MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Afzetbevordering en voorlichting ten behoeve van landbouwproducten: een strategie met een belangrijke Europese meerwaarde om de smaken van Europa beter onder de aandacht te brengen /* COM/2012/0148 final */
INHOUDSOPGAVE 1........... Afzetbevordering als essentiële
component van het GLB.................................................. 4 2........... De uitdagingen................................................................................................................ 5 2.1........ Een positie innemen op steeds
concurrerender, open markten.......................................... 5 2.2........ Zorgen voor een concurrerende en
dynamische Europese agrovoedingssector.................. 5 2.3........ Het imago van de Europese landbouw
en de Europese landbouw‑ en voedingsproducten valoriseren 6 3........... Doelstellingen van het toekomstige
afzetbevorderingsbeleid.............................................. 6 3.1........ Een belangrijkere Europese
meerwaarde......................................................................... 6 3.2........ Een aantrekkelijker en trefzekerder
beleid....................................................................... 6 3.3........ Een eenvoudiger beheer.................................................................................................. 7 3.4........ Meer synergie tussen de
verschillende afzetbevorderingsinstrumenten............................... 7 4........... Richtsnoeren voor de hervorming.................................................................................... 7 4.1........ Het toepassingsgebied
aantrekkelijker maken.................................................................. 8 4.1.1..... Begunstigden.................................................................................................................. 8 4.1.2..... In aanmerking komende producten en
onderwerpen........................................................ 8 4.1.3..... Vermelding van de oorsprong......................................................................................... 8 4.1.4..... Merken.......................................................................................................................... 9 4.2........ Technische bijstand aan de
marktdeelnemers als thema toevoegen aan het toepassingsgebied 9 4.3........ De interventie‑instrumenten
herzien, met name voor de meerlandenprogramma's............. 10 4.4........ De afzet bevorderen in tijden van
crisis.......................................................................... 11 4.5........ Een vereenvoudigd en geoptimaliseerd
beheer............................................................... 11 4.6........ Een grotere samenhang tussen de in
het kader van de afzetbevorderingsregeling gevoerde voorlichtings‑ en
afzetbevorderingsacties en de andere afzetbevorderende maatregelen in het kader
van het GLB 11 4.7........ Europese begrotingsmiddelen voor het
behalen van de doelstellingen.............................. 12 5........... Conclusies.................................................................................................................... 13 MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET
EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET
COMITÉ VAN DE REGIO'S Afzetbevordering en
voorlichting ten behoeve van landbouwproducten: een strategie met een
belangrijke Europese meerwaarde om de smaken van Europa beter onder de aandacht
te brengen Inleiding De
landbouwproductie van de Europese Unie staat overal ter wereld bekend om haar
diversiteit en kwaliteit. De toenemende mondialisering van de handel brengt
zeker uitdagingen met zich mee, maar opent ook nieuwe markten en biedt nieuwe
groeikansen. Het aanbieden van uitstekende producten die aan zeer strikte
normen voldoen, blijft ook tegen deze achtergrond een prioriteit, maar volstaat
op zich niet meer om een goede positie op de markt veilig te stellen. Het is
zaak de uitmuntende reputatie van onze productiegebieden en onze deskundigheid
te consolideren en verder uit te dragen. De Europese Unie
heeft met haar zeer diverse en hoogwaardige productie en haar gewaarborgd hoog
niveau van gezondheidsbescherming alle troeven in handen om voordeel te halen
uit de ontwikkelingsvooruitzichten voor de mondiale vraag, op voorwaarde dat
zij deze troeven beter uitspeelt middels een gerichter en ambitieuzer
afzetbevorderingsbeleid. Voorts moeten de consumenten op de binnenmarkt beter
worden doordrongen van de kwaliteit en de diversiteit van het aanbod. De wetgevingsvoorstellen
ter hervorming van het GLB voor de periode na 2013 bevinden zich nu in de
onderhandelingsfase en hebben tot doel het gemeenschappelijk landbouwbeleid zo
toe te rusten dat het ten volle kan bijdragen tot de Europa 2020‑strategie.
