52011PC0634




TOELICHTING

VOORGESCHIEDENIS VAN HET VOORSTEL

Goedkeuring van het voorstel door de Commissie: 17 september 2008.

Toezending van het voorstel aan de Raad en het Europees Parlement – COM(2008) 563 definitief: 15 oktober 2008 (2008/0183(CNS)).

Advies van het Europees Parlement in eerste lezing: op 26 maart 2009 werd een advies aangenomen, dat werd bevestigd door de resolutie van 5 mei 2010 betreffende de gevolgen van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor de lopende interinstitutionele besluitvormingsprocedures (COM(2009)0665) - "omnibus".

Tijdens de zitting van 26 maart 2009 heeft het Europees Parlement, met 425 stemmen voor, 71 tegen en 62 onthoudingen, een wetgevingsresolutie goedgekeurd over het verslag van de heer Siekierski, dat 20 amendementen bevatte.

Op 17 september 2010 heeft de Commissie een gewijzigd voorstel aangenomen (COM(2010) 486 definitief). Naast de lagere percentages voor de nationale cofinanciering omvatte dit voorstel een plafond van 500 miljoen euro voor de jaarlijkse financiële bijdrage van de EU en een reeks technische aanpassingen naar aanleiding van de door het Europees Parlement voorgestelde wijzigingen. Het gewijzigde voorstel werd ook aangepast om rekening te houden met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het gewijzigde voorstel: CESE 70/2011, goedgekeurd op 20 januari 2011 (rapporteur: de heer Lucan).

Advies van het Comité van de Regio's over het gewijzigde voorstel: CdR 340/2010, goedgekeurd op 27 januari 2011 (rapporteur: de heer Martikainen).

Dit nieuwe gewijzigde voorstel vervangt gewijzigd voorstel (COM(2010) 486 definitief).

ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Bij Verordening (EEG) nr. 3730/87 van de Raad waren de algemene voorschriften vastgesteld voor de levering van levensmiddelen uit interventievoorraden aan aangewezen organisaties met het oog op verstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de Gemeenschap. Die verordening is later ingetrokken en geïntegreerd in de verordening houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten ("Integrale GMO-verordening").

Gedurende meer dan twee decennia is gebleken dat door deze regeling beschikbaar gestelde interventievoorraden zorgden voor een betrouwbaar aanbod van voedselhulp voor de meest hulpbehoevenden. Het aantal hulpbehoevenden in de Unie is door de achtereenvolgende uitbreidingen sterk toegenomen, wat voedselverstrekking des te noodzakelijker heeft gemaakt. In 2010 hebben meer dan 18 miljoen mensen van de regeling gebruikgemaakt.

Volgens artikel 39, lid 1, van het Verdrag heeft het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) onder meer tot doel de markten te stabiliseren en redelijke prijzen bij de levering aan verbruikers te verzekeren. Voorts is de versterking van de sociale samenhang van de Unie als doelstelling opgenomen in artikel 174 van het Verdrag. Doordat het programma de voedselonzekerheid van de meest hulpbehoevenden in de Unie vermindert en de openbare interventievoorraden doet afnemen, ondersteunt het de verwezenlijking van al deze doelstellingen.

De afgelopen jaren heeft het GLB belangrijke hervormingen ondergaan, waarbij het accent is verschoven van het verhogen van de productiviteit als hoofddoel naar het bevorderen van de duurzaamheid van de landbouw op lange termijn. Als gevolg daarvan zijn de hoeveelheden landbouwproducten in de openbare interventievoorraden afgenomen. Het rechtskader van de regeling voor voedselverstrekking moet aan deze nieuwe realiteit worden aangepast.

In zijn verklaring van 4 april 2006 over de bevoorrading van de erkende liefdadigheidsinstellingen voor de uitvoering van het Europees voedselhulpprogramma voor de armste medeburgers heeft het Europees Parlement zich ongerust getoond over de toekomst van het Europees voedselhulpprogramma voor de meest hulpbehoevenden en heeft het de Commissie en de Raad verzocht om, als erkenning van de noodzaak aan de voedingsbehoeften van deze personen tegemoet te komen, het Europees voedselhulpprogramma een blijvend karakter te geven.

Op 22 mei 2008, heeft het Europees Parlement een resolutie over de stijgende voedselprijzen in de EU en de ontwikkelingslanden aangenomen, waarin het de nadruk legt op de fundamentele aard van het recht op voedsel en de noodzaak om de toegang van alle mensen tot voldoende voedsel voor een actief en gezond leven te verbeteren.

De Commissie heeft het belang van deze regeling reeds erkend in haar mededeling over "Het probleem van de stijging van de voedselprijzen aanpakken – richtsnoeren voor maatregelen van de EU" van 20 mei 2008. De voorzitter van de Europese Commissie heeft in zijn toespraak tot het Parlement op 18 juni 2008 aangegeven dat de Commissie verwachtte dat de begrotingsmiddelen voor dit initiatief met twee derde zullen worden verhoogd.

Op 13 april 2011 heeft het Europees Hof van Justitie (zaak T-576/08) de bepalingen van het plan voor voedselverstrekking 2009 die voorzien in aankopen op de markt, nietig verklaard. Tegen deze achtergrond moest de Commissie noodgedwongen besluiten dat voor het plan voor voedselverstrekking 2012 uitsluitend wordt geput uit de bestaande interventievoorraden. Hierdoor bedraagt het budget voor het plan voor 2012 slechts 113 miljoen euro, minder dan een vierde van de vorige jaarplannen.

