52011PC0663

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3/2008 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen /* COM/2011/0663 definitief - 2011/0290 (COD) */


TOELICHTING

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

In de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) wordt een onderscheid gemaakt tussen twee soorten handelingen van de Commissie.

Artikel 290 van het VWEU biedt de wetgever de mogelijkheid aan de Commissie de bevoegdheid over te dragen om niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van een wetgevingshandeling. Dergelijke door de Commissie vastgestelde rechtshandelingen worden volgens de terminologie van het Verdrag "gedelegeerde handelingen" genoemd (artikel 290, lid 3).

Artikel 291 van het VWEU biedt de lidstaten de mogelijkheid om alle maatregelen van intern recht te nemen die nodig zijn ter uitvoering van de juridisch bindende handelingen van de Unie. Met dergelijke handelingen kunnen aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend wanneer er eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze handelingen nodig zijn. Dergelijke door de Commissie vastgestelde rechtshandelingen worden volgens de terminologie van het verdrag "uitvoeringshandelingen" genoemd (artikel 291, lid 4).

Doel van het onderhavige voorstel is Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad[1] van 17 december 2007 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen aan te passen aan deze bepalingen van het VWEU.

Overeenkomstig het onderhavige voorstel worden de doelstellingen en de beginselen, alsook andere elementen van het beleid inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen, door de wetgever bepaald. De doelstellingen van dit beleid en de uitgangspunten, namelijk strategische aanpak, programmering, complementariteit, consistentie en verenigbaarheid met andere EU-beleidsgebieden, worden derhalve door de wetgever vastgesteld. Evenzo legt de wetgever de beginselen van partnerschap, subsidiariteit en gelijkheid van mannen en vrouwen en niet-discriminatie vast.

De Commissie dient, middels gedelegeerde handelingen, het begrip "voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma" te definiëren (artikel 1, lid 1). Evenzo dient de Commissie, middels gedelegeerde handelingen, de kenmerken te bepalen waaraan boodschappen inzake voorlichting en afzetbevordering in het kader van programma's moeten voldoen om de objectiviteit van deze boodschappen te verhogen en de consument te beschermen (artikel 1, lid 3). Voorts dient de Commissie lijsten op te stellen van de thema's, producten en derde landen die onder deze acties kunnen vallen (artikel 4). Zij dient eveneens regels voor voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma's vast te stellen (artikel 5), alsook, in samenwerking met internationale organisaties, uitvoeringsbepalingen voor in derde landen uit te voeren programma's met het oog op het goede verloop ervan (artikel 6). Met het oog op een optimaal gebruik van de middelen van de Unie kan de Commissie bovenop de door de wetgever vastgestelde prioriteiten nog verdere prioriteiten voor de selectie van programma's vaststellen (artikel 8, lid 1).

Voorts moet de wetgever de Commissie overeenkomstig artikel 291, lid 2, van het Verdrag de bevoegdheid verlenen om uitvoeringshandelingen vast te stellen met betrekking tot de uniforme voorwaarden voor de voorafgaande selectie van de programma’s door de lidstaten (artikel 7) en de selectie ervan door de Commissie (artikel 8), de procedure bij het ontbreken van programma's (artikel 9), de goedkeuring van uitvoeringsorganen (artikel 11, lid 4), het gebruik van materiaal en het toezicht op de programma's (artikel 12, lid 3), de financieringsvoorwaarden voor de programma's, het sluiten van contracten voor de uitvoering van de programma's, het stellen van zekerheden, de betalingsvoorwaarden en de terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen, de controlebepalingen en de sancties (artikel 13, lid 9).