Concreet komt dit erop neer dat wordt gestreefd naar een landbouwsector die
garant staat voor voedselzekerheid, duurzaam gebruik van natuurlijke
hulpbronnen en dynamiek in de plattelandsgebieden, en daarenboven zorgt voor
groei en banen. Een efficiënt afzetbevorderingsbeleid is een conditio sine qua
non voor het bereiken van deze doelstelling. Daarom is in juli 2011 het
startschot gegeven voor een diepgaand denkproces in het kader waarvan op basis
van een groenboek[1]
openbaar overleg is gepleegd over het voorlichtings‑ en afzetbevorderingsbeleid
ten behoeve van landbouwproducten als vlaggenschipactie voor de versterking van
het concurrentievermogen van de landbouw in de EU. Een ander basisstuk voor de
denkpistes in deze mededeling is het verslag over de externe evaluatie van het
huidige afzetbevorderingsbeleid die in 2011 is verricht[2]. In het groenboek
wordt uit de doeken gedaan hoe de consument via het voorlichtings‑ en
afzetbevorderingsbeleid beter kan worden geïnformeerd over het werk dat de
landbouwers in de EU moeten leveren om het bekende hoge kwaliteitsniveau te
halen, hoe de brede waaier producten en smaken uit de verschillende regio's van
de Unie onder de aandacht kan worden gebracht, hoe de export kan worden
gestimuleerd en hoe men de Europese producenten kan helpen het hoofd te bieden
aan de nieuwe uitdagingen op de markt en aan de bijzonder benarde economische
context. In december 2011
heeft de Raad van ministers conclusies over de herziening van het
afzetbevorderingsbeleid aangenomen en heeft zowel het Europees Economisch en
Sociaal Comité als het Comité van de Regio's advies over de herziening
uitgebracht. Samengevat komt het erop neer dat, wil men dit beleid een stevige
injectie geven, de bestaande instrumenten moeten worden verbeterd, worden
vereenvoudigd en samenhangender worden gemaakt. Het Europees Parlement heeft
zich ook uitgesproken voor een intensivering van de
afzetbevorderingsmaatregelen, met name ten behoeve van kwaliteitsproducten. Deze mededeling heeft tot doel de meerwaarde
van de agrovoedingssector en de bijdrage van deze sector tot de Europese
economie te vergroten door in te zetten op een afzetbevorderingsbeleid dat op
Europa en de rest van de wereld gericht is en een grotere invloed uitoefent op
de handelsvooruitzichten van deze sector. 1. Afzetbevordering
als essentiële component van het GLB Sinds de invoering
van het voorlichtings‑ en afzetbevorderingsbeleid ten behoeve van de
landbouwproductie begin jaren 80 heeft het regelgevingskader voor de acties die
op grond van dit beleid worden gevoerd, een hele ontwikkeling doorgemaakt. Meer
dan ooit tevoren heeft het beleid tot doel het imago van de Europese
landbouwproducten te verbeteren, stagnerende of dalende consumptie weer aan te
zwengelen en nieuwe markten te veroveren. In het kader van
de horizontale regeling voor afzetbevordering[3],
die sinds 2000 van kracht is, onderzoekt de Europese Commissie de generieke
afzetbevorderingsprogramma's die de brancheorganisaties hebben ingediend en de
nationale autoriteiten hebben gevalideerd. Vervolgens selecteert de Commissie
de programma's die voldoen aan de criteria in de Raadsverordening en de
verordening ter uitvoering daarvan. De programma's worden gecofinancierd door
drie partijen: de Unie (voor maximaal 50 %[4]),
de beroepsorganisatie (voor minimaal 20 %) en de betrokken lidstaten (voor
het resterende bedrag). De jaarlijkse begroting voor
afzetbevorderingsmaatregelen bedraagt ca. 50 miljoen euro; een kwart
daarvan wordt geoormerkt voor maatregelen op de markt van derde landen. Naast deze
horizontale regeling omvat het GLB nog andere afzetbevorderingsmaatregelen,
meer bepaald in het kader van de gemeenschappelijke marktordening[5] (met name de sectoren wijn voor
derde landen en groenten en fruit, via operationele programma's van
producentenorganisaties) en in het kader van het beleid voor
plattelandsontwikkeling[6].
