15.12.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 366/122


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding betreffende het begrotingsjaar 2010, vergezeld van de antwoorden van het Centrum

2011/C 366/22

INLEIDING

1.

Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (hierna: „Centrum”), gevestigd te Stockholm, werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 (1). Hoofdtaak van het Centrum is informatie te verzamelen en te verspreiden betreffende de preventie en bestrijding van ziekten bij de mens en daarover wetenschappelijke adviezen te verstrekken. Het Centrum moet ook het Europese netwerk van op dit gebied werkzame organen coördineren (2).

2.

De begroting 2010 van het Centrum beliep 57,8 miljoen euro, tegen 51 miljoen euro het voorgaande jaar. Aan het eind van het jaar had het Centrum 254 personeelsleden in dienst, tegen 199 het voorgaande jaar.

BETROUWBAARHEIDSVERKLARING

3.

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 287, lid 1, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie controleerde de Rekenkamer de jaarrekening (3) van het Centrum, die bestaat uit de „financiële staten” (4) en de „verslagen over de uitvoering van de begroting” (5) betreffende het per 31 december 2010 afgesloten begrotingsjaar, alsmede de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij die rekening.

4.

Deze betrouwbaarheidsverklaring is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (6) aan het Europees Parlement en de Raad gericht.

De verantwoordelijkheid van de directeur

5.

Als ordonnateur voert de directeur de begroting aan de ontvangsten- en uitgavenzijde uit overeenkomstig de financiële regeling van het Centrum, onder zijn eigen verantwoordelijkheid en binnen de grens van de toegekende kredieten (7). De directeur is verantwoordelijk voor het opzetten (8) van de organisatorische structuur en van de systemen en procedures voor beheer en interne controle die van belang zijn om definitieve rekeningen (9) te kunnen opstellen die geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevatten en om te verzekeren dat de onderliggende verrichtingen bij deze rekeningen wettig en regelmatig zijn.

De verantwoordelijkheid van de Rekenkamer

6.

De Rekenkamer heeft de verantwoordelijkheid om op basis van haar controle een verklaring af te geven over de betrouwbaarheid van de jaarrekening van het Centrum en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij die rekening.

7.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig de internationale controlestandaarden en de regels inzake beroepsethiek van IFAC en ISSAI (10). Volgens die standaarden moet de Rekenkamer voldoen aan ethische voorschriften en de controle zodanig plannen en uitvoeren dat redelijke zekerheid wordt verkregen dat de rekeningen geen afwijkingen van materieel belang bevatten en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn.

8.

De controle van de Rekenkamer houdt in dat procedures worden uitgevoerd om controle-informatie te verkrijgen over de bedragen en mededelingen in de rekeningen en over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen daarbij. De keuze van de procedures, waaronder de beoordeling van de risico's van afwijkingen van materieel belang in de rekeningen of van onwettige of onregelmatige verrichtingen als gevolg van fraude of fouten, is afhankelijk van haar controleoordeel. Bij deze risicobeoordelingen wordt gekeken naar de interne controle met betrekking tot de opstelling en presentatie van de rekeningen door de entiteit om controleprocedures op te zetten die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn. De controle van de Rekenkamer houdt tevens een beoordeling in van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaglegging en de redelijkheid van de door de leiding gemaakte boekhoudkundige schattingen, evenals een beoordeling van de algehele presentatie van de rekeningen.

9.

De Rekenkamer is van oordeel dat de verkregen controle-informatie toereikend is en geschikt als grondslag voor de navolgende oordelen.

Oordeel over de betrouwbaarheid van de rekeningen

10.

Naar het oordeel van de Rekenkamer geeft de jaarrekening van het Centrum (11) op alle materiële punten een getrouw beeld van zijn financiële situatie per 31 december 2010 en van de resultaten van zijn verrichtingen en kasstromen in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig de bepalingen van zijn financieel reglement.

Oordeel over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen

11.

Naar het oordeel van de Rekenkamer zijn de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van het Centrum betreffende het per 31 december 2010 afgesloten begrotingsjaar op alle materiële punten wettig en regelmatig.

12.

De hiernavolgende opmerkingen doen niets af aan het oordeel van de Rekenkamer.

OPMERKINGEN OVER HET BUDGETTAIR EN FINANCIEEL BEHEER

13.

In 2010 werd een bedrag van 15,6 miljoen euro, hetgeen gelijkstaat aan 27 % van de totale begroting, waaronder 50 % van titel III — Beleidsuitgaven, overgedragen naar 2011. Dit hoge niveau van overdrachten, dat gepaard gaat met een laag niveau van transitorische passiva (5,5 miljoen euro), is buitensporig en in strijd met het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit.

ANDERE AANGELEGENHEDEN

14.

