BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko /* COM/2011/0314 def. - NLE 2011/0140 */
TOELICHTING Op basis van het mandaat van de Raad[1], heeft de Europese Commissie met het Koninkrijk Marokko onderhandeld met het oog op de verlenging met één jaar van het protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko van 22 mei 2006. Ter afronding van deze onderhandelingen is op 25 februari 2011 een protocol ter verlenging van het oorspronkelijke protocol geparafeerd. Dat protocol dekt de periode van 28 februari 2011 tot en met 27 februari 2012, aangezien het geldende protocol op 27 februari 2011 is verstreken. Dit protocol wordt voorgesteld voor een jaar, om de EU de tijd te geven de perspectieven te evalueren van een toekomstig protocol van langere duur. De onderhavige procedure loopt parallel aan de procedures met betrekking tot het besluit van de Raad met instemming van het Parlement betreffende de sluiting van het protocol zelf, alsmede de verordening van de Raad betreffende de verdeling van de vangstmogelijkheden over de lidstaten van de EU. Bij het bepalen van haar onderhandelingspositie heeft de Commissie zich onder meer gebaseerd op de resultaten van een evaluatie vooraf en een evaluatie achteraf door onafhankelijke deskundigen, alsmede op een gezamenlijke evaluatie van de wetenschappelijke gegevens over de staat van de bestanden. Het voornaamste doel van het protocol is om de aan de vaartuigen van de Europese Unie geboden vangstmogelijkheden vast te stellen op basis van het beschikbare overschot, alsmede de financiële tegenprestatie voor, afzonderlijk, de toegangsrechten en de ondersteuning van de sector. Het algemene doel is de samenwerking tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko voort te zetten en daartoe, in het belang van beide partijen, een partnerschapskader in te stellen voor de ontwikkeling van een duurzaam visserijbeleid en de verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de Marokkaanse visserijzones. Beide partijen hebben het nieuwe protocol nodig geacht om het partnerschap en de samenwerking in de visserijsector te versterken met gebruikmaking van alle beschikbare financieringsinstrumenten. Hiertoe wordt eraan herinnerd dat een situatie moet worden geschapen die gunstig is voor de ontwikkeling van de investeringen in deze sector en voor het beter benutten van de productie van de kleinschalige visserij. De in het protocol bedoelde financiële tegenprestatie van in totaal 36 100 000 euro is gebaseerd op: a) maximaal 119 visvergunningen voor vaartuigen van de EU in de visserijtakken kleinschalige, demersale en tonijnvisserij, alsmede een maximaal vangstquotum van 60 000 ton in de categorie industriële pelagische visserij, en b) steun voor de ontwikkeling van het visserijbeleid van het Koninkrijk Marokko ten bedrage van 13 500 000 euro. Deze steun beantwoordt aan de doelstellingen van het nationale visserijbeleid. Meer in het bijzonder worden in het protocol, evenals in zijn voorganger, de vangstmogelijkheden voor de zes volgende visserijtakken vastgesteld: - pelagische visserij in het noorden: 20 zegenvisserijvaartuigen, - kleinschalige visserij in het noorden: 30 vaartuigen voor de visserij met de grondbeug, - kleinschalige visserij in het zuiden: 20 vaartuigen, - demersale visserij: 22 vaartuigen, - tonijnvisserij: 27 vaartuigen, - industriële pelagische visserij: 60 000 ton aan vangsten. De Commissie stelt op grond hiervan voor dat de Raad bij besluit de ondertekening en de voorlopige toepassing van het protocol goedkeurt. 2011/0140 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, juncto artikel 218, lid 5, Gezien het voorstel van de Commissie[2], Overwegende hetgeen volgt: 1. Op 22 mei 2006 heeft de Raad Verordening (EG) nr. 764/2006 betreffende de sluiting van een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko[3] vastgesteld. 