Hierdoor vertonen
de acties en voorschriften een zeker gebrek aan samenhang dat het moeilijk
maakt de globale impact ervan te meten. Daarnaast zijn er nog andere problemen
die een hervorming van het afzetbevorderingsbeleid noodzakelijk maken en
rechtvaardigen, zoals log administratief beheer en versnippering van
onevenwichtig over de binnenmarkt en de markten van derde landen verdeelde
acties. 2. De
uitdagingen 2.1. Een
positie innemen op steeds concurrerender, open markten
In 2010 was de Unie (met een uitvoer ter
waarde van 91 miljard euro) de op één na grootste exporteur en (met een invoer
ter waarde van 84 miljard euro) de grootste importeur van landbouwproducten ter
wereld. Qua export moest de EU alleen de Verenigde Staten (met een export ter
waarde van 92 miljard euro) laten voorgaan. In de loop der jaren is het aandeel
van eindproducten en verwerkte producten in de export gestaag toegenomen. Deze
producten vertegenwoordigen meer dan twee derde van de waarde van de totale
landbouwexport van de EU. Het is van essentieel belang dat de Europese
landbouwsector zijn concurrentiepositie en marktaandeel op zowel de binnenmarkt
als de markten van derde landen behoudt en verbetert, met inachtneming van de
verbintenissen die de EU in het kader van haar internationale
handelsbetrekkingen is aangegaan. De komende jaren zullen in het kielzog van de
(eventuele) afsluiting van de Doha‑cyclus en de onderhandelingen over
handelsakkoorden, nieuwe perspectieven voor exporteurs van levensmiddelen
worden gecreëerd waarop absoluut moet worden ingespeeld. 2.2. Zorgen
voor een concurrerende en dynamische Europese agrovoedingssector De voedingsketen
vertegenwoordigt een waarde van 6 % in het Europese bruto binnenlands
product (BBP). Meer bepaald: in de be‑ en verwerkende industrie in Europa
is de levensmiddelenindustrie de grootste werkgever, met 4,2 miljoen banen
(13,5 %) en een omzet van 954 miljard euro (12,9 %). Deze sector telt
310 000 bedrijven (waarvan 99,1 % kmo's[7]) en verwerkt een groot deel van
de landbouwproductie van de EU. De Europese
landbouwsector heeft slechts kans van slagen als hij zijn marktaandeel kan
vergroten en de zeer concurrerende levensmiddelenindustrie kan blijven
verzekeren van een belangrijke plaats binnen de economie en de handel in de EU.
De markten
evolueren steeds sneller. Het aanbod moet zich aanpassen aan een vraag die
radicaal en op korte tijd kan omslaan, met name wanneer de consument zijn
vertrouwen in bepaalde producten verliest. Dit fenomeen grijpt nog sneller om
zich heen naarmate het internetgebruik toeneemt[8]. Ondanks de
gunstige vooruitzichten op de middellange termijn wordt ervan uitgegaan dat de
landbouwmarkten zullen worden gekenmerkt door een grotere onzekerheid en een
toegenomen volatiliteit. 2.3. Het
imago van de Europese landbouw en de Europese landbouw‑ en
voedingsproducten valoriseren De primaire taak van de landbouw is
voedselvoorziening. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU draagt ertoe
bij dat levensmiddelen op een rendabele manier worden geproduceerd, zorgt voor
een duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen en ziet toe op een
evenwichtige territoriale ontwikkeling. Hun beroepsactiviteiten en hun
aanwezigheid op het platteland hebben de landbouwers gemaakt tot behoeders van
natuurlijke hulpbronnen en milieuwaarden die onmisbaar zijn voor de
duurzaamheid en het concurrentievermogen van de Europese landbouw. Er is geen beter bewijs voor de
kwaliteitgerichtheid van het GLB dan onze landbouwproducten en levensmiddelen.
Zowel de consumenten in Europa als die in derde landen moeten op de hoogte
worden gebracht en worden doordrongen van de troeven van de Europese
landbouwproducten – die voldoen aan zeer strikte normen op het gebied van
milieu, voedselzekerheid en dierenwelzijn – en de Europese voedingsgewoonten. 3. Doelstellingen
van het toekomstige afzetbevorderingsbeleid 3.1. Een
belangrijkere Europese meerwaarde Het is niet de bedoeling dat de hier
behandelde afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten soortgelijke acties
van de particuliere sector zouden vervangen. Veeleer moeten zij een specifieke
Europese dimensie uitdragen. Door de Europese landbouwproducten een grotere
Europese meerwaarde te geven en deze meerwaarde te koppelen aan het grondgebied
waar de producten vandaan komen, kan een impuls worden gegeven aan zowel de
groei en de werkgelegenheid als de Europa 2020‑strategie. Die Europese meerwaarde kan worden uitgedragen
met behulp van een Europese voorlichtings‑ en afzetbevorderingsstrategie
die beter is toegespitst op de markten en de producten of boodschappen die
moeten worden gevaloriseerd (bijv. producten met een grote toegevoegde waarde).
