/* COM/2011/0661 definitief - 2011/0289 (NLE) */ Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot vaststelling van de financiële bijdragen van de lidstaten aan het Europees Ontwikkelingfonds (derde tranche 2011)
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Overeenkomstig artikel 57, lid 3, van het financieel reglement van het tiende EOF bestrijkt dit voorstel het bedrag van de derde tranche van de bijdrage voor 2011 ("n+1" in de zin van de in dat artikel vastgestelde permanente procedures). De Raad moet uiterlijk 21 kalenderdagen nadat de Commissie haar voorstel heeft ingediend, over dit voorstel een besluit nemen en de lidstaten moeten de derde tranche van de bijdrage betalen uiterlijk 21 kalenderdagen nadat het besluit van de Raad hun ter kennis is gebracht. 2. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL Overeenkomstig artikel 57, lid 7, van het financieel reglement van het tiende EOF wordt bij elk bedrag vermeld welk deel door de Commissie wordt beheerd en welk deel door de EIB. Overeenkomstig artikel 145 van het financieel reglement van het tiende EOF heeft de EIB de Commissie haar bijgewerkte vastleggings- en betalingsramingen betreffende de door haar beheerde instrumenten toegezonden. Overeenkomstig artikel 58, lid 2, van het financieel reglement van het tiende EOF moeten bij de verzoeken om bijdragen eerst in chronologische volgorde de bedragen voor vorige EOF’s worden opgebruikt. De verzoeken om bijdragen in dit voorstel hebben dus betrekking op bedragen in het kader van het tiende EOF voor de Commissie en het negende EOF voor de EIB. Overeenkomstig artikel 60 van het financieel reglement van het tiende EOF is een lidstaat die de tranche van de bijdrage niet binnen de vastgestelde termijn betaalt, rente over het niet-betaalde bedrag verschuldigd. De regelingen voor de rentebetaling worden in datzelfde artikel vastgesteld. 2011/0289 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot vaststelling van de financiële bijdragen van de lidstaten aan het Europees Ontwikkelingfonds (derde tranche 2011) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217, Gezien de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000[1], laatstelijk gewijzigd te Ouagadougou, Burkina Faso op 22 juni 2010[2], en met name artikel 10, lid 1, Gezien het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het meerjarig financieel kader voor 2008-2013 voor de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van deel vier van het EG-Verdrag van toepassing zijn[3] (hierna het "Intern Akkoord" genoemd), en met name artikel 7, Gezien Verordening (EG) nr. 215/2008 van de Raad van 18 februari 2008 inzake het Financieel Reglement van toepassing op het 10e Europees Ontwikkelingsfonds (hierna het "financieel reglement van het tiende EOF" genoemd)[4], laatstelijk gewijzigd op 11 april 2011[5], en met name artikel 57, lid 5, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Overeenkomstig de procedure van artikel 57, lid 5, van het financieel reglement van het tiende EOF moet de Commissie uiterlijk op 10 oktober 2011 een voorstel indienen voor a) het bedrag van de derde tranche van de bijdrage voor 2011, en b) een herzien jaarlijks bedrag van de bijdrage voor het jaar 2011 dat is afgestemd op de werkelijke behoeften, indien het jaarlijkse bedrag afwijkt van de werkelijke behoeften zoals bedoeld in artikel 7, lid 3, van het Intern Akkoord. De Raad moet uiterlijk 21 kalenderdagen nadat de Commissie haar voorstel heeft ingediend, een besluit nemen en de lidstaten moeten de