusies van de Raad van 14 mei 2012 betreffende de mededeling "Een
agenda voor verandering". In 2012 zal de Commissie nagaan of een
gemeenschappelijk resultatenkader voor de EU kan worden ontwikkeld, dat dan een
referentiekader kan zijn voor het meten en meedelen van resultaten van
toekomstige pretoetredingssteun. In 2012 zal de Commissie het werk voortzetten
om gegevens over financiële pretoetredingssteun beschikbaar te stellen in
overeenstemming met de IATI-norm[11] voor het publiceren van
informatie over steun. In het kader van de besprekingen van de peer
review van de OESO/DAC van de EU 2011-2012, waaraan ook de Commissie
deelnam, hebben de OESO en de leden van het directoraat ontwikkeling en
samenwerking erop gewezen dat beter moet worden gecommuniceerd over resultaten
en dat programma's meer resultaatgericht moeten worden opgesteld. Inzake
pretoetredingssteun heeft de Commissie erop gewezen dat de beginselen van de
doeltreffendheid van hulp worden opgenomen in het uitbreidingsbeleid en het
financiële instrument ervan (IPA): eigen verantwoordelijkheid en onderlinge
afstemming zijn belangrijk in het pretoetredingsproces; de sectorale aanpak
wordt geleidelijk aan uitgebreid naar het beheer van de IPA-steun, waarbij de
nadruk ligt op kernsectoren in de uitbreidingslanden, zoals justitie en
binnenlandse zaken; samenwerking met andere donoren, ook Europese en
internationale financiële instellingen (bijvoorbeeld in het kader van het WBIF[12])
en EU-lidstaten (via twinning) neemt toe; begrotingssteun wordt al beschouwd
als een mogelijke vorm van hulp en moet dat blijven onder IPA II, als aan de
nodige voorwaarden en waarborgen is voldaan. De Commissie benadrukte ook dat het uitzicht
op EU-lidmaatschap een sterke hefboom is voor beleidshervormingen maar wees er
tegelijk op dat pretoetredingssteun de begunstigde landen niet alleen
voorbereidt op toetreding tot de EU, maar ook helpt bij hun ontwikkeling (het
mag dan ook officiële ontwikkelingshulp worden genoemd, behalve in het geval
van Kroatië). Van IPA II wordt verwacht dat het evolueert naar een meer
resultaatgerichte aanpak, met meer aandacht voor indicatoren om resultaten en
impact te meten en voor de mogelijkheid om goede resultaten te belonen met
extra financiële middelen. In 2012 wordt het werk voorgezet om
pretoetredingssteun te laten passen binnen de verschillende initiatieven van de
Commissie, de lidstaten en de donorgemeenschap, om donorcoördinatie en
doeltreffendheid van hulp te vergroten en om resultaten aan te tonen. 4. Belangrijkste punten van de toepassing
en voltooiing van de programma’s in 2011 Uitvoeringsprocedures en -structuren Uit de resultaten van 2011 blijkt dat de
meeste begunstigden aanzienlijke vooruitgang boeken ten opzichte van de
voorgaande jaren op het gebied van contracten, met name die in de richting van
een gedecentraliseerd systeem voor het beheer van de bijstand. Voor Kroatië was 2011 het hoogtepunt
van de toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie: op 30 juni 2011 werden
de toetredingsonderhandelingen afgesloten en op 9 december 2011 werd het
toetredingsverdrag ondertekend. Deze ontwikkelingen gingen gepaard met de
tenuitvoerlegging van de financiële steun van de EU in Kroatië in 2011, met
respect voor de prioriteiten van de indicatieve meerjarenplannen 2011-2013,
waarmee de nodige steun werd verleend om de hervormingen te voltooien en de
capaciteit op te bouwen in domeinen die belangrijk zijn om te voldoen aan de
voorwaarden voor lidmaatschap (onder meer justitie, binnenlandse zaken,
hervorming van het openbaar bestuur) en werden de inspanningen voortgezet om
Kroatië voor te bereiden op het gebruik van posttoetredingsmiddelen. Het
IPA-programma 2011 ter waarde van 39 159 000 euro past binnen deze
prioriteiten. In een speciaal verslag van de Rekenkamer,
opgesteld na een vergadering tussen de Commissie en de Rekenkamer in oktober
2011, wordt geconcludeerd dat de EU-pretroetredingssteun een aanzienlijke
bijdrage levert om de voorbereidingen van Kroatië te ondersteunen inzake het
beheer van structuur- en cohesiefondsen. Er wordt ook benadrukt dat het
vermogen om EU-fondsen te beheren verder moet worden opgebouwd. In 2011 werden in Turkije
positieve ontwikkelingen genoteerd inzake het beheer de van financiële steun.
