18.12.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 391/110


Advies van het Comité van de Regio's — De rol van Europa in de wereld: een nieuwe aanpak voor de financiering van het externe optreden van de EU

2012/C 391/11

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

verwelkomt het totale pakket "De rol van Europa in de wereld", dat ertoe kan bijdragen dat een holistische visie en een samenhangend ontwikkelingsbeleid in grotere mate worden gewaarborgd dan tot nu toe het geval is geweest. Het Comité is het ermee eens dat meer financiële middelen beschikbaar moeten worden gesteld voor de "externe relaties", omdat de EU hier een duidelijke toegevoegde waarde heeft;

stelt vast dat een geactualiseerd kader voor steunverlening door de EU en een vereenvoudiging van de regelgeving t.a.v. de instrumenten voor planning en implementatie worden toegejuicht door de lokale en regionale overheden, in het bijzonder de overheden die ondanks hun geringe administratieve middelen toch willen bijdragen aan ontwikkelingssamenwerking;

wil met dit advies aandacht schenken aan de rol van de lokale en regionale overheden als spelers op het gebied van de EU-ontwikkelingssamenwerking, alsmede aan de rol die deze spelers vervullen in het kader van de maatregelen van de afzonderlijke lidstaten ter decentralisering en versterking van de democratie, en aan hun rol in de rechtstreekse grensoverschrijdende samenwerking tussen actoren op subnationaal niveau;

is van mening dat het voorstel van de Commissie voor de financiering van "Europa in de wereld" adequate voorwaarden dient te bevatten voor het versterken van de participatie van en de samenwerking met de lokale en regionale overheden, zoals een afzwakking van de eis betreffende cofinanciering of zelfs een geheel afzien hiervan. Decentralisatie is een wenselijke ontwikkeling, waardoor de rol van lokale en regionale overheden wordt versterkt, en dat wereldwijd;

wijst erop dat vertrouwen in het politieke systeem en zijn vertegenwoordigers een voorwaarde is voor het creëren van een eigen lokale inbreng en het stimuleren van democratie op lokaal niveau. Een gedecentraliseerde structuur zorgt voor meer legitieme en effectieve instellingen en is de meest aangewezen manier om bestuurders en burgers nader tot elkaar te brengen. Als besluitvormingsprocessen worden gekenmerkt door openheid en respect voor het subsidiariteitsbeginsel, dan vinden democratische beginselen gemakkelijker ingang bij de burgers, wat de weg effent voor een pluralistische en tolerante samenleving.

Rapporteur:

Lotta HÅKANSSON HARJU (SE/PSE)

Referentiedocumenten

Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad over "De rol van Europa in de wereld: een nieuwe aanpak voor de financiering van het externe optreden van de EU" – COM(2011) 865 final

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften en procedures voor de tenuitvoerlegging van de instrumenten voor extern optreden van de Unie – COM(2011) 842 final

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Opstelling van het meerjarig financieel kader betreffende de financiering van de EU-samenwerking met de landen van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan en de landen en gebieden overzee voor de periode 2014-2020 (Elfde Europees Ontwikkelingsfonds) – COM(2011) 837 final

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) – COM(2011) 838 final

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees nabuurschapsinstrument – COM(2011) 839 final

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking – COM(2011) 840 final

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen – COM(2011) 843 final

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld – COM(2011) 844 final

I.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Algemene opmerkingen

1.

verwelkomt een nieuwe generatie financieringsinstrumenten voor ontwikkelingsbeleid, die bedoeld zijn ter vereenvoudiging van de politieke dialoog en de implementatie van maatregelen, zulks in lijn met het integrale beleid "Een agenda voor verandering" (1) en binnen het kader van de voorgestelde financiële vooruitzichten. Het voorstel van de Europese Commissie om het budget te verhogen tot 70 miljard (een kleine 7 % van de totale EU-begroting) wordt met instemming begroet.

2.

Het Comité verwelkomt het totale pakket "De rol van Europa in de wereld" (2). Dit pakket kan ertoe bijdragen dat een holistische visie en een samenhangend ontwikkelingsbeleid in grotere mate worden gewaarborgd dan tot nu toe het geval was. Het Comité is het ermee eens dat meer financiële middelen beschikbaar moeten worden gesteld voor de "externe relaties", omdat de EU hier als een collectieve speler een duidelijke toegevoegde waarde heeft, en het Comité betreurt het dan ook dat het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) buiten de financiële vooruitzichten van de EU valt. De ruim 34 miljard euro die via het EOF worden doorgesluisd, worden niet opgevoerd als begrotingspost. Niettemin zullen voor het EOF dezelfde eisen op het gebied van transparantie, efficiency en verslaglegging moeten gelden als voor de andere financieringsinstrumenten in het pakket "De rol van Europa in de wereld".

3.

Een geactualiseerd kader voor de steunverlening door de EU en een vereenvoudiging van de regelgeving t.a.v. de instrumenten voor planning en implementatie wordt door de lokale en regionale overheden toegejuicht, in het bijzonder door de overheden die ondanks hun geringe administratieve middelen toch willen bijdragen aan ontwikkelingssamenwerking. Gedurende de huidige programmaperiode is de roep om vereenvoudiging en verduidelijking van de instrumenten sterker geworden en het CvdR waardeert het dat er gehoor is gegeven aan de resultaten van het overleg met de Commissie.

4.

Het Comité stelt vast dat vereenvoudiging van de regelgeving, verlaging van de kosten voor deelname en versnelling van de procedures voor het toekennen van contracten en ondersteuning allemaal langverwachte verbeteringen zijn. Grotere flexibiliteit en een snellere aanpassing en herziening indien de omstandigheden dit vereisen, zouden ook de weg moeten banen voor effectievere maatregelen.

5.

