23.2.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 54/18


Advies van het Comité van de Regio's — Herziening van het Europese nabuurschapsbeleid

2012/C 54/04

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

denkt dat als de lokale en regionale overheden een grotere inbreng krijgen in het nabuurschapsbeleid, de burgers beter bewust kunnen worden gemaakt van en zich meer betrokken gaan voelen bij het beleid, de publieke steun daarvoor kan worden vergroot en de indruk wordt weggenomen dat het uitsluitend de lidstaten en de Europese instellingen in Brussel zijn die verantwoordelijkheid dragen voor de gang van zaken in ons werelddeel. In dit verband kunnen de lokale en regionale overheden ook bijdragen aan het tegengaan van zelfisolering en heropleving van nationalisme. Deze gevaarlijke ontwikkelingen vormen zowel binnen als buiten de EU een bedreiging voor de stabiliteit van landen en regio's;

slaat de activiteiten van de Euromediterrane Vergadering van Lokale en Regionale Overheden (ARLEM), waardoor de regionale en lokale overheden de kans krijgen om deel te nemen aan het politieke debat in de Euromediterrane regio en de door de secretaris-generaal van de Unie voor het Middellandse Zeegebied geselecteerde projecten een territoriale dimensie krijgen, hoog aan. Bovendien worden zo de uitwisseling van beste praktijken en de verwezenlijking van de doelstellingen van het ENB bevorderd;

vindt ook dat de Conferentie van regionale en lokale overheden in het Oostelijk Partnerschap (CORLEAP), het netwerk voor multilaterale samenwerking tussen de regionale en lokale overheden in de EU-lidstaten en de partnerlanden dat ernaar streeft om deze overheden nauwer te betrekken bij de tenuitvoerlegging van het ENB, zijn ondersteuning verdient. Ook is het CvdR van plan om zich samen met de lokale en regionale overheden in de oostelijke partnerlanden in te zetten voor de totstandkoming van een permanent institutioneel samenwerkingskader;

pleit voor intensivering van het nabuurschapsbeleid in het gehele Zwarte Zeegebied. De regio is onveranderlijk van groot geopolitiek belang voor de EU, waaraan ook de Synergie voor het Zwarte Zeegebied zijn betekenis ontleent. De EU-lidstaten die aan deze regio grenzen, moeten aanspraak kunnen maken op speciale ondersteuning van de EU voor de activiteiten die ze in het kader van het nabuurschapsbeleid ontplooien.

Rapporteur

Jacek PROTAS (PL/EVP), voorzitter van het regiobestuur van Ermland-Mazurië

Referentiedocument

Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, aan de Raad, aan het Europees Economisch en Sociaal Comité en aan het Comité van de Regio's: "Inspelen op de veranderingen in onze buurlanden"

COM(2011) 303 definitief

I.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Inleidende opmerkingen

1.

is ingenomen met het voorstel van de Commissie en verheugt zich over de algemene doelstelling ervan, waarin nadrukkelijk wordt gewezen op het belang van steun aan partnerlanden die zich inzetten voor de opbouw van een duurzame democratie en politieke hervormingen. Lokale en regionale overheden in de EU spelen een onmiskenbare rol als democratische en politieke instanties en zijn van wezenlijk belang voor het democratiseringproces. Zij leveren derhalve graag een bijdrage aan het nabuurschapsbeleid.

2.

Het CvdR neemt met grote voldoening kennis van de ontwikkeling die het Europees Nabuurschapsbeleid (ENB) op dit moment doormaakt in de richting van een geleidelijk toenemende differentiëring en afstemming op de concrete behoeften en omstandigheden, en beschouwt het als een positieve zaak dat het oorspronkelijke, uit 2004 stammende concept van one suit for all is verruimd en wordt aangevuld met instrumenten die meer toegesneden zijn op specifieke situaties (tailor made).

3.

Het valt toe te juichen dat het Europees Nabuurschapsbeleid verder wordt opgesplitst naar regio, met meer specifieke aandacht voor het Oostelijk Partnerschap, de Unie voor het Middellandse Zeegebied en de zich steeds meer/duidelijker aftekenende Synergie voor het Zwarte Zeegebied.

4.

Het proces van differentiëring binnen het ENB moet worden voortgezet en het nabuurschapsbeleid zal een integraal onderdeel moeten worden van een ambitieus en coherent extern beleid van de EU en in het kader hiervan moeten worden ingezet als instrument dat in toenemende mate is toegesneden op specifieke situaties.

