VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT over de verlening van macrofinanciële bijstand aan derde landen in 2011 /* COM/2012/0339 final */
INHOUDSOPGAVE 1........... Inleiding.......................................................................................................................... 3 2........... Achtergrond................................................................................................................... 4 2.1........ Ontwikkelingen in 2011.................................................................................................. 4 2.2........ MFB-kaderverordening.................................................................................................. 5 3........... Macrofinanciële bijstandspakketten
in 2011.................................................................... 6 3.1........ Overzicht........................................................................................................................ 6 3.2........ Afzonderlijke pakketten in de
begunstigde landen in 2011................................................ 6 3.2.1..... Westelijke Balkanlanden................................................................................................. 6 3.2.1.1.. Bosnië-Herzegovina........................................................................................................ 6 3.2.1.2.. Servië............................................................................................................................. 7 3.2.2..... Oostelijke nabuurschapslanden....................................................................................... 7 3.2.2.1.. Armenië......................................................................................................................... 7 3.2.2.2.. Georgië.......................................................................................................................... 8 3.2.2.3.. Moldavië........................................................................................................................ 9 3.2.2.4.. Oekraïne........................................................................................................................ 9 3.2.3..... Centraal-Azië............................................................................................................... 10 3.2.3.1.. Kirgizië......................................................................................................................... 10 4........... Zorgen voor een goede besteding van
MFB-middelen: operationele beoordelingen, PEFA-studies en evaluaties achteraf........................................................................................................................ 11 4.1........ Operationele beoordelingen.......................................................................................... 11 4.2........ Beoordelingen van overheidsuitgaven
en financiële verantwoordingsplicht....................... 11 4.3........ Evaluaties achteraf........................................................................................................ 12 5........... Verzoeken om bijstand en
toekomstige voorstellen van de Commissie - begrotingssituatie 12 VERSLAG VAN DE
COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT over de verlening van macrofinanciële
bijstand aan derde landen in 2011 1. Inleiding Dit verslag geeft een algemeen overzicht van
de tenuitvoerlegging van het instrument voor macrofinanciële bijstand (MFB) van
de EU aan derde landen in 2011. Het beschrijft het algemene kader waarin MFB-pakketten
zijn goedgekeurd en uitgevoerd en bevat informatie over de meest recente pakketten
in de nabuurschapslanden van de EU, blikt kort vooruit op mogelijke toekomstige
pakketten en de gevolgen ervan voor de begroting, en bevat algemene statistieken
over de verschillende MFB-pakketten van de afgelopen tien jaar. MFB is als onderdeel van het EU-kader voor
externe bijstand bedoeld voor buurlanden van de EU die uitzonderlijke externe
financieringsbehoeften hebben, en heeft de vorm van steun voor hun
betalingsbalans. De bijstand moet leiden tot een versterking van de macro-economische
en financiële stabiliteit in kandidaat-landen, potentiële kandidaat-landen en
ENP-partnerlanden. Passende structurele hervormingen moeten erdoor worden
aangemoedigd. MFB is een aanvulling op en afhankelijk van het bestaan van een
aanpassings- en hervormingsprogramma van het IMF en wordt verleend in de vorm
van leningen waarvoor de Commissie op de kapitaalmarkten de benodigde middelen leent
die daarna weer worden uitgeleend aan het begunstigde land, en/of in specifieke
gevallen in de vorm van subsidies die uit de EU-begroting worden gefinancierd. In 2011 is de uitvoering van bestaande MFB-pakketten
voortgezet. Het Parlement en de Raad hebben geen nieuwe MFB-pakketten goedgekeurd.
Een belangrijke nieuwe ontwikkeling in 2011 was de indiening in juli door de
Commissie van een voorstel voor een nieuwe MFB-kaderverordening, waarover de
discussies in de Raad en het Parlement vervolgens van start zijn gegaan. De
uitkomst daarvan zal van belang zijn voor de toekomst van MFB als strategisch
noodinstrument voor de stabilisatie van de economieën van buurlanden van de EU.
Naar verwachting zullen de medewetgevers in de tweede helft van 2012 of in 2013
een besluit over de kaderverordening nemen. Dit verslag bevat ook een paragraaf over de operationele
beoordelingen, de PEFA-studies (over de overheidsuitgaven en de financiële
verantwoordingsplicht) en de evaluaties achteraf die zijn uitgevoerd in landen
die MFB ontvingen. In 2011 rondde de Commissie met hulp van adviseurs twee
operationele beoordelingen af en zijn twee PEFA-studies verricht in landen met
MFB-programma's. Ook startte de Commissie drie evaluaties achteraf van
afgeronde MFB-pakketten. Tot slot is in dit verslag informatie
opgenomen over nieuwe aanvragen voor MFB en mogelijke nieuwe MFB-voorstellen
van de Commissie, waaronder informatie over de gevolgen ervan voor de
begroting. Dit verslag is opgesteld overeenkomstig de Raadsbesluiten
en de gezamenlijke besluiten van de Raad en het Parlement over MFB‑pakketten.