Hierbij moet rekening worden gehouden met de onderhandelingen over
vrijhandelsovereenkomsten en met de belangrijkste markten, en moet
versnippering van de middelen worden voorkomen. Voorts draagt samenwerking
tussen marktdeelnemers uit verschillende lidstaten in niet geringe mate bij tot
de Europese meerwaarde en tot een grotere zichtbaarheid van de diversiteit van
de Europese landbouwproducten. 3.2. Een
aantrekkelijker en trefzekerder beleid Niet alleen voegt het bestaande voorlichtings‑
en afzetbevorderingsbeleid minder waarde toe dan gewenst, het gaat ook gebukt
onder een zware administratieve last. De indiening van programma's in derde
landen komt, naar is gebleken, te langzaam op gang. Bovendien is de reikwijdte
van de acties niet altijd gemakkelijk meetbaar en komt de impact ervan pas erg
laat aan het licht. Daarom is het zaak aansprekender campagnes te voeren die zo
nodig zijn voorbereid met behulp van marktanalyses, studies naar
consumentengedrag of testcampagnes. Om het toekomstige beleid kostenefficiënter
te maken, moeten de effecten van elke actie systematischer worden beoordeeld
zodat kan worden bevestigd dat de vooropgestelde doelstellingen inderdaad zijn
bereikt. 3.3. Een
eenvoudiger beheer De financiering en het beheer van de
voorlichtings‑ en afzetbevorderingsprogramma's zijn over het algemeen in
handen van drie partijen (de beroepsorganisatie, de lidstaat en de Europese
Commissie). De beroepsorganisaties schakelen op hun beurt uitvoerders, zoals
reclamebureaus, in die de door hen bedachte acties ten uitvoer moeten leggen. In de bijdragen die naar aanleiding van het
groenboek zijn verzameld, wordt er vaak op aangedrongen dat de methode voor de
selectie van de programma's wordt herzien en dat bij zowel de opstelling als de
uitvoering van deze programma's meer flexibiliteit wordt toegestaan zodat de
programma's in de uitvoeringsfase nog kunnen worden gewijzigd. Voorts wordt in
de bijdragen gepleit voor een actievere rol van de Commissie bij het opstellen
en coördineren van de meerlandenprogramma's, met name in derde landen. De rol
van de lidstaat en van de Commissie bij de opvolging en de controle van de
acties zal alvast worden verduidelijkt om te voorkomen dat de procedures elkaar
overlappen en te lang aanslepen. 3.4. Meer
synergie tussen de verschillende afzetbevorderingsinstrumenten De nieuwe Europese strategie ter bevordering
van de afzet van landbouwproducten moet de meerwaarde die de agrovoedingssector
aan producten toevoegt en de bijdrage die deze sector aan de Europese economie
levert, vergroten. Om dit streefdoel te bereiken en te garanderen dat de
afzetbevorderingsacties die in het kader van het GLB worden gevoerd, het
gewenste effect sorteren, moet erop worden toegezien dat deze acties een
grotere onderlinge samenhang vertonen. Om het afzetbevorderingsbeleid te
verstevigen, moet aan de ene kant rekening worden gehouden met de specifieke
kenmerken van elke sector, maar moet aan de andere kant worden nagegaan waar de
sectorspecifieke acties elkaar kunnen aanvullen en mogelijkheden voor synergie
bieden. Alle afzetbevorderingsacties, ongeacht de
regeling, zouden een aantal gemeenschappelijke, zowel visuele als inhoudelijke
elementen moeten bevatten die de acties niet alleen een duidelijker Europese
dimensie moeten verlenen, maar deze ook performanter moeten maken en
zichtbaarder voor de consument. 4. Richtsnoeren
voor de hervorming Om uiteindelijk tot een voorlichtings‑
en afzetbevorderingsbeleid te komen dat de hierboven toegelichte doelstellingen
invult, zullen verschillende hervormingsopties tegen het licht worden gehouden
in het kader van de effectbeoordeling ter begeleiding en ter rechtvaardiging
van het wetgevingsvoorstel dat de Commissie vóór eind 2012 dient aan te nemen. Hieronder volgt een reeks richtsnoeren die als
denkpistes zijn gedistilleerd uit de tot dusverre beschikbare verslagen, met
name het samenvattend verslag over de reacties op het groenboek van de Europese
Commissie[9]
en het ex-post‑evaluatieverslag over het afzetbevorderingsbeleid[10]. De voorlichtings‑ en
afzetbevorderingsacties met betrekking tot lokale markten en korte
voorzieningsketens zullen uit de toekomstige afzetbevorderingsregeling
worden gelicht om te worden overgeheveld naar de
plattelandsontwikkelingsprogramma's, met name in het kader van bepaalde vormen
van samenwerking. 4.1. Het
toepassingsgebied aantrekkelijker maken 4.1.1. Begunstigden Het toepassingsgebied van de voorlichtings‑
