52012DC0036

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD OVER DE VERRICHTINGEN ONDER HET EXTERNE EIB-MANDAAT IN 2010 /* COM/2012/036 final */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

OVER DE VERRICHTINGEN ONDER HET EXTERNE EIB-MANDAAT IN 2010

INHOUDSOPGAVE

1........... INLEIDING.................................................................................................................. 2

2........... FINANCIERINGSVERRICHTINGEN......................................................................... 3

2.1........ Overzicht van de EIB-financiering in de onder het besluit vallende gebieden...................... 3

2.2........ Bijdrage aan de EU-beleidsdoelstellingen........................................................................ 6

2.3........ Uitsplitsing naar sector.................................................................................................... 8

2.4........ Effect en meerwaarde van EIB-verrichtingen................................................................. 10

3........... SAMENWERKING MET DE COMMISSIE.............................................................. 11

4........... SAMENWERKING MET INTERNATIONALE FINANCIERINGSINSTELLINGEN 12

1.           INLEIDING

Overeenkomstig Besluit nr. 633/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 (het "besluit" of "mandaat") moet de Commissie jaarlijks verslag uitbrengen over de onder de garantie vallende financieringsverrichtingen van de EIB, op basis van jaarlijkse verslagen van de EIB.

Buiten de EU, in de gebieden die onder het mandaat vallen, verstrekt de Bank leningen en leninggaranties met de dekking van de EU-garantie ("verrichtingen onder mandaat") of voor eigen risico in het kader van artikel 16 van haar statuten ("verrichtingen voor eigen risico"). Het voorliggende verslag geeft een overzicht van de EIB-financieringsverrichtingen onder mandaat in 2010 en van de verrichtingen voor eigen risico. De EIB-verrichtingen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-landen), alsmede in landen en gebieden overzee (LGO), worden echter in een afzonderlijk jaarverslag behandeld.

Het verslag onthult twee belangrijke ontwikkelingen in 2010: de noodzaak van verdere leningen als antwoord op de crisis, en de uitbreiding van de activiteiten in verband met de klimaatverandering.

De wereldwijde crisis heeft de pretoetredingslanden en de oostelijke buurlanden en Rusland het hardst getroffen, met een reële economische krimp in 2009 van respectievelijk 4,5 procent en 8,0 procent. In de pretoetredingslanden bevestigde de EIB haar belangrijke rol door meer dan een half procentpunt aan het totale bbp bij te dragen en door te helpen met het aanpakken van de kredietschaarste in het gebied. Dit heeft ertoe geleid dat de kredietverlening aan het mkb in dit gebied in 2009 verdubbelde. Toen het gebied zich van de crisis had hersteld, werd deze stimuleringsmaatregel volledig ingetrokken. Vandaag staat de kredietverlening aan dit gebied terug op het niveau van vóór de crisis. De economische crisis werd onder meer in samenwerking met andere internationale financiële instellingen (IFI's) aangepakt in het kader van een gezamenlijk actieplan ter ondersteuning van de kredietverlening aan de banksector en de reële economie in Midden- en Oost-Europa. De groei van de kredietverlening aan de particuliere sector is in de pretoetredingslanden en in Azië en Latijns-Amerika (ALA) volledig hersteld, maar ligt in het Middellandse Zeegebied en in de oostelijke buurlanden en Zuid-Afrika nog steeds onder het niveau van vóór de crisis. Vandaar dat er in deze gebieden nog steeds een belangrijke aanvullende anticyclische rol is weggelegd voor de EIB.

De tweede grote trend in 2010 was een aanzienlijke uitbreiding van de activiteiten van de EIB ter bestrijding van de klimaatverandering, voornamelijk met behulp van haar faciliteiten voor eigen risico. In totaal investeerde de EIB 1,6 miljard EUR in duurzame-energieprojecten en vervoerprojecten, waarvan meer dan driekwart in Azië en Latijns-Amerika en in de oostelijke buurlanden, d.w.z. de minder energie-efficiënte gebieden die onder het mandaat vallen. Deze investering, in combinatie met een verhoging van de energie-investeringen in het Middellandse Zeegebied ter ondersteuning van de Europese continuïteit van de energievoorziening, compenseerde volledig de stopzetting van de anticyclische investeringen in 2009.

In dit kader is de samenwerking tussen de Commissie en de EIB in 2010 verder versterkt, met name in de context van de tussentijdse evaluatie van het mandaat, evenals in diverse gecombineerde lening-subsidiemechanismen.

