52011PC0481

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad, met betrekking tot een aantal bepalingen betreffende het financieel beheer ten aanzien van bepaalde lidstaten die ernstige problemen ondervinden of dreigen te ondervinden op het gebied van financiële stabiliteit /* COM/2011/0481 definitief - 2011/0209 (COD) */


TOELICHTING

1.           Achtergrond van het voorstel

· Motivering en doel van het voorstel

De aanhoudende financiële en economische crisis zet de nationale overheidsfinanciën onder druk en dwingt de lidstaten hun begroting in te krimpen. Tegen een dergelijke achtergrond is het van bijzonder groot belang ervoor te zorgen dat programma's ter verlening van financiële bijstand aan de reële economie, in casu met betrekking tot plattelandsontwikkeling, vlot ten uitvoer worden gelegd.

De tenuitvoerlegging van de plattelandsontwikkelingsprogramma's loopt echter vaak spaak op liquiditeitsproblemen die voortvloeien uit begrotingsbeperkingen. Dit gaat met name op voor de lidstaten die het zwaarst door de crisis zijn getroffen en financiële bijstand hebben ontvangen op grond van een programma in het kader van het betalingsbalansmechanisme voor landen buiten de eurozone of in het kader van het Europees financieel stabilisatiemechanisme voor landen van de eurozone. Tot dusverre hebben zes landen financiële bijstand in het kader van deze mechanismen aangevraagd en met de Commissie een akkoord bereikt over een macro‑economisch aanpassingsprogramma. Hongarije ontvangt financiële bijstand sinds 2009 maar is in 2010 uit het steunmechanisme gestapt. De vijf overige landen zijn Roemenië en Letland (in het kader van het betalingsbalansmechanisme) en Portugal, Griekenland en Ierland (in het kader van het financieel stabilisatiemechanisme). Deze landen worden hierna "programmalanden" genoemd.

Om deze landen te helpen de tenuitvoerlegging van de programma's ter plaatse voort te zetten en betalingen voor projecten te verrichten, wordt voorgesteld het percentage van de ELFPO‑bijdrage voor de plattelandsontwikkelingsprogramma's van deze landen op te trekken tot maximaal 95 % van de subsidiabele overheidsuitgaven in de regio's die voor steun in aanmerking komen uit hoofde van de convergentiedoelstelling en in de regio's in de ultraperifere gebieden en op de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee, en tot maximaal 85 % van de subsidiabele overheidsuitgaven in andere regio's, op voorwaarde dat op deze regio's steunmechanismen van toepassing zijn. Op grond van deze maatregel krijgen de lidstaten meer financiële middelen ter beschikking en wordt de tenuitvoerlegging van de programma's ter plaatse vergemakkelijkt.

· Algemene context

Het feit dat de financiële crisis in een aantal lidstaten steeds ernstiger vormen aanneemt (de omvang van de schuld neemt toe en de overheden kunnen steeds moeilijker geld lenen op de markt) heeft zonder enige twijfel zware gevolgen voor de reële economie.

De Commissie is allesbehalve bij de pakken blijven zitten en heeft verschillende voorstellen gedaan over hoe het best kan worden gereageerd op de huidige financiële crisis en de sociaaleconomische gevolgen ervan. Met name in december 2008 heeft zij in het kader van het herstelpakket een aantal wijzigingen van de regelgeving voorgesteld om het percentage van de ELFPO‑bijdrage voor uitgaven die in 2009 in het kader van de plattelandontwikkelingsprogramma's zouden worden gedaan, te verhogen. Van de hierboven genoemde programmalanden hebben Griekenland, Letland en Hongarije van deze maatregel geprofiteerd.

· Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

In Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) zijn de gemeenschappelijke voorschriften voor het programmeringsproces vastgesteld, en regelingen voor het beheer, de monitoring en de evaluatie van projecten.