5.

Het nabuurschapsbeleid zoals dat in en door regio's wordt gevoerd, kan dienen als een effectief instrument ter verspreiding van de waarden die de grondslag vormen van de Europese Unie, te weten eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren.

6.

Het nabuurschapsbeleid zou alle regio's in de EU moeten omvatten, waarbij gebruik dient te worden gemaakt van de kennis en ervaring van de regionale en lokale overheden op het gebied van de buitenlandse betrekkingen.

7.

Het is van essentieel belang dat er in de publieke opinie op regionaal niveau een draagvlak wordt gecreëerd voor het nabuurschapsbeleid.

8.

In het Europees Nabuurschapsbeleid zal zowel het gouvernementele als het sociale (people-to-people) niveau moeten worden ontwikkeld. De lokale en regionale overheden kunnen een bijzonder belangrijke rol spelen bij de bevordering van een doelgerichte en verantwoorde samenwerking met maatschappelijke organisaties, al zullen ze als publieke instanties ook de contacten op het administratieve/officiële niveau dienen te bevorderen.

9.

Als de lokale en regionale overheden een grotere inbreng krijgen in het nabuurschapsbeleid, kunnen de burgers beter bewust worden gemaakt van en zich meer betrokken gaan voelen bij het beleid, kan de publieke steun daarvoor worden vergroot en wordt de indruk weggenomen dat het uitsluitend de lidstaten en de Europese instellingen in Brussel zijn die verantwoordelijkheid dragen voor de gang van zaken in ons werelddeel. In dit verband kunnen de lokale en regionale overheden ook bijdragen aan het tegengaan van zelfisolering en heropleving van nationalisme. Deze gevaarlijke ontwikkelingen vormen zowel binnen als buiten de EU een bedreiging voor de stabiliteit van landen en regio's.

10.

Het is belangrijk dat ook regio's binnen en buiten de EU die niet aan elkaar grenzen, met elkaar samenwerken.

11.

Het CvdR adviseert om in de buurlanden niet alleen steun te geven aan economische groei tout court, maar vooral aan duurzame groei, waarbij met name aandacht moet worden geschonken aan verkleining van de regionale en sociale verschillen.

12.

Het CvdR stemt in met het voorstel van de Commissie om partnerschappen te bevorderen en te steunen. Langdurige samenwerking tussen alle verschillende belanghebbenden in de samenleving stimuleert pluralisme en betrokkenheid op verschillende niveaus en effent het pad naar duurzame economische, sociale en democratische ontwikkeling.

13.

De werkmethoden en actiemodellen die kenmerkend zijn voor de regio's, kunnen ook bij uitstek geschikt zijn voor het Europees Nabuurschapsbeleid en een ondersteuning betekenen voor ENB-instrumenten als TAIEX, SIGMA, regionale partnerschappen en stedenbanden, en de ENB-actieprogramma's.

14.

Het CvdR schaart zich achter de suggestie van de Commissie dat effectieve regionale partnerschappen kunnen worden opgezet op terreinen als ontwikkeling van het mkb, milieubeheer, onderwijs, jeugd, cultuur, vervoer, onderzoek, plattelandsontwikkeling en werkgelegenheidsbeleid. De lokale en regionale overheden van de EU beschikken over veel ervaring en concrete kennis op deze gebieden en zouden graag betrokken worden bij deze partnerschappen.

15.

Het CvdR houdt vast aan de uitgangspunten van zijn advies over "Een sterk Europees nabuurschapsbeleid" en wijst op de relevantie en de actuele betekenis ervan/van dit document.

16.

De Europese instellingen dragen ertoe bij dat de partnerlanden effectief gebruik kunnen maken van de beschikbare middelen. De aandacht zou zich vooral moeten richten op praktische vormen van samenwerking die concrete resultaten opleveren.

17.

In de EU-begroting voor de periode 2014-2020 zullen beslist voldoende middelen moeten worden uitgetrokken voor de ten uitvoerlegging van het ENB.

18.

Het CvdR vindt het lovenswaardig dat de Commissie de verschillende financieringsinstrumenten wil vereenvoudigen en beter op elkaar wil afstemmen en wijst op het mogelijke effect en de voordelen die dit kan hebben.

Differentiëring van het nabuurschapsbeleid – werkmethoden en rol van de regio's

19.