2. Het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de genoemde Partnerschapsovereenkomst, is op 27 februari 2011 verstreken. 3. Na afloop van de onderhandelingen is op 25 februari 2011 een protocol bij de overeenkomst geparafeerd. 4. De Europese Unie heeft met het Koninkrijk Marokko (hierna “Marokko” genoemd) onderhandeld over een verlenging van dat protocol waarbij aan de vaartuigen van de Europese Unie vangstmogelijkheden worden geboden in de wateren waarover Marokko de soevereiniteit of de jurisdictie voor visserijaangelegenheden heeft. Om ervoor te zorgen dat de vaartuigen van de Europese Unie hun visserijactiviteiten kunnen voortzetten, voorziet artikel 12 van het protocol in de voorlopige toepassing ervan met ingang van 28 februari 2011. 5. Het nieuwe protocol moet in afwachting van de voltooiing van de voor de formele sluiting ervan vereiste procedures worden ondertekend en voorlopig worden toegepast, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 De ondertekening van het protocol tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko, wordt namens de Unie goedgekeurd, onder voorbehoud van de sluiting ervan. De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht. Artikel 2 De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) om het protocol, onder voorbehoud van de sluiting ervan, namens de Europese Unie te ondertekenen. Artikel 3 Overeenkomstig artikel 12 is het protocol, in afwachting van de voltooiing van de voor de formele sluiting ervan vereiste procedures, voorlopig van toepassing met ingang van 28 februari 2011. Artikel 4 Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter BIJLAGE PROTOCOL tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko Artikel 1 Geldigheidsduur en vangstmogelijkheden 6. De krachtens artikel 5 van de overeenkomst verleende vangstmogelijkheden worden voor een op 28 februari 2011 ingaande periode van één jaar vastgesteld in de bij dit protocol gevoegde tabel. 7. Lid 1 is van toepassing onverminderd de artikelen 4 en 5 van dit protocol. 8. Op grond van artikel 6 van de overeenkomst mogen vaartuigen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie (EU) voeren slechts visserijactiviteiten in de Marokkaanse visserijzones uitoefenen indien daarvoor in het kader van dit protocol en overeenkomstig de bepalingen van de bijlage bij dit protocol een vergunning is verleend. Artikel 2 Financiële tegenprestatie - Betalingswijzen 1. De in artikel 7 van de overeenkomst bedoelde financiële tegenprestatie wordt, voor de in artikel 1 bepaalde periode, vastgesteld op 36 100 000 euro[4]. 2. Lid 1 is van toepassing behoudens de artikelen 4, 5 en 6 en 10 van dit protocol. 3. De betaling door de EU van de financiële tegenprestatie als bedoeld in lid 1 vindt uiterlijk vier maanden na de datum van ondertekening van dit protocol plaats. 4. De financiële tegenprestatie wordt overgemaakt namens de Thesaurier-generaal van het Koninkrijk op een bij de Generale Thesaurie van het Koninkrijk geopende rekening, waarvan de referenties door de Marokkaanse autoriteiten worden meegedeeld. 5. Behoudens artikel 6 van dit protocol valt de beslissing over de bestemming van de tegenprestatie onder de exclusieve bevoegdheid van de Marokkaanse autoriteiten. Artikel 3 Coördinatie op wetenschappelijk gebied 1. De partijen verbinden zich ertoe verantwoorde visserij in de Marokkaanse visserijzones te bevorderen zonder onderscheid te maken tussen de verschillende vloten die in die wateren aanwezig zijn. 2. Tijdens de geldigheidsduur van dit protocol werken de EU en de Marokkaanse autoriteiten samen om de ontwikkeling van de situatie van de visbestanden in de Marokkaanse visserijzones te volgen in het kader van de gezamenlijke wetenschappelijke vergadering overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de overeenkomst. 