Het sluit aan op de verslagen van voorgaande jaren. Het gaat vergezeld van een
werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2012) 181 final)
met nadere informatie over en analyses van de macro-economische achtergrond en
de uitvoering van de afzonderlijke MFB-pakketten. 2. Achtergrond 2.1. Ontwikkelingen in 2011 De mondiale economische en financiële crisis
van 2008-2009 die de opkomende economieën in de nabuurschapslanden van de
Europese Unie zwaar heeft getroffen, leidde tot een sterke toename van het
aantal verzoeken om financiële steun van de EU, onder meer in de vorm van MFB.
Eind 2009 keurde de Raad van Ministers van de EU vier van dergelijke
programma's goed, voor respectievelijk Bosnië‑Herzegovina, Servië,
Armenië en Georgië. De eerder goedgekeurde MFB voor Kosovo* is in
2009 met een jaar verlengd. In 2010 hebben de EU‑wetgevers – de Raad en
het Parlement tezamen – na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon nog
twee andere programma's goedgekeurd, te weten voor Oekraïne en de Republiek
Moldavië. De pakketten voor Georgië en Kosovo liepen in 2010 ten einde. In 2011
en begin 2012 voltooide de Commissie de uitvoering van de programma's voor
Servië, Armenië en Moldavië en ging zij verder met de voorbereidingen voor de
uitvoering van de programma's voor Bosnië-Herzegovina en Oekraïne. De algehele economische situatie verbeterde in
2010 aanzienlijk. Deze verbetering zette in de eerste helft van 2011 tot op
zekere hoogte door. Daardoor werd de druk op de betalingsbalans van landen die
voor MFB in aanmerking kwamen, enigszins verlicht. Daarom zijn in 2011 slechts
twee nieuwe voorstellen door de Commissie goedgekeurd, te weten voor Georgië in
januari 2011 en voor Kirgizië in december 2011. Deze voorstellen zijn in
behandeling bij het Parlement en de Raad. Het besluitvormingsproces is echter
vertraagd door een verschil van inzicht tussen de medewetgevers over de
juridisch juiste procedure voor de raadpleging van het comité van de lidstaten
over het memorandum van overeenstemming bij het MFB-programma. In de tweede helft van 2011 verslechterden de
omstandigheden op de wereldwijde financiële markten door de ongekende staatsschuldcrisis.
Daarnaast vergrootten de Arabische lente en de daaruit voortvloeiende politieke
en economische omwentelingen in de Arabische partnerlanden rond de Middellandse
Zee[1] de druk op de begrotingen en de
externe posities in deze economieën. Deze ontwikkelingen zullen naar
verwachting leiden tot meer vraag naar MFB in 2012. Het eerste geval in dit
verband betreft een hernieuwd verzoek van de Egyptische regering in
februari 2012 om een MFB-pakket van 500 miljoen EUR. De Commissie werkt thans samen met het IMF aan een raming van de
resterende externe financieringsbehoefte van Egypte, zulks met het oog op de
mogelijke aanneming van een voorstel voor de toekenning van MFB aan dit land. 2.2. MFB-kaderverordening Al in 2003 bestempelde
het Europees Parlement het langdurige besluitvormingsproces ‑ besluiten over individuele MFB-pakketten werden op ad-hocbasis door de
Raad genomen, na raadpleging van het Parlement - als een van de grote tekortkomingen van MFB. Het Parlement
onderstreepte ook de noodzaak van een transparante
rechtsgrondslag voor het MFB-instrument als geheel. Sinds
de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 worden de
wetgevingsbesluiten over individuele MFB-pakketten door het Parlement en de
Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure (medebeslissing) genomen. Dit heeft
tot gevolg gehad dat de besluitvorming tamelijk lang duurt. Daardoor nam de
roep om een stroomlijning van de procedure voor de goedkeuring van
MFB-voorstellen toe. Met de financiële en schuldencrisis is gebleken dat voor een effectieve aanpak van macro‑economische
en financiële noodsituaties een crisisbestrijdingsinstrument nodig is dat snel
en doelmatig kan worden ingezet. Derhalve is de Commissie op 4 juli 2011 met een voorstel voor een
kaderverordening gekomen[2].