In de loop van 2011 werden op EU-niveau een aantal belangrijke initiatieven gelanceerd, met name om in te spelen op de Arabische lente, zoals het optrekken van de EIB-kredietverleningscapaciteit met de EU-garantie voor het Middellandse Zeegebied, het Deauville-partnerschap van de G8 en de oprichting van een EU Task Force voor het zuidelijke Middellandse Zeegebied. In het verslag van volgend jaar zal een overzicht worden gegeven van de EIB-bijdrage aan deze initiatieven.

Nadere informatie en statistische tabellen over de bovenbedoelde activiteiten, onder meer op project-, sector-, land- en regionaal niveau, is te vinden in het bijgaande werkdocument van de diensten van de Commissie (hierna het “WDC" genoemd)[1]. Tenzij anders vermeld, worden bij de in dit verslag voorkomende verwijzingen naar tabellen de tabellen in het WDC bedoeld.

Na de tussentijdse evaluatie van het externe mandaat van de EIB, diende de Commissie in april 2010 bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel voor een nieuw besluit in, dat op 25 oktober 2011 werd aangenomen (Besluit nr. 1080/2011/EU tot verlening van een EU-garantie voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen en leninggaranties voor projecten buiten de Unie[2]). Bij het nieuwe besluit, dat betrekking heeft op financieringsverrichtingen van 1 februari 2007 tot 31 december 2013, wordt Besluit nr. 633/2009/EG ingetrokken. Met dit nieuwe besluit worden aanvullende rapportageverplichtingen ingevoerd die van toepassing zullen zijn op financieringsverrichtingen van de EIB die vanaf 2012 worden ondertekend.

2.           FINANCIERINGSVERRICHTINGEN

2.1.        Overzicht van de EIB-financiering in de onder het besluit vallende gebieden

– Het totale financieringsvolume van de EIB in de gebieden buiten de EU – met inbegrip van zowel verrichtingen onder mandaat als EIB-verrichtingen voor eigen risico – bleef stabiel op ongeveer 8,8 miljard EUR in 2009 en 2010. Dit was ongeveer 40% hoger dan in de jaren vóór de crisis (respectievelijk 6,5 miljard EUR en 6,1 miljard EUR in 2007 en 2008). Het totale volume voor de gebieden die onder het externe mandaat van de EIB vallen – deze gebieden omvatten niet de ACS/LGO- en EVA-landen – bedroeg 7,8 miljard EUR in 2010 en 2009, vergeleken met 5,6 miljard EUR in 2008. Wat 2009 betreft, werd de toename van 1,2 miljard EUR (+67%) in het kader van EIB-faciliteiten voor eigen risico tenietgedaan door een overeenkomstige afname van het volume van de kredietverlening onder het mandaat. Het aantal projecten dat onder het mandaat werd gefinancierd, daalde van 55 in 2009 tot 46 in 2010.

– Eind 2010 stond het totale bedrag dat onder het mandaat werd ondertekend op 16,8 miljard EUR, of 65% van het totale maximum uit hoofde van besluit nr. 633/2009/EG (25,8 miljard EUR). Het Europees Parlement en de Raad hebben besloten om nog eens 2 miljard EUR vrij te maken voor een horizontaal klimaatmandaat en om de regionale maxima uit hoofde van het nieuwe besluit op te trekken teneinde de EIB-kredietverlening tijdens de laatste jaren van het mandaat niet te beperken, met name in landen van het Middellandse Zeegebied en in pretoetredingslanden. Als gevolg hiervan zal het totale maximum van het mandaat uit hoofde van het nieuwe besluit 29,5 miljard EUR bedragen. Het bedrag dat door de EIB tot het einde van 2010 werd ondertekend, vertegenwoordigt 57% van het nieuwe totale maximum.

– De volgende tabel geeft een overzicht van het volume van de EIB-financiering uit eigen middelen in 2009 en 2010 in de gebieden die onder het externe mandaat vallen.

Tabel 1: EIB-financiering in 2009 en 2010 (in het kader van het mandaat 2007-2013) (in miljoenen EUR)

Begunstigde landen || Verrichtingen onder mandaat || EIB-verrichtingen voor eigen risico(1) || Totaal

(in miljoenen EUR) || Allesomvattende garantie || Garantie tegen politieke risico's || Totaal

|| 2009 || 2010 || 2009 || 2010 || 2009 || 2010 || 2009 || 2010 || 2009 || 2010

Pretoetreding || 2,615 || 1,460 || 250 || 75 || 2,865 || 1,535 || 1,475 || 1,796 || 4,340 || 3,331

