15.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 44/1


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de uitstippeling van een macro-regionale strategie in het Middellandse Zeegebied — Voordelen voor eiland-lidstaten (verkennend advies op verzoek van het Cypriotische voorzitterschap)

2013/C 44/01

Rapporteur: de heer DIMITRIADIS

Op 22 mei 2012 heeft de heer MAVROYIANNIS, adjunct-minister van de president van Cyprus, belast met Europese aangelegenheden, namens het Cypriotische voorzitterschap van de Raad van de EU, het Europees Economisch en Sociaal Comité om advies verzocht over de

Uitstippeling van een macro-regionale strategie in het Middellandse Zeegebied — voordelen voor eiland-lidstaten.

De afdeling Economische en Monetaire Unie, Economische en Sociale Samenhang, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 21 november 2012 goedgekeurd

Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 485e zitting van 12 en 13 december 2012 (vergadering van 12 december) het volgende advies met 147 stemmen vóór en 1 stem tegen, bij 5 onthoudingen, goedgekeurd:

1.   Conclusies

1.1

Ondanks de uiterst delicate en voorlopig onbesliste situatie in het Middellandse Zeegebied is volgens het EESC aan de voorwaarden (1) voldaan om een veelzijdige dialoog te beginnen tussen de Commissie, de lidstaten, de staten die zich hebben aangesloten bij de euromediterrane samenwerking, regionale en lokale overheden en het maatschappelijk middenveld voor de formulering van een mediterrane, macro-regionale strategie (bestaande uit twee delen) die voorziet in de behoeften van de regio en haar internationale concurrentiepositie versterkt.

1.2

Het Middellandse Zeegebied is een bijzonder uitgestrekt gebied met uiteenlopende economische, sociale, politieke en culturele kenmerken, en landen met verschillende structuren en infrastructuren (EU-lidstaten, lidstaten met de status van „toetredingsland”, niet-EU-lidstaten die deelnemen aan de euromediterrane samenwerking). Daarom pleit het EESC voor de formulering van twee vormen van subregionaal beleid (voor het westelijk en oostelijk deel van de regio in kwestie), die elkaar onderling dekken en aanvullen, maar ook stroken met de macro-regionale strategie voor de Ionische en Adriatische Zee.

1.3

Het EESC neemt kennis van de besluiten van de Raad en de uitdrukkelijke instemming van het Parlement, nl. dat een macroregionale strategie geen extra financiering, wetsvoorschriften en nieuwe bestuursorganen met zich mee mag brengen (driemaal nee); wèl is financiering geboden voor technische hulp, het verzamelen van gegevens en het bevorderen van de vereiste structurele projecten.

1.4

Het EESC beschouwt de aanzienlijke middelen die de EU al uitgetrokken heeft voor de financiering van acties en programma's uit de structuurfondsen en financieringsinstrumenten van de EIB bevredigend. Zij moeten transparant, maar ook flexibel worden ingezet. Het EESC steunt voorts de oprichting van een euromediterrane investeringsbank via de EIB, maar ook een open financieringsbeleid van verschillende financiële instellingen (KfW, EBWO, Wereldbank, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en de Islamitische Ontwikkelingsbank).

1.5

Er is onmiddellijk behoefte aan versterking van de subregionale samenwerking, via verbetering van de handels-, toeristische en industriële betrekkingen tussen de landen in het zuidelijke Middellandse Zeegebied.

1.6

De Raad dient de nodige politieke besluiten te nemen voor het onmiddellijk opheffen van knelpunten zodat de Unie voor het Middellandse Zeegebied (UMZ) kan uitgroeien tot een forum voor strategische planning en uitvoering van het nieuwe macroregionale beleid.

1.7

Het EESC meent dat de onmiddellijke goedkeuring door de Raad van de strategie voor de Adriatische en de Ionische regio (conclusies van 23/24 juni 2011) de deur opent naar de invoering van de macroregionale strategie voor het Middellandse Zeegebied.

1.8

Van bijzonder belang acht het EESC de rol van Cyprus en Malta in elke nieuwe strategie die de EU zal uitwerken, maar ook van de andere eilanden in het Middellandse Zeegebied, die in een zeer ongunstige situatie verkeren vanwege hun gebrekkige verbindingen en communicatie met de EU-lidstaten op het vasteland.

1.9

Van groot belang voor het bredere Middellandse Zeegebied acht het EESC de stimulering van de landbouwproductie.

