Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad wat terugvorderbare steun en financiële instrumentering betreft /* COM/2011/0483 definitief - 2011/0210 (COD) */
TOELICHTING 1. achtergrond
van het voorstel · Motivering en doel van het voorstel In artikel 28, lid 3, van Verordening (EG) nr.
1260/1999 van de Raad worden de verschillende vormen van steun aangegeven die
via de bijdragen van de structuurfondsen kunnen worden verleend, namelijk
"niet-terugvorderbare directe steun […], maar ook andere vormen, met name
terugvorderbare steun, rentesubsidie, garantie, participatie, participatie in
het risicodragend kapitaal of een andere financieringsvorm". Verordening
(EG) nr. 448/2004 van de Commisie stelde als algemene subsidiabiliteitsregel
dat de uitgaven daadwerkelijk moeten zijn verricht door de eindbegunstigen en
worden gestaafd met vereffende facturen of met boekingsstukken met
vergelijkbare bewijskracht (regel nr. 1) en stelde verdere specifieke
subsidiabiliteitsregels vast betreffende bijdragen uit de structuurfondsen voor
risicokapitaal- en leningsfondsen (regel nr. 8) en garantiefondsen (regel nr.
9) en bepaalde ook dat stortingen in dergelijke fondsen als daadwerkelijk
verrichte subsidiabele uitgaven worden behandeld (regel nr. 1, punt 1.3). De
lidstaten hebben tijdens de programmeringsperiode 2000-2006 voor de
structuurfondsen deze vormen van steun ingesteld door de oprichting van
specifieke fondsen overeenkomstig de regels 8 en 9 en via terugvorderbare steun
die door middel van andere instrumenten wordt verleend. Ten minste in één
lidstaat heeft een onafhankelijke evaluatie deze instrumenten als goede
praktijk aanbevolen. Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad
verstrekt daarentegen geen definitie van terugvorderbare of
niet-terugvorderbare steun. De verordening bevat in artikel 44 bepalingen voor
"financiële instrumentering". Deze bepalingen zijn in de huidige
programmeringsperiode vrij restrictief, aangezien zij financiering mogelijk
maken van uitgaven voor een concrete actie, bestaande uit bijdragen ter
ondersteuning van a) financiële instrumentering voor ondernemingen, b) fondsen
voor stedelijke ontwikkeling en c) fondsen of andere stimuleringsregelingen voor
energie-efficiëntie en gebruik van hernieuwbare energie in gebouwen. Strikt
genomen - en onverminderd de bepalingen van artikel 11 van Verordening (EG) nr.
1081/2006 van de Raad dat reeds bepaalt dat de steun de vorm kan aannemen van
een terugbetaalbare subsidie – lijkt terugvorderbare steun bijgevolg niet onder
de toepasselijke verordening te vallen. De lidstaten zijn gebruik blijven maken van
terugvorderbare vormen van steun op grond van de positieve ervaring in de
afgelopen programmeringsperiode 2000-2006 en sommige hebben ook beschrijvingen
van deze systemen opgenomen in hun programmeringsdocumenten 2007-2013, die door
de Commissie werden goedgekeurd. Verder is in sommige lidstaten in de huidige
programmeringsperiode ook opnieuw begonnen met de toepassing van dergelijke
regelingen. Het is daarom nodig dat een algemene definitie van
terugvorderbare steun in Verordening (EG) nr. 1083/2006 wordt opgenomen en dat
verder wordt bepaald dat terugbetaalde steun op een afzonderlijke rekening
wordt geplaatst en opnieuw wordt gebruikt voor hetzelfde doel of in lijn met de
doelstellingen van het programma. De "terugvorderbare steun", als
omschreven, bestrijkt terugbetaalbare subsidies (d.w.z. subsidies die geheel of
gedeeltelijk kunnen worden terugbetaald zonder rente) en kredietlijnen die
worden beheerd door de beheersautoriteit via intermediairs (die publieke
financiële instellingen zijn). Wat de financiële instrumentering betreft, d.w.z.
onder artikel 44 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 vallende instrumenten, zijn
de regels inzake grote projecten, inkomstengenererende projecten en duur van de
acties volgens de huidige interpretatiepraktijk van de Commissie niet van
toepassing. Rekening houdend met deze praktijk is het om redenen van
rechtszekerheid wenselijk dat in een passende wetstekst wordt verduidelijkt dat
de bepalingen inzake grote projecten, inkomstengenererende projecten en duur
van de concrete acties (artikelen 39, 55 en 57 van Verordening (EG) nr.
