MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT Onderzoek en innovatie voor de toekomstige mobiliteit in Europa Ontwikkeling van een Europese vervoerstechnologiestrategie /* COM/2012/0501 final */
INHOUDSOPGAVE 1........... Onderzoek en innovatie om het
vervoersbeleid te ondersteunen....................................... 3 2........... Het onbenutte innovatiepotentieel
van de Europese vervoerssector ontsluiten.................... 3 3........... De visie op de toekomst van vervoer
en mobiliteit in Europa............................................ 5 3.1........ Gebruikersgericht geïntegreerd
vervoer........................................................................... 5 3.2........ Duurzaam stedelijk, interstedelijk
en langeafstandsvervoer............................................... 6 4........... Het Europese systeem voor onderzoek
en innovatie in het vervoer versterken.................. 7 5........... Initiatieven om het
innovatievermogen van de vervoerssector te verbeteren....................... 8 5.1........ Onderzoek en innovatie in het
vervoer beter richten......................................................... 8 5.2........ Inspanningen om het proces beter te
stroomlijnen.......................................................... 10 5.3........ De comfortzone verlaten om de
technologische lock-in te doorbreken............................ 10 5.4........ Innovatieve oplossingen efficiënt
toepassen.................................................................... 11 6........... Kansen en uitdagingen van de
toepassing van vervoerstechnologie................................. 12 7........... Verder werken............................................................................................................. 12 BIJLAGE: Onderzoeks- en innovatiegebieden,
prioritaire terreinen en de relevantie ervan voor het beleid 14 1. Onderzoek en innovatie
om het vervoersbeleid te ondersteunen Het Witboek van 2011 over vervoer[1] pleit ervoor om van het
Europese vervoerssysteem een duurzaam en concurrerend systeem te maken dat de
mobiliteit verder zal verbeteren en de economische groei en de werkgelegenheid
zal blijven steunen. Het stelt ambitieuze doelstellingen vast om Europa minder
afhankelijk te maken van ingevoerde olie, het milieu te verbeteren, het aantal
ongevallen te verminderen en de broeikasgasemissies drastisch te beperken. Deze
doelstellingen moeten worden gezien in het kader van een continue groei van de
vraag naar vervoer, verschillen in de ontwikkeling van de vervoerswijzen,
demografische veranderingen en een krimpende investeringscapaciteit van de
overheid. Geleidelijke veranderingen zullen niet
volstaan om het hoofd te bieden aan de uitdagingen waarmee Europa en de
vervoerssector worden geconfronteerd. De regeringen en de gehele vervoerssector
moeten van hun conventionele denkpatronen afstappen. Er zijn nieuwe ideeën,
baanbrekende strategieën en ondernemerschap nodig om op de nieuwe situatie in
te spelen. Niet alleen de levensvatbaarheid van het Europese vervoerssysteem
staat op het spel maar, gezien het effect van het vervoer op de economische
groei en het werkgelegenheidsscheppend potentieel, ook de verwezenlijking van
een slimme, duurzame en inclusieve Europese economie, zoals uiteengezet in
Europa 2020[2]. Het is dan ook van essentieel belang dat de
Europese onderzoeks- en innovatiecapaciteiten worden ingezet om de
doelstellingen van het vervoersbeleid en van de samenleving te ondersteunen.
Het witboek stelt voor een "interne Europese vervoersruimte" voor de
500 miljoen burgers in de interne markt tot stand te brengen. Dankzij de omvang
van deze markt zullen diverse innovatieve technologieën en diensten op grote
schaal kunnen worden getest, wat schaal- en toepassingsvoordelen zal opleveren
en sterke thuismarkten voor de mondiaal opererende Europese vervoerssector zal
creëren. Deze aanpak koppelt innovatie aan de andere drie dimensies van het
witboek, namelijk de interne markt, ontwikkeling van de infrastructuur en
internationale samenwerking. In deze mededeling vat de Commissie de
resultaten van een eerste inventarisatie van onderzoek en innovatie in de
vervoerssector van de EU samen. Zij schetst de tekortkomingen van het Europese
vervoersinnovatiesysteem en doet de eerste voorstellen om die te verhelpen. De mededeling zal het uitgangspunt vormen voor
de opstelling van een Europees strategisch vervoerstechnologieplan, dat in
feite de onderzoeks- en innovatiepijler van het witboek zal zijn. Het doel is
te zorgen voor een coherente benadering van diverse financieringsbronnen voor
onderzoek en innovatie in het vervoer voor de volgende financiële
programmeringsperiode en daarna. Dit plan zal de prioritaire gebieden
vaststellen die voor onderzoek en innovatie het meest relevant zijn, de
efficiëntie van de innovatieketen onderzoeken en specifieke acties voorstellen
om hinderpalen voor de uitvoering ervan uit de weg te ruimen. 2. Het onbenutte
innovatiepotentieel van de Europese vervoerssector ontsluiten Vervoersdiensten en de productie-industrie
dragen in aanzienlijke mate bij aan het concurrentievermogen van Europa. In de EU neemt de sector vervoersdiensten en
opslag, post- en koeriersdiensten inbegrepen, 5,1 % van de totale
toegevoegde waarde en 5 % van de totale werkgelegenheid (circa 11 miljoen
banen) voor zijn rekening. Indien de productie van vervoersmaterieel, de handel
in en de reparatie van motorvoertuigen en motorfietsen worden meegerekend, is
het vervoer goed voor 7,9 % van de toegevoegde waarde en 8,2 % van de
werkgelegenheid of 18 miljoen banen. Veel
kleine en middelgrote ondernemingen in de vervoers- en productiesector
investeren zwaar in onderzoek en ontwikkeling (O&O). In de vervoerssector zijn er steeds meer
mondiale concurrenten die willen innoveren en investeren. In de snel
evoluerende wereld van vandaag kan Europa het zich niet permitteren achter te
blijven en moet het Europese bedrijfsleven innovatieve technologieën en
bedrijfsmodellen kunnen toepassen opdat Europa zijn positie als
wereldvervoersleider kan behouden. Uit een analyse van het innovatiepotentieel
van de vervoerssector[3]
blijkt dat in de EU gevestigde bedrijven in 2008 meer dan 39 miljard euro in
O&O op vervoersgebied hebben geïnvesteerd[4].
