MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ Oplossing van grensoverschrijdende successiebelastingproblemen in de EU /* COM/2011/0864 definitief */
1.
Inleiding
In haar "Europa 2020"-strategie voor
slimme, duurzame en inclusieve groei in de EU[1]
benadrukt de Commissie dat de EU-economie onder andere weer op gang kan worden
getrokken door de EU-burgers in staat te stellen ten volle deel te nemen aan de
interne markt en hen ook het vertrouwen daartoe te geven. Binnen de EU kunnen alle burgers vrij de grens
oversteken om in een andere EU-lidstaat te gaan wonen, werken of studeren, er
op pensioen te gaan, een eigendom te kopen en te beleggen. In de Single Market
Act[2] en het verslag over het
EU-burgerschap[3]
is evenwel geconstateerd dat er talrijke wettelijke en praktische obstakels
zijn die mensen ervan weerhouden om deze rechten ook werkelijk in een andere
EU-lidstaat te gaan uitoefenen, en is een reeks maatregelen opgesomd die op
zeer uiteenlopende gebieden moeten worden genomen opdat de rechten van de
EU-burgers hun volle werking zouden kunnen hebben. Belastingen is een van die
gebieden. In haar mededeling van 20 december 2010 over het "Wegwerken van
grensoverschrijdende fiscale obstakels voor EU-burgers"[4] heeft de Europese Commissie
onderzocht welke de meest dringende fiscale problemen zijn waarmee
grensoverschrijdend actieve burgers in de EU worden geconfronteerd en welke
oplossingen hieraan kunnen worden gegeven. Het ontvangen van een nalatenschap uit het
buitenland is een van de probleemgebieden die in de mededeling van 20 december
2010 zijn genoemd. De belangrijkste problemen daarbij zijn dubbele belasting en
discriminerende fiscale behandeling. In de in augustus van dit jaar
gepubliceerde "snapshot"[5]
van de zorgen van burgers en bedrijven op de interne markt werd bevestigd dat
successierechten tot de 20 grootste obstakels behoren waarmee burgers en
bedrijven die over de grenzen heen actief zijn, worden geconfronteerd. In de mededeling over "Dubbele belasting
op de interne markt"[6]
werd erkend dat bestaande en geplande instrumenten ter voorkoming van dubbele
belasting naar het inkomen en het vermogen geen efficiënte oplossing bieden
voor grensoverschrijdende successiebelastingkwesties en dat er op dat gebied
specifieke oplossingen nodig zijn. In deze mededeling, die wordt aangenomen samen
met een aanbeveling[7]
en waaraan werkdocumenten[8]
van de diensten van de Commissie zullen worden toegevoegd, worden daarom
oplossingen voor deze grensoverschrijdende successiebelastingproblemen
uiteengezet. De benadering die in het vandaag aangenomen
pakket is gevolgd, sluit aan bij de zienswijze van de Commissie dat sommige
grensoverschrijdende fiscale problemen een doeltreffende oplossing kunnen
krijgen door de nationale wetgevingen te coördineren (en door bij de handhaving
samen te werken). Enkele jaren geleden[9]
heeft de Commissie benadrukt dat het in vele gevallen kan volstaan dat de
lidstaten de Verdragsregels in acht nemen en eenzijdig een aantal welomschreven
oplossingen ten uitvoer brengen om discriminatie en dubbele belasting ongedaan
te maken en de nalevingskosten te verlagen voor bedrijven en burgers in
situaties waarin meer dan een belastingstelsel een rol speelt. Dit soort
coördinatie zou volgens haar de lidstaten ook beter in staat stellen om hun
belastinginkomsten te beschermen en geschillen over afzonderlijke bepalingen te
vermijden. Dit voorstel strekt ook tot aanvulling van het
in oktober 2009 aangenomen voorstel van de Commissie voor een verordening
"betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de
tenuitvoerlegging van beslissingen en authentieke akten op het gebied van
erfopvolging en betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring"[10]. De ontwerpverordening
voorziet in een mechanisme om te bepalen van welke lidstaat het erfrecht van
toepassing is op een nalatenschap in een grensoverschrijdende situatie, die
anders onderworpen zou kunnen zijn aan meerdere en mogelijkerwijs tegenstrijdige
nationale voorschriften. Zij ziet niet op de heffingsproblemen die bij
nalatenschappen in grensoverschrijdende situaties ontstaan.