derde tranche van de bijdrage betalen uiterlijk 21 kalenderdagen nadat het besluit van de Raad hun ter kennis is gebracht. (2) Op 5 november 2010[6] heeft de Raad op voorstel van de Commissie besloten het aandeel van de Commissie van het jaarlijkse bedrag van de bijdragen van de lidstaten aan het EOF voor 2011 vast te stellen op 3.690.000.000 euro en het aandeel van de Europese Ontwikkelingsbank (EIB) op 210.000.000 euro. Op een volgend voorstel van de Commissie heeft de Raad op 20 juni 2011[7] besloten het aandeel van de Commissie voor 2011 aan te passen tot 3.100.000.000 euro. (3) Overeenkomstig artikel 7, lid 3, van het Intern Akkoord inzake het tiende EOF moet de Commissie, als de vastgestelde bijdragen afwijken van de werkelijke behoeften van het EOF, bij de Raad een voorstel indienen tot wijziging van de omvang van de bijdragen, met inachtneming van het reeds vastgestelde maximum. Het aan de EIB toegewezen jaarlijkse bedrag voor 2011 van de bijdragen van de lidstaten aan het EOF moet daarom worden vastgesteld op 200.000.000 euro. (4) Overeenkomstig artikel 145, eerste alinea, van het financieel reglement van het tiende EOF heeft de EIB de Commissie haar bijgewerkte vastleggings- en betalingsramingen voor de door haar beheerde instrumenten toegezonden. (5) Artikel 58, lid 2, van het financieel reglement van het tiende EOF bepaalt dat bij de verzoeken om bijdragen eerst in chronologische volgorde de bedragen voor vorige EOF's worden opgebruikt. Derhalve moet het verzoek om bijdragen in het kader van het negende EOF tevens gebaseerd worden op artikel 58, lid 2, van het financieel reglement van het tiende EOF, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 Het jaarlijkse bedrag van de bijdragen van de lidstaten aan het EOF voor 2011 wordt vastgesteld op 200.000.000 euro en wordt beheerd door de Europese Investeringsbank tot financiering van de investeringsfaciliteit. Artikel 2 De afzonderlijke bijdragen aan het EOF die de lidstaten uit hoofde van de derde tranche voor 2011 aan de Commissie en de Europese Investeringsbank betalen, zijn in de tabel in de bijlage opgenomen. Artikel 3 Dit besluit is van toepassing met ingang van de datum waarop het wordt vastgesteld. Artikel 4 Dit besluit is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter BIJLAGE Bijdragen voor de derde tranche 2011 (in euro) LIDSTAAT | Sleutel 10e EOF | Derde tranche | % | Commissie 10e EOF | BELGIË | 3,53 | 6 707 000 | DENEMARKEN | 2,00 | 3 800 000 | DUITSLAND | 20,50 | 38 950 000 | GRIEKENLAND | 1,47 | 2 793 000 | SPANJE | 7,85 | 14 915 000 | FRANKRIJK | 19,55 | 37 145 000 | IERLAND | 0,91 | 1 729 000 | ITALIË | 12,86 | 24 434 000 | LUXEMBURG | 0,27 | 513 000 | NEDERLAND | 4,85 | 9 215 000 | OOSTENRIJK | 2,41 | 4 579 000 | PORTUGAL | 1,15 | 2 185 000 | FINLAND | 1,47 | 2 793 000 | ZWEDEN | 2,74 | 5 206 000 | VERENIGD KONINKRIJK | 14,82 | 28 158 000 | Subtotaal EUR-15 | 96,38 | 183 122 000 | BULGARIJE | 0,14 | 266 000 | TSJECHIË | 0,51 | 969 000 | ESTLAND | 0,05 | 95 000 | CYPRUS | 0,09 | 171 000 | LETLAND | 0,07 | 133 000 | LITOUWEN | 0,12 | 228 000 | HONGARIJE | 0,55 | 1 045 000 | MALTA | 0,03 | 57 000 | POLEN | 1,30 | 2 470 000 | ROEMENIË | 0,37 | 703 000 | SLOVENIË | 0,18 | 342 000 | SLOWAKIJE | 0,21 | 399 000 | Subtotaal EUR-12 | 3,62 | 6 878 000 | TOTAAL EUR-27 | 100,00 | 190 000 000 | [1] PB L 317 van 15.12.2000, blz. 355. [2] PB L 287 van 4.11.2010, blz. 3. [3] PB L 247 van 9.9.2006, blz. 32. [4] PB L 102 van 16.4.2011, blz. 1. [5] PB L 78 van 19.3.2008, blz. 1. [6] 15831/10. [7] 11689/11.