Op 29 juni 2011 heeft de Commissie een mededeling goedgekeurd over de meerjarige financiële vooruitzichten voor de periode 2014-2020. Daarin stelt zij voor dat de regeling voor voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de toekomst wordt gefinancierd uit begrotingsonderdeel 1, ten belope van een totaalbedrag van 2,5 miljard euro (prijzen van 2011).

In zijn resolutie van 7 juli 2011 heeft het Europees Parlement er bij de Commissie en de Raad op aangedrongen een tijdelijke oplossing uit te werken voor de resterende jaren van het huidige meerjarig financieel kader om een abrupte inkrimping van de voedselhulp, veroorzaakt door de daling van de financiering van 500 miljoen euro naar 133 miljoen euro, te vermijden en te waarborgen dat mensen die van voedselhulp afhankelijk zijn, niet aan voedselarmoede ten prooi vallen. Tal van vertegenwoordigers van het Europees maatschappelijk middenveld, gaande van lokale autoriteiten tot NGO's en liefdadigheidsinstellingen, hebben hun bezorgdheid over de toekomst van de regeling geuit en hebben de verschillende instellingen van de Unie unaniem verzocht een oplossing te vinden om de voortzetting ervan te garanderen.

ELEMENTEN VAN HET OORSPRONKELIJKE VOORSTEL

In 2008 had de Commissie voorgesteld het programma voor voedselverstrekking (COM(2008) 563 definitief) te herzien op basis van de volgende elementen:

- Twee voorzieningsbronnen. De levensmiddelen konden ofwel afkomstig zijn uit de interventievoorraden, ofwel van de markt. Het gebruik van deze laatste voorzieningsbron zou niet langer beperkt blijven tot situaties waarin tijdelijk geen interventievoorraden beschikbaar waren. Waren er geschikte interventievoorraden voorhanden, dan moesten die wel bij voorrang worden gebruikt.

- Verbreding van het assortiment verstrekte levensmiddelen en duidelijker prioriteiten. Om het nutritionele evenwicht van de in het kader van de regeling verstrekte levensmiddelen te verhogen zou de keuze van de levensmiddelen niet langer beperkt blijven tot interventieproducten. De levensmiddelen zouden voortaan door de autoriteiten van de lidstaten worden gekozen in het kader van nationale voedselverstrekkingsprogramma's, waarin de doelen en de prioriteiten voor de voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden zijn vastgesteld en waarin rekening is gehouden met voedingskundige aspecten.

- Een perspectief op lange termijn. Activiteiten op het gebied van voedselverstrekking moeten op lange termijn worden gepland en moeten door de betrokken nationale autoriteiten en liefdadigheidsinstellingen zorgvuldig worden voorbereid. Om de EU-regeling voor voedselverstrekking doelmatiger te maken zou zij worden vastgesteld voor een periode van drie jaar. De steunbedragen voor het tweede en het derde jaar zouden slechts indicatief zijn en zouden later moeten worden bevestigd. Voorts werd een plafond voor de financiële bijdrage van de EU voorgesteld.

- Medefinanciering. Door de invoering van medefinanciering zou de regeling cohesiegerichter worden, zou een deugdelijke planning worden gegarandeerd en zouden er sterkere synergieën zijn. Met het oog op een soepele invoering en een verdere hoge benutting van de beschikbaar gestelde EU-financiering zou in het kader van het plan voor de periode 2010-2012 de EU-medefinanciering 75 % bedragen, en 85 % in de voor financiering uit het Cohesiefonds in aanmerking komende lidstaten. Vanaf het plan voor de periode 2013-2015 zou de medefinanciering van de EU respectievelijk 50 % en 75 % bedragen.

- Versterking van het toezicht en de verslaglegging. De verplichtingen op het gebied van de verslaglegging zouden op verschillende niveaus worden aangescherpt en onder meer behelzen dat de Commissie een verslag moest indienen bij het Europees Parlement en de Raad.

Het voorstel van 2008 ging vergezeld van een effectbeoordeling in de vorm van een werkdocument van de diensten van de Commissie (SEC(2008)2436/2).

STANDPUNT VAN DE COMMISSIE OVER DE AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT; ELEMENTEN VAN HET NIEUWE GEWIJZIGDE VOORSTEL

In zijn advies heeft het Europees Parlement er sterk op aangedrongen dat de volledige EU-financiering van deze regeling behouden blijft (amendementen 5, 10, 16, 17, 18 en 19). Het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité omvat een soortgelijk verzoek.

Onlangs hebben de nationale autoriteiten van de deelnemende lidstaten en een groot aantal vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld te kennen gegeven dat zij wensen dat de regeling volledig uit de EU-begroting gefinancierd blijft. Zij argumenteren dat sommige deelnemende lidstaten in de huidige financiële crisis misschien niet in staat zullen zijn hun deel van de nationale financiering bij te dragen, waardoor de regeling voor voedselverstrekking zou kunnen worden ontwricht, net op een ogenblik dat zij het meest nodig is.

Voorts is de Commissie zich er terdege van bewust dat steeds meer Europese burgers voedselhulp nodig hebben.