De gevraagde differentiëring van het nabuurschapsbeleid moet niet alleen een formeel karakter dragen, d.w.z. uitgaan van een geografische onderverdeling in een zuidelijke en een oostelijke dimensie.

20.

De differentiëring van het nabuurschapsbeleid moet worden gerelateerd aan de mate waarin de democratie functioneert (resp. de democratiseringsprocessen verlopen), de mensen- en burgerrechten worden gerespecteerd en de beginselen van de rechtsstaat worden nageleefd alsmede aan de wijze waarop zich in de afzonderlijke landen het proces van structurele en economische transformatie voltrekt (met bijzondere nadruk op de invoering van een vrije markt). Het nabuurschapsbeleid zal meer effect sorteren naarmate het beter wordt afgestemd op de specifieke omstandigheden.

21.

Het verdient aanbeveling om beleidsinstrumenten te ontwikkelen die het toestaan om sociale initiatieven, acties van lokale en regionale overheden en regeringsmaatregelen gedifferentieerd te benaderen, al naar gelang hun specifieke aard en mogelijkheden. Wat in deze drie verschillende bereiken wordt ondernomen, dient te worden gecoördineerd, maar mag elkaar niet overlappen.

22.

Voor zover nabuurschapsbeleid een zaak is van regeringen/het gouvernementele niveau biedt het beginsel more for more een duidelijk en gerechtvaardigd richtsnoer.

23.

Op sociaal vlak is het beginsel more for more echter minder voor de hand liggend. Een al te strikte toepassing ervan kan hier zelfs contraproductief zijn en remmend werken op reeds eerder aangegane contacten aan de basis. Het is immers zo dat goede sociale contacten te maken hebben met de duurzaamheid en het verregaand informele karakter ervan.

24.

De betrokkenheid van de lokale en regionale overheden mag niet worden gezien als iets wat in de plaats komt van de rol/betrokkenheid/die van de civiele samenleving en de derde sector.

25.

De bijdrage van de derde sector moet worden erkend als een essentieel onderdeel van het nabuurschapsbeleid en hiervoor moeten dan ook speciale instrumenten in het leven worden geroepen.

26.

De lokale en regionale overheden spelen een belangrijke rol bij het aanknopen van handelsbetrekkingen. Een verdergaande economische integratie kan werken als een katalysator op maatschappelijke en politieke veranderingen. De landen die onder het ENB vallen, worden opgeroepen om vrijhandelszones in te stellen.

27.

De activiteiten van de Euromediterrane Vergadering van Lokale en Regionale Overheden (ARLEM), waardoor de regionale en lokale overheden de kans krijgen om deel te nemen aan het politieke debat in de Euromediterrane regio en de door de secretaris-generaal van de Unie voor het Middellandse Zeegebied geselecteerde projecten een territoriale dimensie krijgen, dienen hoog te worden aangeslagen. Bovendien worden zo de uitwisseling van beste praktijken en de verwezenlijking van de doelstellingen van het ENB bevorderd.

28.

Evenzo verdient de Conferentie van regionale en lokale overheden in het Oostelijk Partnerschap (CORLEAP), het netwerk voor multilaterale samenwerking tussen de regionale en lokale overheden in de EU-lidstaten en de partnerlanden dat ernaar streeft om deze overheden nauwer te betrekken bij de tenuitvoerlegging van het ENB, onze ondersteuning. Ook is het CvdR van plan om zich samen met de lokale en regionale overheden in de oostelijke partnerlanden in te zetten voor de totstandkoming van een permanent institutioneel samenwerkingskader.

29.

Om het optreden in het Middellandse Zeegebied gecoördineerder en efficiënter te doen verlopen, moeten de EU, de Unie voor het Middellandse Zeegebied, de nationale regeringen en de internationale partners blijven samenwerken met ARLEM, die het Comité van de Regio's en de verenigingen van lokale en regionale overheden bij elkaar brengt.

30.

Bij het bevorderen van de sociale contacten zal ernaar moeten worden gestreefd om deze in de eerste plaats een intermenselijk en spontaan karakter te geven. Het gaat hierbij om de persoonlijke betrokkenheid van de mensen, niet zozeer om het bevorderen van hun geïnstitutionaliseerde rol en activiteiten.

31.

De steden en regio's moeten warm worden gemaakt voor culturele uitwisselingen. Het gaat hier om een terrein waarop in het bijzonder de derde sector veel kan bereiken. Wel zal deze sector hier de nodige ondersteuning van de lokale en regionale overheden en de nationale regeringen moeten krijgen.