3. Op basis van de conclusies van deze vergadering en in het licht van de beste beschikbare wetenschappelijke adviezen voeren de partijen overleg binnen de in artikel 10 van de overeenkomst bedoelde gemengde commissie om in voorkomend geval en in onderlinge overeenstemming maatregelen te nemen die gericht zijn op een duurzaam beheer van de visbestanden. Artikel 4 Herziening van de vangstmogelijkheden 1. De in artikel 1 bedoelde vangstmogelijkheden kunnen in onderlinge overeenstemming worden verhoogd, mits uit de conclusies van de in artikel 3 bedoelde wetenschappelijke vergadering blijkt dat een dergelijke verhoging het duurzame beheer van de visbestanden van Marokko niet schaadt. De in artikel 2, lid 1, bedoelde financiële tegenprestatie wordt dan evenredig en pro rata temporis verhoogd. Het door de Europese Gemeenschap betaalde totaalbedrag van de financiële tegenprestatie mag evenwel niet meer bedragen dan tweemaal het in artikel 2, lid 1, genoemde bedrag. 2. Wanneer de partijen echter overeenstemming bereiken over de vaststelling van in artikel 3 bedoelde maatregelen ter verlaging van de in artikel 1 bedoelde vangstmogelijkheden, wordt de financiële tegenprestatie evenredig en pro rata temporis verlaagd. Deze financiële tegenprestatie zou, onverminderd de bepalingen van artikel 6 van dit protocol, door de EU kunnen worden opgeschort wanneer de in dat protocol vastgestelde totale visserijinspanning niet kan worden ontplooid. 3. De verdeling van de vangstmogelijkheden over de verschillende categorieën vaartuigen kan eveneens worden herzien, mits de partijen daartoe samen besluiten en eventuele aanbevelingen van de wetenschappelijke vergadering inzake het beheer van de bestanden die de gevolgen van die herverdeling zouden ondervinden, in acht worden genomen. De partijen spreken een overeenkomstige aanpassing van de financiële bijdrage af in het geval dat de herverdeling van de vangstmogelijkheden dat rechtvaardigt. 4. Tot de herzieningen van de vangstmogelijkheden als bedoeld in de lid 1, lid 2, eerste zin, en lid 3, wordt in onderlinge overeenstemming door de partijen besloten in het kader van de gemengde commissie als bedoeld in artikel 10 van de overeenkomst. Artikel 5 Experimentele visserij De partijen stimuleren de experimentele visserij in de Marokkaanse visserijzones op basis van de resultaten van het onderzoek onder leiding van het gezamenlijk wetenschappelijk comité als bedoeld in deze overeenkomst. Daartoe plegen zij overleg op verzoek van een van de partijen en bepalen per geval de soorten, (zoals de sponzen), voorwaarden en andere relevante parameters. Vergunningen voor experimentele visserij worden toegekend voor een proefperiode van maximaal zes maanden. Wanneer de partijen concluderen dat de experimentele visserij positieve resultaten heeft opgeleverd, kunnen aan de EU nieuwe vangstmogelijkheden worden toegekend volgens de overlegprocedure als bedoeld in artikel 4 en tot aan het verstrijken van dit protocol. Daarbij wordt de financiële compensatie dienovereenkomstig verhoogd. Artikel 6 Bijdrage van de Partnerschapsovereenkomst tot de instelling van een sectoraal visserijbeleid in Marokko 1. Van de in artikel 2, lid 1, van dit protocol vermelde financiële tegenprestatie is 13 500 000 euro bestemd voor de ontwikkeling en de tenuitvoerlegging van het sectorale visserijbeleid in Marokko met het oog op de instelling van een duurzame en verantwoorde visserij in zijn wateren. 2. De toewijzing en het beheer door Marokko van deze bijdrage gebeurt op basis van doelstellingen die de partijen in onderlinge overeenstemming vaststellen en de desbetreffende programmering en wel overeenkomstig de ontwikkelingsstrategie voor de visserijsector “Halieutis”. Artikel 7 Uitvoering van de ondersteuning van de instelling van een verantwoorde visserij 1. Op voorstel van Marokko en met het oog op de uitvoering van de bepalingen van bovenstaand artikel 6 bereiken de Gemeenschap en Marokko binnen de in artikel 10 van de overeenkomst bedoelde gemengde commissie direct na de ondertekening van het protocol overeenstemming over: a) de richtsnoeren voor de uitvoering van de prioriteiten van het Marokkaanse visserijbeleid tot instelling van een duurzame en verantwoorde visserij, en met name die welke bedoeld worden in artikel 6, lid 2; b) de te realiseren doelstellingen alsmede de criteria en de indicatoren die moeten worden gebruikt om een evaluatie van de behaalde resultaten mogelijk te maken. 