Tot slot zijn sommige bevoegdheden die de Commissie tot dusver heeft uitgeoefend uit hoofde van de bevoegdheden die haar bij Verordening (EG) nr. 3/2008 zijn verleend, van dermate groot belang geacht dat ze in die verordening moeten worden opgenomen. Dit betreft (i) het uitsluiten van voorlichtings- en afzetbevorderingsacties op de binnenmarkt, waarvoor steun wordt verleend in het kader van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling, van steun in het kader van Verordening (EG) nr. 3/2008, teneinde het gevaar van dubbele financiering af te wenden (zie artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 501/2008 van de Commissie[2]); (ii) het beginsel dat indienende organisaties, met het oog op een degelijk beheer van de begroting van de Unie, als garantie voor de goede uitvoering van de programma's een zekerheid moeten stellen (zie artikel 16, lid 3, van Verordening (EG) nr. 501/2008) en (iii) het beginsel dat een sanctie wordt getroffen wanneer zij hun verplichtingen niet nakomen (zie artikel 27 van Verordening (EG) nr. 501/2008).

2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

Het is niet nodig geweest de belanghebbenden te raadplegen of een effectbeoordeling te verrichten omdat het voorstel tot aanpassing van Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad aan het VWEU een interinstitutionele kwestie is die op alle verordeningen van de Raad betrekking heeft.

3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

· Samenvatting van het voorstel

Bepaling van de gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie in Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad en vaststelling van de passende procedure voor de aanneming van deze handelingen.

Opneming in Verordening (EG) nr. 3/2008 van een aantal bevoegdheden die tot dusver door de Commissie werden uitgeoefend.

· Rechtsgrondslag

De artikelen 42 en 43 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

· Het subsidiariteitsbeginsel

Het voorlichtings- en afzetbevorderingsbeleid van de EU betekent een nuttige aanvulling en versterking van de door de lidstaten gevoerde acties, met name door bij de consumenten in de EU en in derde landen het imago van deze producten, vooral uit het oogpunt van kwaliteit, voedingsaspecten en veiligheid van de levensmiddelen en productiewijzen, te verbeteren. Door nieuwe afzetmogelijkheden in derde landen te helpen openen, kan een dergelijke activiteit daarbij ook een multiplicatoreffect sorteren ten aanzien van nationale en particuliere initiatieven.

Het voorstel valt onder de gedeelde bevoegdheid van de EU en de lidstaten, en is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

· Het evenredigheidsbeginsel

Door de toenemende liberalisering van de handel, inclusief de handel in landbouwproducten en levensmiddelen, wordt het handelsverkeer tussen lidstaten van de EU en derde landen steeds belangrijker. Terzelfder tijd is de steun voor EU-producenten die op de EU- en de wereldmarkt moeten concurreren met producenten van buiten de EU, beperkt (bijv. uitvoerrestituties). De verordening inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen is derhalve een cruciaal instrument dat consistent is met het nieuwe kader van de WTO-Overeenkomst inzake de landbouw.

Voorts is het aan de EU om de hoge kwaliteitsnormen van EU-landbouwproducten te bevorderen en gezamenlijke afzetbevorderingsprogramma's aan te moedigen waaraan meerdere EU-landen of meerdere landbouwsectoren deelnemen.

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

· Keuze van het rechtsinstrument

Het voorgestelde instrument: Verordening van het Europees Parlement en de Raad.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de begrotingsuitgaven.

5. FACULTATIEVE ELEMENTEN

Er zijn geen facultatieve elementen.

2011/0290 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3/2008 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 42, eerste alinea, en artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie[3],

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[4],

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure[5],

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad[6] worden aan de Commissie bevoegdheden verleend om uitvoeringsbepalingen voor de genoemde verordening vast te stellen.

(2) Als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon moeten de in het kader van Verordening (EG) nr. 3/2008 aan de Commissie verleende bevoegdheden worden aangepast aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (het Verdrag).

(3) Teneinde de consistentie en de doeltreffendheid van de bij Verordening (EG) nr. 3/2008 vastgestelde acties, alsook het degelijke beheer ervan en het optimale gebruik van de middelen van de Unie te garanderen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de definitie van een voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma, de bepaling van de kenmerken waaraan boodschappen inzake voorlichting en afzetbevordering in het kader van programma's moeten voldoen, de opstelling van lijsten van de thema's, producten en landen die onder deze acties kunnen vallen, de vaststelling van regels waarin de strategie voor voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma's wordt aangegeven, de vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor in derde landen in samenwerking met internationale organisaties uit te voeren programma's en de vaststelling van verdere prioriteiten voor de selectie van programma's bovenop die welke reeds bij Verordening (EG) nr. 3/2008 zijn vastgesteld. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passend overleg pleegt, ook op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement en de Raad worden toegezonden.