Wanneer dat noodzakelijk is voor de coherentie met de communautaire strategische richtsnoeren, het nationale strategische plan en Verordening (EG) nr. 1698/2005, zullen de plattelandsontwikkelingsprogramma's, voor wat de rest van de programmeringsperiode betreft, opnieuw worden bezien en aangepast overeenkomstig de artikelen 18 en 19 van Verordening (EG) nr. 1698/2005.

Krachtens artikel 26, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1290/2005 worden de tussentijdse betalingen berekend door het medefinancieringspercentage voor elk prioritair zwaartepunt toe te passen op de voor dat zwaartepunt gecertificeerde overheidsuitgaven.

· Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie

Niet van toepassing.

2.           Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling

· Raadpleging van belanghebbende partijen

Het voorstel is in overeenstemming met andere voorstellen en initiatieven die de Commissie als reactie op de financiële crisis heeft vastgesteld.

· Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Er hoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid.

· Effectbeoordeling

Dankzij dit voorstel zal de Commissie hogere percentages voor de ELFPO‑bijdrage ten bate van de betrokken landen kunnen goedkeuren, op voorwaarde dat deze landen onder de steunmechanismen vallen.

Er hoeven geen aanvullende begrotingsmiddelen te worden vrijgemaakt aangezien de totale financiële toewijzing uit de fondsen ten bate van de landen en de programma's voor de programmeringsperiode 2007 ‑ 2013 niet zal veranderen.

3.           Juridische elementen van het voorstel

· Inhoud van het voorstel voor een verordening

· Voorgesteld wordt artikel 70 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad te wijzigen teneinde het percentage van de ELFPO‑bijdrage voor de plattelandsontwikkelingsprogramma's van de betrokken landen op te trekken tot maximaal 95 % van de subsidiabele overheidsuitgaven in de regio's die op grond van de convergentiedoelstelling voor steun in aanmerking komen en in de regio's in de ultraperifere gebieden en op de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee, en tot 85 % maximaal van de subsidiabele overheidsuitgaven in andere regio's, op voorwaarde dat op deze regio's steunmechanismen van toepassing zijn.

Nadat de Raad een besluit heeft vastgesteld ter verlening van financiële bijstand aan een lidstaat in het kader van de steunmechanismen, moet de betrokken lidstaat bij de Commissie een voorstel indienen om zijn plattelandsontwikkelingsprogramma te wijzigen via een verhoging van de medefinancieringspercentages in het kader van het ELFPO. Op betalingen die na de goedkeuring van deze wijziging worden ingediend, zal het hogere steunpercentage worden toegepast. Deze maatregel is tijdelijk van aard en zal worden beëindigd zodra de betrokken lidstaat uit het steunmechanisme stapt.

Overeenkomstig de algemene beginselen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 worden de verhoogde medefinancieringspercentages slechts toegepast op betalingen die worden gedaan nadat de betrokken plattelandsontwikkelingsprogramma's, inclusief het nieuwe financieringsplan, door de Commissie zijn goedgekeurd.

· Rechtsgrondslag

In Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) zijn de gemeenschappelijke voorschriften voor het programmeringsproces vastgesteld, en regelingen voor het beheer, de monitoring en de evaluatie van projecten. Het voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 moet worden gebaseerd op de artikelen 42 en 43 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

· Subsidiariteitsbeginsel

Het voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel in zoverre dat het tot doel heeft om via het ELFPO meer steun te verlenen aan lidstaten die, mede vanwege de internationale economische en financiële toestand, ernstige problemen ondervinden of dreigen te ondervinden, met name op het gebied van de economische groei, de financiële stabiliteit en de tekort- en schuldsituatie. Tegen deze achtergrond moet op EU‑niveau een tijdelijk mechanisme worden vastgesteld op grond waarvan de Europese Commissie gecertificeerde uitgaven in het kader van het ELFPO kan vergoeden aan de hand van een hoger medefinancieringpercentage.

· Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

Dit voorstel behelst verregaande maatregelen om meer ELFPO‑steun te verlenen aan lidstaten in geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden die worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die de lidstaten niet kunnen beheersen en die overeenstemmen met de voorwaarden van Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad (houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme) of in geval van moeilijkheden of ernstig dreigende moeilijkheden in de betalingsbalans die overeenstemmen met de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad. Wat Griekenland betreft, is het akkoord tussen de kredietverstrekkers dat samen met het tussen de eurozone en Griekenland afgesproken leningsfaciliteitsbesluit is gesloten, in werking getreden op 11 mei 2010. Hierin is bepaald dat de beschikbaarheidsperiode zal verstrijken op de derde verjaardag van de overeenkomst.

· Keuze van instrumenten

Voorgesteld instrument: Verordening.

Andere instrumenten zouden om de volgende redenen ongeschikt zijn.

Na te hebben nagegaan hoeveel manoeuvreerruimte het rechtskader biedt, is de Commissie tot de conclusie gekomen dat met inachtneming van de ervaring die tot dusverre is opgedaan, wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad moeten worden voorgesteld. Het doel van deze herziening is de medefinanciering van projecten verder te vergemakkelijken, zodat die sneller kunnen worden uitgevoerd en het effect van deze investeringen op de reële economie ook sneller intreedt.

4.           Effecten voor de begroting

Er is geen effect op de vastleggingskredieten, aangezien geen wijziging wordt voorgesteld van de maximumbedragen voor financiering uit het ELFPO, zoals vastgesteld in de operationele programma's voor de programmeringsperiode 2007 ‑ 2013. De Commissie zal de gecertificeerde uitgaven voor de betrokken periode vergoeden tegen een hoger medefinancieringspercentage. Dit zal er onmiddellijk toe leiden dan de betrokken lidstaten na de herziening van de plattelandontwikkelingsprogramma's aanvullende betalingen zullen ontvangen voor de uitgaven die zij met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening bij de Commissie declareren.

Op basis van de uitgavenramingen die de betrokken lidstaten tot dusverre bij de Commissie hebben ingediend, wordt ervan uitgegaan dat, indien het voorstel tijdig wordt goedgekeurd en indien de lidstaten beslissen gebruik te maken van het toegestane maximumfinancieringspercentage, een extra bedrag nodig zou zijn van 90 miljoen euro uit de begroting 2011 en van 470 miljoen euro uit de begroting van 2012.

In het licht van de verzoeken van de lidstaten om toepassing van deze maatregel en in het licht van de evolutie op het gebied van de indiening van tussentijdse betalingen zal de Commissie in 2012 opnieuw bezien of extra betalingskredieten vereist zijn en, zo nodig, de ter zake vereiste maatregelen voorstellen aan de begrotingsautoriteit.

2011/0209 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad, met betrekking tot een aantal bepalingen betreffende het financieel beheer ten aanzien van bepaalde lidstaten die ernstige problemen ondervinden of dreigen te ondervinden op het gebied van financiële stabiliteit

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name de artikelen 42 en 43,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[1],

Gezien het advies van het Comité van de Regio′s[2],

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De niet eerder geziene mondiale financiële crisis en economische achteruitgang hebben ernstige schade toegebracht zowel aan de economische groei en de financiële stabiliteit als aan de financiële en economische situatie in verschillende lidstaten. Sommige lidstaten ondervinden, mede vanwege de internationale economische en financiële toestand, ernstige problemen of dreigen deze te ondervinden, met name op het gebied van de economische groei, de financiële stabiliteit en de tekort- en schuldsituatie.

(2) Hoewel reeds belangrijke maatregelen zijn genomen om de negatieve effecten van de crisis op te vangen, waaronder wijzigingen van het wetgevingskader, zijn de gevolgen van de financiële crisis voor de reële economie, de arbeidsmarkt en de burgers op grote schaal voelbaar. De druk op de nationale financiële middelen neemt toe en er moeten extra stappen worden genomen om die druk te verlichten door maximaal en optimaal gebruik te maken van de financiële middelen uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (hierna "het ELFPO" genoemd).