2. Elke wijziging van deze richtsnoeren, doelstellingen, criteria en indicatoren voor evaluatie wordt goedgekeurd door beide partijen binnen de gemengde commissie. 3. De toewijzing door Marokko van de in artikel 6, lid 2, bedoelde bijdrage aan de EU wordt meegedeeld op het moment van de goedkeuring in de gemengde commissie van de richtsnoeren, doelstellingen en criteria en indicatoren voor evaluatie. 4. Aan het einde van de maand voorafgaand aan het verstrijken van het protocol brengt Marokko een verslag uit over de programmering van de ondersteuning van de sector overeenkomstig het onderhavige protocol, waarin met name verslag wordt gedaan van de verwachte economische en sociale gevolgen, alsmede van de geografische spreiding daarvan. 5. De partijen volgen de tenuitvoerlegging van de ondersteuning van de sector zo nodig na het verstrijken van dit protocol, alsmede tijdens de in artikel 9 bedoelde schorsingsperiodes, en wel volgens de voorwaarden die in dit protocol zijn vastgesteld. Artikel 8 Economische integratie van de actoren van de EU in de visserijsector in Marokko 1. De partijen verbinden zich ertoe de economische integratie van de actoren van de EU in de hele visserijsector in Marokko te bevorderen. 2. Er wordt een door de Europese Commissie ondersteund initiatief opgestart teneinde de particuliere actoren uit de EU bewust te maken van de commerciële en industriële kansen in de hele visserijsector in Marokko, inclusief op het gebied van directe investeringen. 3. Bovendien verleent Marokko met dat doel als prikkel aan de actoren uit de EU die in Marokkaanse havens in de Marokkaanse visserijzones gevangen vis aanlanden voor met name de verkoop aan plaatselijke ondernemingen, exploitatie in Marokko door deze actoren of vervoer ervan over de weg, een korting op de rechten conform de bepalingen van de bijlage. 4. De partijen besluiten eveneens een denktank op te richten om vast te stellen welke factoren de directe investeringen van de EU in de sector hinderen en welke maatregelen de voorwaarden voor deze investeringen kunnen versoepelen. Artikel 9 Geschillen - Opschorting van de toepassing van het protocol 1. De partijen moeten in de in artikel 10 van de overeenkomst bedoelde gemengde commissie, en zo nodig tijdens een bijzondere zitting daarvan, overleg plegen over eventuele onderlinge geschillen inzake de interpretatie en de toepassing van de in dit protocol vastgestelde bepalingen. 2. De toepassing van het protocol kan op initiatief van een partij worden opgeschort, wanneer het geschil tussen de partijen als ernstig wordt beschouwd en het overeenkomstig lid 1 in de gemengde commissie gevoerde overleg niet is uitgemond in een minnelijke schikking. 3. De toepassing van het protocol kan pas worden opgeschort, indien de betrokken partij haar voornemen hiertoe schriftelijk en ten minste drie maanden vóór de datum van inwerkingtreding van de opschorting meldt. 