De belangrijkste doelstellingen van het voorstel zijn: i) effectiever maken van
de macrofinanciële bijstand door een sneller en doelmatiger
besluitvormingsproces, ii) afstemmen van het
besluitvormingsproces op dat van andere instrumenten, hoofdzakelijk op het gebied
van externe betrekkingen, iii) formaliseren van de regels voor het instrument,
en het Europees Parlement er zeggenschap over geven, en iv) actualiseren en
vereenvoudigen van bepaalde regels. De belangrijkste kenmerken
van het voorstel zijn: i) besluiten over het verlenen van macrofinanciële
bijstand worden door de Commissie genomen in de vorm van
een uitvoeringsbesluit onder toezicht van een comité van de lidstaten, ii) de
Genval-criteria, die in diverse conclusies van de Raad zijn vastgelegd en waarvoor
ook steun is uitgesproken in een resolutie van het Europees Parlement uit 2002,
worden bekrachtigd in een verordening en worden daardoor juridisch bindend,
iii) een aantal van deze criteria wordt geactualiseerd of verduidelijkt, en met
name die welke betrekking hebben op de drempel voor MFB-pakketten voor wat
betreft het resterende financieringstekort, op de in aanmerking komende geografische
gebieden (om het bestaan van het EU-nabuurschapsbeleid in MFB-verband formeel
te erkennen) en op de keuze tussen subsidies en leningen in MFB-pakketten. De discussie is in zowel
de Raad als het Parlement gevoerd. De Raad rondde zijn eerste conclusies in
december 2011 af (in een zogenoemde "algemene benadering"). Het
Parlement gaf opdracht voor een onderzoek naar de effectiviteit van MFB en
behandelde begin 2012 in de commissie Internationale Handel een verslag over
het voorstel van de Commissie. Naar verwachting zal in de tweede helft van 2012
of in 2013 een besluit over het voorstel worden genomen. 3. Macrofinanciële
bijstandspakketten in 2011 3.1. Overzicht In 2011 liep het MFB-pakket voor Servië uit
2009 ten einde. In juli 2011 werd de eerste tranche van de bijstand (een lening
van 100 miljoen EUR) aan de Servische overheid uitgekeerd. Daarmee is dit pakket
meteen ook afgesloten omdat de tweede tranche (van eenzelfde bedrag) was
geannuleerd omdat Servië minder externe financiering nodig had en daarom besloten
had om niet volledig gebruik te maken van de geprogrammeerde IMF-uitkeringen. Met
betrekking tot de MFB voor Armenië werd het memorandum van overeenstemming in
februari 2011 ondertekend en kon de eerste tranche - een subsidie van
14 miljoen EUR en een lening van 26 miljoen EUR - in juli 2011 worden uitgekeerd.
Over de uitkering van de tweede tranche - een subsidie van 21 miljoen EUR en
een lening van 39 miljoen EUR - werd in december overeenstemming bereikt.
De subsidie is op 27 december 2011 en het leningdeel is op 9 februari
2012 uitgekeerd. De Commissie heeft de tweede tranche van de
MFB aan Moldavië (een subsidie van 20 miljoen EUR) in september 2011 vrijgegeven.
De derde tranche kon niet - zoals oorspronkelijk gepland - vóór eind 2011 worden
vrijgegeven omdat niet was voldaan aan een aantal voorwaarden. Uiteindelijk is
deze tranche begin april 2012 uitgekeerd. De uitvoering van de MFB aan
Oekraïne, die in 2010 was goedgekeurd, samen met de middelen die beschikbaar
waren uit een eerder pakket die in 2002 was goedgekeurd, beliep 610 miljoen EUR
aan leningen, maar werd opnieuw vertraagd omdat met de Oekraïense overheid geen
overeenstemming kon worden bereikt over een aantal voorwaarden van het
memorandum van overeenstemming. De eerste tranche van het MFB-pakket voor
Bosnië-Herzegovina dat in 2009 was goedgekeurd (maximaal 100 miljoen EUR aan
leningen), is niet in 2011 uitgekeerd omdat niet was voldaan aan een van de
voorwaarden voor de eerste tranche. In 2011 heeft de Commissie bij de
medewetgevers twee formele voorstellen voor nieuwe MFB-pakketten ingediend: op
13 januari 2011 een voorstel om de MFB aan Georgië uit te breiden met 23 miljoen
EUR aan subsidies en 23 miljoen EUR aan leningen, en op 20 december 2011
een voorstel om speciale MFB toe te kennen aan Kirgizië (15 miljoen EUR
aan subsidies en 15 miljoen EUR aan leningen). Deze voorstellen zijn in
behandeling bij het Europees Parlement en de Raad. Het besluit van de
medewetgevers over de MFB voor Georgië heeft echter vertraging opgelopen
vanwege het bovengenoemde geschil over juridische aspecten. 3.2. Afzonderlijke pakketten in de begunstigde landen in 2011 3.2.1. Westelijke Balkanlanden 3.2.1.1. Bosnië-Herzegovina In 2009 heeft de Raad aan Bosnië-Herzegovina maximaal
100 miljoen EUR aan MFB in de vorm van leningen toegekend (Besluit 2009/891/EG
van de Raad van 30 november 2009). Het desbetreffende memorandum van
overeenstemming (MvO) en de leningovereenkomst zijn in november 2010
ondertekend, maar de Bosnische president heeft de leningovereenkomst pas in