Dit maakt van het vervoer de grootste industriële O&O-investeringssector in
de EU. De lidstaten en de EU hebben op hun beurt 4,2 miljard euro geïnvesteerd.
De in de EU gevestigde bedrijven zijn goed voor meer dan 40 % van de
wereldwijde industriële O&O-investeringen in verband met vervoer, vóór de
Japanse en in de VS gevestigde bedrijven, die elk ongeveer een kwart
vertegenwoordigen. Vergeleken met de particuliere sector en de
lidstaten zijn de huidige investeringen van de EU in onderzoek en innovatie op
vervoersgebied in geld uitgedrukt weliswaar bescheiden, maar zij hebben een
sterk hefboomeffect. Onder het zevende kaderprogramma voor activiteiten op het
gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (KP7) heeft
de EU jaarlijks ongeveer 600 miljoen euro uitgetrokken. De financiering door
het trans-Europese vervoersnetwerkprogramma, het Cohesiefonds en het Europees
Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) steunt de marktintroductie en ‑ontwikkeling.
De EU speelt ook een belangrijke coördinerende rol via diverse instrumenten en
partnerschappen, zoals Europese technologieplatforms en gezamenlijke
technologie-initiatieven[5],
en is een voorloper bij het voorstellen van brede politieke verbintenissen en
regelgeving. Tot dusver hebben de Marie Curie-acties onder KP7 43,5 miljoen
euro ter beschikking gesteld voor onderzoek op het gebied van vervoer, waarmee
aan onderzoekers aantrekkelijke carrièreperspectieven werden geboden. In termen van innovatiecapaciteit omvat het
vervoer bijzonder heterogene subsectoren die elk aan verschillende
marktkrachten, innovatiebevorderende factoren en gebruikerseisen zijn
blootgesteld. In sommige subsectoren bestaat er een wanverhouding tussen de marktdeelnemers
die oplossingen uitwerken en die welke ze ten uitvoer leggen. Andere specifieke
kenmerken zijn de verschillende institutionele structuren van de
vervoersbeleidsvorming in de lidstaten en hun uiteenlopende prioriteiten wat
onderzoek, innovatie en beleidsuitvoering betreft. Als gevolg daarvan maakt
Europa niet ten volle gebruik van de voordelen die uit een betere afstemming
van de onderzoeks- en innovatie-inspanningen op vervoersgebied tussen de
lidstaten onderling of binnen de verschillende vervoerssectoren zouden kunnen
voortvloeien. Een echte Europese onderzoeks- en innovatieruimte voor het
vervoer moet nog tot stand worden gebracht. Tot nu toe waren de door de EU gefinancierde
onderzoeks- en innovatieactiviteiten eerder op onderzoek dan op demonstratie,
marktintroductie en volledige toepassing van nieuwe oplossingen gericht, hoewel
er ook activiteiten zijn die de volledige cyclus omvatten, zoals bij ERTMS[6], SESAR[7] en Galileo[8]. Om het volledige
innovatiepotentieel van de vervoerssector te ontsluiten en de hierboven
beschreven uitdagingen het hoofd te bieden, stelt de Commissie een nieuwe
aanpak voor. Er zal een breed scala aan publieke en particuliere
financieringsbronnen nodig zijn waaronder nieuwe financiële instrumenten om het
hefboomeffect van de overheidsbegrotingen te versterken, en er moet een nieuwe
stap worden gezet naar het beginsel "de gebruiker betaalt". 3. De visie op de
toekomst van vervoer en mobiliteit in Europa Een visie op hoe het Europese vervoer zich zou
kunnen ontwikkelen, kan een goed uitgangspunt zijn voor beraad over onderzoek
en innovatie en over de oplossingen die nodig zijn om de doelstellingen van het
witboek te helpen verwezenlijken. Zij is gebaseerd op de analyse[9] die aan het witboek over
vervoer en aan een wetenschappelijke beoordeling van strategische
vervoerstechnologieën[10]
ten grondslag heeft gelegen. Bij de hieronder geschetste visie moet
rekening worden gehouden met de verwachte evolutie van de Europese vervoers- en
productie-industrie. Onze industrie zal haar overgang van een op de kostprijs
gebaseerd concurrentievoordeel naar een concurrentievoordeel op basis van hoge
meerwaarde voortzetten, gekoppeld aan innovatie bij het ontwerp, de productie
en de toepassing van complexe systemen en diensten met een lager koolstofgehalte.
