|
29.11.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 348/9 |
Eindverslag van de raadadviseur-auditeur (1)
COMP/39.092 — Badkamersanitair
2011/C 348/08
Deze zaak betreft een kartel dat producenten van badkamersanitair gebruikten om prijzen en kortingen in Oostenrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Italië en Nederland te coördineren.
ACHTERGROND
Naar aanleiding van het immuniteitsverzoek dat Masco Corporation op 15 juli 2004 op grond van de clementieregeling uit 2002 indiende, heeft de Commissie inspecties uitgevoerd ten kantore van verscheidene ondernemingen en brancheverenigingen in de sector van badkamersanitair in vijf landen, namelijk Oostenrijk, België, Duitsland, Italië en Nederland. Na de inspecties dienden ook de ondernemingen Grohe, American Standard, Roca, Hansa en Dornbracht clementieverzoeken in. De Commissie heeft op 2 maart 2005 onder voorwaarden immuniteit verleend aan Masco.
SCHRIFTELIJKE PROCEDURE
Mededeling van punten van bezwaar
Na de voornoemde clementieverzoeken en het daaropvolgende onderzoek heeft de Commissie op 26 maart 2007 een mededeling van punten van bezwaar doen uitgaan waarvan 79 rechtspersonen die tot 19 ondernemingsgroepen behoren in kennis werden gesteld (2). De Commissie stelde zich op het voorlopige standpunt dat de adressaten, in verschillende mate en voor uiteenlopende periodes, op de markt voor badkamersanitair (3), in zes lidstaten (4), deelgenomen hadden aan één enkele en voortdurende inbreuk op artikel 101, VWEU (oud artikel 81 VEG) en artikel 53 van de EER-Overeenkomst. Volgens de mededeling van punten van bezwaar hebben de geadresseerden regelmatig prijsverhogingen gecoördineerd, prijsafspraken gemaakt en gevoelige bedrijfsinformatie uitgewisseld. De Commissie kondigde ook aan voornemens te zijn een inbreukbesluit vast te stellen en boetes op te leggen overeenkomstig artikelen 7 en 23 van Verordening (EG) nr. 1/2003 (5).
Toegang tot het dossier
De partijen ontvingen toegang tot het dossier via een dvd. Mondelinge verklaringen die in het kader van de clementieregeling werden afgelegd, waren beschikbaar ten kantore van de Commissie. Tijdens de toegang tot het dossier werd informatie die oorspronkelijk als niet-toegankelijk werd beschouwd bij drie gelegenheden aan de partijen beschikbaar gesteld in de vorm van extra dvd's.
Verlengingen van de periode om op de mededeling van punten van bezwaar te antwoorden
De geadresseerden van de mededeling van punten van bezwaar kregen oorspronkelijk een termijn van twee maanden om schriftelijke opmerkingen ten aanzien van de mededeling van punten van bezwaar te maken, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het dossier van de Commissie in de vorm van een dvd. Na verzoeken van verscheidene partijen en door onder meer de openbaarmaking van aanvullende informatie en een tussenliggende vakantieperiode werden aan alle adressaten van de mededeling van punten van bezwaar twee algemene verlengingen van telkens één maand toegekend. Die algemene verlengingen werden bij wijze van uitzondering rechtstreeks door DG Concurrentie toegekend met de goedkeuring van de raadadviseur-auditeur. Voorts werden door de toen verantwoordelijke raadadviseur-auditeur, na gefundeerde en gerechtvaardigde verzoeken, op individuele basis aan verscheidene partijen extra verlengingen van de antwoordtermijn toegekend. De partijen kregen over het algemeen een periode van ongeveer vier maanden om op de mededeling van punten van bezwaar te antwoorden. Alle partijen hebben binnen dat tijdsbestek geantwoord.
MONDELINGE PROCEDURE
Hoorzitting
Alle ondernemingsgroepen, behalve RAF Rubinetteria SpA, oefenden hun recht uit te worden gehoord tijdens een hoorzitting, die van 12 tot 14 november 2007 plaatsvond (6).
Letter of Facts
Op 9 juli 2009 werd naar alle partijen een Letter of Facts gezonden. Met die brief vestigde de Commissie hun aandacht op bepaald bewijsmateriaal waarnaar niet specifiek verwezen was of waarvan niet specifiek gebruik was gemaakt in de mededeling van punten van bezwaar, maar waarop de Commissie zich in haar eindbesluit wel wilde baseren. De partijen werden tegelijkertijd ingelicht over de conclusies die uit dat bewijsmateriaal zouden kunnen worden getrokken ter versterking van de reeds in de mededeling van punten van bezwaar naar voren gebrachte bezwaren. Hoewel in de mededeling van punten van bezwaar niet van het specifieke bewijsmateriaal gebruik gemaakt was, maakte dat toch deel uit van het reeds ter beschikking gestelde dossier. De partijen kregen drie weken tijd om op de Letter of Facts te antwoorden.
Na de raadpleging van het adviescomité verzocht één betrokken partij om een tweede hoorzitting, door de vermeende onredelijke duur van de administratieve procedures.
HET ONTWERP-BESLUIT
Na de schriftelijke en mondelinge verklaringen van de geadresseerden heeft de Commissie haar bezwaren tegen 63 rechtspersonen die tot 17 ondernemingsgroepen behoren gehandhaafd, terwijl ze besloten heeft de bezwaren tegen twee ondernemingen te laten vallen (7). Wat de in het ontwerp-besluit geviseerde ondernemingen betreft, werd de duur van de inbreuk ten aanzien van de meeste landen aanzienlijk verlaagd en de totale duur van bijna 19 tot ongeveer 12 jaar verlaagd.