1083/2006 van de Raad) niet van toepassing zijn op onder artikel 44 vallende
concrete acties. In het geval van financiële instrumentering uit hoofde van
artikel 44 wordt de concrete actie immers gevormd door een financiële bijdrage
in het financiële instrument en door de latere steun die door de financiële instrumenten
aan de eindontvangers wordt verleend. Dit geschiedt via terugvorderbare steun
en de desbetreffende middelen die terugvloeien naar concrete acties moeten
opnieuw worden gebruikt overeenkomstig de specifieke regels van artikel 78, lid
7, van Verordening (EG) nr. 1083/2006. Een en ander heeft tot gevolg dat de
toepassing van de artikelen 39, 55 en 57 nodig noch gerechtvaardigd is ten
aanzien van concrete acties uit hoofde van artikel 44. Aangezien ervoor moet worden gezorgd dat de door
de operationele programma's voor financiële instrumenten beschikbaar gestelde
middelen tijdig worden besteed (voor subsidiabele uitgaven) en dat de
implementatie van de uit hoofde van artikel 44 opgerichte financiële
instrumenten door zowel de lidstaten als de Commissie op passende wijze wordt
gemonitord, is het nodig dat het volgende wordt ingevoerd: i) een wettelijke
verplichting voor financiële instrumenten om overeenkomstig artikel 78, lid 6,
onder a) tot en met e), van Verordening (EG) nr. 1083/2006 de door de beheersautoriteiten
betaalde financiële bijdrage bij het oprichten van of het bijdragen in
dergelijke fondsen binnen een termijn van twee jaar te besteden (als dit niet
het geval is, zullen de latere uitgavendeclaraties dienovereenkomstig worden
gecorrigeerd door aftrek van de niet-bestede bedragen); ii) een wettelijke
bepaling in verband met de monitoring van de implementatie, onder meer om de
lidstaten in staat te stellen om op passende wijze aan de Commissie te
rapporteren over het soort opgerichte instrumenten en de door dergelijke
instumenten in het veld ondernomen relevante acties. ·
Algemene context In de programmeringsperiode 2007-2013 zijn nieuwe
vormen van financiering voor steun ontwikkeld, waarbij is overgeschakeld van
traditionele financiering op basis van subsidies naar roulerende vormen van
financiering. Deze nieuwe financiële instrumenten worden beschouwd als
katalysatoren van publieke en particuliere middelen om de investeringsniveaus
te bereiken die nodig zijn om de EU 2020-strategie uit te voeren. Wat de reikwijdte betreft, worden thans roulerende
financieringsvormen gebruikt voor een groter aantal activiteiten dan financiële
instrumentering. Een wijziging van de verordening is nodig om steun op te nemen
voor concrete acties waarvoor de financiële steun volgens plan wordt
terugbetaald en die niet de kenmerken hebben en buiten de mechanismen vallen
van financiële instrumenten, als omschreven in artikel 44 van Verordening (EG)
nr. 1083/2006. Dit omvat terugbetaalbare subsidies en kredietlijnen die rechtstreeks
worden beheerd door de beheersautoriteit of intermediairs. Gezien het toenemende gebruik van financiële
instrumenten uit hoofde van artikel 44 in het veld en de beperkte informatie
over dergelijke instrumenten waarover de Commissie tot nu toe beschikt, is
tegelijkertijd een wijziging van de verordening nodig om ervoor te zorgen dat
zowel de lidstaten als de Commissie deze vormen van terugvorderbare steun naar
behoren monitoren en aan de Commissie rapporteren. Dit zal de Commissie
tegelijkertijd een nuttig instrument voor de algemene beoordeling van de
prestaties van deze vormen van steun verschaffen. ·
Bestaande bepalingen op het door het voorstel
bestreken gebied Artikel 44 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van
de Raad omschrijft de vormen die financiële instrumenten in de huidige
programmeringsperiode kunnen aannemen, alsook het toepassingsgebied daarvan:
ondersteuning van de toegang van mkb's tot financiering, stadsvernieuwing en
energie-efficiëntie. Speciale bepalingen voor de terugbetaling van uitgaven die
door de lidstaten of beheersautoriteiten zijn betaald en op bijdragen aan
dergelijke instumenten zijn gebaseerd, zijn vervat in artikel 78, lid 6, van
voornoemde verordening. Artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1081/2006
geeft de vorm van steun aan die door het ESF wordt verstrekt:
niet-terugvorderbare individuele of globale subsidies, terugvorderbare
subsidies, rentesubsidies, microkredieten, garantiefondsen en de aankoop van
goederen en diensten overeenkomstig de voorschriften inzake overheidsopdrachten.
·
Samenhang met andere beleidsgebieden en
doelstellingen van de EU Niet van toepassing. 2. Raadpleging van
belanghebbende partijen en effectbeoordeling ·
Raadpleging van belanghebbende partijen De Europese Rekenkamer heeft de kwestie van de
niet onder artikel 44 vallende terugvorderbare steun aangekaart in haar audits
van de EFRO-acties, die hebben geleid tot dit voorstel tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad. De voorgestelde wijziging is
opgesteld nadat de situatie in het veld in de lidstaten grondig in kaart was
gebracht en is vervolgens met de lidstaten besproken in het kader van de
COCOF-vergaderingen. Op grond van de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer
met betrekking tot de monitoring van financiële instrumenten omvat het huidige
voorstel verder afzonderlijke bepalingen over de tijdige en doeltreffende
besteding van de middelen en over de rapportage inzake de financiële
instrumenten uit hoofde van artikel 44. ·
Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid Er behoefde geen beroep te worden gedaan op
externe deskundigheid. ·
Effectbeoordeling Dit voorstel zal het gebruik van terugvorderbare
vormen van steun op projectniveau, een gangbare praktijk in de
programmeringsperiode 2000-2006, verduidelijken en zal het gebruik van de
structuurfondsen een verdere stimulans en een grotere hefboomfunctie geven. De verduidelijking van de regels voor het
cohesiebeleid verstrekt de lidstaten de zekerheid dat de op terugvorderbare
vormen van steun gebaseerde regelingen die met succes in de afgelopen
programmeringsperiode zijn gebruikt, kunnen worden voortgezet en uitgebouwd.