(3) Op basis van artikel 122, lid 2, van het Verdrag inzake de verlening van financiële bijstand van de Unie in geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden in een lidstaat, die worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen, is bij Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme[3] een mechanisme ingesteld dat tot doel heeft de financiële stabiliteit van de Unie te vrijwaren.

(4) Bij Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU van de Raad van 7 december 2010[4] en bij Uitvoeringsbesluit 2011/344/EU van de Raad van 30 mei 2011[5] is dergelijke financiële bijstand van de Unie verleend aan Ierland en Portugal. Griekenland ondervond reeds vóór de inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. 407/2010 ernstige moeilijkheden op het gebied van financiële stabiliteit en heeft onder meer financiële bijstand ontvangen van andere lidstaten uit de eurozone.

(5) Bij Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten[6] is een instrument ingesteld op grond waarvan de Raad wederzijdse bijstand verleent in geval van moeilijkheden of ernstig dreigende moeilijkheden in de betalingsbalans van een lidstaat die niet tot de eurozone behoort.

(6) Bij Beschikking 2009/102/EG van de Raad van 4 november 2008[7], bij Beschikking 2009/290/EG van de Raad van 20 januari 2009[8] en bij Beschikking 2009/459/EG van de Raad van 26 juni 2009[9] is dergelijke financiële bijstand verleend aan Hongarije, Letland en Roemenië.

(7) De periode waarin Ierland, Hongarije, Letland, Portugal en Roemenië toegang hebben tot deze bijstand, is vastgesteld in de respectieve besluiten en beschikkingen van de Raad. De bijstandsverlening aan Hongarije is verstreken op 4 november 2010.

(8) Wat Griekenland betreft, is het akkoord tussen de kredietverstrekkers dat samen met het tussen de eurozone en Griekenland afgesproken leningsfaciliteitsbesluit is gesloten, in werking getreden op 11 mei 2010. Hierin is bepaald dat de beschikbaarheidsperiode zal verstrijken op de derde verjaardag van de overeenkomst.

(9) Op 11 juli 2011 hebben de ministers van Financiën van de 17 lidstaten van de eurozone het Verdrag tot oprichting van het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM) ondertekend. Dit verdrag is er gekomen naar aanleiding van het besluit van de Europese Raad van 25 maart 2011. Tegen 2013 zouden de taken van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en het Europees financieel stabilisatiemechanisme moeten worden overgeheveld naar het ESM.

(10) Zoals te lezen valt in de conclusies van de Europese Raad van 23 en 24 juli 2011 is de Europese Raad ingenomen met het voornemen van de Commissie om de synergieën tussen het programma van leningen en middelen uit de fondsen van de EU te versterken en steunt hij alle inspanningen om de absorptiecapaciteit van Griekenland voor middelen uit de fondsen van de EU te vergroten, teneinde de groei en de werkgelegenheid te stimuleren en door de middelen te heroriënteren naar de verbetering van het concurrentievermogen en het scheppen van banen. In deze conclusies toont de Europese Raad zich tevens ingenomen met het uitgebreide programma voor technische bijstand aan Griekenland dat door de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, is opgesteld, en zegt hij zijn steun aan dit programma toe. De onderhavige verordening maakt deel uit van dit streven naar synergie.

(11) Om het beheer van de EU‑financiering te vergemakkelijken, om bij te dragen tot de versnelling van het investeringsritme in de betrokken lidstaten en regio's en om het effect van de financiering op de economie te versterken, moet worden toegestaan dat het percentage van de ELFPO‑bijdrage wordt verhoogd tot 95 % van de subsidiabele overheidsuitgaven in regio's die op grond van de convergentiedoelstelling voor steun in aanmerking komen, en tot 85 % van de subsidiabele overheidsuitgaven in andere regio's die op het gebied van financiële stabiliteit ernstige problemen ondervinden.