Bovendien werden de omvang en betrokkenheid bij de inbreuk voor verscheidene partijen afgezwakt in vergelijking met de mededeling van punten van bezwaar. Meer in het bijzonder worden slechts acht ondernemingen aansprakelijk gesteld voor betrokkenheid bij een enkele en voortdurende inbreuk voor het hele scala producten en voor het hele geografische gebied, namelijk Oostenrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Italië en Nederland. De overige ondernemingen worden enkel aansprakelijk gesteld voor de enkele en voortdurende inbreuk voor die landen waarin hun daadwerkelijke deelname aan het kartel kon worden vastgesteld, aangezien de bewijslast in het dossier niet voldoende is om zonder twijfel vast te stellen dat ze op de hoogte waren, of redelijkerwijs op de hoogte hadden moeten zijn, van de volledige geografische reikwijdte van de kartelovereenkomsten. In het bijzonder worden vijf Italiaanse fabrikanten enkel aansprakelijk gesteld voor illegale contacten aangaande kranen en fittings en keramische producten, aangezien ze enkel in Italië actief waren en weet hadden van kartelovereenkomsten in dat land, waar collusie geen douchecabines omvatte. De overige ondernemingen worden echter aansprakelijk gesteld voor een enkele en voortdurende inbreuk in alle drie de productgroepen, want zelfs als ze niet actief waren op de andere productmarkten, waren ze op de hoogte (of hadden ze redelijkerwijs op de hoogte kunnen zijn) van de hele door de concurrentiebeperkende regelingen bestreken reeks producten. Desalniettemin zullen voor de berekening van de boete enkel verkopen worden meegeteld die daadwerkelijk plaatsvonden op de markten waar de ondernemingen actief waren. Bovendien blijkt in dit besluit dat aan Nederland geen boetes kunnen worden opgelegd wegens verjaring van de zaak.
Aangaande de duur van de administratieve procedures in deze zaak herinner ik er ten slotte aan dat artikel 41 van het Handvest van de grondrechten vereist dat eenieder er recht op heeft dat zijn zaken binnen een redelijke termijn door de instellingen en organen van de Unie worden behandeld. Omdat de procedure in zijn geheel ongeveer vijf jaar en zes maanden geduurd heeft, zijn er meer dan drie jaar verstreken sinds de kennisgeving van de mededeling van punten van bezwaar en ongeveer 31 maanden sinds de hoorzitting werd gehouden. Het lijkt erop dat de periode na de hoorzitting aanzienlijk langer geduurd heeft, ondanks het feit dat de Commissie tijdens die periode een Letter of Facts heeft doen uitgeven waarop de partijen konden antwoorden en dat ze verscheidene claims voor onmogelijkheid tot betaling heeft onderzocht en beoordeeld. Het kan hoe dan ook open worden gelaten of de Commissie met de tijd die ze nodig gehad heeft om dit besluit vast te stellen het beginsel van de redelijke termijn heeft geschonden, aangezien er geen aanwijzingen zijn dat de duur de daadwerkelijke uitoefening van de rechten van de verdediging heeft aangetast (8).
Ik ben van mening dat het ontwerp-besluit alleen betrekking heeft op de bezwaren ten aanzien waarvan de betrokkenen in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunt kenbaar te maken.
Ik ben van oordeel dat het recht van alle partijen bij de procedure om gehoord te worden in acht is genomen.
Brussel, 21 juni 2010.
Michael ALBERS
(1) Overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van Besluit (2001/462/EG, EGKS) van de Commissie van 23 mei 2001 betreffende het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures (PB L 162 van 19.6.2001, blz. 21).
(2) Masco, Sanitec, Grohe, American Standard, Hansa, […], Villeroy&Boch, Duscholux, Duravit, Roca, Dornbracht, Kludi, Artweger, Rubinetteria Cisal, […], Mamoli Rubinetteria, RAF Rubinetteria, Teorema Rubinetteria en Zuchetti Rubinetteria.
(3) De markt voor badkamersanitair bestaat uit drie productgroepen: i) kranen en fittings, ii) doucheafscheidingen en iii) keramisch sanitair.
(4) Oostenrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Italië en Nederland.
(5) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1).
(6) Hoewel alle ondernemingsgroepen, behalve RAF Rubinetteria, op de hoorzitting vertegenwoordigd waren, hebben bepaalde rechtspersonen die tot de ondernemingen American Standard, Duscholux en Sanitec behoren, niet individueel deelgenomen, namelijk Trane Inc (voorheen American Standard Corporation), Duscholux AG, Allia SA/SAS, produits Céramiques de Touraine SA, Keramag Keramische Werke A.G., Keramag Vertriebsges. m.b.H., Keramag Belgium N.V., Keramag Netherlands B.V., Koralle Sanitärprodukte GmbH, Koninklijke Sphinx B.V., Sphinx Bathrooms Belgium N.V. en Pozzi-Ginori SpA.
(7) […]
(8) Cfr. arrest van 21 september 2006, zaak C-105/04 P, Nederlandse Federatieve Vereniging voor de Groothandel op Elektrotechnisch Gebied (FEG)/Commissie, Jurispr. 2006, blz. I-8725, punt 35 e.v.