Met dit advies wil het Comité aandacht schenken aan de rol van de lokale en regionale overheden als spelers op het gebied van de EU-ontwikkelingssamenwerking, alsmede aan de rol die deze spelers vervullen in het kader van de maatregelen van de afzonderlijke lidstaten ter decentralisering en versterking van de democratie en aan hun rol in de rechtstreekse grensoverschrijdende samenwerking tussen actoren op subnationaal niveau. Het wijst er in dat verband op dat rekening moet worden gehouden met het specifieke geval van ultraperifere regio's. Deze vormen vanwege hun geostrategische situatie de buitengrenzen van de EU en fungeren als venster op de wereld, en kunnen het Europees ontwikkelingsbeleid doeltreffender maken, zoals beschreven in de adviezen CDR 408/2010 en CDR 364/2011.

6.

Urbanisatie heeft ertoe geleid dat lokale en regionale overheden voor de grote uitdaging staan om hun eigen capaciteit en effectiviteit te verbeteren en om sterke en transparante systemen van bestuur te implementeren, teneinde aan de wensen van de bevolking tegemoet te komen. Hiervoor hebben zij kennis en ervaringen van andere gemeenten nodig. Bij de verschillende soorten gemeentelijke en regionale partnerschappen is veelal een breed spectrum aan actoren betrokken. Gebleken is dat de samenwerking, vooral in de meest intense vorm van publiek-publieke en publiek-private partnerschappen, weinig kosten met zich mee brengt maar evenzo goed concrete en duurzame resultaten oplevert, onder meer doordat de samenwerking gericht is op versterking van bestaande structuren, met hun bestaande wettelijke taken en verantwoordelijkheden, en door de versterking van de capaciteiten van het personeel dat reeds in het lokale of regionale bestuur werkzaam is. Daarom dient het voorstel van de Commissie voor de financiering van "Europa in de wereld" adequate voorwaarden te bevatten voor het versterken van de participatie van en de samenwerking met de lokale en regionale overheden, zoals een afzwakking van de eis betreffende cofinanciering of zelfs een geheel afzien hiervan. Decentralisatie is een wenselijke ontwikkeling, waardoor de rol van lokale en regionale overheden wordt versterkt, en dat wereldwijd.

7.

Dankzij het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking "ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld en de lokale overheden" krijgen de betrokken actoren expliciet de erkenning die ze verdienen. Het Comité van de Regio's dringt er echter op aan, de lokale en regionale bestuursniveaus en de openbare diensten die ze leveren, ook in aanmerking te laten komen voor steun via andere thematische en geografische instrumenten. Het ondersteunen van lokale en regionale overheden en het betrekken van deze bestuursniveaus bij de sociale ontwikkeling is een horizontaal vraagstuk, dat niet beperkt mag blijven tot één kleiner onderdeel van een van de instrumenten.

8.

Ook t.a.v. het thematische programma "Migratie en asiel" dienen de lokale en regionale overheden meer te worden aangespoord om hieraan mee te werken, waardoor ze ook in aanmerking zullen komen voor financiering. Op internationaal vlak zou de grensoverschrijdende samenwerking tussen de gemeenten die migranten of asielzoekers opnemen, en de gemeenten waaruit deze afkomstig zijn, nog aanzienlijk verbeterd en uitgebouwd kunnen worden. Het lokale niveau speelt een belangrijke rol bij het opstellen en uitvoeren van programma's voor de opvang en terugkeer van deze mensen.

9.

Het CvdR is verheugd dat de gedecentraliseerde internationale ontwikkelingssamenwerking nadrukkelijk erkenning heeft gekregen en steeds vaker aandacht krijgt, niet alleen in de mededelingen van de Commissie, maar de laatste jaren ook in een andere internationale context (3). De bijdrage van de lokale en regionale overheden aan een gezonde sociale ontwikkeling en de betekenis van deze overheden voor het tot stand brengen van een koppeling tussen de burgers en de verschillende bestuurlijke niveaus, kunnen niet genoeg worden onderstreept.

10.

Bij het toekennen van budgettaire of sectorale steun dienen de partnerlanden bepaalde voorwaarden te worden opgelegd om te garanderen dat de ontwikkelingsgelden daadwerkelijk in voldoende mate terechtkomen bij de bestuurlijke niveaus die de taak hebben om de plaatselijke bewoners de hoognodige diensten te verlenen en te voldoen aan de grote vraag hiernaar.

11.

Gemeenten en regio's fungeren als spreekbuis van de eigen burgers en spelen hier een leidende rol. Ze scheppen aldus de voorwaarden voor een directe en concreet in het dagelijkse leven verankerde burgerinspraak. Daarnaast zijn gemeenten en regio's in belangrijke mate verantwoordelijk voor de openbare dienstverlening. In veel gevallen zijn zij het ook die coördinerend optreden en de aanzet geven tot samenwerking tussen de centrale maatschappelijke actoren, zoals ideële organisaties, particuliere ondernemingen, geloofsgemeenschappen en instellingen voor hoger onderwijs.

12.

De mondiale ontwikkelingsdoelstellingen, de zogenaamde Millenniumdoelen, zijn niet alleen voor de lidstaten en de VN relevant, maar natuurlijk ook voor de gemeenten en regio's. Lokale en regionale overheden streven naar een duurzame maatschappelijke ontwikkeling en inspanningen op lokaal en regionaal niveau zijn een voorwaarde voor het behalen van de Millenniumdoelen. Kennis over de rol van de subnationale spelers voor de lokale – maar ook de mondiale – ontwikkeling moet worden verspreid. In Nederland en Zweden zijn er bijvoorbeeld projecten die de aandacht vestigen op de bijdrage en verantwoordelijkheid van gemeente t.a.v. een gezonde duurzame ontwikkeling van gemeenten en op de koppeling hiervan aan de Millenniumdoelen van de VN.

13.