2.
Huidige regels inzake
successiebelasting
Er bestaat geen EU-wetgeving op het gebied van
successiebelasting[11],
hetgeen betekent dat de lidstaten de desbetreffende nationale regels naar eigen
inzicht kunnen bepalen op voorwaarde dat zij niet discrimineren op basis van
nationaliteit en geen ongerechtvaardigde beperkingen opwerpen voor de
uitoefening van de bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
gewaarborgde vrijheden. Momenteel worden nalatenschappen door de
lidstaten zeer verschillend belast. Achttien
lidstaten heffen een specifieke belasting bij overlijden, terwijl negen
(Oostenrijk, Cyprus, Estland, Letland, Malta, Portugal, Roemenië, Slowakije en
Zweden) dat niet doen, hoewel sommige van deze negen nalatenschappen dan wel op
een andere wijze in de heffing betrekken, zoals via de inkomstenbelasting.
Tussen de lidstaten die een successiebelasting heffen, is er nog een verschil
naargelang zij voor de heffing aanknopen bij de boedel of bij de verkrijger,
dat wil zeggen naargelang de heffing gebeurt op basis van een persoonlijke band
van de erfgenaam of van de overledene, of van beiden, met die lidstaten. Als
persoonlijke band kan worden aangemerkt de woonplaats, de verblijfplaats of de
nationaliteit van de overledene of de erfgenaam[12], en in sommige lidstaten
worden meerdere van deze aanknopingspunten gehanteerd. Ook de invulling die aan
deze begrippen wordt gegeven, kan van lidstaat tot lidstaat verschillen. Voorts
heffen de meeste lidstaten een successiebelasting op goederen die op hun
grondgebied zijn gelegen, ook als de overledene noch de erfgenaam een
persoonlijke band met het land in kwestie heeft. Ofschoon de tarieven van de
successiebelasting laag kunnen zijn wanneer er een sterke verwantschap bestaat
tussen de overledene en de erfgenamen, kunnen zij in sommige lidstaten toch
oplopen tot 60-80 % als de overledene en de begunstigde niet verwant zijn.
Een aantal van de negen lidstaten die geen successiebelasting heffen, hebben
deze belasting pas recent afgeschaft. Er zijn immers een aantal nadelen aan
deze belasting verbonden. Een daarvan is dat welgestelde burgers de belasting
vaak ontlopen door middel van fiscale planning, waardoor de lasten bij de
minder vermogende burgers terechtkomen. Een ander nadeel is de publieke
perceptie dat een belasting bij overlijden niet eerlijk is omdat zij drukt op
vermogen dat eerder ook al werd belast. Dit initiatief stelt evenwel niet het
bestaan van successiebelastingen ter discussie, maar is gericht op de
moeilijkheden waarmee EU-burgers geconfronteerd worden wanneer zij uit het
buitenland erven.
3.
