Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds, en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds /* COM/2011/0938 definitief - 2011/0465 (COD) */
TOELICHTING Op 29 april 2008 is in Luxemburg een stabilisatie- en associatieovereenkomst ondertekend tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat hun ratificatieprocedures zijn afgerond. De op dezelfde dag ondertekende Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Servië tot vervroegde inwerkingtreding van de handels- en handelsgerelateerde bepalingen van de stabilisatie- en associatieovereenkomst is op 1 februari 2010 in werking getreden. Voor een juiste en vlotte uitvoering van de Interimovereenkomst wordt een uitvoeringsverordening voorgesteld waarin de regels en procedures worden vastgelegd om de regels te bepalen voor de uitvoering van bepaalde voorschriften uit de genoemde overeenkomsten. 2011/0465 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds, en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, Gezien het voorstel van de Europese Commissie[1], Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure[2], Overwegende hetgeen volgt: 1. De Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds (hierna “SAO” genoemd), is op 29 april 2008 ondertekend. De SAO is nu in de ratificatiefase. 2. Op 29 april 2008 heeft de Raad een Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds[3] (hierna “Interimovereenkomst” genoemd), gesloten, die voorziet in vervroegde inwerkingtreding van de handelsbepalingen en de handelsgerelateerde bepalingen van de SAO. De Interimovereenkomst is op 1 februari 2010 in werking getreden. 3. Het is nodig regels vast te stellen voor de tenuitvoerlegging van verschillende bepalingen van de Interimovereenkomst en procedures voor de goedkeuring van de gedetailleerde uitvoeringsregels. Aangezien de handelsbepalingen en de handelsgerelateerde bepalingen van deze twee overeenkomsten tot op zeer grote hoogte identiek zijn, dient deze verordening tevens van toepassing te zijn op de tenuitvoerlegging van de SAO na de inwerkingtreding daarvan. 4. Teneinde uniforme voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van de Interimovereenkomst en de SAO te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[4]. Aangezien de uitvoeringsbepalingen deel uitmaken van het gemeenschappelijk handelsbeleid moet voor de goedkeuring ervan de onderzoeksprocedure worden gebruikt. Als de Interimovereenkomst en de SAO de mogelijkheid bieden om, in uitzonderlijke en kritieke omstandigheden, meteen maatregelen te treffen om de situatie aan te pakken, keurt de Commissie die uitvoeringshandelingen meteen goed. 5. Op grond van de SAO en de Interimovereenkomst kunnen bepaalde landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit Servië binnen de beperkingen van de tariefcontingenten tegen verlaagd recht in de Unie worden ingevoerd. Er moeten derhalve bepalingen worden vastgesteld om het beheer van deze tariefcontingenten te regelen. 6. Indien handelsbeschermende maatregelen noodzakelijk zijn, moeten deze worden vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling[5], Verordening (EG) nr. 1061/2009 van de Raad van 19 oktober 2009 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke regeling voor de uitvoer[6], Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[7] of, in voorkomend geval Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn[8]. 7. Wanneer een lidstaat de Commissie informatie verstrekt over eventuele fraude of niet-verlening van administratieve medewerking, is de desbetreffende communautaire wetgeving van toepassing, met name Verordening (EG) nr. 515/97 van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften[9]. 8. Deze verordening bevat uitvoeringsbepalingen voor de Interimovereenkomst en is dus van toepassing vanaf de dag van inwerkingtreding van de Interimovereenkomst, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Onderwerp In deze verordening worden regels en procedures vastgelegd voor de vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor enkele bepalingen van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië anderzijds (hierna “SAO” genoemd), en de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds (hierna “Interimovereenkomst” genoemd). Artikel 2 Concessies voor vis en visserijproducten De bepalingen inzake de toepassing van artikel 14 van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 29 van de SAO, betreffende tariefcontingenten voor vis en visserijproducten, worden door de Commissie vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. Artikel 3 Tariefverlagingen 1. De preferentiële rechten worden, met inachtneming van lid 2, naar beneden afgerond op één decimaal. 2. Wanneer de berekening van het preferentiële recht overeenkomstig lid 1 in een van de volgende tarieven resulteert, wordt het betrokken preferentiële recht gelijkgesteld met vrijstelling van rechten: a) 1% of minder in het geval van rechten ad valorem, of b) 1 EUR of minder per afzonderlijke hoeveelheid in het geval van specifieke rechten. Artikel 4 Technische aanpassingen Indien wijzigingen en technische aanpassingen van krachtens deze verordening vastgestelde bepalingen noodzakelijk zijn in verband met wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur of de Taric-codes, of vanwege de sluiting van nieuwe of gewijzigde overeenkomsten die krachtens artikel 218 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie tussen de Unie en de Republiek Servië worden gesloten, worden deze vastgesteld volgens de procedure van artikel 13, lid 3, of, in voorkomend geval, wat landbouwproducten betreft, volgens de procedure van artikel 14, lid 2. Artikel 5 Algemene vrijwaringsclausule Onverminderd artikel 7 stelt de Unie maatregelen als bedoeld in artikel 26 van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 41 van de SAO, vast overeenkomstig de voorwaarden en procedures van Verordening (EG) nr. 260/2009, tenzij anders bepaald in artikel 26 van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 41 van de SAO. Artikel 10 Tekortclausule Onverminderd artikel 7 stelt de Unie maatregelen als bedoeld in artikel 27 van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 42 van de SAO, vast overeenkomstig de voorwaarden en procedures van Verordening (EG) nr. 1061/2009. Artikel 7 Uitzonderlijke en kritieke omstandigheden In uitzonderlijke en kritieke omstandigheden in de zin van artikel 26, lid 5, onder b), en artikel 27, lid 4, van de Interimovereenkomst of later artikel 41, lid 5, onder b), en artikel 42, lid 4, van de SAO, kan de Commissie onmiddellijk toepasbare maatregelen treffen als bedoeld in de artikelen 26 en 27 van de Interimovereenkomst respectievelijk de artikelen 41 en 42 van de SAO, krachtens