52011PC0550

ADVIES VAN DE COMMISSIEKrachtens artikel 294, lid 7, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,over de amendementen van het Europees Parlementop het standpunt van de Raad over het voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAADtot wijziging van Richtlijn 199/62/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen /* COM/2011/0550 definitief - 2008/0147 (COD) */


2008/0147 (COD)

ADVIES VAN DE COMMISSIE Krachtens artikel 294, lid 7, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, over de amendementen van het Europees Parlement op het standpunt van de Raad over het voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 199/62/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen

1.           Inleiding

In artikel 294, lid 7, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is bepaald dat de Commissie een advies moet uitbrengen over de amendementen die in tweede lezing zijn voorgesteld door het Europees Parlement. Hieronder wordt het advies van de Commissie over de drie door het Parlement voorgestelde amendementen uiteengezet.

2.           Achtergrond

Toezending van het voorstel aan het Europees Parlement en de Raad[1] || 8/7/2008

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité || 16/12/2009

Advies van het Europees Parlement in eerste lezing || 11/3/2009

Standpunt van de Raad in eerste lezing (gekwalificeerde meerderheid) || 15/2/2011

Advies van het Europees Parlement in tweede lezing || 7/6/2011

3.           Doel van het voorstel van de Commissie

In Richtlijn 1999/62/EG zijn de maximumtarieven vastgesteld die lidstaten mogen doorrekenen aan zware vrachtvoertuigen voor het gebruik van vervoersinfrastructuur. Externe kosten, zoals luchtvervuiling en geluidshinder, mogen echter niet worden verrekend in deze tarieven. In het voorstel van de Commissie wordt dit wel toegestaan; als dit voorstel wordt aangenomen, zal het leiden tot efficiënter en schoner vrachtvervoer. Van de overige voorgestelde wijzigingen is de belangrijkste dat de lidstaten meer variatie mogen inbouwen in de toltarieven, zodat het gebruik van de wegen buiten de spitsuren wordt bevorderd en, uiteindelijk, de congestie wordt verminderd. Tot slot moeten de extra inkomsten uit het doorrekenen van externe kosten worden gebruikt voor de financiering van projecten om het vervoer duurzaam te maken.

4.           Advies van de Commissie over de amendementen van het Europees Parlement

De commissie Vervoer en toerisme heeft op 12 april 2011 een aanbeveling met 35 amendementen op het standpunt van de Raad in eerste lezing goedgekeurd. Overeenkomstig artikel 294 van het VWEU en de gemeenschappelijke verklaring over de wijze van uitvoering van de medebeslissingsprocedure[2] hebben informele contacten plaatsgevonden tussen de Raad, het Europees Parlement en de Commissie, om in tweede lezing een akkoord te kunnen bereiken over dit dossier. Na deze contacten heeft de commissie Vervoer en toerisme drie compromisamendementen ingediend, die op 7 juni 2011 door de plenaire vergadering zijn goedgekeurd. De Europese Commissie onderschrijft deze amendementen.

4.1.        Door de Commissie aanvaarde amendementen

De Commissie heeft het standpunt van de Raad in eerste lezing reeds onderschreven (zie de mededeling van de Commissie over het standpunt van de Raad[3]). De belangrijkste wijzigingen in de amendementen van het Europees Parlement ten opzichte van het standpunt van de Raad zijn:

– een verduidelijking van het mechanisme van de Raad om infrastructuurheffingen te laten variëren op piektijden, door bepalingen toe te voegen om de inkomstenneutraliteit te garanderen en de transparantie te verbeteren. Het gewijzigde mechanisme vormt een nieuw instrument waarmee de lidstaten de congestie op piektijden kunnen beheren zonder buitensporige lasten op te leggen aan de sector van het wegvervoer;

– de invoeging van een bepaling inzake het gebruik van inkomsten in de vervoerssector. Deze bepaling moedigt de lidstaten aan om tolinkomsten te investeren in projecten die het vervoer duurzamer maken. De bepaling wordt geacht te zijn toegepast wanneer 15% van de inkomsten wordt gebruikt voor het trans-Europese vervoersnet. De lidstaten moeten verslag uitbrengen over de verkregen inkomsten en de investeringen in de vervoerssector. Dit compromis is minder ambitieus dan het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, maar betekent toch een duidelijke stap voorwaarts wat de verbetering van de transparantie bij het gebruik van tolinkomsten betreft en moedigt ook nieuwe investeringen in de vervoerssector aan;

– de toestemming om in bergachtige gebieden naast de bestaande tariefverhoging de nieuwe heffing voor externe kosten voor voertuigen van de klassen Euro 0, I en II toe te passen en voor voertuigen van de klasse Euro III vanaf 2015. Er is ook een "mini-vastlegging" van de inkomsten uit deze combinatie van heffingen gepland. Deze bepaling zal ertoe bijdragen dat de invoering van schonere voertuigen wordt versneld en dat extra inkomsten worden verkregen voor de uitbouw van alternatieven voor het wegvervoer;

– de invoeging van een "rendez-vousclausule", gebaseerd op de verslagen van de Commissie die respectievelijk 12 en 48 maanden na de inwerkingtreding van de richtlijn moesten worden opgesteld, en voor zover van toepassing op basis van een wetgevingsvoorstel van de Commissie. De inhoud van de verslagen is afgestemd op het recente witboek Vervoer.