Wat betreft de procedures voor personeelsselectie bleek dat vooraf niet was vastgesteld aan welke drempelvoorwaarden kandidaten moesten voldoen om te worden uitgenodigd voor een gesprek of om te worden opgenomen op de reservelijst. Er werd niet consequent rekening gehouden met de schriftelijke tests bij de beoordeling van de kandidaten. Deze praktijken brengen de doorzichtigheid van de wervingsprocedures in het gedrang.

Dit verslag werd door kamer IV onder voorzitterschap van de heer Igors LUDBORŽS, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 20 september 2011.

Voor de Rekenkamer

Vítor Manuel da SILVA CALDEIRA

President


(1)  PB L 142 van 30.4.2004, blz. 1.

(2)  Ter informatie geeft de bijlage een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Centrum.

(3)  Bij deze rekening is een verslag gevoegd over het budgettair en financieel beheer tijdens het jaar, dat onder meer de uitvoeringsgraad van de kredieten vermeldt en beknopte informatie geeft over de kredietoverschrijvingen tussen de verschillende begrotingsonderdelen.

(4)  De financiële staten omvatten de balans en de economische resultatenrekening, de tabel van de kasstromen, de staat van de veranderingen van het eigen vermogen en de bijlage bij de financiële staten met een beschrijving van de voornaamste grondslagen voor financiële verslaglegging en andere toelichtingen.

(5)  De verslagen over de begrotingsuitvoering omvatten ook de resultatenrekening van de begrotingsuitvoering en de bijlage daarbij.

(6)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(7)  Artikel 33 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie (PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72).

(8)  Artikel 38 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002.

(9)  De regels inzake de rekening en verantwoording en de boekhouding van de agentschappen zijn vastgelegd in hoofdstuk 1 van titel VII van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 652/2008 (PB L 181 van 10.7.2008, blz. 23), en zijn als zodanig opgenomen in het financieel reglement van het Centrum.

(10)  Internationale Federatie van Accountants (IFAC) en Internationale Standaarden van Hoge Controle-instanties (ISSAI).

(11)  De definitieve jaarrekening is op 10 juni 2011 opgesteld en op 28 juni 2011 bij de Rekenkamer ingekomen. De definitieve jaarrekening is te vinden op de website http://eca.europa.eu of op http://ecdc.europa.eu/en/aboutus/Pages/AboutUs_KeyDocuments.aspx.


BIJLAGE

Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (Stockholm)

Bevoegdheden en activiteiten

Bevoegdheden van de Unie volgens het Verdrag

(Artikel 168 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie)

Bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Unie wordt een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd.

Het optreden van de Unie, dat een aanvulling vormt op het nationale beleid, is gericht op verbetering van de volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens en het wegnemen van bronnen van gevaar voor de menselijke gezondheid. Dit optreden omvat de bestrijding van grote bedreigingen van de gezondheid, door het bevorderen van onderzoek naar de oorzaken, de overdracht en de preventie daarvan, alsmede door het bevorderen van gezondheidsvoorlichting en gezondheidsonderwijs, en de controle van, de alarmering bij en de bestrijding van ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid.

Bevoegdheden van het Centrum

(Verordening (EG) nr. 851/2004 van de Raad)

Doelstellingen

Versterken van de afweer tegen besmettelijke ziekten in Europa; meer bepaald het opsporen, beoordelen en meedelen van reeds aanwezige en zich ontwikkelende risico's voor de menselijke gezondheid als gevolg van overdraagbare ziekten.

Hiertoe beheert het Centrum gespecialiseerde surveillancenetwerken, geeft het wetenschappelijke adviezen, beheert het het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en maatregelen en voorziet het in wetenschappelijke en technische bijstand en opleiding.

Taken

Beheer van de gespecialiseerde surveillancenetwerken voor ziekten en stimuleren van netwerkactiviteiten. Het Centrum moet een specifieke rol spelen bij het verzamelen, valideren, analyseren en verspreiden van de gegevens.

Gezaghebbend deskundig advies en wetenschappelijke adviezen en studies op het gebied van overdraagbare ziekten verstrekken.

Beheer van het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en maatregelen. Opzetten van procedures voor de opsporing van nieuwe bedreigingen voor de gezondheid.

Versterken van de capaciteit van de lidstaten inzake planning van voorbereiding en opleiding.

Het grote publiek en de belanghebbenden informeren over zijn werkzaamheden.

Organisatie

1.   Raad van bestuur

Samenstelling:

Eén door elke lidstaat benoemd lid, twee door het Europees Parlement aangewezen leden en drie leden die de Commissie vertegenwoordigen.

Taken:

De raad stelt het jaarprogramma en de jaarbegroting van het Centrum vast en ziet toe op de uitvoering ervan.

2.   Directeur

Benoemd door de raad van bestuur op basis van een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten.

3.   Adviesforum

Samenstelling:

Eén vertegenwoordiger van elke lidstaat en drie vertegenwoordigers van de Commissie zonder stemrecht.