Het land ijvert voortdurend voor meer capaciteit bij belangrijke
instellingen voor de programmering, uitvoering en controle van EU-middelen. De
IPA-projecten van alle afdelingen worden momenteel uitgevoerd en intussen wordt
de invloed daarvan al duidelijk: binnenkort worden beheersbevoegdheden
toegekend aan alle werkstructuren die nodig zijn voor het beheer van
IPA-middelen. Dankzij
belangrijke hervormingen werd de programmering verbeterd en de nieuwe
indicatieve meerjarenplannen 2011-2013 die in juni 2011 werden goedgekeurd,
volgen de logica van de sectorale aanpak. De eerste stappen naar een meer
strategische, gerichte en inclusieve aanpak van programmering werden gezet bij
de programmering van de middelen voor 2011 voor omschakeling en institutionele
opbouw (afdeling I). Zij werden toegespitst op een beperkt aantal sectoren als
bepaald in de indicatieve meerjarenplannen, met grotere projecten betreffende
de prioriteiten van de toetredingsprocedure en afgestemd op sectorale
prioriteiten, met een totale EU-bijdrage van 229 968 000 euro. Na de
verkiezingen van juni 2011 ging er bijzondere aandacht naar de prioritaire
gebieden justitie, binnenlandse zaken en de bescherming van grondrechten. Op
die manier wordt ernaar gestreefd de nodige hervormingen door te voeren om te
komen tot een onafhankelijke en efficiënte rechterlijke macht en diensten voor
wetshandhaving en om de dialoog met het maatschappelijk middenveld te
ontwikkelen. Er werden ook
inspanningen geleverd om het toezichtsysteem te hervormen en het toezicht op de
middelen te verbeteren. Daarbij werd bepaald welke rol en verantwoordelijkheid
iedere instelling had en welke instrumenten ter beschikking waren, en werd het
vermogen van de Turkse overheid vergroot. IJsland verzocht
in juli 2009 om EU-lidmaatschap. Door de economische en sociale ontwikkeling
van het land en doordat de wetgeving al grotendeels op de EU-wetgeving is
afgestemd (IJsland is lid van de Europese Economische Ruimte en van Schengen)
krijgt IJsland enkel financiële IPA-steun in het kader van afdeling I,
omschakeling en institutionele opbouw. De indicatieve meerjarenplannen 2011-2013 zijn
het belangrijkste document voor de strategische planning van financiële
IPA-steun in IJsland. Dit document werd op 8 april 2011 goedgekeurd. Op basis van de prioriteiten van de
indicatieve meerjarenplannen 2011-2013 werd op 2 december 2011 het nationale
IPA-programma voor IJsland goedgekeurd. De indicatieve meerjarenplannen
bevatten twee strategische doelstellingen die met IPA-steun moeten worden
gefinancierd. IJsland moet beter in staat zijn de verplichtingen van het
lidmaatschap na te komen en moet daarom steun krijgen voor capaciteitsopbouw
van de instellingen voor de omzetting en uitvoering van het acquis. Daarnaast
moet ook de institutionele capaciteit van IJsland worden versterkt om de
deelname aan en uitvoering van structuur- en andere EU-fondsen voor te
bereiden. Met het programma voor 2012worden zeven
projecten ondersteund. Er is een budget van 12 miljoen euro beschikbaar en er
is rekening gehouden met het evenwicht tussen de twee prioriteiten die in de
indicatieve meerjarenplannen zijn bepaald. De voormalige
Joegoslavische republiek Macedonië bleef met IPA-steun hervormingen
doorvoeren met het oog op een toetreding, hoewel in 2011 een aantal grote
problemen nog steeds bestonden. Alle IPA-afdelingen behalve afdeling II,
grensoverschrijdende samenwerking, werden voor het eerst onder
gedecentraliseerd beheer uitgevoerd. Het zijn dus de bevoegde nationale
overheden die de programma's beheren, maar zij worden momenteel nog voorafgaand
gecontroleerd door de Europese Commissie. De
doeltreffendheid van het openbaar bestuur was beperkt, ten gevolge van
loodzware procedures, tekortkomingen bij het personeel en een sterk