Middellandse Zeegebied || 1,088 || 1,663 || 422 || 346 || 1,510 || 2,009 || 56 || 516 || 1,566 || 2,525

Oost-Europa, zuidelijke Kaukasus en Rusland || 0 || 325 || 233 || 305 || 233 || 631 || 0 || 0 || 233 || 631

Azië en Latijns-Amerika || 730 || 223 || 417 || 420 || 1,147 || 643 || 141 || 579 || 1,288 || 1,222

Zuid-Afrika || 240 || 0 || 40 || 50 || 280 || 50 || 0 || 0 || 280 || 50

Totaal || 4,673 || 3,671 || 1,362 || 1,196 || 6,035 || 4,867 || 1,672 || 2,891 || 7,706 || 7,758

(1) EIB-verrichtingen voor eigen risico in het kader van de volgende faciliteiten:

- pretoetredingsfaciliteit: financiële enveloppe van 19,5 miljard EUR voor de periode 1998-2010, waarvan 6,2 miljard EUR voor de periode 2007-2010. Een verhoging van 5,7 miljard EUR is goedgekeurd voor de periode 2011-2013;

- mediterrane partnerschapsfaciliteit II: 2 miljard EUR voor de periode 2007-2013;

- faciliteit voor duurzame energie en continuïteit van de energievoorziening: 4,5 miljard EUR voor de periode 2007-2013;

- EVA-faciliteit: 3,3 miljard EUR tot 2013;

- faciliteit voor de oostelijke partners van 1,5 miljard EUR goedgekeurd in december 2009 tot 2013.

In 2010 werd 75% van de in het kader van het mandaat ondertekende leningen gedekt door een allesomvattende garantie, die wordt gebruikt voor soevereine en subsoevereine leningsoperaties, terwijl 25% een garantie tegen politieke risico's voor leningen aan de particuliere sector genoot. Het gecombineerde volume van de onder deze twee garanties ondertekende kredieten vertegenwoordigt 63% van de totale financiering in 2010 in gebieden die onder het besluit vallen, terwijl de overige 37% overeenkomt met 2,9 miljard EUR aan EIB-leningen voor eigen risico zonder gebruikmaking van de EU-garantie.

In de pretoetredingslanden was de trend in het kader van het mandaat een terugkeer in 2010 naar de niveaus van vóór de crisis, na de uitzonderlijk hoge kredietverlening in 2009 in het kader van de steun van de EIB aan investeringen (met name door het mkb) in het gebied als antwoord op de crisis. De kredietverlening onder de pretoetredingsfaciliteit steeg daarentegen met 22% tot 1,8 miljard EUR en overtrof de kredietverlening onder het mandaat (1,5 miljard EUR) in 2010. Gezien de beperkte middelen onder het mandaat en de nog steeds aanzienlijke behoeften in de pretoetredingslanden, stemde de Raad van Gouverneurs van de EIB er begin 2011 mee in om het leenplafond van de pretoetredingsfaciliteit met 5,7 miljard EUR te verhogen tot 2013.

In 2010 nam de financieringsactiviteit van de EIB in de zuidelijke en oostelijke buurlanden aanzienlijk toe. In het Middellandse Zeegebied bereikte de totale kredietverlening uit eigen middelen van de EIB (onder het mandaat met de EU-garantie en in het kader van de mediterrane partnerschapsfaciliteit II voor eigen risico) een recordniveau van 2,5 miljard EUR. In de oostelijke buurlanden en Rusland is de kredietverlening sinds 2009 meer dan verdubbeld tot 631 miljoen EUR.

In Azië en Latijns-Amerika zijn de leningen onder het mandaat afgenomen. Deze afname werd echter bijna volledig gecompenseerd door de toename van de kredietverlening aan het gebied in het kader van de faciliteit voor duurzame energie en continuïteit van de energievoorziening. De totale financiering onder het mandaat en de faciliteit voor eigen risico bedroeg 1,2 miljard EUR in de landen van Azië en Latijns-Amerika.

In Zuid-Afrika werd na het hoge niveau van ondertekende kredieten in 2009 (280 miljoen EUR) in 2010 één nieuwe lening van 50 miljoen EUR ondertekend.

2.2.        Bijdrage aan de EU-beleidsdoelstellingen

Het doel van de EIB-verrichtingen in het kader van het besluit is de ondersteuning van relevante externe beleidsdoelstellingen van de Unie. In het besluit wordt een aantal specifieke beleidsdoelstellingen genoemd waarvan de verwezenlijking dient te worden ondersteund met externe verrichtingen van de EIB. In de onderstaande tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de voornaamste doelstellingen die met de EIB-financieringsverrichtingen in de onder het besluit vallende gebieden worden nagestreefd.