Het standpunt van de Raad verplicht de lidstaten niet om een concordantietabel aan de Commissie over te maken, ondanks de houding die het Europees Parlement over het algemeen aanneemt in deze kwestie.

Het Hongaarse voorzitterschap heeft, met de steun van het aanstaande Poolse, Deense en Cypriotische voorzitterschap, echter een verklaring afgelegd waarin wordt bevestigd dat de vaststelling van deze richtlijn het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen inzake concordantietabellen (zie bijlage) onverlet laat.

Het Europees Parlement kon dus akkoord gaan met de Raad, maar met een verklaring (zie bijlage) waarin bepaald is dat de Commissie binnen twaalf maanden na de vaststelling van deze overeenkomst in plenaire zitting verslag moet uitbrengen aan het Parlement en aan het einde van de omzettingsperiode een verslag moet opstellen over de praktijken van de lidstaten om zelf tabellen op te stellen waarin, voor zover mogelijk, het verband tussen deze richtlijn en de omzettingsmaatregelen wordt weergegeven.

Tijdens de plenaire vergadering van 7 juni 2011 heeft de Commissie een verklaring afgelegd waarin zij onder meer bevestigt dat zij zich ertoe verbindt ervoor te zorgen dat de lidstaten concordantietabellen opstellen met het verband tussen de door hen vastgestelde omzettingsmaatregelen en de richtlijn, waarin zij bevestigt de door het Europees Parlement gevraagde informatie te zullen verstrekken en waarin zij benadrukt dat het standpunt dat zij in dit dossier inneemt niet als precedent mag worden beschouwd (zie tekst in bijlage).

5.           Conclusie

Overeenkomstig artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wijzigt de Commissie haar voorstel door de hierboven uiteengezette amendementen te onderschrijven.

Bijlage

Verklaring van het voorzitterschap

"De overeenkomst die bereikt is tussen de Raad en het Europees Parlement tijdens het tripartiet overleg van 23 mei 2011 over de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 1999/62/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (Eurovignet) laat het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen inzake concordantietabellen onverlet."

Verklaring van het Europees Parlement

"Het Europees Parlement betreurt dat de Raad niet bereid was de verplichte publicatie van concordantietabellen in het kader van het voorstel tot wijziging van Richtlijn 1999/62/EG te aanvaarden. De overeenkomst die bereikt is tussen het Europees Parlement en de Raad tijdens het tripartiet overleg van 23 mei 2011 over de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 1999/62/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (Eurovignet) laat het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen inzake concordantietabellen onverlet.

Het Europees Parlement roept de Europese Commissie op om binnen twaalf maanden na de vaststelling van deze overeenkomst in plenaire zitting verslag uit te brengen, om aan het einde van de omzettingsperiode een verslag op te stellen over de praktijken van de lidstaten om zelf tabellen op te stellen waarin, voor zover mogelijk, het verband tussen deze richtlijn en de omzettingsmaatregelen wordt weergegeven en om dit verslag openbaar te maken."

Verklaring van de Europese Commissie

"De Commissie herinnert aan haar verbintenis waarin zij stelde te zullen zorgen voor door de lidstaten opgestelde concordantietabellen waarin de door hen goedgekeurde omzettingsmaatregelen aan de EU-richtlijn worden gekoppeld en voor de mededeling van deze tabellen aan de Commissie in het kader van de omzetting van EU-wetgeving in het belang van de burgers en met het oog op een betere wetgeving en een grotere transparantie, en waarin zij ook stelde te zullen zorgen voor steun bij de beoordeling van de overeenstemming tussen de nationale voorschriften en de EU-voorschriften.

De Commissie betreurt het gebrek aan steun voor de bepaling in het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 1999/62/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (Eurovignet), die tot doel had de opstelling van een concordantietabel verplicht te stellen.

In een geest van compromis en teneinde de onmiddellijke goedkeuring van dat voorstel te verzekeren, kan de Commissie er zich in vinden dat de bepaling in de tekst die tot het opstellen van concordantietabellen verplicht, wordt vervangen door een overweging ter zake die de lidstaten aanmoedigt tot het opstellen van dergelijke tabellen. De Commissie zal binnen twaalf maanden na de vaststelling van deze overeenkomst in plenaire zitting verslag uitbrengen, zal aan het einde van de omzettingsperiode een verslag opstellen over de praktijken van de lidstaten om, voor zichzelf en in het belang van de Unie, hun eigen tabellen op te stellen waarin, voor zover mogelijk, het verband tussen deze richtlijn en de omzettingsmaatregelen wordt weergegeven, en zal dit verslag openbaar te maken.

Het standpunt dat door de Commissie in deze kwestie wordt ingenomen, mag evenwel niet als een precedent worden beschouwd. De Commissie zal zich verder inspannen om samen met het Europees Parlement en de Raad een passende oplossing te vinden voor deze horizontale institutionele kwestie."

[1]               COM(2008) 436 definitief – 2008/0147 COD.

[2]               PB C 145 van 30.6.2007, blz. 5.

[3]               COM(2011) 69 definitief.