4. Bij opschorting blijven de partijen in onderling overleg streven naar een minnelijke schikking van het geschil. Wanneer zij hierin slagen, wordt de toepassing van het protocol hervat en wordt het bedrag van de financiële tegenprestatie evenredig pro rata temporis verlaagd, afhankelijk van de duur van de periode waarin de toepassing van het protocol is opgeschort. Artikel 10 Opschorting van de toepassing van het protocol bij niet-betaling Onverminderd artikel 4 kan, wanneer de EU de in artikel 2 bedoelde betaling niet verricht, de toepassing van dit protocol als volgt worden opgeschort: a) de bevoegde autoriteiten van Marokko stellen de Europese Commissie in kennis van het feit dat de betaling niet heeft plaatsgevonden. De Commissie verricht de nodige controles en gaat zo nodig binnen 30 werkdagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de kennisgeving, over tot betaling; b) indien de betaling niet binnen de in artikel 2, lid 3, gestelde termijn heeft plaatsgevonden en niet op adequate wijze is gemotiveerd waarom dat niet is gebeurd, hebben de bevoegde autoriteiten van Marokko het recht de toepassing van het protocol op te schorten. Zij stellen de Europese Commissie daarvan onverwijld in kennis; c) de toepassing van het protocol wordt hervat zodra het betrokken bedrag is betaald. Artikel 11 Geldend nationaal recht Op de activiteiten van vaartuigen die onder dit protocol en de bijlage daarbij vallen, met name op het overladen, het gebruik van havendiensten en de aankoop van uitrusting, zijn de in Marokko geldende wetten van toepassing. Artikel 12 Voorlopige toepassing Dit protocol en de bijlage daarbij is van voorlopige toepassing met ingang van 28 februari 2011. Artikel 13 Inwerkingtreding Het onderhavige protocol en de bijlage daarbij treden in werking op de datum waarop de partijen de voltooiing van de in dit verband te volgen procedures melden. Vangstmogelijkheden Visserijtak | Kleinschalige visserij | Demersale visserij | Industriële pelagische visserij | Toegestaan vistuig | Zegen Toegestane maximumafmetingen die overeenstemmen met de voorwaarden die gelden in de zone: 500 m x 90 m. Verbod op het vissen met lampara's. | Vaartuigtype: | < 100 GT | Rechten | 67 EUR/GT/kwartaal | Geografische grens | Ten noorden van 34°18’00’’ Buiten de 2 mijl | Doelsoorten | Sardine, ansjovis en andere kleine pelagische soorten | Aanlandingsverplichting | 25% | Biologische rustperiode | Twee maanden: februari en maart | Opmerkingen | De voorwaarden voor de uitoefening van de visserij voor elke visserijtak worden elk jaar vóór de afgifte van de vergunningen in onderling overleg vastgesteld Technische notitie voor de visserij nr. 2 Kleinschalige visserij in het noorden Aantal vaartuigen met een vergunning | 30 | Toegestaan vistuig | Grondbeug Tak a) Maximumaantal toegestane haken per beug: 2000. Tak b) Over het maximumaantal toegestane haken per beug wordt later door de gemengde commissie beslist conform het wetenschappelijke advies en de Marokkaanse regelgeving. | Vaartuigtype: | a)< 40 GT: 27 vergunningen b) > 40 GT en < GT 150: 3 vergunningen | Rechten | 60 EUR/GT/kwartaal | Geografische grens | Ten noorden van 34°18’00’’ N Buiten de 6 zeemijl | Doelsoorten | Haarstaartvis, sparidae en andere demersale soorten | Aanlandingsverplichting | Vrijwillige aanlanding | Biologische rustperiode | Van 15 maart tot 15 mei. | Bijvangsten | 0% zwaardvis en pelagische haaien | De voorwaarden voor de uitoefening van de visserij voor elke visserijtak worden elk jaar vóór de afgifte van de vergunningen in onderling overleg vastgesteld Technische notitie voor de visserij nr. 3 Kleinschalige visserij in het zuiden Aantal vaartuigen met een vergunning | 20 | Toegestaan vistuig | Lijn, hengel en korven, beperkt tot twee stuks vistuig per schip. Het gebruik van drijflijn, schakelnet, vast kieuwnet, drijfnet, "traina"-net en ombervisnet is verboden. | Vaartuigtype: | < 80 GT | Rechten | 60 EUR/GT/kwartaal | Geografische grens | Ten zuiden van 30°40’N Buiten de 3 zeemijl | Doelsoorten | Ombervis en sparidae | Aanlandingsverplichting | Vrijwillige aanlanding | Biologische rustperiode | - | Toegestane netten | Netten van 8 mm voor het vangen van aas, buiten 2 zeemijl | Bijvangsten | 0% koppotigen en schaaldieren, met uitzondering van 10% krab; de gerichte vangst van krab is verboden. 