Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake grondafhandelingsdiensten op EU-luchthavens en tot intrekking van Richtlijn 96/67/EG /* COM/2011/0824 definitief - 2011/0397 (COD) */
TOELICHTING
1.
ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
1.1.
Algemene achtergrond – De richtlijn van de Raad van
1996
Grondafhandelingsdiensten zijn alle
luchtvaartgerelateerde activiteiten op de grond die in luchthavens worden
uitgevoerd voor individuele luchtvaartmaatschappijen; deze diensten vormen een
belangrijke schakel in de luchtvaartketen. Grondafhandelingsdiensten omvatten
de volgende 11 categorieën diensten: (1)
administratie en toezicht op de grond; (2)
passagiersafhandeling; (3)
bagageafhandeling; (4)
vracht- en postafhandeling; (5)
platformafhandeling; (6)
vliegtuigservicing; (7)
brandstof- en olielevering; (8)
onderhoud van het luchtvaartuig; (9)
administratie inzake vluchtuitvoering en bemanning; (10)
vervoer op de grond; (11)
catering. De efficiënte verlening van
grondafhandelingsdiensten is belangrijk voor luchthavens,
luchtvaartmaatschappijen en passagiers, en is van cruciaal belang voor het
efficiënte gebruik van de luchtvervoersinfrastructuur en de prestaties van het
luchtvaartsysteem in het algemeen. Enkele ramingen met betrekking tot de grondafhandelingsmarkt: volgens de ramingen van de Commissie en belanghebbenden leveren
grondafhandelingsdiensten (alle categorieën samen) ongeveer 50 miljard euro per
jaar aan inkomsten op. Naar schatting werken in Europa minstens 60 000
mensen in deze sector[1].
De kosten voor grondafhandelingsdiensten vertegenwoordigen 5 tot 12%[2] van de exploitatiekosten van
luchtvaartmaatschappijen. In 1996 heeft de Europese Gemeenschap
Richtlijn 96/67/EG van de Raad betreffende de toegang tot de
grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap vastgesteld. Deze
richtlijn was een eerste stap op weg naar een geleidelijke liberalisering en
harmonisering van de toegang tot de grondafhandelingsmarkt. Grondafhandelingsdiensten werden traditioneel
uitgevoerd door luchthavenexploitanten of luchtvaartmaatschappijen.
Tegenwoordig worden ze in Europa steeds vaker verleend door gespecialiseerde
bedrijven. In de richtlijn is de toegang tot de grondafhandelingsmarkt
gebaseerd op de volgende beginselen: ·
het staat de luchtvaartmaatschappijen vrij om aan
"zelfafhandeling" te doen op elke commerciële luchthaven, ongeacht
het verkeersvolume. Voor vier categorieën diensten (bagageafhandeling,
platformafhandeling, brandstof- en olielevering, vracht- en postafhandeling)
mogen de lidstaten het recht op zelfafhandeling echter voorbehouden aan ten
minste twee luchthavengebruikers op luchthavens met meer dan 2 miljoen
passagiers of 50 000 ton vracht per jaar; ·
het recht op "afhandeling voor derden",
d.w.z. dat verleners van grondafhandelingsdiensten diensten mogen verlenen aan
derde partijen op luchthavens met meer dan 2 miljoen passagiers of 50 000
ton vracht per jaar. De lidstaten mogen de toegang tot de bovenvermelde vier
categorieën diensten echter niet beperken tot minder dan twee dienstverleners per
categorie.
1.2.
Motivering van het voorstel
Uit diverse beoordelingen van de richtlijn
door de Commissie is gebleken dat de richtlijn de belangrijkste doelstellingen
van de liberalisering van de grondafhandelingsmarkt op EU-luchthavens heeft
verwezenlijkt: het aantal dienstverleners is toegenomen en de prijs van de
grondafhandeling is over het algemeen gedaald. Volgens de
luchtvaartmaatschappijen heeft de ruimere keuze aan concurrerende
dienstverleners de kwaliteit van de dienstverlening bovendien doen stijgen. Sinds de vaststelling van de richtlijn in 1996
zijn de randvoorwaarden voor grondafhandelingsdiensten dramatisch gewijzigd. In
de huidige context van snel groeiend luchtverkeer en capaciteitsgebrek, is er
vernieuwde en toegenomen belangstelling voor de efficiëntie en kwaliteit van de
diensten die op luchthavens worden verleend, waaronder
grondafhandelingsdiensten. Het initiatief van de Europese Unie voor een
gemeenschappelijk Europees luchtruim, dat tot doel heeft de architectuur van de
Europese luchtverkeersleiding te hervormen teneinde tegemoet te komen aan de
toekomstige behoeften inzake capaciteit en veiligheid, erkent het belang van de
integratie van sleutelinfrastructuur, zoals luchthavens, in een
"systeembenadering" of "gate-to-gate-benadering". Uit
recente statistieken blijkt dat 70 procent van alle vertragingen te wijten is
aan de omlooptijd op luchthavens. Het doel van de gate-to-gate-benadering is
alle fasen van een vlucht, van luchthaven tot luchthaven, inclusief de
grondafhandelingsdiensten, te optimaliseren en te integreren, teneinde de
prestaties te verbeteren, voor wat vertragingen, kosten, milieueffecten en
veiligheid betreft. De opeenvolgende crisissen die het
luchtvervoer in het voorbije decennium zwaar hebben getroffen, tonen duidelijk aan
dat actie moet worden ondernomen. De economische crisis heeft zowel de
lidstaten als de sector ertoe aangezet de kosten tot een minimum te beperken.
Het niveau van veiligheid en beveiliging dient te worden opgetrokken om
terroristische aanslagen te voorkomen. En slotte is in slechte
weersomstandigheden gebleken dat de grondactiviteiten op luchthavens beter
moeten worden gecoördineerd. Uit onze raadpleging over de huidige richtlijn
en onze beoordeling ervan (zie hieronder voor nadere informatie) is gebleken
dat het huidige wetgevingskader niet langer aan de behoeften voldoet. Er zijn
twee problemen vastgesteld: (i) de grondafhandelingsdiensten worden niet
efficiënt genoeg verleend wegens hinderpalen voor marktoegang en uitbreiding, en
(ii) de algemene kwaliteit van de grondafhandelingsdiensten houdt geen gelijke
tred met de behoeften inzake betrouwbaarheid, veerkracht, veiligheid,
beveiliging en milieu.
1.3.
Doel van het voorstel
In de effectbeoordeling en de samenvatting
ervan, die dit voorstel vergezellen, zijn de algemene en specifieke
doelstellingen van de verordening vastgelegd. De algemene doelstelling is de
efficiëntie en de algemene kwaliteit van de grondafhandelingsdiensten te
vergroten voor de gebruikers (luchtvaartmaatschappijen) en eindgebruikers (passagiers
en expediteurs) op EU-luchthavens. De specifieke doelstellingen zijn: (1)
garanderen dat luchtvaartmaatschappijen een ruimere
keuze aan grondafhandelingsoplossingen hebben op EU-luchthavens; (2)
de nationale administratieve voorwaarden voor
markttoegang (goedkeuringen) harmoniseren en verduidelijken; (3)
zorgen voor een gelijk speelveld op luchthavens
tussen grondafhandelingsbedrijven die onder uiteenlopende regelgeving werken; (4)
de coördinatie tussen verleners van
grondafhandelingsdiensten op de luchthaven vergroten (luchthavenexploitanten
als grondcoördinatoren binnen het EU-luchtvaartnetwerk, in het kader van de
gate-to-gate-benadering); (5)
het juridisch kader voor de opleiding en overname
van personeel verduidelijken.
1.4.
Bestaande bepalingen op het door het voorstel
bestreken gebied
Het voorstel heeft betrekking op de
vaststelling van een verordening inzake grondafhandelingsdiensten op
EU-luchthavens. De nieuwe verordening vervangt de bestaande Richtlijn 96/67/EG
en trekt deze in. Grondafhandelingsdiensten vallen niet rechtstreeks onder
andere bepalingen.
1.5.
Samenhang met andere beleidsgebieden en
doelstellingen van de EU
Dit initiatief is een van de
acties die moeten worden genomen om een interne Europese vervoersruimte tot
stand te brengen, zoals beschreven in het witboek van de Commissie:
Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte – werken aan een
concurrerend en zuinig vervoerssysteem. Het maakt ook deel uit van het
luchthavenpakket, een strategisch initiatief van het werkprogramma van de
Commissie voor 2011[3], dat tot doel heeft het groeipotentieel van de interne markt aan te
boren.
2.
RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN DE BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN
EFFECTBEOORDELING
2.1.
Raadpleging van belanghebbende partijen
2.1.1.
Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde
sectoren en algemeen profiel van de respondenten
Nadat een schriftelijke raadpleging was
gehouden, heeft de Commissie tijdens een hoorzitting op 6 april 2006 alle
belanghebbenden geraadpleegd over de diverse mogelijkheden voor de herziening
van de richtlijn. Op 24 januari 2007 heeft de Commissie een
verslag vastgesteld over de toepassing van de richtlijn[4], waarin zij bevestigde dat de
belangrijkste doelstellingen van de richtlijn waren verwezenlijkt, maar dat er
negatieve tendensen waren. De Commissie heeft tussen november 2009 en
september 2010 een raadpleging van belanghebbenden gehouden over de werking van
de grondafhandelingsdiensten op EU-luchthavens en de opties voor de herziening
van de richtlijn. Op 16 november 2009 heeft een vergadering
plaatsgevonden van de werkgroep grondafhandeling van het sectoraal comité voor
sociale dialoog (in de burgerluchtvaart). Na deze vergadering hebben drie van
de vier belangrijkste vertegenwoordigers een gemeenschappelijke verklaring[5] opgesteld waarin zij oproepen
tot verbeteringen van het huidige aanbestedingssysteem en tot een sociale
bepaling inzake de overname van personeel in geval van gedeeltelijk of totaal
verlies van activiteiten.
2.1.2.
Samenvatting van de reacties
Een samenvatting van de raadpleging en de
individuele reacties zijn beschikbaar op: http://ec.europa.eu/transport/air/consultations/2010_02_12_directive_96_67_ec_en.htm.
Tijdens de raadpleging kwam duidelijk naar voren
dat de diverse types belanghebbenden verschillende belangen hebben. De luchtvaartmaatschappijen benadrukten de
behoeften aan meer concurrentie op de markt. Zij gaven aan tevreden te zijn met
de algemene toename van de keuze aan verleners van grondafhandelingsdiensten na
de invoering van de richtlijn, maar benadrukten dat deze tendens zich niet
overal in Europa voordoet. Aangezien de stabiliteit van de
werkgelegenheid in de sector zwaar te lijden heeft gehad, benadrukten de
werknemers dat sociale problemen moeten worden aangepakt (met name de overname
van personeel) en drukten zij hun bezorgdheid uit over de invoering van te veel
concurrentie, omdat dit gevolgen kan hebben voor de arbeidsomstandigheden. De luchthavenexploitanten riepen op tot betere
coördinatie op luchthavens en drukten de wens uit om duidelijk te worden erkend
als grondcoördinatoren. Sommige luchthavenexploitanten verzetten zich tegen
verdere marktliberalisering omdat zij van mening zijn dat dit ten koste zou
gaan van de kwaliteit op hun luchthavens en de kosten zou doen toenemen. De onafhankelijke grondafhandelaars
benadrukten dat er behoefte is aan eerlijker concurrentie tussen de
verschillende verleners van grondafhandelingsdiensten. Zij zijn met name
voorstander van strengere eisen voor grondafhandelingsactiviteiten die worden
uitgevoerd door luchthavenexploitanten en luchtvaartmaatschappijen. Bijna alle belanghebbenden zijn voorstander
van een verbetering van de kwaliteit van de diensten.
2.2.
Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid
Het permanente toezicht van de Commissie op de
toepassing van de richtlijn inzake grondafhandelingsdiensten is aangevuld door
diverse externe studies, waarvan de resultaten beschikbaar zijn op de website
van de Commissie. Ingevolge het verzoek van het Europees Parlement in zijn
resolutie van 11 oktober 2007[6]
heeft de Commissie in 2008-2009[7]
een uitgebreide studie uitgevoerd over de toepassing en de gevolgen van de
richtlijn, waarbij met name werd gekeken naar werkgelegenheid, veiligheid en
beveiliging. In 2010 heeft de Commissie de opdracht gegeven voor een studie
over de eventuele herziening van de richtlijn[8].
2.3.
Effectbeoordeling
In de effectbeoordeling wordt een overzicht
gegeven van de verschillende opties die in overweging zijn genomen. Er zijn
vier beleidspakketten (naast het behoud van het bestaande kader) in overweging
genomen om na te gaan hoe Richtlijn 96/67/EG kan worden herzien. Beleidspakket 1 verbetert het systeem aan de
hand van minimale wijzigingen van de richtlijn en door, waar mogelijk, richtsnoeren
te verstrekken. Dit beleidspakket omvat: volledige openstelling van de markt
voor zelfafhandeling, richtsnoeren inzake goedkeuringseisen, verduidelijking
van de definities en meer gedetailleerde eisen voor de scheiding van
rekeningen, gecentraliseerde infrastructuur, onderaanbesteding, en het Comité
van luchthavengebruikers[9].
Wat de coördinatie op luchthavenniveau betreft, bevat het pakket richtsnoeren
inzake onderaanbesteding en geharmoniseerde aanbestedingscriteria. Het pakket
voorziet ook in een minimumopleiding en in de raadpleging van
personeelsvertegenwoordigers over aanbestedingen. Beleidspakket 2 streeft ernaar het huidige
systeem te verbeteren aan de hand van ambitieuzere maatregelen. Het voorziet in
de volledige openstelling van de zelfafhandelingsmarkt en de verhoging van het
aantal afhandelaars voor derde partijen op grote luchthavens tot drie. Verdere
maatregelen zijn de wederzijdse erkenning van goedkeuringen en geharmoniseerde
aanbestedingscriteria, beter beheer van gecentraliseerde infrastructuur,
wettelijke scheiding van luchthavenexploitanten en langere duur van
aanbestedingen. Het pakket bevat nieuwe eisen inzake onderaanbesteding, een
definitie van de rol van luchthavenexploitanten in de algemene activiteiten (en
eventueel minimumeisen), en verplichtingen inzake de rapportering van
prestaties. Het voorziet ook in minimumopleiding en toestemming voor de
lidstaten om personeel over te nemen tegen dezelfde voorwaarden voor diensten
waartoe de toegang beperkt is. Beleidspakket 2' is vergelijkbaar met
beleidspakket 2 maar bevat verschillende maatregelen met betrekking tot minder
betwiste probleemgebieden. Het verschil ligt in het feit dat de goedkeuring op
EU-niveau wordt geregeld en dat de minimumkwaliteitseisen op EU-niveau worden
vastgesteld. Beleidspakket 3 streeft ernaar het huidige
systeem te verbeteren met zeer intensieve beleidsmaatregelen die zorgen voor
volledige harmonisering van het wetgevingskader voor de grondafhandelingsmarkt:
volledige openstelling van de grondafhandelingsmarkt en uniforme markttoegang
via beter beheer van gecentraliseerde infrastructuur, de invoering van een
EU-goedkeuring, de afschaffing van het recht van luchthavenexploitanten om
grondafhandelingsdiensten te verlenen op hun luchthaven. Wat de operationele coördinatie
van de luchthaven betreft, bevat het pakket onderaanbestedingseisen, een
definitie van de rol van luchthavenexploitanten in de algemene activiteiten (en
eventueel minimumeisen) en verplichtingen inzake de rapportering van
prestaties. Dit pakket voorziet in de volledige overname van personeel bij
aanbestedingsprocedures en de verlening van vergunningen voor sleutelpersoneel. De aanbevelingen van de effectbeoordelingsraad
zijn in acht genomen, met als belangrijkste wijzigingen: de behoefte aan een duidelijker
probleemomschrijving, verduidelijking van de bepalingen inzake sociale
bescherming bij de overname van personeel, de verruiming van het gamma haalbare
beleidsopties en een betere vergelijking van de beleidsopties. In de effectbeoordeling wordt aangetoond dat
alleen beleidspakket 2 volledig tegemoetkomt aan de vastgestelde
doelstellingen. Er moet worden gezorgd voor een passend evenwicht tussen
sociale en economisch effecten. Dit beleidspakket vormt de basis voor dit
voorstel.
3.
JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL
3.1.