en afzetbevorderingsacties zou kunnen worden uitgebreid tot andere partijen dan
de beroepsorganisaties. Met name moet worden bekeken welke plaats kan worden
ingenomen door particuliere ondernemingen die programma's met een grote
toegevoegde waarde voor de Europese Unie voorstellen. 4.1.2. In
aanmerking komende producten en onderwerpen Momenteel zijn de lijsten van in aanmerking
komende producten die gelden voor respectievelijk de binnenmarkt en de markt
van derde landen, niet identiek. Dit lijkt niet langer gerechtvaardigd. Deze
twee lijsten moeten worden vervangen door één homogene lijst die beter
overeenstemt met de lijst van producten waarop het kwaliteitsbeleid van
toepassing is. Er zal worden onderzocht of de regeling kan worden opengesteld
voor verwerkte landbouwproducten die niet onder bijlage I van het Verdrag
vallen. Bovendien zou, conform het standpunt van de
Rekenkamer[11],
meer steun moeten worden verleend voor de bevordering van zowel de Europese
kwaliteitsregelingen voor levensmiddelen (beschermde oorsprongsbenamingen
(BOB's), beschermde geografische aanduidingen (BGA's), gegarandeerde
traditionele specialiteiten (GTS'en)), als de op grond van deze regelingen
erkende producten. Naast voorlichting en afzetbevordering zouden
de acties ten behoeve van landbouwproducten en levensmiddelen ook tot doel
kunnen hebben thematische boodschappen te belichten over de kenmerken van
bepaalde Europese producten vanuit het oogpunt van kwaliteit, gastronomie,
gezondheid, duurzame ontwikkeling of dierenwelzijn. Om de consument dichter bij
de producent te brengen, zou gebruik kunnen worden gemaakt van nieuwe
technologieën waarmee de goede productiepraktijken in de bedrijven beter kunnen
worden gevisualiseerd of de verkoop via internet kan worden gefaciliteerd. 4.1.3. Vermelding
van de oorsprong In 76 % van de bijdragen tot de openbare
raadpleging komt de vermelding van de oorsprong als belangrijkste vermelding
naar voren. Hiermee wordt het belang van het verband tussen een levensmiddel en
de oorsprong ervan aangetoond en wordt meteen ook bekrachtigd wat in de
peilingen naar het consumentengedrag al was vastgesteld. Dat verband kan
overigens zowel positief als negatief worden ingeschat (bezorgdheid na
gezondheidscrises of andere markante socioculturele feiten). De vermelding van de "Europese"
oorsprong, deskundigheid, levensstijl, en zo meer, moet, impliciet of
expliciet, altijd voorkomen in de voorlichtings‑ en
afzetbevorderingsacties, wil men het imago van landbouwproducten en
levensmiddelen als Europees product kracht bijzetten. Voor producten die op Europees niveau
geregistreerd staan met een BOB of een BGA, blijft de mogelijkheid bestaan om
de oorsprong als voornaamste element te vermelden, op voorwaarde dat de
referenties in niets afwijken van de geregistreerde referenties. Zonder daarbij af te wijken van de Europese
voorschriften voor de etikettering van producten, moet worden nagegaan in welke
mate de vermelding van de oorsprong in voorlichtings‑ en
afzetbevorderingsacties de impact van deze acties nog kan intensiveren. - Nog volledig afgezien van de
etiketteringsvoorschriften die op de betrokken producten van toepassing zijn,
zou de vermelding van de nationale oorsprong op de binnenmarkt (behalve
als het gaat om een op Europees niveau erkende benaming) tot doel hebben de
consumptie van uit die lidstaat afkomstige producten te verhogen. In het kader
van de voorschriften over het vrije verkeer van goederen zou dit worden
beschouwd als een maatregel die gelijkwaardig is aan een kwantitatieve
beperking van de intra‑uniale handel. De oorsprong mag dus niet als
voornaamste, maar enkel als secundair gegevenselement worden vermeld. - Op de markt van derde landen,
daarentegen, kan het extra vermelden van de nationale oorsprong, weliswaar als
secundair element ná de verwijzing naar de Europese oorsprong, voordelig
uitwerken op bepaalde markten waar de nationale identiteit van bepaalde
lidstaten een grotere impact heeft dan de Europese identiteit, ook al is Europa
als geografisch gebied er bekend. 4.1.4. Merken Wat de rol van merken voor de afzetbevordering
op de markten van derde landen betreft – zo blijkt uit de
openbare raadpleging – pleit een zeer groot deel van de belanghebbende partijen
voor behoud van het generieke karakter van voorlichtings‑ en
afzetbevorderingsacties die op Europees niveau worden gecofinancierd. Er is
namelijk gebleken dat de cofinanciering van generieke voorlichtings‑ en
afzetbevorderingsacties gemakkelijker te begrijpen is voor de belastingbetaler.
