Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (elektromagnetische velden) (twintigste bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) /* COM/2011/0348 definitief - 2011/0152 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL · Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel beoogt Richtlijn 2004/40/EG
van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de
minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de
blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia
(elektromagnetische velden)[1] te
wijzigen. In 2006 heeft de medische wereld de Commissie
laten weten problemen te verwachten met de toepassing van die richtlijn. De in
de richtlijn vastgestelde blootstellingsgrenswaarden zouden de toepassing en
verdere ontwikkeling van MRI ("magnetic resonance imaging":
beeldvorming door middel van magnetische resonantie) buitensporig beperken,
terwijl dit inmiddels een onmisbare techniek voor de diagnose en behandeling
van een aantal ziekten geworden is. Daarna hebben ook andere industriesectoren
aangegeven dat zij zich zorgen maken over de gevolgen van de richtlijn voor hun
werkzaamheden. Naar aanleiding van deze bezwaren heeft de
Commissie een aantal maatregelen genomen. Omwille van de transparantie heeft
zij de lidstaten en het Europees Parlement over deze kwestie benaderd en
aangegeven wat zij hieraan wilde doen. Daarbij heeft zij de lidstaten verzocht
haar op de hoogte te stellen van eventuele problemen die zij ondervinden met de
tenuitvoerlegging van de richtlijn. Ook laat de Commissie een studie uitvoeren
om de daadwerkelijke gevolgen van de bepalingen van de richtlijn voor medische
verrichtingen waarbij MRI gebruikt wordt te evalueren, waarvan de resultaten
begin 2008 bekend zijn gemaakt. Ondertussen is om: - een complete beoordeling uit te kunnen
voeren van de studies, waaronder de door de Commissie geïnitieerde studie, naar
de mogelijke negatieve gevolgen van de in de richtlijn vastgestelde
blootstellingsgrenswaarden voor de toepassing van MRI in de medische praktijk; - rekening te houden met de resultaten van de
herziening van de nieuwe ICNIRP-aanbevelingen en andere recente aanbevelingen,
zoals de Environmental Health Criteria voor elektromagnetische velden van de
WHO op grond van de sinds de vaststelling van Richtlijn 2004/40/EG
gepubliceerde wetenschappelijke studies naar de gezondheidsgevolgen van
elektromagnetische velden, en ten slotte - een diepgaande effectbeoordeling uit te
voeren betreffende de bepalingen van de richtlijn en wijzigingen voor te
stellen waarbij een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en veiligheid
van werknemers gegarandeerd wordt maar tegelijkertijd de huidige toepassing en
verdere ontwikkeling van medische en industriële activiteiten met
elektromagnetische velden kunnen doorgaan, de omzettingstermijn bij
Richtlijn 2008/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van
23 april 2008 tot wijziging van Richtlijn 2004/40/EG betreffende de
minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de
blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia
(elektromagnetische velden)[2]
verlengd van 30 april 2008 tot 30 april 2012. Verder heeft de Internationale Commissie voor
bescherming tegen niet-ioniserende straling (International Commission for
Non-ionising Radiation Protection – ICNIRP) de herziening van de
richtsnoeren voor statische magneetvelden en voor laagfrequente
tijdsafhankelijke elektromagnetische velden, waarop de richtlijn gedeeltelijk
is gebaseerd, nu afgerond. In respectievelijk 2009 en 2010 zijn nieuwe
aanbevelingen gedaan. In de meeste gevallen liggen de waarden voor de
referentieniveaus en basisrestricties hoger dan in de eerdere aanbevelingen. · Algemene context Richtlijn 2004/40/EG is de achttiende
bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn
89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging
van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de
gezondheidsbescherming van werknemers op het werk. Zij heeft betrekking op de
schadelijke effecten op korte termijn voor de gezondheid van tijdens het werk
aan elektromagnetische velden blootgestelde werknemers. De bepalingen van de richtlijn zijn
minimumvoorschriften, wat betekent dat elke lidstaat strengere bepalingen kan
vaststellen. In de richtlijn worden grenswaarden
voor de blootstelling aan tijdsafhankelijke elektrische, magnetische en
elektromagnetische velden met een frequentie van 0 tot 300 GHz vastgesteld[3]. Werknemers mogen niet blootgesteld worden
aan veldsterkten die groter zijn dan deze limieten, die gebaseerd zijn op de
gevolgen voor de gezondheid en biologische overwegingen. De richtlijn bevat voorts actiewaarden en
oriëntatiewaarden voor zowel tijdsafhankelijke als statische velden. Deze
waarden zijn rechtstreeks meetbaar en geven aan wanneer de werkgever een of
meer in de richtlijn genoemde maatregelen moet nemen. Naleving van deze
actiewaarden houdt automatisch in dat de desbetreffende blootstellingsgrenswaarden
worden nageleefd. De grenswaarden van de richtlijn zijn in 1998
vastgesteld op grond van de aanbevelingen van de ICNIRP, de organisatie die
wereldwijd erkenning geniet als autoriteit wat betreft de beoordeling van de
gezondheidseffecten van dit soort straling. De ICNIRP werkt nauw samen met tal
van internationale organisaties als de WHO, IAO, IRPA, ISO, Cenelec, IEC, CIE,
IEEE enz. De richtlijn volgt dezelfde preventiefilosofie
als in meer algemene zin is vastgesteld in de kaderrichtlijn 89/391/EEG: –
bescherming van alle werknemers: alle werknemers
die aan dezelfde risico's zijn blootgesteld hebben recht op hetzelfde
beschermingsniveau, ongeacht de sector waarin zij werkzaam zijn; –
de werkgever is verplicht de risico's te bepalen en
te evalueren; –
de geconstateerde risico's moeten weggenomen
worden, of als dat niet mogelijk is, tot een minimum beperkt; –
specifieke voorlichting en scholing voor en overleg
met de betrokken werknemers; –
adequaat medisch toezicht. De richtlijn geldt voor alle sectoren en moet
uiterlijk 30 april 2012 in nationale wetgeving zijn omgezet, als er verder
geen actie wordt ondernomen. Voordat de richtlijn werd goedgekeurd is zowel
in de Raad als in het Europees Parlement uitvoerig gesproken over het
specifieke geval MRI. Nationale deskundigen van instellingen als de Britse
National Radiation Protection Board (NRPB), het Franse Institut national de
recherche et de sécurité (INRS), het Finse Institute of Occupational Health
(FIOH), het Duitse Bundesamt für Strahlenschutz (BfS) hebben bij de
onderhandelingen in de Raad technische ondersteuning verleend. Het
voorzitterschap van de Raad heeft de ICNIRP herhaaldelijk om advies gevraagd. Aangezien niets duidde op ongewenste gevolgen
hebben de medewetgevers de richtlijn vastgesteld, waarbij zij alleen enkele
wijzigingen aanbrachten in de oorspronkelijk door de Commissie voorgestelde
waarden; met name werd geen grenswaarde vastgesteld voor de blootstelling aan
statische magneetvelden (die een essentiële rol spelen bij MRI), omdat die
waarde destijds opnieuw geëvalueerd werd in het licht van de jongste
wetenschappelijke gegevens van dat moment. In dit voorstel wordt vastgehouden aan een
aantal belangrijke beginselen en bepalingen van de huidige richtlijn, zoals: –
toepasselijkheid op alle sectoren; –
blootstellingsgrenswaarden en actiewaarden voor
elektromagnetische velden met een frequentie van 100 kHz tot 300 GHz; –
maatregelen ter voorkoming of vermindering van
risico's; –
voorlichting en opleiding van de werknemers; –
raadpleging en deelneming van de werknemers; –
sancties; –
medisch toezicht. De belangrijkste voorgestelde wijzigingen,
waarbij rekening wordt gehouden met de recentste wetenschappelijke gegevens,
zijn: –
duidelijkere definities, met name van schadelijke
gezondheidseffecten (Richtlijn 2004/40/EG, artikel 2); –
opneming van een herzien systeem voor grens- en
referentiewaarden die verschillen van de huidige grenswaarden en actiewaarden
voor frequenties tussen 0 en 100 kHz (dit zal gevolgen hebben voor de
artikelen 2 en 3 van en de bijlage bij Richtlijn 2004/40/EG); –
invoering van indicatoren om metingen en
berekeningen te vergemakkelijken (artikel 3, lid 3) en als leidraad
te dienen bij het in aanmerking nemen van meetonzekerheden. De bij de
Richtlijnen 1999/5/EG en 2006/95/EG vastgestelde wetgeving inzake
productveiligheid waarborgt dat de bevolking, met inbegrip van werknemers, niet
aan hogere dan de in Aanbeveling 1999/519/EEG vastgestelde niveaus wordt
blootgesteld als de producten overeenkomstig de bestemming ervan worden
gebruikt. Aangezien de voor de bevolking vastgestelde niveaus lager zijn dan
die voor werknemers en ook bescherming tegen effecten op lange termijn
omvatten, wordt bij naleving van die richtlijnen ook gezorgd voor een
bescherming in deze situaties die aan deze richtlijn voldoet. –
invoering van enige richtsnoeren om te zorgen voor
eenvoudigere maar efficiëntere risicobeoordelingen (artikel 4), waardoor
het uitvoeren van evaluaties wordt vergemakkelijkt en de lasten voor kleine en
middelgrote ondernemingen worden beperkt; –
invoering van een beperkte maar passende mate van
flexibiliteit door een gecontroleerd kader voor beperkte afwijkingen voor de
industrie voor te stellen; –
opneming van gronden voor medisch toezicht
(artikel 8); –
speciale aandacht voor het specifieke geval van
medische toepassingen waarbij gebruik wordt gemaakt van magnetische resonantie
en aanverwante activiteiten; en –
voorzien in aanvullende niet-bindende maatregelen,
zoals een niet-bindende praktische gids. · Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Europese
Unie Dit voorstel hangt samen met de doelstellingen
van andere beleidsgebieden van de Europese Unie, met name wat betreft haar
streven om het regelgevingskader te verbeteren teneinde ten behoeve van
burgers, werknemers en bedrijven voor een duidelijk, begrijpelijk, bijgewerkt
en gebruiksvriendelijk EU-recht te zorgen. Ook kunnen de bepalingen van de
huidige richtlijn nu worden aangepast aan de meest recente wetenschappelijke
inzichten in de effecten van elektromagnetische straling op de gezondheid, die
nog niet beschikbaar waren toen Richtlijn 2004/40/EG werd vastgesteld. Het
is verder de bedoeling dat dit voorstel consistent is met aanverwante wetgeving
ter bescherming van gebruikers van producten die elektromagnetische velden
produceren, in zoverre dat door dergelijke producten afgegeven
elektromagnetische velden niet opnieuw hoeven te worden beoordeeld uit hoofde
van deze richtlijn, maar kunnen worden verondersteld beneden de in
Aanbeveling 1999/519/EEG van de Raad voor de bevolking vastgestelde niveaus
te liggen. 2. Raadpleging van belanghebbende partijen
en effectbeoordeling ·
Raadpleging van belanghebbende partijen - Raadpleging
van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats,
overeenkomstig het Besluit van de Raad van 22 juli 2003 tot oprichting van
een Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats. Het
Comité is uitgenodigd om uiterlijk eind maart 2011 een advies uit te brengen. - Raadpleging van wetenschappelijke
deskundigen op het betrokken gebied en de ICNIRP op bilaterale vergaderingen
met de diensten van de Commissie. - Raadpleging van de sociale partners
overeenkomstig artikel 154, leden 2 en 3, van het Verdrag betreffende
de werking van de Europese Unie (VWEU). De eerste raadpleging (artikel 154,
lid, 2, VWEU) vond plaats tussen 1 juli en 10 september 2009. De
tweede fase van de raadpleging uit hoofde van artikel 154, lid 3,
vond plaats tussen 20 mei en 5 juli 2010 en is onafhankelijk van de
effectbeoordeling uitgevoerd. De resultaten kunnen als volgt worden
samengevat: · over het algemeen zijn zowel de vakbonden als de werkgevers het erover
eens dat er een gerechtvaardigde behoefte is aan een nieuwe richtlijn om
werknemers te beschermen tegen gezondheidsrisico’s als gevolg van blootstelling
aan elektromagnetische velden. Sommige werkgeversvertegenwoordigers (kleine en
middelgrote ondernemingen en enkele nationale organisaties) spreken hun
voorkeur uit voor niet-bindende instrumenten in plaats van een richtlijn; · algemeen wordt aanvaard dat de grenswaarden van de huidige richtlijn te
laag liggen en op te conservatieve aannamen zijn gebaseerd; maar terwijl de
werkgevers zich uitspreken voor het minder strenge grenswaarden, willen de
werknemersvertegenwoordigers dat de gezondheidseffecten op de lange termijn in
de toekomstige richtlijn worden opgenomen; · het vrijstellen van bepaalde categorieën werknemers van de
werkingssfeer van de richtlijn wordt niet toegejuicht door de werkgevers in de
sector (met uitzondering van de fabrikanten van MRI-apparatuur). Ook het
toestaan van afwijkingen van de blootstellingsgrenzen voor specifieke branches
(gezondheidszorg) levert enkele problemen op voor de sector; · de sociale partners bevestigen dat geen enkele categorie werknemers van
de voordelen van een nieuw rechtsinstrument moet worden uitgesloten, mits het
nieuwe instrument voorziet in de nodige flexibiliteit voor de voortzetting van
de activiteiten; · hoewel werkgevers een zeer duidelijke voorkeur hebben voor een
flexibele aanpak waarin ook uitzonderingen mogelijk zijn, vrezen de
werknemersorganisaties dat flexibiliteit kan leiden tot verminderde bescherming
van de werknemer, tenzij dit streng wordt gecontroleerd; · aanpassing van de in de huidige richtlijn gedefinieerde
blootstellingsgrenswaarden is aanvaardbaar voor zowel de werkgevers- als de
werknemersorganisaties, in samenhang met de invoering van een aanpak op basis
van zones waarin het mogelijk is in minder problematische situaties te volstaan
met minder zware risicobeoordelingen. Er bestaat ook consensus over het belang
van exploitatierichtsnoeren; · medische controles na situaties waarin blootstelling boven de
grenswaarden heeft plaatsgevonden worden door de vakbonden als standaardaanpak
toegejuicht. De werkgeversorganisaties en de medische beroepsgroep zetten vraagtekens
bij de redelijkheid hiervan als het gaat om het lage frequentiebereik, waarvoor
het moeilijk zou kunnen zijn om de effecten vast te stellen; · afwijkingen van de grenswaarden voor de medische sector om
gemakkelijker MRI-behandelingen te kunnen uitvoeren worden met scepsis
ontvangen door de andere sectoren, terwijl de vakbonden een horizonbepaling
aanbevelen om uitholling van de beschermende wetgeving te voorkomen. · Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid De Commissie heeft bij wetenschappelijke deskundigen
van internationale faam advies ingewonnen over de gezondheidseffecten van
elektromagnetische straling. Ook heeft de Commissie opdracht gegeven tot de
hierboven genoemde wetenschappelijke studie ter bepaling van de
blootstellingsniveaus van medisch personeel en de gevolgen voor verrichtingen
waarbij MRI gebruikt wordt. · Effectbeoordeling Uit overleg met en raadpleging van
belanghebbenden zijn de volgende opties naar voren gekomen: Beleidsoptie A:
niets doen Praktisch gezien houdt dit in dat Richtlijn 2004/40/EG
uiterlijk op 30 april 2012 in alle lidstaten in wetgeving moet zijn
omgezet. Beleidsoptie B:
nieuwe richtlijn met herziene blootstellingsgrenzen Richtlijn 2004/40/EG wordt vervangen door
een nieuwe richtlijn met herziene blootstellingsgrenswaarden die hoger liggen
dan voorheen, maar stroken met wetenschappelijke gegevens. Beleidsoptie C1:
nieuwe richtlijn met herziene blootstellingsgrenzen en gedeeltelijke
vrijstellingen Richtlijn 2004/40/EG wordt vervangen door
een nieuwe richtlijn met herziene blootstellingsgrenswaarden die hoger liggen
dan voorheen, maar stroken met wetenschappelijke gegevens (zoals bij optie B).