Tegen deze achtergrond heeft de Commissie besloten gewijzigd voorstel (COM(2010)486 definitief) te vervangen door dit nieuwe gewijzigde voorstel.

De programma's voor voedselverstrekking dragen bij tot zowel de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid als de versterking van de sociale samenhang van de Unie; de Commissie is van mening dat dit beter in haar voorstel tot uiting zou komen door een dubbele rechtsgrondslag (artikel 42 en artikel 43, lid 2, in samenhang met artikel 175, lid 3).

Dit nieuwe gewijzigde voorstel behoudt ook in de toekomst de huidige EU-financiering van de regeling ten belope van 100 %, maar om de budgettaire stabiliteit te garanderen wordt het jaarlijks plafond van 500 miljoen euro voor de financiële bijdrage van de Unie gehandhaafd.

De amendementen 8, 11, 13 en 14 bevatten andere substantiële wijzigingen die door de Commissie in dit gewijzigde voorstel zijn aanvaard, hoewel de uiteindelijke bewoording van de Commissie kan verschillen van die welke is voorgesteld door het Europees Parlement. Amendement 8 voert de notie van de EU-oorsprong van de levensmiddelen in. In het huidige gewijzigde voorstel wordt deze notie behouden als een prioriteit waarover de lidstaten kunnen beslissen bij het kiezen van de soorten uit te reiken producten. In amendement 11 is bepaald dat op de distributiepunten duidelijk de medewerking van de Unie aan het plan moet worden vermeld. De Commissie heeft dit in haar gewijzigde voorstel behouden met uitvoeringsbepalingen die later moeten worden vastgesteld. In amendement 13 wordt gesteld dat de aankoop van levensmiddelen op de markt dient te gebeuren in overeenstemming met de mededingingsprocedures. Dit is nu expliciet in het voorstel vermeld. Tot slot voorziet amendement 14 in de vergoeding van de opslagkosten die door de liefdadigheidsorganisaties worden gemaakt, wat nu eveneens in de tekst is opgenomen.

Binnenkort zal de Commissie wetsvoorstellen met betrekking tot het nieuwe meerjarig financieel kader goedkeuren. Een van die voorstellen betreft de voedselverstrekking, die in het kader van begrotingsonderdeel 1 zal worden gefinancierd. In deze context passen de driejarenplannen waarvan sprake was in het vorige voorstel, niet langer in dit nieuwe voorlopige kader. Bijgevolg wordt in dit nieuwe gewijzigde voorstel het huidige systeem van jaarplannen behouden.

De overige elementen van het oorspronkelijke voorstel, namelijk de twee voorzieningsbronnen, de verbreding van het assortiment levensmiddelen waarbij meer nadruk op de voedingsaspecten wordt gelegd, en de duidelijker prioriteiten en versterkte toezichts- en verslagleggingsmechanismen zijn in dit nieuwe gewijzigde voorstel behouden.

AANPASSING AAN HET VERDRAG BETREFFENDE DE WERKING VAN DE EUROPESE UNIE (VWEU)

In het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen enerzijds de aan de Commissie overgedragen bevoegdheid om niet-wetgevingshandelingen (gedelegeerde handelingen) ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling vast te stellen, als bedoeld in artikel 290, en, anderzijds, de aan de Commissie overgedragen bevoegdheid om uitvoeringsbepalingen goed te keuren overeenkomstig artikel 291. In feite zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de uitvoering van de juridisch bindende handelingen van de Europese Unie, maar als de juridisch bindende handelingen volgens eenvormige voorwaarden moeten worden uitgevoerd, is het aan de Commissie om die door middel van uitvoeringshandelingen vast te stellen.

De regeling voor voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden moet worden aangepast aan de nieuwe regels van het Verdrag. Dit houdt in dat de uitvoeringsbepalingen die de Commissie met het oog op de vlotte uitvoering van de maatregelen heeft vastgesteld, moeten worden ingedeeld in uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen.

Dit gewijzigde voorstel bevat alle essentiële onderdelen, algemene beginselen en programmeringsvoorschriften van de regeling die aldus door de wetgever zijn vastgesteld.

Overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vertrouwt de wetgever de aanvulling of de wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen die toch noodzakelijk zijn voor de goede werking van de regeling, toe aan de Commissie. In dit gewijzigde voorstel is bepaald dat de methode voor de berekening van de totale toewijzing van middelen, met inbegrip van de verdeling van interventievoorraden en financiële middelen, de vaststelling van de boekwaarde van de uit de interventievoorraden uitgeslagen producten, alsook de methode voor de herverdeling van de middelen naar aanleiding van eventuele herzieningen van het plan, door middel van gedelegeerde handelingen door de Commissie worden vastgesteld. De Commissie moet bepalingen vaststellen die voorschrijven dat voor alle verrichtingen die betrekking hebben op de uitvoering van de plannen, inschrijvingen worden gebruikt, alsook bepalingen inzake door de aanvragers te stellen zekerheden en regels inzake sancties en kortingen die de betrokken lidstaten moeten toepassen in geval van niet-naleving van de termijnen of andere gebreken.

Overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de uitvoering van door de wetgever vastgestelde juridisch bindende handelingen van de Unie. Om elk risico op verstoring of discriminatie te voorkomen, lijkt het evenwel noodzakelijk een eenvormige toepassing van de regeling in de verschillende deelnemende lidstaten te verzekeren. Daarom draagt de wetgever in dit gewijzigde voorstel aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden over ter vaststelling van uitvoeringsbepalingen en procedures, ter vaststelling en eventuele herziening van de plannen en ter vaststelling van de in de driejarenplannen op te nemen aanvullende elementen, de voor het uitslaan geldende procedures en termijnen, het format van de jaarlijkse uitvoeringsverslagen en de nationale voedselverstrekkingsprogramma's, de voorschriften voor de vergoeding van kosten (inclusief termijnen en financiële plafonds), de voorwaarden met betrekking tot inschrijvingen, de voorwaarden met betrekking tot de levensmiddelen en de levering ervan, de minimumvereisten voor de controleprogramma's, de eenvormige voorwaarden met betrekking tot betalingsprocedures (inclusief de taken van de nationale interventiebureaus), en de nadere voorschriften met betrekking tot de verplichting om de medewerking van de EU aan de onderhavige regeling te vermelden op zowel de verpakking als in de distributiepunten.

GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De voorgestelde bepalingen hebben tot doel uitvoering te geven aan de nieuwe bepalingen van de regeling voor voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de Unie. De nieuwe regeling zal volledig door de Unie gefinancierd blijven.

In dit gewijzigde voorstel wordt het plafond van 500 miljoen euro per jaar voor de EU-financiering van de regeling behouden.

GEWIJZIGD VOORSTEL

Gezien artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie legt de Commissie hierna dit nieuwe gewijzigde voorstel voor.

2008/0183 (COD)

Gewijzigd voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat de verstrekking van levensmiddelen aan de meest hulpbehoevenden in de Unie betreft

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 42, eerste alinea, artikel 43, lid 2, en artikel 175, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie[1],

Na toezending van het voorstel aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[2],

Gezien het advies van het Comité van de Regio's[3],

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

1. Verordening (EEG) nr. 3730/87 van de Raad van 10 december 1987 houdende algemene voorschriften voor de levering van levensmiddelen uit interventievoorraden aan bepaalde organisaties met het oog op verstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de Gemeenschap[4], later ingetrokken en geïntegreerd in Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten ("Integrale-GMO-verordening")[5], heeft gedurende meer dan twee decennia een betrouwbare regeling voor de verstrekking van levensmiddelen aan de meest hulpbehoevenden in de Unie geboden en heeft aan de sociale cohesie van de EU bijgedragen door de vermindering van de economische en sociale ongelijkheid.

2. Overeenkomstig artikel 39, lid 1, van het Verdrag heeft het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) onder meer tot doel de markten te stabiliseren en redelijke prijzen bij de levering aan verbruikers te verzekeren. Door de jaren heen heeft de regeling voor voedselverstrekking die twee doelstellingen met succes helpen te bereiken en is zij, door de vermindering van de voedselonzekerheid voor de meest hulpbehoevenden in de Unie, een essentieel instrument gebleken dat bijdraagt aan het garanderen van de brede beschikbaarheid van levensmiddelen in de Europese Unie en er tegelijk voor zorgt dat de interventievoorraden afnemen. De EU-voedselhulpregeling voor de meest hulpbehoevenden dient te blijven bijdragen aan de doelstellingen van het GLB. Tegelijk moet zij gericht zijn op de versterking van de sociale cohesie van de Unie.

3. Het Europees Parlement heeft in zijn verklaring van 4 april 2006 over de bevoorrading van de erkende liefdadigheidsinstellingen voor de uitvoering van het Europees voedselhulpprogramma voor de armste medeburgers[6] opgemerkt dat het Europees voedselhulpprogramma voor de meest hulpbehoevenden zijn deugdelijkheid heeft bewezen en voor miljoenen mensen van levensbelang is geworden. Voorts heeft het Parlement verklaard ongerust te zijn over de toekomst van het Europees voedselhulpprogramma voor de meest hulpbehoevenden en heeft het, als erkenning van de noodzaak aan de voedingsbehoeften van die personen tegemoet te komen, de Commissie en de Raad onder meer verzocht het Europees voedselhulpprogramma een blijvend karakter te geven. Voorts heeft het Europees Parlement in zijn resolutie van 7 juli 2011 er bij de Commissie en de Raad op aangedrongen een tijdelijke oplossing uit te werken voor de resterende jaren van het huidige meerjarig financieel kader om een abrupte inkrimping van de voedselhulp, veroorzaakt door de daling van de financiering van 500 miljoen euro naar 113 miljoen euro, te vermijden en te waarborgen dat mensen die van voedselhulp afhankelijk zijn, niet aan voedselarmoede ten prooi vallen.

4. De achtereenvolgende uitbreidingen van de Unie hebben het potentiële aantal begunstigden van voedselhulpregelingen in de Unie vergroot. Tegelijk hebben de stijgende voedselprijzen de voedselzekerheid voor de meest hulpbehoevenden aangetast en de aan de verschaffing van de voedselhulp verbonden kosten doen stijgen. Als gevolg daarvan is het belang van de regeling die oorspronkelijk bij Verordening (EEG) nr. 3730/87 was ingesteld en nu in artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 is opgenomen, in de loop der jaren toegenomen. Daarom is het van wezenlijk belang de regeling op EU-niveau voort te zetten en haar verder aan te passen aan de veranderende marktomstandigheden.