1.10

De scheep- en luchtvaartverbindingen van de landen van het Middellandse Zeegebied onderling en met de rest van de EU zijn volgens het EESC algemeen aan verbetering toe.

1.11

Volgens het EESC kan dit advies de dialoog openen voor de nieuwe macrostrategie van het Middellandse Zeegebied; het Comité biedt de belangrijkste aspecten hiervan ter discussie aan. Het verklaart dat het zich voor dit bijzonder belangrijke thema zal blijven inzetten met nieuwe adviezen, die alle onderwerpen die in dit advies aan de orde komen, nader uiteen zullen zetten en verdiepen.

2.   Inleiding

2.1

Cyprus, dat in de tweede semester van 2012 het voorzitterschap van de EU op zich heeft genomen, heeft prioriteit gegeven aan de voorbereiding van een advies, getiteld: „Macro-regionale strategie voor het Middellandse Zeegebied”, met als speciale invalshoek „Welke voordelen biedt zij voor kleine eiland-staten?”

2.2

De keuze voor het EESC vloeit voort uit de rol die het vervult in de formulering van adviezen met standpunten van maatschappelijke organisaties van de lidstaten, en die aldus de participatieve democratie in de EU versterken.

2.3

De keuze voor het onderwerp volgt op de geslaagde formuleringen van macro-strategische benaderingen voor het Oostzeegebied (2), en op macro-strategieën voor de Donau-regio, voor de Adriatische en de Ionische regio, en de Atlantische Oceaan – aangezien het Middellandse Zeegebied een regio met bijzondere kenmerken en navenante eisen vormt.

2.4

Deze strategie moet uitmonden in samenhangend beleid ter ondersteuning van de landen in de regio bij het aanhalen van hun economische en sociale banden en bij het samenwerken om gemeenschappelijke problemen op te lossen om de regio internationaal concurrerend, welvarend, veilig en ecologisch leefbaar te maken. Een dergelijke macro-strategie moet ook zorgen voor coördinatie van het beleid, de doelstellingen en de acties van de Europese instellingen in samenspraak met de lidstaten, de regio's, plaatselijke sociaaleconomische raden, alsook degenen die zich bezighouden met het Middellandse Zeegebied en met name de kleine en geïsoleerde eiland-staten in de regio.

2.5

Voorts wordt van de strategie een oplossing verwacht van de problemen van de huidige internationale economische crisis, door een hoger ontwikkelingstempo, het scheppen van kansen op werk en de terugdringing van de werkloosheid.

2.6

Daarom wordt in dit advies de als volgt luidende definitie van de Commissie (3) gebruikt voor de macro-regionale strategie: de macroregionale strategie verwijst naar de strategie voor een regio die gebieden in diverse landen omvat of regio's die gemeenschappelijke kenmerken hebben, zoals dezelfde zee- of ander gebied of die met dezelfde kwesties te kampen hebben (ontwikkeling, klimaatverandering, beperkte economische en culturele uitwisseling, enz.) De macro-regionale strategieën omvatten benaderingen die gebruikmaken van reeds bestaande instrumenten, programma's en financiering; deze worden toegepast voor de verwezenlijking van speciale doelstellingen van de macro-strategie van de regio. De macro-regionale strategie is erop gericht om bij de planning publieke en particuliere bronnen te betrekken, zodat het beleid in brede zin afgestemd wordt op de beschikbare financiering (Europees, nationaal of regionaal). Voorts maken de strategieën de convergentie mogelijk van middelen van de regio's en de diverse lidstaten door middel van een gecoördineerd „bestuur” en aan de hand van „wederzijdse voordelen” voor alle betrokken partijen.

2.7

Tegen de achtergrond van het veranderde en bijzonder instabiele politieke en sociale klimaat in de landen van het zuidelijke Middellandse Zeegebied na de opstanden, hanteert de EU jegens hen een nieuwe benadering, „Partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart”, die de landen die met behulp van concrete en meetbare doelstellingen werk maken van de vereiste hervormingen, zal belonen (4).

3.   De problemen in het Middellandse Zeegebied

3.1

Gezien de vele, reeds bestaande programma's en initiatieven, zowel voor het Middellandse Zeegebied in brede zin (Europees mediterraan partnerschap, ook bekend als het „Barcelona-proces”), als voor specifiekere regio's in dit gebied, zoals de Ionische en Adriatische Zee (Territoriale samenwerking in het Middellandse Zeegebied via de Adriatisch-Ionische macroregio), dient de nieuwe macrostrategie betrekking te hebben op alle landen in het mediterrane gebied, dat wil zeggen de lidstaten (Portugal, Spanje, Frankrijk, Italië, Griekenland, Cyprus, Slovenië, Malta), en derde landen (Kroatië, Montenegro, Albanië, Turkije, Libanon, Syrië, Palestina, Jordanië, Israël, Egypte, Libië, Algerije, Tunesië en Marokko).