Zij zal ook een positief effect hebben op het tempo van de uitvoering van het
programma, met name doordat zij de nationale, regionale en lokale autoriteiten
een mogelijkheid biedt om fondsen opnieuw voor hetzelfde doel te gebruiken. De nieuwe verplichting met betrekking tot de
tijdige besteding van de middelen (binnen twee jaar na storting in het fonds)
en de rapportage over de financiële instrumenten zal de Commissie een nuttig
instrument verschaffen voor de monitoring en de algemene evaluatie van de
prestaties van deze vormen van steun. Het voorstel beoogt duidelijkheid te verschaffen
over de wettelijkheid van een bestaande wettelijke praktijk; het voornaamste
verwachte resultaat is bijgevolg de vermindering van het wettelijke risico. Het
voorstel zal slechts beperkte praktische gevolgen hebben, die verband houden
met de rapportageverplichting over reeds bestaande financiële instrumenten. Er
wordt geen nieuw budget gevraagd. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL ·
Samenvatting van de voorgestelde maatregelen De voorgestelde wijziging bouwt voort op de
ruimere werkingssfeer van verschillende vormen van steun, als gespecificeerd in
artikel 28, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad, en brengt de
nodige aanvullingen of aanpassingen aan in het huidige regelgevende kader,
zoals hieronder gedetailleerd wordt beschreven. Het voorgestelde nieuwe punt 8 van artikel 2
voorziet in een definitie van een terugbetaalbare subsidie als een directe
financiële bijdrage door middel van een donatie die geheel of gedeeltelijk kan
worden terugbetaald zonder rente. Het voorgestelde nieuwe deel 3 bis onder titel
III, hoofdstuk II, voert bepalingen over "terugvorderbare steun" in. Het
nieuwe artikel 43 bis stelt vast dat de structuurfondsen uitgaven ten aanzien
van een concrete actie kunnen financieren, die bijdragen ter ondersteuning van
terugvorderbare steun omvatten. Deze bepaling heeft betrekking op
terugbetaalbare subsidies en kredietlijnen die door de beheersautoriteit worden
beheerd via intermediairs die "in-house" publieke financiële
instellingen zijn. Voor de duidelijkheid blijft het mechanisme voor de
declaratie van uitgaven en de terugbetaling van dergelijke terugvorderbare
steun hetzelfde als voor niet-terugvorderbare steun (d.w.z. voor schenkingen),
aangezien het gebaseerd is op vereffende facturen of boekingsstukken met
vergelijkbare bewijskracht (overeenkomstig artikel 78, leden 1 tot en met 5,
van Verordening (EG) nr. 1083/2006). Bovendien verduidelijkt het nieuwe artikel 43 ter
dat de terugbetaalde steun aan het orgaan dat de steun verleent of aan een
andere bevoegde publieke autoriteit van de lidstaat op een afzonderlijke
rekening moet worden geplaatst en opnieuw moet worden gebruikt voor hetzelfde
doel of in lijn met de doelstellingen van het operationele programma. Het voorgestelde nieuw artikel 44 bis beoogt te
verduidelijken dat de bepalingen betreffende grote projecten (artikel 39),
inkomstengenererende projecten (artikel 55) en de duur van de concrete acties
(artikel 57) in beginsel niet van toepassing zijn op financiële instrumenten
uit hoofde van artikel 44, aangezien deze regels eerder voor andere vormen van
steun zijn opgesteld. In dezelfde context wordt een nieuw artikel 67 bis
met betrekking tot de rapportage over financiële instrumenten uit hoofde van
artikel 44 ingevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de noodzaak van een
passende monitoring door zowel de lidstaten als de Commissie van de implementatie
van de financiële instrumenten, onder meer om de lidstaten in staat te stellen
passende informatie aan de Commissie te verstrekken over het soort opgerichte
instrumenten en de door deze instrumenten in het veld ondernomen relevante
acties. In dezelfde context beoogt de voorgestelde nieuwe
alinea in artikel 78, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 de invoering
van een wettelijke verplichting om ervoor te zorgen dat de door de
beheersautoriteiten betaalde financiële bijdrage voor het oprichten van of het
bijdragen in financiële instrumenten wordt besteed voor subsidiabele uitgaven
binnen een termijn van twee jaar na storting in het fonds. Als dit niet het
geval is, moet de latere uitgavenstaat dienovereenkomstig worden gecorrigeerd
door aftrek van de niet-bestede bedragen. Een en ander om te vermijden dat geld
in dergelijke fondsen geparkeerd blijft en voor langere perioden niet wordt
besteed. Het voorgestelde nieuwe artikel 78 bis voegt een
algemene bepaling over de voorschriften voor de uitgavenstaat in. Onder
verwijzing naar artikel 61, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002
van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing
op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen stelt het de Commissie
in staat om rekeningen op te stellen die een getrouw beeld geven van het
vermogen van de Gemeenschappen en de uitvoering van de begroting. ·
Rechtsgrondslag Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11
juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale
Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking
van Verordening (EG) nr. 1260/1999 stelt gemeenschappelijke voorschriften voor
de drie fondsen vast. Op grond van het beginsel van het gedeelde beheer tussen
de Commissie en de lidstaten omvat deze verordening bepalingen voor het
programmeringsproces, alsook regelingen voor het programmabeheer, inclusief het
financiële beheer, de monitoring, de financiële controle en de evaluatie van de
projecten. ·
Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel voldoet aan het
subsidiariteitsbeginsel doordat het tracht op het niveau van de Europese Unie
rechtszekerheid te bieden in verband met de vraag of door de lidstaten via de