Voor de verkoop van producten moeten
contracten met importeurs worden gesloten en de logische aanvulling op
generieke afzetbevordering lijkt dan ook dat de marktdeelnemers, die per
definitie hun eigen producten verkopen, met elkaar in contact worden gebracht.
Merken kunnen een hefboomeffect teweegbrengen. Een van de denkpistes die in de
effectbeoordeling moeten worden onderzocht, is of op de markt van derde landen
gemengde programma's kunnen worden uitgevoerd die bestaan uit een generiek
gedeelte en een commercieel gedeelte waarin aandacht kan worden besteed aan
particuliere merken. Het belichten van commerciële merken moet plaatsvinden
binnen een gemeenschappelijk kader dat borg staat voor naleving van de
mededingingsvoorschriften. Voorts moet worden geanalyseerd of voor de
vermelding van collectieve merken specifieke regels van toepassing moeten zijn,
dan wel kan worden volstaan met de voorschriften die voor merken in het
algemeen zullen worden vastgesteld. 4.2. Technische
bijstand aan de marktdeelnemers als thema toevoegen aan het toepassingsgebied Er bestaan drie soorten voorlichtings‑
en afzetbevorderingsacties: 1 – voorlichting over de productiemethoden
in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Met name op de binnenmarkt
draait alles om betere informatieverstrekking over de landbouwproducten van de
EU, door met name aandacht te besteden aan de grote diversiteit, de goede
kwaliteit, de tradities die aan de basis liggen van de productie, de
deskundigheid, de strenge productievoorschriften (die ongeëvenaard zijn op
wereldvlak), de milieuvriendelijkheid (als reactie op de uitdagingen op het
gebied van de duurzaamheid en de klimaatverandering) en de gezondheidsnormen; 2 – voorlichting en afzetbevordering ten
behoeve van de Europese kwaliteitslabels (zoals het logo voor BOB‑,
BGA‑ en GTS‑producten en voor biologische producten); 3 – voorlichting en afzetbevordering ten
behoeve van landbouwproducten of families van landbouwproducten. Doel van
de acties is het marktaandeel van de landbouwproducten uit de EU te vergroten
en het "merk Europa" te helpen versterken. De respondenten in het kader van de openbare
raadpleging zijn zo goed als unaniem van mening dat op Europees niveau een
vierde onderdeel moet worden voorgesteld, namelijk de verstrekking van
technische ondersteuning (bijvoorbeeld door marktstudies, lijsten van
importeurs of informatie over de importvoorschriften ter beschikking te stellen[12]), met als doel de
marktdeelnemers te helpen deel te nemen aan gecofinancierde programma's,
doeltreffende campagnes uit te voeren of hun exportactiviteiten te ontwikkelen.