Dit zal de werkgelegenheid en de groei ondersteunen. De invoering van nieuwe
materialen en productieprocessen zal nieuwe technologiepartners naar de
vervoers- en productiesector brengen. Samen met een sterkere kruisbestuiving
tussen de vervoerswijzen, zal dit het innovatieve karakter van de sector
versterken, groenere producten opleveren en de waarde van het Europese label
voor producten en diensten van hoge kwaliteit vergroten. 3.1. Gebruikersgericht
geïntegreerd vervoer In de toekomst zal een sterkere interactie
tussen vervoer, energie en informatie- en communicatietechnologieën en
-netwerken tot betere milieuprestaties en efficiënter gebruik van hulpbronnen
leiden. Het vervoer zal een verschuiving kennen naar mobiliteit die grotendeels
gebaseerd is op het gebruik van alternatieve brandstoffen, duurzame
energiebronnen en een steeds grotere inzet van energie-efficiënte en
milieuvriendelijke vervoermiddelen. Alternatieve aandrijfsystemen en slimme
communicatietechnologieën zullen centraal staan bij een nieuwe generatie van
schone en 'verbonden' voertuigen. Het vervoerssysteem zal volledig geïntegreerd
en intermodaal worden, zodat reizigers en goederen naadloos en over de grenzen
heen van de ene op de andere vervoerswijze kunnen overschakelen. De groeiende
vraag van de eindgebruiker, gekoppeld aan de verdere ontwikkeling van de
interne markt, zal voor nieuwe diensten, een grotere betrouwbaarheid en meer
flexibiliteit voor passagiers en eigenaars van goederen zorgen. Alle
belangrijke lucht- en zeehavens zullen op het spoorwegnet worden aangesloten.
Dit zal worden ondersteund door volledig intermodale informatie-, reserverings-
en betalingssystemen en ‑diensten. Intermodale terminals en platforms
voor passagiers en goederen zullen intelligent worden ontworpen en worden
voorzien van geavanceerde apparatuur om onder meer naadloze goederenoverslag
mogelijk te maken. Een nieuwe aanpak voor opsporing, tracering en
beheer van goederen zal leiden tot uiterst efficiënte, betaalbare en papierloze
logistieke diensten met een lagere koolstofvoetafdruk. Goederen zullen binnen
gegarandeerde termijnen worden afgeleverd. Wat de veiligheid en beveiliging van
het vervoer betreft, zal de technologie een antwoord helpen geven op de vraag
van de samenleving naar nulongevallen- en totaleveiligheidsvisies. Op middellange termijn zal een nieuwe
architectuur voor een gebruikersgericht Europees vervoersbeheers-, informatie-
en betalingssysteem op basis van geavanceerde plaatsbepalings‑,
communicatie- en monitoringtechnologie ten uitvoer worden gelegd. Op kortere
termijn zullen de bestaande modale beheers- en informatiesystemen verder worden
verbeterd, toegepast en eventueel uitgebreid met interfaces voor andere
vervoerswijzen om naadloze logistieke en reisdiensten te verlenen. De vervoersinfrastructuur zal veranderen.
Moderne infrastructuur zal steeds meer nieuwe componenten omvatten die ze slim
(intelligent, op ICT gebaseerd en geautomatiseerd), groen (nieuwe lichte en
recycleerbare materialen) en intermodaal (geautomatiseerde terminals,
knooppunten en apparatuur) maken. Daarbij zal tevens in alternatieve
koolstofarme brandstoffen en innovatieve beheers- en exploitatiesystemen worden
voorzien. Het trans-Europese vervoerskernnetwerk zal in dit verband een
belangrijke modelfunctie vervullen. De nieuwe infrastructuur zal door
klimaatbestendigheid, kortere storingstijden en lage onderhoudskosten worden
gekenmerkt. 3.2. Duurzaam
stedelijk, interstedelijk en langeafstandsvervoer Nieuwe generaties van schone, veilige en
stille wegvoertuigen, vliegtuigen, schepen en treinen zullen de huidige
vervoermiddelen vervangen. De levensduur van vliegtuigen, schepen en treinen is
echter lang, dat wil zeggen dat, behalve voor aanpassingen achteraf, de
voordelen maar langzaam aan het licht zullen komen, ook al worden operationele
en technische verbeteringen eerder doorgevoerd. De toekomstige vliegtuigen en
schepen, in combinatie met een paradigmaverschuiving in de organisatie van het
verkeersbeheer, zullen grote milieuvoordelen en efficiëntiewinsten opleveren
voor een sector die een sterke marktgroei zal blijven kennen. Het vervoer over middellange afstand over
water en per spoor zal passagiers winnen en goederenmarkten veroveren dankzij
nieuwe specifieke vervoermiddelen. De vergroening van de toeleveringsketen zal
ook leiden tot een omschakeling van goederenvervoer over langere afstand naar
vervoer over het water en per spoor. Het goederenvervoer over middellange
afstanden over de weg en het personenvervoer per touringcar zullen echter meer
en meer gebruikmaken van nieuwe voertuigtypen op speciale
"groene-infrastructuurnetwerken". Met behoud van de mobiliteit zal een
geleidelijke aanscherping van de emissieregelgeving voor nieuwe personenauto's
naar verwachting vooral in stadscentra het gebruik van alternatieve
aandrijfsystemen bevorderen. Nieuwe persoonlijke vervoerswijzen met een
minimaal gebruik van hulpbronnen zullen opduiken en tegelijkertijd zullen in
stadsgebieden steeds meer mensen gaan fietsen en lopen. Geïntegreerde planning
voor duurzame mobiliteit zal worden ingebed in het kader van stedelijke en
regionale ontwikkeling. De logistieke en goederenbestel- en distributiediensten
in stadsgebieden zullen stil en steeds meer koolstofvrij zijn. Nieuwe
distributiemodellen voor stedelijk goederenvervoer zullen worden toegepast. De ontwikkeling van openbare vervoersdiensten
zal op stadsgebieden worden geconcentreerd, want het is daar dat het openbaar