structuurfondsen verleende steun aan op terugvorderbare vormen van steun
gebaseerde regelingen die rechtmatig in de voorgaande programmeringsperiode
zijn geïmplementeerd en/of in de huidige periode zijn gestart maar niet de
kenmerken van financiële instrumenten hebben, toegestaan wordt en rechtmatig is
in het kader van de verordeningen inzake de structuurfondsen. In deze context
is het ook nodig dat op het niveau van de Europese Unie wordt vastgesteld hoe
de terugbetaalde steun voor dit soort regelingen die niet de kenmerken van
financiële instrumenten hebben, wordt behandeld. Bovendien worden verplichtingen met betrekking tot
de tijdige besteding (binnen twee jaar na de storting in het fonds) en de
rapportage over financiële instrumentering uit hoofde van artikel 44 ingevoerd
om de lidstaten in staat te stellen om de instrumenten snel te implementeren en
de Commissie passende informatie te verstrekken over het soort opgerichte
instrumenten en de door deze instrumenten in het veld ondernomen relevante
acties. Dit zal de Commissie tegelijkertijd een nuttig instrument voor de
algemene beoordeling van de algemene prestaties van deze vormen van steun
verschaffen. ·
Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is in overeenstemming met het
evenredigheidsbeginsel: Het huidige voorstel is inderdaad evenredig,
aangezien het niet verder gaat dan de minimaal vereiste regels om de lidstaten
de nodige rechtszekerheid te bieden over de vraag of regelingen die zijn
gebaseerd op door de structuurfondsen ondersteunde terugvorderbare steun maar
die niet de kenmerken van financiële instrumenten hebben, in de huidige
programmeringsperiode worden toegestaan. Om de lidstaten in staat te stellen
gedurende de gehele programmeringsperiode van de verduidelijkingen te
profiteren, is het nodig dat deze met terugwerkende kracht worden toegepast. Een verplichting om de financiële bijdrage van de
beheersautoriteiten voor de oprichting van financiële instrumenten te besteden
binnen twee jaar na de storting van die bijdrage in het fonds (als dit niet het
geval is, moet de latere uitgavenstaat dienovereenkomstig worden gecorrigeerd
door aftrek van de niet-bestede bedragen) en enkele rapportageverplichtingen
worden alleen voor financiële instrumenten (in tegenstelling tot
terugvorderbare steun die niet de kenmerken van artikel 44 heeft, worden zij
geïmplementeerd door middel van "fondsen") vastgesteld om te voorzien
in de noodzakelijke minimale stroom van informatie van de lidstaten naar de
Commissie wat betreft de tijdige en correcte implementatie in het veld van
financiële instrumenten. Bovendien worden de verplichting tot tijdige besteding
en de verdere rapportageverplichtingen niet met terugwerkende kracht toegepast.
·
Keuze van instrumenten Voorgesteld instrument: verordening. Andere instrumenten zouden om de volgende redenen
ongeschikt zijn: De Commissie heeft de speelruimte onderzocht die
door het wettelijke kader wordt geboden om te verklaren dat de gevestigde
praktijk van direct door intermediairs of beheersautoriteiten beheerde concrete
acties die niet de kenmerken van financiële instrumenten hebben, compatibel is
met de bestaande verordening inzake de structuurfondsen. Na diepgaand intern
overleg is echter gebleken dat om elke dubbelzinnigheid te vermijden een
wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 in dit opzicht vereist is. Het
doel van deze herzieningen is het verder vergemakkelijken van de inzet van
middelen van de Unie voor verschillende projecten die buiten de werkingssfeer
van artikel 44 vallen, waardoor het aantal projecten die steun uit de
structuurfondsen ontvangen, wordt vergroot. De op grond van de bepalingen van
artikel 44 van deze verordening opgezette instrumenten konden niet worden
opgericht voor deze niet-standaardacties, aangezien artikel 44 zich beperkt tot
fondsen die investeringen doen ten behoeve van mkb's, stadsvernieuwing en energie-efficiëntie. Momenteel bestaat geen wettelijke verplichting om
de financiële bijdrage van de beheersautoriteiten in financiële instrumenten te
besteden binnen een bepaalde termijn tijdens de duur van het programma,
aangezien de "netting" van die bijdrage (in termen van verificatie
van "subsidiabele uitgaven") pas bij de sluiting van het operationele
programma plaatsvindt. Bovendien is de monitoring van en de rapportage over
financiële instrumenten door de lidstaten pas onlangs op vrijwillige basis
ingevoerd. Dit is niet voldoende om de Commissie in staat te stellen zich een
totaalbeeld te vormen van de implementatie van deze terugvorderbare vormen van
steun in het veld. Bovendien heeft de Europese Rekenkamer de Commissie
aanbevolen om een passende controle van de daadwerkelijke besteding van de voor
financiële instrumenten uitgetrokken middelen alsook een passende monitoring
van de uitvoering van haar acties uit te voeren. Gezien het bovenstaande omvat
het huidige voorstel afzonderlijke bepalingen over i) de tijdige besteding van
de financiële bijdrage in financiële instrumenten uit hoofde van artikel 44
(als dit niet het geval is, moet de latere uitgavenstaat dienovereenkomstig
worden gecorrigeerd door aftrek van de niet-bestede bedragen) en ii) de rapportage
over financiële instrumenten uit hoofde van artikel 44. 4. Gevolgen voor de begroting Er is geen effect op de vastleggingskredieten,
aangezien geen wijziging wordt voorgesteld van de maximumbedragen voor
financiering uit de structuurfondsen, als vastgesteld in de operationele
programma's voor de programmeringsperiode 2007-2013. De Commissie is van mening dat de voorgestelde
maatregel de implementatie kan verbeteren door de aan de lidstaten geboden
grotere rechtszekerheid. 2011/0210 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr.