3.2

Alvorens echter het kader van doelstellingen en beleid te beschrijven, moeten de problemen in kaart gebracht worden waarmee de regio kampt.

3.2.1

Op de eerste plaats is het Middellandse Zeegebied, en dan vooral het oostelijk deel daarvan, al eeuwenlang van groot historisch belang; het omvat zowel EU-lidstaten als derde landen die zich in verschillende ontwikkelingsstadia bevinden. Vanwege de eeuwenlange bewoning, exploitatie en intensief verkeer van goederen, personen en vaartuigen (koopvaardij) wordt dit gebied gekenmerkt door grote commerciële en menselijke mobiliteit, maar de economische betrekkingen tussen de landen in de regio blijven heel beperkt; zo zijn er geen directe lucht- en scheepvaartverbindingen tussen de landen van het oostelijke deel van het gebied. Zij die menen dat de Euromediterrane samenwerking helaas beperkt is tot samenwerking tussen de landen van het zuidelijke Middellandse Zeegebied en de EU of tot bilateraal niveau met bepaalde lidstaten, hebben geen ongelijk.

3.2.2

Ten tweede: wegens de economische onevenwichtigheden, de verschillende niveaus van ontwikkeling en welvaart, alsook de frequente spanningen van tegenwoordig, is de mobiliteit van personen uitgegroeid tot permanente economische migratie (al dan niet legaal) (5), met negatieve gevolgen, zowel in de landen van herkomst als de landen van bestemming, met als zeer ernstig aspect de mobiliteit van asielzoekers.

3.2.3

Ten derde blijft het Middellandse Zeegebied een haard van politieke onrust en militaire conflicten vormen, met ongewenst verlies van mensenlevens, vernietiging van eigendom en gevolgen voor economie en handel, alsook voor het milieu. Verder is er, na het uitbreken van de Arabische opstanden, directe behoefte aan een strategie voor het aanhalen van de economische en sociale betrekkingen in de landen in de regio, die, op initiatief van de EU, moet uitgaan van een democratische dialoog met de staten, maar ook met het maatschappelijk middenveld (6), en die aantoont dat de EU daadwerkelijk de volken van het zuidelijke Middellandse Zeegebied (7) ter zijde staat.

3.2.4

Ten vierde is de regio rijk aan vele kostbare grondstoffen, met name energiereserves in de bredere regio van het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Belangrijk feit is de recente ontdekking van nieuwe aardgasreserves, die voor de EU naar verwachting een nieuwe bron van energie kunnen worden die stabieler is. Het is echter zaak om de veiligheid van de zee-, luchtvaart- en andere routes tussen de landen van het Middellandse Zeegebied en de rest van de wereld te garanderen en uit te breiden, met nadruk op de koopvaardij, die voor de regio een belangrijke economische activiteit vormt.

3.2.5

Ten vijfde: eeuwenlange exploitatie van grondstoffen, landbouw, de recente en frequente droogte, overbevissing, alsook druk scheepvaartverkeer hebben geleid tot vervuiling, met schadelijke gevolgen voor het mariene milieu en de kuststreek, en met negatieve gevolgen voor het toerisme. Het boerenbedrijf levert allengs minder producten op van geringere kwaliteit (8), terwijl de rijkdommen van de zee stilaan zijn uitgeput en er sprake is van achteruitgang in de visserij-opbrengst.

3.2.6

Ten zesde: in alle landen van het Middellandse Zeegebied speelt de toerismesector een belangrijke rol voor de werkgelegenheid en de groei; daarom moet bevordering van de samenwerking in de toerismesector tussen de landen in de regio uitgangspunt van de ontwikkelingsstrategie zijn voor het oplossen van grote problemen, met name de seizoensgebondenheid.

3.2.7

Ten zevende: er is sprake van gering gebruik van internettoepassingen, vooral aan de zuidelijke kant van het Middellandse Zeegebied, terwijl onderzoek en innovatie ontbreken. Deze sectoren zijn echter noodzakelijk voor de hedendaagse economie. De connectiviteit tussen de landen in het gebied is zeer beperkt.