vervoer zijn marktaandeel kan vergroten. Het openbaar vervoer zal sterker
afhankelijk worden van elektriciteit. Het zal betaalbaar en toegankelijk
blijven voor alle mensen, ongeacht hun sociale status en verblijfplaats
(waarbij toegangsarmoede wordt vermeden). Er zullen wellicht geheel nieuwe
bedrijfsmodellen voor openbare en particuliere vervoersdiensten ontstaan, zoals
het gezamenlijk bezit van vervoermiddelen. Er komt wellicht een nieuwe
generatie persoonlijke-mobiliteitsmiddelen die met elkaar kunnen worden
verbonden en "geïndividualiseerde" openbare vervoermiddelen kunnen
worden. Gepersonaliseerd groen bus-, touringcar-, microbus- of taxivervoer zal
in plattelandsgebieden voor "toegankelijkheid op (elektronisch)
verzoek" zorgen. 4. Het Europese systeem
voor onderzoek en innovatie in het vervoer versterken De bovenstaande visie zal dode letter blijven,
tenzij het Europese systeem voor onderzoek en innovatie in het vervoer de
nodige nieuwe oplossingen aandraagt. Dit zal strategische acties vergen op vier
gebieden. In de eerste plaats moeten onderzoek en
innovatie sterker in het vervoerbeleid worden verankerd. In het
vlaggenschipinitiatief "Innovatie-Unie"[11] en de digitale agenda voor
Europa[12]
wordt de noodzaak van een strategische aanpak van innovatie onderstreept. In
haar voorstel voor Horizon 2020[13],
dat nog door de wetgevende autoriteit moet worden goedgekeurd, bestempelt de
Commissie slim, groen en geïntegreerd vervoer als een van de zes belangrijkste
maatschappelijke uitdagingen waarbij Europees onderzoek en innovatie echt een
verschil kan maken. Voorts is het volgens het witboek over vervoer wenselijk
alle vervoerswijzen in één Europees vervoerssysteem te integreren en zo een
einde te maken aan de huidige tendens om elke vervoerswijze afzonderlijk te
behandelen. Ten tweede moeten de inspanningen van de
verschillende sectoren en marktdeelnemers beter op elkaar worden afgestemd.
Hoewel het over het algemeen zo is dat meerdere onderzoeksinspanningen de kans
op doorbraken en het aantal oplossingen vergroten, doen de bijzondere kenmerken
van innovatie in de vervoerssector vermoeden dat gezamenlijke of gecoördineerde
inspanningen van alle sectoren en actoren wellicht meer effect sorteren op
specifieke gebieden. Zo klagen vervoersdienstverleners vaak dat er te weinig of
te vroeg innovatieve oplossingen worden aangedragen, terwijl producenten van
vervoersoplossingen dikwijls wachten op duidelijke marktsignalen voordat ze
nieuwe oplossingen gaan ontwikkelen en ze niet altijd volledig inzicht hebben
in de behoeften van de gebruiker[14]. Ten derde is het belangrijk technologische
lock-in en institutioneel "hokjesdenken" te overwinnen. Bestaande
structuren en allianties van belanghebbenden staan de volledige verwezenlijking
van het door innovatie in het vervoer geboden potentieel dat op andere
vervoerswijzen en –sectoren steunt, in de weg. Innovatie in het vervoer zou
bijvoorbeeld sterker kunnen worden beïnvloed door ontwikkelingen in andere
sectoren zoals telecommunicatie en energie. Vervoerders die van dergelijke
innovatieve oplossingen zouden kunnen profiteren, werken vaak met lage
winstmarges en worden weinig gestimuleerd om in nieuwe oplossingen te
investeren. Ten slotte zijn het de aanzienlijke vereiste
middelen, de omvangrijke investeringsbehoeften en de hoge barrières die
nieuwkomers op de markt moeten overwinnen, die de vervoerssector beletten de
voor een hervorming benodigde oplossingen op de markt te brengen. Het probleem
van de "vallei des doods" tussen onderzoek en ontwikkeling enerzijds,
en innovatie en marktintroductie anderzijds, werd al aangekaart in de
mededeling over het vlaggenschipinitiatief "Innovatie-Unie". Het doet
zich duidelijk in de vervoerssector voor. 5. Initiatieven om het
innovatievermogen van de vervoerssector te verbeteren De Commissie stelt een aantal initiatieven
voor om de nodige acties te ondernemen. Deze zullen ertoe bijdragen de
beleidsdoelstellingen te verwezenlijken en de uitdaging voor de vervoerssector
in Horizon 2020[15]
het hoofd te bieden. 5.1. Onderzoek
en innovatie in het vervoer beter richten Het proces van gemeenschappelijke strategische
eind-tot-eind programmering zal een belangrijk instrument vormen om het
innovatiesysteem te versterken. Deze mededeling dient daarvoor als uitgangspunt
en de Commissie stelt drie ruime onderzoeks- en innovatiegebieden voor waarop
in de komende twintig jaar concrete en toepasbare resultaten moeten worden behaald. ·
Wat vervoermiddelen betreft, moet een
paradigmaverschuiving naar alternatieve aandrijfsystemen, alternatieve
brandstoffen en slimme communicatietechnologie leiden tot de ontwikkeling van
schone, intelligente, veilige en stille spoor- en wegvoertuigen, vliegtuigen en
schepen en tot een effectievere interface met de infrastructuur. Dit omvat
ontwikkelingen op het gebied van componenten, materialen en ondersteunende
technologieën. Niet alleen moet beter in de behoeften van de Europese gebruiker
worden voorzien, maar ook de wereldwijde concurrentiepositie van de Europese
vervoers- en productie-industrie moet worden verbeterd. ·
Wat infrastructuur betreft, moet vooruitgang worden
gemaakt met het opzetten van een slimme, groene, onderhoudsarme en
klimaatbestendige infrastructuur, waarbij tevens wordt voorzien in alternatieve
brandstoffen, modale verkeersbeheers- en informatiesystemen die
gebruikersdiensten en het beheer van de vraag kunnen ondersteunen, en andere
oplossingen in verband met een geoptimaliseerd gebruik van de infrastructuur.