Samenvatting van het voorstel
Volledige openstelling van de
zelfafhandelingsmarkt en verhoging van het minimumaantal dienstverleners op
grote luchthavens tot drie. Richtlijn 96/67/EG verleent de lidstaten
toestemming om, voor vier categorieën diensten, de zelfafhandeling of
afhandeling voor derde partijen te beperken tot twee dienstverleners. Als
gevolg daarvan hebben luchtvaartmaatschappijen op sommige luchthavens een
beperkte keuze tussen twee verleners voor deze diensten, en mogen ze niet altijd
aan zelfafhandeling doen. Elke luchthavengebruiker moet toestemming
krijgen om aan zelfafhandeling te doen. Bovendien mag het aantal afhandelaars
voor derde partijen niet minder dan drie bedragen op grote luchthavens met
minstens 5 miljoen passagiers of 100 000 ton vracht per jaar. Wederzijdse
erkenning van goedkeuringen op basis van geharmoniseerde eisen Driekwart van de
lidstaten beschikken over een goedkeuringssysteem met tal van verschillende
administratieve eisen waaraan de verleners van grondafhandelingsdiensten of
zelfafhandelaars moeten voldoen in de EU. De wederzijdse erkenning van
nationale goedkeuringen op basis van geharmoniseerde eisen zal de
administratieve kosten voor de dienstverleners doen dalen en een aantal
hinderpalen voor markttoegang uit de weg ruimen. Beter beheer van
gecentraliseerde infrastructuur[10] Gecentraliseerde
infrastructuur is van essentieel belang voor de prestaties van
grondafhandelingsdiensten. Bij gebrek aan een duidelijk wetgevingskader kunnen
concurrentieverstoringen ontstaan op de grondafhandelingsmarkt. Het voorstel
voorziet in een duidelijk wetgevingskader voor de definitie van
gecentraliseerde infrastructuur en voor de vergoedingen die aan leveranciers
van grondafhandelingsdiensten en zelfafhandelende luchtvaartmaatschappijen
worden gevraagd voor het gebruik van de gecentraliseerde infrastructuur. Wettelijke scheiding
tussen luchthavens en hun grondafhandelingsactiviteiten Als een luchthaven zelf
grondafhandelingsdiensten verleent, moet erop worden toegezien dat de door die
luchthaven verleende grondafhandelingsdiensten niet onrechtmatig profijt
trekken van de beheersactiviteiten van de luchthaven. Het huidige systeem van
gescheiden rekeningen voor luchthavens die aan grondafhandeling doen, valt zeer
moeilijk te controleren en wordt als ontoereikend ervaren om eerlijke
concurrentie te waarborgen. In het voorstel worden luchthavens ertoe opgeroepen
hun grondafhandelingsactiviteiten onder te brengen in een aparte juridische
entiteit, die gescheiden is van de activiteiten op het gebied van
luchthavenbeheer. Verbeterde
aanbestedingsprocedure Momenteel kunnen
verleners van grondafhandelingsdiensten worden geselecteerd voor een
maximumperiode van 7 jaar, maar dit wordt als ontoereikend ervaren om de kosten
van de grondapparatuur af te schrijven. Het voorstel voorziet in een verhoging
van de maximumduur tot tien jaar. Het voorstel bevat
verdere specificaties betreffende de details van de selectieprocedure voor
verleners van beperkte diensten, teneinde een harmonieuze toepassing te
garanderen en ervoor te zorgen dat de geselecteerde bedrijven inderdaad het
best geschikt zijn om de grondafhandelingsdiensten te verlenen. Bij de selectie van de
verleners van beperkte grondafhandelingsdiensten moet het comité van
luchthavengebruikers worden geconsulteerd. Het voorstel bevat bepalingen voor
procedureregels voor het comité van luchthavengebruikers, teneinde
belangenconflicten te vermijden in het geval van luchtvaartmaatschappijen die
ook grondafhandelingsdiensten verlenen. Verduidelijking van
de regels voor onderaanbesteding Onderaanbesteding
vergroot de soms noodzakelijke flexibiliteit voor verleners van
grondafhandelingsdiensten, maar onderaanbesteding en meervoudige
onderaanbesteding kunnen ook leiden tot capaciteitsbeperkingen en een negatief
effect hebben op de veiligheid. Het voorstel bevat dan
ook duidelijke regels voor onderaanbesteding, waarbij verleners van
grondafhandelingsdiensten toestemming krijgen om diensten uit te besteden, maar
onderaanbesteding door luchthavens en zelfafhandelende luchtvaartmaatschappijen
alleen is toegestaan in gevallen van overmacht. Meervoudige onderaanbesteding
wordt verboden. Rol van het
beheersorgaan van de luchthaven in de coördinatie van de gronddiensten De crisis waardoor het
luchtvervoer vorig jaar werd getroffen naar aanleiding van slechte
weersomstandigheden, toonde aan dat er behoefte is aan betere coördinatie van
de grondactiviteiten op luchthavens. Sommige luchthavens bleken slecht bestand
tegen de crisis, ook wat het verlenen van grondafhandelingsdiensten betreft.
Het is des te belangrijker de veerkracht in crisissituaties te verbeteren omdat
problemen op één luchthaven een krachtig domino-effect in het hele netwerk
veroorzaken. Het beheersorgaan van
de luchthaven moet verantwoordelijk zijn voor de goede coördinatie van de
grondafhandelingsactiviteiten op de luchthaven in kwestie. Op grote
luchthavens, die bijzonder belangrijk zijn voor het Europese
luchtvervoersnetwerk, moet het beheersorgaan er bovendien voor zorgen dat deze
activiteiten worden gecoördineerd via gezamenlijke besluitvorming op de
luchthaven (Cooperative Decision Making, CDM) en een echt rampenplan. De
verantwoordelijkheid van luchthavenexploitanten voor minimumkwaliteitseisen
voor grondafhandelingsactiviteiten moet worden gedefinieerd in een gedelegeerde
handeling Als de kwaliteit van
een verlener van grondafhandelingsdiensten ondermaats is, kan dit het
luchthavensysteem dusdanig verstoren dat alle belanghebbenden in de
luchtvervoerssector er gevolgen van ondervinden. De belanghebbenden hebben
overigens aangegeven dat het gebrek aan gemeenschappelijke
minimumkwaliteitseisen voor alle verleners van grondafhandelingsdiensten op een
luchthaven een van de zwakke punten was van de huidige richtlijn. Het voorstel voorziet in
de vaststelling van minimumkwaliteitseisen waaraan alle verleners van
grondafhandelingsdiensten en alle zelfafhandelende luchthavengebruikers moeten
voldoen. De verplichting tot
rapportering van de prestaties van grondafhandelingsdiensten moet worden vastgesteld
in een gedelegeerde handeling Voldoende,
onafhankelijke en gecentraliseerde gegevens over de prestaties van
grondafhandelingsdiensten zullen helpen bij de identificatie van passende
toekomstige beleidsmaatregelen. Verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers moeten worden verplicht om verslag uit te
brengen over de prestaties van hun grondafhandelingsdiensten. Verplichte
minimumopleiding voor personeel In een
arbeidsintensieve sector als grondafhandeling hebben permanente ontwikkeling en
opleiding van het personeel een sterke impact op de kwaliteit van de diensten.
Omgekeerd vergroot slecht opgeleid personeel het risico op ondermaatse
kwaliteit, hetgeen met name de veiligheid en beveiliging van grondafhandelingsdiensten
in het gedrang kan brengen. Het voorstel voorziet in de invoering van
minimumopleidingseisen voor alle verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchtvaartmaatschappijen, teneinde de veiligheid en
beveiliging van de activiteiten te garanderen en een gelijk speelveld tot stand
te brengen voor alle exploitanten. De mogelijkheid voor
lidstaten om een verplichting in te voeren om in het geval van een
aanbestedingsprocedure personeel over te nemen onder dezelfde voorwaarden Volgens de jurisprudentie van het Hof van
justitie van de Europese Unie[11]
heerst er momenteel ambiguïteit met betrekking tot de maatregelen die lidstaten
mogen nemen bij een wijziging van verlener van grondafhandelingsdiensten
waartoe de toegang beperkt is. Het personeelsverloop in de
grondafhandelingssector is hoog en lijkt gedeeltelijk te worden veroorzaakt
door de richtlijn. Dienstverleners die in het kader van een
aanbestedingsprocedure worden geselecteerd om diensten te verlenen waartoe de
toegang beperkt is, mogen deze diensten slechts gedurende een beperkte
maximumperiode verlenen. Het aanbestedingssysteem lijkt dus het
personeelsverloop aan te moedigen. Aangezien dit personeelsverloop een negatief
effect kan hebben op de kwaliteit van de grondafhandelingsdiensten, moet
verduidelijking worden gegeven bij de regels inzake de overname van personeel
die verder gaat dan hetgeen reeds bepaald is in Richtlijn 2001/23/EG inzake
de overdracht van ondernemingen, en moeten de lidstaten in staat worden gesteld
om voor passende werkgelegenheid en werkomstandigheden te zorgen.
3.2.
Rechtsgrondslag
Het voorstel is gebaseerd op artikel 100 VWEU.
3.3.
Subsidiariteitsbeginsel
Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing
voor zover het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve
bevoegdheid van de EU vallen. De doelstellingen van het voorstel kunnen
onvoldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt omdat luchtvaartmaatschappijen
actief zijn op een eengemaakte luchtvaartmarkt en verleners van
grondafhandelingsdiensten ook hun diensten verlenen op een Europese of
internationale markt. Het kader voor grondafhandelingsdiensten kan niet worden
vastgesteld op een lager regelgevingsniveau. Individuele acties van lidstaten
kunnen de werking van de interne markt in het gedrang brengen. De doelstellingen van het voorstel kunnen
beter worden verwezenlijkt door optreden van de EU. De Europese regels inzake
grondafhandeling zijn een essentieel onderdeel van de randvoorwaarden voor de
Europese wetgeving inzake de interne luchtvaartmarkt, aangezien een eerlijk,
transparant en niet-discriminerend systeem voor het verlenen van
grondafhandelingsdiensten van essentieel belang is voor de totstandbrenging van
efficiënte en kwaliteitsvolle grondafhandelingsdiensten, welke een
sleutelfunctie vervullen in de luchtvaartketen. Het voorstel is derhalve in overeenstemming
met het subsidiariteitsbeginsel.
3.4.
Evenredigheidsbeginsel
Het voorstel is in overeenstemming met het
evenredigheidsbeginsel. De extra last voor marktdeelnemers en nationale
autoriteiten blijft beperkt tot hetgeen nodig is om de efficiëntie en de
algehele kwaliteit van de grondafhandelingsdiensten te verbeteren. Het voorstel
brengt aanzienlijke kosten met zich mee, met name voor de verbetering van het
beheer van gecentraliseerde infrastructuur, de juridische scheiding van
luchthavens en de rapporteringsverplichtingen, maar deze zullen naar
verwachting worden gecompenseerd door de grote economische en
kwaliteitsvoordelen.
3.5.
Keuze van instrumenten
Het voorgestelde instrument is een
verordening. Andere instrumenten zouden niet geschikt zijn. Aangezien
geharmoniseerde minimumkwaliteitseisen op luchthavens nodig zijn om de
gate-to-gate-benadering ten uitvoer te legen en aangezien de voorwaarden voor
markttoegang verder moeten worden geharmoniseerd om eerlijker concurrentie op
de grondafhandelingsmarkt te garanderen, biedt het in 1996 gekozen
wetgevingsinstrument, namelijk een richtlijn, niet meer genoeg flexibiliteit. Het wetgevingsinstrument moet algemeen
toepasselijk zijn. Een verordening komt tegemoet aan de behoefte
aan harmonisering van de grondafhandelingsmarkt op EU-niveau, een kwestie die
als problematisch werd ervaren. De meest problemen met het huidige
wetgevingskader houden verband met de uiteenlopende tenuitvoerlegging door de
lidstaten. Het meest geschikte wetgevingsinstrument is
dan ook een verordening, aangezien de andere opties onvoldoende in staat zijn
de doelstellingen te verwezenlijken.
4.
GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het voorstel heeft geen gevolgen voor de
begroting van de Unie.
5.
OPTIONELE ELEMENTEN
5.1.
Intrekking van bestaande wetgeving
De vaststelling van het voorstel zal leiden
tot de intrekking van de bestaande Richtlijn 96/67/EG van de Raad van 15
oktober 1996 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de
luchthavens van de Gemeenschap.
5.2.
Europese Economische Ruimte
De voorgestelde maatregel betreft een
onderwerp dat onder de EER-overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid
tot de Europese Economische Ruimte. 2011/0397 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD inzake grondafhandelingsdiensten op
EU-luchthavens en tot intrekking van Richtlijn 96/67/EG (Voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[12],
Gezien het advies van het Comité van de
Regio's[13], Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1)
Richtlijn 96/67/EG van de Raad van 15 oktober 1996
betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de
Gemeenschap[14]
voorziet in de geleidelijke openstelling van de grondafhandelingsmarkt. (2)
Luchthavens en grondafhandelingsdiensten zijn van
essentieel belang voor de goede werking van het luchtvervoer en spelen een
sleutelrol in de luchtvaartketen. Grondafhandelingsdiensten hebben betrekking
op alle luchtvaartgerelateerde activiteiten die op de grond op luchthavens
worden verleend aan individuele luchtvaartmaatschappijen. (3)
In de verklaring die in oktober 2010 is opgesteld
op de luchtvaarttop te Brugge wordt erkend dat de EU-regels moeten worden
hervormd om het concurrentievermogen van elke schakel in de luchtvervoersketen
te bevorderen (zoals luchthavens, luchtvaartmaatschappijen, andere
dienstverleners). (4)
In het witboek "Stappenplan voor een interne
Europese vervoersruimte"[15]
is bepaald dat het verbeteren van de markttoegang en het verlenen van
kwaliteitsdiensten op luchthavens van vitaal belang is voor de levenskwaliteit
van de burgers en voor de totstandbrenging van de interne Europese
vervoersruimte. (5)
Door de verdere geleidelijke openstelling van de
grondafhandelingsmarkt en de invoering van geharmoniseerde eisen voor het
verlenen van grondafhandelingsdiensten zal de efficiëntie en de algemene
kwaliteit van grondafhandelingsdiensten waarschijnlijk verbeteren, zowel voor
luchtvaartmaatschappijen als voor passagiers en expediteurs. Dit moet leiden
tot een verbetering van de kwaliteit van alle luchthavenactiviteiten. (6)
Aangezien er behoefte is aan nieuwe,
geharmoniseerde minimumkwaliteitseisen op luchthavens om de
gate-to-gate-benadering voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijk
Europees luchtruim ten uitvoer te leggen, en aan verdere harmonisering om de
voordelen van de geleidelijke openstelling van de grondafhandelingsmarkt,
namelijk een verbetering van de kwaliteit en efficiëntie van de
grondafhandelingsdiensten, volledig te benutten, moet Richtlijn 96/67/EG worden
vervangen door een verordening. (7)
Vrije toegang tot de grondafhandelingsmarkt hangt
samen met de efficiënte werking van EU-luchthavens, voor zover voorzien wordt
in passende garanties. De vrije toegang tot de grondafhandelingsmarkt moet
geleidelijk tot stand worden gebracht en moet worden aangepast aan de eisen van
de sector. (8)
De geleidelijke openstelling van de markt in het
kader van Richtlijn 96/67/EG heeft al positieve resultaten opgeleverd in termen
van verbeterde efficiëntie en kwaliteit. Het is dan ook passend de geleidelijke
openstelling voort te zetten. (9)
Elke luchthavengebruiker moet toestemming krijgen
om aan zelfafhandeling te doen. Tegelijkertijd moet een duidelijke en
restrictieve definitie van zelfafhandeling worden behouden om misbruik en
negatieve effecten op de markt voor afhandeling voor derde partijen te
voorkomen. (10)
Voor bepaalde categorieën grondafhandelingsdiensten
kan de toegang tot de markt stuiten op belemmeringen in verband met veiligheid,
beveiliging, capaciteit en beschikbare ruimte. Het moet dan ook mogelijk zijn
het aantal geautoriseerde verleners van dergelijke grondafhandelingsdiensten te
beperken. (11)
In bepaalde gevallen kunnen de belemmeringen inzake
veiligheid, beveiliging, capaciteit en beschikbare ruimte zo groot zijn dat zij
verdere beperkingen inzake markttoegang of zelfafhandeling kunnen
rechtvaardigen, voor zover deze beperkingen relevant, objectief, transparant en
niet-discriminerend zijn. In dergelijke gevallen moeten de lidstaten het recht
hebben om vrijstellingen van de bepalingen van deze verordening te vragen. (12)
Dergelijke vrijstellingen hebben tot doel de
luchthavenautoriteiten in staat te stellen deze belemmeringen op te heffen of
althans te beperken. Dergelijke vrijstellingen dienen door de Commissie te
worden goedgekeurd. (13)
De handhaving van effectieve en eerlijke
concurrentie vereist dat, in geval van beperking van het aantal verleners van
grondafhandelingsdiensten, deze worden gekozen via een open, transparante en
niet-discriminerende procedure. De bijzonderheden van een dergelijke procedure
moeten verder worden gespecificeerd. (14)
De luchthavengebruikers moeten worden geraadpleegd
bij de selectie van de verleners van grondafhandelingsdiensten omdat ze veel
belang hebben bij de kwaliteit en prijs van deze diensten. (15)
Het is dan ook noodzakelijk regels op te stellen
voor de vertegenwoordiging van en raadpleging van luchthavengebruikers, met
name bij de selectie van verleners van grondafhandelingsdiensten. (16)
In de context van de selectie van verleners van
grondafhandelingsdiensten op een luchthaven moet het in bepaalde omstandigheden
en onder specifieke voorwaarden mogelijk zijn de openbaredienstverplichting uit
te breiden tot andere luchthavens in dezelfde geografische regio van de
betrokken lidstaat. (17)
Het is niet duidelijk of lidstaten bij een
wijziging van verlener van grondafhandelingsdiensten waartoe de toegang beperkt
is, de nieuwe dienstverlener kunnen verplichten het personeel over te nemen.