5. De huidige regeling voor voedselverstrekking is afhankelijk van de levering van producten uit de interventievoorraden van de Unie, waarbij ter aanvulling op tijdelijke basis ook aankopen op de markt plaatsvinden. De achtereenvolgende hervormingen van het GLB en de gunstige ontwikkelingen van de producentenprijzen hebben er echter toe geleid dat de interventievoorraden geleidelijk zijn afgenomen en dat ook het beschikbare assortiment producten kleiner is geworden. Daarom moeten aankopen op de markt een permanente voorzieningsbron voor de regeling worden, zodat de interventievoorraden kunnen worden aangevuld voor het geval er geen geschikte interventievoorraden voorhanden zijn.

6. Voor zover in het kader van de regeling slechts levensmiddelen op de markten worden aangekocht als er geen voor voedselverstrekking geschikte interventievoorraden voorhanden zijn, gaat het om een specifieke actie die nodig is om de doelstelling van de versterking van de sociale cohesie van de Unie te verwezenlijken.

7. Een EU-regeling kan niet het enige antwoord vormen op de toenemende behoeften aan voedselhulp in de Unie. Om de meest hulpbehoevenden voedselzekerheid te kunnen bieden zijn ook door overheidsinstanties uitgevoerde nationale beleidsmaatregelen nodig en is het optreden van het maatschappelijk middenveld vereist, o.m. in het kader van plaatselijke initiatieven. Een EU-regeling met een sterk cohesie-element kan echter als model voor de voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden dienen, met name in minder ontwikkelde regio's, en kan synergieën helpen teweegbrengen en initiatieven van overheid en privésector ter vergroting van de voedselzekerheid voor personen in nood stimuleren. Bovendien kan zij, gezien de geografische spreiding van de beperktere interventievoorraden die in de lidstaten beschikbaar zijn, tot optimaal gebruik van die voorraden bijdragen. De EU-regeling moet daarom ook de bovenbedoelde nationale beleidsmaatregelen onverlet laten.

8. Met het oog op een gezond begrotingsbeheer moet een maximumbedrag voor de EU-hulp worden vastgesteld. De regeling voor de meest hulpbehoevenden moet worden toegevoegd aan de lijst van de voor financiering uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) in aanmerking komende maatregelen, die is vastgesteld in artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid[7].

9. De ervaring leert dat er bepaalde verbeteringen van het beheer van de regeling voor voedselverstrekking nodig zijn. De Commissie moet daarom op basis van de aan de Commissie meegedeelde aanvragen van de lidstaten en van andere relevant geachte informatie, jaarplannen voor de uitvoering van de regeling opstellen. De lidstaten moeten hun aanvragen voor levensmiddelen baseren op nationale programma's voor voedselverstrekking waarin hun doelstellingen en prioriteiten op het gebied van voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden zijn vastgesteld met inachtneming van voedingskundige overwegingen. In dit verband is het wenselijk de lidstaten de mogelijkheid te bieden de voorkeur te geven aan producten uit de Unie. Om een passende vergoeding van de aan de uitvoering van het plan verbonden kosten te verzekeren, dient tot slot te worden bepaald dat het de lidstaten vrijstaat te beslissen bepaalde door de aangewezen organisaties gemaakte kosten met betrekking tot administratie, vervoer en opslag terug te betalen binnen de grenzen van de in het kader van het plan ter beschikking gestelde middelen.

10. Om ervoor te zorgen dat het jaarplan overeenkomstig de toepasselijke regels wordt uitgevoerd, moeten de lidstaten adequate administratieve en fysieke controles verrichten en onregelmatigheden bestraffen.

11. In artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 worden aan de Commissie bevoegdheden overgedragen om een aantal bepalingen van dat artikel uit te voeren.

12. De bevoegdheden die met het oog op de werking van de bij artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 ingestelde regeling aan de Commissie zijn overgedragen, moeten als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon worden aangepast aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ("het Verdrag").

13. De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen goed te keuren om bepaalde niet-essentiële onderdelen van artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 aan te vullen of te wijzigen. De onderdelen waarvoor die bevoegdheid kan worden uitgeoefend en de voorwaarden voor die bevoegdheidsdelegatie moeten worden vastgesteld.

14. Om te waarborgen dat artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 in alle lidstaten eenvormig wordt toegepast, moet de Commissie overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag worden gemachtigd tot het vaststellen van uitvoeringshandelingen. De Commissie moet de voor een dergelijke eenvormige toepassing vereiste maatregelen door middel van uitvoeringshandelingen vaststellen overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EU) nr. XX/XXXX van het Europees Parlement en de Raad van…

15. Met het oog op efficiency en transparantie bij de vaststelling van de jaarplannen moet de Commissie procedures voor de vaststelling en de herziening van die plannen vaststellen door middel van uitvoeringshandelingen. Om dezelfde reden moeten zowel de vaststelling als de eventuele herziening van de jaarplannen door middel van uitvoeringshandelingen geschieden.

16. Om te verzekeren dat de lidstaten een coherent en efficiënt kader wordt geboden om aan de regeling deel te nemen en ze uit te voeren, moet de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen aanvullende, in het jaarplan op te nemen onderdelen vaststellen, alsook voorschriften voor de levering van producten en procedures en termijnen voor de uitslag van interventieproducten, met inbegrip van overdrachten tussen lidstaten.