personeelsverloop. De voormalige Joegoslavische republiek Macedonië heeft, in
vergelijking met de voorgaande jaren, grotere inspanningen geleverd om de
beschikbare middelen van alle IPA-afdelingen te gebruiken, zelfs al liepen de
aanbestedingen enige vertraging op. De aanbestedingsprocedure liep niet vlot
doordat er te weinig geschikte deskundigen waren om aanbestedingsstukken op te
stellen en voorstellen te evalueren. Dit was voornamelijk hinderlijk voor de
IPA-afdelingen I, III en IV. Niet alle vakministeries konden of wilden zich even
sterk inzetten. Er is meer bewustwording en inzet nodig om het
absorptievermogen voor de IPA-steun te kunnen vergroten. Daarnaast moeten de
strategische programmering en de projectvoorbereiding aanzienlijk worden
versterkt en moet de eigen inbreng worden vergroot. Het nationale
programma 2011 voor afdeling I, met een bijdrage van de EU van
28 903 000, werd goedgekeurd met sectoraal gebundelde projecten
volgens de hervormingsprioriteiten. De EU-steun die was geprogrammeerd onder
het IPA 2007-2008 en werd beheerd door de EU-delegatie, werd volledig gebruikt. Montenegro werkte
ook in 2011 verder aan de prioriteiten die in het advies van de Commissie van
2010 werden aangehaald. Dat het land vooruitgang boekte, werd bevestigd door de
aanbeveling van de Europese Commissie in oktober 2011 om de
toetredingsonderhandelingen te openen. De Commissie wees er in haar
voortdurende toezicht en verslaglegging op dat in 2011 met de IPA-steun aan
Montenegro de inspanningen van de nationale overheden voor vooruitgang en hervormingen
werden ondersteund. De IPA-steun werd grotendeels geprogrammeerd
in afdeling I, omschakeling en institutionele opbouw, met een bijdrage van de
EU van in totaal 26 494 000 euro. De tenuitvoerlegging van IPA-middelen bleef
voornamelijk de verantwoordelijkheid van de EU-delegatie in Podgorica. De
Montenegrijnse overheid begon aan de voorbereidingen voor gedecentraliseerd
beheer. In december 2010 kreeg het land de status van kandidaat-lidstaat en de
nationale overheid heeft dankzij de IPA-middelen de nodige voorbereidingen
kunnen treffen voor het beheer van de steun in het kader van regionale
ontwikkeling, de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen, en voor de
IPA-afdelingen landbouw en plattelandsontwikkeling. In 2011 speelde de
financiële steun van de EU aan Albanië een grote rol bij het
ondersteunen van het land op zijn weg naar Europese integratie. Lopende
projecten op het vlak van justitie, binnenlandse zaken, hervorming van het
openbaar bestuur en de strijd tegen corruptie, zijn gevorderd en leveren al
concrete resultaten op. Albanië heeft deze steun nodig om te kunnen voldoen aan
belangrijke prioriteiten die worden vermeld in het advies van de Commissie uit
2010 over het verzoek van Albanië om EU-lidmaatschap. Met
infrastructuurprojecten is vooruitgang geboekt, in het bijzonder in de
transportsector (aanleg van wegen op het platteland), terwijl de vooruitgang op
het gebied van water (bouw van waterzuiveringsinstallaties) trager verloopt
door problemen met eigendomsrechten. De Albanese overheid moet ook aandacht
hebben voor het onderhoud van infrastructuurprojecten op de lange termijn. Verschillende
vakministeries en overheidsinstellingen kregen technische ondersteuning
waardoor veel wetgeving voor de aanpassing aan het acquis kon worden
voorbereid. In 2011 blokkeerde een politieke patstelling tussen de regerende
coalitie en de oppositie (die met een politiek akkoord in november werd
opgelost) de vooruitgang inzake de goedkeuring van belangrijke wetgeving. Het aandeel van
middelen waarvoor contracten zijn gesloten in het kader van de IPA-programma's
2007, 2008, 2009 en 2010 is hoog, waardoor de positieve trend die in 2009