3.3

Opgemerkt zij dat de economische, politieke en sociale betrekkingen tussen de landen in Noord-Afrika slecht ontwikkeld zijn; de zogenaamde Euromediterrane samenwerking blijft in de praktijk dus beperkt tot samenwerking met slechts enkele landen. Tegelijk zijn de programma's die de EU in de regio heeft proberen uit te voeren, slechts deels gelukt, vanwege een tekort aan geschikte lokale partners, corruptie (9), alsook vanwege een verkeerde beoordeling van plaatselijke gewoonten, tradities, en maatschappelijke perceptie. Het in 1995 gelanceerde proces van Barcelona heeft povere resultaten opgeleverd, terwijl het MEDA-programma, noch de Unie voor het Middellandse Zeegebied tot nu toe tot de verwachte resultaten hebben geleid wat betreft een solide bevordering van de samenwerking tussen de EU en de landen in de betrokken regio.

4.   Doelstellingen van de macrostrategie voor het Middellandse Zeegebied

4.1

Tegen de achtergrond van de hiervoor beschreven uitdagingen worden de volgende doelstellingen voorgesteld voor een macrostrategie voor het Middellandse Zeegebied.

4.1.1

Totstandbrenging van een duurzame ontwikkeling, met een sterker concurrentievermogen van de economieën van de landen in de regio voor de aanpak van de huidige internationale economische crisis en het creëren van banen en vermindering van de werkloosheid.

4.1.2

Aanhalen van de betrekkingen tussen de landen van het Middellandse Zeegebied en hen omvormen tot een communicatiekanaal tussen de EU, het Midden-Oosten en Afrika, met als doel de totstandbrenging van vrede, welvaart en regionale cohesie.

4.1.3

Uitwerking van een ambitieus energiebeleid ten dienste van de landen in de regio en van de EU – aangezien de Unie behoefte heeft aan diversificatie van energieleveranciers en haar afhankelijkheid van Rusland wil terugdringen.

4.1.4

Uitbreiding van het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen tussen de niet-EU-landen in het Middellandse Zeegebied.

4.1.5

Verbetering van verbindingen voor een snelle en onbelemmerde toegang tot goederen, personen en diensten, met de nadruk op veilig vervoer van energieproducten.

4.1.6

Uitbreiding van de rol van de kleine EU-eilandlidstaten in het Middellandse Zeegebied, d.w.z. Cyprus en Malta, aan de hand van initiatieven voor betere betrekkingen tussen de partners in de mediterrane regio, met name door verbetering van de internetverbindingen tussen deze landen en de rest van de wereld.

4.1.7

Bevordering van programma's die nieuwe banen opleveren voor groepen die speciale aandacht behoeven (vrouwen (10) jongeren, gehandicapten, enz.).

4.2

De macroregionale strategie voor het Middellandse Zeegebied (verdeeld in een subregionale strategie voor het oostelijk en westelijk deel van het gebied) moet de regio toonaangevend maken op het gebied van handel, toerisme, cultuur, ideeën, innovatie, onderzoek, onderwijsactiviteiten, en haar veranderen in een vreedzame regio voor een geslaagde sociale ontwikkeling en welvaart.

5.   Strategische benadering voor de mediterrane macroregio

5.1

De voorgaande analyse kan dienen voor het in kaart brengen van de belangrijkste onderdelen van een strategie, die gebaseerd kunnen worden op de volgende zes pijlers en verenigbaar zijn met de strategie Europa-2020 (11).

5.1.1

De eerste pijler betreft economische samenwerking en ontwikkeling, gecombineerd met de duurzaamheidsdoelstellingen en met ingrijpende maatregelen voor de economie, zoals:

vaststelling, binnen het kader van het GLB, van een langetermijnstrategie voor duurzame landbouwactiviteit mogelijk maakt, die berust op scholing, technologie, innovatie en onderzoek;

toepassing van beleid voor uitbreiding van de visteelt;

ondersteuning van middelgrote en kleine ondernemingen, die de ruggengraat van de lokale economieën vormen;

liberalisering van de handel tussen de landen in de regio;

bestrijding van corruptie, die economische en sociale structuren vernietigt en het concurrentievermogen aantast;

bevordering van toerisme en de culturele ontwikkeling, met de nadruk op transnationale samenwerking, het aantrekken van buitenlandse investeringen, het stimuleren van cruisetoerisme met vele bestemmingen, opwaardering van het cultureel erfgoed en van de stranden door het toekennen van een kwaliteitsvlag.