Capaciteitsopbouw op lokaal, regionaal en nationaal niveau is nodig voor zowel
overheidsinstanties die voor dienstverlening instaan, als vervoerders. ·
Op het gebied van vervoersdiensten en –activiteiten
moeten aanzienlijke vorderingen worden gemaakt met betrekking tot naadloze en
efficiënte diensten voor passagiers- en goederenvervoer, zulks met het oog op
een sterkere integratie van alle vervoerswijzen, met name in stedelijke en
interstedelijke gebieden en wat goed ontworpen knooppunten en efficiënte
overslaginstallaties betreft. Ook moet voortgang worden geboekt op het gebied
van geïntegreerd multimodaal informatie-, verkeers- en vraagbeheer op Europees
niveau, naadloze logistiek en innovatieve stedelijke-mobiliteitsoplossingen,
inclusief openbaar vervoer van hoge kwaliteit. Veiligheids- en beveiligingsgerelateerde
vraagstukken en ICT-toepassingen zullen op al deze gebieden worden
geïntegreerd, alsmede gebruikersbehoeften zoals toegankelijkheid, aangezien zij
gevolgen hebben voor voertuigen, infrastructuur en diensten. Sociaaleconomisch
en verkennend onderzoek, inclusief onderzoek voor een beter begrip van het
gedrag van de gebruikers, zal eveneens noodzakelijk zijn. Om ervoor te
zorgen dat nieuwe oplossingen die aan de doelstellingen van het Europese
vervoersbeleid bijdragen, ook worden toegepast, moeten de Europese onderzoeks-
en innovatieactiviteiten beter worden gericht. Bijlage 1 presenteert de drie
innovatiegebieden en de tien daarop geselecteerde terreinen[16] en legt uit hoe deze verband
houden met de doelstellingen van het witboek. Na deskundig advies te hebben
ingewonnen, is de Commissie van oordeel dat deze tien terreinen op significante
wijze kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het
witboek tegen 2030 en, op bepaalde terreinen, pas tegen 2050 en daarbij wordt
rekening gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende
vervoerswijzen en met multimodale kwesties. Zij vormen geen definitief
standpunt en ook geen lijst van prioriteiten voor toekomstige onderzoeks- en
innovatieprogramma's en kunnen in overleg met de belanghebbenden worden
aangepast. De terreinen vormen een uitgangspunt voor het
opstellen van een stappenplan waarmee in september 2012 zal worden gestart om
de Europese O&O-activiteiten beter te richten en voort te bouwen op
toepasbare technologieën die effectief aan de beleidsdoelstellingen bijdragen.
Het plan is ook bedoeld om bestaande lacunes op te sporen en zwakke punten in
de innovatieketen aan te pakken. Het eindresultaat zal bestaan uit een of meer
routekaarten voor elk terrein, waarbij financiering, instrumenten en actoren
worden geïdentificeerd en toezichts- en bestuursmechanismen worden ingesteld
die zich aan in ontwikkeling zijnde situaties kunnen aanpassen. Er zal bijzondere
nadruk worden gelegd op terreinen met marktgebreken of waarop gezamenlijke of
gecoördineerde inspanningen de invoering van nieuwe technologieën kunnen
versnellen. De opstelling van dit stappenplan op basis van
deze mededeling en het begeleidende werkdocument van de diensten van de
Commissie zal in overleg met de belanghebbenden plaatsvinden om te bepalen waar
actie op Europees niveau het meest effect kan sorteren. Voor elk prioritair
gebied zal naar een consensus worden gestreefd over de eisen die uit de
beleidsdoelstellingen en de Europese stand van de technologie voortvloeien.