Bovendien wordt voorzien in voorwaardelijke vrijstellingen voor MRI; MRI blijft
echter wel onder de algemene risicobeheersvoorschriften voor elektromagnetische
velden en de nieuwe richtlijn vallen. Beleidsoptie C2:
nieuwe richtlijn met herziene blootstellingsgrenzen en volledige vrijstelling
voor MRI Richtlijn 2004/40/EG wordt vervangen door
een nieuwe richtlijn met herziene blootstellingsgrenswaarden die hoger liggen
dan voorheen, maar stroken met wetenschappelijke gegevens (zoals bij optie B).
Medische toepassing van MRI wordt geheel vrijgesteld van alle voorschriften van
de richtlijn inzake elektromagnetische velden. Beleidsoptie D1: vervanging
van de richtlijn door een aanbeveling Richtlijn 2004/40/EG wordt vervangen door
niet-bindende aanbevelingen inzake blootstelling aan elektromagnetische velden
op het werk, gebaseerd op de recentste internationale aanbevelingen. De vorm
van deze aanbevelingen zou vergelijkbaar zijn met die van de Aanbeveling van de
Raad betreffende de beperking van de blootstelling van de
bevolking aan elektromagnetische velden (1999/519/EEG). Beleidsoptie D2:
vrijwillige overeenkomsten tussen de sociale partners Richtlijn 2004/40/EG wordt vervangen door
vrijwillige overeenkomsten op EU- of sectorniveau tussen de sociale partners,
overeenkomstig artikel 154, lid 4, VWEU. Beleidsoptie E:
geen EU-wetgeving Richtlijn 2004/40/EG wordt ingetrokken
terwijl Richtlijn 89/391/EEG (kaderrichtlijn) en de bestaande nationale
regelgeving op dit gebied van kracht blijven. Het ontbreken van nationale
regelgeving in bepaalde lidstaten maakt ongereguleerde blootstelling aan
elektromagnetische velden op het werk mogelijk. Voor deze optie kan worden
aangenomen dat bijvoorbeeld die landen die de richtlijn inzake
elektromagnetische velden reeds (gedeeltelijk) ten uitvoer hebben gelegd hun
wetgeving inzake elektromagnetische velden niet zouden intrekken. Dit zijn de opties die door de belanghebbenden
als relevant werden beschouwd. Andere opties die niet in detail zijn
geanalyseerd zijn bijvoorbeeld om voor een meer sectorale aanpak te kiezen,
wetgeving te beperken tot het beschikbaar stellen van veilige apparatuur, of
zich uitsluitend toe te leggen op "zachte" beleidsinstrumenten, zoals
voorlichtingscampagnes en richtsnoeren. Het huidige voorstel stemt overeen met optie
C1. Optie C1 is tevens voor een grote meerderheid van de belanghebbenden
aanvaardbaar. De nalevingskosten liggen hoger dan voor optie E, maar lager dan
voor optie A, die overeenkomt met de situatie vanaf 1 mei 2012 als
Richtlijn 2004/40/EG van kracht blijft. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL · Samenvatting van de voorgestelde maatregelen Dit voorstel wijzigt de relevante artikelen en
bijlagen van Richtlijn 2004/40/EG om de onder punt 1 genoemde
doelstellingen te verwezenlijken. In plaats van een lange reeks ingewikkelde
wijzigingen aan te brengen in Richtlijn 2004/40/EG, wordt die richtlijn
bij de onderhavige richtlijn ingetrokken en vervangen om tot een duidelijke,
eenvoudige en nauwkeurige tekst te komen die transparant en gemakkelijk te
begrijpen is voor het publiek en het bedrijfsleven. · Rechtsgrondslag Artikel 153, lid 2, van het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie. ·
Subsidiariteitsbeginsel Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing,
aangezien dit voorstel betrekking heeft op een gebied – namelijk de
bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers op het
werk – dat niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie valt. De doelstellingen van dit voorstel kunnen niet
voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt omdat bepalingen van
richtlijnen niet op nationaal niveau gewijzigd of ingetrokken kunnen worden. De doelstellingen van dit voorstel kunnen
alleen door optreden van de Unie worden verwezenlijkt; er wordt immers
voorgesteld een EU-rechtsinstrument te wijzigen dat momenteel van kracht is, en
dat kunnen de lidstaten niet op hun niveau doen. Het subsidiariteitsbeginsel is geëerbiedigd
omdat dit voorstel reeds bestaande wetgeving van de Unie wijzigt. · Evenredigheidsbeginsel Dit voorstel is om de volgende reden in
overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Het heeft tot doel de bescherming van aan
elektromagnetische velden blootgestelde werknemers te waarborgen en
tegelijkertijd de administratieve lasten voor de werkgevers te verlichten in
vergelijking met de situatie onder Richtlijn 2004/40/EG. · Keuze van instrumenten Voorgesteld instrument: richtlijn. Andere instrumenten komen niet in aanmerking.
Het doel is een richtlijn te wijzigen en dit kan alleen worden gedaan door een
andere richtlijn vast te stellen. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de
begroting van de Unie, afgezien van de bijeenkomsten van de voorgestelde
comités. De kredieten zullen worden opgenomen van de bestaande
begrotingsonderdelen, zoals gebruikelijk is voor het functioneren van het
Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats
(administratief begrotingsonderdeel Progress) en voor het uitnodigen van
deskundigen (algemeen begrotingsonderdeel). 5. Aanvullende informatie · Vereenvoudiging Dit voorstel draag bij tot de vereenvoudiging
van het wetgevingskader doordat het een passende mate van evenredigheid en
flexibiliteit inbrengt. ·
Intrekking van bestaande wetgeving De vaststelling
van dit voorstel heeft de intrekking van Richtlijn 2004/40/EG tot gevolg. ·
Europese Economische Ruimte De voorgestelde maatregel betreft een
onderwerp dat onder de EER-overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid
tot de Europese Economische Ruimte. · Nadere uitleg van het voorstel, per hoofdstuk of per artikel Dit voorstel wijzigt een aantal artikelen en
bijlagen van Richtlijn 2004/40/EG. Artikel 1 van
het voorstel is bijna ongewijzigd ten opzichte van Richtlijn 2004/40/EG en
heeft betrekking op de doelstelling en werkingssfeer van het voorstel. Een
nieuwe zin in het tweede lid maakt expliciet gewag van het bestaan van
rechtstreekse en indirecte effecten als gevolg van blootstelling aan
elektromagnetische velden. Beide typen effecten vallen onder de richtlijn. Artikel 2
definieert "elektromagnetische velden",
"blootstellingsgrenswaarden" en "actiewaarden", zoals ook
het geval was in Richtlijn 2004/40/EG. Het nieuwe artikel definieert
verder ook de "oriëntatiewaarden" die in dit voorstel worden
geïntroduceerd, en ter verduidelijking ook "schadelijke
gezondheidseffecten" en "schadelijke veiligheidseffecten". Artikel 3 Dit artikel verwijst naar de
blootstellingsgrenswaarden en actiewaarden, zoals in Richtlijn 2004/40/EG.
In lid 1 echter wordt de functie van de nieuwe oriëntatie- en
actiewaarden, bedoeld om de door de belanghebbenden gevraagde evenredigheid te
kunnen verwezenlijken, kort uiteengezet. Dit is van toepassing op het frequentiebereik
van 0 Hz tot 100 kHz. Van 100 kHz tot 300 GHz blijven de
niveaus ongewijzigd ten opzichte van Richtlijn 2004/40/EG, aangezien er
sinds 1998 geen nieuwe aanbevelingen zijn gepubliceerd. Lid 3 is vergelijkbaar met het
overeenkomstige lid van Richtlijn 2004/40/EG maar is aangepast om
uitgebreide metingen tot die gevallen te beperken waarin zij werkelijk nodig
zijn. Dit zal het uitvoeren van de risicobeoordeling in de praktijk eenvoudiger
maken voor de grote meerderheid van de werkplekken. Lid 4 is nieuw en voorziet in een
vrijstelling van de blootstellingsgrenzen voor de medische MRI-sector en
aanverwante activiteiten, waarvoor alle overige verplichten wel zullen blijven
gelden. Lid 5 is nieuw en geeft de strijdkrachten
het recht een beschermingssysteem te gebruiken dat voor hun specifieke
werksituatie (bv. radars) is aangepast. Het verzoek hiertoe was ingediend door
de NAVO, die een op door de IEEE voorgestelde aanbevelingen gebaseerd
beveiligingssysteem gebruikt. Dit systeem kan worden beschouwd als
gelijkwaardig aan het in dit voorstel beschreven systeem. Lid 6 is nieuw en voorziet in tijdelijke
afwijkingen onder gecontroleerde omstandigheden wanneer het waarschijnlijk is
dat de blootstellingsgrenzen overschreden zullen worden. Artikel 4
heeft betrekking op de "vaststelling van blootstelling en beoordeling van
risico's", zoals dat ook in Richtlijn 2004/40/EG het geval was. De leden 1 tot en met 3 en 6 blijven
ongewijzigd. Lid 4 is enigszins gewijzigd met het oog op het streven naar
grotere flexibiliteit en evenredigheid. Lid 5 blijft ongewijzigd, met
uitzondering van onder c), dat een nauwkeurigere definitie geeft van groepen
met verhoogd risico. Tevens is de onder d), punt ii), in verband met het risico
op rondvliegende ferromagnetische voorwerpen vastgestelde grens voor statische
magnetische velden verhoogd van 3 naar 30 mT, hetgeen strookt met de
huidige bijgewerkte wetenschappelijke gegevens. Artikel 5
"Maatregelen ter voorkoming of vermindering van risico's is grotendeels
onveranderd. Er zijn slechts kleine veranderingen aangebracht met het oog op de
consistentie. Artikel 6
"Voorlichting en opleiding van de werknemers" is slechts beperkt
gewijzigd met het oog op de consistentie. Hetzelfde geldt voor artikel 7
"Raadpleging en deelneming van de werknemers". Artikel 8
"Gezondheidstoezicht" is gewijzigd om een nieuw onderscheid te maken
tussen blootstelling in het lage frequentiebereik (0 Hz tot 100 kHz)
en blootstelling in het hoge frequentiebereik. Bij deze wijziging is rekening
gehouden met het door medische deskundigen bevestigde feit dat door
laagfrequente velden veroorzaakte effecten niet meer waargenomen kunnen worden
zodra de werknemer het gebied van de ongewenste blootstelling heeft verlaten.