augustus 2011 geratificeerd, dit onder meer vanwege de langdurige kabinetsformatie
na de algemene verkiezingen van oktober 2010. In 2011 zijn geen MFB-middelen
uitgekeerd omdat niet was voldaan aan alle MvO-voorwaarden voor de eerste
tranche. Daarnaast is de stand-byovereenkomst met het IMF sinds oktober 2010
niet operationeel. Wel is enige vooruitgang geboekt op het gebied van de
naleving van de MFB-beleidsvoorwaarden voor het beheer van de
overheidsfinanciën. Zodra het IMF-programma weer operationeel is en voldaan wordt
aan alle beleidsvoorwaarden van het MvO, kan de MFB worden uitgekeerd. Na de marginale groei (0,7 %) in 2010
versnelde de economische expansie in 2011 iets, om uit te komen op naar
schatting 1,6 %. Dit is te danken aan een groeiende export en een licht
toegenomen binnenlandse vraag. In 2011 heeft een verdere budgettaire
consolidatie plaatsgevonden, dit ondanks de kwalitatief nog zwakke staat van de
overheidsfinanciën. Met een stijging van het tekort op de lopende rekening tot
8,7 % van het bbp zijn de externe onevenwichtigheden weer toegenomen. 3.2.1.2. Servië Op grond van
Besluit 2009/892/EG van de Raad kreeg Servië de beschikking over een lening van
maximaal 200 miljoen EUR vanwege de nadelige effecten van de wereldwijde
crisis. Deze bijstand was bedoeld als aanvulling op de middelen van
internationale financiële instellingen, om de regering te ondersteunen bij zijn
aanpak van het externe financieringstekort. Vanwege Serviës geleidelijke
economische herstel, een afnemende behoefte aan buitenlandse financiering en
een halvering van de bijstand van het IMF besloot de Europese Commissie slechts
de helft van het beschikbare MFB-bedrag uit te keren, ofwel 100 miljoen EUR. De
middelen zijn op 12 juli 2011 overgemaakt, waarmee aan dit MFB-pakket een einde
kwam. Mede dankzij de MFB-voorwaarden is het beheer van de overheidsfinanciën
ingrijpend gewijzigd. Met name zijn kwantitatieve begrotingsregels en nieuwe
bepalingen inzake de interne financiële controle bij de overheid ingevoerd. In 2011 zette het
economisch herstel door en groeide het bbp met 1,6 %, onder meer door een
forse stijging van de investeringen. Tegen het eind van het jaar kwam de groei
echter onder druk te staan door de problemen in de wereldeconomie. Door de
afnemende groei van de export liep het tekort op de lopende rekening op tot
circa 9,5 % van het bbp. Bovendien steeg het begrotingstekort met name
door tegenvallende inkomsten tot bijna 5 % van het bbp, en dat was hoger
dan oorspronkelijk beoogd. 3.2.2. Oostelijke nabuurschapslanden 3.2.2.1. Armenië Eind 2010 bereikten de
Commissie en de Armeense overheid overeenstemming over de voorwaarden voor het
MFB-programma van 100 miljoen EUR (35 miljoen EUR aan subsidies en 65 miljoen
EUR aan leningen) dat in november 2009 is goedgekeurd. Het memorandum van
overeenstemming en de overeenkomsten voor de leningen en subsidies zijn in
februari 2011 ondertekend en in mei 2011 door de Armeense regering
geratificeerd. De eerste tranche van 40 miljoen EUR is in juni 2011 vrijgegeven,
de tweede tranche van 60 miljoen EUR in december 2011 (subsidie) en februari
2012 (lening). In 2011 zette het
herstel van de Armeense economie door. Het reële bbp steeg met 4,6 %, met
name dankzij de export en de overmakingen van migranten. Er konden echter
minder investeringen worden aangetrokken. Hoewel het tekort op de lopende
rekening daalde van 14,7 % van het bbp in 2010 tot 10,9 % van het bbp
in 2011, moesten externe partners voor een groot deel voorzien in de behoefte
aan externe financiering. In 2011 begon Armenië met de uitvoering van zijn
nieuwe driejarenprogramma (2011-2013) voor economische stabilisatie, met steun
van onder meer het IMF in het kader van de uitgebreide financieringsfaciliteit
(Extended Fund Facility - EFF) en de concessionele uitgebreide kredietfaciliteit
(concessional Extended Credit Facility - ECF), voor een totaalbedrag van 278
miljoen EUR. In december 2011 voltooide het College van Bewindvoerders van het
IMF zijn derde evaluatie van de economische resultaten van Armenië in het kader
van het programma. Op basis daarvan kon de regering nog eens 36,2 miljoen STR (circa
42 miljoen EUR) opnemen. Mede dankzij de MFB-voorwaarden zijn vorderingen
gemaakt bij de hervormingen op het gebied van de staatsschuld, de pensioenen, de
belastingdienst en douane, het beheer van de overheidsfinanciën en het belastingbeleid. 3.2.2.2. Georgië Onderdeel van het totaalpakket van de EU van
maximaal 500 miljoen EUR voor economisch herstel van Georgië, dat in oktober
2008 na het conflict met Rusland in augustus dat jaar werd toegezegd tijdens de
internationale donorconferentie in Brussel, waren twee mogelijke MFB-pakketten
van 46 miljoen EUR elk. Het eerste deel is in 2009-2010 met succes uitgevoerd.