(4) Om uniforme voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 3/2008 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[7].

(5) Sommige bevoegdheden die de Commissie tot dusver heeft uitgeoefend uit hoofde van de bevoegdheden die haar bij Verordening (EG) nr. 3/2008 zijn verleend, worden van dermate groot belang geacht dat ze in die verordening moeten worden opgenomen. Dit betreft (i) het uitsluiten van voorlichtings- en afzetbevorderingsacties waarvoor steun wordt verleend in het kader van andere regelingen van de Unie, van steun in het kader van Verordening (EG) nr. 3/2008, teneinde het gevaar van dubbele financiering af te wenden; (ii) het beginsel dat indienende organisaties als garantie voor de goede uitvoering van de programma's een zekerheid moeten stellen; en (iii) het beginsel dat, met het oog op een degelijk beheer van de begroting van de Unie, een sanctie wordt getroffen wanneer zij hun verplichtingen niet nakomen.

(6) Verordening (EG) nr. 3/2008 dient daarom dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 3/2008 wordt als volgt gewijzigd:

(1) Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

(a) Aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De Commissie bepaalt, middels gedelegeerde handelingen, de kenmerken van voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma's, alsook de looptijd ervan."

(b) De volgende leden worden toegevoegd:

"3.     De Commissie bepaalt, middels gedelegeerde handelingen, de kenmerken van de boodschappen inzake voorlichting en afzetbevordering.

4.       De Commissie stelt, middels uitvoeringshandelingen, regels vast voor de aanwijzing door de lidstaten van de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de in lid 1 bedoelde acties."

(2) In artikel 4, lid 1, wordt de eerste zin vervangen door:

"De lijsten van de in artikel 3 bedoelde thema's en producten en van de betrokken derde landen worden door de Commissie vastgesteld middels gedelegeerde handelingen."

(3) Artikel 5 wordt vervangen door:

"Artikel 5 Strategie voor voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma's

1.      De Commissie stelt, middels gedelegeerde handelingen, regels vast waarin wordt aangegeven welke strategie voor de voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma's op de binnenmarkt moet worden gevolgd.

Deze regels bevatten met name algemene gegevens over:

a)       de doelstellingen en de doelgroepen;

b)      één of meer thema's waarop de geselecteerde acties betrekking moeten hebben;

c)       de aard van de acties;

d)      de looptijd van de programma's;

e)       de indicatieve verdeling van het bedrag dat als financiële bijdrage van de Unie voor de uitvoering van de programma's beschikbaar is, rekening houdend met de beoogde markt en de aard van de actie.

Wat de afzetbevordering voor verse groenten en fruit betreft, wordt bijzondere aandacht besteed aan afzetbevorderingsacties die gericht zijn op kinderen in onderwijsinstellingen.

2.      De Commissie kan, middels gedelegeerde handelingen, regels vaststellen waarin wordt aangegeven welke strategie in de voorstellen voor voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma's in derde landen voor bepaalde of voor alle in artikel 3, lid 2, bedoelde producten moet worden gevolgd."

(4) Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

(a) lid 1 wordt vervangen door:

"1.     Wat de uitvoering van de in artikel 2, lid 1, onder a), b) en c), artikel 2, lid 2, en artikel 2, lid 3, onder a), b) en c), bedoelde acties betreft, worden de voorstellen voor afzetbevorderings- en voorlichtingsprogramma's met een maximale looptijd van drie jaar, in overeenstemming met de in artikel 5, lid 1, bedoelde gedelegeerde handelingen en onverminderd lid 2 van het onderhavige artikel, opgesteld door beroeps- of bedrijfskolomorganisaties die de betrokken sectoren in één of meer lidstaten of op het niveau van de Unie vertegenwoordigen."

(b) aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De Commissie stelt, middels gedelegeerde handelingen, regels vast voor de uitvoering van in samenwerking met internationale organisaties uitgevoerde afzetbevorderingsacties in derde landen."