1083/2006 van de Raad wat terugvorderbare steun en financiële instrumentering
betreft HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 177, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[1], Gezien het advies van het Comité van de
Regio's[2], Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1)
De lidstaten hebben tijdens de
programmeringsperiode 2000-2006 positieve ervaringen opgedaan met regelingen
voor terugvorderbare steun op het niveau van concrete acties en hebben die
regelingen daarom voortgezet of zijn begonnen met de uitvoering van regelingen
voor terugvorderbare steun in de huidige programmeringsperiode 2007-2013.
Sommige lidstaten hebben ook beschrijvingen van die regelingen opgenomen in hun
programmeringsdocumenten, die door de Commissie zijn goedgekeurd. (2)
Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11
juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale
Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking
van Verordening (EG) nr. 1260/1999[3]
stelt financiële instrumenten met precieze gebieden en toepassingen vast. De
door de lidstaten toegepaste regelingen in de vorm van terugbetaalbare
subsidies en door de beheersautoriteiten via intermediairs beheerde
kredietlijnen worden echter niet op passende wijze behandeld door de bepalingen
inzake financiële instrumenten, noch door andere bepalingen van Verordening
(EG) nr. 1083/2006. Het is daarom nodig dat overeenkomstig artikel 11, lid 1,
van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5
juli 2006 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van
Verordening (EG) nr. 1784/1999[4],
dat reeds bepaalt dat de steun de vorm kan aannemen van terugbetaalbare
subsidies, in een nieuw deel van Verordening (EG) nr. 1083/2006 wordt bepaald
dat de structuurfondsen terugvorderbare steun mogen medefinancieren. Dat deel
moet betrekking hebben op terugbetaalbare subsidies en kredietlijnen die door
de beheersautoriteit worden beheerd via intermediairs die publieke financiële
instellingen zijn. (3)
Rekening houdend met het feit dat de via
terugvorderbare steun gebruikte financiële middelen geheel of gedeeltelijk door
de begunstigden worden terugbetaald, is het nodig dat passende bepalingen
worden ingevoerd voor het hergebruik van de terugbetaalde steun voor hetzelfde
doel of in lijn met de doelstellingen van het respectieve programma. (4)
Er moet worden verduidelijkt dat de bepalingen
inzake grote projecten, inkomstengenererende projecten en de duur van concrete
acties in beginsel niet mogen worden toegepast op financiële instrumenten,
aangezien die regels eerder bedoeld zijn voor andere soorten acties. (5)
Gezien de noodzaak van een passende monitoring door
zowel de lidstaten als de Commissie van de implementatie van de financiële
instrumenten, onder meer om de lidstaten in staat te stellen passende
informatie aan de Commissie te verstrekken over het soort opgerichte
instrumenten en de door deze instrumenten in het veld ondernomen relevante
acties, moet een bepaling inzake rapportage worden ingevoerd. Dit zou de
Commissie ook in staat stellen om de algemene prestaties van de financiële
instrumenten beter te beoordelen. (6)
Om ervoor te zorgen dat de financiële bijdrage die
door beheersautoriteiten voor financiële instrumenten is betaald en in een
uitgavenstaat is opgenomen, daadwerkelijk binnen een vastgestelde termijn wordt
besteed, moet voor financiële instrumenten de verplichting worden ingevoerd om
de bijdrage voor subsidiabele uitgaven te besteden binnen twee jaar na de datum
van de relevante gecertificeerde uitgavenstaat. De
latere uitgavenstaat moet dienovereenkomstig worden gecorrigeerd door aftrek
van de niet-bestede bedragen, als de bijdrage in kwestie niet binnen de
aangegeven periode is besteed. (7)
Om te zorgen voor de naleving van artikel 61, lid
2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het
Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese
Gemeenschappen[5]
moet worden bepaald dat de bij de Commissie in te dienen uitgavenstaat alle
informatie moet verschaffen die de Commissie nodig heeft om rekeningen op te
stellen die een getrouw beeld geven van het vermogen van de Unie en de
uitvoering van de begroting. (8)
De wijziging die is bedoeld om de wettelijkheid te
verduidelijken van de toepassing van een bestaande praktijk vanaf het begin van
de subsidiabiliteitsperiode, als vastgesteld bij Verordening (EG) nr.