32.

De uiteenlopende belangen van verschillende groepen regio's op grond van hun geografische ligging moeten tegen elkaar worden afgewogen. Centrale coördinatie van het externe beleid van de EU moet ervoor zorgen dat verschillen niet leiden tot een concurrentieslag tussen Zuid en Oost. Een onderverdeling van regio's in categorieën waarop verschillende onderdelen van het nabuurschapsbeleid van toepassing zijn, mag niet leiden tot eventuele belangenconflicten of verschillen uitvergroten noch misplaatste rivaliteitsgevoelens in de hand werken.

33.

De institutionalisering van het nabuurschapsbeleid zou regio's de mogelijkheid moeten geven om "vanaf afstand" betrokken te zijn en activiteiten te ontplooien (bijv. samenwerking van regio's uit Centraal-Europa in het Middellandse Zeegebied of van West-Europese regio's in Oost-Europa). Dit zou bij de regio's het gevoel van een gedeelde verantwoordelijkheid voor het ENB in zijn totaliteit kunnen versterken.

34.

De speciale rol van regio's die langs de problematische grenzen van de EU in het oosten en zuiden liggen, zal moeten worden versterkt. Deze regio's zijn het die rechtstreeks worden geconfronteerd met de problemen van het Europese nabuurschap. Het ENB mag in geen geval worden gevoerd over de hoofden van deze regio's heen, maar zal rekening moeten houden met hun specifieke belangen.

35.

De grensregio's van de EU zouden aanspraak moeten kunnen maken op speciale ondersteuning in het kader van het Europese Nabuurschapsbeleid.

36.

In het Europees Nabuurschapsbeleid zal m.n. in Oost-Europa rekening moeten worden gehouden met de bestaande betrekkingen met derde landen, in het bijzonder Rusland. De regio's zullen zich bewust moeten zijn van deze kant van het ENB. Alle passende vormen van samenwerking met derde landen moeten worden ondersteund.

37.

Het CvdR verklaart zich bereid de democratiseringsprocessen in de verschillende nabuurlanden van de EU te ondersteunen door ook in de toekomst samen met het Congres van Lokale en Regionale Overheden van de Raad van Europa verkiezingswaarnemingsmissies te organiseren.

De speciale situatie in de verschillende landen die onder het nabuurschapsbeleid vallen

38.

Bij de activiteiten in het kader van het Oostelijk Partnerschap en het Europees Nabuurschapsbeleid in de Kaukasus zal rekening moeten worden gehouden met de speciale omstandigheden ter plekke.

39.

Georgië heeft behoefte aan een permanente en systematische ondersteuning in het kader van het Oostelijk Partnerschap, gezien de speciale gevolgen die het ondervindt van het in 2008 uitgebroken conflict.

40.

Het nabuurschapsbeleid zal in het gehele Zwarte Zeegebied moeten worden geïntensiveerd. De regio is onveranderlijk van groot geopolitiek belang voor de EU, waaraan ook de Synergie voor het Zwarte Zeegebied zijn betekenis ontleent. De EU-lidstaten die aan deze regio grenzen, moeten aanspraak kunnen maken op speciale ondersteuning van de EU voor de activiteiten die ze in het kader van het nabuurschapsbeleid ontplooien.

41.

Moldavië is een geval apart. In het licht van de aanzienlijke vooruitgang die daar is geboekt met het Europees Nabuurschapsbeleid en het Oostelijk Partnerschap, verdient de ontwikkeling in dit land de grootst mogelijke aandacht. Elk succes dat hier wordt geboekt, hoe klein ook, kan grote gevolgen hebben voor de bevordering van het nabuurschapsbeleid en van het externe beleid van de EU.

42.

De bijzondere situatie van de regio Kaliningrad, die ondanks zijn speciale status niet onder het nabuurschapsbeleid valt, verdient bijzondere aandacht. Het gaat hier om een buitengewoon belangrijk en problematisch gebied, niet zozeer omdat het aan de Europese Unie grenst, maar omdat het aan alle kanten door de EU wordt omringd. Aan de speciale situatie van deze regio kan niet worden voorbijgegaan als in de onmiddellijke omgeving ervan een nabuurschapsbeleid wordt gevoerd.

43.

Ondanks de tegenslagen in verband met de onveranderlijk moeilijke situatie in Wit-Rusland verdient het nabuurschapsbeleid in dit land onverminderd onze steun.

44.