Het Comité onderschrijft de oproep van het Europees Parlement in diens verslag over de toekomst van het EU-ontwikkelingsbeleid om het jaar 2015 uit te roepen tot ‘Europees jaar voor ontwikkeling’, teneinde een passende follow-up van de millenniumdoelstellingen voor te bereiden.

14.

Het voorstel van de Commissie voor een gemeenschappelijke, zevenjarige programmering verdient bijval. Het Comité gelooft dat deze betere voorwaarden kan scheppen voor omvangrijke maatschappelijke hervormingen. Duidelijkere resultaatgerichtheid en strengere voorwaarden, zoals voorgesteld in de instrumenten, worden door het CvdR aangemoedigd. De Commissie en de vertegenwoordigers van de lidstaten dienen zich er rekenschap van te geven dat de lokale en regionale overheden kunnen bijdragen tot een proactieve dialoog en daarmee de stoot geven tot de programmering van de respectieve instrumenten.

15.

Het Comité wil onderstrepen dat decentraliseringshervormingen en opbouw van democratie complexe, omvangrijke en revolutionaire processen zijn, die van de financiers en samenwerkingspartners doorzettingsvermogen, voorspelbaarheid en een langetermijnperspectief eisen.

16.

Voorwaarde voor het creëren van een eigen lokale inbreng en het stimuleren van democratie op lokaal niveau is vertrouwen in het politieke systeem en zijn vertegenwoordigers. Een gedecentraliseerde structuur zorgt voor meer legitieme en effectieve instellingen en is de meest aangewezen manier om bestuurders en burgers nader tot elkaar te brengen. Als besluitvormingsprocessen worden gekenmerkt door openheid en respect voor het subsidiariteitsbeginsel, dan vinden democratische beginselen ingang bij de burgers, wat de weg effent voor een pluralistische en tolerante samenleving.

17.

Het Comité is van mening dat de lokale en regionale overheden in de Europese Unie en de partnerlanden een doorslaggevende rol kunnen en moeten spelen bij het uitstippelen van het beleid en van strategieën die betrekking hebben op het eigen niveau. Verder kunnen ze een bijdrage leveren aan de activiteiten in nationaal en internationaal verband en daartoe dient hun dan ook de kans te worden geboden. Als dienstverleners zijn de lokale en regionale overheden tevens verantwoordelijk voor het beheer, de coördinatie en de uitvoering van overeengekomen prioriteiten in bijv. de zorg, het onderwijs en het culturele leven.

18.

Het Comité stelt vast dat nationale verenigingen die gemeenten en regio’s vertegenwoordigen, dankzij hun intellectuele reserves een beslissende en ondersteunende rol kunnen spelen bij omvangrijke maatschappelijke hervormingen, in het bijzonder als het gaat om decentralisering en opbouw van de democratie. Verenigingen van gemeenten en regio’s of aanverwante organisaties kunnen hun leden steunen door methoden en instrumenten te ontwikkelen, voor hun leden op te komen, het gemeenschappelijk belang te dienen en de maatregelen van verschillende financiers op hun respectieve terreinen te coördineren. In het kader van ontwikkelingssamenwerking moet gebruik worden gemaakt van de ervaring van deze verenigingen om de lokale en regionale democratie te versterken. De EU, de lidstaten en hun subnationale bestuursniveaus moeten daarom de rol van nationale verenigingen van lokale en regionale overheden in partnerlanden kracht bijzetten.

19.

Lokale en regionale overheden beschikken over expertise in de meeste sectoren die cruciaal zijn voor een economisch, sociaal en ecologisch duurzame ontwikkeling. Gewezen zij op hun ervaring met zowel praktisch werk als politiek bestuur op terreinen als volksgezondheid, onderwijs, afval & water, lokaal ondernemerschap & vestigingsvoorwaarden voor het midden- en kleinbedrijf, vervoer & infrastructuur, milieu & natuurlijke hulpbronnen en landbouw, maar ook op andere terreinen die een meer uitgebreide verantwoordelijkheid met zich mee brengen, zoals bescherming van een waarachtige democratie en respect voor de mensenrechten. Deze expertise kan gemakkelijk toegankelijk worden gemaakt en worden benut, hetzij rechtstreeks via de lokale en regionale overheden, hetzij via hun nationale, Europese of wereldwijde verenigingen, of door bemiddeling van het CvdR.

20.

In 2008 heeft de Europese Commissie ervoor gepleit een holistische aanpak te hanteren ten aanzien van lokale overheden als ontwikkelingsactoren op mondiaal, Europees en nationaal niveau. Daarbij werden drie instrumenten voorgesteld die kunnen worden ingezet onder auspiciën van het CvdR, gelet op zijn rol als spreekbuis van de lokale overheden op Europees niveau. Thans is er werk gemaakt van een "atlas van decentrale samenwerkingsactiviteiten" waarin activiteiten en goede praktijken in kaart zijn gebracht. Er is een uitwisselingsplatform voor internetinformatie om vaardigheden en capaciteiten af te stemmen op de behoeften, en er zijn de Congressen van decentrale samenwerking voor politieke dialoog, waarbij wordt samengewerkt met de Europese Commissie en de belangrijkste netwerken van lokale en regionale overheden in de EU en de partnerlanden, zoals de binnen de Raad van Europese gemeenten en regio's (CEMR) opererende werkgroep Platforma. Lokale en regionale overheden en hun representatieve verenigingen in de EU en de partnerlanden zouden meer gebruik moeten maken van deze instrumenten met het oog op een betere samenhang en een grotere doeltreffendheid van de steun.

21.