Omschrijving en omvang van
de problemen
Uit studies blijkt dat steeds meer EU-burgers
in de loop van hun leven naar een andere EU-lidstaat verhuizen om er te gaan
wonen, te studeren, te werken of op pensioen te gaan; in 2010 woonden circa
12,3 miljoen EU-burgers (EU-27) in een andere lidstaat dan hun land van
herkomst, d.i. een stijging met 3 miljoen ten opzichte van 2005[13]. Uit studies[14] blijkt ook dat het
grensoverschrijdende onroerendgoedbezit in de EU tussen 2002 en 2010 met
50 % is toegenomen en dat grensoverschrijdende portefeuillebeleggingen[15] een hoge vlucht hebben genomen. Op grond van deze cijfers kan worden verwacht
dat er in de toekomst meer uit het buitenland zal worden geërfd en dat er zich
dus meer problemen met successiebelasting zullen voordoen. Wat het aantal
potentiële grensoverschrijdende nalatenschappen betreft, komt een voorzichtige
raming momenteel uit op een cijfer van 290 000 tot 360 000 per jaar[16]. Mkb-organisaties wijzen
regelmatig op de uiterst negatieve gevolgen van successiebelastingen voor
kleine bedrijven en zijn van oordeel dat dubbele belasting de problemen alleen
maar zou verergeren[17].
Er zijn al aanwijzingen dat de problemen met successiebelasting in
grensoverschrijdende situaties de afgelopen jaren zijn toegenomen. De Commissie
heeft in dit verband de afgelopen tien jaar veel meer klachten en vragen van
EU-burgers ontvangen dan ooit tevoren. Ook het Hof van Justitie van de Europese
Unie (het Hof), dat zich vóór 2003 nog nooit over een geschil over
successiebelasting had moeten buigen, heeft sindsdien in tien dergelijke zaken
een arrest moeten wijzen. In grensoverschrijdende situaties kunnen zich de
volgende problemen voordoen: (1)
Het kan voorkomen dat de lidstaten
grensoverschrijdende nalatenschappen en nalatenschappen zonder
grensoverschrijdend aspect verschillend behandelen. Het is met andere woorden
mogelijk dat zij een hoger tarief van successiebelasting toepassen wanneer de
goederen, overledenen en/of hun erfgenamen zich in een ander land bevinden dan
het tarief dat ze zouden toepassen in zuiver binnenlandse situaties (dat wil
zeggen bij de vererving van goederen die zich bevinden op het grondgebied van
de heffende lidstaat en die worden nagelaten door overleden inwoners van die
lidstaat aan erfgenamen die ook inwoner zijn). (2)
Wanneer twee of meer landen heffingsbevoegdheid
hebben, kan eenzelfde nalatenschap twee of meerdere malen worden belast zonder
dat voorkoming wordt verleend, en er bestaan slechts weinig nationale of
internationale regelingen om op doeltreffende wijze voorkoming voor dergelijke
dubbele/meervoudige belasting te verlenen, in tegenstelling tot wat het geval
is bij belastingen naar het inkomen en het vermogen. Discriminatie is verboden op grond van de
beginselen van het EU-Verdrag en het Hof heeft al in acht van de tien zaken
waarover het zich sinds 2003 heeft uitgesproken, geoordeeld dat de
successiebelastingwetgevingen van de lidstaten op een aantal punten
discriminerend waren. Talrijke andere gevallen van discriminatie zijn misschien
echter nooit bij het Hof terechtgekomen, met name omdat rechtszaken zeer duur
kunnen zijn voor belastingplichtigen. Het Hof heeft anderzijds ook geoordeeld