(5) Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

(a) In lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De betrokken lidstaten gaan na of de voorgestelde programma's geschikt zijn en overeenstemmen met de onderhavige verordening, met de op grond van artikel 5 vastgestelde gedelegeerde handelingen en met de desbetreffende specificatie. Zij gaan ook na of de prijs-kwaliteitverhouding van de programma's gunstig is."

(b) In lid 2 worden de tweede en de derde alinea vervangen door:

"Wanneer de Commissie constateert dat een bij haar ingediend programma of bepaalde daarin opgenomen acties niet aan de voorschriften van de Unie of, wanneer het op de binnenmarkt uit te voeren acties betreft, aan de in artikel 5 bedoelde gedelegeerde handelingen beantwoorden, of qua prijs-kwaliteitverhouding slecht scoren, stelt zij de betrokken lidsta(a)t(en) er binnen een bepaalde termijn van in kennis dat bepaalde programma's of delen ervan niet voor financiering in aanmerking komen. Wanneer deze termijn verstreken is zonder dat een dergelijke kennisgeving is gedaan, wordt ervan uitgegaan dat het programma voor financiering in aanmerking komt.

De lidsta(a)t(en) houdt/houden rekening met de eventuele opmerkingen van de Commissie en zendt/zenden de programma's die in overleg met de in artikel 6, lid 1, bedoelde indienende organisatie(s) zijn herzien, toe aan de Commissie binnen een bepaalde termijn."

(c) Het volgende lid 3 wordt toegevoegd:

"3.     De Commissie gaat, middels uitvoeringshandelingen, over tot de vaststelling van:

a)       de regels voor de indiening bij de lidstaten van de voorstellen voor programma's,

b)      de eisen waaraan de programma's moeten voldoen, en de criteria waaraan de programma's moeten worden getoetst,

c)       de regels inzake de procedure voor de voorafgaande selectie door de lidstaten en de selectie door de Commissie, en de desbetreffende termijnen."

(6) Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8 Selectie van de voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma's

1.      Bij de selectie van de programma's wordt voorrang gegeven aan programma's die worden voorgesteld door meer dan één lidstaat, of die voorzien in acties in meer dan één lidstaat of in meer dan één derde land.

De Commissie kan, middels gedelegeerde handelingen, verdere prioriteiten voor de selectie van programma's vaststellen.

2.      De Commissie besluit, middels uitvoeringshandelingen, over de te selecteren programma's, de eventuele wijzigingen daarvan en de bijbehorende begrotingen."

(7) Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

(a) lid 1 wordt vervangen door:

"1.     Bij het ontbreken van op de binnenmarkt uit te voeren programma’s voor één of meer van de in artikel 2, lid 1, onder b), bedoelde en overeenkomstig artikel 6, lid 1, ingediende voorlichtingsacties stelt elke betrokken lidstaat middels de in artikel 5, lid 1, bedoelde gedelegeerde handelingen een programma en de overeenkomstige specificatie op en selecteert hij via een openbare inschrijvingsprocedure de instantie die wordt belast met de uitvoering van het door hem mee te financieren programma."

(b) in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

"Bij het ontbreken van in derde landen uit te voeren programma’s voor één of meer van de in artikel 2, lid 1, onder a), b) en c) bedoelde en overeenkomstig artikel 6, lid 1, ingediende voorlichtingsacties stelt elke betrokken lidstaat middels de in artikel 5, lid 2, bedoelde gedelegeerde handelingen een programma en de overeenkomstige specificatie op en selecteert hij via een openbare inschrijvingsprocedure de instantie die wordt belast met de uitvoering van het door hem mee te financieren programma."

(c) in lid 3 wordt punt b) vervangen door:

"b)     de mate van overeenstemming van het programma en de voorgestelde instantie met de bepalingen van de onderhavige verordening en, in voorkomend geval, de toepasselijke gedelegeerde handelingen;"

(d) lid 4 wordt vervangen door:

"4.     Voor het onderzoek van de programma’s door de Commissie geldt het bepaalde in artikel 7, lid 2, en artikel 8."