begon, wordt voortgezet. Er is verdere
vooruitgang geboekt met de voorbereiding voor het gedecentraliseerd beheer van
de IPA-middelen. In het kader van afdeling I zijn de voornaamste structuren en
systemen opgestart; Albanië heeft begin 2012 zijn aanvraag ingediend voor de
overdracht van het beheer. Momenteel analyseren auditeurs van de Europese
Commissie de aanvraag. Er is ook doorgewerkt aan IPA-afdelingen II-V, waarbij
het werk aan afdeling V het verst gevorderd is. In 2011 werd
doorgewerkt in de richting van een sectorale programmering. Wat betreft de
praktische uitvoering zijn er nog enkele problemen; zo moet de Albanese overheid
een realistische begroting op middellange termijn opstellen voor de bestaande
sectorstrategieën. In 2011 kreeg Servië
pretoetredingssteun van het IPA in het kader van de eerste twee afdelingen
(omschakeling en institutionele opbouw, en grensoverschrijdende samenwerking),
die nog altijd werden beheerd door de EU-delegatie in Belgrado. De EU-bijdrage
voor IPA-afdeling I, toegewezen in 2011, was 178 556 000 euro. Servië ging door
met de voorbereidingen voor het gedecentraliseerd beheer van EU-middelen voor
de afdelingen I, II, III en IV en voltooide in december 2011 de fase van het
aanpakken van de tekortkomingen. Daardoor kon in januari 2012 de met
IPA-middelen gefinancierde technische bijstand voor de conformiteitsbeoordeling
van start gaan. Het nationale
IPA-programma voor 2011 is door de Commissie goedgekeurd op 8 juli 2011. Er
werd extra aandacht besteed aan de voorbereiding van de geleidelijke invoering
van een sectorale aanpak. Het financiële
absorptievermogen werd nog vergroot. Eind 2011 beheerde de EU-delegatie een
portfolio van 708 lopende projecten, met onder meer aanzienlijke bedragen voor
sectoren als de hervorming van het openbaar bestuur (26,3 miljoen euro),
justitie en binnenlandse zaken (11,95 miljoen euro) en sociale ontwikkeling
(32,1 miljoen euro). De
prioriteitenbepaling van de sectoren gebeurde in acht sectorwerkgroepen, waarin
voor het eerst gouvernementele en niet-gouvernementele belanghebbenden verenigd
waren, op basis van indicatieve meerjarenplannen 2011-2013, het jaarlijkse
voortgangsverslag, de Servische behoefteanalyse voor internationale steun en
een analyse van de kwaliteit van bestaande strategische documenten. In 2011 bleef de
financiële steun van de EU aan Bosnië en Herzegovina erg belangrijk op
de weg naar Europese integratie. IPA bleef het land ondersteunen bij zijn
inspanningen om te voldoen aan de vereisten voor toetreding tot de EU en om
zijn verplichtingen na te komen in het kader van de stabilisatie- en
associatieovereenkomst en de interimovereenkomst. In 2011 werd veel aandacht
besteed aan de hervorming van het openbaar bestuur en de versterking van de
rechtsstaat, en werd ook geprobeerd de zware gevolgen van de economische en
financiële crisis te verlichten. In 2011 werd een EU-bijdrage van 92 885 000
euro toegewezen. De uitvoering van
de financiële EU-steun in 2011 leverde tastbare resultaten op, zoals de
goedkeuring van het herziene actieplan voor de strategie inzake de hervorming
van het openbaar bestuur, de invoering van de elektronische publicatie van
bekendmakingen van aanbestedingen en de installatie van 34 vaste netwerken van
GPS-stations waarmee landverkaveling accuraat kan worden gemeten. Er werd ook
een raad voor het midden- en kleinbedrijf opgericht, in Zivinice werden
afvalwatercollectoren gebouwd en in het hele land werd voor het eerst een
campagne voor hondsdolheidvaccinatie gevoerd. De
EU-vertegenwoordiging in Kosovo beheerde de uitvoering van EU-steun aan Kosovo
en overtrof haar financiële doelstellingen, zowel inzake contracten als inzake
betalingen. De voorbereidingen voor het IPA-jaarprogramma 2011 voor Kosovo zijn