Waar mogelijk zullen door belanghebbenden opgestelde routekaarten het
uitgangspunt vormen. Dit proces zal worden onderbouwd door een
wetenschappelijke benadering waarbij de routekaarten worden getoetst om
versnippering tegen te gaan, zodat ambitieuzere doelstellingen kunnen worden
vastgesteld en bij de toepassing van oplossingen een kritische massa kan worden
bereikt. Op bepaalde gebieden, met name die welke betrekking hebben op vervoerswijze-overschrijdende
kwesties en waarop goede routekaarten ontbreken, zal een grotere inspanning
moeten worden geleverd. Het daaruit voortvloeiende routekaartenpakket
zal de kern van het Europese strategische vervoerstechnologieplan vormen. Het
zal dienen als basis voor de toekomstige werkzaamheden binnen de Commissie,
zoals de opstelling van werkprogramma's voor Horizon 2020, het peilen van
financiële behoeften, wetgevingsvoorstellen die de uitvoering van het plan
kunnen bevorderen enz. 5.2. Inspanningen
om het proces beter te stroomlijnen De Commissie stelt voor om de partnerschappen
te versterken en het bestuur van de innovatieketen te verbeteren. De bestaande
vervoersgerelateerde publiek-private partnerschappen en Europese
technologieplatforms hebben al nuttige routekaarten en strategische
onderzoeksagenda's opgesteld, met name voor kwesties in verband met de
vervoerswijzen. Aanvullende of betere publiek-private coördinatiemechanismen
kunnen worden bestudeerd. Gezamenlijke programmering, in de vorm van
partnerschappen tussen lidstaten met bemiddeling door de Commissie, of Europese
innovatiepartnerschappen, zijn een andere mogelijkheid die kan worden
onderzocht. De banden met andere strategische activiteiten op het gebied van
onderzoek en innovatie zoals het SET-plan[17],
zullen worden versterkt. Het regelmatig verstrekken van betrouwbare
informatie aan beleidsmakers en belanghebbenden uit de particuliere sector kan
de monitoring en het sturen van de ontwikkeling en toepassing van innovatieve
oplossingen vergemakkelijken. Daarom is de Commissie voornemens een monitoring-
en informatiesysteem voor onderzoek en innovatie in het vervoer (TRIMIS) op te
zetten. Met fondsen uit Horizon 2020 zal TRIMIS hét instrument van de Commissie
worden om technologietrends en onderzoeks- en innovatiepotentieel in kaart te
brengen. Het kan met het portaal van de Commissie voor onderzoek en innovatie
in het vervoer worden verbonden als aanvullende informatiebron. Ten slotte vragen mondiale milieuproblemen om
een gecoördineerde mondiale reactie. De race naar duurzame mobiliteit vindt
immers op wereldschaal plaats. Het is dus belangrijk om aan Europees onderzoek
en innovatie in het vervoer een internationale dimensie te geven, wil Europa
succes oogsten. Vooral door toe te werken naar mondiale overeenkomsten en naar
streefcijfers om de broeikasgassen terug te dringen (bv. op ICAO- en
IMO-niveau), kan de mondiale ontwikkeling, commercialisering en toepassing
worden gerealiseerd van innovatieve oplossingen die aan duurzame mobiliteit
kunnen bijdragen. Europa zal sterke internationale partnerschappen moeten
sluiten die haar wettelijke en commerciële belangen dienen. 5.3. De
comfortzone verlaten om de technologische lock-in te doorbreken Om innovatie op het gebied van mobiliteit en
vervoer te stimuleren, moeten niet alleen volwassen segmenten van de
vervoersmarkt worden gemobiliseerd, maar moeten deze ook worden vermengd met
bestaande of nieuwe spelers op gebieden als telecommunicatie, genereren van
inhoud, financiële diensten en energievoorziening. Als gevolg daarvan kan een
conflict tussen belangen en ondernemingsculturen worden veroorzaakt dat
bevorderlijk is voor niet-traditionele en visionaire ideeën. Het strategische
vervoerstechnologieplan zal er dus ook op gericht zijn: ·
gebruik te maken van convergenties tussen
verschillende terreinen zoals vervoer, energie, informatie- en
telecommunicatiediensten, territoriale ontwikkeling en milieu, die toegevoegde
waarde kunnen genereren voor de mobiliteit van bedrijven en consumenten en voor
algemene beleidsdoelstellingen zoals groei en werkgelegenheid. Die
convergenties moeten worden verwezenlijkt door middel van een frisse aanpak op
basis van nieuwe systeemgerichte concepten en baanbrekende ideeën; ·
een aantal originele werkingsprincipes en werkinstrumenten
en ook interdisciplinaire benaderingen te ontwerpen om ondernemerschap te
stimuleren, zoals wedstrijden, nieuwe risicokapitaalregelingen, slimme
overheidsopdrachten enz., zodat de overheid tijdig en adequaat op de behoeften
van de gebruikersgemeenschappen en de dynamiek van de markt kan inspelen; ·
aan innovatie in het vervoer een nieuw elan te
geven dat een heropleving van de gehele sector kan bevorderen en hem zo
aantrekkelijk maakt voor een nieuwe generatie van talenten, innovatoren en ondernemers.
Gecoördineerde investeringen in opleiding en onderwijs en een herziening van de
denkwijze over de vaardigheden die ze opleveren, zullen wellicht nodig zijn.
Het concurrentievermogen van de kleine en middelgrote ondernemingen in de
sector kan worden bevorderd door betere toegang tot financiering, gemakkelijker
toegang tot Europese en internationale markten en minder bureaucratie. 5.4. Innovatieve
oplossingen efficiënt toepassen De bovengenoemde maatregelen zullen de
inspanningen helpen richten en harmoniseren en zo een nieuwe dynamiek creëren.