5.1.2

De tweede pijler betreft milieubescherming en de aanpak van klimaatverandering, en meer in het bijzonder:

bescherming van mariene (ook onderzeese) rijkdom door het vernieuwen van visbestanden, het nemen van initiatieven voor het minimaliseren van de problemen in verband met de komende klimaatverandering;

het treffen van aanvullende maatregelen ter bescherming van kuststreken;

uitbreiding van de samenwerking tussen de landen in de regio ter bescherming en billijke distributie van de beperkte watervoorraden;

toepassing van het duurzaamheidsbeginsel in het zeevervoer, door gebruik van nieuwe technologieën voor scheepsbewegingen, voor lagere exploitatiekosten en een lagere CO2-uitstoot.

5.1.3

De derde pijler: betreft de transportverbindingen om de lucht- en scheepvaartverbindingen en de veiligheid te waarborgen bij het vervoer van goederen en personen. In dit verband wordt gestreefd naar:

versterking en verbetering van de koopvaardijvaart via samenwerking tussen de landen in het Middellandse Zeegebied, waarborging van veiligheid voor internationale, kustvaart- en luchtvaartroutes;

verbetering van de lucht- en scheepvaartverbindingen tussen de landen binnen de regio, alsook tussen het oostelijke en westelijke Middellandse Zeegebied, en tot slot met de rest van de EU;

uitstippeling van nieuwe of verbetering van bestaande scheepvaartroutes, ten behoeve van veilige en concurrerende verbindingen met de eiland-lidstaten.

5.1.4

De vierde pijler betreft de samenwerking op energiegebied (12), voor koolwaterstoffen, aardgas, hernieuwbare energiebronnen en het veilig vervoer van energie vanuit de producerende landen naar de EU en elders. De langetermijndoelstelling, het oprichten van een Energiegemeenschap tussen de EU en het zuidelijke Middellandse Zeegebied, is zeer gedurfd maar noodzakelijk. Dit vergt de uitwerking van een energiebeleid voor het Middellandse Zeegebied op diverse niveaus voor:

exploitatie van nieuwe aardgasbronnen die momenteel ontdekt worden, alsmede van hernieuwbare energiebronnen als zonne- en windenergie;

lokalisatie en exploitatie van nieuwe aardgasvoorraden;

ontwikkeling van duurzame-energiebronnen via regionale initiatieven zoals het mediterraan plan voor zonne-energie, Dii-Renewable energy bridging continents, Medgrid, e.a.;

toetreding van het zuidelijk Middellands Zeegebied tot de interne energiemarkt van de EU.

5.1.5

De vijfde pijler betreft innovatie en concurrentievermogen. De strategie moet de mogelijkheden aangrijpen die de bestaande EU-initiatieven bieden op het gebied van onderzoek en innovatie, ter verbetering van het concurrentievermogen, wat zal bijdragen aan de welvaart van de bevolking in het brede Middellandse Zeegebied door:

bevordering van onderwijshervormingen en de aanpassing van onderwijsstelsels aan de huidige ontwikkelingsvereisten, met nadruk op het opleidings- en bijscholingsbeleid voor personeel;

nauwere samenwerking tussen universiteiten, ondernemingen en onderzoeksinstellingen, ter wille van onderzoek en technologie;

bevordering van uitwisselingsprogramma's voor wetenschappers en studenten (programma's als ERASMUS, Leonardo da Vinci en dergelijke);

versterking van de samenwerking tussen de landen voor de verbetering van elektronische verbindingen en van de toegang tot internet.

5.1.6

De zesde pijler betreft migratie en mobiliteit (13), gericht op de bevordering van wettelijkheid, het in goede banen leiden van de migratie, handhaving van de internationale asielwetgeving, terugdringing van illegale migratie, de bestrijding van criminele netwerken van mensenhandel, en de bescherming van de rechten van de mens bij grensbewaking.

Nauwere samenwerking voor controle op migratie en mobiliteit tussen de landen van herkomst, de landen van doortocht en de landen van opvang, die doorgaans EU-lidstaten zijn.

Verbetering van de mobiliteit, veilige doortocht, alsook uitwerking van een nieuw en gedegen EU-asielbeleid, dat berust op

de prioriteiten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel;

verbetering van de politionele samenwerking voor het voorkomen en bestrijden van grensoverschrijdende criminaliteit.