Als resultaat van de gestructureerde dialoog over ontwikkelingssamenwerking die tussen maart 2010 en mei 2011 is gevoerd tussen de Europese instellingen, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van lokale en regionale overheden, stelt de Commissie voor om een forum voor ontwikkeling op hoog niveau in te stellen. Het Comité juicht dat ten zeerste toe en hoopt zijn institutionele rol verder te kunnen blijven spelen, want een formeel forum zou een institutionalisering van de dialoog en een verbetering van inhoudelijke kwaliteit ervan betekenen en tevens een systematisch debat rond ontwikkelingsvraagstukken, met inbegrip van regelmatige actualiseringen, deskundigenbeoordelingen en uitwisseling van ervaringen, mogelijk maken. Daarnaast verwelkomt het Comité de aangekondigde mededelingen over de rol van ngo's en van de lokale overheden bij ontwikkelingssamenwerking. Een en ander is bedoeld om de samenwerking met de Commissie ook formeel te onderbouwen en op die basis voort te zetten en verder te ontwikkelen. Het belang hiervan is tijdens de tweejaarlijkse Congressen van decentrale samenwerking alsook in de gestructureerde dialoog naar voren gekomen.

Opmerkingen ten aanzien van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (European Instrument for Democracy and Human Rights – EIDHR)

22.

Het thematische instrument voor democratie en mensenrechten stelt een verhoging van bijna 35 % voor in vergelijking met de huidige programmaperiode, wat echter nog steeds maar een klein deel (ca. 2 %) van de totale EU-ontwikkelingshulp is. Het Comité betreurt het dat dit horizontale instrument niet meer middelen bevat, omdat het toepasbaar is op alle geografische gebieden en op de verschillende stadia van ontwikkeling en zich richt op elementaire zaken als respect voor fundamentele mensenrechten en ondersteuning en versterking van democratische hervormingen.

23.

Democratie en mensenrechten zijn universele waarden voor zowel de EU als de internationale gemeenschap. Deze waarden zijn een aanwinst en een kracht die in veel samenlevingen bescherming bieden aan lokale en regionale overheden, een goed functionerend rechtssysteem, het maatschappelijk middenveld, de media en andere spelers.

24.

Middels een bewustwordingsproces moeten de mensenrechten op alle niveaus van de samenleving worden gestimuleerd en het Comité acht het dan ook wenselijk dat dit instrument een grotere nadruk gaat leggen op de rol van lokale en regionale overheden bij de institutionele opbouw.

25.

Bestuursniveaus die het dichtst bij de burger staan, zijn het best in staat om nationale besluiten lokaal te implementeren. Aldus kan de besluitvorming worden afgestemd op de specifieke omstandigheden en voorwaarden ter plaatse en kunnen deze hierin worden meegenomen, zodat eventuele negatieve gevolgen voor de rechten van de plaatselijke bevolking kunnen worden vermeden (zoals eisen op het gebied van taal of etnische identiteit). Lokale en regionale overheden zijn ook het aangewezen niveau voor het organiseren en coördineren van initiatieven, bedoeld om lokale groepen als jongeren of vrouwen bewust te maken van hun rechten en van de manier waarop ze deze kunnen afdwingen.

Opmerkingen ten aanzien van het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties en de lokale en regionale overheden (in het kader van het Development Cooperation Instrument – DCI)

26.

Het CvdR en de lokale en regionale overheden die het Comité vertegenwoordigt, willen natuurlijk actief bijdragen aan de verwezenlijking van het voorstel van de Commissie om de dialoog en de coördinatie met het maatschappelijk middenveld en met de lokale en regionale overheden verder te versterken, aan de hand van de middelen die samen met de Europese Commissie en de belangrijkste netwerken van lokale en regionale overheden in de EU en de partnerlanden werden ontwikkeld, alsmede via het nieuwe permanente ontwikkelingsforum op hoog niveau.

27.

Het Comité verwelkomt het voorstel volgens welke de lokale en regionale overheden ook in de toekomst financiering kunnen krijgen voor ontwikkelingssamenwerking, maar wil benadrukken dat een duidelijk onderscheid tussen het maatschappelijk middenveld en de lokale en regionale overheden nuttig kan zijn voor zowel het beleid als de instrumenten en feitelijke financiering ervan.

28.

Het Comité roept op om in het kader van het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld en de lokale overheden (NSA-LA) – de middelen voor subnationale overheden uit te breiden. De huidige programmaperiode heeft geleid tot een scheve verdeling van middelen tussen maatschappelijke organisaties en lokale en regionale overheden. Door ten minste 25 % – in tegenstelling tot de huidige 15 % – van de middelen voor de lokale en regionale overheden te bestemmen kunnen hun legitieme rol en expertise beter worden benut.

29.

Lokale en regionale overheden kunnen een democratische ontwikkeling op de lange termijn veilig stellen en moeten over voldoende middelen beschikken om zich te kunnen meten aan de initiatieven van draagkrachtige nationale en internationale ideële organisaties. Lokale en regionale overheden in de partnerlanden zijn nodig om de initiatieven en maatregelen van verschillende spelers te coördineren en erop toe te zien dat deze in lijn zijn met een op lokaal en regionaal niveau uitgewerkt en politiek verankerd ontwikkelingsbeleid, althans voor zover deze initiatieven en maatregelen gericht zijn op openbare dienstverlening.

30.

De lokale en regionale overheden hebben waardevolle kennis over en ervaring met ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van het bestuur en de administratie op lokaal en regionaal niveau, het opzetten van structuren en platformen voor politieke dialoog, bredere en diepgaandere partijpolitieke acties, het scheppen van voorwaarden voor inspraak van en dialoog met burgers – kortom, met de wijze waarop een versterkte en duurzame democratie kan worden opgebouwd.

31.

Het Comité stelt vast dat veel van de lokale en regionale overheden in de Europese Unie een lange democratische traditie hebben, maar dat in een aantal lidstaten het democratische bestel nog nieuw en kwetsbaar is. De verschillende ervaringen en invalshoeken van de lokale en regionale overheden in de Europese Unie dienen daarom geïntegreerd te worden in een gezamenlijke structuur van ontwikkelingssamenwerking met partnerlanden en kunnen nuttig zijn voor de hervormingen in de partnerlanden en/of het opnieuw inrichten van openbare instellingen. Daarbij zou speciale aandacht moeten worden geschonken aan de lokale autonomie, aangezien het hier om het bestuursniveau gaat dat het dichtst bij de burger staat. Verder zou het maatschappelijk middenveld moeten worden ondersteund en versterkt, aangezien dit de grondslag vormt van elke democratie.