Eventuele gezondheidsschade als gevolg van een dergelijke blootstelling kan
derhalve niet door middel van een medisch onderzoek worden vastgesteld. Artikel 9 "Sancties"
is identiek aan hetzelfde artikel van Richtlijn 2004/40/EG. Dit artikel is
destijds door het Europees Parlement ingebracht tijdens de discussies die
voorafgingen aan de vaststelling van Richtlijn 2004/40/EG. Artikel 10
"Technische wijzigingen". Ten opzichte van hetzelfde artikel van
Richtlijn 2004/40/EG zijn significante wijzigingen aangebracht. Het eerste
lid, dat een verwijzing naar de wetgevingsprocedure van artikel 153,
lid 2, bevatte met betrekking tot het vaststellen van wijzigingen van de
blootstellingsgrenswaarden, is geschrapt aangezien het voorstel zelf op
artikel 153, lid 2, is gebaseerd en hier in het dispositief niet
opnieuw naar verwezen hoeft te worden. Het Europees Parlement en de Raad
machtigen de Commissie niet om de blootstellingsgrenswaarden te wijzigen.
Dergelijke wijzigingen zouden derhalve niet door middel van gedelegeerde
handelingen van de Commissie plaatsvinden, maar door middel van het wijzigen
van de richtlijn volgens de procedure van artikel 153, lid 2, VWEU.
De daadwerkelijk rechtstreeks meetbare referentieniveaus, d.w.z. de oriëntatie-
en actiewaarden, worden in het voorstel echter beschouwd als zuiver technische wijzigingen
en zijn daarom opgenomen in een nieuw punt c), ingevoegd in de eerste alinea
van artikel 10. Hierdoor kunnen gemakkelijker en tijdiger de juiste
wijzigingen worden aangebracht als de stand van de wetenschappelijke kennis en
verfijnde modelleringsmethoden vereenvoudigingen of aanpassingen op dit gebied
rechtvaardigen. Overeenkomstig de bij het Verdrag van Lissabon ingevoerde
nieuwe regels voor de comitéprocedure betreffen de in artikel 10 bedoelde
zuiver technische wijzigingen van de bijlagen maatregelen van algemene
strekking die zijn bedoeld om niet-essentiële elementen van de richtlijn te
wijzigen. Zij vallen derhalve onder de "gedelegeerde handelingen" in
de zin van artikel 290 VWEU en voor het vaststellen van dergelijke technische
wijzigingen moet de procedure van dat artikel (dat betrekking heeft op
bevoegdheidsdelegatie) worden gevolgd. De bevoegdheid van de Commissie om van
die procedure gebruik te maken is derhalve in artikel 10 opgenomen, samen
met de mogelijkheid om een spoedprocedure te gebruiken, waarnaar in de tweede
alinea van het artikel wordt verwezen. Artikel 11 De
oude comitéprocedure waarnaar in Richtlijn 2004/40/EG wordt verwezen is
vervangen door de bij het Verdrag van Lissabon ingevoerde nieuwe regels voor
bevoegdheidsdelegatie. In dit artikel wordt derhalve de formele procedure uit
hoofde van artikel 290 VWEU beschreven met betrekking tot de uitoefening
van de aan de Commissie verleende bevoegdheid tot het vaststellen van
gedelegeerde handelingen die tot doel hebben de richtlijn te wijzigen door
middel van het aanbrengen van zuiver technische wijzigingen in de bijlagen
erbij. Het vroegere artikel 12 "Verslagen" van Richtlijn 2004/40/EG is geschrapt omdat
het bij artikel 3, onder 20), van Richtlijn 2007/30/EG is
ingetrokken. De bepalingen inzake de verslagen over de tenuitvoerlegging voor
alle bijzondere richtlijnen in de zin van artikel 16, lid 1, van
Richtlijn 89/391/EEG zijn nu in artikel 17 bis van
Richtlijn 89/391/EEG opgenomen. In Artikel 12
"Spoedprocedure" worden regels vastgesteld voor het gebruik van de
spoedprocedure op grond van de aan de Commissie verleende bevoegdheid tot het
vaststellen van gedelegeerde handelingen. De mogelijkheid om gebruik te maken
van de spoedprocedure wordt waar het de bescherming van de gezondheid en de
veiligheid betreft aanvaard volgens de interinstitutionele gemeenschappelijke
overeenstemming inzake gedelegeerde handelingen. Deze mogelijkheid werd reeds
geboden in de oude richtlijn inzake elektromagnetische velden (2004/40/EG). Er
zal slechts in uitzonderingsgevallen waarin dwingende urgente redenen, zoals
mogelijke onmiddellijke risico's voor de gezondheid en veiligheid van
werknemers ten gevolge van hun blootstelling aan elektromagnetische velden dat
vereisen, gebruik van worden gemaakt. Artikel 13 is
nieuw en heeft betrekking op de noodzaak een praktische handleiding op te
stellen om de uitvoering van de richtlijn te vergemakkelijken. Dit gebeurt
reeds bij andere richtlijnen, met name ook bij de laatste
Richtlijn 2006/25/EG inzake fysische agentia (kunstmatige optische
straling). De artikelen 14, 15, 16 en 17 bevatten bepalingen met betrekking tot de verslaglegging, omzetting,
intrekking van Richtlijn 2004/40/EG en inwerkingtreding. In bijlage I wordt een aantal
natuurkundige grootheden opgevoerd die niet in de hoofdtekst (artikel 2)
zijn opgenomen. Aan deze optie wordt de voorkeur gegeven omdat dit de samenhang
van de tekst van het voorstel ten goede komt. Bijlage II
vormt een belangrijk onderdeel van het voorstel omdat het alle elementen bevat
die nodig zijn voor een grotere flexibiliteit en evenredigheid in het
frequentiebereik van 0 Hz tot 100 kHz. In deze bijlage wordt het
"zonesysteem" in de praktijk geïntroduceerd, dat door de meeste
belanghebbenden wordt gesteund, samen met maatregelen om de
risicobeoordelingsprocedures zo veel mogelijk te vergemakkelijken. Bijlage III heeft
betrekking op de bovenkant van het frequentiespectrum. Aangezien er op dit
gebied geen nieuwe internationale aanbevelingen zijn gedaan, blijven de
wijzigingen beperkt tot een nieuwe manier van presenteren en enkele elementen
die het werk van de werkgevers vergemakkelijken. Bijlage IV heeft
specifiek betrekking op magnetische resonantie (MR) voor medische toepassingen.
De bijlage heeft tot doel te zorgen voor een soepele en geharmoniseerde
toepassing van geschikte, kwalitatief hoogwaardige, beschermingsmaatregelen in
een gecontroleerde omgeving. Bijlage V bevat
een lijst van wetgevingshandelingen waarbij Richtlijn 2004/40/EG wordt
gewijzigd (waarnaar in artikel 15 wordt verwezen) en een concordantietabel
ter weergave van het verband tussen de bepalingen van
Richtlijn 2004/40/EG, zoals gewijzigd, en dit voorstel. 2011/0152 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD betreffende de minimumvoorschriften inzake
veiligheid en gezondheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan
de risico's van fysische agentia (elektromagnetische velden) (twintigste
bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 153, lid 2, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch
en Sociaal Comité[4], Gezien het advies van het Comité van de
Regio's[5], Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1) Ingevolge het Verdrag kan de
Raad door middel van richtlijnen minimumvoorschriften vaststellen om de
verbetering van met name het arbeidsmilieu te bevorderen, teneinde een betere
bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers te waarborgen.
Deze richtlijnen vermijden zodanige administratieve, financiële en juridische
verplichtingen op te leggen dat zij de oprichting en ontwikkeling van kleine en
middelgrote ondernemingen zouden kunnen hinderen. (2) In artikel 31,
lid 1, van het Handvest van grondrechten van de Europese Unie is bepaald
dat iedere werknemer recht heeft op gezonde, veilige en waardige
arbeidsomstandigheden, (3) Na de inwerkingtreding van
Richtlijn 2004/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van
29 april 2004 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en
veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's
van fysische agentia (elektromagnetische velden)[6]
zijn door belanghebbenden, met name binnen de medische wereld, ernstige zorgen
geuit over de mogelijke gevolgen van de tenuitvoerlegging van die richtlijn
voor de toepassing van medische procedures op basis van medische beeldvorming.
Tevens werden zorgen geuit over de gevolgen van de richtlijn voor bepaalde
industriële activiteiten. (4) De Commissie heeft de door de
belanghebbenden aangedragen argumenten aandachtig bestudeerd en na enkele
raadplegingen heeft zij besloten sommige bepalingen van
Richtlijn 2040/40/EG grondig te heroverwegen op basis van nieuwe
wetenschappelijke informatie afkomstig van internationaal erkende deskundigen. (5) Richtlijn 2004/40/EG is
gewijzigd bij Richtlijn 2008/46/EG van 23 april 2008[7], waarbij de omzettingstermijn voor
Richtlijn 2004/40/EG met vier jaar is verlengd. Dit zou de Commissie in de
gelegenheid stellen een nieuw voorstel in te dienen en de medewetgevers in de
gelegenheid stellen een nieuwe richtlijn vast te stellen op basis van recenter
en degelijker bewijsmateriaal. (6) Richtlijn 2004/40/EG
moet worden ingetrokken en er moeten passendere en evenredigere maatregelen
worden ingevoerd ter bescherming van werknemers tegen de aan elektromagnetische
velden verbonden risico's. De richtlijn heeft echter geen betrekking op de
effecten op lange termijn, met inbegrip van de mogelijke carcinogene effecten
van blootstelling aan tijdsafhankelijke elektrische, magnetische en
elektromagnetische velden, waarvoor op dit moment geen sluitende
wetenschappelijke bewijzen bestaan waaruit een causaal verband blijkt. Met deze
maatregelen moeten niet alleen beoogd worden om de veiligheid en de gezondheid
van elke werknemer afzonderlijk te waarborgen, maar ook om voor alle werknemers
van de Unie een als minimum te beschouwen basisbescherming te bieden, terwijl
eventuele concurrentievervalsing wordt vermeden. (7) Deze richtlijn stelt
minimumvoorschriften vast en laat de lidstaten daarmee de keuze gunstiger
bepalingen voor de bescherming van werknemers te handhaven of aan te nemen, met
name waar het de vaststelling betreft van lagere waarden voor de oriëntatie- en
actiewaarden of de blootstellingsgrenswaarden voor elektromagnetische velden;
De uitvoering van deze richtlijn mag echter niet als rechtvaardiging dienen
voor enigerlei verlaging van het in de lidstaten reeds bestaande
beschermingsniveau. (8) Een systeem ter bescherming
tegen elektromagnetische velden moet beperkt blijven tot een omschrijving,
zonder overbodige details, van de te bereiken doeleinden, de in acht te nemen
beginselen en de toe te passen basisgrootheden, teneinde de lidstaten in staat
te stellen de minimumvoorschriften op equivalente wijze toe te passen. (9) Voor de bescherming van
werknemers die aan elektromagnetische velden worden blootgesteld moet een
doeltreffende en doelmatige risicobeoordeling uitgevoerd worden. Deze
verplichting moet echter in verhouding staan tot de daadwerkelijke situatie op
de werkplek. Daarom moet een beschermingssysteem worden vastgesteld waarin het
risiconiveau op een eenvoudige en begrijpelijke manier wordt geclassificeerd.