Tabel 2: Overzicht van de voornaamste doelstellingen van de EIB-financieringsverrichtingen in het kader van het besluit

Voornaamste met het besluit beoogde doelstellingen || PT || MED || OOST || ALA || ZA

Energie – continuïteit van de energievoorziening || X || X || X || X || X

Milieubescherming || X || X || X || X || X

Ontwikkeling van de particuliere sector en het mkb || X || X || X || || X

Ontwikkeling van de infrastructuur door onder meer de uitbreiding van TEN's || X || X || X || || X

Pretoetredingssteun || X || || || ||

Ondersteuning van EU-aanwezigheid || || || || X ||

Opgemerkt moet worden dat het nieuwe besluit de kredietverleningsdoelstellingen in alle gebieden zal stroomlijnen.

De ondersteuning van de continuïteit van de energievoorziening van de lidstaten en de bescherming van het milieu zijn gemeenschappelijke doelstellingen in de gebieden die onder het besluit vallen. De volgende tabel geeft een overzicht van het volume van de leningen die de EIB in 2009-2010 ter ondersteuning van deze doelstellingen ondertekende.

Tabel 3: EIB-verrichtingen in 2009 en 2010 ter ondersteuning van de continuïteit van de energievoorziening en de bescherming van het milieu (in miljoenen EUR)

|| 2009 || 2010

- onder het mandaat || ||

|| ||

Continuïteit van de energievoorziening van de lidstaten || 25 || 20

|| ||

Bescherming van het milieu || 1,032 || 742

- Aanpakken van klimaatverandering || 518 || 390

- Water en afvalwater || 351 || 337

- Beheer van natuurlijke hulpbronnen || 161 || 0

- Verminderen van industriële vervuiling || 3 || 16

|| ||

Totstandkoming van duurzame gemeenschappen (ter indicatie) || 443 || 572

- Duurzaam vervoer || 386 || 442

- Stadsvernieuwing || 48 || 0

- Gezondheidszorg || 0 || 130

|| ||

- in het kader van de EIB-faciliteiten voor eigen risico || ||

|| ||

Continuïteit van de energievoorziening van de lidstaten || 0 || 500

Bescherming van het milieu || 196 || 1,014

Duurzame gemeenschappen || 0 || 27

|| ||

Totaal (mandaat + faciliteiten) in de gebieden die onder het besluit vallen

|| ||

Continuïteit van de energievoorziening van de lidstaten || 25 || 520

Bescherming van het milieu || 1,228 || 1,756

Duurzame gemeenschappen || 433 || 599

|| ||

De afgelopen jaren heeft de EIB haar financiering van investeringen op het gebied van klimaatactie versterkt, alsook haar bredere inzet verhoogd voor de EU-doelstelling van koolstofarme en klimaatbestendige groei binnen en buiten de Unie, met name in de follow-up van de top van Kopenhagen in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCC). In 2010 had de EIB zich als doel gesteld om 20% van haar totale kredietverlening te gebruiken voor investeringen op het gebied van klimaatactie. Het is de bedoeling dat dit percentage de komende jaren geleidelijk wordt opgetrokken.

Voortbouwend op de ervaring die de EIB heeft opgedaan en de expertise die ze heeft opgebouwd via investeringen binnen de EU, heeft de EIB haar klimaatgerelateerde activiteiten in de onder het mandaat vallende gebieden snel uitgebreid. De EIB is ook een actieve speler in de verwezenlijking van de specifieke klimaatdoelstellingen die eind 2010 in alle Europese regionale investeringsfaciliteiten werden vastgesteld. De EIB is dus goed in staat om de capaciteitsopbouw en de ontwikkeling en verspreiding van kennis en klimaatvriendelijke technologieën naar ontwikkelingslanden te bevorderen.

Het WDC bevat meer gedetailleerde informatie over de mate waarin de EIB bijdraagt aan de verwezenlijking van de EU-beleidsdoelstellingen die met het besluit worden beoogd.

De in 2010 uitgevoerde tussentijdse evaluatie van het EIB-mandaat toonde aan dat, hoewel de EIB-verrichtingen over het algemeen spoorden met het externe beleid van de EU, het verband tussen de EU-beleidsdoelstellingen en de operationele uitvoering ervan door de EIB moet worden versterkt en meer expliciet en gestructureerd moet worden gemaakt. Dit wordt weerspiegeld in het nieuwe besluit dat voorziet in de opstelling van regionale technische operationele richtsnoeren door de Commissie en de EIB om het verband tussen de uitvoering van de EIB-activiteiten, de algemene doelstellingen op hoog niveau die in het kader van het mandaat zijn vastgesteld en de regionale strategieën en prioriteiten van de EU te versterken.