32.

Het belang van versterking van de positie van lokaal en regionaal verkozen politici alsmede van ambtenaren in vaste dienst in de partnerlanden is een belangrijke voorwaarde om de decentraliseringshervormingen succesvol te kunnen uitvoeren en goed bestuur te kunnen verwezenlijken. Een doelmatig bestuur dient in het streven van de EU naar ontwikkeling zowel middel als doel te zijn.

33.

Een versterkte democratie en verbeterde lokale dienstverlening veronderstellen inzicht en de wil om op alle niveaus, gelijktijdig, wijzigingen in het systeem door te voeren. Politiek engagement, vrijmaking van middelen, deling van bevoegdheden en decentralisering vragen om consensus op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Een nationaal juridisch en financieel systeem dat aansprakelijkheid op lokaal en regionaal niveau mogelijk maakt, schept de voorwaarden voor verbeteringen en voor de noodzakelijke lokale inbreng ter ontwikkeling van de naaste omgeving.

Opmerkingen ten aanzien van het Europees nabuurschapsinstrument (European Neighbourhood Instrument - ENI)

34.

Het Comité wil zijn waardering uiten over het voorgestelde Europese nabuurschapsinstrument en vindt dat het in grote lijnen voldoet aan de noodzakelijke herziening van het huidige instrument. Het Comité stelt echter een aantal aanpassingen voor om de nabuurschapssteun verder te optimaliseren en de werking ervan te verbeteren.

35.

Om het voorstel van de EU voor diepgaande en duurzame democratie te verwezenlijken stelt het Comité voor om hierin met zoveel woorden het belang van decentralisering en lokale democratie te benadrukken en de capaciteit voor het verlenen van gemeentelijke en regionale openbare diensten uit te breiden.

36.

Binnen dit instrument wil het Comité er bij de Commissie op aandringen om middelen te oormerken voor programma's die de ontwikkeling van de democratie op lokaal en regionaal niveau en de decentralisering ondersteunen. Het moet duidelijk worden dat tot de potentiële begunstigden en samenwerkingspartners absoluut ook de lokale en regionale overheden behoren.

37.

Het Comité dringt er bij de Commissie op aan, duidelijk te maken dat grensoverschrijdende samenwerking, inclusief samenwerking tussen meerdere landen, niet beperkt blijft tot landen die fysiek aan elkaar grenzen, maar alle lidstaten, regio's en steden van de EU moet omvatten, ongeacht hun geografische nabijheid. Het is belangrijk dat ervaring, kennis en voorbeelden van goede praktijken over grenzen heen worden doorgegeven, ongeacht de fysieke afstand. Het 150 kilometer-criterium om te bepalen of een gebied in aanmerking komt voor het nabuurschapsinstrument, mag niet van toepassing zijn op de ultraperifere regio's.

38.

De eis van cofinanciering als het gaat om de tenuitvoerlegging van projecten in het kader van het nabuurschapsbeleid, vormt in bepaalde gevallen een hinderpaal voor de deelname van lokale en regionale overheden. Cofinanciering is in sommige landen ook in strijd met de nationale wetgeving, die niet voorziet in de mogelijkheid voor subnationale overheden om een rol te spelen bij ontwikkelingssamenwerking.

39.

Het Comité verzoekt de Commissie in de verordening nog meer aandacht te besteden aan institutionele samenwerkingsverbanden en TAIEX (4) en grondig te analyseren hoe deze in de toekomst kunnen worden gestimuleerd. Feit is dat weinig ministeries met verantwoordelijkheid voor lokaal en regionaal bestuur geïnteresseerd zijn in of de capaciteit hebben om dit soort samenwerkingsverbanden of TAIEX-activiteiten voor te stellen.

40.

De opvallende en in steeds bredere kring erkende rol die aan de lokale en regionale overheden, aan het maatschappelijk middenveld en aan de wederzijdse samenwerking wordt toegekend wanneer een land het proces van verandering van een eenpartijstelsel en een dictatuur naar een democratie doorloopt, is belangrijk en heeft een toegevoegde waarde die van steeds meer betekenis is in het nabuurschapsbeleid en het beheer van de financiële middelen.

41.

Het Comité stelt vast dat er in het kader van zijn werkzaamheden een intensieve praktische uitwisseling en samenwerking plaatsvindt, zoals in de vorm van het Oostelijk Partnerschap (CORLEAP) en ARLEM, waarin men o.a. het doel van "Europa in de Wereld" en "Een agenda voor verandering" ook buiten de grenzen van de EU onder de aandacht brengt.

Opmerkingen ten aanzien van het instrument van pretoetredingssteun (Pre-Accession Instrument – IPA)

42.

Het Comité heeft zich door middel van adviezen, workshops, werkgroepen en de Local Administration Facility (LAF) ingezet voor de ontwikkeling van de implementatie van pretoetredingsmiddelen en het stemt dan ook volledig in met het voornemen om van het IPA een meer resultaatgericht, flexibel en op maat gemaakt ondersteuningsinstrument te maken.

43.

Door een benadering op basis van meerlagig bestuur en partnerschap wil de EU een effectievere uitvoering en rendement van de ontwikkelingshulp verzekeren. Concreet stimuleert het Comité dit streven via bijv. parlementaire conferenties ("Assises") en het tot stand brengen van een atlas over gedecentraliseerde ontwikkelingssamenwerking. Samen met de Commissie is het Comité verantwoordelijk voor het programma inzake gemeentelijk bestuur, incl. studiebezoeken van politici en ambtenaren uit kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten.

44.