Het is noodzakelijk om het proces van democratische, politieke, economische en sociale transformatie in Oekraïne systematisch te ondersteunen.

45.

In de huidige situatie van de "Arabische lente" is in de betrokken regio een belangrijke taak weggelegd voor het nabuurschapsbeleid, waardoor mogelijkheden worden geschapen voor meer contacten tussen de gemeenschappen. De komende tijd zal de regio onze speciale en onvermoeide aandacht moeten hebben. Onze rol hier kan worden beschouwd als een testcase voor de verantwoordelijkheidszin van alle lidstaten, regio's en samenlevingen in de EU.

46.

Omdat de situatie in het Middellandse Zeegebied per land verschilt, zal de strategie van de EU op de specifieke omstandigheden ter plaatse moeten worden afgestemd. Niettemin zijn opbouw van de democratie en overgang naar een democratisch bestel universele doelstellingen, die in de eerste plaats van onderop dienen te worden verwezenlijkt, zonder dat een en ander van bovenaf wordt opgelegd. Anders bestaat het gevaar dat de democratie geen stabiele basis krijgt en maatschappelijk onvoldoende hecht verankerd wordt.

De betekenis van territoriale samenwerking als instrument van het nabuurschapsbeleid

47.

De met euroregio's opgedane ervaringen zijn van groot belang voor het nabuurschapsbeleid. In het geval van Centraal-Europa hebben ze zich bewezen als instrument ter bespoediging van het toetredingsproces en, na de uitbreiding, als instrument voor het onderhouden van de betrekkingen met de buurlanden die nog geen lid zijn van de EU.

48.

Het CvdR is dan ook bereid om steun te verlenen aan het opzetten van duurzame en gedecentraliseerde politieke en administratieve structuren, ervan uitgaande dat het administratieve en institutionele potentieel van de lokale en regionale overheden de samenwerking op subnationaal niveau zal vergemakkelijken, de efficiency en het bestuur zal verbeteren en cruciaal is voor het proces van democratisering.

49.

Onderzocht zou moeten worden in hoeverre bestaande euroregio's kunnen worden versterkt m.b.v. het EGTS-instrument (Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking). Dat zou de betrokken partijen meer rechtszekerheid geven en de gecreëerde structuren transparanter maken. Het CvdR herhaalt zijn standpunt dat EGTS'en met derde landen op bilaterale basis mogelijk zouden moeten worden, en roept de lidstaten die dat nog niet hebben gedaan, nogmaals op de maatregelen te nemen die nodig zijn om dergelijke groeperingen te kunnen oprichten en laten functioneren.

50.

Het CvdR onderstreept het praktische nut van programma's voor capaciteitsopbouw in het kader van de uitbreiding van het Europees Nabuurschapsbeleid en herhaalt zijn voorstel om – met het proefprogramma "Local Administration Facility" als concreet voorbeeld voor ogen (1) –soortgelijke initiatieven te ontwikkelen voor de landen van het zuidelijke Middellandse Zeegebied ter ondersteuning van hun capaciteitsopbouw op lokaal en regionaal niveau.

51.

Euroregio's scheppen mogelijkheden voor een hele reeks activiteiten, van economische tot culturele. Ze zetten spontane processen van samenwerking in gang, waarbij ook de derde sector is betrokken. Euroregio's zijn een flexibel en buitengewoon effectief instrument gebleken om activiteiten te ontplooien aan de grenzen van Centraal- en Oost-Europa: de huidige buitengrenzen van de Europese Unie.

52.

Er moeten meer van dergelijke projecten worden opgezet en nieuwe euroregio's worden opgericht (waarbij wordt voortgebouwd op de ervaringen die zijn opgedaan met reeds langer actieve euroregio's). Het gaat er daarbij in het bijzonder om dat gebieden in Algerije, Tunesië, Libië en Egypte worden verbonden met corresponderende gebieden in het zuiden van Europa.

53.

Het feit dat de zuidelijke grens van de Europese Unie een bijzondere is, d.w.z. een zeegrens, mag geen obstakel zijn voor het oprichten van euroregio's. Hoewel ze nog maar in een beginfase verkeren, zijn de geprojecteerde euroregio's Andalusië-Gibraltar-Marokko, zuidelijke Egeïsche Zee-Turkije, noordelijke Egeïsche Zee-Turkije en Polis-Trakiakent zeker het vermelden waard.

54.

Het is zaak dat de geprojecteerde euroregio "Zwarte Zee" snel naar behoren begint te functioneren.