(12) Overeenkomstig de algemene beginselen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 mogen de verhoogde medefinancieringspercentages slechts worden toegepast op betalingen die moeten worden gedaan nadat de betrokken plattelandsontwikkelingsprogramma's, inclusief de nieuwe financiële plannen, door de Commissie zijn goedgekeurd. Bijgevolg moet worden vastgesteld volgens welke procedure de lidstaten gebruik kunnen maken van deze mogelijkheid en volgens welk mechanisme de toepassing ervan wordt verzekerd.

(13) Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 11 juli 2006 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)[10] moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 70 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 wordt het volgende lid 4 quater ingevoegd:

"4 quater.         In afwijking van de in de leden 3, 4 en 5 vastgestelde maxima kan de procentuele bijdrage uit het ELFPO worden verhoogd tot maximaal 95 % van de subsidiabele overheidsuitgaven in de regio's die uit hoofde van de convergentiedoelstelling voor steun in aanmerking komen en in de regio's in de ultraperifere gebieden en op de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee, en tot maximaal 85 % van de subsidiabele uitgaven in andere regio's. Deze percentages zijn van toepassing op de subsidiabele uitgaven die voor het eerst worden opgegeven in elke gecertificeerde uitgavendeclaratie die wordt ingediend gedurende de periode waarin een lidstaat aan één van de volgende voorwaarden voldoet:

a)      er wordt financiële bijstand ter beschikking van de lidstaat gesteld krachtens Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme* of er wordt vóór de inwerkingtreding van die verordening financiële bijstand ter beschikking van de lidstaat gesteld door andere lidstaten van de eurozone;

b)      er wordt financiële ondersteuning op middellange termijn ter beschikking van de lidstaat gesteld krachtens Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten**;

c)      er wordt financiële bijstand ter beschikking van de lidstaat gesteld krachtens het Verdrag voor de oprichting van het Europees stabiliteitsmechanisme.

Lidstaten die gebruik willen maken van de in de eerste alinea bedoelde afwijking, dienen bij de Commissie een verzoek in tot overeenkomstige wijziging van hun plattelandsontwikkelingsprogramma. De afwijking wordt van toepassing zodra de Commissie de wijziging van het programma goedkeurt, en vervalt zodra de lidstaat niet langer voldoet aan de in de eerste alinea, onder a), b) of c), bedoelde voorwaarde. De lidstaat dient dan bij de Commissie een voorstel tot wijziging van het programma in, met inbegrip van een nieuw financieringsplan dat in overeenstemming is met de vóór de afwijking geldende maximumpercentages.

Indien een lidstaat geen voorstel tot wijziging van zijn plattelandsontwikkelingsprogramma, met inbegrip van een nieuw financieringsplan, bij de Commissie indient op de datum waarop die lidstaat niet langer voldoet aan de in de eerste alinea, onder a), b) of c), bedoelde voorwaarde, of indien het ingediende financieringsplan niet in overeenstemming is met de in de leden 3, 4 en 5 vastgestelde maximumpercentages, worden die percentages automatisch met ingang van die datum van toepassing.

*          PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1.

**        PB L 53 van 23.2.2002, blz. 1."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                       Voor de Raad

De voorzitter                                                  De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

FINANCIEEL MEMORANDUM || AGRI/I1/Ares/2011/880294 Rev 1 (JGS/dz) 6.20.2011.6

|| DATUM: 26/7/2011

1. || BEGROTINGSONDERDEEL: 05 04 05 01 || KREDIETEN 2011: VK: EUR 14 407 971 311 BK: EUR 11 900 560 340

2. || BENAMING: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), wat de financiële bijdrage uit het Fonds voor bepaalde lidstaten betreft.

3. || RECHTSGRONDSLAG: -

4. || DOELSTELLINGEN: Wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 teneinde de ELFPO‑bijdrage voor lidstaten die op het gebied van financiële stabiliteit ernstige problemen ondervinden, te verhogen tot maximaal 95 % van de subsidiabele overheidsuitgaven.