Taken:

Het forum heeft tot taak, het hoge wetenschappelijke niveau en de onafhankelijkheid van de werkzaamheden en adviezen van het Centrum te waarborgen.

4.   Externe controle

Rekenkamer.

5.   Kwijtingverlenende autoriteit

Parlement, op aanbeveling van de Raad.

In 2010 (2009) ter beschikking van het Centrum gestelde middelen

Definitieve begroting

57,8 (51) miljoen euro

Personeelsbestand per 31 december 2010

200 (170) toegestaan

175 (129) bezet

79 (70) andere dienstverbanden.

Totaal: 254 (199), waarvan er

169 (120) uitvoerende, en

85 (79) administratieve en ondersteunende taken vervullen.

In 2010 (2009) geleverde producten en diensten

Toezicht op 93 (1) (191) bedreigingen met behulp van de Threat Tracking Tool (TTT);

52 (52) aan 431 ontvangers verzonden wekelijkse verslagen over bedreigingen door overdraagbare ziekten;

ondersteuning bij epidemiologische informatieverzameling voor 5 (5) grote massale evenementen; daarnaast werd ook toezicht gehouden bij 5 evenementen van uitzonderlijke aard/openbaar belang;

voorbereiding van 32 (25) eerste beoordelingen en 10 (6) actualiseringen van bedreigingen;

organisatie van 3 (2) simulaties om de voorbereiding en reactie op overdraagbare ziekten te testen en te verbeteren; daarnaast werden 4 externe oefeningen (Commissie, lidstaten) ondersteund;

80 (78) onderzoeksassistenten gesteund via het European Programme for Intervention Epidemiology Training (EPIET);

6 onderzoeksassistenten gesteund via de European Public Health Microbiology Training (EUPHEM);

106 (2) (346) deskundigen op het gebied van volksgezondheid uit 30 EU/EER-landen namen deel aan korte opleidingsmodules van het Centrum;

495 000 bezoekers op het internetportaal van het Centrum (in 2009 gelanceerd) en 70 000 bestanden gedownload;

34 (3) (43) wetenschappelijke publicaties uitgebracht;

organisatie van de derde Europese dag ter bewustmaking van antibiotica met deelname van 36 (34) landen;

versterkte bewaking; eind 2010 waren 11 van de 17 specifieke bewakingsnetwerken in het ECDC geïntegreerd;

jaarlijks epidemiologisch verslag gepubliceerd;

jaarlijkse verslagen over tuberculose, HIV/AIDS en antimicrobiële resistentie gepubliceerd;

38 (28) wekelijkse griepbulletins/wekelijkse griepbewakingsoverzichten voor 2010;

20 (4) (50) wetenschappelijke adviezen uitgebracht, op basis van verzoeken van belanghebbenden ;

organisatie van de vierde Europese wetenschappelijke conferentie over toegepaste epidemiologie voor besmettelijke ziekten (ESCAIDE) in november 2010 in Lissabon met meer dan 600 (500) deelnemers;

organisatie van de tweede Eurovaccine-conferentie met 600 (400) deelnemers;

wekelijkse publicatie van het wetenschappelijke tijdschrift Eurosurveillance, met 12 665 onlineabonnees (4 300 ontvangers van de gedrukte exemplaren in 2009);

1 618 met ECDC verband houdende artikelen gepubliceerd in 49 landen over de hele wereld.

Bron: Door het Centrum verstrekte gegevens.


(1)  De afname in 2010 houdt gedeeltelijk verband met een wijziging in de procedures voor het toezicht op aan reizen gekoppelde legionellaclusters en gedeeltelijk met de grieppandemie in 2009, die tot een wereldwijde reactie leidde.

(2)  Korte opleidingen waren geen prioriteit meer in 2010; het geld is nu toegewezen aan lange opleidingsprogramma’s voor onderzoeksassistenten.

(3)  De afname van het aantal publicaties is te wijten aan het feit dat veel verslagen in 2009 een direct gevolg waren van de grieppandemie.

(4)  De op basis van verzoeken van belanghebbende uitgebrachte wetenschappelijke adviezen namen in 2009 toe vanwege de grieppandemie.


ANTWOORDEN VAN HET CENTRUM

13.

Het Centrum heeft de overdracht van titel III — Beleidsuitgaven — met 10 % verlaagd, vergeleken met 2009. Desalniettemin erkent het Centrum de noodzaak om de hoogte van overdrachten zoveel mogelijk te verminderen.

14.

Het Centrum neemt nota van de opmerkingen van de Rekenkamer en bestudeert momenteel de mogelijkheden om de selectieprocedure transparanter te maken. In 2011 besloot het Centrum kandidaten te interviewen die voldeden aan het hoogste aantal eisen voor de vacature. Kandidaten met een minimumscore van 70 % worden op de voorselectie- en reservelijsten gezet. Het Centrum evalueert ook de mogelijkheden om bij de selectieprocedure meer rekening te houden met het resultaat van het schriftelijke onderzoek.