De openbare raadpleging heeft niet alleen
talrijke voorstellen opgeleverd, maar ook evaluaties met het oog op de
invoering van een Europees platform voor uitwisseling over voorlichtings‑
en afzetbevorderingsacties. Dat platform kan bijvoorbeeld worden uitgerust met
een website, een helpdesk, een gemeenschappelijke actiekalender, een catalogus
van goede praktijken, enzovoort. 4.3. De
interventie‑instrumenten herzien, met name voor de meerlandenprogramma's Basis voor de uitvoering van de acties is in
de eerste plaats de verwezenlijking van programma's die worden beheerd door
voorlichtings‑ en afzetbevorderingsdeskundigen met een specifieke
aantoonbare kennis van de doelmarkten. De meerlandenprogramma's maken de uitwisseling
van ervaring mogelijk, brengen schaalvoordelen met zich mee en leveren zonder
enige twijfel een Europese meerwaarde op. Deze programma's worden aangemoedigd
in het huidige beleid, maar toch blijven de resultaten achterwege. Niet meer
dan 8 % van de programma's voor de periode 2006‑2010 ging uit van
meerdere lidstaten en vaak ging het dan nog om gewoon naast elkaar geplaatste
nationale programma's, zonder gedeelde strategieën of acties. Het
"hernationaliseren" van de programma's is contraproductief, zowel wat
het administratieve beheer, als wat de impact betreft. Er moet worden nagedacht
over een andere werkmethode voor de meerlandenprogramma's, wil men de obstakels
wegnemen die momenteel het welslagen van deze programma's in de weg staan,
zoals de meerkosten van de voorbereiding, de gebrekkiger coördinatie tussen de
verschillende actoren als gevolg van, onder meer, cultuur‑ en
taalverschillen, en het feit dat meerdere lidstaten verantwoordelijk zijn voor
de uitvoering. Tot slot: de dienstbezoeken op hoog niveau aan
handelsbeurzen in derde landen – met de commissaris voor landbouw en met
deelname van de Commissie, vergezeld van een handelsdelegatie – geven een
positieve balans te zien en zullen op initiatief van de Commissie worden
voortgezet. De afzet
bevorderen in tijden van crisis Een van de belangrijkste kenmerken van de
crisis is de onvoorspelbaarheid ervan. De voorlichtings‑ en
afzetbevorderingsmaatregelen worden jaarlijks gefinancierd in het kader van de
eerste pijler van het GLB en hierbij wordt uitgegaan van een normale situatie
op de landbouwmarkten. Wanneer als reactie op een crisis aanvullende
afzetbevorderingsmaatregelen worden vastgesteld[13], worden deze gefinancierd met
extra kredieten die in de loop van het betrokken jaar aan de initiële begroting
worden toegevoegd. De beperkingen die verbonden zijn aan het financieel kader
voor de periode 2014‑2020, laten echter veel minder ruimte over voor
dergelijke gevallen van ad‑hocfinanciering. Bijgevolg rijst de vraag in welk beleidskader
EU‑acties voor het opvangen van crisissituaties moeten worden
ondergebracht – onder het toekomstige afzetbevorderingsbeleid of onder de
horizontale maatregelen die zijn voorgesteld voor het GLB 2020. 4.5. Een
vereenvoudigd en geoptimaliseerd beheer De algemene teneur van de standpunten komt
erop neer dat de selectie, de follow‑up en het beheer van de programma's
eenvoudiger, soepeler en operationeler moeten verlopen. Bijgevolg moeten alle
beheersmethoden op de keper worden beschouwd en moet worden geopteerd voor de
doelmatigste, zoals direct beheer door de Commissie dat aan een
uitvoeringsinstantie wordt uitbesteed, of gedeeld beheer met of zonder
nationale enveloppes. Eventueel moeten voor de binnenmarkt andere
beheersmethoden worden opgesteld dan voor de markt van derde landen en moeten ook
de meerlandenprogramma's en de crisisprogramma's elk volgens afzonderlijke
methoden worden beheerd. Bovendien zullen de voorschriften voor de
indiening van de programma's worden herzien en kan worden nagedacht over de
mogelijkheid een programma op basis van een meerjarig kaderprogramma vast te
stellen waarvoor in eerste instantie alleen voor het eerste uitvoeringsjaar
nadere gegevens worden verstrekt en de gedetailleerde inhoud voor de volgende
jaren pas later hoeft te worden ingediend. 4.6. Een
grotere samenhang tussen de in het kader van de afzetbevorderingsregeling
gevoerde voorlichtings‑ en afzetbevorderingsacties en de andere
afzetbevorderende maatregelen in het kader van het GLB
Niet alleen moet de voorlichtings‑ en
afzetbevorderingsacties meer kracht worden bijgezet aan de hand van
kernboodschappen over de kenmerken van de Europese landbouwproducten en
levensmiddelen, maar ook moet worden ingegrepen tegen het gebrek aan samenhang