1083/2006, moet met terugwerkende kracht gelden vanaf het begin van de huidige
programmeringsperiode 2007-2013. (9)
Verordening (EG) nr. 1083/2006 moet daarom
dienovereenkomstig worden gewijzigd, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 1083/2006 wordt als volgt
gewijzigd: 1) In artikel 2 wordt het volgende punt
8 toegevoegd: "8) "terugbetaalbare subsidie":
een directe financiële bijdrage door middel van een donatie die geheel of
gedeeltelijk terugbetaalbaar is zonder rente." 2) In hoofdstuk II van titel III wordt
het volgende deel 3 bis ingevoegd: "Deel 3 bis Terugvorderbare
steun Artikel 43 bis
Vormen
van terugvorderbare steun 1. Als onderdeel van een operationeel
programma kunnen de structuurfondsen terugvorderbare steun medefinancieren in
de vorm van terugbetaalbare subsidies of kredietlijnen die door de
beheersautoriteit worden beheerd via intermediairs die publieke financiële
instellingen zijn. 2. De uitgavenstaat betreffende
terugvorderbare steun wordt ingediend overeenkomstig artikel 78, leden 1 tot en
met 5. Artikel 43 ter
Hergebruik van
terugvorderbare steun De steun die is terugbetaald aan het orgaan dat de
steun heeft verleend of aan een andere bevoegde autoriteit van de lidstaat
wordt op een afzonderlijke rekening geplaatst en wordt opnieuw gebruikt voor
hetzelfde doel of in lijn met de doelstellingen van het operationele
programma." 3) Het volgende artikel 44 bis wordt
ingevoegd: "Artikel 44 bis
Niet-toepassing van bepaalde
bepalingen De artikelen 39, 55 en 57 zijn niet van toepassing
op onder artikel 44 vallende concrete acties." 4) Het volgende artikel 67 bis wordt
ingevoegd: "Artikel 67 bis
Verslagen over de
implementatie van financiële instrumenten 1. Uiterlijk 31 januari en 15 september van
elk jaar stuurt de beheersautoriteit naar de Commissie een specifiek verslag
over de concrete acties die bestaan uit financiële instrumenten voor de periode
tot en met 31 december respectievelijk 30 juni. 2. De in lid 1 bedoelde verslagen omvatten
voor elk financieel instrument de volgende informatie: a) bechrijving van het financiële instrument
en de implementatieregelingen; b) opgave van de entiteiten die het
financieel instrument implementeren, inclusief die welke optreden via
holdingfondsen, alsook een beschrijving van hun selectieproces; c) data van betaling en bedragen van de
steun uit de structuurfondsen en nationale medefinanciering die aan het
financieel instrument worden betaald; d) data en overeenkomstige bedragen,
opgenomen in de bij de Commissie ingediende uitgavenstaten en data en bedragen
die door de Commissie zijn terugbetaald; e) bedragen van de steun uit de
structuurfondsen en nationale medefinanciering die door het financieel
instrument zijn betaald." 5) In artikel 78, lid 6, wordt de
volgende alinea toegevoegd: "De financiële bijdrage in financiële instrumenten,
als omschreven in artikel 44, die is opgenomen in de uitgavenstaat en die niet
overeenkomstig de tweede alinea van dit lid als subsidiabele uitgave is
uitbetaald binnen twee jaar na de datum van de betrokken gecertificeerde
uitgavenstaat, wordt van de volgende gecertificeerde uitgavenstaat
afgetrokken." 6) Het volgende artikel 78 bis wordt
ingevoegd: "Artikel 78 bis
Voorschrift inzake de
verstrekking van informatie in de uitgavenstaat De bij de Commissie in te dienen uitgavenstaat
verstrekt alle informatie die de Commissie nodig heeft om de rekeningen op te
stellen overeenkomstig artikel 61, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1605/2002. Voor de vaststelling van de uniforme
toepassingsvoorwaarden van dit artikel wordt de Commissie gemachtigd tot vaststelling
van uivoeringshandelingen overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie." Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde
dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese
Unie. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari
2007. Artikel 1, leden 4, 5 en 6, is evenwel van
toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Wanneer de financiële bijdrage reeds is
opgenomen in een uitgavenstaat vóór de inwerkingtreding van deze verordening,
gaat voor de uitvoering van artikel 1, lid 5, de termijn van twee jaar in op de
datum van inwerkingtreding van deze verordening. Deze verordening is verbindend in al haar
onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM 1. BENAMING VAN HET VOORSTEL: Voorstel voor een VERORDENING (EU) Nr. …/2011 VAN
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr.
1083/2006 van de Raad wat terugvorderbare steun en financiële instrumentering
betreft. 2. ABM/ABB-KADER Betrokken beleidsterrein(en) en bijbehorende
activiteit(en): Regionaal beleid: ABB-activiteit 13.03 Werkgelegenheid en sociale zaken: ABB-activiteit
04.02 3. BEGROTINGSONDERDELEN 3.1. Begrotingsonderdelen
(operationele uitgaven en bijbehorende uitgaven voor technische en
administratieve bijstand (vroegere BA-onderdelen)): De voorgestelde nieuwe actie zal worden
uitgevoerd op basis van de volgende begrotingsonderdelen: · 13.031600 Convergentie (EFRO) · 13.031700 Vrede (EFRO) · 13.031800 Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid (EFRO) · 13.031900 Territoriale samenwerking (EFRO) · 04.0217 Convergentie (ESF) · 04.0219 Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid (ESF) 3.2. Duur van de actie en van de
financiële gevolgen: De voorgestelde maatregel kan de uitvoering
verbeteren, aangezien hij de lidstaten rechtszekerheid biedt inzake het gebruik
van alle vormen van terugvorderbare steun. Bovendien worden
voor de financiële instrumenten wettelijke verplichtingen ingevoerd om de door
de beheersautoriteiten betaalde financiële bijdrage bij het oprichten van of
het bijdragen in fondsen te besteden binnen een termijn van twee jaar; bovendien
worden rapportageverplichtingen voor financiële instrumenten vastgesteld om de