Het Comité wil dat de Commissie de uitwisseling van ervaringen tussen lokale en regionale overheden in grotere mate mogelijk maakt en stimuleert en deze niet laat domineren door het centrale niveau in de lidstaten en kandidaat-lidstaten.

45.

De langjarige samenwerking met lokale en regionale overheden in kandidaat-lidstaten en nabuurschapslanden is steeds professioneler geworden en het Comité wil nog eens onderstrepen hoe belangrijk het is dat de financieringsinstrumenten ook in de toekomst deze ontwikkeling aanmoedigen en een intensivering mogelijk maken.

46.

Vooral in de kandidaat-lidstaten en nabuurschapslanden wil het Comité een duidelijkere koppeling zien tussen de toekenning van hulp en de feitelijke resultaten in het proces van implementatie van decentralisering en meerlagig bestuur en, indirect, de deelname van de lokale en regionale overheden aan de besluitvorming op de respectieve niveaus, met behulp van speciale instrumenten en indicatoren.

47.

Het Comité verzoekt de Commissie om te waarborgen dat er specifiek fondsen worden gereserveerd voor de opbouw en ontwikkeling van capaciteit van de lokale en regionale overheden in kandidaat-lidstaten en om hun toegang tot kennis en vaardigheden te versterken. In plaats van beschouwd te worden als passieve ontvangers moeten lokale en regionale overheden de rol krijgen van proactieve spelers met een goede kennis van de behoeften, de voorwaarden en de te verwezenlijken doelstellingen.

48.

Door actiever te trachten in de behoeften aan capaciteitsuitbreiding te voorzien, wat een versterkte deelname in de IPA-implementatie onder meer inhoudt, krijgen lokale en regionale overheden de kans om vóór het feitelijke EU-lidmaatschap een praktische leerschool te doorlopen. Er kunnen bijv. middelen worden gebruikt om deze spelers te stimuleren en bij te staan bij de ontwikkeling van hun ideeën voor projecten. Een decentraal beheer van IPA-middelen heeft in meerdere landen goede resultaten opgeleverd.

49.

Bij de implementatie van IPA-middelen vormt o.a. de corruptie een uitdaging en op dat gebied moeten alle niveaus – lokaal, regionaal en nationaal - ondersteund worden. Een voortdurend en strikt toezicht en steun aan "waakhonden" als maatschappelijke organisaties en media en ook aan de lokale en regionale overheden zijn essentieel voor de noodzakelijke transparantie en de mogelijkheid om verantwoordelijkheid af te dwingen.

50.

Door een betere integratie van IPA-middelen in bestaande lokale en regionale ontwikkelingsactiviteiten wordt de basis voor een duurzamer meerlagig bestuur en een levensvatbare decentralisering versterkt. Door lokale en regionale overheden te betrekken bij de invulling van programma's en projecten, het besluitvormingsproces, de implementatie, de bewaking en het beheer wordt de basis gelegd voor verder ontwikkelingswerk, zelfs zonder dat er sprake is van externe financiering.

51.

Veel landen op de Westelijke Balkan ondergaan drastische maatschappelijke hervormingen, waarbij grotere betrokkenheid van het lokale en regionale politieke niveau deze hervormingen nog meer zouden kunnen consolideren en bespoedigen. Op lokaal en regionaal niveau ontbreken in veel gevallen echter de administratieve, financiële en personele middelen voor toepassing van het IPA. Middelen en capaciteiten blijven op centraal niveau hangen, wat het toch al centralistische stelsel nog verder versterkt en een belemmering vormt voor een sterkere betrokkenheid van minderheden en lokale en regionale politieke actoren.

52.

Decentraliseringshervormingen worden te vaak tegengehouden als gevolg van onvoldoende capaciteit op lokaal en regionaal niveau, omdat er alleen een decentralisering van verantwoordelijkheden wordt afgedwongen, zonder dat dit wordt gevolgd door een financieel decentralisatieproces. De EU kan, door controle op het IPA, de noodzakelijke parallelle processen versnellen, zodat de verantwoordelijkheden en middelen beter op elkaar worden afgestemd.

Opmerkingen ten aanzien van het partnerschapsinstrument (Partnership Instrument – PI)

53.

Het partnerschapsinstrument omvat o.a. landen als China, Brazilië, Zuid-Afrika en Rusland en heeft als belangrijkste doel het ontwikkelen en stimuleren van handel en contact tussen deze landen en de EU. Terreinen als klimaat, milieu en handel staan centraal.

54.

Het Comité wil erop wijzen dat als in de nationale statistieken de nadruk wordt gelegd op het bbp per capita als landelijk gemiddelde, dit tot gevolg heeft dat bepaalde "neerwaartse curves" over het hoofd worden gezien. Probleemgebieden binnen zich snel ontwikkelende landen kunnen alleen steun aanvragen in het kader van het partnerschapsinstrument. Het Comité stelt daarom voor om de nodige aandacht te besteden aan regionale verschillen (bijv. geografische inkomensspreiding en armoedeverdeling). De Commisie moet in gesprek gaan met de betrokken landen over het belang van een integrale en alomvattende ontwikkeling en daarbij aandringen op meer inspanningen op het gebied van regionale samenhang, zodat deze landen in aanmerking kunnen komen voor financiële steun van de EU.

55.

Het Comité herinnert eraan dat het instrument ook gebruikt dient te worden om sociale vangnetten op te bouwen, de welzijnssector in zijn algemeenheid te hervormen en middelen te reserveren ter versterking van de openbare instellingen op lokaal en regionaal niveau en ter bevordering van partnerschap en een democratische ontwikkeling in deze landen.