6.   Voorwaarden voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de strategie voor macroregionale ontwikkeling in het Middellandse Zeegebied

6.1

De macrostrategie voor het Middellandse Zeegebied (verdeeld in twee subregionale strategieën) moet uitgevoerd worden in het kader van de Europa 2020-strategie en bestaande programma's en financieringsfaciliteiten van de EU (14) en op basis van Europese initiatieven zoals INTERACT voor de verlening van technische hulp en opleiding (15) Dit vereist wel dat er een nieuwe beheersinfrastructuur komt en dat de instellingen beter gaan werken. De macroregionale strategie moet een nieuwe aanpak aanbieden die de betrokken landen van nut is en voorzien in praktische maatregelen en beleid dat doeltreffend kan worden toegepast

6.2

De strategie voor het Middellandse Zeegebied (oostelijk en westelijk deel) moet gebruik maken van alle bestaande middelen en gerelateerd worden aan aspecten van de benadering voor het Middellandse Zeegebied die buitenlandse betrekkingen betreffen. De sleutel hiertoe biedt effectievere coördinatie van acties en maatregelen van de Commissie met die van de lidstaten, regio's, lokale overheden en andere betrokkenen, met het oog op goede resultaten.

6.3

In het besef van de cruciale rol van het Middellandse Zeegebied besloot de EU in 2008, tijdens de top van Parijs over dit gebied, om de samenwerking direct uit te breiden door de oprichting van een permanent orgaan, genaamd Unie voor het Middellandse Zeegebied (16). Het orgaan, met hoge verwachtingen in Barcelona gelanceerd, kreeg specifieke taken toegewezen in verband met de vervuiling op zee, maritieme veiligheid, energie en ontwikkeling van de economische betrekkingen tussen alle landen die deel uitmaken van het Euromediterrane partnerschap. Helaas kan de Unie voor het Middellandse Zeegebied tot nu toe slechts zeer teleurstellende resultaten voorleggen.

6.4

Macroregio's hebben geen strikt vastgelegde grenzen; de kwesties die zij willen bevorderen, moeten dus gebaseerd zijn op overeengekomen uitdagingen en gemeenschappelijke kwesties die kunnen worden aangepakt en gerelateerd kunnen worden aan andere macroregionale strategieën, zoals de EU ze heeft vastgesteld, aan de hand van een beperkte combinatie van beleid en acties, gekozen door de deelnemende landen.

7.   Vereiste maatregelen voor de uitvoering van de nieuwe strategie

7.1

Binnen het hierboven geschetste kader dient de macroregionale strategie voor het Middellandse Zeegebied de volgende specifieke maatregelen te bevatten:

7.1.1

uitwerking van een relevant mechanisme voor coördinatie en governance ter uitvoering van de macroregionale strategie, dat kan zorgen voor coördinatie van de talrijke EU-organen, alsmede betrokken lokale overheden. Daartoe wordt het volgende voorgesteld:

toewijzing van de coördinatie van de acties van de macroregionale strategie aan de Commissie (DG REGIO, in samenwerking met de EDEO) zodat dit officieel EU-beleid wordt.

Uitwerking van twee subregionale strategieën voor het Middellandse Zeegebied, één voor het oostelijk en één voor het westelijk deel, vanwege de bijzondere economische, sociale, geografische en culturele aspecten. Beide strategieën dekken, samen met de strategie voor de Adriatische en de Ionische regio, het gehele Middellandse Zeegebied.

Voorgesteld wordt om als werkmodel de structuren te gebruiken die bij de strategie voor de Atlantische Oceaan zijn gekozen (DG MARE), te weten:

1.

de oprichting, op initiatief van DG REGIO, van twee forums voor het Middellandse Zeegebied (oostelijk en westelijk), die de heersende situatie in elke regio beschrijven en die actieplannen voorstellen. De forums dienen te bestaan uit vertegenwoordigers van de Europese instellingen (Commissie, Parlement, EESC, CvdR), vertegenwoordigers van de landen in het Middellandse Zeegebied, van regionale en lokale overheden en van maatschappelijke organisaties.

2.

De forums worden bijgestaan door twee stuurgroepen (Steering Committees).

3.

De Commissie en de regeringen zullen de definitieve voorstellen van beide forums beoordelen.

7.1.2

De uitvoering van het EU-beleid voor goed nabuurschap. De aanpak van macroregionale strategieën is tot nu toe beperkt gebleven tot de uitvoering van binnenlands beleid van de EU. Om doeltreffend te zijn, moet zo'n strategie in het Middellandse Zeegebied, waar het om veel niet-EU-landen gaat, ook elementen van buitenlands beleid ten uitvoer leggen, natuurlijk met de nadruk op het EU-beleid voor goed nabuurschap.