minimale noodzakelijke stroom van informatie uit de lidstaten aan de Commissie
te verstrekken wat betreft de implementatie van de financiële instrumenten in
het veld. Deze verplichtingen zijn niet met terugwerkende kracht van
toepassing. Er zijn geen financiële gevolgen voor de begroting van de Unie,
aangezien geen aanvullende middelen vereist zijn. 3.3. Begrotingskenmerken: Begrotingsonderdeel || Soort uitgaven || Nieuw || Bijdrage EVA || Bijdragen kandidaat-lidstaten || Rubriek financieel kader 13.031600 || Niet-verplichte uitgaven || Gespl. || NEE || NEE || NEE || Nr. 1b 13.031700 || Niet-verplichte uitgaven || Gespl. || NEE || NEE || NEE || Nr. 1b 13.031800 || Niet-verplichte uitgaven || Gespl. || NEE || NEE || NEE || Nr. 1b 13.031900 || Niet-verplichte uitgaven || Gespl. || NEE || NEE || NEE || Nr. 1b 04.0217 || Niet-verplichte uitgaven || Gespl. || NEE || NEE || NEE || Nr. 1b 04.0219 || Niet-verplichte uitgaven || Gespl. || NEE || NEE || NEE || Nr. 1b 4. OVERZICHT VAN DE MIDDELEN 4.1. Financiële middelen 4.1.1. Overzicht van de vastleggingskredieten
(VK) en betalingskredieten (BK) De volgende tabellen laten het verwachte
effect van de voorgestelde maatregelen in 2011 tot 2013 zien. in miljoen EUR (tot op 3 decimalen) Soort uitgaven || Punt nr. || || Jaar n || n + 1 || n + 2 || n + 3 || n + 4 || n + 5 en later || Totaal Operationele uitgaven[6] || || || || || || || || Vastleggingskredieten (VK) || 8.1 || a || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Betalingskredieten (BK) || || b || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag[7] || || || || Technische & administratieve bijstand (NGK) || 8.2.4 || c || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. TOTAAL REFERENTIEBEDRAG || || || || || || || Vastleggingskredieten || || a+c || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Betalingskredieten || || b+c || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || 0,000 Administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen[8] || || Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK) || 8.2.5 || d || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Andere niet in het referentiebedrag begrepen administratieve uitgaven (NGK) || 8.2.6 || e || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Totale
indicatieve kosten van de maatregel TOTAAL VK inclusief personeelsuitgaven || || a+c+d+e || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. TOTAAL BK inclusief personeelsuitgaven || || b+c+d+e || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Medefinanciering in miljoen EUR (tot op 3 decimalen) Medefinancieringsbron || || Jaar n || n + 1 || n + 2 || n + 3 || n + 4 || n + 5 en later || Totaal …………………… || f || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. TOTAAL VK inclusief medefinanciering || a+c+d+e+f || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. 4.1.2. Verenigbaarheid
met de financiële programmering x Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële
programmering. ¨ Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van
de financiële vooruitzichten. ¨ Het voorstel vergt wellicht de
toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord[9] (flexibiliteitsinstrument of
herziening van de financiële vooruitzichten). 4.1.3. Financiële gevolgen voor de
ontvangsten x Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten ¨ Het voorstel heeft de volgende financiële gevolgen voor de
ontvangsten: in miljoen EUR
(tot op 3 decimalen) || || Vóór de actie [Jaar n-1] || || Situatie na de actie Begrotingsonderdeel || Ontvangsten || || [Jaar n] || [n+1] || [n+2] || [n+3] || [n+4] || [n+5][10] || a) Ontvangsten in absolute bedragen || || || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. b) Verschil in ontvangsten || D || || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. (vermeld elk betrokken begrotingsonderdeel;
voeg extra rijen toe wanneer er gevolgen zijn voor meer dan een
begrotingsonderdeel.) 4.2. Personele
middelen in voltijdequivalenten (VTE; ambtenaren, tijdelijk en extern
personeel) – zie punt 8.2.1. Jaarlijkse behoeften || Jaar n || n + 1 || n + 2 || n + 3 || n + 4 || n + 5 en later Totale personele middelen in VTE || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. 5. KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN 5.1. Behoefte waarin op korte of
lange termijn moet worden voorzien Aangezien zij is
gekoppeld aan de door de begunstigden gedane daadwerkelijke uitgaven, zal de
terugbetaling van betalingsverzoeken, inclusief terugvorderbare vormen van
steun op het niveau van concrete acties, het effect van de steunverlening uit
de structuurfondsen in gesteunde gebieden en sectoren verlengen. 5.2. Meerwaarde van het
communautaire optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële
instrumenten en mogelijke synergie De voortzetting
van de goede praktijk van terugvorderbare vormen van steun op het niveau van de
projecten zal langdurige instrumenten creëren en het hergebruik van fondsen
mogelijk maken. 5.3. Doelstellingen, verwachte
resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in de context van het
ABM Een verdere verduidelijking van de regels
inzake het cohesiebeleid zal positieve effecten hebben op de uitvoering van de
programma's in het veld. Het gebruik van terugvorderbare vormen van steun wordt
verder aangemoedigd en leidt tot een groter hefboomeffect en tot duurzaamheid
van de steunverlening. 5.4. Wijze van uitvoering
(indicatief) Voor de uitvoering van de actie gekozen
methode(n). ·
met lidstaten 6. TOEZICHT EN EVALUATIE 6.1. Monitoringsysteem Niet nodig,
aangezien het onder de normale monitoring van de structuurfondsen valt. 6.2. Evaluatie 6.2.1. Evaluatie vooraf Gezien het feit dat dit voorstel het toestaan
van een gevestigde en verantwoorde praktijk beoogt en een correctie van een