tussen afzetbevorderingsacties die weliswaar binnen het GLB, maar op grond van
verschillende regelingen worden uitgevoerd. Oplossingen voor dit gebrek aan
samenhang liggen tussen een eenvoudige onderlinge aanpassing van de
verschillende regelingen en de vaststelling van één enkele
afzetbevorderingsregeling, en moeten met name leiden tot een betere evaluatie
van alle afzetbevorderingsmaatregelen. Om ervoor te zorgen dat de generieke campagnes
Europa een optimaal rendement opleveren, de zichtbaarheid van Europa wordt
verbeterd en het Europese imago mee gestalte wordt gegeven, kan worden
overwogen om in alle voorlichtings‑ en afzetbevorderingsprogramma's
bepaalde visuele en inhoudelijke elementen op te nemen die de programma's een
Europese identiteit verlenen. De acties zouden dan allemaal onder één
"paraplu" worden ontwikkeld, bijvoorbeeld het gebruik van een slogan
zoals "De smaken van Europa: kwaliteit gegarandeerd". Omwille van de
doeltreffendheid zou dit "paraplu"‑systeem voor alle
voorlichtings en afzetbevorderingsmaatregelen op de binnenmarkt en op markten
van derde landen kunnen worden gebruikt en verder uitgewerkt. 4.7. Europese
begrotingsmiddelen voor het behalen van de doelstellingen Dit onderwerp wordt ook in het groenboek
aangesneden en heeft tal van reacties over het bedrag losgemaakt. Europa moet
ernaar streven de grootst mogelijke opbrengst uit haar investeringen in
afzetbevorderingsmaatregelen te halen. Tabel 1: Afzetbevorderingsmaatregelen in het
kader van de eerste pijler van het GLB (belangrijkste bedragen): Regeling || Bedrag || Bron GMO wijn || 112 mln € (uitvoering 2011) || Declaraties van de lidstaten 228 mln € (voorziene uitgaven 2013)[14] || Programmering van de lidstaten GMO groenten en fruit || 34 mln € (gemiddelde van de uitvoering 2008‑2009) || Evaluatieverslag[15] Horizontale regeling || 47 mln € (uitvoering 2011); 55,2 mln € (begroting 2012) || Declaraties van de lidstaten In het licht van de ambities en van de
noodzaak het nieuwe afzetbevorderingsbeleid te versterken moet worden nagegaan
of het mogelijk is de verschillende begrotingen en de financiële aspecten op
elkaar af te stemmen, zonder daarbij af te wijken van de Commissievoorstellen
voor het nieuwe financieel kader. 5. Conclusies In deze mededeling wordt, uitgaande van de
resultaten van de openbare raadpleging, een eerste aanzet gegeven tot de
hervorming van het afzetbevorderingsbeleid. De mededeling zal nog worden
aangevuld met een diepgaande effectbeoordeling, met als doel een uitgebreide
gegevensbasis voor de hervorming van het beleid aan te leveren en een Europees
afzetbevorderingsbeleid te ontwikkelen dat met name wat de markten van derde
landen betreft, net zo ambitieus is als dat van andere grote exporteurs op het
wereldtoneel. Met de hervorming van het gemeenschappelijk
landbouwbeleid wordt gestreefd naar betere prestaties op het gebied van
organisatie van de productie, duurzaamheid en kwaliteit van de
landbouwproducten. Het GLB moet worden geflankeerd door een
afzetbevorderingsbeleid dat het potentieel van de agrovoedingssector volledig
kan mobiliseren ten bate van de groei en de werkgelegenheid in de Europese
economie. [1] COM (2011) 436. [2] http://ec.europa.eu/agriculture/eval/reports/promotion/index_en.htm [3] Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad en Verordening
(EG) nr. 501/2008 van de Commissie voor de toepassing daarvan. [4] Dit percentage wordt verhoogd tot 60 % voor
afzetbevorderingsacties betreffende groenten en fruit voor kinderen in Europese
onderwijsinstellingen en betreffende verantwoorde drinkpatronen en de schade die
gepaard gaat met riskant alcoholgebruik. [5] Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad. [6] Verordening (EG) nr. 1698/2005. [7] Bron: Jaarverslag 2010 van de CIAA. [8] Op 31.3.2011 telde de wereld 2,1 miljard
internetgebruikers, wat neerkomt op een stijging met 480 % ten opzichte
van 2000. Bron: internet world stats. [9] http://ec.europa.eu/agriculture/promotion/policy/consultation/summary-report_fr.pdf [10] Cf. voetnoot 2. [11] Speciaal verslag nr. 11/2011. [12] Zie de databank inzake gezondheids‑ en
plantengezondheidsvoorschriften:
http://madb.europa.eu/madb_barriers/indexPubli_sps.htm [13] Verordening (EG) nr. 698/2009 en Verordening (EG) nr. 688/2011. [14] De lidstaten kunnen deze, in hun nationale programma's
opgenomen bedragen aan andere maatregelen toewijzen. De nationale
steunprogramma's voor de wijnsector kunnen twee maal per jaar worden gewijzigd. [15] http://ec.europa.eu/agriculture/eval/reports/promotion/index_en.htm (blz. 23)