Derhalve kan de verwijzing naar een aantal indicatoren en standaardsituaties de
werkgevers nuttig van pas komen bij het voldoen aan hun verplichting. (10) De ongewenste effecten op het
menselijk lichaam zijn afhankelijk van de frequentie van het elektromagnetische
veld of de straling waaraan het lichaam wordt blootgesteld, van 0 Hz tot
100 kHz en boven 100 kHz, dus er moeten twee verschillende systemen
voor de beperking van de blootstelling worden overwogen om aan
elektromagnetische velden blootgestelde werknemers te beschermen. (11) De blootstelling aan
elektromagnetische velden kan doeltreffender worden verminderd door reeds bij
het ontwerpen van werkplekken voor preventie te zorgen en arbeidsmiddelen, ‑procédés
en ‑methoden zodanig te kiezen dat risico's bij voorrang aan de bron
worden bestreden. Maatregelen met betrekking tot arbeidsmiddelen en -methoden
leveren derhalve een bijdrage aan de bescherming van de werknemers. Het is
echter nodig dubbel werk met betrekking tot de beoordelingen te vermijden in
gevallen waarin de arbeidsmiddelen voldoen aan de voorschriften van
EU-productwetgeving waarin strengere veiligheidsniveaus zijn vastgesteld dan
waarin deze richtlijn en met name de Richtlijnen 1999/5/EG en 2006/95/EG
voorzien. Hierdoor wordt het voor een grote groep gevallen mogelijk met een
vereenvoudigde beoordeling te volstaan. (12) Het is van belang dat
werkgevers zich aanpassen aan de technische vooruitgang en de wetenschappelijke
kennis inzake de risico's in verband met blootstelling aan elektromagnetische
velden teneinde de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van
werknemers te verbeteren. (13) Deze richtlijn is een
bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van
Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de
tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de
veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk[8]. Die richtlijn is derhalve onverminderd meer
stringente en/of meer specifieke bepalingen in deze richtlijn onverkort van
toepassing op het gebied van de blootstelling van werknemers aan
elektromagnetische velden. (14) De bevoegdheid handelingen
vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie moet aan de Commissie worden gedelegeerd teneinde
haar te machtigen om zuiver technische wijzigingen in de bijlagen bij deze richtlijn
aan te brengen, in overeenstemming met de vaststelling van richtlijnen op het
gebied van technische harmonisatie en normalisatie en als resultaat van de
technische vooruitgang, wijzigingen in de meest relevante geharmoniseerde
Europese normen of specificaties en nieuwe wetenschappelijke gegevens met
betrekking tot elektromagnetische velden, en om de oriëntatie- en actiewaarden
en de bijbehorende lijsten van activiteiten, werkplekken en typen apparaten aan
te passen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar
voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt, onder meer met
deskundigen. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen
moet de Commissie erop toezien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig,
tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden
ingediend. (15) In uitzonderingsgevallen
waarin dwingende urgente redenen, zoals mogelijke onmiddellijke risico's voor
de gezondheid en veiligheid van werknemers ten gevolge van hun blootstelling
aan elektromagnetische velden dat vereisen, moet de mogelijkheid worden geboden
om de spoedprocedure op door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handelingen
toe te passen. (16) Een systeem dat
blootstellingsgrenswaarden, oriëntatiewaarden en actiewaarden omvat, moet, voor
zover van toepassing, worden beschouwd als een hulpmiddel om te voorzien in een
hoog niveau van bescherming tegen de bewezen schadelijke gezondheidseffecten
die het gevolg kunnen zijn van blootstelling aan elektromagnetische velden. Een
dergelijk systeem kan echter in strijd zijn met de specifieke omstandigheden
voor bepaalde activiteiten, zoals medische verrichtingen waarbij gebruik wordt
gemaakt van magnetische resonantie of militaire operaties waarvoor
interoperabiliteit is vereist en waarop reeds internationaal aanvaarde normen
die een gelijkwaardige bescherming bieden voor werknemers die met specifieke
blootstellingssituaties te maken krijgen, van toepassing zijn. Er moet derhalve
met deze specifieke omstandigheden rekening worden gehouden. (17) Een systeem dat een hoog
beschermingsniveau waarborgt ten aanzien van de schadelijke gezondheidseffecten
van blootstelling aan elektromagnetische velden moet naar behoren rekening
houden met specifieke groepen werknemers en storingen van of effecten op het
functioneren van medische hulpmiddelen, zoals metalen prothesen, pacemakers en
defibrillators, cochleaimplantaten en andere implantaten vermijden. Storingen,
met name bij pacemakers, kunnen optreden bij niveaus die onder de oriëntatie-
en actiewaarden liggen en moeten daarom het voorwerp vormen van passende
voorzorgs- en beschermingsmaatregelen. HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN
VASTGESTELD: HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1
Onderwerp en werkingssfeer 1. Bij deze richtlijn, die de twintigste
bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van
Richtlijn 89/391/EEG is, worden minimumvoorschriften vastgesteld voor de
bescherming van werknemers tegen risico's voor hun gezondheid en veiligheid die
zich voordoen of kunnen voordoen door blootstelling aan elektromagnetische
velden (0 Hz-300 GHz) tijdens het werk. 2. Deze richtlijn heeft betrekking op
de rechtstreekse risico's voor de gezondheid en de veiligheid van werknemers
door bekende schadelijke effecten op korte termijn in het menselijk lichaam,
veroorzaakt door geïnduceerde elektrische of magnetische velden, door
energieabsorptie en door contactstroom. Zij heeft tevens betrekking op
indirecte gezondheids- en veiligheidseffecten. 3. Deze richtlijn heeft geen
betrekking op de effecten op lange termijn. 4. Deze richtlijn heeft geen
betrekking op de risico's die verbonden zijn aan het contact met stroomvoerende
geleiders. 5. Richtlijn 89/391/EEG is
onverkort van toepassing op het gehele gebied, bedoeld in lid 1,
onverminderd meer stringente en/of meer specifieke bepalingen van deze
richtlijn. Artikel 2
Definities 1. Voor de toepassing van deze
richtlijn wordt verstaan onder: a) "elektromagnetische
velden": statische elektrische en magnetische en tijdsafhankelijke
elektrische, magnetische en elektromagnetische velden met frequenties tot
300 GHz; b) "schadelijke
gezondheidseffecten": biologische effecten met een schadelijke uitwerking
op het mentale, fysieke en/of algemene welzijn van blootgestelde werknemers. In
deze richtlijn worden alleen de effecten op korte termijn in aanmerking
genomen; c) "schadelijke
veiligheidseffecten": effecten die tijdelijke hinder veroorzaken of de
cognitie of andere hersen- of spierfuncties aantasten en daardoor het vermogen
van een werknemer om veilig te werken kunnen aantasten; c) "rechtstreeks effect":
effect op het menselijk lichaam als rechtstreeks gevolg van de aanwezigheid van
een sterk magnetisch of elektrisch veld, zoals stimulering van spieren, zenuwen
of zintuigen, verwarming van weefsels, duizeligheid of hoofdpijn; d) "indirect effect": effect
op een object als gevolg van de aanwezigheid van een sterk elektrisch of
magnetisch veld, dat een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid kan
opleveren, zoals contactstroom, ferromagnetische projectielen of interferentie
met actieve implanteerbare medische hulpmiddelen; e) "blootstellingsgrenswaarden":
grenzen voor de blootstelling aan magnetische velden die zijn vastgesteld op
basis van bekende gezondheidseffecten en biologische overwegingen. Inachtneming
van de blootstellingsgrenswaarden voor gezondheidseffecten waarborgt dat aan
elektromagnetische velden blootgestelde werknemers worden beschermd tegen alle
bekende schadelijke gezondheidseffecten; Inachtneming van de
blootstellingsgrenswaarden voor veiligheidseffecten waarborgt dat aan
elektromagnetische velden blootgestelde werknemers worden beschermd tegen alle
bekende schadelijke gezondheids- en veiligheidseffecten; f) "oriëntatiewaarde" en
"actiewaarde": rechtstreeks meetbare - frequentieafhankelijke – parameters,
de grootte waarvan wordt vastgesteld in termen van elektrische veldsterkte (E),
magnetische veldsterkte (H), magnetische fluxdichtheid (B) en
vermogensdichtheid (S), en bij het optreden waarvan een of meer van de in deze
richtlijn vastgestelde maatregelen moeten worden genomen. 2. De in lid 1, onder f),
bedoelde "oriëntatiewaarde" komt overeen met een veldniveau waarbij
onder normale arbeidsomstandigheden en voor personen die niet tot een groep met
verhoogd risico behoren geen schadelijke gezondheidseffecten zouden moeten
worden waargenomen. Als gevolg daarvan hoeft slechts een minimaal diepgaande
risicobeoordelingsprocedure te worden gevolgd. Naleving van de oriëntatiewaarde
houdt automatisch in dat de desbetreffende blootstellingsgrenswaarden voor
veiligheids- en gezondheidseffecten worden nageleefd. De in lid 1, onder f), bedoelde
"actiewaarde" komt overeen met het maximale rechtstreeks meetbare
veld waarvoor gegarandeerd wordt dat automatisch aan de
blootstellingsgrenswaarde wordt voldaan. Voor alle blootstellingsniveaus tussen
de "oriëntatiewaarde" en de "actiewaarde" zijn
uitgebreidere evaluaties en preventieve maatregelen vereist. Naleving van de
actiewaarde houdt automatisch in dat de desbetreffende blootstellingsgrenswaarden
voor gezondheidseffecten worden nageleefd. Artikel 3
Blootstellingsgrenswaarden, oriëntatiewaarden en actiewaarden 1. De blootstellingsgrenswaarden,
alsmede de oriëntatie- en actiewaarden voor zowel elektrische als magnetische
velden met een frequentie van 0 tot100 kHz zijn in bijlage II
opgenomen. Voor blootstellingsniveaus boven de
actiewaarde moet door middel van passende verificaties worden aangetoond dat
het blootstellingsniveau de desbetreffende blootstellingsgrenswaarde voor
gezondheidseffecten niet overschrijdt. Voor
blootstellingsniveaus boven de oriëntatiewaarde moet door middel van passende
verificaties worden aangetoond dat de blootstelling de desbetreffende
blootstellingsgrenswaarden voor veiligheids- en gezondheidseffecten niet
overschrijdt, of dat het blootstellingsniveau onder de actiewaarde ligt. In het laatste geval worden preventieve maatregelen
getroffen en worden de werknemers ingelicht. 2. De blootstellingsgrenswaarden,
alsmede de actiewaarden voor zowel elektrische als magnetische velden met een frequentie
van 100 kHz tot 300 GHz zijn in bijlage III opgenomen. Voor blootstellingsniveaus boven het
actieniveau moet door middel van passende verificaties worden aangetoond dat de
blootstelling de desbetreffende blootstellingsgrenswaarde voor gezondheidseffecten
niet overschrijdt. 3. Voor de beoordeling, meting en/of
berekening van een blootstelling van werknemers aan elektromagnetische velden
die waarschijnlijk aanzienlijk lager ligt dan de actiewaarde, mogen eenvoudige
methoden worden toegepast. Voor de andere gevallen, waarin het
blootstellingsniveau waarschijnlijk dicht bij of boven de actiewaarde ligt,
geven de lidstaten richtsnoeren op basis van beschikbare geharmoniseerde
Europese normen, vastgesteld door het Europees Comité voor normalisatie (Cenelec)
of van andere wetenschappelijke normen of richtsnoeren. 4. In afwijking hiervan zijn de
leden 1 en 2 niet van toepassing op medische toepassingen waarbij gebruik
wordt gemaakt van magnetische resonantie en de volgende aanverwante
activiteiten: integraal testen van systemen alvorens deze vrij te geven voor
verzending, installatie, reiniging, onderhoud en onderzoeks- en
ontwikkelingsactiviteiten. In deze specifieke gevallen worden specifieke
beschermingsmaatregelen getroffen. Hiervoor raadpleegt de Commissie de
bestaande werkgroepen en treedt zij op volgens de maatregelen in
bijlage IV. 5. In afwijking hiervan zijn de
leden 1 en 2 niet van toepassing op de strijdkrachten in de lidstaten waar
reeds een gelijkwaardig en meer specifiek beschermingssysteem, zoals NAVO-norm
STANAG 2345, is ingevoerd en geïmplementeerd. De lidstaten stellen de Commissie
op de hoogte van het bestaan en de doeltreffende implementatie van dergelijke
beschermingssystemen bij de mededeling van de omzetting van de bepalingen van
deze richtlijn in nationale wetgeving overeenkomstig artikel 14. 6. Onverminderd de leden 4 en 5
mag geen blootstelling van werknemers optreden die boven de
blootstellingsgrenswaarden voor gezondheidseffecten ligt. Voor specifieke
situaties waarin deze waarden tijdelijk overschreden kunnen worden, mogen de
lidstaten een systeem opzetten voor het goedkeuren van werkzaamheden onder
gecontroleerde omstandigheden en op basis van een alomvattende
risicobeoordeling waarin de daadwerkelijke blootstellingsniveaus en de waarschijnlijkheid
van het optreden daarvan worden vastgesteld en vergeleken met de
blootstellingsgrenswaarden zoals gedefinieerd in de bijlagen II en III.
Dergelijke specifieke situaties worden aan de Commissie gerapporteerd in het
artikel 17 bis van Richtlijn 89/391/EEG bedoelde verslag. HOOFDSTUK II VERPLICHTINGEN VAN WERKGEVERS Artikel 4
Vaststelling van
blootstelling en beoordeling van risico's 1. Bij de uitvoering van de
verplichtingen uit hoofde van artikel 6, lid 3, en artikel 9,
lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG beoordeelt de werkgever de niveaus
van de elektromagnetische velden waaraan de werknemers zijn blootgesteld en,
indien nodig, meet en/of berekent hij deze niveaus. Beoordelingen,
metingen en berekeningen kunnen volgens de richtsnoeren in de bijlagen II
en III worden uitgevoerd. Voor specifieke gevallen waarnaar in deze bijlagen
niet wordt verwezen, mag de werkgever gebruikmaken van door Cenelec
vastgestelde geharmoniseerde Europese normen voor relevante beoordelings-,
metings- en berekeningssituaties. De werkgever heeft tevens het recht andere
wetenschappelijke normen of richtsnoeren te gebruiken indien dit door de
betrokken lidstaat wordt voorgeschreven. Indien relevant houdt de werkgever ook
rekening met de emissieniveaus en andere door de fabrikanten van apparatuur
overeenkomstig de desbetreffende Uniewetgeving verstrekte gegevens die verband
houden met de veiligheid. 2. Als op basis van de overeenkomstig
lid 1 verrichte beoordeling van de niveaus van de elektromagnetische
velden blijkt dat een of meerdere van de in de bijlagen II of III bedoelde
actiewaarden wordt overschreden, beoordeelt de werkgever verder of de
blootstellingsgrenswaarden voor de gezondheidseffecten worden overschreden en,
indien nodig, berekent hij of dit het geval is. 3. De in de leden 1 en 2 bedoelde
beoordeling, meting en/of berekening is niet noodzakelijk in openbaar
toegankelijke arbeidsplaatsen op voorwaarde dat al een evaluatie is verricht
overeenkomstig de bepalingen van Aanbeveling 1999/519/EG van de Raad van
12 juli 1999 betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking
aan elektromagnetische velden van 0 Hz - 300 GHz,[9] en met inachtneming van de daarin opgenomen
restricties voor werknemers en met uitsluiting van de veiligheidsrisico's.