Aangezien de niet-overname van het personeel een negatief effect kan hebben op
de kwaliteit van de grondafhandelingsdiensten, moet verduidelijking worden
gegeven bij de regels inzake de overname van personeel die verder gaat dan
hetgeen reeds bepaald is in Richtlijn 2001/23/EG inzake de overdracht van
ondernemingen, en moeten de lidstaten in staat worden gesteld om voor passende
werkgelegenheid en werkomstandigheden te zorgen. (18)
Om de goede en vlotte werking van
luchtvervoersactiviteiten op luchthavens te waarborgen, de veiligheid en
beveiliging van luchthaventerreinen te garanderen, het milieu te beschermen en
ervoor te zorgen dat de toepasselijke sociale voorschriften en regels worden
nageleefd, moet een passende goedkeuring worden afgegeven voor het verlenen van
grondafhandelingsdiensten. Aangezien de meeste lidstaten beschikken over
systemen voor het afgeven van een goedkeuring voor het verlenen van
grondafhandelingsdiensten, maar er grote verschillen bestaan tussen deze
systemen, moet een geharmoniseerd goedkeuringssysteem worden ingevoerd. (19)
Om te garanderen dat alle dienstverleners en
zelfafhandelende luchthavengebruikers economisch voldoende solide zijn,
betrouwbaar zijn, voldoende verzekerd zijn en een goede kennis hebben van
grondafhandelingsactiviteiten en de luchthavenomgeving, en om een gelijk
speelveld tot stand te brengen, moeten minimumeisen worden vastgesteld voor het
afgeven van goedkeuringen. (20)
Open toegang tot de gecentraliseerde
luchthaveninfrastructuur en een duidelijk wetgevingskader voor de definitie van
de gecentraliseerde infrastructuur is van essentieel belang voor de efficiënte
verlening van grondafhandelingsdiensten. Het moet echter mogelijk zijn een
vergoeding te vragen voor de gecentraliseerde infrastructuur. (21)
Deze vergoeding moet niet-discriminerend zijn en op
transparante wijze worden berekend. De vergoeding mag niet hoger zijn dan wat
nodig is om de kosten van de terbeschikkingstelling van de gecentraliseerde
infrastructuur te dekken, inclusief een redelijk rendement van de activa. (22)
Het beheersorgaan van de luchthaven en/of elk ander
beheersorgaan van de gecentraliseerde infrastructuur van die luchthaven moet de
luchthavengebruikers regelmatig raadplegen over de definitie van de
infrastructuur en het niveau van de vergoeding. (23)
Het beheersorgaan van de luchthaven mag ook zelf
grondafhandelingsdiensten verlenen. Aangezien het beheersorgaan van de
luchthaven via zijn beslissingen ook aanzienlijke invloed kan uitoefenen op de
mededinging tussen verleners van grondafhandelingsdiensten, moeten de
luchthavens worden verplicht om hun grondafhandelingsdiensten onder te brengen
in een juridische entiteit die gescheiden is van de juridische entiteit voor
infrastructuurbeheer. (24)
Om luchthavens in staat te stellen hun functie van
infrastructuurbeheerder te vervullen, om de veiligheid en beveiliging van
luchthaventerreinen te garanderen en om de veerkracht van
grondafhandelingsdiensten in crisissituaties te waarborgen, moet het
beheersorgaan van de luchthaven ook verantwoordelijk zijn voor de goede
coördinatie van grondafhandelingsactiviteiten op de luchthaven. Het
beheersorgaan van de luchthaven moet bij het Performance Review Body van
Eurocontrol verslag uitbrengen over de coördinatie van de
grondafhandelingsactiviteiten op de luchthaven met het oog op geconsolideerde
optimalisering. (25)
Het beheersorgaan van de luchthaven, een
overheidsinstantie of een ander orgaan dat de luchthaven controleert, moet ook
de bevoegdheid hebben om de noodzakelijke regels vast te stellen voor de goede
werking van de luchthaveninfrastructuur. (26)
Het is nodig verplichte minimumkwaliteitseisen vast
te stellen waaraan verleners van grondafhandelingsdiensten en zelfafhandelende luchthavengebruikers
moeten voldoen om de algemene kwaliteit van de diensten te garanderen en een
gelijk speelveld voor alle exploitanten tot stand te brengen. (27)
Teneinde de prestaties in de hele luchtvaartketen
te verbeteren en de gate-to-gate-benadering ten uitvoer te leggen, moeten de
verleners van grondafhandelingsdiensten en de zelfafhandelende
luchthavengebruikers bij de Commissie verslag uitbrengen over hun prestaties. (28)
In een arbeidsintensieve sector als
grondafhandeling hebben permanente ontwikkeling en opleiding van het personeel
een sterke impact op de kwaliteit van de diensten. Daarom moeten
minimumopleidingseisen worden vastgesteld om de kwaliteit van de activiteiten
te garanderen, voor wat de betrouwbaarheid, veerkracht, veiligheid en beveiliging
betreft, en om een gelijk speelveld voor alle exploitanten tot stand te
brengen. (29)
Onderaanbesteding vergroot de flexibiliteit van de
verleners van grondafhandelingsdiensten. Onderaanbesteding en meervoudige
onderaanbesteding kunnen echter ook leiden tot capaciteitsbeperkingen en
negatieve gevolgen hebben voor de veiligheid en beveiliging. Daarom moet
onderaanbesteding worden beperkt en moeten de regels voor onderaanbesteding
worden verduidelijk. (30)
De bij deze verordening erkende rechten mogen
alleen worden toegekend aan verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers uit derde landen wanneer strikte
wederkerigheid in acht wordt genomen. Indien er geen sprake is van
wederkerigheid moet de Commissie het recht krijgen om te beslissen dat een
lidstaat of lidstaten deze rechten moet(en) opschorten. (31)
De lidstaten moeten de bevoegdheid behouden om
adequate sociale bescherming te garanderen voor het personeel van bedrijven die
grondafhandelingsdiensten verlenen. (32)
Om te garanderen dat geharmoniseerde
verzekeringseisen gelden voor verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers moet de Commissie worden gemachtigd om
besluiten vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag, voor wat
de verzekeringseisen voor verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers betreft. Om te garanderen dat
geharmoniseerde en geactualiseerde verplichtingen gelden inzake de
minimumkwaliteitseisen voor grondafhandelingsdiensten en inzake de
rapporteringsverplichtingen voor verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers, moet de Commissie worden gemachtigd om
besluiten vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag, voor wat
betreft de specificaties voor minimumkwaliteitseisen voor
grondafhandelingsdiensten en de specificaties voor de inhoud en verspreiding
van rapporteringsverplichtingen voor verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers. Het is bijzonder belangrijk dat de
Commissie passende raadplegingen houdt tijdens haar voorbereidende werken, ook
op deskundigenniveau, en dat het specifieke bij Besluit 98/500/EG opgerichte
sectorale comité voor sociale dialoog daarbij wordt betrokken. (33)
Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde
handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende
documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement
en de Raad worden ingediend. (34)
Om eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging
van deze verordening te waarborgen, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de
Commissie worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend
overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de
Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en
beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de
uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[16]. (35)
De raadplegingsprocedure moet worden gebruikt om
uitvoeringsbesluiten vast te stellen over vrijstellingen op de graad van
openstelling van de grondafhandelingsmarkt voor derde partijen en voor
zelfafhandelende luchtvaartmaatschappijen, aangezien deze besluiten slechts een
beperkt toepassingsgebied hebben. (36)
De raadplegingsprocedure moet ook worden gebruikt
voor de vaststelling van uitvoeringsbesluiten over de uitbreiding van een
openbaredienstverplichting door een lidstaat tot een luchthaven op een eiland,
aangezien deze besluiten slechts een beperkt toepassingsgebied hebben. (37)
De onderzoeksprocedure moet worden gebruikt voor de
vaststelling van uitvoeringsbesluiten over de volledige of gedeeltelijke
opschorting van het recht op toegang tot de grondafhandelingsmarkt op het
grondgebied van een lidstaat voor verleners van grondafhandelingsdiensten en
luchthavengebruikers uit een derde land. (38)
Aangezien het doel van deze verordening, namelijk
de homogenere toepassing van de EU-wetgeving inzake grondafhandelingsdiensten
wegens het internationale karakter van het luchtvervoer niet voldoende door de
lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Unie kan worden
verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag
neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in
dat artikel opgenomen evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder
dan nodig is om dit doel te bereiken. (39)
De ministeriële verklaring over de luchthaven van
Gibraltar waarover op 18 september 2006 te Córdoba een akkoord is
bereikt tijdens de eerste ministeriële bijeenkomst van het Forum voor dialoog
over Gibraltar, zal de op 2 december 1987 te Londen afgelegde
gemeenschappelijke verklaring over de luchthaven van Gibraltar vervangen, en de
volledige naleving ervan zal als de naleving van de verklaring van 1987 worden
beschouwd. (40)
Richtlijn 96/67/EG dient derhalve te worden
ingetrokken, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Hoofdstuk I — Toepassingsgebied en
definities Artikel 1
Toepassingsgebied De verordening is van toepassing op elke
luchthaven die zich bevindt op het grondgebied van een lidstaat welke onder de
bepalingen van het Verdrag valt en die voor commercieel verkeer is opengesteld. De toepassing van deze verordening op de
luchthaven van Gibraltar laat de respectieve rechtsopvattingen van het Koninkrijk
Spanje en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
betreffende het geschil inzake de soevereiniteit over het grondgebied waarop de
luchthaven gelegen is, onverlet. Artikel 2
Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt
verstaan onder: (a)
"luchthaven": elk terrein dat speciaal is
ingericht om luchtvaartuigen de mogelijkheid te bieden om te landen, op te
stijgen of manoeuvres uit te voeren, met inbegrip van de eventueel bijbehorende
installaties ten behoeve van het verkeer van en de dienstverlening aan
luchtvaartuigen en de nodige installaties ten behoeve van commerciële
luchtdiensten; (b)
"luchthavenbeheerder": de instantie die,
eventueel in combinatie met andere activiteiten, aan de nationale wet- of
regelgeving de taak ontleent om de luchthaveninfrastructuur te beheren en de
activiteiten van de verschillende op de luchthaven of in het desbetreffende
luchthavensysteem aanwezige ondernemingen te coördineren en te controleren; (c)
"luchthavengebruiker": iedere natuurlijke
persoon of rechtspersoon die naar of vanaf de desbetreffende luchthaven door de
lucht passagiers, post en/of vracht vervoert; (d)
"grondafhandeling": de diensten die op
een luchthaven aan een gebruiker worden verleend, zoals uiteengezet in de
bijlage; (e)
"zelfafhandeling": situatie waarbij een
gebruiker voor zichzelf rechtstreeks een of meer categorieën
afhandelingsdiensten verleent en met derden geen enkel contract afsluit, hoe
ook genaamd, dat de verlening van dergelijke diensten tot doel heeft; in het
kader van deze verordening; met het oog op de toepassing van deze verordening
worden luchthavengebruikers onderling niet als derde partijen beschouwd als: –
de ene een meerderheidsbelang in de andere heeft,
of –
een zelfde entiteit in elk van beide een
meerderheidsbelang heeft; (f)
"verlener van grondafhandelingsdiensten":
iedere natuurlijke of rechtspersoon die aan derden een of meer categorieën
grondafhandelingsdiensten verleent; (g)
"gecentraliseerde infrastructuur":
specifieke installaties en/of faciliteiten op een luchthaven die, om
technische, milieu-, kostengerelateerde of capaciteitsredenen niet kunnen
worden gedeeld of vermenigvuldigd en waarvan de beschikbaarheid essentieel en
noodzakelijk is voor de prestaties van de grondafhandelingsdiensten; (h)
"onderaanbesteding": het sluiten van een
contract door een verlener van grondafhandelingsdiensten, in de hoedanigheid
van hoofdcontractant, of – uitzonderlijk – door een zelfafhandelende
luchthavengebruiker met een derde partij die "onderaannemer" wordt
genoemd, waarbij de onderaannemer een of meer categorieën (of subcategorieën)
grondafhandelingsdiensten verleent; (i)
"goedkeuring": een goedkeuring die door
de bevoegde autoriteit aan een onderneming wordt verleend om de in de
goedkeuring vermelde grondafhandelingsdiensten te verlenen; (j)
"onafhankelijke toezichthoudende
autoriteit": de in artikel 11 van Richtlijn 2009/12/EG bedoelde
autoriteit. Hoofdstuk II — Algemene voorafgaande eisen Artikel 3
De luchthavenbeheerder 1.
Wanneer het beheer en de exploitatie van een
luchthaven niet bij één beheerder maar bij verschillende afzonderlijke
beheerders berusten, wordt elk van hen voor de toepassing van deze verordening
geacht deel uit te maken van de luchthavenbeheerder. 2.
Wanneer er voor verscheidene luchthavens slechts
één enkele luchthavenbeheerder bestaat, wordt elk van deze luchthavens voor de
toepassing van deze verordening afzonderlijk in aanmerking genomen. Artikel 4
Het comité van luchthavengebruikers 1.
Elke betrokken luchthaven richt een comité op met
vertegenwoordigers van luchthavengebruikers of organisaties die
luchthavengebruikers vertegenwoordigen (het "comité van
luchthavengebruikers"). 2.
Alle luchthavengebruikers hebben het recht deel te
nemen aan de werkzaamheden van het comité of desgewenst zich daar te laten
vertegenwoordigen door een organisatie die daartoe wordt aangewezen. Deze
organisatie mag echter geen grondafhandelingsdiensten verlenen op de
desbetreffende luchthaven. 3.
Het comité van luchthavengebruikers stelt
schriftelijk zijn procedureregels op, inclusief stemregels. De stemregels omvatten specifieke bepalingen over
hoe moet worden voorkomen dat in het comité van luchthavengebruikers
belangenconflicten ontstaan omdat in het comité luchthavengebruikers aanwezig
zijn die ook grondafhandelingsdiensten verlenen op de desbetreffende luchthaven.
Met name wanneer het comité van luchthavengebruikers wordt geraadpleegd in de
loop van een selectieprocedure, overeenkomstig de artikelen 8 en 9, zijn
luchthavengebruikers die zich kandidaat hebben gesteld om een of meer
grondafhandelingsdiensten te verlenen aan derde partijen, niet stemgerechtigd. 4.
De stemmen in het comité van luchthavengebruikers
worden zodanig gewogen dat: (a)
een individuele luchthavengebruiker op een
luchthaven, ongeacht het verkeersvolume dat hij jaarlijks vervoert, niet meer
dan 49% van de totale stemmen mag hebben; (b)
luchthavengebruikers die aan zelfafhandeling doen
hoogstens een derde van de totale stemmen mogen hebben. 5.