17. Om te verzekeren dat de door de deelnemende lidstaten ingediende informatie goed kan worden vergeleken, moet de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen voorschriften over het format van de nationale voedselverstrekkingsprogramma's en de jaarlijkse uitvoeringsverslagen vaststellen.

18. De lidstaten moeten de mogelijkheid krijgen bepaalde uitgaven van liefdadigheidsorganisaties in het kader van de regeling als subsidiabel aan te merken. Om ervoor te zorgen dat deze mogelijkheid in de verschillende lidstaten op eenvormige wijze in de praktijk wordt gebracht, moet de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen vaststellen inzake de vergoeding van die kosten, met inbegrip van termijnen en financiële plafonds.

19. Om ervoor te zorgen dat de inschrijvingen in alle lidstaten volgens uniforme voorschriften worden gehouden, moet de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen met betrekking tot de op de inschrijving betrekking hebbende en de voor de levensmiddelen en hun levering geldende voorwaarden.

20. Om ervoor te zorgen dat de verschillende onderdelen van de controleregeling geharmoniseerde prestaties leveren, moet de Commissie uitvoeringsbepalingen vaststellen met betrekking tot de controleverplichtingen van de lidstaten.

21. Om ervoor te zorgen dat het plan door de autoriteiten van de lidstaten op eenvormige wijze wordt uitgevoerd en om de onderlinge samenwerking te vergemakkelijken, moet de Commissie uitvoeringsbepalingen vaststellen met betrekking tot de procedures en de termijnen voor betalingen, met inbegrip van kortingen in geval van niet-naleving ervan, de boekhoudkundige bepalingen en de taakomschrijving van de nationale interventiebureaus, ook in het geval van overdrachten tussen lidstaten.

22. De Verordeningen (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 1234/2007 moeten bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Aan artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 wordt het volgende punt g) toegevoegd:

"g) de regeling voor voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de Unie als vastgesteld in artikel 27 van Verordening (EG) nr. 1234/2007.".

Artikel 2

Verordening (EG) nr. 1234/2007 wordt als volgt gewijzigd:

23. Een nieuw artikel 4 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 4 bis

[Vaststelling van gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen]

Wanneer aan de Commissie bevoegdheden worden verleend om gedelegeerde handelingen vast te stellen, handelt zij overeenkomstig de procedure van artikel 196 bis.

Wanneer aan de Commissie bevoegdheden worden verleend om uitvoeringshandelingen vast te stellen, handelt zij overeenkomstig de procedure van artikel 196 ter."

24. In deel II, titel I, hoofdstuk I, sectie II, wordt subsectie IV als volgt gewijzigd:

25. Artikel 27 wordt vervangen door:

"Artikel 27 Regeling voor de verstrekking van levensmiddelen aan de meest hulpbehoevenden in de Unie

1. Er wordt een regeling ingesteld waarbij aan de meest hulpbehoevenden in de Unie levensmiddelen kunnen worden verstrekt door daartoe door de lidstaten aangewezen organisaties. Daartoe worden producten uit interventievoorraden ter beschikking gesteld of, als er geen voor de voedselverstrekkingsregeling geschikte interventievoorraden voorhanden zijn, worden er levensmiddelen op de markt aangekocht.

Voor de toepassing van de in de eerste alinea bedoelde regeling wordt onder "meest hulpbehoevenden" verstaan: fysieke personen, zij het individuen, gezinnen of uit dergelijke personen samengestelde groepen, van wie de sociale en financiële afhankelijkheid op basis van door de bevoegde nationale autoriteiten vastgestelde criteria is geregistreerd of erkend, of als dusdanig wordt beoordeeld op basis van door de aangewezen organisaties gehanteerde criteria die door die bevoegde autoriteiten zijn goedgekeurd.

2. Lidstaten die wensen deel te nemen aan de in lid 1 bedoelde regeling, dienen bij de Commissie programma's voor voedselverstrekking in die de volgende elementen bevatten:

26. bijzonderheden over de belangrijkste kenmerken en doelstellingen ervan;

27. de aangewezen organisaties;

28. de aangevraagde hoeveelheden levensmiddelen die elk jaar moeten worden verstrekt en andere ter zake relevante informatie.

De lidstaten kiezen de levensmiddelen op basis van objectieve criteria, met name de voedingswaarde en de geschiktheid om te worden verdeeld. Hiertoe kunnen lidstaten de voorkeur geven aan levensmiddelen van oorsprong uit de Unie.

3. De Commissie stelt jaarplannen vast op basis van de door de lidstaten overeenkomstig de eerste alinea van lid 2 ingediende aanvragen en andere relevant geachte informatie.

In elk jaarplan worden de jaarlijkse financiële toewijzingen van de Unie per lidstaat opgenomen.

Voor het geval de in het jaarplan opgenomen producten niet beschikbaar zijn in de lidstaat waar er behoefte aan is, voorziet het jaarplan in de overdracht daarvan uit lidstaten waar zij wel in de interventievoorraden beschikbaar zijn.

Een jaarplan kan worden herzien in het licht van relevante ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering ervan.

4. De door de lidstaten aangewezen organisaties als bedoeld in lid 1 mogen geen commerciële ondernemingen zijn.

De levensmiddelen worden gratis aan die organisaties verstrekt.