Indien apparatuur die voor het publiek is bestemd en die aan de
EU-productwetgeving voldoet, en met name aan de Richtlijnen 1999/5/EG en
2006/95/EG, overeenkomstig de bestemming ervan wordt gebruikt, wordt aan deze
voorwaarden voldaan. 4. De in de leden 1 en 2 bedoelde
beoordeling, meting en/of berekeningen worden met passende frequentie gepland
en uitgevoerd door deskundige diensten of personen, rekening houdend met de
richtsnoeren in de bijlagen II en III en met name rekening houdend met de
artikelen 7 en 11 van Richtlijn 89/391/EEG inzake de vereiste
deskundige diensten of personen en de raadpleging en deelneming van werknemers.
De gegevens die door middel van de beoordeling meting en/of berekening van het
niveau van blootstelling zijn verkregen, worden in een passende vorm bewaard,
om latere raadpleging mogelijk te maken. 5. Overeenkomstig artikel 6,
lid 3, van Richtlijn 89/391/EEG besteedt de werkgever bij de
risicobeoordeling met name aandacht aan: a) het frequentiespectrum en het
niveau, de duur en het type van de blootstelling; b) de in artikel 3 en de
bijlagen II en III bij deze Richtlijn bedoelde blootstellingsgrenswaarden
en actiewaarden. c) mogelijke effecten voor de
gezondheid en veiligheid van werknemers met een verhoogd risico, zoals
werknemers die aan de werkgever hebben verklaard een actief implanteerbaar
medisch hulpmiddel bij zich te dragen en vrouwen die hebben verklaard zwanger
te zijn; d) mogelijke indirecte effecten,
zoals: i) interferentie met elektronische medische
apparatuur (met inbegrip van pacemakers en andere geïmplanteerde hulpmiddelen,
zoals onder c) bedoeld); ii) het risico op rondvliegende
ferromagnetische voorwerpen in statische magnetische velden met een magnetische
fluxdichtheid van meer dan 30 mT; iii) het in werking stellen van elektrische
ontstekingen (detonators) iv) brand en explosies als gevolg van de
ontbranding van brandbare materialen door vonken als gevolg van geïnduceerde
velden, contactstromen of vonkontladingen; e) het bestaan van vervangend
materieel dat ontworpen is om het niveau van blootstelling aan
elektromagnetische velden te verminderen; f) via het gezondheidstoezicht
verkregen informatie, met inbegrip van gepubliceerde informatie; g) blootstelling aan verscheidene
bronnen; h) gelijktijdige blootstelling aan
velden van verschillende frequenties. 6. De werkgever is in het bezit van
een risicobeoordeling, overeenkomstig artikel 9, lid 1,
onder a), van Richtlijn 89/391/EEG, en vermeldt welke maatregelen
overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van de onderhavige richtlijn moeten worden
getroffen. De risicoanalyse moet adequaat worden gedocumenteerd, overeenkomstig
de nationale wetgeving en praktijk. De werkgever kan daarbij argumenten
aandragen om aan te tonen dat de aard en de omvang van de aan
elektromagnetische velden verbonden risico's een meer uitvoerige beoordeling
overbodig maken. De risicobeoordeling wordt regelmatig bijgewerkt, met name
indien er ingrijpende veranderingen hebben plaatsgevonden waardoor zij
achterhaald is, of wanneer uit de resultaten van het gezondheidstoezicht blijkt
dat aanpassing nodig is. Artikel 5
Maatregelen ter voorkoming of
vermindering van risico's 1. De blootstelling aan
elektromagnetische velden wordt geëlimineerd of tot een minimum beperkt,
waarbij rekening wordt gehouden met de technische vooruitgang en de
mogelijkheid om maatregelen te nemen om de productie van elektromagnetische
velden aan de bron te beheersen. De vermindering van de risico’s die verbonden
zijn aan de blootstelling aan elektromagnetische velden geschiedt met
inachtneming van de in Richtlijn 89/391/EEG vermelde algemene
preventieprincipes. 2. Zodra op basis van de in
artikel 4 bedoelde risicobeoordeling voor aan kunstmatige bronnen van
optische straling blootgestelde werknemers blijkt dat de in artikel 3 en
de bijlagen II en III bedoelde actiewaarden overschreden worden, gaat de
werkgever over tot de opstelling en uitvoering van een actieplan dat technische
en/of organisatorische maatregelen omvat om een blootstelling waarbij de
grenswaarden worden overschreden, te voorkomen, tenzij uit de overeenkomstig
artikel 4, lid 2, verrichte beoordeling blijkt dat de
blootstellingsgrenswaarden niet worden overschreden en veiligheidsrisico's
kunnen worden uitgesloten. Er moet met name rekening worden gehouden met: a) alternatieve werkmethoden die tot
minder blootstelling aan elektromagnetische velden leiden; b) de keuze van arbeidsmiddelen die
minder elektromagnetische velden uitzenden, rekening houdend met het te
verrichten werk; c) technische maatregelen om de
emissie van elektromagnetische velden te beperken, waar nodig ook door het
gebruik van vergrendeling, afscherming of soortgelijke mechanismen ter
bescherming van de gezondheid; d) passende onderhoudsprogramma's voor
de arbeidsmiddelen, de werkplek en de systemen op de arbeidsplaats; e) het ontwerp en de indeling van de
werkplek en de arbeidsplaats; f) beperking van de duur en
intensiteit van de blootstelling; g) de beschikbaarheid van toereikende
persoonlijke beschermingsmiddelen. 3. Op basis van de in artikel 4
bedoelde risicobeoordeling worden werkplekken waar werknemers zouden kunnen
worden blootgesteld aan elektromagnetische velden die de oriëntatie- of
actiewaarden overschrijden, overeenkomstig de bijlagen II en III alsmede
Richtlijn 92/58/EEG van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften
voor de veiligheids- en/of gezondheidssignalering op het werk (negende
bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van
Richtlijn 89/391/EEG)[10],
aangegeven door middel van passende signaleringen. De betreffende ruimten
worden als zodanig aangemerkt en de toegang ertoe wordt, naar gelang het geval,
beperkt. Indien de toegang tot deze ruimten reeds om andere redenen op gepaste
wijze is beperkt zijn geen specifieke signaleringen en beperkingen van de
toegang in verband met elektromagnetische velden vereist. 4. In elk geval mag de blootstelling
van de werknemers de blootstellingsgrenswaarde voor gezondheidseffect niet
overschrijden, tenzij aan de voorwaarden van artikel 3, lid 6, is
voldaan. Indien de blootstellingsgrenswaarden voor gezondheidseffecten ondanks
de maatregelen die de werkgever uit hoofde van deze richtlijn heeft genomen, is
overschreden, neemt de werkgever onmiddellijk maatregelen om de blootstelling
terug te brengen tot onder deze blootstellingsgrenswaarden. De werkgever gaat
na waarom de blootstellingsgrenswaarden voor gezondheidseffecten zijn
overschreden en wijzigt de beschermings- en preventiemaatregelen op zodanige wijze dat de grenswaarden niet
opnieuw worden overschreden. 5. Overeenkomstig artikel 15 van
Richtlijn 89/391/EEG stemt de werkgever de in dit artikel en in de
bijlagen II en III bedoelde maatregelen af op de behoeften van werknemers
met een verhoogd risico. Artikel 6
Voorlichting en opleiding van
de werknemers Onverminderd de artikelen 10 en 12 van
Richtlijn 89/391/EEG, zorgt de werkgever ervoor dat werknemers die aan
risico's in verband met elektromagnetische velden op het werk worden
blootgesteld, en/of hun vertegenwoordigers, alle benodigde voorlichting en
opleiding ontvangen met betrekking tot het resultaat van de in artikel 4,
lid 1, van deze richtlijn bedoelde risicobeoordeling, die met name betrekking
heeft op: a) maatregelen die ter uitvoering van
deze richtlijn zijn genomen; b) de waarden en concepten van de
blootstellingsgrenswaarden, oriëntatiewaarden en actiewaarden, de daarmee
verbonden mogelijke risico's en de getroffen preventieve maatregelen; c) de resultaten van de overeenkomstig
artikel 4, leden 1 en 2, van deze richtlijn uitgevoerde beoordeling,
meting en/of berekeningen van de niveaus van blootstelling aan magnetische
velden; d) de wijze waarop schadelijke
gezondheidseffecten van de blootstelling moeten worden opgespoord en gemeld; e) de omstandigheden waarin werknemers
recht hebben op gezondheidstoezicht; f) veilige werkmethoden om de
risico's van blootstelling tot een minimum te beperken. Artikel 7
Raadpleging en deelneming van
de werknemers Overeenkomstig artikel 11 van
Richtlijn 89/391/EEG wordt voorzien in raadpleging en deelneming van de
werknemers en/of hun vertegenwoordigers. HOOFDSTUK III DIVERSE BEPALINGEN Artikel 8
Gezondheidstoezicht 1. Voor preventie en vroegtijdige
diagnose van mogelijke schadelijke gezondheidseffecten ten gevolge van
blootstelling aan elektromagnetische velden wordt een passend
gezondheidstoezicht uitgeoefend overeenkomstig artikel 14 van
Richtlijn 89/391/EEG. Voor blootstellingen in het frequentiebereik
tot 100 kHz wordt ieder door een werknemer gemeld ongewenst of onverwacht
gezondheidseffect doorgegeven aan de persoon die met het medisch toezicht is
belast, die vervolgens gepaste actie onderneemt overeenkomstig met intern recht
en praktijk. Bij blootstelling in het bereik van
100 kHz tot 300 GHz en in elk geval waar blootstelling boven de
blootstellingsgrenswaarden wordt vastgesteld, wordt (worden) de betrokken
werknemer(s) in staat gesteld een medisch onderzoek te ondergaan overeenkomstig
intern recht en praktijk. Indien als gevolg van een dergelijke blootstelling
gezondheidschade wordt vastgesteld, verricht de werkgever een herbeoordeling
van de risico's overeenkomstig artikel 4. 2. De werkgever neemt passende
maatregelen om te waarborgen dat de arts en/of de medische autoriteit
verantwoordelijk voor het gezondheidstoezicht toegang hebben tot de resultaten
van de in artikel 4 bedoelde risicobeoordeling. 3. De gegevens die door middel van het
gezondheidstoezicht zijn verkregen, worden in een passende vorm bewaard om
latere raadpleging ervan mogelijk te maken, waarbij rekening wordt gehouden met
vertrouwelijkheidsvoorschriften. De individuele werknemer heeft desgevraagd toegang
tot de hem persoonlijk betreffende medische gegevens. Artikel 9
Sancties De lidstaten voorzien in adequate sancties op
niet-naleving van de ingevolge deze richtlijn vastgestelde nationale wetgeving.