Voor het tweede deel nam de Commissie op 13 januari 2011 een voorstel aan
voor verdere MFB aan Georgië. De plenaire vergadering van het Europees
Parlement stemde op 10 mei 2011 over het voorstel en nam een
wetgevingsresolutie met een aantal amendementen aan die met name bedoeld waren
om de tekst aan te passen aan de inwerkingtreding van de nieuwe
"comitologie"-verordening in maart 2011[3]. Nadat het Europees Parlement
zijn standpunt had bepaald, is interinstitutioneel overleg tussen de Raad en
het Parlement gevoerd, dat echter tot dusver vruchteloos is gebleven. Terwijl
het Parlement er voorstander van is om, overeenkomstig het oorspronkelijke
voorstel van de Commissie, voor het memorandum van overeenstemming de
raadplegingsprocedure in het comité van de lidstaten te volgen, is de Raad van
oordeel dat in principe de onderzoeksprocedure moet worden gevolgd. Het reële bbp steeg in 2010 met 6,3 % en
in 2011 met 7 %, maar zal naar verwachting in 2012 iets minder hard
groeien vanwege de problemen in de wereldeconomie. De stand-byovereenkomst met
het IMF liep van september 2008 tot juni 2011 en leidde tot een consolidatie
van de begroting, tot verdere structurele hervormingen en een herstel van de
groei. Vanaf juli 2010 behandelde de regering de regeling als een zuiver anticiperende
maatregel en heeft zij geen beroep meer gedaan op de laatste tranches. Ondanks
de verbeteringen die zich sinds 2009 hebben voorgedaan, blijft de
betalingsbalans van Georgië met een nog altijd hoog tekort op de lopende
rekening (11,7 % van het bbp in 2011) kwetsbaar. De BDI-instroom blijft
duidelijk achter bij het niveau van voor het conflict van 2008 en in 2013-2014
zullen substantiële bedragen moeten worden afgelost op de externe schuld. In
maart 2012 bereikten de autoriteiten met het IMF overeenstemming over een nieuw
tweejarenprogramma, dat van anticiperende aard is. Hoewel het bestaan van een
uitkeringsprogramma van het IMF een voorwaarde is voor de activering van het
MFB-pakket van de EU, valt te verwachten dat de IMF-middelen tijdens de
looptijd van het programma alsnog worden gebruikt, dit gezien het moeilijke
internationale financiële klimaat. 3.2.2.3. Moldavië Op 20 oktober 2010 namen het Europees
Parlement en de Raad een besluit aan dat voorzag in de toekenning aan Moldavië
van MFB voor een bedrag van 90 miljoen EUR aan subsidies, dat in drie tranches
zou worden uitgekeerd in 2010 en 2011 (Besluit 938/2010/EU). De bijstand werd
uitgebreid in het kader van een economisch programma dat werd ondersteund door
een ECF-EFF-financieringsregeling van drie jaar die in januari 2010 is
goedgekeurd door het College van Bewindvoerders van het IMF. Nadat
overeenstemming was bereikt over het MvO keerde de Commissie al in december
2010 de eerste tranche van 40 miljoen EUR uit. De tweede tranche van 20 miljoen
EUR werd in september 2011 uitgekeerd nadat de Commissie in juni had beoordeeld
of de voorwaarden waren nageleefd. De derde MFB-tranche kon eind 2011 niet worden
uitgekeerd, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, omdat werd geoordeeld dat de
naleving van de voorwaarden voor de derde tranche onvoldoende was verbeterd.
Nadat echter extra vooruitgang was geboekt met de uitvoering van hervormingen
door de Moldavische regering, werd bij een nieuwe beoordeling door de Commissie
in februari 2012 vastgesteld dat de voorwaarden inmiddels naar
tevredenheid werden nageleefd, zodat de Commissie de derde en laatste
MFB-tranche van 30 miljoen EUR in april 2012 kon uitkeren. De economie herstelde zich na een ernstige inzinking
in 2009 en kende in 2010 en 2011 een sterke opleving. De verslechtering van het
externe economische klimaat leidde echter tot een vertraging van de bedrijvigheid
in het vierde kwartaal van 2011. Deze zal in 2012 waarschijnlijk doorzetten.
Het programma van het IMF bleef op koers en de steun van internationale
donoren, waaronder de MFB van het EU, vervulde een belangrijke functie bij de
handhaving van de macro-economische stabiliteit en de ondersteuning van de
hervormingsagenda van de regering. Moldavië heeft de begroting fors
geconsolideerd en heeft het begrotingstekort teruggebracht van 6,3 % van
het bbp in 2009 tot 2,4 % van het bbp in 2011. In 2012 zal het nog verder
worden teruggebracht, tot 0,9 % van het bbp, hoofdzakelijk door te snijden
in de overheidsuitgaven. Mede dankzij de MFB-voorwaarden zijn vorderingen
gemaakt bij de hervormingen op het gebied van de opstelling en uitvoering van
de begroting, de optimalisatie van de overheidsfinanciën en het beheer van de
staatsschuld, de financiële stabiliteit en de financiële sector, de
overheidsaanbestedingen en de wetgeving inzake de centrale bank. 3.2.2.4. Oekraïne In juli 2010
hebben de medewetgevers van de EU een besluit tot toekenning aan Oekraïne van
500 miljoen EUR aan MFB (Besluit 388/2010/EU van 7 juli 2010)
vastgesteld. In combinatie met de 110 miljoen EUR die nog beschikbaar was op
grond van het MFB-besluit uit 2002 (Besluit 2002/639/EG van de Raad van 12 juli
2002) is in principe een MFB-pakket van in totaal maximaal 610 miljoen EUR beschikbaar.