Het beheersorgaan van de luchthaven doet dienst als
secretariaat voor het comité van luchthavengebruikers. Als het beheersorgaan van de luchthaven dit
weigert of als het comité van luchthavengebruikers dit niet aanvaardt, wijst
het beheersorgaan van de luchthaven een andere entiteit aan die door het comité
van luchthavengebruikers moet worden aanvaard. Het secretariaat van het comité
van luchthavengebruikers houdt een lijst bij van de luchthavengebruikers of hun
vertegenwoordigers die deel uitmaken van het comité van luchthavengebruikers. 6.
Het secretariaat van het comité van
luchthavengebruikers stelt notulen op van elke vergadering van het comité. Deze
notulen moeten een getrouwe weergave vormen van de standpunten en
stemresultaten tijdens de vergadering. Hoofdstuk III — Openstelling van de
grondafhandelingsmarkt Deel 1 Zelfafhandeling Artikel 5
Zelfafhandeling Het staat elke luchthavengebruiker vrij aan
zelfafhandeling te doen. Deel 2 Grondafhandeling voor derde partijen Artikel 6
Grondafhandeling voor derde partijen 1.
Verleners van grondafhandelingsdiensten hebben
vrije toegang tot de markt voor het verlenen van grondafhandelingsdiensten aan
derde partijen op alle luchthavens met een verkeersvolume van minstens 2
miljoen passagiersbewegingen of 50 000 ton vracht per jaar gedurende
minstens de voorgaande drie jaren. 2.
Voor de in lid 1 bedoelde luchthavens mogen de
lidstaten beperkingen opleggen aan het aantal dienstverleners dat toestemming
krijgt om de volgende categorieën grondafhandelingsdiensten te verlenen: (a)
bagageafhandeling; (b)
platformafhandeling; (c)
brandstof- en olielevering; (d)
vracht- en postafhandeling voor wat betreft de
fysieke afhandeling van vracht en post tussen het luchthavengebouw en het
vliegtuig, zowel bij aankomst en vertrek als bij transfer. De lidstaten mogen dit aantal echter niet beperken
tot minder dan twee dienstverleners voor elke categorie grondafhandelingsdiensten
of, voor luchthavens met minstens 5 miljoen passagiers of 100 000 ton
vracht per jaar gedurende minstens de voorgaande drie jaren, tot minder dan
drie dienstverleners voor elke categorie grondafhandelingsdiensten. 3.
Op luchthavens waar het aantal dienstverleners
overeenkomstig lid 2 van dit artikel of overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder
(a) en (c), beperkt is tot twee of meer, moet minstens een van de
geautoriseerde dienstverleners niet rechtstreeks of onrechtstreeks worden
gecontroleerd door: (a)
het beheersorgaan van de luchthaven, (b)
een gebruiker die in de loop van het jaar
voorafgaande aan dat waarin die dienstverleners worden geselecteerd, meer dan
25% van de op de luchthaven geregistreerde passagiers of vracht heeft vervoerd, (c)
een orgaan dat rechtstreeks of onrechtstreeks het
beheersorgaan van de luchthaven als vermeld onder (a), of een gebruiker als
vermeld onder (b), controleert of door hen wordt gecontroleerd. Controle berust op rechten, overeenkomsten of
andere middelen die, afzonderlijk of gezamenlijk, met inachtneming van alle
feitelijke en juridische omstandigheden, zoals geïnterpreteerd door het Hof van
Justitie van de Europese Unie, het mogelijk maken een beslissende invloed uit
te oefenen op de dienstverleners. 4.
Wanneer zij het aantal geautoriseerde
dienstverleners beperken overeenkomstig lid 2, mogen de lidstaten niet
verhinderen dat een luchthavengebruiker, ongeacht het deel van de luchthaven
dat aan hem is toegewezen, voor elke categorie grondafhandelingsdiensten
waarvoor een beperking geldt, een effectieve keuze heeft, onder de in de leden
2 en 3 bepaalde voorwaarden, tussen minstens: –
twee verleners van grondafhandelingsdiensten, of –
drie verleners van grondafhandelingsdiensten, voor
luchthavens met minstens 5 miljoen passagiers of 100 000 ton vracht per
jaar gedurende minstens de drie voorgaande jaren. 5.
Wanneer een luchthaven een van de in dit artikel
vastgestelde minima voor vrachtvervoer bereikt zonder het overeenkomstige
minimum voor passagiersvervoer te bereiken, is deze verordening niet van
toepassing op de categorieën grondafhandelingsdiensten die uitsluitend voor
passagiers bestemd zijn. 6.
Elke luchthaven die gedurende minstens drie
opeenvolgende jaren minstens 2 miljoen passagiers of 50 000 ton vracht
afhandelt, maar waarvan het jaarlijks verkeer vervolgens onder de drempel van 2
miljoen passagiers of 50 000 ton vracht daalt, houdt zijn markt gedurende
minstens de eerste drie jaar na het jaar waarin het verkeer onder de drempel is
gezakt, open voor verleners van afhandelingsdiensten voor derde partijen. 7.
Elke luchthaven die gedurende minstens drie
opeenvolgende jaren minstens 5 miljoen passagiers of 100 000 ton vracht
afhandelt, maar waarvan het jaarlijks verkeer vervolgens onder de drempel van 5
miljoen passagiers of 100 000 ton vracht daalt, houdt zijn markt gedurende
minstens de eerste drie jaar na het jaar waarin het verkeer onder de drempel is
gezakt, open voor verleners van afhandelingsdiensten voor derde partijen. Artikel 7
Selectie van dienstverleners 1.
Dienstverleners die grondafhandelingsdiensten mogen
verlenen op een luchthaven waarop het aantal dienstverleners overeenkomstig
artikel 6 of artikel 14 is beperkt, worden geselecteerd op basis van een
transparante, open en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure. 2.
De aanbestedingsautoriteit is: (a)
het beheersorgaan van de luchthaven, voor zover
het: –
geen soortgelijke grondafhandelingsdiensten
verleent, en –
rechtstreeks noch onrechtstreeks controle uitoefent
over een onderneming die dergelijke diensten verleent; en –
geen enkel belang in een dergelijke onderneming
heeft; (b)
een bevoegde autoriteit die onafhankelijk is van
het beheersorgaan van de luchthaven, in alle andere gevallen. 3.
Het comité van luchthavengebruikers heeft in geen
enkele fase van de selectieprocedure toegang tot de inschrijvingen van de
kandidaten. Als het beheersorgaan van de luchthaven niet de
aanbestedingsautoriteit is, heeft het in geen enkele fase van de
selectieprocedure toegang tot de inschrijvingen van de kandidaten. 4.
Na de Commissie in kennis te hebben gesteld, mag
een lidstaat in de aanbestedingsvoorwaarden bepalen dat de verleners van
grondafhandelingsdiensten een openbaredienstverplichting moeten nakomen met
betrekking tot luchthavens die perifere gebieden of ontwikkelingsgebieden
bedienen welke deel uitmaken van het grondgebied van die lidstaat, indien de
dienstverleners op deze luchthavens geen grondafhandelingsdiensten willen
verlenen zonder overheidssteun (bv. exclusieve rechten of vergoedingen), maar
deze luchthavens van vitaal belang zijn voor de toegankelijkheid van de
desbetreffende lidstaat. Deze bepaling laat de EU-regels inzake staatssteun
onverlet. 5.
De aanbestedingsprocedure wordt geopend en
bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. 6.
De aanbestedingsautoriteit selecteert de
dienstverleners in twee fasen: (a)
een erkenningsprocedure, om de geschiktheid van de
kandidaten te beoordelen; en (b)
een gunningsprocedure, om de geautoriseerde
dienstverlener(s) te selecteren. Artikel 8
Erkenningsprocedure 1.
Tijdens de erkenningsprocedure gaat de
aanbestedingsautoriteit na of de kandidaten aan een aantal minimumcriteria
beantwoorden. De aanbestedingsautoriteit stelt deze minimumcriteria vast na
overleg met het comité van luchthavengebruikers en het beheersorgaan van de
luchthaven, als dit beheersorgaan niet zelf de aanbestedingsautoriteit is. 2.
Onder meer de volgende minimumcriteria zijn van
toepassing: (a)
de kandidaat moet beschikken over een geldige
goedkeuring die is afgegeven overeenkomstig hoofdstuk IV inzake
goedkeuringsprocedures; (b)
de kandidaat moet aantonen dat hij bekwaam is en
moet zich er schriftelijk toe verbinden de relevante bepalingen en regels toe
te passen, inclusief de toepasselijke arbeidswetgeving, collectieve
overeenkomsten en gedragsregels en kwaliteitseisen op de luchthaven. 3.
De aanbestedingsautoriteit stelt een shortlist op
van de kandidaten die voldoen aan de criteria van de erkenningsprocedure. Artikel 9
Gunningsprocedure 1.
Tijdens de gunningsprocedure selecteert de
aanbestedingsautoriteit een dienstverlener uit de kandidaten op de shortlist en
gunt hij de vergunning aan deze dienstverlener, na overleg met het comité van
luchthavengebruikers en het beheersorgaan van de luchthaven, als dit
beheersorgaan niet zelf de aanbestedingsautoriteit is. 2.
Om de dienstverlener te selecteren, worden de
inschrijvingen van de kandidaten getoetst aan een lijst van gunningscriteria.
De gunningscriteria moeten relevant, objectief, transparant en
niet-discriminerend zijn. De aanbestedingsautoriteit stelt de gunningscriteria
vast na overleg met het comité van luchthavengebruikers en het beheersorgaan
van de luchthaven, als dit beheersorgaan niet zelf de aanbestedingsautoriteit
is. 3.
Onder meer de volgende gunningscriteria zijn van
toepassing: (a)
de samenhang en geloofwaardigheid van het
ondernemingsplan, beoordeeld op basis van een kostenberekeningsmodel; (b)
het kwaliteitsniveau van de activiteiten,
beoordeeld op basis van een representatief vluchtschema, inclusief – voor zover
relevant – efficiënt gebruik van personeel en apparatuur, de uiterste termijn
voor het inleveren van bagage en vracht, de afleveringstijden voor bagage en
vracht, en de maximale omlooptijden; (c)
de geschiktheid van de materiële hulpmiddelen, wat
de beschikbaarheid en milieuvriendelijkheid van de apparatuur betreft; (d)
de geschiktheid van de menselijke hulpbronnen, wat
de ervaring van het personeel en de geschiktheid van het
opleidings-/kwalificatieprogramma betreft; (e)
de kwaliteit van informatie- en
communicatietechnologie; (f)
de kwaliteit van de organisatorische planning; (g)
de milieuprestaties. 4.
Het relatieve gewicht van de gunningscriteria is
vermeld in de uitnodiging tot inschrijving en de relevante documenten. Aan elk
gunningscriteria wordt een puntenvork toegekend, met een passende
maximumspreiding. De aanbestedingsautoriteit mag een minimumaantal punten
vaststellen die de kandidaten voor bepaalde gunningscriteria moeten behalen. De
vaststelling van een minimumaantal punten moet op niet-discriminerende wijze
gebeuren en moet duidelijk worden vermeld in de uitnodiging tot inschrijving en
de relevante documenten. De aanbestedingsautoriteit mag de in de uitnodiging
tot inschrijving vastgestelde gunningscriteria niet schrappen of opsplitsen en
geen gunningscriteria toevoegen. 5.
De vergunning om grondafhandelingsdiensten te
verlenen op de desbetreffende luchthaven wordt toegekend aan de kandidaat die
het hoogste totale aantal punten en tegelijk een minimumaantal punten voor
bepaalde gunningscriteria heeft behaald. 6.
Luchthavengebruikers die zich kandidaat stellen om
grondafhandelingsdiensten voor derde partijen te verlenen of die aan zelfafhandeling
doen, worden niet geraadpleegd tijdens de gunningsprocedure. 7.
De aanbestedingsautoriteit zorgt ervoor dat het
gunningsbesluit en de motivering van dit besluit openbaar worden gemaakt. Artikel 10
Selectieperiode en stopzetting van activiteiten 1.
Verleners van grondafhandelingsdiensten krijgen een
vergunning voor een periode van minstens zeven en hoogstens tien jaar, behalve
in geval van vrijstelling voor zelfafhandeling of grondafhandeling voor derde
partijen, zoals bepaald in artikel 14, lid 1. De precieze periode waarvoor de
dienstverleners een vergunning krijgen en de datum waarop de activiteiten van
start gaan, worden duidelijk vermeld in de uitnodiging tot inschrijving. 2.
Een verlener van grondafhandelingsdiensten begint
diensten te verlenen binnen een maand na de in de uitnodiging tot inschrijving
vermelde startdatum. In gemotiveerde gevallen mag de aanbestedingsautoriteit,
op verzoek van de verlener van grondafhandelingsdiensten en na raadpleging van
het comité van luchthavengebruikers, deze periode met hoogstens zes maanden
verlengen. Na afloop van deze periode is de vergunning niet meer geldig. 3.
De aanbestedingsautoriteit anticipeert op het einde
van de vergunningsperiode en zorgt ervoor dat dienstverleners die na een nieuwe
uitnodiging tot inschrijving zijn geselecteerd, hun activiteiten mogen starten
op de dag na de laatste dag van de vergunningsperiode van de vorige
geselecteerde dienstverlener(s). 4.
Wanneer een verlener van grondafhandelingsdiensten
zijn activiteiten stopzet vóór het einde van de periode waarvoor hij een
vergunning heeft gekregen, wordt hij vervangen op basis van de in de artikelen
7, 8 en 9 en het onderhavige artikel beschreven selectieprocedure. Elke
dienstverlener die zijn activiteiten stopzet, stelt de relevante aanbestedingsautoriteit
minstens zes maanden vóór hij de luchthaven verlaat in kennis van zijn
voornemen om zijn activiteiten stop te zetten. Er kan een boete worden opgelegd
aan de dienstverlener als hij de aanbestedingsautoriteit niet voldoende van
tevoren in kennis stelt, tenzij de dienstverlener kan aantonen dat er sprake is
van overmacht. 5.
Als een dienstverlener zijn activiteiten stopzet
vóór het einde van de periode waarvoor hij een vergunning heeft gekregen en,
alvorens de luchthaven te verlaten, de aanbestedingsautoriteit onvoldoende tijd
laat om een nieuwe dienstverlener te selecteren, zodat er op de desbetreffende
luchthaven een tijdelijk monopolie op bepaalde grondafhandelingsdiensten
ontstaat, geeft de lidstaat voor een beperkte periode van hoogstens tien maanden
een vergunning af aan een verlener van grondafhandelingsdiensten zonder gebruik
te maken van de in de artikelen 7, 8 en 9 en het onderhavige artikel
vastgestelde selectieprocedure. Als de lidstaat er niet in slaagt een verlener van
grondafhandelingsdiensten te vinden voor deze beperkte periode, reguleert hij
de prijzen van de grondafhandelingsdiensten waarvoor een tijdelijk monopolie is
ontstaan tot een nieuwe dienstverlener deze grondafhandelingsdiensten begint te
verlenen op de luchthaven. 6.
De aanbestedingsautoriteit stelt het comité van
luchthavengebruikers en, voor zover van toepassing, de beheersautoriteit van de
luchthaven in kennis van besluiten die overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 9 en
het onderhavige artikel zijn genomen. 7.
De artikelen 7, 8 en 9 en het onderhavige artikel
zijn niet van toepassing op de gunning van openbare contracten en concessies,
welke onder andere bepalingen van de EU-wetgeving vallen. Artikel 11
Het beheersorgaan van de luchthaven als verlener van grondafhandelingsdiensten 1.
Wanneer het aantal dienstverleners op grond van
artikel 6 wordt beperkt, kan de luchthavenbeheerder zelf
grondafhandelingsdiensten verlenen zonder dat hij aan de in de artikelen 7 tot
en met 10 vastgestelde selectieprocedure wordt onderworpen. De luchthavenbeheerder
mag ook een vergunning afgeven aan een dienstverlener om
grondafhandelingsdiensten te verlenen op de desbetreffende luchthaven, zonder
deze aan die procedure te onderwerpen: (a)
als hij deze onderneming rechtstreeks of
onrechtstreeks controleert; (b)
als deze onderneming de luchthavenbeheerder
rechtstreeks of onrechtstreeks controleert. 2.
Als het beheersorgaan van een luchthaven dat
grondafhandelingsdiensten verleent overeenkomstig lid 1 niet meer beantwoordt
aan de voorwaarden van lid 1, mag deze dienstverlener grondafhandelingsdiensten
blijven verlenen gedurende een periode van vijf jaar, zonder aan de in de
artikelen 7 tot en met 10 vastgestelde selectieprocedure te worden onderworpen.
De dienstverlener stelt de relevante aanbestedingsautoriteit minstens zes
maanden van tevoren in kennis van het nakende einde van deze periode van vijf
jaar. Er kan een boete worden opgelegd aan de dienstverlener als hij de
aanbestedingsautoriteit niet voldoende van tevoren in kennis stelt, tenzij de
dienstverlener kan aantonen dat er sprake is van overmacht. Als de
dienstverlener zijn activiteiten stopzet vóór het einde van de periode van vijf
jaar, is artikel 10, leden 4 en 5, van toepassing. Artikel 12
Bescherming van de rechten van werknemers in geval van overname van personeel
voor diensten waarvoor markttoegangsbeperkingen gelden 1.
Dit artikel is alleen van toepassing op
grondafhandelingsdiensten waarvoor de lidstaat in kwestie het aantal
dienstverleners heeft beperkt overeenkomstig artikel 6 of 14. 2.
Als een verlener van de in lid 1 bedoelde
grondafhandelingsdiensten na de in de artikelen 7 tot en met 10 vastgestelde
selectieprocedure zijn vergunning om deze diensten te verlenen, verliest,
kunnen de lidstaten de verlener(s) van grondafhandelingsdiensten die daarna
deze diensten zullen verlenen, verplichten om aan het personeel dat deze
diensten eerder verleende de rechten toe te kennen die zij zouden hebben gehad
indien een overgang in de zin van Richtlijn 2001/23/EG van de Raad[17] had plaatsgevonden. 3.
De lidstaten beperken de in lid 2 vermelde
verplichting tot de werknemers van de vorige dienstverlener die betrokken waren
bij het verlenen van de diensten waarvoor de vorige dienstverlener zijn
vergunning heeft verloren, en die vrijwillig aanvaarden om in dienst te treden
bij de nieuwe dienstverlener(s). 4.
De lidstaten beperken de in lid 2 vermelde
verplichting zodanig dat ze in verhouding staat tot het volume van de
activiteiten die effectief worden overgedragen aan de andere dienstverlener(s). 5.
Als een lidstaat een verplichting in de zin van lid
2 oplegt, wordt in de aanbestedingsdocumenten voor de in de artikelen 7 tot en
met 10 vastgestelde selectieprocedure een lijst opgenomen van de desbetreffende
personeelsleden, met vermelding van de relevante bijzonderheden van de
contractuele rechten van de personeelsleden en de omstandigheden waaruit blijkt
dat de personeelsleden betrokken waren bij het verlenen van de diensten in
kwestie. 6.
Als een verlener van grondafhandelingsdiensten
stopt met aan een luchthavengebruiker grondafhandelingsdiensten te verlenen die
een aanzienlijk gedeelte vormen van de grondafhandelingsactiviteiten van die
dienstverlener, in gevallen die niet onder lid 2 vallen, of als een
zelfafhandelende luchthavengebruiker besluit te stoppen met zelfafhandeling,
kunnen de lidstaten aan de verlener(s) van grondafhandelingsdiensten of
zelfafhandelende luchthavengebruiker die deze grondafhandelingsdiensten daarna
verleent, verplichten om eerder in dienst genomen personeel de rechten te
verlenen waarop zij recht zouden hebben indien een overgang in de zin van
Richtlijn 2001/23/EG had plaatsgevonden. 7.
De lidstaten beperken de in lid 6 vermelde
verplichting tot de werknemers van de vorige dienstverlener die betrokken waren
bij het verlenen van de grondafhandelingsdiensten die de vorige dienstverlener
heeft stopgezet, en die vrijwillig aanvaarden om in dienst te treden bij de
nieuwe dienstverlener(s) of zelfafhandelende luchthavengebruiker. 8.
De lidstaten beperken de in lid 6 vermelde
verplichting tot de werknemers van de zelfafhandelende luchthavengebruiker die
betrokken waren bij het verlenen van de grondafhandelingsdiensten die de
zelfafhandelende luchthavengebruiker stopzet, en die vrijwillig aanvaarden om
in dienst te treden bij de nieuwe dienstverlener(s) of zelfafhandelende luchthavengebruiker. 9.
De lidstaten beperken de in lid 6 vermelde
verplichting zodanig dat ze in verhouding staat tot het volume van de
activiteiten die effectief worden overgedragen aan de andere dienstverlener of
zelfafhandelende luchthavengebruiker. 10.
De lidstaten mogen aan managers en arbeiders op een
passend niveau de taak toevertrouwen om op basis van een onderhandelde
overeenkomst de praktische regelingen voor de tenuitvoerlegging van dit artikel
vast te stellen. 11.
De lidstaten stellen de Commissie in kennis van
alle uit hoofde van dit artikel genomen maatregelen. Artikel 13
Luchthavens op eilanden Voor de selectie van verleners van
grondafhandelingsdiensten op een luchthaven als bedoeld in de artikelen 7 tot
en met 10, kan een lidstaat de openbaredienstverplichting uitbreiden tot andere
luchthavens op zijn grondgebied, voor zover (a)
deze luchthavens op eilanden in dezelfde
geografische regio zijn gelegen; en (b)
dergelijke luchthavens elk een verkeersvolume
hebben van minstens 100 000 passagiersbewegingen per jaar; (c)
en deze vrijstelling door de Commissie is
goedgekeurd. Het besluit inzake de goedkeuring van de
uitbreiding vormt een uitvoeringshandeling die wordt vastgesteld volgens de in
artikel 43, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. Deze bepaling laat
de EU-regels inzake staatssteun onverlet. Deel 3 Vrijstellingen voor zelfafhandeling en
grondafhandeling voor derde partijen Artikel 14
Vrijstellingen 1.
Wanneer het op een luchthaven door specifieke
beperkingen van de beschikbare ruimte of capaciteit, met name wegens congestie
en de bezettingsgraad van de oppervlakte, onmogelijk is de markt en/of de
uitvoering van zelfafhandeling open te stellen tot het in deze verordening
voorgeschreven niveau, kan de betrokken lidstaat besluiten: (a)
het aantal dienstverleners voor een of meer andere
categorieën grondafhandelingsdiensten dan die welke in artikel 6, lid 2, zijn
bedoeld, op de volledige luchthaven of een deel ervan te beperken, waarbij
artikel 6, lid 3, van toepassing is; (b)
een of meer van de in artikel 6, lid 2, vermelde
categorieën grondafhandelingsdiensten op luchthavens met een jaarlijks
verkeersvolume van minstens 2 miljoen passagiers of 50 000 ton vracht voor
te behouden aan één dienstverlener; (c)
een of meer van de in artikel 6, lid 2, vermelde
categorieën grondafhandelingsdiensten op luchthavens met een jaarlijks
verkeersvolume van minstens 5 miljoen passagiers of 100 000 ton vracht
voor te behouden aan een of twee dienstverleners, waarbij artikel 6, lid 3, van
toepassing is in het geval van een beperking tot twee dienstverleners; (d)
zelfafhandeling, als bedoeld in artikel 5, voor te
behouden aan een beperkt aantal luchthavengebruikers, mits deze op basis van
relevante, objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria worden
gekozen. 2.
Elke in lid 1 bedoelde vrijstelling: (a)
vermeldt de categorie(ën) diensten waarvoor een
vrijstelling wordt toegestaan en de specifieke beperkingen inzake beschikbare
ruimte of capaciteit die de vrijstelling rechtvaardigen; (b)
gaat vergezeld van een plan met passende
maatregelen die erop gericht zijn deze beperkingen weg te nemen. 3.
Vrijstellingen mogen: (a)
niet leiden tot concurrentieverstoringen tussen
dienstverleners en/of luchthavengebruikers die aan zelfafhandeling doen; (b)
geen grotere omvang hebben dan noodzakelijk. 4.
Ten minste zes maanden voordat een vrijstelling die
zij voornemens zijn toe te kennen op grond van lid 1, van kracht wordt, stellen
de lidstaten de Commissie in kennis van die vrijstelling en van de redenen die
de vrijstelling rechtvaardigen. 5.
Als de Commissie een besluit tot kennisgeving van
een vrijstelling ontvangt, publiceert zij een samenvatting van de aangemelde
vrijstelling in het Publicatieblad van de Europese Unie en nodigt zij de
belanghebbende partijen uit opmerkingen te maken. 6.
De Commissie onderwerpt het door de lidstaat
aangemelde afwijkingsbesluit aan een grondig onderzoek. De Commissie stelt een
gedetailleerde analyse van de situatie op en bestudeert de door de lidstaat
aangemelde maatregelen om na te gaan of de beperking waarop de lidstaat zich
beroept, ook effectief bestaat, en of het inderdaad onmogelijk is de markt
en/of de uitvoering van zelfafhandeling open te stellen tot het in deze
verordening voorgeschreven niveau. 7.
Na dit onderzoek en na raadpleging van de betrokken
lidstaat kan de Commissie het besluit van de lidstaat goedkeuren of zich
daartegen verzetten indien zij van oordeel is dat de beperkingen waarop de
lidstaat zich beroept niet zijn vastgesteld of niet ernstig genoeg zijn om een
vrijstelling te rechtvaardigen. Na overleg met de betrokken lidstaat kan de
Commissie de lidstaat ook verplichten de omvang van de vrijstelling aan te
passen of de vrijstelling te beperken tot die delen van een luchthaven waar de
belemmeringen waarop de lidstaat zich beroept, zijn vastgesteld. 8.
Het besluit van de Commissie wordt uiterlijk zes
maanden na de volledige kennisgeving door de lidstaat genomen en wordt
bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. 9.
De in de leden 7 en 8 van dit artikel bedoelde
uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld volgens de in artikel 43,
lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. 10.
De door de lidstaten op grond van lid 1 toegekende
vrijstellingen mogen niet langer dan drie jaar gelden, behalve de
vrijstellingen die krachtens lid 1, onder (b) en (c), zijn toegekend. Uiterlijk
zes maanden vóór het einde van die periode moet de lidstaat over elk verzoek om
vrijstelling een nieuw besluit nemen, waarop eveneens de bepalingen van dit
artikel van toepassing zijn. 11.
De op grond van lid 1, onder (b) en (c), toegekende
vrijstellingen mogen niet langer dan twee jaar gelden. Op basis van de
overwegingen in lid 1 kan een lidstaat evenwel verzoeken om deze periode één
keer met twee jaar te verlengen. De Commissie neemt een besluit over een
dergelijk verzoek. Het uitvoeringsbesluit wordt vastgesteld volgens de in
artikel 43, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. Artikel 15
Raadpleging van de verleners van grondafhandelingsdiensten en van
luchthavengebruikers Het beheersorgaan van de luchthaven stelt een
procedure op om met het comité van luchthavengebruikers en de ondernemingen die
grondafhandelingsdiensten verlenen overleg te plegen over de toepassing van
deze verordening. Dit overleg heeft onder meer betrekking op de prijzen van de
grondafhandelingsdiensten waarvoor krachtens artikel 14, lid 1, onder (b) en
(c), een vrijstelling is toegekend en op de organisatie van de dienstverlening.
Er wordt minstens een overlegvergadering per jaar georganiseerd. Het
beheersorgaan van de luchthaven stelt notulen op van deze vergadering, die
desgevraagd naar de Commissie worden verstuurd. Hoofdstuk IV — Goedkeuringsprocedures Artikel 16
De vereiste om een passende goedkeuring te verkrijgen die in alle EU-lidstaten
wordt erkend 1.
Op luchthavens met een jaarlijks verkeersvolume van
minstens 2 miljoen passagiersbewegingen of 50 000 ton vracht gedurende
minstens drie opeenvolgende jaren, mag geen enkele onderneming
grondafhandelingsdiensten verlenen, noch als verlener van
grondafhandelingsdiensten, noch als gebruiker die aan zelfafhandeling doet,
tenzij zij een passende goedkeuring heeft gekregen. Een onderneming die aan de
in dit hoofdstuk gestelde eisen voldoet, heeft recht op een goedkeuring. 2.
Elke lidstaat wijst een bevoegde autoriteit
("goedkeuringsautoriteit") aan die onafhankelijk is van de
beheersorganen van de luchthaven en bevoegd is voor de afgifte van
goedkeuringen voor het verlenen van grondafhandelingsdiensten. 3.
De bevoegde goedkeuringsautoriteit verleent of
handhaaft geen goedkeuringen wanneer niet is voldaan aan een van de in dit
hoofdstuk gestelde eisen. Artikel 17
Voorwaarden voor het verlenen van een goedkeuring 1.
Een onderneming krijgt een goedkeuring van de
goedkeuringsautoriteit van een lidstaat als: (a)
ze gevestigd en geregistreerd is in een lidstaat; (b)
de structuur van de onderneming de bevoegde
goedkeuringsautoriteit in staat stelt de bepalingen van dit hoofdstuk toe te
passen; (c)
ze voldoet aan de financiële voorwaarden, als
bedoeld in artikel 18; (d)
ze voldoet aan de bepalingen inzake
betrouwbaarheid, als bedoeld in artikel 19; (e)
ze voldoet aan de bepalingen inzake de
kwalificaties van het personeel, als bedoeld in artikel 20; (f)
ze voldoet aan de bepalingen met betrekking tot een
exploitatiehandleiding, als bedoeld in artikel 21; (g)
ze voldoet aan de verzekeringsvoorwaarden, als
bedoeld in artikel 22. 2.
Lid 1, onder (a), (c) en (d), is niet van toepassing
op zelfafhandelende luchthavengebruikers die geen grondafhandelingsdiensten
verlenen aan derde partijen. Luchthavengebruikers die een goedkeuring voor
zelfafhandeling hebben gekregen, mogen op basis van deze goedkeuring geen
afhandeling voor derde partijen verrichten. 3.
Een onderneming die een goedkeuring aanvraagt of
heeft gekregen, moet de nationale voorschriften inzake sociale bescherming,
milieubescherming en luchthavenbeveiliging naleven in alle lidstaten waarin ze
actief is. Artikel 18
Financiële voorwaarden voor het verlenen van een goedkeuring 1.
Een onderneming die een goedkeuring aanvraagt, mag
niet bij een insolventie-, faillissements- of soortgelijke procedure betrokken
zijn. 2.
De goedkeuringsautoriteit zal nauwgezet beoordelen
of een onderneming die een goedkeuring aanvraagt, kan aantonen dat zij: (a)
gedurende een periode van 24 maanden vanaf het
begin van de activiteiten te allen tijde haar op realistische onderstellingen
gebaseerde, bestaande en potentiële verplichtingen kan nakomen, en (b)
gedurende een periode van drie maanden vanaf het
begin van de activiteiten haar vaste en variabele kosten kan dekken die
voortvloeien uit de activiteiten volgens haar bedrijfsplan en die op
realistische veronderstellingen zijn gebaseerd, zonder dat rekening wordt
gehouden met haar inkomsten uit de activiteiten. 3.
Voor de toepassing van de in lid 1 bedoelde
beoordeling verstrekt elke aanvrager zijn geauditeerde rekeningen voor de twee
voorgaande financiële jaren. 4.
Voor de toepassing van de in lid 2 vermelde
beoordeling verstrekt elke aanvrager een bedrijfsplan voor ten minste de eerste
drie jaren van de activiteiten. Het bedrijfsplan bevat ook nadere gegevens
betreffende de financiële banden tussen de aanvrager en eventuele andere
commerciële activiteiten waarbij de aanvrager rechtstreeks of via gelieerde
ondernemingen betrokken is. De aanvrager verstrekt ook alle relevante
informatie, en met name de volgende gegevens: (a)
een balansraming, met een winst-en-verliesrekening
voor de volgende drie jaar; (b)
geraamde cashflow en liquiditeitsplannen voor de
eerste drie jaren van de activiteiten; (c)
bijzonderheden over de financiering van de
aankoop/huur van apparatuur met, in het geval van leasing, de voorwaarden van
elk contract, voor zover relevant. Artikel 19
Bewijs van betrouwbaarheid 1.
Een onderneming die een goedkeuring aanvraagt, moet
bewijzen dat zij in het meest recente jaar belastingen en
socialezekerheidsbijdragen heeft betaald in de lidstaat waar zij activiteiten
verricht of, indien zij geen activiteiten verricht in de Unie, in haar land van
oorsprong. 2.
De onderneming moet ook bewijzen dat de personen
die permanent en effectief de activiteiten van de onderneming beheren,
betrouwbaar zijn en niet failliet zijn verklaard. Met betrekking tot onderdanen
van lidstaten aanvaardt de goedkeuringsautoriteit als voldoende bewijs dat de
bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de onderneming is gevestigd en
geregistreerd of de lidstaat waar de persoon zijn permanente verblijfplaats
heeft, documenten voorleggen waaruit blijkt dat aan de eisen is voldaan. 3.
Als de lidstaat waar de onderneming is gevestigd en
geregistreerd of de lidstaat waar de persoon zijn permanente verblijfplaats
heeft de in lid 2 vermelde documenten niet verstrekt, worden deze documenten
vervangen door een verklaring onder ede of — in de lidstaten waar de verklaring
onder ede niet bestaat — door een plechtige verklaring die door de betrokkene
wordt afgelegd ten overstaan van een bevoegde rechterlijke of administratieve
instantie, of, in voorkomend geval, van een notaris of een bevoegde
beroepsorganisatie van de lidstaat waar de persoon zijn permanente
verblijfplaats heeft. Deze instantie, notaris of bevoegde beroepsorganisatie
geeft een attest af waaruit blijkt dat deze verklaring onder ede of deze
plechtige verklaring bewijskracht heeft. Artikel 20
Kwalificaties van het personeel Een onderneming die een goedkeuring aanvraagt,
moet aantonen dat haar werknemers over de kwalificaties, beroepservaring en
anciënniteit beschikken die nodig zijn voor de uitvoering van de activiteiten
waarvoor zij een goedkeuring aanvraagt. Artikel 21
Exploitatiehandleiding Een onderneming die een goedkeuring aanvraagt,
verstrekt een exploitatiehandleiding voor de relevante activiteiten, die de
volgende informatie bevat: (a)
organisatieschema, management, beschrijving van
verantwoordelijkheden en taken, toerekenbaarheid; (b)
vermogen om de activiteiten veilig uit te oefenen
in de context van een luchthaven; (c)
beleid inzake apparatuur; (d)
kwalificatievereisten voor werknemers en
overeenkomstige opleidingseisen en opleidingsplan; (e)
procedures voor veiligheids- en kwaliteitsbeheer; (f)
standaardafhandelingsprocedures, inclusief
coördinatie met luchthavengebruikers en beheersorganen van luchthavens,
coördinatie van activiteiten en specifieke afhandelingsprocedures voor specifieke
klanten; (g)
rampenbestrijdingsbeleid; (h)
procedures voor beveiligingsbeheer. Artikel 22
Verzekeringsvoorschriften 1.
Verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers in de Unie moeten verzekerd zijn tegen
hun specifiek met grondafhandeling verband houdende aansprakelijkheid voor
schade op het grondgebied van een lidstaat waarvoor een recht op vergoeding
bestaat. 2.
De Commissie krijgt de bevoegdheid om nadere
bijzonderheden inzake de verzekeringseisen en de minimumbedragen vast te
stellen aan de hand van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 42. Artikel 23
Geldigheid van een goedkeuring 1.
Een goedkeuring is geldig voor een periode van vijf
jaar. 2.
Een goedkeuring is geldig voor de categorieën en/of
subcategorieën die in de goedkeuring zijn gespecificeerd. 3.
De verlener van grondafhandelingsdiensten moet
desgevraagd te allen tijde aan de bevoegde goedkeuringsautoriteit kunnen
aantonen dat hij aan alle eisen van dit hoofdstuk voldoet. 4.
De bevoegde goedkeuringsautoriteit houdt toezicht
op de naleving van de eisen van dit hoofdstuk. Zij gaat in elk geval in de
volgende gevallen na of deze eisen zijn nageleefd: (a)
wanneer vermoed wordt dat er een potentieel
probleem is; of (b)
op verzoek van de goedkeuringsautoriteit van een
andere lidstaat; of (c)
op verzoek van de Commissie. 5.
Er moet een nieuwe goedkeuringsaanvraag worden
ingediend wanneer een grondafhandelingsonderneming: (a)
niet binnen twaalf maanden na het verkrijgen van
een goedkeuring met de activiteiten is begonnen; of (b)
haar activiteiten gedurende meer dan twaalf maanden
heeft gestaakt. 6.
Een grondafhandelingsonderneming stelt de
goedkeuringsautoriteit: (a)
vooraf in kennis ingrijpende wijzigingen in de
omvang van haar activiteiten; (b)
in kennis van eventuele insolventieprocedures die
tegen de onderneming zijn opgestart. Artikel 24
Intrekking van de goedkeuring 1.
De goedkeuring mag te allen tijde worden
ingetrokken als de verlener van grondafhandelingsdiensten of de
zelfafhandelende luchthavengebruiker om redenen die hem zijn aan te rekenen,
niet voldoet aan de criteria van dit hoofdstuk. De redenen voor de intrekking
worden meegedeeld aan de betrokken verlener van grondafhandelingsdiensten of
zelfafhandelende luchthavengebruiker en aan de goedkeuringsautoriteiten in de
andere lidstaten. 2.
De goedkeuringsautoriteit trekt de goedkeuring in
als de verlener van grondafhandelingsdiensten de goedkeuringsautoriteit
opzettelijk of door onachtzaamheid foute informatie verschaft over een
belangrijk punt. Artikel 25
Goedkeuringsbesluiten 1.
De bevoegde goedkeuringsautoriteit neemt zo spoedig
mogelijk, en uiterlijk twee maanden nadat alle vereiste informatie is
ingediend, een besluit over een aanvraag, waarbij met alle beschikbare gegevens
rekening wordt gehouden. Het besluit wordt meegedeeld aan de aanvrager en de goedkeuringsautoriteiten
in de andere lidstaten. Een weigering wordt met redenen omkleed. 2.
De goedkeuring mag alleen worden geweigerd als de
verlener van grondafhandelingsdiensten of de zelfafhandelende
luchthavengebruiker om redenen die hem zijn aan te rekenen, niet voldoet aan de
criteria van dit hoofdstuk. 3.
De procedures voor de toekenning en intrekking van
goedkeuringen worden bekendgemaakt door de goedkeuringsautoriteit, die de
Commissie daarvan in kennis stelt. Artikel 26
Wederzijdse erkenning van goedkeuringen Een goedkeuring die overeenkomstig dit
hoofdstuk in een lidstaat wordt afgegeven, verleent een exploitant het recht om
grondafhandelingsdiensten te verlenen, als verlener van
grondafhandelingsdiensten of als zelfafhandelende luchthavengebruiker, in alle
lidstaten waarop de goedkeuring betrekking heeft en onverminderd beperkingen
inzake markttoegang overeenkomstig de artikelen 6 en 14. Hoofdstuk V — Verplichtingen voor
beheersorganen van luchthavens en van gecentraliseerde infrastructuur Artikel 27
Toegang tot gecentraliseerde infrastructuur en installaties 1.
Dit artikel is alleen van toepassing op luchthavens
met een jaarlijks verkeersvolume van minstens 2 miljoen passagiersbewegingen of
50 000 ton vracht gedurende minstens de drie voorgaande jaren. 2.
Het beheersorgaan van de luchthaven publiceert een
lijst van de gecentraliseerde infrastructuur op de luchthaven. 3.
Het beheer van de gecentraliseerde infrastructuur
mag worden voorbehouden aan het beheersorgaan van de luchthaven of een ander
orgaan, dat verleners van grondafhandelingsdiensten en zelfafhandelende
luchthavengebruikers kan verplichten om gebruik te maken van die
infrastructuur. Het beheer van die infrastructuur vindt plaats op transparante,
objectieve en niet-discriminerende wijze. 4.
Het beheersorgaan van de luchthaven of, voor zover
van toepassing, de overheidsinstantie of een ander orgaan dat het beheersorgaan
van de luchthaven controleert, besluit, op objectieve basis en na overleg met
het comité van luchthavengebruikers en de ondernemingen die grondafhandelingsdiensten
verlenen op de luchthaven, welke infrastructuur moet worden gecentraliseerd.
Het beheersorgaan van de luchthaven of, voor zover van toepassing, de
overheidsinstantie of een ander orgaan dat het beheersorgaan van de luchthaven
controleert, ziet erop toe dat alle infrastructuur of installaties die onder de
definitie van "gecentraliseerde infrastructuur" vallen als dusdanig
worden aangewezen en dat de in dit hoofdstuk uiteengezette eisen worden
nageleefd met betrekking tot die infrastructuur of installaties. 5.
Als het comité van luchthavengebruikers het oneens
is met het besluit van het beheersorgaan van de luchthaven om bepaalde
infrastructuur al dan niet te centraliseren of met het toepassingsgebied van de
centralisering, kan het de onafhankelijke toezichthoudende autoriteit van de
betrokken lidstaat vragen te beslissen of de betrokken infrastructuur al dan
niet moet worden gecentraliseerd en in welke mate. 6.
Verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers hebben open toegang tot de
luchthaveninfrastructuur, de gecentraliseerde infrastructuur en de
luchthaveninstallaties, in de mate die nodig is om hun activiteiten te kunnen
uitvoeren. Het beheersorgaan van de luchthaven of, voor zover relevant, het
beheersorgaan van de gecentraliseerde infrastructuur of de overheidsinstanties
of andere organen die het beheersorgaan van de luchthaven of, voor zover
relevant, het beheersorgaan van de gecentraliseerde infrastructuur controleren,
kunnen relevante, objectieve, transparante en niet-discriminerende voorwaarden
stellen voor deze toegang. 7.
De voor grondafhandeling beschikbare ruimten op de
luchthaven worden verdeeld over de verschillende dienstverleners en de
verschillende zelfafhandelende luchthavengebruikers, met inbegrip van nieuwe
dienstverleners, voor zover dit nodig is voor het uitoefenen van hun rechten en
teneinde effectieve en eerlijke concurrentie mogelijk te maken op basis van
relevante, objectieve, transparante en niet-discriminerende regels en criteria. 8.
Als een besluit over het toepassingsgebied van de
gecentraliseerde infrastructuur wordt voorgelegd aan de onafhankelijke
toezichthoudende autoriteit, overeenkomstig lid 5 van dit artikel, is de in
artikel 6 van Richtlijn 2009/12/EG vastgestelde procedure van toepassing. Artikel 28
Vergoedingen voor gecentraliseerde infrastructuur en installaties 1.
Dit artikel is alleen van toepassing op luchthavens
met een jaarlijks verkeersvolume van minstens 2 miljoen passagiersbewegingen of
50 000 ton vracht gedurende minstens de drie voorgaande jaren. 2.
Indien een vergoeding moet worden betaald voor het
gebruik van gecentraliseerde infrastructuur of luchthaveninstallaties, ziet het
beheersorgaan van de luchthaven of, voor zover van toepassing, het
beheersorgaan van de gecentraliseerde infrastructuur erop toe dat het niveau
van de vergoeding wordt vastgesteld op basis van relevante, objectieve en
niet-discriminerende criteria. 3.
Het beheersorgaan van de luchthaven of, voor zover
van toepassing, het beheersorgaan van de gecentraliseerde infrastructuur heeft
het recht zijn kosten terug te verdienen en een redelijk rendement te halen uit
de opgelegde vergoedingen. De vergoedingen vormen een tegenprestatie voor een
dienst. 4.
De in lid 1 vermelde vergoedingen worden
vastgesteld op het niveau van de individuele luchthavens, na raadpleging van
het comité van luchthavengebruikers en de ondernemingen die
grondafhandelingsdiensten verlenen op de luchthaven. Het beheersorgaan van de
luchthaven of, voor zover relevant, het beheersorgaan van de gecentraliseerde
infrastructuur verstrekt het comité van luchthavengebruikers en de
ondernemingen die grondafhandelingsdiensten verlenen op de luchthaven jaarlijks
informatie over de elementen op basis waarvan de vergoedingen zijn vastgesteld.
Deze informatie behelst ten minste het volgende: (a)
een lijst van de verschillende diensten en
infrastructuren die in ruil voor de vergoedingen ter beschikking worden
gesteld; (b)
de methode die gebruikt is bij het vaststellen van
de vergoedingen; (c)
de algemene kostenstructuur van de faciliteiten en
diensten waarop de vergoedingen betrekking hebben; (d)
de inkomsten uit de verschillende vergoedingen, de
totale kosten van de diensten waarvoor vergoedingen moeten worden betaald en
het rendement op de activa; (e)
eventuele overheidsfinanciering van de faciliteiten
en diensten waarop de vergoedingen betrekking hebben; (f)
de voorspelde resultaten van eventuele omvangrijke
geplande investeringen in termen van hun effect op de capaciteit van de
luchthaven. 5.
Het beheersorgaan van de luchthaven publiceert het
niveau van de vergoedingen, inclusief een gedetailleerde lijst van de verleende
diensten, om aan te tonen dat de vergoedingen die worden gevraagd voor de
terbeschikkingstelling van gecentraliseerde infrastructuur en ruimte voor
grondafhandeling en het verstrekken van essentiële diensten in verband met het
verlenen van grondafhandelingsdiensten uitsluitend dienen om de daarmee verband
houdende kosten geheel of gedeeltelijk te dekken. Voor zover relevant deelt het
beheersorgaan van de gecentraliseerde infrastructuur het niveau van de
vergoedingen mee aan het beheersorgaan van de luchthaven, inclusief een
gedetailleerde lijst van de verstrekte diensten. 6.
Als het comité van luchthavengebruikers het oneens
is met een door het beheerscomité van de luchthaven of, voor zover relevant,
het beheersorgaan van de gecentraliseerde infrastructuur vastgestelde
vergoeding, kan het de onafhankelijke toezichthoudende autoriteit van de
betrokken lidstaat vragen een beslissing te nemen over het niveau van de
vergoeding. 7.
Als een besluit over het niveau van een vergoeding
wordt voorgelegd aan de onafhankelijke toezichthoudende autoriteit,
overeenkomstig lid 6 van dit artikel, is de in artikel 6 van Richtlijn
2009/12/EG vastgestelde procedure van toepassing. Artikel 29
Juridische scheiding 1.
Op luchthavens met een jaarlijks verkeersvolume van
minstens 2 miljoen passagiers of 50 000 vracht gedurende minstens de
voorgaande drie jaar, moet het beheersorgaan van de luchthaven of het
beheersorgaan van de gecentraliseerde infrastructuur, als het
grondafhandelingsdiensten voor derde partijen verleent, een afzonderlijke
juridische entiteit oprichten voor de uitvoering van deze
grondafhandelingsactiviteiten. Deze entiteit moet qua rechtsvorm, organisatie en
besluitvorming onafhankelijk zijn van alle entiteiten die betrokken zijn bij
het beheer van de luchthaveninfrastructuur als het beheersorgaan van de
luchthaven grondafhandelingsdiensten verleent aan derde partijen, en van alle
entiteiten die betrokken zijn bij de gecentraliseerde infrastructuur als het
beheersorgaan van de gecentraliseerde infrastructuur grondafhandelingsdiensten
verleent aan derde partijen. 2.
Op luchthavens met een jaarlijks verkeersvolume van
minstens 2 miljoen passagiersbewegingen of 50 000 ton vracht gedurende
minstens de voorgaande drie jaar, mag de persoon die verantwoordelijk is voor
het beheer van de luchthaveninfrastructuur of het beheer van de
gecentraliseerde infrastructuur niet rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemen
aan de bedrijfsstructuren van de onafhankelijke entiteit die
grondafhandelingsdiensten verleent. 3.
De in lid 1 vermelde juridische entiteit die
grondafhandelingsdiensten verleent, mag geen financiële kruissubsidies
ontvangen van luchtvaartactiviteiten die verband houden met het beheer van de
luchthaveninfrastructuur als het beheersorgaan van de luchthaven
grondafhandelingsdiensten verleent, of van luchtvaartactiviteiten die verband
houden met het beheer van gecentraliseerde infrastructuur als het beheersorgaan
van de gecentraliseerde infrastructuur grondafhandelingsdiensten verleent die
de juridische entiteit die grondafhandelingsdiensten verleent in staat stelt de
prijs die zij in rekening brengt voor haar grondafhandelingsdiensten aan derde
partijen te verlagen. 4.
In dit artikel wordt onder "luchtvaartactiviteiten"
van een beheersorgaan van de luchthaven verstaan: elke door het beheersorgaan
van de luchthaven op de respectieve luchthaven uitgevoerde activiteit die
verband houdt met het verlenen van diensten of het ter beschikking stellen van
infrastructuur aan luchthavengebruikers, verleners van
grondafhandelingsdiensten bij het uitvoeren van hun luchtvervoersactiviteiten,
of passagiers die gebruik maken van de luchthaven, zoals het opleggen van
luchthavenheffingen, het toewijzen van infrastructuur en installaties, en
beveiligings- en veiligheidsmaatregelen op de luchthaven. Vastgoedactiviteiten
of activiteiten in andere sectoren dan luchtvervoer zijn geen
luchtvaartactiviteiten. 5.
Aan het eind van elk financieel jaar controleert
een onafhankelijke auditeur de situatie en verklaart hij publiekelijk dat geen
financiële kruissubsidiëring heeft plaatsgevonden. Als de juridische entiteit
die grondafhandelingsdiensten verleent kruissubsidiëring ontvangt van
niet-luchtvaartactiviteiten, moet de entiteit die de luchthaveninfrastructuur
beheert of de entiteit die de gecentraliseerde infrastructuur beheert, aantonen
dat dit in overeenstemming is met lid 3. Hoofdstuk VI — Coördinatie van activiteiten
en kwaliteit Artikel 30
Rol van het beheersorgaan van de luchthaven bij de coördinatie van de
grondafhandelingsdiensten 1.
Het beheersorgaan van de luchthaven is
verantwoordelijk voor de goede coördinatie van de grondafhandelingsactiviteiten
op de luchthaven in kwestie. Als grondcoördinator dient het beheersorgaan van
de luchthaven er met name op toe te zien dat de activiteiten van verleners van
grondafhandelingsdiensten en zelfafhandelende luchthavengebruikers beantwoorden
aan de gedragsregels op de luchthavens, zoals gedefinieerd in artikel 31. 2.
Op luchthavens met minstens 5 miljoen passagiers of
100 000 ton vracht per jaar gedurende minstens drie opeenvolgende jaren: (a)
moeten de activiteiten van verleners van
grondafhandelingsdiensten en zelfafhandelende luchthavengebruikers voldoen aan
de minimumkwaliteitsnormen, zoals vastgesteld in artikel 32; (b)
moet het beheersorgaan van de luchthaven erop
toezien dat de activiteiten van verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers worden gecoördineerd op basis van Airport
Collaborative Decision Making (gezamenlijke besluitvorming op de luchthaven) en
een echt rampenplan. 3.
De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan
die van de EU-mededingingsregels. 4.
Het beheersorgaan van de luchthaven verstrekt het
Performance Review Body van Eurocontrol een jaarverslag over de toepassing van
de in lid 2 uiteengezette maatregelen. Het Performance Review Body verstrekt
een geconsolideerd verslag aan de Commissie. 5.
Het beheersorgaan van de luchthaven brengt bij de
nationale goedkeuringsautoriteit verslag uit over eventuele problemen met de
verleners van grondafhandelingsdiensten of zelfafhandelende
luchthavengebruikers op de luchthaven in kwestie. Artikel 31
Gedragsregels 1.
In dit artikel wordt verstaan onder
"gedragsregels": alle regels die door het beheersorgaan van de luchthaven,
een overheidsinstantie of een ander orgaan dat de luchthaven controleert,
worden opgesteld voor de goede werking van de luchthaven. 2.
Het beheersorgaan van de luchthaven, een
overheidsinstantie of een ander orgaan dat de luchthaven controleert, mag
gedragsregels opstellen. 3.
De gedragsregels dienen te beantwoorden aan de
volgende beginselen: (a)
zij dienen op niet-discriminerende wijze te worden
toegepast op de verschillende verleners van grondafhandelingsdiensten en
luchthavengebruikers; (b)
zij dienen verband te houden met het nagestreefde
doel; (c)
zij mogen in de praktijk niet leiden tot een
beperking van de markttoegang of het recht op zelfafhandeling die verder gaat
dan het in deze verordening vastgestelde niveau. 4.
De lidstaten kunnen, in voorkomend geval op
voorstel van het beheersorgaan van de luchthaven: (a)
een verlener van grondafhandelingsdiensten of een
zelfafhandelende luchthavengebruiker verbieden grondafhandelingsdiensten te
verlenen of aan zelfafhandeling te doen als die verlener of gebruiker de gedragsregels
niet naleeft; (b)
de verleners van grondafhandelingsdiensten op de
luchthaven verplichten om op billijke en niet-discriminerende wijze deel te
nemen aan de vervulling van de openbaredienstverplichtingen waarin de nationale
wet- of regelgeving voorziet, inclusief de verplichting om de continuïteit van
de diensten te waarborgen. Artikel 32
Minimumkwaliteitsnormen 1.
In dit artikel wordt onder
"minimumkwaliteitsnormen" verstaan: eisen inzake het
minimumkwaliteitsniveau voor grondafhandelingsdiensten. 2.
Op luchthavens met jaarlijks minstens 5 miljoen
passagiersbewegingen of 100 000 ton vracht gedurende minstens de
voorgaande drie jaar, stelt het beheersorgaan van de luchthaven of, voor zover
van toepassing, de overheidsinstantie of een ander orgaan dat de luchthaven
controleert, minimumkwaliteitsnormen vast voor de prestaties van
grondafhandelingsdiensten. 3.
Verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers moeten deze minimumkwaliteitsnormen in
acht nemen. Bovendien moeten luchthavengebruikers en verleners van
grondafhandelingsdiensten de in hun contracten vastgelegde
minimumkwaliteitsnormen in acht nemen. 4.
De minimumkwaliteitsnormen hebben met name
betrekking op de volgende gebieden: operationele prestaties, opleiding,
informatie en bijstand aan passagiers, met name als vermeld in Verordening (EG)
nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad[18] en Verordening (EG) nr.
1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad[19], gezamenlijke besluitvorming
(Collaborative Decision Making, CDM), veiligheid, beveiliging, noodmaatregelen
en milieu. 5.
De minimumkwaliteitsnormen moeten eerlijk,
transparant en niet-discriminerend zijn en de toepasselijke EU-wetgeving,
inclusief Verordening (EG) nr. 261/2004 en Verordening (EG) nr. 1107/2006,
onverlet laten. Ze moeten consequent, evenredig en relevant zijn voor wat de
kwaliteit van de luchthavenactiviteiten betreft. In dit opzicht moet voldoende
rekening worden gehouden met de kwaliteit van de douane-,
luchthavenbeveiligings- en immigratieprocedures. 6.
De minimumkwaliteitsnormen moeten beantwoorden aan
de door de Commissie vastgestelde specificaties. De Commissie krijgt de
bevoegdheid om deze specificaties vast te stellen aan de hand van gedelegeerde
handelingen overeenkomstig artikel 42. 7.
Alvorens deze normen op te stellen, raadpleegt het
beheersorgaan van de luchthaven het comité van luchthavengebruikers en de
verleners van grondafhandelingsdiensten. Artikel 33
Verplichting tot rapportering van de prestaties van grondafhandelingsdiensten 1.
Op luchthavens met een jaarlijks verkeersvolume van
minstens 5 miljoen passagiersbewegingen of 100 000 ton vracht gedurende
minstens drie opeenvolgende jaren, brengen de verleners van
grondafhandelingsdiensten en de zelfafhandelende luchthavengebruikers bij de
Commissie verslag uit over de prestaties van hun activiteiten. 2.
De Commissie krijgt de bevoegdheid om nadere
bijzonderheden inzake de inhoud en verspreiding van deze verslagen vast te
stellen aan de hand van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 42. Artikel 34
Opleiding 1.
De leveranciers van grondafhandelingsdiensten en de
zelfafhandelende luchthavengebruikers moeten erop toezien dat al hun werknemers
die betrokken zijn bij het verlenen van grondafhandelingsdiensten, inclusief
management- en toezichthoudend personeel, regelmatig specifieke en periodieke
opleidingen volgen om hen in staat te stellen de hen toegewezen taken uit te
voeren. 2.
Elke werknemer die betrokken is bij het verlenen
van grondafhandelingsdiensten volgt minstens twee dagen relevante opleiding met
betrekking tot de hem toegewezen taken. Elke werknemer volgt een relevante
opleiding wanneer hij een nieuwe job begint of wanneer hem een nieuwe taak
wordt toegewezen. 3.
Voor zover relevant voor de grondafhandelingsdienst
in kwestie, heeft de opleiding minstens betrekking op: (a)
beveiliging, inclusief beveiligingscontrole,
beveiliging van activiteiten, beveiliging van apparatuur en beheer van
veiligheidsdreigingen; (b)
gevaarlijke goederen; (c)
veiligheid aan de luchtzijde, inclusief de
veiligheidsfilosofie, veiligheidsregels, gevaren, menselijke factoren,
markeringen en bebakening aan de luchtzijde, noodsituaties, het voorkomen van
motorschade ten gevolge van opgezogen vreemde voorwerpen, persoonlijke
bescherming, ongevallen/incidenten/bijna-botsingen, en toezicht op de
veiligheid aan de luchtzijde; (d)
opleiding voor bestuurders aan de luchtzijde,
inclusief algemene verantwoordelijkheden en procedures (procedures bij beperkt
zicht), voertuigapparatuur, luchthavenregels en lay-out van verkeers- en
manoeuvreerzones; (e)
werking en beheer van hulpmiddelen op de grond,
inclusief onderhoud en gebruik van hulpmiddelen op de grond; (f)
ladingscontrole, inclusief vakkundigheid en
bewustzijn met betrekking tot algemeen gewicht en evenwicht, structurele
belastingsgrenzen van luchtvaartuigen, eenheidslaadinrichtingen, ruimlading in
bulk, vrachtbrief, ladingstabellen/-formulieren, ladingsinstructieverslag,
ladingsberichten, en controle op de lading van gevaarlijke goederen; (g)
functionele opleidingen voor passagiersafhandeling,
inclusief aviobrugopleidingen en informatie en bijstand aan passagiers
overeenkomstig Verordening (EG) nr. 261/2004 en Verordening (EG) nr. 1107/2006; (h)
functionele opleiding voor bagageafhandeling; (i)
opleiding met betrekking tot afhandeling van
luchtvaartuigen en belading; (j)
bewegingen van luchtvaartuigen op de grond,
inclusief de exploitatie van bewegingen van luchtvaartuigen op de grond, de
bediening van apparatuur, koppelings- en loskoppelingsprocedures tussen
apparatuur en luchtvaartuigen, handsignalen voor bewegingen van luchtvaartuigen
op de grond, het loodsen van een luchtvaartuig, en bijstand voor bewegingen van
luchtvaartuigen op de grond; (k)
afhandeling van vracht en post, inclusief
toepasselijke verboden en beperkingen op de handel van goederen; (l)
coördinatieopleidingen inzake de omloop van
luchtvaartuigen; (m)
milieu, inclusief controle op lozingen, afvalbeheer
en -verwijdering; (n)
noodmaatregelen en crisisbeheer; (o)
rapportagesystemen; (p)
kwaliteitscontrole op uitbesteding. 4.
Elke verlener van grondafhandelingsdiensten en elke
zelfafhandelende luchthavengebruiker brengt jaarlijks aan het beheersorgaan van
de luchthaven verslag uit over de naleving van de opleidingseisen. Artikel 35
Uitbesteding 1.
Onverminderd leden 2, 3 en 4, mogen verleners van
grondafhandelingsdiensten aan uitbesteding doen. 2.
Zelfafhandelende luchthavengebruikers mogen
grondafhandelingsdiensten alleen uitbesteden als ze tijdelijk niet in staat
zijn aan zelfafhandeling te doen wegens overmacht. 3.
Onderaannemers mogen geen grondafhandelingsdiensten
uitbesteden. 4.
Een verlener van grondafhandelingsdiensten, als
vermeld in artikel 11, lid 1, mag geen grondafhandelingsdiensten uitbesteden,
behalve als hij tijdelijk niet in staat is deze grondafhandelingsdiensten te
verlenen wegens overmacht. 5.
Elke verlener van grondafhandelingsdiensten en elke
zelfafhandelende luchthavengebruiker die een beroep doet op een of meer
onderaannemers ziet erop toe dat de onderaannemers voldoen aan de in deze
verordening vastgestelde eisen voor verleners van grondafhandelingsdiensten. 6.
Elke verlener van grondafhandelingsdiensten en elke
zelfafhandelende luchthavengebruiker die een beroep doet op een of meer
onderaannemers stelt het beheersorgaan van de luchthaven in kennis van de naam
en activiteiten van de betrokken onderaannemers. 7.
Als een verlener van grondafhandelingsdiensten een
goedkeuring voor het verlenen van grondafhandelingsdiensten aanvraagt in het
kader van de bij artikel 7 vastgestelde selectieprocedure, vermeldt hij het
aantal onderaannemers waarop hij voornemens is een beroep te doen, alsook hun activiteiten
en namen. Hoofdstuk VII — Internationale betrekkingen Artikel 36
Betrekkingen met derde landen 1.
Onverminderd de internationale verbintenissen van
de Unie kan de Commissie, overeenkomstig de in artikel 43, lid 3, bedoelde
onderzoeksprocedure beslissen dat een lidstaat maatregelen moet nemen,
inclusief de volledige of gedeeltelijke schorsing van het recht op toegang tot
de grondafhandelingsmarkt op zijn grondgebied, ten aanzien van verleners van
grondafhandelingsdiensten en zelfafhandelende luchthavengebruikers uit een
derde land teneinde het discriminerende gedrag van het betrokken derde land te
stoppen als blijkt dat een derde land, voor wat de toegang tot de
grondafhandelings- of zelfafhandelingsmarkt betreft: (a)
verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers uit een lidstaat niet rechtens of in
feite een vergelijkbare behandeling biedt als die welke door de lidstaten op
hun luchthavens wordt geboden aan verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers uit dat derde land; of (b)
verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers uit een lidstaat rechtens of in feite een
minder gunstige behandeling biedt als die welke het aan zijn eigen verleners
van grondafhandelingsdiensten en zelfafhandelende luchthavengebruikers biedt;
of (c)
rechtens of in feite aan verleners van
grondafhandelingsdiensten en zelfafhandelende luchthavengebruikers uit andere
derde landen een gunstiger behandeling biedt dan die welke het aan verleners
van grondafhandelingsdiensten en zelfafhandelende luchthavengebruikers uit een
lidstaat biedt. 2.
Verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers uit andere derde landen worden geacht
natuurlijke personen of rechtspersonen te zijn die zijn opgericht
overeenkomstig de wetten van dat derde land en hun maatschappelijke zetel,
centrale administratie of hoofdvestiging op het grondgebied van dat derde land
hebben gevestigd. 3.
Met betrekking tot markttoegangsrechten in derde
landen zien de Unie en/of de lidstaten zien erop toe dat geen onderscheid wordt
gemaakt tussen gebruikers van EU-luchthavens die grondafhandelingsdiensten voor
derde partijen verlenen en andere EU-verleners van grondafhandelingsdiensten. Hoofdstuk VIII — Verplichtingen inzake
rapportering en toezicht Artikel 37
Rapporteringsverplichtingen voor de lidstaten 1.
Vóór 1 juli van elk jaar sturen de lidstaten de
Commissie de lijst van luchthavens waarop minstens een van de beperkingen
inzake toegang tot de grondafhandelingsmarkt, zoals vastgesteld in artikel 6,
lid 2, of artikel 14, van toepassing is. 2.
Vóór 1 juli van elk jaar sturen de lidstaten de
Commissie de lijst van verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers die door de lidstaat zijn goedgekeurd
overeenkomstig hoofdstuk IV inzake goedkeuringsprocedures. Artikel 38
Publicatie van de lijst van luchthavens Tegen het einde van elk jaar publiceert de
Commissie de volgende informatie in het Publicatieblad van de Europese Unie: (a)
de lijst van luchthavens met een jaarlijks
verkeersvolume van minstens 5 miljoen passagiersbewegingen of 100 000 ton
vracht gedurende minstens de drie voorgaande jaren; (b)
de lijst van luchthavens met een jaarlijks
verkeersvolume van minstens 2 miljoen passagiersbewegingen of 50 000 ton
vracht gedurende minstens de drie voorgaande jaren; (c)
de lijst van EU-luchthavens die open staan voor
commercieel verkeer; (d)
de lijst van luchthavens waarvoor beperkingen
overeenkomstig artikel 6, lid 2, of artikel 14, gelden; (e)
de lijst van verleners van
grondafhandelingsdiensten en zelfafhandelende luchthavengebruikers die zijn
goedgekeurd overeenkomstig hoofdstuk IV inzake goedkeuringsprocedures. Artikel 39
Beoordelings- en informatieverslag 1.
De Commissie dient uiterlijk vijf jaar na de datum
van inwerkingtreding van deze verordening bij het Europees Parlement en de Raad
een verslag in over de tenuitvoerlegging van deze verordening. In dit verslag
worden eventuele significante effecten op de kwaliteit van de
grondafhandelingsdiensten, de werkgelegenheid en de arbeidsomstandigheden
beoordeeld. Dit verslag heeft betrekking op de volgende reeks indicatoren en
criteria voor een steekproef van luchthavens: (a)
gemiddeld aantal verleners van
grondafhandelingsdiensten op EU-luchthavens, voor de 11 categorieën diensten; (b)
aantal zelfafhandelende luchthavengebruikers op
elke EU-luchthaven, voor de 11 categorieën diensten; (c)
aantal luchthavens waarop het aantal verleners van
grondafhandelingsdiensten beperkt is, en de omvang van de beperking(en); (d)
aantal bedrijven dat een goedkeuring heeft gekregen
van een lidstaat en activiteiten uitvoert in een andere lidstaat; (e)
mening van de belanghebbenden over het
goedkeuringssysteem (goedkeuringscriteria, problemen met de tenuitvoerlegging,
prijzen enz.); (f)
aantal verleners van grondafhandelingsdiensten en
zelfafhandelende luchthavengebruikers die actief zijn in de Unie (totaal); (g)
prijs en beheersysteem voor gecentraliseerde
infrastructuur op elke luchthaven; (h)
marktaandeel van het beheersorgaan van de
luchthaven in de grondafhandelingsactiviteiten op elke luchthaven, voor de 11
categorieën diensten; (i)
marktaandeel van luchthavengebruikers die
grondafhandelingsdiensten voor derde partijen verlenen op elke luchthaven, voor
alle categorieën diensten; (j)
veiligheidsongevallen bij grondafhandelingsdiensten; (k)
de mening van belanghebbenden over de kwaliteit van
de grondafhandelingsdiensten op luchthavens, in termen van bekwaamheid, milieu,
beveiliging en coördinatie van activiteiten (CDM, noodmaatregelen, opleiding in
de luchthavencontext, uitbesteding); (l)
minimumkwaliteitseisen voor
grondafhandelingsondernemingen; (m)
opleidingskenmerken; (n)
overname van personeel en gevolgen voor de
bescherming van werknemers; (o)
werkgelegenheid en arbeidsomstandigheden in de
grondafhandelingssector. 2.
De Commissie en de lidstaten werken samen bij het
verzamelen van de informatie voor het in lid 1vermelde verslag. 3.
Op basis van dit verslag kan de Commissie beslissen
of een herziening van deze verordening noodzakelijk is. Hoofdstuk IX – Sociale bescherming Artikel 40
Sociale bescherming Onverminderd de toepassing van deze
verordening en behoudens de overige bepalingen van het EU-recht, kunnen de
lidstaten de nodige maatregelen nemen om de rechten van werknemers te
beschermen. Hoofdstuk X — Beroep tegen beslissingen of
individuele maatregelen Artikel 41
Recht van beroep 1.
De lidstaten of, voor zover van toepassing, de
beheersorganen van luchthavens zien erop toe dat elke partij met een legitiem
belang het recht heeft om beroep aan te tekenen tegen de beslissingen of
individuele maatregelen die overeenkomstig artikel 6, lid 2 (grondafhandeling
voor derde partijen), de artikelen 7 tot en met 10 (selectieprocedure), artikel
13 (luchthavens op eilanden), de artikelen 23 en 24 (goedkeuringsbesluiten),
artikel 27 (toegang tot gecentraliseerde infrastructuur en installaties),
artikel 28 (vergoedingen voor gecentraliseerde infrastructuur en installaties),
artikel 31 (gedragsregels) en artikel 32 (minimumkwaliteitsnormen) zijn
genomen. 2.
Dit beroep kan worden aangetekend bij een nationale
rechtbank of een andere overheidsinstantie dan het beheersorgaan van de
luchthaven die, in voorkomend geval, onafhankelijk is van de overheidsinstantie
die het beheersorgaan van de luchthaven controleert. Waar dit gespecificeerd is
in deze verordening wordt het beroep aangetekend bij de onafhankelijke
toezichthoudende autoriteit. Hoofdstuk XI – Bepalingen inzake
tenuitvoerlegging en gedelegeerde bevoegdheden Artikel 42
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie 1.
De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te
stellen, wordt volgens de voorwaarden van dit artikel aan de Commissie
toegekend. 2.
De bevoegdheid tot vaststelling van de in de
artikelen 22, 32 en 33 bedoelde gedelegeerde handelingen wordt met ingang van
de datum van inwerkingtreding van deze verordening voor onbepaalde tijd
verleend. 3.
De in de artikelen 22, 32 en 33 bedoelde
bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad
worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in
dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de
bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een
daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van alle reeds van kracht
zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. 4.
Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft
vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig
in kennis. 5.
Een krachtens de artikelen 22, 32 en 33
vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees
Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van
kennisgeving bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als
zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie vóór het verstrijken van
deze termijn heeft meegedeeld niet voornemens te zijn bezwaar te maken. Op
initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee
maanden worden verlengd. Artikel 43
Comitéprocedure 1.
De Commissie wordt bijgestaan door een comité in de
zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. 2.
Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4
van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Wanneer het advies van het
comité volgens de schriftelijke procedure moet worden verkregen, wordt die
procedure zonder resultaat stopgezet als de voorzitter van het comité binnen de
termijn voor het uitbrengen van het advies daartoe beslist of een eenvoudige
meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt. 3.
Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5
van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Wanneer het advies van het
comité volgens de schriftelijke procedure moet worden verkregen, wordt die
procedure zonder resultaat stopgezet als de voorzitter van het comité binnen de
termijn voor het uitbrengen van het advies daartoe beslist of een eenvoudige
meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt. Hoofdstuk XII — Slotbepalingen Artikel 44
Intrekking Richtlijn 96/67/EG wordt met ingang van de
datum van toepassing van deze verordening ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn
gelden als verwijzingen naar deze verordening. Artikel 45
Overgangsbepalingen 1.
Dienstverleners die overeenkomstig artikel 11 van
Richtlijn 96/67/EG vóór de datum van toepassing van deze verordening zijn
geselecteerd, blijven hun goedkeuring uit hoofde van Richtlijn 96/67/EG
behouden tot de oorspronkelijk geplande periode waarvoor zij zijn geselecteerd,
is verstreken. 2.
Op luchthavens waar overeenkomstig artikel 6, lid
2, van Richtlijn 96/67/EG slechts twee dienstverleners per categorie diensten
zijn geselecteerd en waar overeenkomstig artikel 6, lid 2, van deze verordening
minstens 3 dienstverleners moeten worden geselecteerd, wordt een
selectieprocedure overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 13 van deze
verordening georganiseerd, zodat de derde dienstverlener uiterlijk één jaar na
de datum van toepassing van deze verordening wordt geselecteerd en met zijn
activiteiten van start kan gaan. 3.
Goedkeuringen die overeenkomstig artikel 14 van
Richtlijn 96/67/EG zijn afgegeven, blijven geldig tot ze verstrijken, en in elk
geval niet langer dan twee jaar na de datum van toepassing van deze
verordening. 4.
Als een onderneming een goedkeuring krijgt
overeenkomstig deze verordening, vraagt zij binnen twee maanden de annulering
aan van de eventuele goedkeuringen die haar overeenkomstig artikel 14 van
Richtlijn 96/67/EG zijn afgegeven. Als een overeenkomstig artikel 14 van
Richtlijn 96/67/EG afgegeven goedkeuring echter binnen twee maanden na de
afgifte van de nieuwe, overeenkomstig deze verordening afgegeven goedkeuring
verstrijkt, is de onderneming niet verplicht de annulering aan te vragen. 5.
Artikel 26 van deze verordening is niet van
toepassing op goedkeuringen die overeenkomstig artikel 14 van Richtlijn
96/67/EG zijn afgegeven. Artikel 46
Inwerkingtreding en toepassing Deze verordening treedt in werking op de
twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de
Europese Unie. Deze verordening wordt van toepassing vanaf
XX.XX.20XX [18 maanden na de datum van vaststelling]. Deze
verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk
in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter BIJLAGE LIJST
VAN CATEGORIEËN GRONDAFHANDELINGSDIENSTEN 1.
Administratie en toezicht op de grond omvat de
volgende categorieën: 1.1.
vertegenwoordiging bij en contacten met de
plaatselijke autoriteiten of enige andere persoon, het verrichten van
betalingen voor rekening van de gebruiker en terbeschikkingstelling van ruimten
voor diens vertegenwoordigers, 1.2.
toezicht op de belading, berichten en
telecommunicatie, 1.3.
verwerking, opslag, behandeling en administratie
van de vracht, 1.4.
elke andere toezichtsdienst vóór, gedurende of na
de vlucht en elke andere door de gebruiker gevraagde administratieve dienst. 2.
Passagiersafhandeling omvat elke vorm van
informatie en assistentie – ook in het kader van de relevante EU-wetgeving
inzake passagiersrechten – aan passagiers bij vertrek, bij aankomst, op
doorreis of bij het overstappen, inclusief bij de controle van tickets en
reisdocumenten, de registratie van bagage en het vervoer ervan tot in de
sorteerruimte. 3.
Bagageafhandeling omvat de behandeling van bagage
in de sorteerruimte, het sorteren ervan, het voorbereiden voor vertrek, het
laden op en uitladen uit de systemen die bestemd zijn om de bagage van het
vliegtuig naar de sorteerruimte te brengen en omgekeerd en het vervoer van
bagage van de sorteerruimte tot in de ruimte met de bagagebanden. 4.
Vracht- en postafhandeling omvat de volgende
subcategorieën: 4.1.
voor vracht: zowel bij uitvoer, transfer als
invoer, de fysieke behandeling van de vracht, de behandeling van de
bijbehorende documenten, de douaneprocedures en de toepassing van elke tussen
partijen overeengekomen of door de omstandigheden vereiste beveiligingsprocedure, 4.2.
voor post: de fysieke behandeling van aankomende en
vertrekkende post, de behandeling van de bijbehorende documenten en de
toepassing van elke tussen partijen overeengekomen of door de omstandigheden
vereiste beveiligingsprocedure. 5.
Platformafhandeling bestaat uit de volgende
subcategorieën: 5.1.
het begeleiden op de grond van luchtvaartuigen bij
aankomst en bij vertrek; 5.2.
het verlenen van bijstand aan luchtvaartuigen bij
het parkeren en het ter beschikking stellen van geschikte hulpmiddelen; 5.3.
de communicatie tussen het luchtvaartuig en de
dienstverlener aan de luchtzijde; 5.4.
het laden en lossen van het luchtvaartuig, met
inbegrip van het verstrekken en exploiteren van geschikte hulpmiddelen, alsmede
het vervoer van bemanning en passagiers tussen het luchtvaartuig en de
terminal, alsmede het vervoer van bagage tussen het luchtvaartuig en de
terminal; 5.5.
het verstrekken en exploiteren van de benodigde
eenheden voor het starten van de motor; 5.6.
het verplaatsen van het luchtvaartuig, zowel bij
aankomst als bij vertrek, en de levering en exploitatie van passende apparaten; 5.7.
het vervoeren, inladen in en uitladen uit het
luchtvaartuig van voedsel en drank. 6.
Vliegtuigservicing bestaat uit de volgende
subcategorieën: 6.1.
het schoonmaken van de buitenkant en de binnenkant
van het luchtvaartuig, toilet- en waterservice; 6.2.
de klimaatregeling en de verwarming van de cabine,
de verwijdering van sneeuw en ijs, het ijsvrij maken van het luchtvaartuig; 6.3.
de herinrichting van de cabine met behulp van
cabineapparatuur en de opslag van deze apparatuur. 7.
Brandstof- en olielevering omvat de volgende
subcategorieën: 7.1.
het organiseren en uitvoeren van het voltanken en
leegpompen van luchtvaartuigen, met inbegrip van de opslag ervan, ook indien
dit in de nabijheid van de luchthaven gebeurt, en het toezicht op de kwaliteit
en kwantiteit van de brandstofleveringen; 7.2.
het aanvullen van olie en andere vloeistoffen. 8.
Onderhoud van luchtvaartuigen bestaat uit de
volgende subcategorieën: 8.1.
routinediensten vóór de vlucht; 8.2.
specifieke door de luchthavengebruiker verlangde
diensten; 8.3.
de levering en het beheer van reserveonderdelen en
geschikte apparatuur; 8.4.
het aanvragen of reserveren van een geschikte
parkeer- of hangarplaats. 9.
Administratie inzake vluchtuitvoering en bemanning
omvat de volgende subcategorieën: 9.1.
de voorbereiding van de vlucht op de luchthaven van
vertrek of op om het even welke andere plaats; 9.2.
bijstand tijdens de vlucht, indien nodig met
inbegrip van verandering van de vluchtroute; 9.3.
activiteiten na de vlucht; 9.4.
administratie van de bemanning. 10.
Oppervlaktevervoer bestaat uit de volgende
subcategorieën: 10.1.
het organiseren en uitvoeren van het vervoer van
bemanning, passagiers, bagage, vracht en post tussen verschillende terminals
van dezelfde luchthaven, maar met uitzondering van dit vervoer tussen het
luchtvaartuig en om het even welk ander punt binnen de perimeter van dezelfde
luchthaven; 10.2.
elk speciaal vervoer waarom de luchthavengebruiker
verzoekt. 11.
Catering bestaat uit de volgende subcategorieën: 11.1.
contacten met leveranciers en administratief
beheer; 11.2.
het opslaan van voedsel, drank en de voor het
bereiden hiervan benodigde apparatuur; 11.3.
het schoonmaken van deze apparatuur; 11.4.
het voorbereiden en leveren van de apparatuur en de
barbenodigdheden en voedingsmiddelen. [1] Raming van IAHA (de
onafhankelijke vereniging van afhandelaars) voor hun leden. Niet alle verleners van grondafhandelingsdiensten
zijn lid van IAHA; het is mogelijk dat in totaal meer dan 110 000 mensen
in de grondafhandelingssector werken. [2] Raadplegingen van belanghebbenden en 'Air market
observatory - Annual reports', available at
http://ec.europa.eu/transport/air/observatory_market/annual_reports_en.htm [3] COM(2010) 623. [4] COM(2006) 821 definitief. [5] Verklaring van 7 april 2011 van de
EU-brancheverenigingen die de luchthavens (ACI-Europe), de onafhankelijke
afhandelaars (IAHA) en de vakbonden (European Transport Federation ETF)
vertegenwoordigen. Beschikbaar op:
https://www.itfglobal.org/files/seealsodocs/28646/Statement%20GH%20ACI%20IAHA%20ETF%20070411.pdf. [6] Resolutie van het Europees Parlement van 11 oktober
2007 over luchthavencapaciteit en inchecken: naar een efficiënter beleid.
(2007/2092(INI)), beschikbaar op: http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?type=TA&language=NL&reference=P6-TA-2007-0433 [7] 'Study on the impact of Directive 96/67/EC on
groundhandling services 1996-2007', Airport Research Center, februari 2009. Beschikbaar op: http://ec.europa.eu/transport/air/studies/doc/airports/2009_02_ground_handling.pdf. [8] "Mogelijke herziening van
Richtlijn 96/67/EG betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de
luchthavens van de Gemeenschap", Steer Davies Gleave, juni 2010. Beschikbaar op: http://ec.europa.eu/transport/rail/studies/index_en.htm. [9] Het Comité van
luchthavengebruikers is een comité met vertegenwoordigers van de
luchthavengebruikers (bv. luchtvaartmaatschappijen) op elke luchthaven. [10] Gecentraliseerde infrastructuur is
infrastructuur die gebruikt wordt voor het verlenen van
grondafhandelingsdiensten die door hun complexiteit, kosten of milieueffect
niet mogen worden gedeeld of vermenigvuldigd. [11] Zaak C-460/02, Commissie tegen Italië, arrest van 9
december 2004. Zaak C-386/03, Commissie tegen Duitsland,
14 juli 2005. [12] PB C van , blz.. [13] PB C van , blz.. [14] PB L 272 van 25.10.1996, blz. 36. [15] COM(2011) 144 definitief. [16] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13. [17] Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001
inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende
het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen,
vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, PB L 82 van
22.3.2001, blz. 16. [18] PB L 46 van 17.2.2004, blz.
1. [19] PB L 204 van 26.7.2006, blz. 1.