De sancties moeten doeltreffend, proportioneel en afschrikkend zijn. Artikel 10
Technische wijzigingen van de
bijlagen De Commissie krijgt overeenkomstig
artikel 11 de bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen om
zuiver technische wijzigingen in de bijlagen aan te brengen teneinde: a) rekening te houden met de vaststelling van
richtlijnen op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie met
betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van
arbeidsmiddelen of werkplekken; b) rekening te houden met de technische
vooruitgang, wijzigingen in de meest toepasselijke geharmoniseerde Europese
normen of specificaties, en nieuwe wetenschappelijke inzichten op het gebied
van elektromagnetische velden; c) aanpassingen door te voeren in de
oriëntatie- en actiewaarden, mits blijft worden voldaan aan de bestaande
blootstellingsgrenswaarden, en in de in de bijlagen II en III opgenomen
bijbehorende lijsten van activiteiten, werkplekken en typen apparatuur. Indien, in het geval van zuiver technische
wijzigingen van de bijlagen, zoals bedoeld in de eerste alinea, dwingende
urgente redenen dat vereisen, is de procedure van artikel 12 van
toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Artikel 11 Uitoefening van de delegatie 1. De bevoegdheid tot vaststelling van
gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend onder de in dit
artikel gestelde voorwaarden. 2. De bevoegdheid tot vaststelling van de in
artikel 10 bedoelde gedelegeerde handelingen wordt met ingang van [de
datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] verleend voor onbepaalde
tijd. 3. De in artikel 10 bedoelde
bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of door de
Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de
delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit treedt in
werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de
Europese Unie of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het
besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde
handelingen onverlet. 4. Zodra de Commissie een gedelegeerde
handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan
gelijktijdig in kennis. 5. Een krachtens artikel 10 vastgestelde
gedelegeerde handeling treedt pas in werking als het Europees Parlement noch de
Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving bezwaar
heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of indien zowel het Europees
Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van deze termijn heeft
meegedeeld voornemens te zijn om geen bezwaar te maken. Op initiatief
van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee maanden worden
verlengd. Artikel 12 Spoedprocedure 1. Gedelegeerde handelingen die overeenkomstig
dit artikel worden vastgesteld, treden onmiddellijk in werking en zijn van
toepassing zolang geen bezwaar wordt aangetekend overeenkomstig lid 2. In
de kennisgeving van een gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de
Raad wordt vermeld om welke redenen gebruik wordt gemaakt van de
spoedprocedure. 2. Het Europees Parlement of de Raad kan
overeenkomstig de in artikel 11, lid 5, bedoelde procedure bezwaar
aantekenen tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de
handeling onverwijld in na de kennisgeving door het Europees Parlement of de
Raad om tegen het besluit bezwaar aan te tekenen. HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN Artikel 13
Praktische handleiding Om de uitvoering van deze richtlijn, en met
name de uitvoering van de risicobeoordeling, te vergemakkelijken, stelt de
Commissie praktische handleidingen op voor de bepalingen van de
artikelen 4 en 5 en de bijlage II tot en met IV. De Commissie zal
daarbij nauw samenwerken met het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid
op de arbeidsplaats. Artikel 14
Evaluatie en verslaglegging Het verslag dat overeenkomstig artikel
17 bis van Richtlijn 89/391/EEG moet worden opgesteld, rapporteert
met name over de doeltreffendheid van de richtlijn voor de vermindering van de
blootstelling aan elektromagnetische velden en over het percentage werkplekken
waarvoor corrigerend optreden nodig was. Artikel 14
Omzetting 1. De lidstaten doen de nodige
wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [30
april 2014] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van
die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband
tussen die bepalingen en deze richtlijn. Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen
wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt
hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels
voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. 2. De lidstaten delen de Commissie de
tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder
deze richtlijn vallende gebied vaststellen. Artikel 15 Intrekking Richtlijn 2004/40/EG wordt ingetrokken. Artikel 16
Inwerkingtreding Deze richtlijn treedt in werking op de dag van
haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Artikel 17
Adressaten Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter BIJLAGE I
Natuurkundige
grootheden met betrekking tot de blootstelling aan elektromagnetische velden De volgende natuurkundige grootheden worden
gebruikt om de blootstelling aan elektromagnetische velden te beschrijven: De contactstroom (IC) tussen
een persoon en een voorwerp wordt uitgedrukt in ampère (A). Een stationaire
contactstroom treedt op wanneer een persoon in contact is met een geleidend
voorwerp in een elektrisch veld. Tijdens het tot stand brengen van dat contact
kan een vonkoverslag optreden met bijbehorende transiënte stromen. De elektrische veldsterkte is een vectorgrootheid
(E), die overeenkomt met de kracht die op een geladen deeltje, ongeacht de
beweging daarvan in de ruimte, wordt uitgeoefend. Zij wordt uitgedrukt in volt
per meter (V/m). De magnetische veldsterkte is een
vectorgrootheid (H) die, naast de magnetische fluxdichtheid, dient voor de
beschrijving van een magnetisch veld op elk punt in de ruimte. Zij wordt
uitgedrukt in ampère per meter (A/m). De magnetische fluxdichtheid is een
vectorgrootheid (B), die een op bewegende ladingen inwerkende kracht veroorzaakt;
zij wordt uitgedrukt in tesla (T). In de lege ruimte en in biologische
materialen kunnen de magnetische fluxdichtheid en de magnetische veldsterkte in
elkaar worden omgerekend met de equivalentie 1 A/m = 4π 10-7 T. De vermogensdichtheid (S) is de passende
grootheid voor gebruik bij zeer hoge frequenties, wanneer de doordringdiepte in
het lichaam gering is. Zij is de loodrecht op een oppervlak vallende
energiestroom, gedeeld door de grootte van het oppervlak; zij wordt uitgedrukt
in watt per vierkante meter (W/ m2). De specifieke energieabsorptie (SA) is
de energie die wordt geabsorbeerd per massaeenheid biologisch weefsel,
uitgedrukt in joule per kilogram (J/kg). In deze richtlijn wordt deze grootheid
gebruikt om grenzen vast te stellen voor de niet-thermische effecten van
gepulste microgolfstraling. Het specifieke energieabsorptietempo
(SAT) gemiddeld over het gehele lichaam of over lichaamsdelen, is het tempo
waarin de energie per massaeenheid biologisch materiaal wordt geabsorbeerd; het
wordt uitgedrukt in watt per kilogram (W/kg). Het lichaams-SAT is een algemeen
aanvaarde grootheid voor het relateren van schadelijke thermische effecten aan
de blootstelling aan radiofrequente velden (RF). Naast het gemiddelde
lichaams-SAT zijn lokale SAT-waarden noodzakelijk voor het evalueren en
beperken van te grote energieconcentraties in kleine delen van het lichaam als
gevolg van bijzondere blootstellingomstandigheden. Voorbeelden van dergelijke
omstandigheden zijn: geaarde personen die aan RF in het lage MHz-gebied worden
blootgesteld en personen die aan het nabije veld van een antenne worden
blootgesteld. Van deze grootheden kunnen de magnetische
fluxdichtheid, de contactstroom, de elektrische en magnetische veldsterkte en
de vermogensdichtheid direct worden gemeten. BIJLAGE II
BLOOTSTELLING
AAN ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN MET EEN FREQUENTIE
VAN 0 tot 100 kHz A. SYSTEEM VOOR DE BEPERKING VAN DE
BLOOTSTELLING De belangrijkste beginselen die ten grondslag
liggen aan het voor het frequentiebereik tot 100 kHz (honderdduizend cycli
per seconde) zijn: - naar behoren rekening houden met de
recentste door de wereldwijd erkende gespecialiseerde organisaties
gepubliceerde internationale aanbevelingen; - passende en strikt doelgerichte
vereenvoudigingen doorvoeren om het begrip en de implementatie "in het
veld" van het beschermingssysteem te vergemakkelijken; - in de praktijk een "zonesysteem"
invoeren waarmee iedere activiteit ingedeeld kan worden, waarbij de ligging van
een activiteit in een bepaalde zone directe gevolgen heeft voor de mate van
uitgebreidheid van de door de werkgever uit te voeren risicobeoordeling en voor
de aanbevolen preventieve maatregelen; - het aantal gevallen beperken waarin naleving
van de daadwerkelijke blootstellingsgrenzen moet worden gewaarborgd omdat het
gemeten blootstellingsniveau hoger ligt dan de bovengrens van de hoogste
toegestane zone (actieniveau). B. BLOOTSTELLINGSNIVEAUS EN
BLOOTSTELLINGSGRENZEN In navolging van de recentste aanbevelingen is
voor de volgende opties gekozen: - de actiewaarden en oriëntatiewaarden stemmen
overeen met geschatte of gemeten veldwaarden op de werkplek, in afwezigheid van
de werknemer; - de blootstellingsgrenswaarden voor
gezondheidseffecten en blootstellingsgrenswaarden voor veiligheidseffecten
worden uitgedrukt als in zenuwweefsel in het lichaam opgewekte
elektrische velden (in V/m); - voor werknemers met verhoogd risico, zoals
in artikel 4, lid 5, onder c), gedefinieerd, moet een
individuele beoordeling worden uitgevoerd overeenkomstig bijlage II,
punt E. Aantekening 1:
voor iedere situatie waarin de gemeten waarde hoger ligt dan de actiewaarde
moet een grondige verificatie worden verricht overeenkomstig artikel 4,
lid 2. Aantekening 2:
voor iedere situatie waarin de vorm van het signaal dusdanig van een sinusoïde
afwijkt dat de uitkomst erdoor wordt beïnvloed, moeten piekwaarden worden
gebruikt op de volgende wijze: voor de blootstellingsgrenswaarden moet de
piekwaarde worden vergeleken met de piekwaarde van het geïnduceerde elektrische
veld, verkregen door de waarden in tabel 2.1 met een factor 1,41 te
vermenigvuldigen; voor magnetische en elektrische velden buiten het lichaam
moeten de piekwaarden van hun veranderingssnelheid in de tijd worden vergeleken
met de waarden in tabel 2.2 of 2.3, vermenigvuldigd met 8,9f (hetgeen
overeenkomt met √2 2πf).
Voor complexe gepulste signalen moet een grondige verificatie worden verricht
overeenkomstig artikel 3, lid 3.
Tabel 2.1 Blootstellingsgrenswaarden
(uitgedrukt in rms-waarden) Frequentie (Hz) || Blootstellingsgrenswaarde (V/m) Voor veiligheidseffecten || Voor gezondheidseffecten 1 - 10 || 0,5/f || 0,8 10 - 25 || 0,05 || 0,8 25 - 400 || 0,002 f || 0,8 400 – 3 000 || 0,8 || 0,8 3 000 – 100 000 || 2,7 x 10-4 f || 2,7 x 10-4 f
f is de frequentie in hertz (Hz) De blootstellingsgrenswaarde voor
veiligheidseffecten wordt afgeleid van de effectdrempel voor effecten op het
centraal zenuwstelsel in het hoofd (CNS). De blootstellingsgrenswaarde voor
gezondheidseffecten wordt afgeleid van de effectdrempel voor effecten op het
perifeer zenuwstelsel (PNS) en voorkomt tevens de stimulatie van zenuwvezels in
het centraal zenuwstelsel. De
blootstellingsgrenswaarden voor statische magnetische velden zijn opgenomen in
tabel 2.3. Tabel 2.2 Oriëntatie- en actiewaarden voor
blootstelling aan een elektrisch veld (rms-waarden) Frequentie (Hz) || Oriëntatiewaarde (V/m) || Actiewaarde (V/m) || 1 – 25 || 20 x 103 || 20 x 103 || 25 – 90 || 500 x 103/f || 20 x 103 || 90 – 3 000 || 500 x 103/f || 1800 x 103/f || 3 000 – 100 000 || 170 || 600 || Aantekening 1: De
actiewaarde voor elektrische velden voor het frequentiebereik 1-90 Hz is
beperkt tot 20 kV/m ter beperking van het risico van indirecte effecten in
de vorm van vonkontladingen die kunnen optreden als een werknemer in aanraking
komt met een geleidend object met een andere elektrisch potentiaal. Indien het
risico van vonkontladingen wordt beheerst door middel van technische middelen
en de opleiding van werknemers, kunnen blootstellingen die de actiewaarden
overschrijden aanvaard worden, mits de blootstellingsgrenswaarden niet worden