De uitreiking van de levensmiddelen aan de meest hulpbehoevenden gebeurt:

29. gratis, of

30. tegen een prijs die in geen geval hoger ligt dan die welke wordt gerechtvaardigd door de kosten die door de aangewezen organisaties bij het uitvoeren van de verrichting zijn gemaakt, andere dan de kosten die kunnen worden gedekt overeenkomstig lid 7, tweede alinea, onder a) en b).

5. De aan de regeling deelnemende lidstaten:

31. dienen bij de Commissie een jaarverslag over de uitvoering van de regeling in;

32. brengen de Commissie tijdig op de hoogte van ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering van de programma's voor voedselverstrekking.

6. De Unie financiert de kosten die in het kader van de regeling subsidiabel zijn. Deze financiering bedraagt ten hoogste 500 miljoen euro per begrotingsjaar.

7. Subsidiabele kosten in het kader van de regeling zijn:

33. de kosten van de uit interventievoorraden uitgeslagen producten;

34. de kosten van de op de markt aangekochte levensmiddelen, en

35. indien nodig, de kosten van het vervoer van producten uit interventievoorraden tussen lidstaten.

Binnen de grenzen van de financiële middelen die beschikbaar zijn om het jaarplan in elke lidstaat uit te voeren, mogen de bevoegde nationale autoriteiten de volgende kosten als subsidiabel aanmerken:

36. de kosten van het vervoer van de levensmiddelen naar de opslagplaatsen van de aangewezen organisaties;

37. de volgende door de aangewezen organisaties gemaakte kosten, voor zover die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het plan:

i) de administratieve kosten;

ii) de kosten van het vervoer tussen de opslagplaatsen van de aangewezen organisaties en de plaatsen van verstrekking aan de eindgebruiker; en

iii) de opslagkosten.

8. De lidstaten verrichten administratieve en fysieke controles om te verzekeren dat het plan overeenkomstig de geldende voorschriften wordt uitgevoerd, en stellen sancties voor onregelmatigheden vast.

9. De aanduiding "Steun van de Europese Unie", vergezeld van het embleem van de Europese Unie, wordt duidelijk aangebracht op de verpakking van het via de plannen verstrekte voedsel en in de distributiepunten.

10. De EU-regeling geldt onverminderd eventuele met de EU-wetgeving in overeenstemming zijnde nationale regelingen op grond waarvan levensmiddelen worden verstrekt aan de meest hulpbehoevenden.

* PB L 243 van 6.9.2006, blz. 47.".

38. De volgende artikelen 27 bis en 27 ter worden toegevoegd:

"Artikel 27 bis Niet-essentiële onderdelen van de regeling voor voedselverstrekking

1. Om ervoor te zorgen dat het aan de bij artikel 27 ingestelde regeling toegewezen budget efficiënt wordt gebruikt, stelt de Commissie middels gedelegeerde handelingen de methode vast voor de berekening van de volledige toewijzing van de middelen aan de lidstaten, met inbegrip van de verdeling van de interventieproducten en van de voor de aankoop van levensmiddelen op de markt vereiste financiële middelen. Tevens stelt zij de boekwaarde vast van de uit de interventievoorraden uitgeslagen producten alsook de methode voor de eventuele herverdeling van middelen over de lidstaten naar aanleiding van een herziening van het jaarplan.

2. Om ervoor te zorgen dat het aan de bij artikel 27 ingestelde regeling toegewezen budget doeltreffend en efficiënt wordt gebruikt en dat de rechten en plichten van de marktdeelnemers worden gevrijwaard, stelt de Commissie middels gedelegeerde handelingen bepalingen vast die het gebruik van inschrijvingen voorschrijven voor alle verrichtingen in verband met de uitvoering van de voedselverstrekkingsprogramma's, alsook bepalingen inzake de zekerheden die inschrijvers moeten stellen, en bepalingen inzake sancties, kortingen en uitsluitingen die de lidstaten moeten toepassen, met name bij niet-naleving van de termijnen voor de uitslag van producten uit interventievoorraden en bij ernstige gebreken of onregelmatigheden bij de uitvoering van het jaarplan.

Artikel 27 ter Eenvormige uitvoering van de regeling voor voedselverstrekking

1. De Commissie stelt middels uitvoeringshandelingen bepalingen vast voor de uniforme uitvoering van het jaarplan en de nationale voedselverstrekkingsprogramma's als bedoeld in artikel 27. Deze handelingen betreffen:

a) nadere voorschriften en procedures voor de vaststelling en de herziening van de jaarplannen, met inbegrip van de toepasselijke termijnen;

b) de vaststelling van de jaarplannen en de herziening daarvan;

c) bepalingen over aanvullende onderdelen die moeten worden opgenomen in de jaarplannen, regels voor de levering van levensmiddelen, alsook procedures en termijnen voor de uitslag van interventieproducten en overdrachten tussen lidstaten;

d) bepalingen over het format van de jaarlijkse uitvoeringsverslagen en dat van de nationale voedselverstrekkingsprogramma's;

e) nadere voorschriften voor de vergoeding van de in artikel 27, lid 7, tweede alinea, bedoelde kosten, met inbegrip van financiële plafonds en termijnen;

f) eenvormige voorwaarden voor de inschrijvingen, met inbegrip van voorwaarden met betrekking tot de levensmiddelen en de levering ervan;

g) bepalingen inzake de door de lidstaten te verrichten administratieve en fysieke controles;

h) eenvormige bepalingen inzake betalingsprocedures, termijnen en kortingen bij niet-naleving, boekhoudkundige bepalingen en procedures voor overdrachten tussen lidstaten, met inbegrip van de taakomschrijving van de betrokken nationale interventiebureaus;

i) eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van artikel 27, lid 9."