5. || FINANCIELE GEVOLGEN (1) || PERIODE 12 MAANDEN (miljoen EUR) || HUIDIG BEGROTINGSJAAR 2011 (miljoen EUR) || VOLGEND BEGROTINGSJAAR 2012 (miljoen EUR)

5.0 || UITGAVEN - TEN LASTE VAN DE EU-BEGROTING (lopende prijzen) - NATIONALE AUTORITEITEN -               ANDERE || - || VK: - BK: + 90 || VK: - BK: + 470

5.1 || ONTVANGSTEN -               EIGEN MIDDELEN VAN DE EU (HEFFINGEN/DOUANERECHTEN) -               OP NATIONAAL VLAK || - || - || -

|| || 2011 || 2012 || 2013

5.0.1 || RAMING VAN DE UITGAVEN (lopende prijzen) VK BK || - +90 || - +470 || - -

5.1.1 || RAMING VAN DE ONTVANGSTEN || - || - || -

5.2 || BEREKENINGSMETHODE: -

6.0 || IS FINANCIERING MOGELIJK UIT KREDIETEN DIE IN HET DESBETREFFENDE HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING ZIJN OPGEVOERD? || JA NEEN

6.1 || IS FINANCIERING MOGELIJK DOOR OVERSCHRIJVING VAN EEN HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING NAAR EEN ANDER? || JA NEEN

6.2 || IS EEN AANVULLENDE BEGROTING NODIG? || JA NEEN

6.3 || MOETEN OP DE VOLGENDE BEGROTINGEN KREDIETEN WORDEN OPGEVOERD? || JA NEEN

6.4 || ANDERE ||

OPMERKINGEN: (1) Voor de vastleggingskredieten heeft de wijziging van Verordening 1698/2005 geen financiële gevolgen omdat het totale bedrag dat voor plattelandsontwikkeling is uitgetrokken, alsmede de verdeling van dit bedrag over de jaren ongewijzigd blijven. Wat de betalingen betreft, kan de verhoging van het medefinancieringspercentage resulteren in hogere vergoedingen voor de betrokken lidstaten. Indien het voorstel op tijd wordt goedgekeurd om het nieuwe percentage toe te passen op de betalingsaanvragen voor het derde kwartaal van 2011, worden de in dit jaar vereiste aanvullende betalingskredieten geraamd op 90 miljoen euro. Voor 2011 zal de situatie zo nodig worden opgevangen met een globale overschrijving. In 2012 zal naar schatting 470 miljoen euro aan aanvullende betalingen moeten worden gedaan. In het licht van de verzoeken van de lidstaten om toepassing van deze maatregel en in het licht van de evolutie op het gebied van de indiening van tussentijdse betalingen zal de Commissie in 2012 opnieuw bezien of extra betalingskredieten vereist zijn en, zo nodig, de ter zake vereiste maatregelen voorstellen aan de begrotingsautoriteit. Voor 2013 is geen raming opgesteld omdat, indien de buitengewone omstandigheden de verhoogde medefinancieringspercentages dan nog steeds rechtvaardigen, de gevolgen daarvan in aanmerking zouden worden genomen in het kader van de begrotingsprocedure. Aangezien de totale begroting van het ELFP niet wordt veranderd, zullen aanvullende betalingen in 2011 en 2012 leiden tot een overeenkomstige verlaging van de betalingen aan het einde van de periode.

[1]               PB L , , blz. .

[2]               PB L , , blz. .

[3]               PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1.

[4]               PB L 30 van 4.2.2011, blz. 34.

[5]               PB L 159 van 17.6.2001, blz. 88.

[6]               PB L 53 van 23.2.2002, blz. 1.

[7]               PB L 37 van 6.2.2009, blz. 5.

[8]               PB L 79 van 25.3.2009, blz. 39.

[9]               PB L 150 van 13.6.2009, blz. 8.

[10]             PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25.