overschreden, overeenkomstig artikel 4, lid 2. Tabel
2.3 Oriëntatie- en actiewaarden voor blootstelling aan een magnetisch veld
(rms) Frequentie (Hz) || Oriëntatiewaarde (µT) || Actiewaarde (µT) || 0 || 2 x 106 || 8 x 106 >0 – 1 || (2-1,8 f) x 106 || (5,67 – 5f) x 106 1 – 8 || 2 105/f2 || 0,666 x 106/f 8 – 25 || 25 000/f || 0,666 x 106/f 25 – 300 || 1000 || 0,666 x 106/f 300 – 3 000 || 3 x 105/f || 0,666 x 106/f 3 000 – 9 000 || 100 || 222 9 000 – 20 000 || 100 || 2 x 106 / f 20 000 – 100 000 || 2 x 106/f || 2 x 106 / f Aantekening 1: De waarden voor 0 Hz
in deze tabel zijn blootstellingsgrenswaarden. Boven 8 T is artikel 3,
lid 6, van toepassing. Aantekening 2: De actiewaarde boven
9 kHz en de oriëntatiewaarde boven 20 kHz zijn het resultaat van de
blootstellingsgrenswaarden voor het gemiddelde lichaams-SAT, zoals in
bijlage III gedefinieerd. In aanvulling op de in de tabellen 2.1,
2.2 en 2.3 gegeven waarden moeten de stationaire contactstromen die optreden
als een werknemers in contact is met geleidende voorwerpen worden beperkt tot: Van 0 Hz tot 2,5 kHz: 1,0 mA Van 2,5 kHz tot 100 kHz: 0,4 10-3f
mA (frequentie, f in Hz). C. CATEGORIEËN VAN ARBEIDSMIDDELEN OF
ACTIVITEITEN 1) Voor de volgende arbeidsmiddelen of
activiteiten wordt de blootstelling van de werknemer onder normale
omstandigheden geacht onder de oriëntatiewaarde te liggen. ·
Activiteiten met apparatuur die voldoet aan de
Richtlijnen 1999/5/EG en 2006/95/EG, en overeenkomstig de bestemming ervan
wordt gebruikt, en met name: ·
elektrische toestellen voor huishoudelijk en
soortgelijk gebruik (met inbegrip van met verwarmingselementen uitgeruste
mobiele apparaten); batterijladers; verwarmingstoestellen; nat- en
droogzuigers; fornuizen, ovens en kookelementen voor industrieel en commercieel
gebruik; verwarmingselementen voor waterbedden; magnetronovens voor industrieel
en commercieel gebruik) ·
kantoren (met inbegrip van computerapparatuur,
kabelnetwerken, radiocommunicatieapparatuur; met uitzondering van bandwissers) ·
exploitatie van elektrische installaties ·
laagspanningsnet < 1 000 V ·
laagspanningscomponenten met een vermogen lager dan
200 kVA ·
werkplekken op ten minste 60 cm afstand van
laagspanningscomponenten met een vermogen lager dan 1 000 kVA ·
vermogenstransformatoren met een vermogen tot
200 kVA die met een laagspanningsnet (< 1 000 V tussen fasen)
zijn verbonden ·
werkplekken op ten minste 60 cm afstand van
vermogenstransformatoren met een vermogen tot 1 000 kVA die met een
laagspanningsnet (< 1 000 V tussen fasen) zijn verbonden ·
elektrische motoren en elektrische voorwaarden,
voor zover ·
het vermogen lager is dan 200 kVA ·
de werkplek op ten minste 60 cm afstand ligt
en het vermogen niet hoger is dan 1 000 kVA ·
identificatie van artikelen en mensen ·
RFID 1 Hz - 100 kHz ·
bandwissers (indien de instructies van de fabrikant
beschikbaar zijn en worden opgevolgd) ·
inductieverwarming ·
geautomatiseerde systemen (indien de instructies
van de fabrikant beschikbaar zijn en worden opgevolgd) ·
identificatie van artikelen en mensen ·
EAS 0,01 - 20 kHz (magnetisch) ·
EAS 20 - 100 kHz (resonante inductie) ·
metaaldetectoren ·
inductiekookplaten in de hotel- en cateringsector
(voedselbereiding) ·
handgereedschap met elektrische aandrijving ·
transporteerbaar gereedschap met elektrische
aandrijving (met inbegrip van elektrisch aangedreven tuingereedschap) ·
testinstrumenten (met uitzondering van niet-destructief
magnetisch testen) ·
installatie en onderhoud ·
elektrisch handgereedschap (met uitzondering van
lasapparatuur) ·
productie en distributie van elektriciteit ·
verzamel-/stroomrails in onderstations ·
bovengrondse hoogspanningskabels ·
onderstations ·
schakel- en verdeeltoestellen ·
lassen ·
geautomatiseerde systemen (indien de instructies
van de fabrikant beschikbaar zijn en worden opgevolgd) ·
booglassen – kabel (indien de instructies van de
fabrikant beschikbaar zijn en worden opgevolgd) ·
medische toepassingen ·
oppervlakkige hyperthermie (indien de instructies
van de fabrikant beschikbaar zijn en worden opgevolgd) ·
pijnbestrijding, botgroeistimulatie enz. ·
incubators, lichttherapielampen, draadloze
communicatiesystemen enz. ·
diepe hyperthermie (indien de instructies van de
fabrikant beschikbaar zijn en worden opgevolgd) ·
elektrochirurgie (indien de instructies van de
fabrikant beschikbaar zijn en worden opgevolgd) ·
transport- en tractiesystemen ·
railtransport op gelijkstroom ·
voertuigen, schepen, luchtvaartuigen ·
(grote) elektromotoren ·
transport- en goederenvervoerssystemen ·
railtransport op wisselstroom (50 Hz) ·
productie en distributie van elektriciteit ·
elektrochemische processen (behalve in specifieke
locaties) 2) Voor de volgende activiteiten mag de blootstelling
van de werknemer boven de oriëntatiewaarde liggen maar wordt deze onder
normale omstandigheden geacht onder de actiewaarde te liggen. –
kunststofverzegelingsapparatuur –
inductieverwarming –
apparatuur voor houtverlijming –
elektriciteitscentrales –
luchtgekoelde spoelen in condensatorbanken –
stroomvoorzieningssystemen (verzamelrails) –
elektrolysehal (delen daarvan) –
grote ovens –
booglassen – kabel –
gebruik van een "open magnetron" –
niet-destructief magnetisch testen 3) Voor de volgende activiteiten mag de actiewaarde
worden overschreden en is een speciale beoordeling nodig om te waarborgen dat
de blootstellingsgrenswaarden voor gezondheidseffecten niet worden
overschreden. ·
probleemoplossing tijdens installatie en onderhoud ·
nabijheid van gelijkrichters in elektrochemische
processen ·
niet-automatische inductieverwarming (kleine
smeltovens) ·
semiautomatisch punt- en inductielassen ·
onderzoeksactiviteiten. D. PREVENTIEVE MAATREGELEN en andere
voorwaarden 1) Voor personen met een verhoogd risico zoals
bedoeld in artikel 4, lid 5, onder c), moeten individuele
beoordelingen worden uitgevoerd overeenkomstig punt E. 2) Zone met blootstellingen onder de
oriëntatiewaarde: - passende signaleringen 3) Zone met blootstellingen boven de
oriëntatiewaarde maar onder de actiewaarde: - passende signaleringen - afbakeningsmaatregelen (bv.
vloermarkeringen, hekken) om de toegang te beperken of controleren, naar gelang
het geval - voorlichting en specifieke opleiding van
relevante werknemers - verificatie van de naleving van de
blootstellingsgrenswaarden voor veiligheidseffecten of andere procedure om de
beheersing van schadelijke veiligheidseffecten te waarborgen 4) Blootstellingen boven de actiewaarde: - passende signaleringen - afbakeningsmaatregelen (bv.
vloermarkeringen, hekken) om de toegang te beperken of controleren, naar gelang
het geval - verificatie van de
naleving van de blootstellingsgrenswaarden voor gezondheidseffecten. - procedure voor de beheersing van
vonkontladingen door middel van technische middelen en de opleiding van
werknemers. (Alleen van toepassing indien in deze zone blootstellingen aan
elektrische velden plaatsvinden.) - passende afbakening en toegangsmaatregelen - voorlichting en specifieke opleiding van
relevante werknemers. E. PERSONEN MET EEN VERHOOGD RISICO Werknemers die hebben verklaard een actief
implanteerbaar medisch hulpmiddel bij zich te dragen en vrouwen die hebben
verklaard zwanger te zijn, worden beschouwd als personen met een verhoogd
risico, overeenkomstig artikel 4, lid 5, onder c). Als een werknemer aan zijn of haar werkgever
heeft verklaard een actief implanteerbaar medisch hulpmiddel bij zich te
dragen, voert de werkgever een beoordeling uit om vast te stellen welke
beperkingen er moeten worden gesteld aan de plaatsen waar hij of zij kan werken
om interferentie met het geïmplanteerde hulpmiddel te voorkomen. Advies
hieromtrent wordt verstrekt door Cenelec (zie EN 50527 en bijbehorende
delen). Het onderliggende principe van de Cenelec-richtsnoeren is dat geen
interferentie optreedt wanneer het veld onder de referentieniveaus van
Aanbeveling 1999/519/EG van de Raad betreffende de beperking van
blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz -
300 GHz[11]
ligt Als een werknemer aan haar werkgever heeft
verklaard zwanger te zijn, zijn de voorschriften van Richtlijn 92/85/EEG
van de Raad inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de
verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters
tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie[12] van toepassing. De werkgever zorgt ervoor
dat de werknemer geen ruimten hoeft te betreden waar de in
Aanbeveling 1999/519/EG van de Raad (of in latere herzieningen daarvan)
voor de bevolking vastgestelde blootstellingsgrenswaarden worden overschreden. BIJLAGE III
BLOOTSTELLING
AAN ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN MET EEN FREQUENTIE
VAN 100 KHZ tot 300 GHz A. SYSTEEM VOOR DE BEPERKING VAN DE
BLOOTSTELLING Afhankelijk van de frequentie van het veld of
de straling waaraan de werknemer wordt blootgesteld, worden de volgende
natuurkundige grootheden gebruikt om de blootstellingsgrenswaarden voor
elektromagnetische velden te specificeren: – tussen 100 kHz en 10 MHz
worden blootstellingsgrenswaarden zowel voor het SAT gegeven, om thermische
belasting te voorkomen, als voor geïnduceerde elektrische velden, om effecten
op functies van het centraal en perifeer zenuwstelsel te voorkomen; – tussen 10 MHz en 10 GHz
worden blootstellingsgrenswaarden voor het SAT gegeven om globale thermische
belasting van het lichaam en excessieve plaatselijke verwarming van weefsels te
voorkomen; – tussen 10 GHz en 300 GHz
wordt een blootstellingsgrenswaarde voor de vermogensdichtheid gegeven om
excessieve verwarming van weefsel aan of bij het lichaamsoppervlak te
voorkomen; - in het frequentiebereik waarop
deze bijlage betrekking heeft, van 100 kHz tot 300 GHz, hoeven alleen
de blootstellingsgrenswaarden voor gezondheidseffecten in acht te worden
genomen. B. BLOOTSTELLINGSNIVEAUS EN
BLOOTSTELLINGSGRENZEN Tabel 3.1
Actiewaarden en blootstellingsgrenswaarden voor blootstelling aan een
hoogfrequent elektrisch veld (rms-waarden) Frequentie (Hz) || Actiewaarde (V/m) || Blootstellingsgrenswaarde voor Geïnduceerd elektrisch veld (V/m) || Blootstellingsgrenswaarde voor gehele lichaam: SAT gemiddeld (in W/kg) ‡ || Blootstellingsgrenswaarde voor hoofd en romp: SAT plaatselijk (in W/kg) ‡ || Blootstellingsgrenswaarde voor ledematen: SAT plaatselijk (in W/kg) ‡ || Blootstellingsgrenswaarde: Vermogensdichtheid S (in W/m2) 105 – 106 (*) || 600 || 2,7 x 10-4 f* || 0,4 || 10 || 20 || - 106 – 107 (*) || 600 106/f || 2,7 x 10-4 f* || 0,4 || 10 || 20 || - 107 - – 4 108 || 60 || - || 0,4 || 10 || 20 || - 4 108 - 2 109 || 3 x 10-3 x f0,5 || - || 0,4 || 10 || 20 || - 2 109 - 1010 || 137 || - || 0,4 || 10 || 20 || - 1010 - 3 1011 || 137 || - || - || - || - || 50 (*)f is de frequentie in hertz (Hz) (‡) Zie BIJLAGE III, punt F Tabel 3.2
Actiewaarden en blootstellingsgrenswaarden voor blootstelling aan een
hoogfrequent magnetisch veld (rms-waarden) Frequentie (Hz) || Actiewaarde (µT) || Blootstellingsgrenswaarde voor het geïnduceerd elektrisch veld (V/m) || Blootstellingsgrenswaarde voor gehele lichaam: SAT gemiddeld (in W/kg) ‡ || Blootstellingsgrenswaarde voor hoofd en romp: SAT plaatselijk (in W/kg)‡ || Blootstellingsgrenswaarde voor ledematen: SAT plaatselijk (in W/kg)‡ || Blootstellingsgrenswaarde: Vermogensdichtheid S (in W/m2) 105 – 107 || 2 106/f || 2,7 x 10-4 f* || 0,4 || 10 || 20 || - 107 - 4 108 || 0.2 || - || 0,4 || 10 || 20 || - 4 108 - 2 109 || 10-5 x f0,5 || - || 0,4 || 10 || 20 || - 2 109 - 1010 || 0.45 || - || 0,4 || 10 || 20 || - 1010 - 3 1011 || 0.45 || - || - || - || - || 50 (‡) Zie bijlage III, punt F In aanvulling op de in de tabellen 3.1 en
3.2 gegeven waarden moeten de contactstromen die optreden als een werknemers in
contact is met geleidende voorwerpen worden beperkt tot: Van 100 kHz tot 10 MHz: ·
40 mA. C. CATEGORIEËN VAN ARBEIDSMIDDELEN OF
ACTIVITEITEN 1) Voor de volgende activiteiten wordt de
blootstelling van de werknemer onder normale omstandigheden geacht onder de actiewaarde
te liggen. ·
Werkplekken waar slechts apparatuur die voldoet aan
de Richtlijnen 1999/5/EG en 2006/95/EG overeenkomstig de bestemming ervan
wordt gebruikt, en met name: ·
zenders (klein, in gsm-basisstations,
< 1 W) ·
telefoons en mobilofoons ·
radarsystemen (snelheidscontrole, weerradars) ·
RFID boven 100 kHz ·
drogen met behulp van microgolven ·
TETRA-zenders in zendmasten ·
TETRA-zenders op voertuigen, vermogen max.