De onderhandelingen over de beleidsvoorwaarden voor uitkering van deze bijstand
zijn echter nog niet afgerond. Daarbij gaat het onder meer om maatregelen op
het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën, de belasting en douane, de
hervorming van de energiesector en de reglementering van de financiële sector. Hoewel vooruitgang is geboekt bij de opstelling van een voor beide
partijen aanvaardbaar memorandum van overeenstemming (MvO), konden de
meningsverschillen over een aantal cruciale punten, waaronder de
taakomschrijving van de Oekraïense rekenkamer (de hoogste controlerende
instantie van het land) niet worden opgelost. Aangezien er geen memorandum van
overeenstemming en leningovereenkomst zijn ondertekend, hebben er in 2011 geen
uitkeringen plaatsgevonden. In 2011 zette het economische herstel van
Oekraïne door, kende het land een naar verhouding sterke groei en bleef de
inflatie goeddeels onder controle. Sinds medio 2011 zijn de trends voor de
betalingsbalans echter duidelijk verslechterd, waardoor de nationale bank van
Oekraïne tussen augustus en december 6,2 miljard dollar aan reserves moest
aanspreken om de wisselkoers te ondersteunen. Het IMF-programma van 15 miljard dollar
lag in 2011 niet meer op schema door meningsverschillen over de begroting en door
onvoldoende vooruitgang bij belangrijke structurele hervormingen die waren overeengekomen
in het kader van de stand-byovereenkomst. Daarbij ging het onder meer om de
aanpassing van de tarieven voor gas en verwarming. Een te trage aanpassing van de
energieprijzen levert ook grote risico's op voor de budgettaire vooruitzichten.
Aangezien in 2011 geen officiële externe financieel steun is uitgekeerd en
banken hun risicoblootstelling hebben verkleind, is het moeilijker geworden om
toegang te krijgen tot de internationale kapitaalmarkten. Tegelijkertijd is
slechts langzaam vooruitgang geboekt op het gebied van structurele hervormingen.
Hoewel de gas- en de aanbestedingswetten voor overheidsopdrachten uit 2010 en
de wetgeving over pensioenhervormingen uit 2011 stappen in de goede richting
waren, liet de uitvoering ervan soms te wensen over. Ook is de
aanbestedingswetgeving later via allerlei wijzigingen verwaterd. Voorts kende
met name de hervorming van het beheer van de overheidsfinanciën een
teleurstellend verloop en was er in Oekraïne nog sprake van een ongunstig
ondernemingsklimaat, zoals blijkt uit de flinke daling in 2011 van het land op
de "Doing Business"-ranglijst van de Wereldbank en op de corruptie-index
van Transparency International[4]. 3.2.3. Centraal-Azië 3.2.3.1. Kirgizië Op 20 december 2011 heeft de Europese
Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel ingediend om
Kirgizië bij wijze van uitzondering MFB te verlenen. In
2010 kende Kirgizië een sterke afname van de economische groei en een
verslechtering van zijn externe positie door externe schokken en interne politieke
en etnische conflicten die tot een flink extern financieringstekort hadden
geleid. Tijdens een internationale donorconferentie in juli 2010 zegde de EU
toe het herstel na beëindiging van het etnische conflict te steunen. In
juni 2011 bereikte het IMF met de Kirgizische regering overeenstemming over een
programma voor drie jaar, dat zou worden ondersteund met een ECF-regeling. De externe positie bleef echter kwetsbaar en het
bestaan van een aanzienlijk resterend extern financieringstekort voor 2011-2013
is bevestigd door het IMF en de Commissie. Daarnaast
is het buitengewone (d.w.z. buiten de gebruikelijke geografische reikwijdte van
MFB vallende) MFB-pakket gegrond vanwege de krachtige prodemocratische
politieke en economische hervormingsdynamiek in het land en vanwege de ligging
ervan in een regio die voor de EU van economisch en politiek belang is. Het
voorstel wordt momenteel door het Parlement en de Raad behandeld in het kader
van de medebeslissingsprocedure. In 2011 herstelde
de economische groei tot 5,7 % na een sterke afkoeling van de economie in
2009 en 2010 en liep het tekort op de betalingsbalans terug tot naar schatting
3,1 % van het bbp, onder meer door de omvangrijke overmakingen van
migranten en door de hoge exportprijzen van goud. Het
moeilijke mondiale economische klimaat begon echter in de laatste maanden van
2011 een negatief effect te sorteren op de overmakingen en de export. De
inflatie is teruggedrongen van meer dan 20 % (op jaarbasis) medio 2011 tot
5,7 % eind 2011. De regering slaagde erin haar begrotingsdoelstellingen
voor 2011 te halen. Daarnaast hebben de Kirgizische autoriteiten alle