2.3.        Uitsplitsing naar sector

In de onderstaande tabel 4 wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop de EIB-verrichtingen uit hoofde van het besluit in 2010 over de diverse gebieden en sectoren waren verdeeld.

Tabel 4: Kredieten (in miljoenen EUR) die in 2010 onder het mandaat werden ondertekend, uitgesplitst naar sector

Regio || Alg. totaal || Energie || Vervoer || Diensten en industrie || Water, riolering || Kredietlijnen voor het mkb || Gezond-heids- en onderwijs-infrastructuur

Pretoetredings-landen (PT) || 1,535 || 40 || 3% || 375 || 24% || 650 || 42% || 167 || 11% || 253 || 16% || 50 || 3%

Middellandse Zeelanden (MED) || 2,009 || 939 || 47% || 539 || 27% || 346 || 17% || 55 || 3% || || || 130 || 6%

Oostelijke buurlanden en Rusland (OOST) || 631 || 350 || 56% || 85 || 13% || 75 || 12% || 66 || 10% || 55 || 9% || ||

Azië en Latijns-Amerika (ALA) || 643 || 290 || 45% || 223 || 35% || 130 || 20% || || || || || ||

Zuid-Afrika (ZA) || 50 || || || || || || || 50 || 100% || || || ||

Totaal || 4,868 || 1,619 || 33% || 1,222 || 25% || 1,201 || 25% || 338 || 7% || 308 || 6% || 180 || 4%

De energiesector was de grootste begunstigde met 1,6 miljard EUR financiering onder het mandaat in 2010. De financiering van investeringen in energie-efficiëntie (330 miljoen EUR) en de financiering van investeringen in hernieuwbare energie (100 miljoen EUR) vertegenwoordigden samen 27% van de energieleningen die in het kader van het mandaat werden verstrekt. Wat hernieuwbare energie betreft, worden de twee gefinancierde waterkrachtprojecten in Georgië beschouwd als hoekstenen van de strategie van de Georgische energiesector, die erop gericht is om van het land een netto-exporteur van hydro-energie in het gebied te maken.

De vervoersector - waaronder spoorwegen, wegen, havens en stedelijke infrastructuur vallen - was goed voor 25% van de totale kredieten die onder het mandaat werden verstrekt. Binnen deze sector hield ongeveer 44% van de verstrekte kredieten verband met de EIB-bijdragen voor de financiering van drie grote infrastructuurprojecten te land en ter zee in Marokko en Tunesië, terwijl 19% bestemd was voor drie projecten in Servië voor de ontwikkeling van vervoersassen naar TEN's.

De dienstensector was goed voor ongeveer 13% van de totale kredietverlening onder het mandaat, met bijdragen via drie investeringsprogramma's voor de versterking van de kenniseconomie en de onderzoeks- en innovatiecapaciteit in Servië en Turkije. De industriële sector ontving bijna 10% van alle verstrekte kredieten, met twee gefinancierde projecten in Egypte en Brazilië die zullen resulteren in een schonere productie en minder industriële vervuiling. De kredietverlening aan de landbouwsector bestond uit een lening van 75 miljoen EUR (ongeveer 1,5%) aan de Republiek Moldavië om te helpen met de aanpak van structurele zwakheden in de Moldavische wijnsector (waarin vooral kleine en middelgrote ondernemingen actief zijn), van de wijngaard tot de uiteindelijke verpakking en verzending.

De financiering voor water- en rioleringsinfrastructuur bedroeg 337 miljoen EUR (7% van de totale kredietverlening) en ging naar negen projecten in alle gebieden die onder het mandaat vallen, behalve Azië en Latijns-Amerika. Overeenkomstig de Millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties draagt de EIB bij aan de verbetering van de duurzame toegang tot veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen. Deze projecten gaan doorgaans gepaard met sterke positieve milieu- en gezondheidseffecten en een algemeen voordeel voor de levenskwaliteit van de betrokken bewoners. Voor een grotere concessionaliteit of ondersteuning bij de uitvoering van projecten, krijgen 7 van de 9 gefinancierde projecten naast de EIB-financiering ook technische bijstand of andere subsidies.