10 W ·
bandwissers ·
basisstations voor mobiele telefonie (gsm, UMTS) 2) Voor de volgende activiteiten wordt de
blootstelling van de werknemer onder normale omstandigheden geacht boven de actiewaarde
te liggen. ·
Apparatuur die wordt geïnstalleerd of onderhouden
(probleemoplossing) ·
Niet-automatische inductieverwarming die binnen dit
frequentiebereik werkt ·
Radiofrequente en microgolfverlichting ·
Niet-destructief magnetisch testen ·
Activiteiten binnen de voor de bevolking afgesloten
zone: ·
grote omroepzenders ·
radarsystemen (voor navigatie) ·
overige apparatuur die elektromagnetische velden
produceert. D PREVENTIEVE MAATREGELEN 1) Voor personen met een verhoogd risico zoals
bedoeld in artikel 4, lid 5, onder c), moeten individuele
beoordelingen worden uitgevoerd overeenkomstig bijlage III, punt E. 2) Zone met blootstellingen onder de actiewaarde: - passende signaleringen - voorlichting van de werknemers 3) Blootstellingen boven de actiewaarde: - verificatie van de naleving van de
blootstellingsgrenswaarden - passende afbakening en toegangsmaatregelen - voorlichting en specifieke opleiding van
relevante werknemers. E. PERSONEN MET EEN VERHOOGD RISICO Werknemers die hebben verklaard een actief
implanteerbaar medisch hulpmiddel bij zich te dragen en vrouwen die hebben
verklaard zwanger te zijn, worden beschouwd als personen met een verhoogd
risico, overeenkomstig artikel 4, lid 5, onder c). Als een werknemer aan zijn of haar werkgever
heeft verklaard een actief implanteerbaar medisch hulpmiddel bij zich te
dragen, voert de werkgever een beoordeling uit om vast te stellen welke
beperkingen er moeten worden gesteld op de plaatsen waar hij of zij kan werken
om interferentie met het geïmplanteerde hulpmiddel te voorkomen. Advies
hieromtrent wordt verstrekt door Cenelec (EN 50527 en bijbehorende delen).
Het onderliggende principe van de Cenelec-richtsnoeren is dat geen
interferentie optreedt wanneer het veld onder de referentieniveaus van
Aanbeveling 1999/519/EG ligt. Als een werknemer aan haar werkgever heeft
verklaard zwanger te zijn, zijn de voorschriften van Richtlijn 92/85/EEG
van toepassing. De werkgever zorgt ervoor dat de werknemer geen ruimten hoeft
te betreden waar de in Aanbeveling 1999/519/EG (of in latere herzieningen
daarvan) voor de bevolking vastgestelde blootstellingsgrenswaarden worden
overschreden. F METINGEN De belangrijkste frequentie(s) waaraan de
werknemer blootgesteld mag worden moet(en) worden vastgesteld. Indien
beschikbaar moeten de gegevens van de fabrikant of de installateur te allen
tijde worden gebruikt. Ook moet worden beoordeeld of de velden sinusvormig of
gepulst zijn. Bovendien: - moeten alle SAT-waarden moeten worden
gemiddeld over een willekeurige periode van zes minuten; -is de plaatselijke SAT-middelingsmassa
10 g aangrenzend weefsel; het aldus verkregen maximale SAT moet de waarde
zijn die voor de raming van de blootstelling wordt gebruikt. Met deze 10 g
weefsel wordt een massa van 10 g aangrenzend weefsel met vrijwel homogene
elektrische eigenschappen bedoeld. Hierbij valt op te merken dat een massa
aangrenzend weefsel te gebruiken is in de computerdosimetrie, maar
moeilijkheden kan opleveren bij directe fysieke metingen. Er kan een eenvoudige
geometrische vorm zoals een kubusvormige weefselmassa worden gebruikt, op
voorwaarde dat de dosimetrische hoeveelheden waarden hebben die ten opzichte
van de blootstellingrichtsnoeren aan de veilige kant zijn; - wordt voor gepulste blootstellingen in het
frequentiebereik van 0,3 tot 10 GHz en voor plaatselijke blootstelling van
het hoofd, ter vermijding en beperking van effecten op het gehoor die
veroorzaakt worden door thermo-elastische uitzetting, een extra
blootstellingsgrenswaarde aanbevolen. Deze is dat de SA niet meer dan
10 mJ/kg gemiddeld over 10 g weefsel mag bedragen; - moeten vermogensdichtheden worden gemiddeld
over een willekeurig blootgesteld oppervlak van 20 cm2 en een
willekeurige periode van 68/f1,05 minuten (met f in GHz) om te
compenseren voor de bij stijgende frequentie steeds korter wordende
indringdiepte. Over 1 cm2 gemiddelde ruimtelijke maximale
vermogensdichtheden mogen niet meer dan het 20-voudige van de waarde van 50
W/m2 bedragen; - moeten met betrekking tot gepulste of
transiënte elektromagnetische velden, of meer in het algemeen met betrekking
tot gelijktijdige blootstelling aan velden van verschillende frequenties, voor
de beoordeling, meting en/of berekening passende methoden worden toegepast
waarmee de kenmerken van de golfvormen en de aard van de biologische
interacties kunnen worden geanalyseerd, waarbij rekening wordt gehouden met de
door Cenelec ontwikkelde Europese geharmoniseerde normen. BIJLAGE IV
SPECIFIEKE
MAATREGELEN VOOR ACTIVITEITEN DIE ONDER ARTIKEL 3, LID 4, VALLEN Overeenkomstig artikel 3, lid 4, en
om een geharmoniseerde en afdoende bescherming van werknemers te waarborgen en
tegelijkertijd naar behoren rekening te houden met reeds bestaande voorzorgs-
en beschermingsmaatregelen, worden de hierna genoemde principes gehanteerd en
de hierna genoemde taken uitgevoerd. 1. Doelstellingen a) De eerste doelstelling is om, samen met de
betrokken partijen, een samenhangende en praktische methode te ontwikkelen voor
de bescherming van tijdens de onder artikel 3, lid 4, vallende
activiteiten aan elektromagnetische velden blootgestelde werknemers. b) De tweede doelstelling is om in de aldus
ontwikkelde methode en de bijbehorende instrumenten aspecten op te nemen als: –
doeltreffende voorlichtingsmaatregelen en
dynamische overlegmechanismen –
doelmatige opleidingsmaatregelen, ook voor extern
personeel dat toegang heeft tot de MR-ruimten (MR-installatieruimte,
controleruimte, alle bijbehorende belendende vertrekken) –
gedocumenteerde werkprocedures (en een mechanisme
voor de herziening daarvan) –
strenge regels voor de toegang tot MR-ruimten –
toezicht op de kwaliteit van de uitvoering. c) De derde doelstelling is om alle
representatieve organisaties te betrekken bij de verspreiding van informatie
onder hun leden om te zorgen voor een doeltreffende en geharmoniseerde
uitvoering van de goede praktijken in alle MR-installaties in de Unie. 2. Taken De taken bestaan uit: ·
het verzamelen van goede praktijken die nu reeds in
de lidstaten of in specifieke installaties bestaan; ·
het bestuderen van reeds bestaande handleidingen en
werkprocedures; ·
het constateren en beschrijven van risico's
(elektromagnetische velden, rondvliegende voorwerpen, cryogene vloeistoffen); ·
het vaststellen van de scenario's voor maximale
blootstelling; ·
het definiëren van typische werksituaties; ·
het vaststellen van passende gedragsregels voor
ieder typische werksituatie; ·
het opstellen van een standaardopleidingsprogramma
en de inhoud daarvan; ·
het vaststellen van alle overige manieren waarop de
doelstellingen kunnen worden verwezenlijkt; ·
voor toekomstige inrichtingen, het doen van
aanbevelingen voor verbetering van de veiligheid (ontwerp van de afdeling,
toegangsbeheer voor de MR-ruimte, ontwerp van de ruimten enz.) 3. Duur van de werkzaamheden en verslaglegging a) Met de werkzaamheden wordt onmiddellijk na
de vaststelling van deze richtlijn begonnen; zij worden uiterlijk op de in
artikel 14, lid 1, genoemde datum afgerond b) De Commissie zal een verslag opstellen
waarin zij de bereikte resultaten toelicht. Dit verslag zal uiterlijk 9 maanden
na de in artikel 14, lid 1, genoemde datum aan de Raad en het
Europees Parlement worden toegezonden. BIJLAGE V Concordantietabel Richtlijn 2004/40/EG. || Deze richtlijn Artikel 1, lid 1 || Artikel 1, lid 1 Artikel 1, lid 2 || Artikel 1, lid 2 Artikel 1, lid 3 || Artikel 1, lid 3 Artikel 1, lid 4 || Artikel 1, lid 4 (ongewijzigd) Artikel 1, lid 5 || Artikel 1, lid 5 (ongewijzigd) Artikel 2, onder a) || Artikel 2, onder a) - || Artikel 2, onder b) - || Artikel 2, onder c) - || Artikel 2, onder d) Artikel 2 onder b) || Artikel 2, onder e) Artikel 2, onder c) || Artikel 2, onder f) Artikel 3, lid 1 || Artikel 3, lid 1 Artikel 3, lid 2 || Artikel 3, lid 2 Artikel 3, lid 3 || Artikel 3, lid 3 - || Artikel 3, lid 4 - || Artikel 3, lid 5 - || Artikel 3, lid 6 Artikel 4, lid 1 || Artikel 4, lid 1 Artikel 4, lid 2 || Artikel 4, lid 2 Artikel 4, lid 3 || Artikel 4, lid 3 Artikel 4, lid 4 || Artikel 4, lid 4 Artikel 4, lid 5, onder a) || Artikel 4, lid 5, onder a) Artikel 4, lid 5, onder b) || Artikel 4, lid 5, onder b) Artikel 4, lid 5, onder c) || Artikel 4, lid 5, onder c) Artikel 4, lid 5, onder a) i) || Artikel 4, lid 5, onder a) i) Artikel 4, lid 5, onder a) ii) || Artikel 4, lid 5, onder a) ii) Artikel 4, lid 5, onder a), iii) || Artikel 4, lid 5, onder a) iii) (ongewijzigd) Artikel 4, lid 5, onder a) iv) || Artikel 4, lid 5, onder a) iv) (ongewijzigd) Artikel 4, lid 5, onder f), g) en h) || Artikel 4, lid 5, onder f), g) en h) (ongewijzigd) Artikel 4, lid 6 || Artikel 4, lid 6 Artikel 5, lid 1 || Artikel 5, lid 1 Artikel 5, lid 2, aanhef || Artikel 5, lid 2, aanhef Artikel 5, lid 2, onder a) tot en met g) || Artikel 5, lid 2, onder a) tot en met g) (ongewijzigd) Artikel 5, lid 3 || Artikel 5, lid 3 Artikel 5, lid 4 || Artikel 5, lid 4 Artikel 6, aanhef || Artikel 6, aanhef Artikel 6, onder a) || Artikel 6, onder a) (ongewijzigd) Artikel 6, onder b) || Artikel 6, onder b) Artikel 6, onder c) tot en met f) || Artikel 6, onder c) tot en met f) (ongewijzigd) Artikel 7 || Artikel 7 (ongewijzigd) Artikel 8, lid 1 || Artikel 8, lid 1 Artikel 8, lid 2 || Artikel 8, lid 2 (ongewijzigd) Artikel 8, lid 3 || Artikel 8, lid 3 (ongewijzigd) Artikel 9 (ongewijzigd) || Artikel 9 (ongewijzigd) Artikel 10, lid 1 || Artikel 10, lid 1 Artikel 10, lid 2, aanhef || Artikel 10, lid 2, aanhef Artikel 10, lid 2, onder a) || Artikel 10, lid 2, onder a) (ongewijzigd) Artikel 10, lid 2, onder b) || Artikel 10, lid 2, onder b) (ongewijzigd) - || Artikel 10, lid 2, onder c) Artikel 10, lid 2, laatste zin || Artikel 10, lid 2, laatste zin Artikel 11, lid 1 || - Artikel 11, lid 2 || Artikel 11 Artikel 11, lid 3 || Artikel 12 || Artikel 12 (artikel ingetrokken bij Richtlijn 2007/30/EG) || - - || Artikel 13 Artikel 13, lid 1 || Artikel 14, lid 1 Artikel 13, lid 2 || Artikel 14, lid 2 (ongewijzigd) - || Artikel 15 Artikel 14 || Artikel 16 Artikel 15 || Artikel 17 || Bijlage || - - || Bijlage 1 - || Bijlage 2 - || Bijlage 3 - || Bijlage 4 - || Bijlage 5 [1] PB L 184 van 24.5.2004, blz. 23. [2] PB L 114 van 26.4.2008, blz. 88. [3] 300 GHz: frequentie van 300 miljard hertz of cycli
per seconde. De hertz (symbool Hz) is de internationale eenheid van frequentie. [4] PB C […] van […], blz.. […]. [5] PB C […] van […], blz.. […]. [6] PB L 184 van 24.5.2004,
blz. 1. [7] PB L 114 van 26.4.2008,
blz. 88-89. [8] PB L 183 van 29.6.1989,
blz. 1. [9] PB L 199 van 30.7.1999,
blz. 59. [10] PB L 245 van 26.8.1992, blz. 23. [11] PB L 199 van 30.7.1999,
blz. 59. [12] PB L 348 van 28.11.1992, blz. 1.