(e) lid 5 wordt geschrapt.

(8) Het inleidende zinsdeel van artikel 10 wordt vervangen door:

"Na informatie te hebben verstrekt aan het in artikel 16 ter, lid 1, bedoelde comité of, in voorkomend geval, het bij artikel 38 sexies van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten* ingestelde Comité voor biologische landbouw of het bij artikel [54] van Verordening nr. XXX/201X van het Europees Parlement en de Raad van XX Xxxxx 201X inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten** ingestelde Comité kwaliteitsbeleid inzake landbouwproducten kan de Commissie beslissen één of meer van de volgende acties uit te voeren:

* PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1.

**PB L …."

(9) Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

(a) in lid 2 wordt de tweede alinea geschrapt.

(b) het volgende lid 4 wordt toegevoegd:

"4.     De Commissie stelt, middels uitvoeringshandelingen, de voorwaarden vast voor de goedkeuring van de geselecteerde uitvoeringsinstanties door de lidstaten, alsook de voorwaarden waaronder de indienende organisatie kan worden gemachtigd bepaalde onderdelen van het programma zelf uit te voeren."

(10) Aan artikel 12 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

"3.     De Commissie stelt, middels uitvoeringshandelingen, regels inzake het gebruik van voorlichtings- en afzetbevorderingsmateriaal en het toezicht op de programma's vast."

(11) Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

(a) lid 6 wordt vervangen door:

"6.     In afwijking van artikel XXX [ex 180 van Verordening (EG) nr. 1234/2007] van Verordening (EU) XXXX/20.. van het Europees Parlement en de Raad* van .... [houdende een gemeenschappelijke ordening van de markten in landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening)] [aangepaste integrale GMO] en van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1184/2006 van 24 juli 2006 inzake de toepassing van bepaalde regels betreffende de mededinging op de voortbrenging van en de handel in landbouwproducten** zijn de artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag niet van toepassing op door de lidstaten verrichte betalingen, met inbegrip van hun financiële bijdragen, noch op de uit parafiscale heffingen of verplichte bijdragen afkomstige financiële bijdragen van de lidstaten of van de indienende organisaties voor programma's die op grond van artikel 42 van het Verdrag in aanmerking komen voor steun van de Unie en door de Commissie zijn geselecteerd overeenkomstig artikel 8 van de onderhavige verordening.

*PB L ....

**PB L 214 van 4.8.2006, blz. 7."

(b) de volgende leden worden toegevoegd:

"7.     Voorlichtings- en afzetbevorderingsactiviteiten waarvoor steun wordt verleend in het kader van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)*, komen niet in aanmerking voor een financiële bijdrage van de Europese Unie in het kader van de onderhavige verordening.

8.       De indienende organisaties stellen een zekerheid met het oog op de goede uitvoering van de programma's, en er worden sancties getroffen wanneer zij hun verplichtingen niet nakomen.

9.       De Commissie stelt, middels uitvoeringshandelingen, regels vast inzake:

a)       de financieringsvoorwaarden voor de uit hoofde van de onderhavige verordening goedgekeurde programma's,

b)      het sluiten van contracten voor de uitvoering van de uit hoofde van de onderhavige verordening goedgekeurde programma's,

c)       het stellen van zekerheden door de indienende organisaties en de voorwaarden voor de vrijgave ervan,

d)      de betalingsvoorwaarden en de terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen,

e)       de bepalingen inzake de door de lidstaten te verrichten controles en inzake de sancties die tegen indienende organisaties kunnen worden getroffen.

* PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1."

(12) De artikelen 15 en 16 worden geschrapt.

(13) De volgende artikelen 15 bis, 16 bis en 16 ter worden ingevoegd:

"Artikel 15 bis Bevoegdheden van de Commissie

Wanneer aan de Commissie bevoegdheden worden verleend om gedelegeerde handelingen vast te stellen, is artikel 16 bis van toepassing.

Wanneer aan de Commissie bevoegdheden worden verleend om uitvoeringshandelingen vast te stellen, handelt zij overeenkomstig de in artikel 16 ter bedoelde onderzoeksprocedure."