afgerond en 62 900 000 euro is toegewezen. De programmering voor de
jaarprogramma's 2012 en 2013 is van start gegaan. De deelname van Kosovo aan
het IPA-programma voor grensoverschrijdende samenwerking vorderde goed in 2011;
de eerste overeenkomsten voor de financiering van programma's met Albanië en de
voormalige Joegoslavische republiek Macedonië zijn ondertekend. Met Montenegro
werd een extra programma uitgewerkt, dat in december 2011 werd goedgekeurd. Een
van de grote geslaagde projecten was de wederopbouw van de laatste van vijf
bruggen over de M2-weg die Kosovo verbindt met de voormalige Joegoslavische
republiek Macedonië. In 2011 voerde Kosovo voor het eerst in dertig jaar een
eerste volks- en huishoudenstelling uit; de daaruit afkomstige statistische
informatie over de bevolking en de leefomstandigheden is van belang voor de
beleidsplanning van de komende tien jaar. De studie werd gefinancierd door een
trustfonds dat werd gecofinancierd door IPA 2010. 5. TAIEX[13]
BESTAAT VIJFTIEN JAAR In 2011 bestond TAIEX vijftien jaar. De
basisbeginselen van de TAIEX-operaties zijn nog steeds dezelfde, maar het
instrument wordt voortdurend aangepast aan de nieuwe uitdagingen in de
uitbreidingsgebieden. In landen die IPA-steun krijgen, wordt ongeveer 10
miljoen euro uitgegeven. TAIEX is een succesverhaal dankzij deze grote
troeven: –
EIGEN VERANTWOORDELIJKHEID: TAIEX is een vraaggestuurd instrument; begunstigden identificeren
behoeften en dienen verzoeken in voor specifieke steun op maat. Evenementen
worden op maat gemaakt om te beantwoorden aan de vragen van de begunstigden; –
AANVULLEND: TAIEX kan
een aanvulling zijn op grotere steunactiviteiten (twinning, technische
bijstand) en biedt deskundigheid om "de gaten vullen" die na de
andere steunprogramma's nog overblijven; –
REACTIEVERMOGEN: steun
wordt meestal op zeer korte termijn geboden; –
PEER-TO-PEER: TAIEX
doet een beroep op ambtenaren van de lidstaten die de EU-wetgeving in de
praktijk uitvoeren en hun technische deskundigheid willen en kunnen delen met
de overheidsdiensten van de begunstigde landen. In de sectoren landbouw en voedselzekerheid is
er een toename geweest van technische bijstand op middellange termijn, een
reeks kortetermijninterventies die vooraf zijn afgesproken en daarna worden
uitgevoerd. Momenteel wordt deze aanpak gehanteerd voor TAIEX-steun aan IJsland
en Kosovo. Los van de klassieke TAIEX-evenementen heeft
het "people to people"-programma er opnieuw toe bijgedragen dat het
maatschappelijk middenveld een grotere rol speelt in het democratische proces
van de uitbreiding. In 2011 werd een nieuw programma gelanceerd, de "Local
Administration Facility", dat bedoeld is om het vermogen te versterken van
lokale en regionale overheden om zich voor te bereiden op toetreding tot de EU.
Voor de praktische uitvoering van TAIEX-evenementen vertrouwde de Europese
Commissie op de externe hulp van de dienstverlener "Gesellschaft für
Internationale Zusammenarbeit" (GIZ). 6. REGIONALE SAMENWERKING EN PROGRAMMA'S Er is vooruitgang geboekt met de regionale
samenwerking in de Westelijke Balkan op het vlak van justitie en binnenlandse
zaken, statistieken, energie, milieubescherming, civiele bescherming, cultureel
erfgoed en de terugkeer van vluchtelingen. De regionale hogeschool voor
bestuurskunde (ReSPA) is volledig operationeel. Nieuwe bilaterale
overeenkomsten over samenwerking tussen politiediensten en over wederzijdse
rechtshulp wijzen erop dat meerdere landen in de Westelijke Balkan bereid zijn
tot meer justitiële samenwerking. Er worden soortgelijke inspanningen geleverd
om lokale en regionale samenwerking op overheidsniveau te stimuleren en te
vergemakkelijken en om niet-gouvernementele organisaties erbij te betrekken.