7.1.3

Uitstippeling van beleid voor

7.1.3.1

onderwijs en opleiding van personeel

7.1.3.2

verbetering van internet- en IT-communicatie; permanente verbetering van online diensten van e-government

7.1.3.3

een gemeenschappelijke programmering van onderzoek, innovatie, duurzame ontwikkeling en beroepsopleidingen

7.1.3.4

waarborging van een vrije doortocht over zee en van het verkeer van goederen, personen en energie, aan de hand van een beleid voor veilige en goedkope verbindingen, de invoering van nieuwe zeevaartroutes en verbetering van de koopvaardij

7.1.3.5

doeltreffende scheep- en luchtvaartverbindingen tussen alle regio's van het Middellandse Zeegebied en de rest van de wereld

7.1.3.6

uitbreiding van de handels- en politieke betrekkingen, door de oprichting van vrijhandelszones op basis van bestaande euromediterrane overeenkomsten, opheffing van invoerrechten en gecoördineerde acties, zoals convergentie van de regelgeving

7.1.3.7

het nemen van maatregelen betreffende concurrentie, overheidsopdrachten, bescherming van investeringen en sanitaire en fytosanitaire kwesties.

7.1.4

Grensoverschrijdende en interregionale samenwerkingsprojecten kunnen worden gefinancierd uit bestaande bronnen (17), te weten de EU-Structuurfondsen, via bijdragen van lidstaten, bijdragen van andere donorlanden (bijv. Noorwegen en Zwitserland), de Europese Investeringsbank (EIB) (18), via FEMIP (19) (de Europese mediterrane investerings- en partnerschapsfaciliteit), inzet van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO), en uit toewijzingen voor de Unie voor het Middellandse Zeegebied, waaraan lokale overheden, particuliere organisaties en ngo's kunnen deelnemen.

7.1.5

De nieuwe macroregionale strategie moet functioneel gerelateerd worden aan ander EU-beleid, zoals de Europa 2020-strategie, het cohesiebeleid, het nieuwe gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid, de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen en de trans-Europese netwerken voor vervoer, telecommunicatie en energie, het programma „Horizon 2020”, de Digitale Agenda, het programma COSME, en met name het geïntegreerd maritiem beleid, alsook het beleid voor het CEAS (20).

8.   De rol van de eilanden in de nieuwe macroregionale strategie

8.1

Het staat als een paal boven water dat er tot nu toe op EU-niveau geen geïntegreerde vaste strategie is vastgesteld, met speciale aandacht voor de eiland-lidstaten, met name Cyprus en Malta, die te kampen hebben met problemen op het gebied van vervoer en energie. De gebrekkige toegankelijkheid staat de voltooiing van de interne markt in de weg.

8.2

Via een nieuwe macroregionale strategie voor het Middellandse Zeegebied zullen de connectiviteitsmogelijkheden voor Cyprus en Malta worden vastgesteld en kunnen de juiste voorwaarden worden gecreëerd voor de inzet van Europese middelen.

8.3

Cyprus (oostelijk) en Malta (westelijk Middellandse Zeegebied) kunnen een concrete rol spelen in de toepassing en het beheer van de nieuwe macroregionale strategie als plaatsen waar uitvoeringsorganen voor de regio kunnen worden gevestigd of overgebracht.

9.   Potentiële rol van het EESC in de nieuwe macroregionale strategie voor het Middellandse Zeegebied

9.1

In samenwerking met de SER's van de lidstaten in het Middellandse Zeegebied en met gelijkwaardige instanties (indien aanwezig) in de landen van Noord-Afrika, alsook met representatieve maatschappelijke organisaties, heeft het EESC besloten een bijeenkomst te organiseren van Euromediterrane sociaaleconomische raden, die binnenkort zou moeten plaatsvinden.

9.2

Het EESC beschikt over de ervaring en de kennis om lid te worden de Forums voor het Middellandse Zeegebied, eenmaal ze zullen zijn opgericht.

9.3

Het EESC is voornemens verder te gaan met het uitbrengen van specifieke adviezen voor de verdieping van de macroregionale strategie voor het Middellandse Zeegebied.

Brussel, 12 december 2012

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Staffan NILSSON


(1)  Verslag van het Europees Parlement over de ontwikkeling van de macroregionale strategieën van de EU: huidige praktijk en vooruitzichten, vooral in het Middellandse Zeegebied, Commissie regionale ontwikkeling, rapporteur: François Alfonsi (A7-0219/2012).