De via intermediairs verstrekte kredietlijnen voor het mkb waren goed voor 308 miljoen EUR van de financiering onder het mandaat (6% van de totale kredietverlening). In het kader van de pretoetredingsfaciliteit werd via kredietlijnen voor het mkb een grotere financiering verstrekt, ten bedrage 980 miljoen EUR. Deze steun wordt verstrekt via een aantal openbare en particuliere financiële instellingen die het geld aan diverse sectoren doorlenen. Een deel van deze financiering wordt verstrekt in het kader van het gezamenlijk IFI-actieplan ter ondersteuning van de banksystemen en de kredietverlening aan de reële economie in Midden- en Oost-Europa (inclusief de westelijke Balkan en Turkije). Bovendien werden in het kader van het Oostelijke Partnerschapsinitiatief voor het mkb twee leningen (ten bedrage van 55 miljoen EUR) verstrekt in Georgië en Moldavië.

Vier procent van de totale kredietverlening ging naar twee projecten voor gezondheids- en onderwijsinfrastructuur. In Servië werd 50 miljoen EUR geleend voor investeringen die systemische problemen in het lager en middelbaar onderwijs aanpakken. In Syrië werd in 2010 een tweede lening ondertekend voor een investeringsprogramma dat het land in staat moet stellen om beter in de onderliggende medische behoeften van zijn bevolking te voorzien, onder meer door de veranderende demografische en epidemiologische uitdagingen aan te pakken.

2.4.        Effect en meerwaarde van EIB-verrichtingen

De EIB beoordeelt de meerwaarde van haar activiteiten aan de hand van een kader dat gestructureerd is op basis van drie pijlers:

Pijler 1 - de samenhang met, en de bijdrage aan de verwezenlijking van, de beleidsdoelstellingen van de EU;

Pijler 2 - de kwaliteit en degelijkheid van het project;

Pijler 3 - de financiële en niet-financiële bijdrage van de EIB aan het project.

Het op de verrichtingen in de pretoetredingslanden toegepaste kader voor het beoordelen van de meerwaarde is identiek aan het kader dat voor financieringsverrichtingen binnen de EU wordt gehanteerd. In alle andere gebieden die onder het besluit vallen, past de EIB het zogenaamde economische en sociale effectbeoordelingskader toe, dat de verschillende behoeften en kenmerken alsook de respectieve kredietverleningsdoelstellingen van elk van de geografische gebieden weerspiegelt.

De beoordeling wordt door de EIB vooraf uitgevoerd op basis van feiten en gegevens die tijdens de projectbeoordelingsfase zijn verzameld. Het kader is zodanig ontworpen dat het gedurende de gehele looptijd van het project waardevolle informatie en referentiegegevens kan verschaffen, met name ten behoeve van de projectbewaking en de evaluatie achteraf.

Tabel 5a: Beoordeling van de meerwaarde van de in 2010 goedgekeurde verrichtingen in pretoetredingslanden (maximumscore = 200)

Effect-beoordeling || Pijler 1 || Pijler 2 || Pijler 3 || Gemiddelde score || Goed-gekeurde verrichtingen

Mandaat met EU-garantie || 139 || 128 || 151 || 139 || 10

Pretoetredings­faciliteit || 129 || 139 || 150 || 139 || 14

Tabel 5b: Beoordeling van de meerwaarde van de in 2010 goedgekeurde verrichtingen in het Middellandse Zeegebied, de oostelijke buurlanden en Rusland, Azië en Latijns-Amerika, en Zuid-Afrika

Effect-beoordeling || Pijler 1 || Pijler 2 – Investerings-leningen || Pijler 2 – Leningen via intermediairs (mkb) || Pijler 3

Hoog || 29 (76%) || 11 (35%) || 1 (14%) || 25 (66%)

Gemiddeld || 9 (24%) || 19 (61%) || 6 (86%) || 11 (29%)

Matig || 0 || 1 (3%) || 0 || 0

Laag || 0 || 0 || 0 || 0

Totaal || 38 (100%) || 31 (100%) || 7 (100%) || 38 (100%)

In de pretoetredingslanden kunnen kleine verschillen tussen verrichtingen onder EU-garantie en voor eigen risico worden waargenomen voor de pijler 1 en 2. Deze verschillen weerspiegelen deels het feit dat het mandaat vooral gericht is op projecten met relatief hogere risico's, waarbij de EU-garantie de hoogste meerwaarde biedt.

In de andere gebieden die onder het mandaat vallen, kregen negen verrichtingen hoge algemene beoordelingen in elk van de drie pijlers. Acht daarvan vertegenwoordigen investeringen die bijdragen aan de bescherming van het milieu (hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, vermindering van de industriële verontreiniging, watervoorziening en duurzaam vervoer), en één verrichting betreft een regionaal mezzaninefonds (fonds voor tussentijdse financiering) voor risicokapitaal van de Europees-mediterrane investerings- en partnerschapsfaciliteit.