Om echter een snelle en grootschalige marktintroductie en toepassing van nieuwe
vervoerstechnologieën en –diensten te waarborgen zonder de interne markt in
gevaar te brengen, kan de overheid, als de markt niet voldoende reageert, ook
met regelgeving, normen om de interoperabiliteit en continuïteit van de
dienstverlening te waarborgen, intellectuele‑eigendomsrechten,
overheidsopdrachten en financiële stimulansen interveniëren. De EU kan
distorsies die door subsidies en door het genereren van inkomsten worden
veroorzaakt, beperken. Het strategische vervoerstechnologieplan zal
de tenuitvoerlegging van de door de Commissie voor het volgende meerjarige
financiële kader voorgestelde financieringsprogramma's steunen, mits het door
de wetgevende autoriteit wordt goedgekeurd. Dit omvat Horizon 2020, de
Connecting Europe Facility[18],
het EFRO en het Cohesiefonds[19],
en het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kmo's[20]. De Europese Investeringsbank
zal worden verzocht meer preferentiële leningen via de financieringsfaciliteit
met risicodeling (Risk-Sharing Financing Facility, RSFF) te verstrekken, haar
kredietverlening aan de vervoerssector in het kader van het nieuwe
kredietverleningsbeleid[21]
uit te breiden en meer technische bijstand aan publieke en particuliere
belanghebbenden te verlenen. Er zal financiële overheidssteun moeten worden
verstrekt in volledige overeenstemming met de toepasselijke regels van de EU
inzake staatssteun, waaronder die met betrekking tot onderzoeks-,
ontwikkelings- en innovatieactiviteiten, financiering van vervoersactiviteiten
en investeringen in infrastructuur. 6. Kansen en uitdagingen
van de toepassing van vervoerstechnologie Om onze beleidsdoelstellingen te kunnen
verwezenlijken, moeten veel van de huidige vervoerssystemen en -oplossingen op
vrij korte termijn worden vervangen. De benodigde extra investeringen in
innovatieve voertuigen, uitrusting en voertuigoplaadinfrastructuur om de
emissiereductiedoelstellingen voor het Europese vervoerssysteem te realiseren,
worden tussen 2010 en 2030 op één triljoen euro geraamd[22]. Dat lijkt een groot bedrag,
maar het komt ongeveer overeen met wat de huishoudens in de EU in één jaar tijd
uitgeven voor vervoer[23]. Uit de analyse van de Europese Commissie[24] blijkt dat, hoewel de
investeringskosten niet te verwaarlozen zijn, de marktintroductie van nieuwe
oplossingen voornamelijk wordt belemmerd door het gebrek aan economische
stimulansen voor veranderingen op "systeemniveau", zowel voor
gebruikers als leveranciers. De invoering van nieuwe groene, slimme, veilige en
efficiënte vervoersoplossingen biedt echter een geweldige kans om onze milieu-
en klimaatdoelstellingen te bereiken en tegelijkertijd het Europese
concurrentievermogen te versterken. Gezien de urgentie en diversiteit van de
uitdagingen die ons nog wachten, moet er een politiek debat worden gevoerd over
de wijze waarop de belanghebbenden, de lidstaten en de Commissie zich tot een
snellere en efficiëntere ontwikkeling en toepassing van innovatieve oplossingen
kunnen verbinden en deze verbintenis ook nakomen. Rekening houdend met de druk
die de huidige economische crisis en de nasleep ervan op de
overheidsbegrotingen zullen uitoefenen, zullen prioriteiten moeten worden
gesteld en zal in passende instrumenten (zoals financiële prikkels,
regelgeving, normen, op politiek niveau vastgestelde industriële
doelstellingen, vrijwillige verbintenissen en coördinatiewerkzaamheden) moeten
worden voorzien om de toepassing op elk prioritair gebied te stimuleren. Het Europese vervoerssysteem moet worden
aangepast. De besluitvormers moeten aangeven welke instrumenten hun voorkeur
genieten, rekening houdend met de urgentie, de aanvaardbaarheid en de
betaalbaarheid van de toepassing van de innovatieve oplossingen die nodig zijn
om onze beleidsdoelstellingen te halen. De burgers moeten daarop worden
geattendeerd en stimuleringsmaatregelen zouden ertoe kunnen bijdragen
veranderingen in het gedrag van de consument te stimuleren die coherent zijn
met technologische innovatie, zodat de marktpenetratie wordt bevorderd en de
vraag naar geavanceerde goederen en diensten stijgt. In dit verband moet elk
debat over de kosten worden gezien tegen de achtergrond van wat niet-optreden
zou kosten. 7. Verder werken Deze mededeling geeft het standpunt van de
Commissie over de wijze waarop onderzoek en innovatie in het vervoer aan de
ambitieuze doelstellingen van het witboek over vervoer zouden kunnen bijdragen
en de uitvoering van Horizon 2020, mede in combinatie met strategieën voor
slimme specialisatie, zouden kunnen ondersteunen. De Commissie verzoekt de Raad en het Europees
Parlement: ·
de doelstelling te bevestigen om onderzoek en
innovatie in het vervoer beter op de Europese vervoersbeleidsdoelstellingen af
te stemmen, rekening houdend met de huidige economische en politieke realiteit
en de duurzaamheidsdoelstellingen op lange termijn; ·
ermee in te stemmen om de inspanningen te
concentreren op het aandragen van baanbrekende en duurzame vervoersoplossingen
op Europees, nationaal en lokaal niveau door middel van innovatieve
technologieën, een nieuwe aanpak van de dienstverlening en ondernemerschap; ·
na te gaan hoe het juiste evenwicht kan worden
gevonden tussen de verschillende instrumenten die voor marktintroductie en
toepassing nodig zijn; ·
de aanpak die bestaat uit de voorbereiding van een
Europees strategisch vervoerstechnologiebeleid, en de opties voor verdere actie
zoals beschreven in deze mededeling, te steunen. BIJLAGE: Onderzoeks-
en innovatiegebieden, prioritaire terreinen en de relevantie ervan voor het
beleid Deze tabel toont