10% andere demersale soorten | De voorwaarden voor de uitoefening van de visserij voor elke visserijtak worden elk jaar vóór de afgifte van de vergunningen in onderling overleg vastgesteld Technische notitie voor de visserij nr. 4 Demersale visserij Aantal vaartuigen met een vergunning | 22 vaartuigen met maximaal 11 trawlers per jaar. | Toegestaan vistuig | - Voor beugvisserijvaartuigen: . grondbeug, . getwijnde vaste diepzeekieuwnetten - Voor trawlers: bodemtrawl | Vaartuigtype: | Gemiddelde grootte van 275 GT; trawlers vissen op meer dan 200 m diepte | Rechten | 53 EUR/GT/kwartaal | Geografische grens | Ten zuiden van 29°N Buiten de dieptelijn van 200 m voor trawlers (en 12 zeemijl voor beugvisserijvaartuigen) | Doelsoorten | Zwarte heek, haarstaartvis, grote gaffelmakreel/ongestreepte bonito | Aanlandingsverplichting | 50% van de vangsten in Marokko | Biologische rustperiode | Enkel geldig voor trawlers Dezelfde rustperiode als voor de koppotigen is vastgesteld | Toegestane netten | - Trawlvisserij: net van minimaal 70 mm. Het gebruik van trawls met dubbele kuil is verboden. Het gebruik van trawls waarvan de kuil van dubbel garen is vervaardigd, is verboden. Over het maximumaantal toegestane haken per beug wordt later door de gemengde commissie beslist conform het wetenschappelijke advies en de Marokkaanse regelgeving. | Bijvangsten | 0% koppotigen en schaaldieren, met uitzondering van 5% krab | De voorwaarden voor de uitoefening van de visserij voor elke visserijtak worden elk jaar vóór de afgifte van de vergunningen in onderling overleg vastgesteld Technische notitie voor de visserij nr. 5 Tonijnvisserij Aantal vaartuigen met een vergunning | 27 | Toegestaan vistuig | Hengel en sleeplijn Zegen voor de visserij met levend aas | Geografische grens | Buiten de 3 mijl Vangst van aas buiten de 2 mijl De gehele Atlantische zone van Marokko, met uitzondering van het beschermde gebied ten oosten van de lijn die de punten 33°30’N/7°35’W en 35°48’N/6°20’W verbindt | Doelsoorten | Tonijnachtigen | Aanlandingsverplichting | Een deel van de vangst in Marokko tegen de internationale marktprijs | Biologische rustperiode | geen | Toegestane netten | Vangst van aas met zegen van 8 mm | Vergoedingen | 25 EUR per ton gevangen vis | Voorschot | Op het moment van de aanvraag van jaarlijkse vergunningen wordt een forfaitair voorschot van 5000 EUR betaald | Opmerkingen | De voorwaarden voor de uitoefening van de visserij voor elke visserijtak worden elk jaar vóór de afgifte van de vergunningen in onderling overleg vastgesteld Technische notitie voor de visserij nr. 6 Industriële pelagische visserij Toegestaan vistuig | Pelagisch of semipelagisch | Toegewezen quotum | 60 000 ton per jaar, maximaal 10 000 ton per maand | Vaartuigtype: | Industriële pelagische trawl | Aantal toegelaten vaartuigen | Maximumaantal: - 5-6 vaartuigen[5] van meer dan 3 000 GT/vaartuig - 2-3 vaartuigen van 150 tot 3000 GT/vaartuig - 10 vaartuigen met een tonnage van minder dan 150 GT/vaartuig | Totaal tonnage van de toegelaten vaartuigen | Maximaal: | Geografische grens | Ten zuiden van 29°N, op meer dan 15 zeemijl van de kust, berekend vanaf de laagwaterlijn | Doelsoorten | Sardine, sardinella, makreel, horsmakreel en ansjovis. | Aanlandingsverplichting | Elk vaartuig landt 25% van de vangst in Marokko aan | Biologische rustperiode | De toegelaten vissersvaartuigen moeten alle biologische rustperioden in acht nemen die het ministerie heeft ingesteld in de visserijzone waarvoor de vergunning geldt, en er alle visserijactiviteiten stopzetten. De Marokkaanse autoriteiten stellen de Commissie vooraf in kennis van dit besluit, met vermelding van de perioden waarin de visserij wordt stopgezet, en van de betrokken zones. | Toegestane netten | De minimummaaswijdte (gestrekte mazen) van de pelagische of semipelagische trawl bedraagt 40 mm. De kuil van de pelagische of semipelagische trawl kan worden verstevigd door een netwerk met een minimummaaswijdte van 400 mm (gestrekte mazen) en