Het doel is te komen tot duurzame verzoening, zoals via het Igman-initiatief,
het RECOM-initiatief voor verzoening en het Sarajevo-proces voor de terugkeer
van vluchtelingen. De Europese Commissie organiseerde in samenwerking met het Noorse
ministerie van Buitenlandse Zaken de vierde bijeenkomst van de stuurgroep van
het investeringskader voor de Westelijke Balkan (WBIF) in juni 2011 in
Hamar, Noorwegen.
Daar werden voor ruim 21 miljoen euro subsidies
goedgekeurd voor 19 projecten in de regio. Een van die projecten was een
voorbereidende haalbaarheidsstudie voor het regionale project van de
gaspijpleiding in het Adriatisch en Ionisch gebied (520 kilometer lang) als
onderdeel van een regionale gasring; een ander was een haalbaarheidsstudie over
een elektrische 400 kV verbinding tussen Servië, Montenegro en Bosnië en
Herzegovina; een derde de voorbereiding van de bouw en ontwikkeling van het
regionaal centrum voor ondernemerschap in Kroatië. Tijdens de vijfde bijeenkomst van de
stuurgroep van het WBIF in december 2011 in Luxemburg werden voor 59 miljoen
euro subsidies goedgekeurd. Verwacht wordt dat deze subsidies de aanzet geven
voor leningen en fondsen van de internationale financiële instellingen ter
waarde van ruim 1 miljard euro voor infrastructuurinvesteringen. De stuurgroep
keurde de faciliteit voor ontwikkeling en innovatie van ondernemingen van de
Westelijke Balkan goed. Deze faciliteit werd gefinancierd door het
IPA-meerlandenprogramma 2011, als eerste actie in de ontwikkeling van de
particuliere sector die door het WBIF wordt gefinancierd. In 2011, en
eigenlijk sinds de oprichting van het WBIF in december 2009, waren er 123
subsidies voor projecten, ter waarde van 220 miljoen euro. Dit zou moeten
leiden tot leningen van bijna 5 miljard euro en tot een totale potentiële
investering van bijna 10 miljard euro over de vijf belangrijkste sectoren
(energie, milieu, vervoer, sociale zaken en ontwikkeling van de particuliere
sector). Conclusies In 2011 zijn belangrijke stappen gezet om de
steun voor uitbreidingslanden strategischer, coherenter en resultaatgerichter
te maken, als volwaardig onderdeel van de uitbreidingsstrategie. Het wettelijke
en strategische kader dat de Commissie heeft voorgesteld voor de
pretoetredingssteun vanaf 2014, zal het verband met het politieke toezicht en
de verslaglegging nog versterken en zal zorgen voor een kader waarin
resultaatgericht wordt gewerkt, wordt gestreefd naar maximale impact en goede
resultaten worden beloond. Zo krijgen de middelen die de EU toewijst aan
uitbreidingslanden nog meer toegevoegde waarde. De uitbreidingslanden worden
nog meer aangespoord om hun maatschappij, hun rechtssysteem en hun economie om
te vormen zodat zij lid kunnen worden van de EU. Daar varen zowel de Unie als
de begunstigde landen en hun inwoners wel bij. Stand van zaken per 31 december 2011 van
de uitvoering van de financiële steun van het IPA, als percentage van het
totaal van de vastgelegde middelen (2007-2011): Per 31 december 2011, afdeling I van