hoe technologische innovatie op elk prioritair terrein naar verwachting aan de
doelstellingen van het Witboek zal bijdragen. Onderzoeks- en innovatiegebied || Terrein || De tien doelstellingen van het Witboek (samengevat voor betere leesbaarheid) Stedelijk vervoer en logistiek met lage emissies || Koolstofarme brandstoffen in de lucht- en scheepvaart || Goederen; overgang van wegvervoer naar andere vervoerswijzen || Europees hogesnelheidsspoorwegnet || Multimodaal TEN-V-kernnetwerk || Allesomvattend langetermijnnetwerk || Verkeersbeheerssystemen voor alle vervoerswijzen || Multimodale vervoersinformatie || Bijna nul ongevallen in het wegvervoer || Naar "gebruiker betaalt" en "vervuiler betaalt" Schone, efficiënte, veilige, stille en intelligente vervoersmiddelen || Schone, efficiënte, veilige, stille en intelligente wegvoertuigen || ¢ || || || || || || || || ¢ || Schone, efficiënte, veilige, stille en intelligente vliegtuigen || || ¢ || || || || || ¢ || || || Schone, efficiënte, veilige, stille en intelligente schepen || || ¢ || ¢ || || || || || || || Schone, efficiënte, veilige, stille en intelligente spoorvoertuigen || || || ¢ || ¡ || || || || || || Infrastructuur en intelligente systemen || Intelligente, groene, onderhoudsarme en klimaatbestendige infrastructuur || || || ¢ || ¢ || ¢ || ¡ || || || ¢ || Europese alternatieve brandstofdistributie-infrastructuren || ¢ || ¡ || ¡ || || || || || || || Efficiënte modale verkeersbeheerssystemen (inclusief volume- en vraagbeheersing) || || ¢ || ¢ || ¡ || ¡ || || ¢ || ¡ || ¡ || ¡ Vervoersdiensten en -activiteiten voor passagiers en goederen || Geïntegreerde vervoersvormoverschrijdende informatie- en beheersdiensten || || ¡ || ¡ || || ¡ || ¡ || || ¢ || || Naadloze logistiek || ¡ || ¡ || ¢ || || || || || ¡ || || Geïntegreerde en innovatieve stedelijke mobiliteit en vervoer || ¡ || || || || || || || ¡ || ¢ || ¢ Dit prioritaire terrein zal naar verwachting
een grote bijdrage leveren tot de verwezenlijking van deze doelstelling van het
witboek. ¡ Dit prioritaire terrein zal naar verwachting
een bijdrage leveren tot de verwezenlijking van deze doelstelling van het
witboek. [1] Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte
– werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem, COM(2011) 144
definitief. [2] Europa 2020: een strategie voor slimme, duurzame
en inclusieve groei, COM(2010) 2020 definitief. [3] Mapping innovation in the European transport
sector, EC Joint Research Centre, EUR 24771 EN, 2011. [4] Het gaat hier om O&O-investeringen met eigen
middelen. Vandaar dat onderzoeksactiviteiten met overheidsfinanciering zoveel
mogelijk worden uitgesloten om te vermijden dat overheidsinvesteringen in
O&O tweemaal worden meegeteld. [5] Waaronder het Europees initiatief voor groene auto’s,
CleanSky en SESAR (Single European Sky ATM Research), plus de huidige Europese
technologieplatforms die bijzonder relevant zijn voor het vervoer: ACARE
(Advisory Council for Aviation Research and Innovation in Europe), ERRAC
(European Rail Research Advisory Council), ERTRAC (European Road Transport
Research Advisory Council) en WATERBORNE-TP (technologieplatform voor de zee-
en binnenvaart). [6] European Rail Traffic Management System. [7] Single European Sky ATM Research. [8] Europa 's geavanceerd wereldwijd
satellietnavigatiesysteem. [9] Een duurzame toekomst voor het vervoer: naar een
geïntegreerd, technologiegeleid en gebruikersvriendelijk systeem, COM(2009)
279 definitief. [10] Scientific Assessment of Strategic Transport
Technologies, EC Joint Research Centre, EUR 25211 EN, 2012. [11] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de
Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Europa
2020-vlaggenschipinitiatief: Innovatie-Unie, COM(2010) 546 definitief. [12] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de
Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Een
digitale agenda voor Europa, COM(2010) 245 definitief/2. [13] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de
Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Horizon
2020 – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, COM(2011) 808
definitief. [14] Beknopte analyse van de reacties op een nationale
enquête naar innovatie in het vervoer, International Transport Forum
(2010). [15] Voorstel voor een verordening van het Europees
Parlement en de Raad betreffende Horizon 2020 - het kaderprogramma voor
onderzoek en innovatie (2012-2020), COM(2011) 809 definitief. [16] De onderzoeks- en innovatiegebieden en de prioritaire
terreinen worden nader toegelicht in het werkdocument Preliminary
Descriptions of Research and Innovation Areas and Fields van de diensten
van de Commissie, SEC ….. [17] Een Europees strategisch plan voor energietechnologie
(SET-plan) - Naar een koolstofarme toekomst, COM(2007) 723 definitief. [18] Voorstel voor een verordening van het Europees
Parlement en de Raad tot vaststelling van de Connecting Europe Facility,
COM(2011) 665 definitief. [19] http://ec.europa.eu/regional_policy/what/future/proposals_2014_2020_en.cfm [20] Voorstel voor een verordening van het Europees
Parlement en de Raad tot vaststelling van een programma voor het
concurrentievermogen van ondernemingen en voor kleine en middelgrote
ondernemingen (2014-2020), COM(2011) 834 definitief. [21] EIB-kredietverlening voor vervoer:
http://www.eib.org/projects/publications/eib-transport-lending-policy.htm [22] Effectbeoordeling bij het Witboek over vervoer,
SEC(2011) 358 definitief, blz. 84. [23] 13,6 % van de gezinsuitgaven. Bron: Eurostat. [24] Mapping innovation in the European transport sector,
EC Joint Research Centre, EUR 24771 EN, 2011.