dat dubbele belasting niet in strijd is met het Verdrag wanneer twee of meer
lidstaten gelijktijdig hun heffingsbevoegdheid uitoefenen[18]. In deze omstandigheden kunnen erfgenamen van
grensoverschrijdende nalatenschappen geconfronteerd worden met fiscale
problemen die tot buitensporig hoge successiebelasting leiden. De totale
belastingafrekening kan bij sommige grensoverschrijdende nalatenschappen zo
hoog oplopen dat een erfgenaam een lening moet aangaan of het geërfde goed moet
verkopen om de rekeningen van de belastingdienst te betalen. In dit verband zij
erop gewezen dat de opeenstapeling van belastingen van verschillende staten een
effect kan hebben dat, althans in sommige lidstaten, zou worden aangemerkt als
ruïneus en dus onrechtmatig, als het tot stand was gekomen door de bepalingen
van die staat alleen. Het volgende voorbeeld van dubbele belasting van een
nalatenschap in een grensoverschrijdende situatie is gebaseerd op een geval dat
de "Uw Europa – Advies"-dienst van de Commissie ter kennis is
gebracht[19]: Voorbeeld: Een Nederlandse burger die in Frankrijk werkzaam was, erfde er een onroerend goed van zijn overleden levenspartner, die ook een Nederlandse burger was en in de voorgaande zes jaar in Frankrijk had gewoond. Hun partnerschap was niet officieel vastgelegd. De Nederlandse burger moest Franse successiebelasting betalen omdat zijn woonplaats in Frankrijk was en omdat het onroerend goed in kwestie in Frankrijk lag. Hij moest echter ook erfbelasting betalen in Nederland omdat zijn levenspartner werd geacht haar woonplaats daar te hebben gehad. Voor de toepassing van de erfbelasting worden Nederlandse onderdanen immers geacht hun woonplaats in Nederland te hebben gehad tot tien jaar na de datum waarop zij Nederland metterwoon hebben verlaten. De door Frankrijk geheven belasting bedroeg bijna 60 % van de nettowaarde van de nalatenschap. De door Nederland geheven belasting bedroeg nog eens 12,5 % daarbovenop. Volgens de Nederlandse wetgeving kunnen buitenlandse belastingen als een schuld in mindering worden gebracht op de ontvangen nalatenschap en zo werd de belastbare grondslag in Nederland met de door Frankrijk geheven belasting verlaagd. De dubbele belasting werd evenwel niet volledig ongedaan gemaakt en de totale verschuldigde belasting op het onroerend goed in kwestie was hoger dan wanneer de nalatenschap beperkt zou zijn gebleven tot slechts een van beide lidstaten. Dubbele belasting
kan op het niveau van de individuele burger een zeer zware last betekenen,
terwijl de inkomsten uit successiebelastingen op zowel binnenlandse als
grensoverschrijdende nalatenschappen slechts een zeer klein deel uitmaken -
minder dan 0,5 % - van alle belastinginkomsten in de lidstaten. Als alleen
naar grensoverschrijdende nalatenschappen wordt gekeken, moet het cijfer nog
veel lager zijn. Opmerking: De acht nieuwe lidstaten in de
steekproef zijn Cyprus, Tsjechië, Estland, Hongarije, Litouwen, Malta,
Slowakije en Slovenië. Er waren geen gegevens beschikbaar voor de andere vier
nieuwe lidstaten. Bron: Studie van
Copenhagen Economics op basis van de nationale lijst van belastingen: http://ec.europa.eu/taxation_customs/taxation/gen_info/economic_analysis/tax_structures/article_5985_en.htm
4.