II.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

Wijzigingsvoorstel 1

COM(2011) 838 final

Artikel 2

Tekst van de Commissie

Wijzigingsvoorstel

Artikel 2

Artikel 2

1.   De steun uit hoofde van deze verordening is gericht op de volgende specifieke doelstellingen, afhankelijk van de behoeften en de uitbreidingsagenda van ieder begunstigd land:

1.   De steun uit hoofde van deze verordening is gericht op de volgende specifieke doelstellingen, afhankelijk van de behoeften en de uitbreidingsagenda van ieder begunstigd land:

(a)

steun voor politieke hervormingen, onder meer:

(a)

steun voor politieke hervormingen, onder meer:

i)

versterking van de democratische instellingen en de rechtsstaat, met inbegrip van de tenuitvoerlegging ervan,

i)

versterking van de democratische instellingen en de rechtsstaat, met inbegrip van de tenuitvoerlegging ervan,

ii)

bevordering en bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, verbetering van de eerbiediging van de rechten van minderheden, bevordering van gelijkheid van mannen en vrouwen, non-discriminatie en persvrijheid, en stimuleren van goede betrekkingen met de buurlanden;

ii)

bevordering en bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, verbetering van de eerbiediging van de rechten van minderheden, bevordering van gelijkheid van mannen en vrouwen, non-discriminatie en persvrijheid, en stimuleren van goede betrekkingen met de buurlanden;

iii)

bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad;

iii)

bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad;

iv)

hervorming van overheidsdiensten en goed bestuur;

iv)

hervorming van overheidsdiensten en goed bestuur , ;

v)

ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld en de sociale dialoog;

v)

ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld en de sociale dialoog;

vi)

verzoening, vredesopbouw en maatregelen om het vertrouwen te vergroten.

vi)

verzoening, vredesopbouw en maatregelen om het vertrouwen te vergroten.

Motivering

Democratische capaciteitsopbouw is met name op lokaal en regionaal niveau een belangrijke kwestie en moet daarom bijzondere aandacht krijgen. Het wijzigingsvoorstel verwijst naar paragraaf 45 van het advies.

Wijzigingsvoorstel 2

COM(2011) 839 final

Artikel 4

Tekst van de Commissie

Wijzigingsvoorstel

Artikel 4

Artikel 4

3.   De EU-steun uit hoofde van deze verordening wordt gewoonlijk medegefinancierd door de begunstigde landen via openbare middelen, bijdragen van de begunstigden dan wel andere bronnen. Dit beginsel is ook van toepassing op de samenwerking met de Russische Federatie, met name met betrekking tot de in artikel 6, lid 1, onder c), bedoelde programma's. Van medefinancieringseisen kan worden afgeweken in naar behoren gemotiveerde gevallen en wanneer dit nodig is om de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld en niet-overheidsactoren te steunen, onverminderd de verplichting om te voldoen aan de andere voorwaarden van het Financieel Reglement.

3.   De EU-steun uit hoofde van deze verordening wordt gewoonlijk medegefinancierd door de begunstigde landen via openbare middelen, bijdragen van de begunstigden dan wel andere bronnen. Dit beginsel is ook van toepassing op de samenwerking met de Russische Federatie, met name met betrekking tot de in artikel 6, lid 1, onder c), bedoelde programma's. Van medefinancieringseisen kan worden afgeweken in naar behoren gemotiveerde gevallen en wanneer dit nodig is om de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld en niet-overheidsactoren te steunen, onverminderd de verplichting om te voldoen aan de andere voorwaarden van het Financieel Reglement.

Motivering

In sommige gevallen kunnen de medefinancieringsvoorwaarden lokale of regionale overheden in de partnerlanden (die de belangrijkste begunstigden van deze programma's zouden moeten zijn) ervan weerhouden levensvatbare en nuttige projecten voor te stellen. Omdat lokale democratieopbouw een van de prioriteiten van het programma is, zou dit ook een van de motieven moeten zijn om onder bepaalde omstandigheden afwijkingen van de medefinancieringseisen toe te staan.

Wijzigingsvoorstel 3

COM(2011) 840 final

Artikel 8

Tekst van de Commissie

Wijzigingsvoorstel

Artikel 8

Artikel 8

1.   De doelstelling van het programma voor organisaties van het maatschappelijk middenveld en plaatselijke overheden in ontwikkeling is de financiering van initiatieven op het gebied van ontwikkeling door of voor organisaties van het maatschappelijk middenveld en plaatselijke overheden uit de partnerlanden, de Unie, de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaat-lidstaten.

1.   De doelstelling van het programma voor organisaties van het maatschappelijk middenveld en plaatselijke overheden in ontwikkeling is de financiering van initiatieven op het gebied van ontwikkeling door of voor organisaties van het maatschappelijk middenveld en plaatselijke overheden uit de partnerlanden, de Unie, de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaat-lidstaten. .

2.   De precieze activiteitengebieden waarop in het kader van dit artikel bijstand van de Unie kan worden verleend, alsook een indicatieve lijst van categorieën van organisaties van het maatschappelijk middenveld en plaatselijke overheden, zijn opgenomen in bijlage V.

2.   De precieze activiteitengebieden waarop in het kader van dit artikel bijstand van de Unie kan worden verleend, alsook een indicatieve lijst van categorieën van organisaties van het maatschappelijk middenveld en plaatselijke overheden, zijn opgenomen in bijlage V.

Motivering

Beklemtoond dient te worden dat dit programma ook moet worden opengesteld voor samenwerking met ‧regionale overheden‧ uit de partnerlanden, de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaat-lidstaten. Tegelijkertijd zij erop gewezen dat maatschappelijke organisaties en lokale of regionale overheden vaak verschillende rollen te vervullen hebben in de specifieke context van een bepaald land of project. Een en ander verwijst naar paragraaf 25 onder de algemene opmerkingen in het CvdR-advies.

Wijzigingsvoorstel 4

COM(2011) 838 final

Artikel 14

Tekst van de Commissie

Wijzigingsvoorstel

Artikel 14

Artikel 14

1.   Het financiële referentiebedrag voor de uitvoering van deze verordening voor de periode 2014-2020 bedraagt 14 110 100 000 euro (in lopende prijzen). Ten hoogste 3 % van het financiële referentiebedrag wordt toegewezen aan grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's tussen de begunstigde landen en de EU-lidstaten.