Resolutie van het Europees Parlement van 3 juli 2012 over de ontwikkeling van de macroregionale strategieën van de EU: huidige praktijk en vooruitzichten, vooral in het Middellandse Zeegebied (2011/2179/INI).

(2)  EESC-advies over macro-regionale samenwerking. „Uitbreiding van de Oostzeestrategie naar andere macroregio's in Europa”, PB C 318 van 23.12.2009, blz. 6, alsook

EESC-advies over de „Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's inzake de strategie van de Europese Unie voor het Oostzeegebied”, (COM 2009) 248 final, PB C 339 van 14.12.2010, blz. 29.

(3)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's inzake de strategie van de Europese Unie voor het Oostzeegebied, (CΟΜ )2009) 248 final, PB C 339 van 14.12.2010).

(4)  Gezamenlijke mededeling aan de Europese Raad, het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's Een partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart met het zuidelijke Middellandse Zeegebied, COM(2011) 200 final, van 8.3.2011.

(5)  ΕESC-advies over de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's – Mededeling inzake migratie COM (2011) 248 final, PB C 248 van 25.8.2011, blz. 135.

(6)  EESC-advies: “Ondersteuning van representatieve maatschappelijke organisaties in de Euromed-regio”, PB C 376 van 22.12.2011, blz. 32, alsmede

EESC-advies: “De Oostzeeregio: rol van het maatschappelijk middenveld bij het verbeteren van de regionale samenwerking en het vaststellen van een strategie voor de regio” – PB C 277 van 17.11.2009, blz. 42.

(7)  EESC-advies over de gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Inspelen op de veranderingen in onze buurlanden, PB C 43 van 15.2.2012, blz. 89

EESC-advies over „De rol van vredesopbouw in de externe betrekkingen van de EU: geslaagde methoden en vooruitzichten”, PB C 68 van 6.3.2012, blz. 21.

(8)  EESC-advies over „Landbouw in de Euromed-regio (met inbegrip van het belang van het werk van vrouwen in de landbouw en de rol van coöperaties)”, PB C 347 van 18.12.2010, blz. 41.

(9)  EESC-advies over „De rol van het maatschappelijk middenveld bij de bestrijding van corruptie in de landen van het zuidelijk Middellandse Zeegebied”, PB C 351, 15.11.2012, blz. 27.

(10)  EESC-advies over de Bevordering van het ondernemerschap van vrouwen in de Euromediterrane regio, PB C 256 van 27.10.2007, blz. 144.

(11)  http://ec.europa.eu/europe2020/europe-2020-in-a-nutshell/index_nl.htm

(12)  EESC-advies over De bevordering van hernieuwbare energie en het nabuurschapsbeleid: een casestudy van het Euro-mediterrane gebied, PB C 376 van 22.12.2011, blz. 1, alsook

EESC-advies over de externe dimensie van het energiebeleid van de EU, PB C 182 van 4.8.2009, blz. 8.

(13)  Zie het EESC-advies over de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een totaalaanpak van migratie en mobiliteit”, COM(2011) 743 final, PB C 191, 29.6.2012, blz. 134, alsmede EESC-adviezen over de volgende voorstellen: „Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa” COM(2011) 750 final – 2011/0365 (COD), „Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Fonds voor asiel en migratie” COM(2011) 751 final – 2011/0366 (COD), „Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de algemene bepalingen inzake het Fonds voor asiel en migratie en inzake het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheer” COM(2011) 752 final – 2011/0367 (COD) en het „Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor interne veiligheid, van het instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheer” COM(2011) 753 final – 2011/0368 (COD), PB C 299 van 4.10.2012, blz. 108.

(14)  Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 houdende algemene bepalingen tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument, PB L 310 van 9.11.2006.

(15)  

http://www.interact-eu.net/about_us/about_interact/22/2911

http://www.interact-eu.net/ipvalencia/ipvalencia/117/619 (betreffende de speciale antenne voor het Middellandse Zeegebied in Valencia).

(16)  http://www.eeas.europa.eu/euromed/index_en.htm

(17)  Voor de periode tot eind 2013 is circa 4 miljard euro beschikbaar aan financiering ter ondersteuning van de zuidelijke buurlanden, uit hoofde van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument.

(18)  http://www.eib.europa.eu/projects/regions/med/index.htm?lang.en

(19)  http://www.eib.europa.eu/infocentre/publications/all/femip-2011-annual-report.htm

(20)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Asielbeleidsplan - Een geïntegreerde aanpak van bescherming in de hele EU, COM(2008) 360 final.