39. Aan artikel 184 wordt het volgende punt 9 toegevoegd:

"9) uiterlijk op 31 december 2014 aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de toepassing van de bij artikel 27 ingestelde regeling voor voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de Unie, eventueel vergezeld van passende voorstellen.".

40. In deel VII, hoofdstuk I, worden de volgende artikelen 196 bis en 196 ter toegevoegd:

"Artikel 196 bis Gedelegeerde handelingen

1. De bevoegdheid tot vaststelling van de in deze verordening bedoelde gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd.

Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

2. De in lid 1 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken.

De instelling die een interne procedure over een besluit tot intrekking van de bevoegdheidsdelegatie is begonnen, streeft ernaar de andere instelling en de Commissie binnen een redelijke termijn voordat het definitieve besluit wordt genomen, hiervan op de hoogte te brengen onder vermelding van de gedelegeerde bevoegdheden die mogelijk worden ingetrokken en de eventuele redenen daarvoor.

Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit treedt onmiddellijk in werking of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. Het wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie .

3. Het Europees Parlement en de Raad kunnen binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving bezwaar maken tegen de gedelegeerde handeling. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze periode met een maand worden verlengd.

Indien bij het verstrijken van deze termijn het Europees Parlement noch de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, wordt deze bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treedt zij in werking op de daarin vermelde datum.

Indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie heeft meegedeeld voornemens te zijn om geen bezwaar te maken, kan de gedelegeerde handeling voor het verstrijken van de termijn worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en in werking treden.

Indien het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt tegen een gedelegeerde handeling, treedt deze niet in werking. De instelling die bezwaar maakt tegen de gedelegeerde handeling, vermeldt de redenen daarvoor.

Artikel 196 ter Uitvoeringshandelingen

1. Voor de goedkeuring door de Commissie van de in deze verordening bedoelde uitvoeringshandelingen geldt de procedure van artikel [X] van Verordening (EU) nr. [XXX/XXXX] van het Europees Parlement en de Raad.

2. De Commissie wordt bijgestaan door het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, dat is ingesteld bij artikel 195 van Verordening (EG) nr. 1234/2007."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te […]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM | Fichefin/478963herz.2 (FB/nh) 6.5.2011.1 |

DATUM: 27/9/2011 |

1. | BEGROTINGSONDERDEEL: 05 02 04 01 | KREDIETEN: 500 miljoen euro in B-2011 500 miljoen euro in OB-2012 |

2. | TITEL: Gewijzigd voorstel voor een Verordening (EU) nr. …/… van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat de verstrekking van levensmiddelen aan de meest hulpbehoevenden in de Unie betreft |

3. | RECHTSGRONDSLAG: Artikel 42, artikel 43, lid 2, en artikel 175, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. |

4. | DOELSTELLINGEN: De voorgestelde bepalingen hebben tot doel uitvoering te geven aan de nieuwe bepalingen van de regeling voor voedselverstrekking aan de meest hulpbehoevenden in de Unie. |

5. | FINANCIËLE GEVOLGEN | PERIODE VAN 12 MAANDEN (miljoen EUR) | HUIDIG BEGROTINGSJAAR (miljoen EUR) | VOLGEND BEGROTINGSJAAR (miljoen EUR) |

5.0 | UITGAVEN - TEN LASTE VAN DE EU-BEGROTING (RESTITUTIES/INTERVENTIES) - NATIONALE AUTORITEITEN - ANDERE | 500 | - | - |

5.1 | ONTVANGSTEN - EIGEN MIDDELEN VAN DE EU (HEFFINGEN/DOUANERECHTEN) - OP NATIONAAL VLAK | - | - | - |

2010 | 2011 | 2012 | 2013 |

5.0.1 | RAMING VAN DE UITGAVEN | 500 | 500 |

5.1.1 | RAMING VAN DE ONTVANGSTEN | - | - | - | - |

5.2 | BEREKENINGSMETHODE: - |

6.0 | IS FINANCIERING MOGELIJK UIT KREDIETEN DIE IN HET DESBETREFFENDE HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING ZIJN OPGEVOERD? | JA NEEN |

6.1 | IS FINANCIERING MOGELIJK DOOR OVERSCHRIJVING VAN EEN HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING NAAR EEN ANDER? | JA NEEN |

6.2 | IS EEN AANVULLENDE BEGROTING NODIG? | JA NEEN |

6.3 | MOETEN OP DE VOLGENDE BEGROTINGEN KREDIETEN WORDEN OPGEVOERD? | JA NEEN |

OPMERKINGEN: Dit voorstel omvat een jaarlijks begrotingsplafond van 500 miljoen euro. |

[1] PB C […] van […], blz.. […].

[2] XX

[3] PB C […] van […], blz.. […].

[4] PB L 352 van 15.12.1987, blz. 1.

[5] PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

[6] PB C 293 E van 2.12.2006, blz. 170.

[7] PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.