doelen van het ECF-programma van het IMF die voor eind 2011 waren overeengekomen,
bereikt. 4. Zorgen
voor een goede besteding van MFB-middelen: operationele beoordelingen,
PEFA-studies en evaluaties achteraf 4.1. Operationele beoordelingen Conform de bepalingen van het Financieel
Reglement van de EU die voorschrijven dat inspecties worden uitgevoerd voordat
aan ontvangende landen middelen worden uitgekeerd, voert de Commissie met de
hulp van externe consultants operationele beoordelingen (OB) uit om een
redelijke mate van zekerheid te verkrijgen over het functioneren van de
administratieve procedures en financiële circuits van ontvangende landen. Bij de operationele beoordelingen gaat de
aandacht uit naar de systemen voor het beheer van de overheidsfinanciën en met
name naar de procedures en de organisatie van de ministeries van Financiën en
de centrale banken, en meer in het bijzonder naar het beheer van rekeningen
waarop EU-middelen worden gestort. Daarnaast wordt speciale aandacht geschonken
aan de werkwijze van externe controle‑instellingen, hun
onafhankelijkheid, hun werkprogramma’s en de doeltreffendheid van hun
controles. Bij de meest recente operationele beoordelingen is tevens een
analyse gemaakt van de bestaande procedures bij de aanbestedende diensten. In 2011 voltooide de Commissie de operationele
beoordeling in Georgië. De belangrijkste conclusies van deze OB zijn vastgelegd
in het begeleidende werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2012) 181 final). 4.2. Beoordelingen van overheidsuitgaven en financiële
verantwoordingsplicht De Commissie streeft naar complementariteit
met de andere diagnostische hulpmiddelen op het gebied van het beheer van de
overheidsfinanciën in landen die donorsteun ontvangen. In dit verband vormt het
in 2001 als een multidonorpartnerschap opgezette PEFA‑programma, waarbij
onder meer de Europese Commissie, de Wereldbank en het IMF zijn betrokken, een geschikt
kader. De afgelopen jaren zijn
PEFA-studies verricht voor een aantal landen die MFB ontvingen of er mogelijk
voor in aanmerking kwamen: Armenië (2008), Belarus (2009), Georgië (2008),
Kosovo (2009), Kirgizië (2009), Moldavië (2008), Marokko (2009) en Servië
(2010). De Commissie heeft samen met de Wereldbank de PEFA‑studies voor
Georgië en Marokko geschreven en heeft rechtstreeks meegewerkt aan verscheidene
andere studies. In 2011 heeft de Commissie met de Wereldbank
(die de hoofdverantwoordelijkheid droeg) gewerkt aan een PEFA-beoordeling van
Oekraïne, en heeft zij (als hoofdverantwoordelijke) in samenwerking met de
Wereldbank een PEFA-beoordeling van Moldavië verricht. De resultaten van deze PEFA-studies zullen een
aanvulling vormen op de meest recente operationele beoordelingen van de
financiële procedures in deze beide landen en zullen van pas komen bij de
ondersteuning van de uitvoering van lopende MFB-pakketten, en met name bij de
monitoring van de inachtneming van de voorwaarden inzake het beheer van de
overheidsfinanciën. 4.3. Evaluaties achteraf Om conform het Financieel Reglement het effect
van MFB te beoordelen, verricht de Commissie evaluaties achteraf van
MFB-programma's. Met de conclusies van deze evaluaties wordt rekening gehouden
bij het versterken van de MFB-beheerpraktijk. De belangrijkste doelstellingen
van de evaluaties achteraf zijn: onderzoeken van de economische effecten van de
MFB op de economie van het begunstigde land, en met name op de houdbaarheid van
zijn externe positie, en beoordelen van de toegevoegde waarde van het optreden
van de EU. In 2011 is gestart
met twee nieuwe evaluaties achteraf, namelijk van de recentelijk voltooide
MFB-pakketten voor Libanon en Georgië. Begin 2012 is een begin gemaakt met de
evaluatie achteraf van de MFB voor Kosovo. 5. Verzoeken
om bijstand en toekomstige voorstellen van de Commissie - begrotingssituatie De
meeste MFB-pakketten uit 2011 zijn in 2011 of begin 2012 afgerond (Servië,
Armenië, Moldavië). De twee resterende programma's (de pakketten voor Oekraïne
en Bosnië-Herzegovina) worden naar verwachting in 2012 en 2013 uitgevoerd indien
goede vooruitgang wordt geboekt met betrekking tot de beleidsvoorwaarden. Het
nieuwe programma voor Georgië, dat nog in behandeling is bij de medewetgevers, wordt
naar verwachting medio 2012 goedgekeurd. Ook de voor Kirgizië voorgestelde MFB
wordt mogelijk in de tweede helft van 2012 goedgekeurd. De
huidige reeks voor 2012-2013 geplande MFB-pakketten omvat ook een mogelijk
programma voor Kosovo. Daarmee zou de EU, na de afloop van het vorige programma