het IPA, uitgevoerd door DG Uitbreiding: Miljoen euro || Vastgelegd || Gecontracteerd || Percentage || Betaald || Percentage Albanië || 348 ,37 || 233 ,69 || 67 ,1% || 102 ,45 || 29 ,4% Bosnië en Herzegovina || 389 ,83 || 186 ,98 || 48 ,0% || 103 ,26 || 26 ,5% Kroatië || 206 ,06 || 100 ,62 || 48 ,8% || 71 ,19 || 34 ,5% Voormalige Joegoslavische republiek Macedonië || 174 ,02 || 66 ,66 || 38 ,3% || 48 ,53 || 27 ,9% IJsland || 12 ,00 || 0 ,00 || 0 ,0% || 0 ,00 || 0 ,0% Kosovo || 475 ,10 || 341 ,42 || 71 ,9% || 211 ,48 || 44 ,5% Montenegro || 134 ,24 || 89 ,83 || 66 ,9% || 61 ,02 || 45 ,5% Servië || 857 ,39 || 593 ,38 || 69 ,2% || 380 ,14 || 44 ,3% Turkije || 1 164 ,66 || 597 ,40 || 51 ,3% || 425 ,14 || 36 ,5% Meerlanden-programma || 729 ,18 || 597 ,32 || 81 ,9% || 431 ,30 || 59 ,1% Totaal || 4 490 ,85 || 2 807 ,30 || 62 ,5% || 1 834 ,51 || 40 ,8% Per 31 december 2011, afdeling II van
het IPA, uitgevoerd door DG Uitbreiding: Miljoen euro || Vastgelegd || Gecontracteerd || Percentage || Betaald || Percentage Albanië || 18,59 || 2,76 || 14,8% || 2,16 || 11,6% Bosnië en Herzegovina || 12,52 || 4,77 || 38,1% || 3,12 || 24,9% Kroatië || 12,52 || 4,42 || 35,3% || 2,09 || 16,7% Voormalige Joegoslavische republiek Macedonië || 15,53 || 1,97 || 12,7% || 1,05 || 6,7% Kosovo || 3,00 || 0,06 || 2,0% || 0,03 || 1,0% Montenegro || 14,94 || 5,45 || 36,5% || 3,62 || 24,2% Servië || 16,37 || 6,57 || 40,1% || 4,63 || 28,3% Turkije || 7,00 || 1,13 || 16,2% || 0,49 || 7,0% Totaal || 100,47 || 27,13 || 27,0% || 17,19 || 17,1% Per 31 december 2011, afdeling II van
het IPA, uitgevoerd door DG Regionaal beleid: Miljoen euro || Vastgelegd || Betaald || Percentage Adriatische zee || 166,49 || 45,22 || 27,2% Slovenië — Kroatië || 28,95 || 11,28 || 39,0% Hongarije — Kroatië || 35,54 || 12,57 || 35,4% Hongarije — Servië || 33,97 || 12,33 || 36,3% Roemenië — Servië || 36,01 || 10,17 || 28,3% Bulgarije — Servië || 21,26 || 5,78 || 27,2% Bulgarije — voormalige Joegoslavische republiek Macedonië || 12,14 || 3,30 || 27,2% Bulgarije — Turkije; || 18,49 || 5,02 || 27,2% Griekenland — voormalige Joegoslavische republiek Macedonië || 10,20 || 3,93 || 38,5% Griekenland — Albanië || 7,67 || 2,95 || 38,5% Totaal || 370,72 || 112,54 || 30,4% Per 31 december 2011, afdeling III
van het IPA, uitgevoerd door DG Regionaal beleid: Miljoen euro || Vastgelegd || Betaald || Percentage Kroatië || 257,35 || 78,03 || 30,3% Voormalige Joegoslavische republiek Macedonië || 109,20 || 26,96 || 24,7% Turkije || 1 055,50 || 333,11 || 31,6% Totaal || 1 422,05 || 438,09 || 30,8% Per 31 december 2011, afdeling IV van
het IPA, uitgevoerd door DG Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie: Miljoen euro || Vastgelegd || Betaald || Percentage Kroatië || 69,98 || 22,20 || 31,7% Voormalige Joegoslavische republiek Macedonië || 33,50 || 9,61 || 28,7% Turkije || 299,70 || 64,51 || 21,5% Totaal || 403,18 || 96,32 || 23,9% Per 31 december 2011, afdeling V van
het IPA, uitgevoerd door DG Landbouw en plattelandsontwikkeling: Miljoen euro || Vastgelegd || Betaald || Percentage Kroatië || 129,40 || 25,78 || 19,9% Voormalige Joegoslavische republiek Macedonië || 47,50 || 10,25 || 21,6% Turkije || 463,00 || 80,94 || 17,5% Totaal || 639,90 || 116,96 || 18,3% [1] Specifiekere aspecten inzake het beheer van deze
programma's en uitgaven - als governance en verantwoordelijkheid, risico's en
controles, regelmatigheid en wettigheid, foutenpercentages en mogelijke
gevolgen voor redelijke zekerheid - zijn te vinden in het Jaarlijks
activiteitenverslag 2011 van DG Uitbreiding. Aangezien de Commissie verplicht
is de Raad en het Europees Parlement gedetailleerde informatie te bezorgen,
publiceert DG Uitbreiding jaarlijks een verslag over pretoetredingssteun. Het