verstevigingsstroppen met een tussenafstand van minimaal anderhalve meter (1,5 m), behalve voor die aan het achterste gedeelte van de trawl, die ten minste op 2 m afstand van het venster van de kuil moet worden aangebracht. Het gebruik van verstevigingen of dubbele kuilen voor andere doeleinden is verboden en met de trawls mogen in geen geval andere soorten worden bevist dan de kleine pelagische soorten waarvan de vangst is toegestaan. | Bijvangsten | Maximaal 3,5% andere soorten. De vangst van koppotigen, schaaldieren en andere demersale en bentische soorten is strikt verboden. | Industriële verwerking | De industriële verwerking van de vangsten tot vismeel of visolie is strikt verboden. Beschadigde vissen en uit de behandeling van de vangst voortkomend afval mogen wel worden verwerkt tot vismeel of visolie, voor zover het maximum van 5% van de totale toegestane vangst niet wordt overschreden. | Opmerkingen | Er zijn drie categorieën vaartuigen: Categorie 1: brutotonnage minder dan of gelijk aan 3 000 GT, met een maximum van 12 500 T/jaar/vaartuig; Categorie 2: brutotonnage meer dan 3 000 GT en minder dan of gelijk aan 5 000 GT, met een maximum van 17 500 T/jaar/vaartuig; Categorie 3: brutotonnage meer dan 5 000 GT, met een maximum van 25 000 T/jaar/vaartuig. | Aantal vaartuigen/Rechten | Maximumaantal vaartuigen dat tegelijkertijd mag vissen: 18. Rechten ten laste van de reder per ton toegestane vangst: 20 EUR/ton Rechten ten laste van de reder per ton vangst bovenop de toegestane vangst: 50 EUR/ton. | De voorwaarden voor de uitoefening van de visserij voor elke visserijtak worden elk jaar vóór de afgifte van de vergunningen in onderling overleg vastgesteld Aanhangsel 3 MELDING VAN DE VMS-GEGEVENS AAN MAROKKO POSITIERAPPORT Data | Code | Verplicht/ facultatief | Opmerkingen | Header | SR | O | Systeeminformatie - geeft het begin van de record aan | Geadresseerde | AD | O | Berichtinformatie - geadresseerde. ISO-alfa-3-landcode | Verzender | FR | O | Berichtinformatie - verzender. ISO-alfa-3-landcode | Vlaggenstaat | FS | F | Berichttype | TM | O | Berichtinformatie – berichttype “POS” | Radioroepnaam | RC | O | Vaartuiginformatie – internationale radioroepnaam van het vaartuig | Intern referentienummer van de overeenkomstsluitende partij | IR | F | Vaartuiginformatie – uniek volgnummer van de overeenkomstsluitende partij (ISO-3-code van de vlaggenstaat, gevolgd door een nummer) | Extern registratienummer | XR | O | Vaartuiginformatie – kenteken aangebracht op de romp van het vaartuig | Breedtegraad | LA | O | Positie-informatie – positie in graden en minuten N/Z GGMM (WGS84) | Lengtegraad | LO | O | Positie-informatie - positie in graden en minuten O/W GGMM (WGS-84) | Vaarrichting | CO | O | Vaarrichting van het vaartuig, op een schaal van 360° | Vaarsnelheid | SP | O | Vaarsnelheid van het vaartuig in tientallen knopen | Datum | DA | O | Positie-informatie – datum van registratie van de positie in UTC (JJJJMMDD) | Tijdstip | TI | O | Positie-informatie - tijdstip van registratie van de positie in UTC (UUMM) | Tailer | ER | O | Systeeminformatie – geeft het einde van de record aan | Tekenset: ISO 8859.1 De structuur van de gegevenstransmissie is als volgt: - - een dubbele schuine streep (//) en een code geven het begin van de transmissie aan, - - een enkele schuine streep (/) fungeert als separator tussen code en gegeven. De facultatieve gegevens moeten worden opgenomen tussen het begin en het einde van de record. Aanhangsel 4 GRENZEN VAN DE MAROKKAANSE VISSERIJZONES COÖRDINATEN VAN DE VISSERIJZONES/VMS-protocol EU Technische notitie | Visserijtak | Visserijzone (breedtegraad) | Afstand van de kust | 1 | Kleinschalige pelagische visserij in het noorden | 34°18’00”N - 35°48’00”N | Meer dan 2 mijl | 2 | Kleinschalige beugvisserij in het noorden | 34°18’00”N - 35°48’00”N | Meer dan 6 mijl | 3 | Kleinschalige visserij in het zuiden | Ten zuiden van 30°40’00” | Meer dan 3 mijl | 4 | Demersale visserij | Ten zuiden van 29°00’00” | Vaartuigen voor de visserij met de beug Meer dan 12 mijl | Trawlers: buiten de dieptelijn van 200 m | 5 | Tonijnvisserij | De gehele Atlantische Oceaan, met uitzondering van onderstaand gebied: 35o48'N; 6o20'W/33o30'N; 7o35'W | Meer dan 3 mijl en 2 mijl voor aas | 6 | Industriële pelagische visserij | Ten zuiden van 29°00’00”N | Meer dan 15 mijl | Aanhangsel 5 GEGEVENS VAN HET MAROKKAANSE VISSERIJCONTROLECENTRUM Naam van het visserijcontrolecentrum: CSC (Centre de Surveillance et de Contrôle de la pêche) Tel. VMS: + 212 5 37 68 81 46 Fax VMS: + 212 5 37 68 81 34 E-mail VMS: alaouihamd@mpm.gov.ma; fouima@mpm.gov.ma Tel. DSPCM: Fax DSPCM: Adres X25 = wordt niet gebruikt Meldingen van het binnenvaren/uitvaren: via het radiostation (aanhangsel 8) Aanhangsel 6 ICCAT-LOGBOEK VOOR DE TONIJNVISSERIJ | Beug Levend aas Ringzegen Trawl Andere | Vlaggenstaat: ……………………………………………………………………........................... | Capaciteit (MT): ……………………………………………........ | Registratienummer: ………………………………………………………………................................... | Kapitein: ……………………………………………………….... | Reder: ………………………………………………………….......................... | Aantal bemanningsleden: ….…………………………………………………........................ | Adres: ………………………………………………………………………….... | Datum van het verslag: ………………………………………………...... | (Auteur van het verslag): ………………………………………………................................. | Aantal dagen op zee: | Aantal visdagen: Aantal uitzetten: | Nummer visreis: | Datum | Sector | Temp. oppervlaktewater (ºC) | Visserijinspanning Gebruikt aantal haken | Vangsten | Gebruikt aas | 1 - Gebruik één blad per maand en één regel per dag. | 3 - Met "dag" wordt bedoeld de dag van het uitzetten van de lijn. | 5 - Onderste regel (aangeland gewicht) pas invullen aan het einde van de reis. Het daadwerkelijke gewicht bij het aanlanden moet worden opgegeven. | 2 - Na afloop van elke reis een afschrift van het formulier bezorgen aan uw correspondent of aan ICCAT, Calle Corazón de María, 8, 28002 Madrid Spanje. | 4 - "Visserijzone" betekent de positie van het vaartuig. Minuten afronden en breedte- en lengtegraden opgeven. N/Z en O/W vermelden. | 6 - Alle gegevens van dit logboek worden strikt vertrouwelijk behandeld. | Aanhangsel 7 Datum 12) | Statistische sector (13) | Aantal visserijactiviteiten (14) | Aantal visserijuren (15) | Schatting van de vangsthoeveelheid per soort: (in kilogram) (16) (of toelichtingen betreffende de onderbrekingen bij het vissen) | Totaal gewicht vangsten (in kg) (kg) (17) | Totaal gewicht vis (kg) (18) | Totaal gewicht vismeel (kg) (19) | Roepnaam: | CNA 39 37 | Plaats: | Rabat | Frequentiebereik: | 1,6 tot 30 MHz | Zendklasse: | SSB-AIA-J2B | Zendvermogen: | 800 W | Werkfrequenties Banden | Kanalen | Emissie | Ontvangst | Band 8 | 831 | 8 285 kHz | 8 809 kHz | Band 12 | 1206 | 12 245 kHz | 13 092 kHz | Band 16 | 1612 | 16 393 kHz | 17 275 kHz | Radiomeldingen Periode | Uurregeling | Werkdagen | van 8.30 tot 16.30 uur | Zaterdag, zondag en feestdagen | van 9.30 tot 14 uur | VHF: | Kanaal 16 | Kanaal 70 ASN | Radiotelex: | Type: | DP-5 | Zendklasse: | ARQ-FEC | Nummer: | 31356 | Fax: | Nummers | 212 5 37 68 82 13/45 | [1] Doc. 6486/1/11 HERZ. 1 van 18 februari 2011. [2] COM ____, PB ____ [3] Verordening (EG) nr. 764/2006 van de Raad van 22.5.2006 (PB L 141 van 29.5.2006, blz. 1). [4] Aan dit bedrag wordt nog het bedrag toegevoegd van de door de reders verschuldigde rechten voor de op grond van artikel 6 van de overeenkomst en volgens de voorwaarden van hoofdstuk I, punt 4 en 5, van de bijlage bij dit protocol afgegeven visvergunningen. [5] Het cijfer met betrekking tot het aantal vaartuigen kan met goedkeuring van beide partijen worden herzien. Bij de industriële pelagische visserij geldt een beperking van het aantal vaartuigen dat tegelijkertijd vist.