1.   Het financiële referentiebedrag voor de uitvoering van deze verordening voor de periode 2014-2020 bedraagt 14 110 100 000 euro (in lopende prijzen). Ten hoogste 3 % van het financiële referentiebedrag wordt toegewezen aan grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's tussen de begunstigde landen en de EU-lidstaten.

2.   De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegewezen binnen de grenzen van het meerjarige financiële kader van de Unie.

2.   De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegewezen binnen de grenzen van het meerjarige financiële kader van de Unie.

3.   Om de internationale dimensie van het hoger onderwijs te bevorderen, zoals beschreven in artikel 13, lid 2, van de verordening inzake "Erasmus voor iedereen", wordt een indicatief bedrag van 1 812 100 000 EUR uit de verschillende instrumenten voor het externe beleid (het instrument voor ontwikkelingssamenwerking, het Europees nabuurschapsinstrument, het instrument voor pretoetredingssteun, het partnerschapsinstrument en het Europees Ontwikkelingsfonds) toegewezen voor mobiliteitsacties naar of vanuit niet-EU-landen en voor samenwerking en beleidsdialoog met autoriteiten, instellingen en organisaties uit deze landen. Op deze middelen zijn de bepalingen van de verordening inzake "Erasmus voor iedereen" van toepassing. De financiering wordt verstrekt door middel van twee meerjarentoewijzingen voor respectievelijk de eerste vier jaar en de laatste drie jaar. Deze financiering wordt uitgewerkt in de meerjarige indicatieve programmering voor deze instrumenten, overeenkomstig de behoeften en prioriteiten van de betrokken landen. De toewijzingen kunnen worden herzien in geval van ingrijpende onvoorziene omstandigheden of belangrijke politieke ontwikkelingen, overeenkomstig de externe prioriteiten van de EU.

3.   Om de internationale dimensie van het hoger onderwijs te bevorderen, zoals beschreven in artikel 13, lid 2, van de verordening inzake "Erasmus voor iedereen", wordt een indicatief bedrag van 1 812 100 000 EUR uit de verschillende instrumenten voor het externe beleid (het instrument voor ontwikkelingssamenwerking, het Europees nabuurschapsinstrument, het instrument voor pretoetredingssteun, het partnerschapsinstrument en het Europees Ontwikkelingsfonds) toegewezen voor mobiliteitsacties naar of vanuit niet-EU-landen en voor samenwerking en beleidsdialoog met autoriteiten, instellingen en organisaties uit deze landen. Op deze middelen zijn de bepalingen van de verordening inzake "Erasmus voor iedereen" van toepassing. De financiering wordt verstrekt door middel van twee meerjarentoewijzingen voor respectievelijk de eerste vier jaar en de laatste drie jaar. Deze financiering wordt uitgewerkt in de meerjarige indicatieve programmering voor deze instrumenten, overeenkomstig de behoeften en prioriteiten van de betrokken landen. De toewijzingen kunnen worden herzien in geval van ingrijpende onvoorziene omstandigheden of belangrijke politieke ontwikkelingen, overeenkomstig de externe prioriteiten van de EU.

Motivering

Het wijzigingsvoorstel sluit aan bij het vorige: omdat lokale en regionale capaciteitsopbouw een van de prioriteiten moet zijn, zal dit ook tot uiting dienen te komen in de financiële toewijzingen (zie paragraaf 45 onder de algemene opmerkingen).

Wijzigingsvoorstel 5

COM(2011) 839 final

Artikel 18

Tekst van de Commissie

Wijzigingsvoorstel

Artikel 18

Artikel 18

1.   Het financiële referentiebedrag voor de tenuitvoerlegging van deze verordening bedraagt 18 182 300 000 EUR (lopende prijzen) voor de periode 2014-2020. Maximaal 5 % van de financiële middelen wordt toegewezen aan de in artikel 6, lid 1, onder c), bedoelde programma's voor grensoverschrijdende samenwerking.

1.   Het financiële referentiebedrag voor de tenuitvoerlegging van deze verordening bedraagt 18 182 300 000 EUR (lopende prijzen) voor de periode 2014-2020. Maximaal 5 % van de financiële middelen wordt toegewezen aan de in artikel 6, lid 1, onder c), bedoelde programma's voor grensoverschrijdende samenwerking.

Motivering

De ontwikkeling van lokale en regionale democratie is een belangrijke voorwaarde vooraf voor andere aspecten van de doelstellingen die voor het instrument zijn vastgesteld. Een bepaald gedeelte van de financiële steun moet daarom specifiek aan projecten op dit gebied worden toegewezen. Het wijzigingsvoorstel verwijst naar paragraaf 34 van het advies.

Brussel, 9 oktober 2012

De voorzitter van het Comité van de Regio's

Ramón Luis VALCÁRCEL SISO


(1)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Het effect van het EU-ontwikkelingsbeleid vergroten: een agenda voor verandering, COM(2011) 637 final

(2)  "De rol van Europa in de wereld" omvat COM(2011) 865, COM(2011) 842, COM(2011) 837, COM(2011) 838, COM(2011) 839, COM(2011) 843, COM(2011), COM(2011) 844

(3)  In Agenda 21, die werd aangenomen in Rio de Janeiro 1992; in de Millenniumtop van de VN 2000; in de Verklaring van Parijs van 2005; in Busan 2011; in Resolutie 251 (2008) "Stadsdiplomatie" van de Raad van Europa, en in het forum voor ontwikkelingssamenwerking van de VN, dat plaatsvindt op 6 juli 2012.

(4)  TAIEX: "Technical Assistance and Information Exchange Instrument", een instrument dat partnerlanden ondersteunt bij hun aanpassing aan de EU-wetgeving.