vorige verslag verscheen in 2011 en had betrekking op begrotingsjaar 2010. Het
kan worden geraadpleegd via: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0647:FIN:NL:PDF. [2] Werkdocument van de diensten van de Commissie –
Achtergronddocument bij het verslag van de Commissie aan de Raad, het Europees
Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité – Jaarverslag 2011 over
financiële pretoetredingssteun (IPA, Phare, Cards, het pretoetredingsinstrument
voor Turkije en de overgangsfaciliteit). [3] Het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) beschikt
over een budget van in totaal 11,5 miljard euro voor de periode 2007-2013.
Begunstigden van het IPA zijn Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, de
voormalige Joegoslavische republiek Macedonië, Montenegro, Servië, Turkije,
IJsland (vanaf 2011) en Kosovo*. Deze benaming laat de standpunten over
de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244 van
de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de
onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. De begunstigde landen krijgen
IPA-steun (als ondersteuning) voor hervormingen en geleidelijke aanpassing aan
de normen en het beleid van de Europese Unie en aan het acquis, als
voorbereiding op toekomstig EU-lidmaatschap. [4] Het Phare-programma werd in 1989 opgericht voor twee
landen (Polen en Hongarije: Steun voor herstructurering van hun economieën) en
bestrijkt intussen tien landen. Het biedt steun aan acht van de tien lidstaten
van de uitbreiding 2004: Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen,
Tsjechië, Slovenië en Slowakije, en aan de lidstaten die in 2007 toetraden
(Bulgarije en Polen) in deze tijden van grote economische herstructureringen en
politieke veranderingen. "Phare" is het Franse woord voor vuurtoren.
Tot 2000 waren ook de landen van de Westelijke Balkan (Albanië, Bosnië en
Herzegovina en de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië) begunstigden
van het programma. Sinds 2001 krijgen deze landen echter steun via het
Cards-programma (communautaire bijstand voor wederopbouw, ontwikkeling en
stabilisatie in de Balkan). Bij de Cards-verordening wordt de
Obnova-verordening ingetrokken, wordt de Phare-verordering gewijzigd en wordt
één enkel kader ingesteld voor steun aan de landen van Zuidoost-Europa: het
Cards-programma (communautaire bijstand voor wederopbouw, ontwikkeling en
stabilisatie). In 2007 wordt dit vervangen door het instrument voor
pretoetredingssteun (IPA). [5] Kroatië, de voormalige Joegoslavische republiek
Macedonië, IJsland, Montenegro en Turkije. Servië kreeg de status van
kandidaat-lidstaat in maart 2012. [6] Albanië, Bosnië en Herzegovina en Kosovo. [7] De toetredingsonderhandelingen werden op 29 juni 2012
geopend. [8] Zie het voorstel voor een Verordening van het Europees
Parlement en de Raad betreffende het instrument voor pretoetredingssteun (IPA
II), COM (2011) 838 final van 7.12.2011. [9] Multiannual Indicative Planning Documents. [10] Specific, Measurable, Achievable, Relevant en Timed -
specifiek, meetbaar, haalbaar, relevant en tijdgebonden. [11] The International Aid Transparency Initiative - het
initiatief inzake transparantie van ontwikkelingshulp. [12] Western Balkan Investment Framework - Investeringskader
voor de Westelijke Balkan. [13] TAIEX (Technical Assistance and Information Exchange):
technische bijstand en uitwisseling van informatie.