3.           SAMENWERKING MET DE COMMISSIE

De Commissie en de EIB hebben intensief samengewerkt in het kader van de tussentijdse evaluatie van het externe mandaat van de EIB. Het door een stuurgroep van wijzen opgestelde verslag en de door een externe consultant uitgevoerde evaluatie vormden de basis voor het voorstel van de Commissie dat in april 2010 bij het Europees Parlement en de Raad werd ingediend. De gewone wetgevingsprocedure voor de wijziging van het besluit werd in oktober 2011 afgerond. Het nieuwe besluit roept op tot nog meer samenwerking en synergie tussen de Commissie en de EIB, evenals de onlangs opgerichte Europese Dienst voor extern optreden (EDEO).

In de context van het meerjarig financieel kader voor de periode na 2013, zijn de Commissie en de EIB zich beginnen te beraden over nieuwe financiële instrumenten ter ondersteuning van het externe beleid van de EU. De aanzienlijke toename van het gebruik van innovatieve financiële instrumenten moet het mogelijk maken een groter deel van de EU-subsidies te combineren met leningen of te gebruiken in eigenvermogens- of risicodelingsinstrumenten, om zo extra financiering te mobiliseren, met name van investeerders uit de particuliere sector, ter dekking van de investeringsbehoeften van onze partnerlanden. Het gebruik van innovatieve financiële instrumenten in het externe beleid moet worden ondersteund door een "EU-platform voor samenwerking en ontwikkeling" om de effectiviteit en efficiëntie van de externe EU-financiering te verbeteren.

De financiering van investeringen op het gebied van klimaatactie was goed voor bijna 30% van het totale financieringsvolume van de EIB in 2010. Tijdens de zestiende Conferentie van de partijen van het VN-Raamverdrag inzake klimaatverandering in Cancun, werkte de EIB door middel van verschillende evenementen aan de verdere ontwikkeling van partnerschappen op het gebied van klimaatactie. Zo had een gezamenlijke Commissie-EIB-conferentie plaats over de beperking van, en de aanpassing aan, de klimaatverandering in ACS- en LGO-eilandstaten, werd een presentatie gegeven over de laatste ontwikkelingen van het door de EIB beheerde Wereldfonds voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie en werd een rondetafelgesprek gehouden over de klimaatbeschermingsmaatregelen en prestatienormen van multilaterale ontwikkelingsbanken.

Met het oog op het verbeteren van de bijdrage van de EIB aan de doelstellingen van de EU op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, werd een aantal seminars over mensenrechten georganiseerd met het oog op het uitwisselen van beste praktijken en het faciliteren van de dialoog tussen de belanghebbenden, met name in de maatschappelijke, bedrijfs- en intergouvernementele organisaties. Het seminar vond in juni 2010 plaats in Londen en werd bijgewoond door meer dan 80 vertegenwoordigers die verantwoordelijk zijn voor mensenrechten. Het werd gevolgd door een tweede seminar in Johannesburg in juli 2010 met nog eens 40 belanghebbenden, voornamelijk uit Afrikaanse landen. Tot slot vond in oktober 2010 in Brussel een rondetafelgesprek plaats tussen vertegenwoordigers van de EIB en de Europese Commissie.

De EIB is doorgegaan met het verstrekken van gedetailleerde verslagen over haar financieringsverrichtingen die volgens de OESO/DAC-richtlijnen mogelijk als officiële ontwikkelingshulp in aanmerking komen. Over de interpretatie van de toepassing van deze richtlijnen op de EIB-financiering onder de EU-garantie zijn momenteel intensieve besprekingen aan de gang tussen de OESO en de Europese Commissie.

4.           SAMENWERKING MET INTERNATIONALE FINANCIERINGSINSTELLINGEN

In 2010 vertegenwoordigde de medefinanciering met andere internationale financiële instellingen (IFI's) of Europese bilaterale instellingen 43% van het totale financieringsvolume van de EIB buiten de EU (inclusief ACS). Het onder het mandaat medegefinancierde volume vertegenwoordigde 64% van de totale ondertekende kredieten (inclusief het vanuit de EU-begroting gefinancierde risicokapitaal van de Europees-mediterrane investerings- en partnerschapsfaciliteit). Dit deel van de medegefinancierde verrichtingen is sinds het begin van het mandaat gestaag toegenomen – van 42% in 2007, tot 55% in 2008 en 60% in 2009. Het WDC bevat de lijst van de medegefinancierde verrichtingen die in 2010 werden ondertekend in de gebieden die onder het externe mandaat vallen.