55.

Euroregio's kunnen een adequate ondersteuning zijn voor TAIEX, SIGMA, Twinning, ENB-actieplannen en andere instrumenten van het Europees Nabuurschapsbeleid (resp. ENPI).

56.

Gewezen zij op de meerwaarde van de Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) en van de macroregionale strategie als vernieuwende instrumenten voor territoriale samenwerking op interregionaal en supranationaal niveau, aangezien zij in de uitgestrekte regio van het Middellandse Zeegebied en de Zwarte Zee bijdragen tot de samenhang en coördinatie van beleidsacties op diverse gebieden, door de verdeling van financiële middelen te rationaliseren en door de rol van de regionale en lokale overheden te benadrukken, zulks op basis van multilevel governance en een brede deelname van maatschappelijke organisaties.

De civiele dimensie van het door regionale initiatieven ondersteunde nabuurschapsbeleid

57.

De contacten die worden aangegaan door initiatieven van regeringen of ook regionale overheden, mogen niet in de plaats komen van de breder opgezette en intensievere contacten tussen gemeenschappen. Alle mediterrane landen moeten worden verenigd in euroregio's, die mogelijkheden scheppen voor contacten tussen actoren uit de derde sector en de civiele samenleving.

58.

Instrumenten die typisch zijn voor het functioneren van euroregio's, kunnen ertoe bijdragen dat tal van stereotiepe opvattingen en angsten m.b.t. migratie aan de buitengrenzen van de EU worden overwonnen. Ook zouden rechtstreekse vormen van samenwerking en uitwisselingen kunnen helpen om de stereotypen die in veel buurlanden van de EU over Europa en het Westen bestaan, te bestrijden.

59.

Een actief nabuurschapsbeleid kan een manier zijn om ongecontroleerde migratie tegen te gaan.

60.

Een nabuurschapsbeleid dat zich concentreert op ondersteuning van de meest actieve individuen en elementen in de regio's en landen die aan de Europese Unie grenzen, kan het proces van politieke en economische transformatie vooruithelpen.

61.

Ondersteuning van individuen en groepen die zich inzetten voor democratische veranderingen en economische hervormingen, draagt ertoe bij dat op alle terreinen efficiënter zal kunnen worden gewerkt.

62.

Het is belangrijk dat er in het kader van het nabuurschapsbeleid allerlei uitwisselingen tussen jongeren en studenten en ook vormen van samenwerking op het gebied van wetenschap worden opgezet.

63.

Omdat het belangrijk is dat de administratieve capaciteit in de partnerlanden wordt versterkt, is het een goede zaak dat de activiteiten van nationale programma's als het Estische Centrum voor het Oostelijk Partnerschap, dat zich voornamelijk richt op het opbouwen van administratieve capaciteit, en de Academie voor Openbaar Bestuur in het Oostelijk Partnerschap te Warschau, worden uitgebreid. Via deze programma's zou ook steun moeten worden verleend aan de bestuurlijke hervormingen en capaciteitsopbouw op lokaal en regionaal niveau.

Interregionale samenwerking binnen het nabuurschapsbeleid

64.

Euroregio's die in het zuiden worden opgezet, moeten samenwerken met partners in andere delen van Europa (net zoals regio's dat doen). Dergelijke contacten zullen in de eerste plaats moeten worden opgezet tussen euroregio's aan de zuidelijke grenzen van de EU en Centraal- en Noord-Europese euroregio's die aan Oost-Europa grenzen. Het ENB mag niet uiteenvallen in verschillende richtingen, iets wat de Europese Unie met haar regionale beleid zal moeten voorkomen. Een geschikt instrument om dergelijke verbindingen tot stand te brengen is de Europese groepering voor territoriale samenwerking.

65.

Het visumbeleid van de EU zal systematisch moeten worden herbekeken om tot soepelere regelingen voor de burgers van ENB-landen te komen. Hierdoor zal de dialoog tussen de gemeenschappen worden vergemakkelijkt.

66.

Er zij op gewezen dat het toelaten van kleinschalig grensverkeer in bepaalde grensregio's van de EU voordelen kan opleveren.

Brussel, 14 december 2011

De voorzitster van het Comité van de Regio's

Mercedes BRESSO


(1)  Het CvdR werkt op dit moment al nauw samen met de Europese Commissie bij de ondersteuning van dit proefprogramma, dat voorlopig nog beperkt is tot kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten.