52011PC0797

/* COM/2011/0797 definitief - 2011/0376 (NLE) */ Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de toewijzing van de vangstmogelijkheden in het kader van het protocol bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Mozambique


TOELICHTING

Overeenkomstig het desbetreffende mandaat van de Raad[1], heeft de Commissie namens de Europese Unie met de Republiek Mozambique onderhandeld met het oog op de verlenging van het protocol bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Mozambique. Ter afronding van de onderhandelingen is op 2 juni 2011 het nieuwe protocol geparafeerd. Het nieuwe protocol heeft een looptijd van drie jaar, te rekenen vanaf de aanneming van het betrokken besluit van de Raad betreffende de voorlopige toepassing van het protocol en na het verstrijken van het huidige protocol op 31 december 2011.

De procedure voor de verdeling van de in het protocol vastgestelde vangstmogelijkheden onder de lidstaten wordt tezelfdertijd ingeleid met de procedures aangaande het besluit van de Raad, met instemming van het Europees Parlement, betreffende de sluiting van het nieuwe protocol en aangaande het besluit van de Raad betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van het genoemde protocol.

Met het nieuwe protocol worden vangstmogelijkheden in de visserijzone van Mozambique toegekend aan reders uit de Unie voor 43 vaartuigen voor de ringzegenvisserij en 32 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug. Overeenkomstig het Verdrag moet worden bepaald hoe de vangstmogelijkheden over de lidstaten worden verdeeld.

De Commissie wordt verzocht dit voorstel aan te nemen en ter goedkeuring aan de Raad voor te leggen.

2011/0376 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

betreffende de toewijzing van de vangstmogelijkheden in het kader van het protocol bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Mozambique

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Commissie[2],

Overwegende hetgeen volgt:

1. Op 2 juni 2011 is een nieuw protocol bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Mozambique geparafeerd, waarbij aan de EU-vaartuigen vangstmogelijkheden worden toegekend in de wateren waarover Mozambique de soevereiniteit of de jurisdictie voor visserijaangelegenheden bezit.

2. Op […] heeft de Raad Besluit XXX/2010/EU[3] betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van het nieuwe protocol vastgesteld.

3. Bepaald moet worden hoe de vangstmogelijkheden onder de lidstaten moeten worden verdeeld voor de looptijd van het protocol.

4. Overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1006/2008 van 29 september 2008 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren[4], stelt de Commissie, als blijkt dat de vangstmogelijkheden die krachtens een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij aan de Unie zijn toegewezen, niet volledig worden benut, de betrokken lidstaten daarvan in kennis. Als niet binnen een door de Raad vast te stellen termijn wordt geantwoord, wordt dit beschouwd als een bevestiging dat de vaartuigen van de betrokken lidstaat hun vangstmogelijkheden in de gegeven periode niet volledig benutten. De genoemde termijn moet worden vastgesteld.

5. Aangezien het protocol bij de Partnerschapsovereenkomst dat thans van kracht is, op 31 december 2011 afloopt, moet deze verordening met ingang van 1 januari 2012 van toepassing worden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

6. De vangstmogelijkheden die in het protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Mozambique (hierna "het protocol" genoemd) zijn vastgesteld, worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

a) Vaartuigen voor de tonijnvisserij met de ringzegen

Spanje | 22 vaartuigen |

Frankrijk | 20 vaartuigen |

Italië | 1 vaartuig |

Totaal | 43 vaartuigen |

b) Vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug

Spanje | 16 vaartuigen |

Frankrijk | 8 vaartuigen |

Portugal | 7 vaartuigen |

Verenigd Koninkrijk | 1 vaartuig |

Totaal | 32 vaartuigen |

7. Verordening (EG) nr. 1006/2008 is van toepassing, onverminderd de bepalingen van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij en het Protocol.

8. Als met de vismachtigingsaanvragen van de in lid 1 vermelde lidstaten niet alle in het protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden benut, neemt de Commissie overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1006/2008 vismachtigingsaanvragen van andere lidstaten in overweging.

9. De in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1006/2008 bedoelde uiterste datum waarop de lidstaten moeten bevestigen dat zij de op grond van de overeenkomst aan hen toegewezen vangstmogelijkheden niet volledig benutten, wordt vastgesteld op 10 werkdagen na de dag waarop de Commissie de lidstaten ervan in kennis stelt dat de vangstmogelijkheden niet zijn uitgeput.

.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2012.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

[1] Besluit 2001/xxx/EU van de Raad van xx.xx.2011 – Ref SEC(2010) nr. 1593 definitief.

[2] PB C ... van ..., blz. ... .

[3] PB L ….

[4] PB L 286 van 29.10.2008, blz. 33.