Artikel 16 bis Uitoefening van de delegatie

1.      De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend onder de voorwaarden van dit artikel.

2.      De in deze verordening bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt voor onbepaalde tijd verleend.

3.      De in deze verordening bedoelde delegatie van bevoegdheden kan door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheden. Het besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een in dat besluit bepaalde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.      Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

5.      Een krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van 2 maanden na de datum van kennisgeving bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie vóór het verstrijken van deze termijn heeft meegedeeld voornemens te zijn geen bezwaar te maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met 2 maanden verlengd.

Artikel 16 ter Uitvoeringshandelingen – comité

1.      De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 323, lid 2, van Verordening (EU) nr. XXXX/20.. van het Europees Parlement en de Raad* van .... [houdende een gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening)] [aangepaste integrale GMO] ingestelde Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren**.

2.      Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

*PB L .......

** PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13."

(14) Artikel 17 wordt vervangen door:

"Artikel 17 Raadpleging

Alvorens gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen in de zin van de onderhavige verordening vast te stellen, raadpleegt de Commissie:

a)      de bij Besluit 2004/391/EG van de Commissie ingestelde Raadgevende Groep "Afzetbevordering van landbouwproducten";

b)      de technische ad‑hocwerkgroepen, bestaande uit leden van de comités of deskundigen in promotie en reclame."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                       Voor de Raad

De voorzitter                                                  De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM ||

||

1. || BEGROTINGSONDERDEEL: Hoofdstuk 05: landbouw en plattelandsontwikkeling || KREDIETEN: VK: 57 292 184 763 euro BK: 55 269 004 060 euro

2. || TITEL: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3/2008 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen

3. || RECHTSGRONDSLAG: Artikel 43 VWEU

4. || DOELSTELLINGEN: Bepaling van de gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie in Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad en vaststelling van de desbetreffende procedure voor de aanneming van de deze handelingen (aanpassing van de verordening aan het Verdrag van Lissabon).

5. || FINANCIËLE GEVOLGEN || PERIODE VAN 12 MAANDEN (miljoen EUR) || HUIDIG BEGROTINGS­JAAR [2011] (miljoen EUR) || VOLGEND BEGROTINGS­JAAR [2012] (miljoen EUR)

5.0 || UITGAVEN TEN LASTE VAN: -               DE EU-BEGROTING (RESTITUTIES/INTERVENTIES) -               DE NATIONALE BEGROTINGEN -               ANDERE || - || - || -

5.1 || ONTVANGSTEN -               EIGEN MIDDELEN VAN DE EU (HEFFINGEN/DOUANERECHTEN) -               OP NATIONAAL VLAK || - || - || -

|| || [2013] || [2014] || [2015] || [2016]

5.0.1 || RAMING VAN DE UITGAVEN || - || - || - || -

5.1.1 || RAMING VAN DE ONTVANGSTEN || - || - || - || -

5.2 || BEREKENINGSMETHODE:

6.0 || IS FINANCIERING MOGELIJK UIT KREDIETEN DIE IN HET DESBETREFFENDE HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING ZIJN OPGEVOERD? || JA NEEN

6.1 || IS FINANCIERING MOGELIJK DOOR OVERSCHRIJVING VAN EEN HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING NAAR EEN ANDER? || JA NEEN

6.2 || IS EEN AANVULLENDE BEGROTING NODIG? || JA NEEN

6.3 || MOETEN OP DE VOLGENDE BEGROTINGEN KREDIETEN WORDEN OPGEVOERD? || JA NEEN

OPMERKINGEN: Aangezien dit voorstel ertoe strekt de verordening van de Raad aan te passen aan het Verdrag van Lissabon, heeft het geen gevolgen voor de begrotingsuitgaven.

[1]               PB L 3 van 5.1.2008, blz. 1.

[2]               PB L 147 van 6.6.2008, blz. 3.

[3]               PB C , , blz. .

[4]               PB C , , blz. .

[5]               PB C , , blz. .

[6]               PB L 3 van 5.1.2008, blz. 1.

[7]               PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.