in 2010, de voorwaardelijke toezegging nakomen die zij op de donorconferentie
voor Kosovo in juni 2008 heeft gedaan. Het gaat om een bedrag tot 100 miljoen
EUR. Daarnaast
mag een nieuw pakket voor Armenië worden verwacht, dat een vervolg is op het
onlangs afgeronde programma, bedoeld is om het land te helpen om het voor 2013
verwachte resterende externe financieringstekort te dekken en een aanvulling
vormt op de middelen die het IMF beschikbaar stelt in het kader van de
bestaande ECF-/EFF-financieringsregeling. Gezien de
financieringsbehoefte op korte termijn van een aantal zuidelijke
nabuurschapslanden waarin zich politieke veranderingen voltrekken, mag het geen
verrassing heten dat de EU in februari 2012 van Egypte een aanvraag voor MFB heeft
ontvangen. Er is gevraagd om 500 miljoen EUR. Om rekening te houden met het
relatief lage inkomen per hoofd van de bevolking in Egypte, zou een klein deel in
de vorm van een subsidie kunnen worden uitgekeerd. De MFB zou een aanvulling
vormen op de door het IMF en andere donoren beschikbaar te stellen middelen die
moeten leiden tot een versterking van de Egyptische betalingsbalans in een moeilijke
politieke overgangsperiode. De Commissie werkt thans samen
met het IMF aan een raming van de resterende externe financieringsbehoefte van
Egypte, zulks met het oog op de mogelijke aanneming van een voorstel voor de
toekenning van MFB aan dit land. De mogelijke inzet
van het MFB-instrument voor sommige landen aan de Middellandse Zee is expliciet
bevestigd in de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de Hoge
EU-Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en
veiligheidsbeleid "Een Partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart met
het zuidelijke Middellandse Zeegebied" van 8 maart 2011. Onderstaande tabel 1 geeft een overzicht van
de vastleggingen en betalingen van MFB-subsidies voor 2011 en 2012 (indicatief).
De prognoses voor 2012 zijn nog van zeer voorlopige aard en berusten op diverse
factoren waarop de Commissie geen invloed heeft. De mogelijke nieuwe subsidies
voor 2012 vallen in grote lijnen binnen de begrotingsplafonds voor 2012,
rekening houdend met het feit dat een aantal geplande pakketten pas in 2013 financieel
zal worden vastgelegd. Het totaalbedrag aan uitstaande leningen in het kader
van MFB beliep 569,8 miljoen EUR per ultimo 2011. Dit bedrag wordt gedekt door
het Garantiefonds voor externe operaties[5].
De middelen van dit fonds worden gehandhaafd op 9 % van het uitstaande
bedrag. Het fonds dekt niet alleen MFB-leningen, maar ook Euratom-leningen en
EIB-leningen aan derde landen en wordt voorzien van middelen uit de
EU-begroting. Voor de MFB-leningen bevat het fonds per ultimo 2011 dus zo'n 51 miljoen
EUR. Tabel 1:
MFB-vastleggingen en betalingen 2011-2012 in EUR Tabel 2:
Toegestane MFB, per jaar in de periode 2002-2011 in miljoen EUR Grafiek 2a: Toegestane MFB, per jaar in de
periode 2002-2011 in miljoen EUR Grafiek 2b: Toegestane MFB, per regio in de
periode 2002-2011 Tabel 3: Uitgekeerde MFB, per jaar in de periode
2002-2011 in miljoen EUR Grafiek 3a:
Uitgekeerde MFB, per jaar in de periode 2002-2011 in miljoen EUR Grafiek 3b:
Uitgekeerde MFB, per regio in de periode 2002-2011 * Deze
benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in
overeenstemming met resolutie 1244/99 van de VN-veiligheidsraad en het advies
van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van
Kosovo. [1] Voor
meer informatie over recente economische ontwikkelingen in de zuidelijke
buurlanden wordt verwezen naar "The EU's neighbouring economies: coping
with new challenges", Occasional Papers no. 86/november 2011, DG ECFIN,
Europese Commissie
(http://ec.europa.eu/economy_finance/publications/occasional_paper/2011/index_en.htm). [2] Voorstel van
de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot
vaststelling van algemene bepalingen voor de verlening van macrofinanciële
bijstand aan derde landen - COM(2011) 865 definitief van 4.7.2011. [3] Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees
Parlement en de Raad van 16 februari 2011. [4] Door onvoldoende vooruitgang op het gebied van het
beheer van de overheidsfinanciën in combinatie met onzekerheid over het
macro-economisch kader (zo ligt de uitvoering van het IMF-programma niet meer
op schema) heeft de Europese Commissie eind 2011 besloten om de uitkering van
begrotingssteun op te schorten. [5] Voor meer informatie wordt verwezen naar het verslag van
de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de garanties die door
de algemene begroting worden gedekt (halfjaarlijkse publicatie).