de procedure van artikel 15, lid 2. Artikel 8 Vrijwaringsclausule voor landbouw- en visserijproducten Wanneer de Unie vrijwaringsmaatregelen met betrekking tot landbouw- en visserijproducten moet nemen uit hoofde van artikel 17, lid 2, of artikel 26 van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 32, lid 2, of artikel 41 van de SAO, beslist de Commissie onverminderd de artikelen 5 en 6, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, over de te nemen maatregelen na in voorkomend geval gebruik te hebben gemaakt van de voorleggingsprocedure van artikel 26 van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 41 van de SAO. Indien de Commissie een verzoek ontvangt van een lidstaat, beslist zij hierover: a) binnen drie werkdagen na ontvangst van het verzoek, indien de voorleggingsprocedure van artikel 26 van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 41 van de SAO, niet van toepassing is; of b) binnen drie dagen na het einde van de in artikel 26, lid 5, onder a), van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 41, lid 5, onder a), van de SAO, bedoelde termijn van 30 dagen, indien de voorleggingsprocedure van artikel 26 van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 41 van de SAO, van toepassing is. De Commissie stelt deze onmiddellijk toepasbare maatregelen vast volgens de procedure van artikel 14, lid 3. Artikel 9 Toezicht Voor de toepassing van artikel 17, lid 2, van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 32, lid 2, van de SAO, wordt toezicht van de Unie op de invoer van goederen ingesteld als bedoeld in bijlage V bij protocol 3. De procedure van artikel 308 quinquies van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek[10] is van toepassing. Artikel 10 Dumping en subsidiëring Wanneer zich praktijken voordoen die aanleiding kunnen geven tot toepassing door de Unie van de maatregelen waarin is voorzien in artikel 25, lid 2, van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 40, lid 2, van de SAO, wordt over de instelling van antidumpingmaatregelen of antisubsidiemaatregelen besloten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1225/2009 respectievelijk Verordening (EG) nr. 597/2009. Artikel 11 Concurrentie 1. In geval van een praktijk die de Commissie niet verenigbaar acht met artikel 38 van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 73 van de SAO, neemt de Commissie, na de aangelegenheid op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat te hebben onderzocht, een besluit over de gepaste maatregel als bedoeld in artikel 38 van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 73 van de SAO. De maatregelen als bedoeld in artikel 38, lid 10, van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 73, lid 10, van de SAO, worden in geval van steun genomen overeenkomstig de procedures van Verordening (EG) nr. 597/2009. 2. Praktijken die aanleiding kunnen geven tot het nemen van maatregelen door Servië ten aanzien van de Unie op grond van artikel 38 van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 73 van de SAO, worden door de Commissie onderzocht, waarna zij besluit of die praktijken verenigbaar zijn met de beginselen van de Interimovereenkomst, en in een later stadium de SAO. Indien nodig neemt zij passende besluiten op grond van criteria die voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 101, 102 en 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Artikel 12 Fraude of niet-verlening van administratieve medewerking Indien de Commissie, op grond van gegevens van een lidstaat of op eigen initiatief, vaststelt dat de omstandigheden bedoeld in artikel 31 van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 46 van de SAO, zich voordoen, doet zij onverwijld het volgende: a) zij informeert de Raad en het Europees Parlement; en b) zij stelt het Interimcomité, en in een later stadium het Stabilisatie- en associatiecomité, in kennis van haar bevindingen en bijbehorende objectieve informatie, en pleegt overleg binnen het Interimcomité, en in een later stadium het Stabilisatie- en associatiecomité. Alle bekendmakingen op grond van artikel 31, lid 5, van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 46, lid 5, van de SAO, worden door de Commissie gedaan in het Publicatieblad van de Europese Unie . De Commissie kan, overeenkomstig de raadplegingsprocedure van artikel 13, lid 2, de preferentiële behandeling van producten bedoeld in artikel 31, lid 4, van de Interimovereenkomst, en in een later stadium artikel 46, lid 4, van de SAO, tijdelijk schorsen. Artikel 13 Comitéprocedure 1. De Commissie wordt bijgestaan door het Comité douanewetboek dat is ingesteld bij artikel 248 bis, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek[11]. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. 2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. 3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Artikel 14 Comitéprocedure betreffende landbouwproducten 1. De Commissie wordt bijgestaan door het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten dat is ingesteld bij artikel 195 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten[12]. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. 2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. 3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5, van toepassing. Artikel 15 Comitéprocedure voor maatregelen in uitzonderlijke en kritieke omstandigheden 1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 4 van Verordening (EG) nr. 260/2009 ingestelde comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. 2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5, van toepassing. Artikel 16 Kennisgeving De kennisgevingen aan het Interimcomité, en in een later stadium de Stabilisatie- en associatieraad en het Stabilisatie- en associatiecomité, zoals bedoeld in de Interimovereenkomst respectievelijk de SAO, worden namens de Unie gedaan door de Commissie. Artikel 17 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie . Zij is van toepassing vanaf 1 februari 2010. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter [1] PB C [...] van [...], blz. [...]. [2] PB C [...] van [...], blz. [...]. [3] PB L 28 van 30.1.2010, blz. 1. [4] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13. [5] PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1. [6] PB L 291 van 7.11.2009, blz. 1. [7] PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51. [8] PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93. [9] PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1. [10] PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. [11] PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. [12] PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.