nalatigheid in de huidige verordening is, is geen evaluatie vooraf uitgevoerd. 6.2.2. Naar aanleiding van een
tussentijdse evaluatie of evaluatie achteraf genomen maatregelen (ervaring die
bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan) Niet van toepassing 6.2.3. Vorm en frequentie van
toekomstige evaluaties Niet van
toepassing 7. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN niet van
toepassinG 8. MIDDELEN 8.1. Financiële kosten van de
doelstellingen van het voorstel Vastleggingskredieten, in miljoen EUR (tot op 3
decimalen) (Vermeld de doelstellingen, acties en outputs) || Soort output || Gem. kosten || Jaar n || Jaar n+1 || Jaar n+2 || Jaar n+3 || Jaar n+4 || Jaar n+5 en later || TOTAAL Aantal outputs || Totale kosten || Aantal outputs || Totale kosten || Aantal outputs || Totale kosten || Aantal outputs || Totale kosten || Aantal outputs || Totale kosten || Aantal outputs || Totale kosten || Aantal outputs || Totale kosten OPERATIONELE DOELSTELLING nr. 1 Ondersteuning van de uitvoering van de operationele programma's || || || || || || || || || || || || || || || || Actie 1 – 100%-medefinancieringspercentage || || || || 0,000 || || 0,000 || || || || || || || || || || 0,000 TOTALE KOSTEN || || || || 0,000 || || 0,000 || || || || || || || || || || 0,000 8.2. Administratieve uitgaven 8.2.1. Aantal en soort
personeelsleden Soort post || || Personeel dat zal worden ingezet voor het beheer van de actie onder gebruikmaking van bestaande en/of aanvullende middelen (aantal posten/VTE) || || Jaar n || Jaar n+1 || Jaar n+2 || Jaar n+3 || Jaar n+4 || Jaar n+5 Ambtenaren of tijdelijk personeel (XX 01 01) || A*/AD || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. B*, C*/AST || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Uit art. XX 01 04/05 gefinancierd ander personeel || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. TOTAAL || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. 8.2.2. Taken
die uit de actie voortvloeien Niet van toepassing 8.2.3. Herkomst van het (statutaire)
personeel (Wanneer meer dan een bron wordt vermeld,
geef dan het aantal posten per bron) ¨ Posten die momenteel zijn toegewezen aan het beheer van het te
vervangen of te verlengen programma ¨ Posten die al zijn toegewezen in het kader van de
JBS/VOB-procedure voor jaar n ¨ Posten waarom in het kader van de volgende JBS/VOB-procedure zal
worden gevraagd ¨ Bestaande posten binnen de beherende dienst die worden
heringedeeld (interne herindeling) ¨ Posten die voor jaar n nodig zijn maar die in het kader van de
JBS/VOB-procedure voor dat jaar nog niet zijn toegewezen 8.2.4. Andere administratieve
uitgaven binnen het referentiebedrag (XX 01 04/05 – Uitgaven voor
administratief beheer) in miljoen EUR (tot op 3 decimalen) Begrotingsonderdeel (nummer en omschrijving) || Jaar n || Jaar n+1 || Jaar n+2 || Jaar n+3 || Jaar n+4 || Jaar n+5 en later || TOTAAL 1 Technische en administratieve bijstand (inclusief bijbehorende personeelsuitgaven) || || || || || || || Uitvoerende agentschappen || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Andere technische en administratieve bijstand || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. - intern || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. - extern || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Totaal technische en administratieve bijstand || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. 8.2.5. Personeelsuitgaven
en aanverwante uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoen EUR (tot op 3 decimalen) Soort personeel || Jaar n || Jaar n+1 || Jaar n+2 || Jaar n+3 || Jaar n+4 || Jaar n+5 en later Ambtenaren en tijdelijk personeel (XX 01 01) || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, personeel op contractbasis, enz.) (vermeld begrotingsonderdeel) || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Totaal Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Berekening – Ambtenaren
en tijdelijke functionarissen Verwijs zo
nodig naar punt 8.2.1 n.v.t. Berekening – Uit
artikel XX 01 02 gefinancierd personeel Verwijs zo
nodig naar punt 8.2.1 n.v.t. 8.2.6. Andere administratieve
uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoen EUR (tot op 3 decimalen) || || Jaar n || Jaar n+1 || Jaar n+2 || Jaar n+3 || Jaar n+4 || Jaar n+5 en later || TOTAAL XX 01 02 11 01 – Dienstreizen || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. XX 01 02 11 02 – Conferenties en vergaderingen || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. XX 01 02 11 03 – Comités || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. XX 01 02 11 04 – Studies en adviezen || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. XX 01 02 11 05 - Informatiesystemen || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. 2 Totaal Andere beheersuitgaven (XX 01 02 11) || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. 3 Andere uitgaven van administratieve aard (vermeld welke en verwijs naar het begrotingsonderdeel) || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Totale andere administratieve uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. Berekening - Andere
administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen n.v.t. [1] PB L , , blz. . [2] PB L , , blz. . [3] PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25. [4] PB L 210 van 31.7.2006, blz. 12. [5] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. [6] Uitgaven die niet onder hoofdstuk xx 01 van de betrokken
titel xx vallen. [7] Uitgaven in het kader van artikel xx 01 04 van titel xx. [8] Uitgaven in het kader van hoofdstuk xx 01, met
uitzondering van de artikelen xx 01 04 en xx 01 05. [9] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel
Akkoord. [10] Voeg zo nodig extra kolommen toe (wanneer de duur van de
actie langer is dan 6 jaar).