In de tussentijdse evaluatie van het externe mandaat werd de samenwerking van de EIB met andere internationale financiële instellingen positief beoordeeld, en werd erkend dat de medefinanciering is toegenomen en dat er meer inspanningen worden geleverd om waar nodig te zorgen voor consistente project- en sectorvoorwaarden onder de IFI's. De EIB werd aangemoedigd om de gezamenlijke medefinanciering voort te zetten met een groter wederzijds vertrouwen wanneer dat zinvol is in het belang van de begunstigden van het project en wanneer het de door de IFI's verleende financieringssteun doeltreffender maakt.

De EIB is een actieve speler in de regionale gecombineerde faciliteiten die de Commissie de afgelopen jaren heeft opgezet samen met de EIB, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) en andere Europese bilaterale financiële instellingen (bijvoorbeeld de investeringsfaciliteit voor het Europees nabuurschapsbeleid, de investeringsfaciliteit voor Centraal-Azië, het investeringskader voor de westelijke Balkan en het Infrastructuurtrustfonds EU-Afrika). De EIB zal zich beraden over haar deelname aan andere faciliteiten in andere gebieden (zoals de Latijns-Amerikaanse investeringsfaciliteit).

Een nieuw memorandum van overeenstemming tussen de Commissie, de EIB-groep en de EBWO werd in 2010 opgesteld en in maart 2011 ondertekend. Het nieuwe memorandum van overeenstemming vervangt en bundelt eerdere afspraken met betrekking tot Oost-Europa, de zuidelijke Kaukasus, Rusland en Centraal-Azië (in december 2006) en Turkije (in januari 2009). Het memorandum van overeenstemming zal een betere strategische en operationele samenwerking mogelijk maken. Het nieuwe tripartiete memorandum van overeenstemming over de samenwerking buiten de EU moet worden herzien zodra de EBWO operationeel wordt in het Middellandse Zeegebied.

De EIB zette in 2010 haar nauwe samenwerking met andere internationale financiële instellingen en Europese bilaterale instellingen voort. Zo versterkte ze haar katalyserende rol ter ondersteuning van de EU-beleidsdoelstellingen en -standaarden, ook binnen de Long Term Investors Club en de Club of Institutions of the EU specialising in Long-Term Credit.

In april 2010 ontving de EIB in Luxemburg de halfjaarlijkse bijeenkomst van de hoofden van de multilaterale ontwikkelingsbanken. Op die bijeenkomst werd de coördinatie van het antwoord van deze instellingen op de klimaatverandering besproken, evenals manieren om de coördinatie en efficiëntie te verbeteren, in het bijzonder als reactie op de economische crisis.

De samenwerking met het AFD en de KfW werd versterkt en geformaliseerd in de ondertekening van de Tripartiete Overeenkomst inzake Wederzijds Vertrouwen in februari 2010. In dit kader streven de drie instellingen ernaar om hun collectieve effectiviteit en efficiëntie te verbeteren door de procedures en normen die door elke instelling op medegefinancierde projecten worden toegepast, wederzijds te erkennen en te vertrouwen. Eind 2010 waren proefprojecten geselecteerd voor de zuidelijke buurlanden en het ACS-gebied.

Het gezamenlijke IFI-actieplan ter ondersteuning van de banksystemen en de kredietverlening aan de reële economie in Midden- en Oost-Europa, dat in februari 2009 door de EIB-Groep, de Wereldbankgroep en de EBWO werd ondertekend als reactie op de wereldwijde financiële crisis, werd in 2010 met succes voltooid en verstrekte meer dan 33 miljard EUR steun aan banken en economieën in het gebied. Het ongekende niveau van samenwerking was van groot belang om ervoor te zorgen dat de belangrijkste westerse banken hun engagement in het gebied zouden handhaven op een moment dat de internationale markten tot stilstand kwamen en de particuliere financiering opdroogde. In een definitief rapport dat op 11 maart 2011 werd uitgebracht, werd geconcludeerd dat de doelstellingen van het gezamenlijk IFI-actieplan waren bereikt. Globaal genomen heeft het gezamenlijke IFI-actieplan een systemische bankencrisis en een zware kredietcrisis helpen afwenden, en heeft het in vele landen geholpen om het kredietherstel weer aan te zwengelen.

[1]               SEC(20--) [….].

[2]               PB L 280 van 27.10.2010, blz. 1.