Oplossingsrichtingen
De Commissie gelooft dat grensoverschrijdende
successiebelastingproblemen kunnen worden opgelost zonder harmonisatie van de
successiebelastingregels van de lidstaten, die deze regels dus naar eigen
inzicht zouden kunnen blijven vaststellen. Er kan mee worden volstaan een
grotere samenhang te bewerkstellingen in de wisselwerking tussen de regels van
de verschillende lidstaten, zodat de kans op dubbele, of zelfs meervoudige,
belasting van nalatenschappen wordt beperkt. Uit hoofde van de in de Verdragen
neergelegde fundamentele vrijheden mogen de lidstaten trouwens hoe dan ook geen
successiebelasting heffen die discriminerend zou zijn in grensoverschrijdende
situaties. Een betere kennis van de toepasselijke regels bij alle betrokken
partijen zou de inachtneming van deze vrijheden nog meer ten goede komen. Wat dubbele belasting betreft, worden
in de bijgaande aanbeveling van de Commissie een aantal vormen van mogelijke
samenwerking tussen de lidstaten voorgesteld om een volledige voorkoming van
dubbele belasting voor grensoverschrijdende nalatenschappen in de EU te
verlenen. Aangezien de lidstaten maar weinig bilaterale verdragen hebben om
dubbele belasting bij nalatenschappen[20]
ongedaan te maken, en zij kennelijk ook niet het initiatief hebben genomen om
meer dergelijke verdragen te sluiten, is de aanbeveling veeleer gericht op de
verbetering van de bestaande nationale maatregelen van de lidstaten om
voorkoming voor dubbele belasting bij nalatenschappen te verlenen. Op de korte
termijn wil de Commissie, zonder afbreuk te doen aan eventuele bilaterale of
multilaterale regelingen inzake dubbele belasting die in de toekomst zouden
worden getroffen, een stimulans geven voor een ruimere en flexibelere
toepassing van de bestaande nationale oplossingen voor dubbele belasting. In de aanbeveling
worden oplossingen gegeven voor gevallen waarin verschillende lidstaten
heffingsbevoegdheid hebben, gelet op de ligging van de goederen van een
nalatenschap alsook op de persoonlijke banden van de overledene en/of de
erfgenaam met die lidstaten. In de aanbeveling wordt ook de problematiek
behandeld van de meervoudige persoonlijke banden, die het gevolg kunnen zijn
van de uiteenlopende situaties van de overledene en de erfgenaam of van het
feit dat eenzelfde persoon persoonlijke banden heeft met meer dan een lidstaat
(bv. inwoner is van een lidstaat en zijn vaste verblijfplaats heeft in een
andere lidstaat). De lidstaten
worden verzocht de voorgestelde oplossingen in te voeren door middel van
wetgeving of bestuurlijke maatregelen; het is mogelijk dat zij hun bestaande
bepalingen hierbij flexibeler zullen moeten interpreteren. Uiteindelijk hebben
dergelijke maatregelen tot doel dat de totale belastingdruk op een nalatenschap
in een grensoverschrijdende situatie niet hoger is dan in een binnenlandse
situatie in een van de betrokken lidstaten. Het is niet waarschijnlijk dat deze
oplossingen grote budgettaire gevolgen zullen hebben voor de inkomsten van de
lidstaten, gezien het geringe aandeel van successiebelastingen in de totale
inkomsten van de lidstaten, maar de positieve gevolgen voor de betrokken
individuen kunnen aanzienlijk zijn. Wat fiscale
discriminatie betreft, worden in het bijgaande werkdocument[21] van de diensten van de
Commissie de beginselen voor niet-discriminerende successiebelasting in de
EU-jurisprudentie uiteengezet en wordt een toelichting gegeven op de wijze
waarop de fundamentele vrijheden werken. De EU-burgers krijgen hiermee een
beter inzicht in de regels die de lidstaten in acht moeten nemen wanneer zij
grensoverschrijdende nalatenschappen belasten. Dit document kan de lidstaten
ook helpen om hun successiebelastingbepalingen in overeenstemming te brengen
met het EU-recht[22],
hetgeen een ondersteuning voor en aanvulling op de lopende inbreukprocedures
van de Commissie tegen discriminerende successiebelastingbepalingen zou
vormen. De kans dat de EU-burgers in deze omstandigheden in de toekomst nog met
discriminerende belasting worden geconfronteerd, zou kleiner zijn. De voorgestelde
oplossingen zouden ook van toepassing zijn op en ten goede komen van personen
die in een grensoverschrijdende situatie een midden- of kleinbedrijf erven. De Commissie stelt
vooralsnog geen wetgevingsmaatregelen voor met betrekking tot dubbele
belasting, maar het is mogelijk dat zij dit in een later stadium wel zal doen
wanneer dat nodig blijkt. De Commissie zal daarom nauwlettend toezien op de
wetten en praktijken van de lidstaten op het gebied van successiebelasting om
na te gaan welke wijzigingen er, in voorkomend geval, worden doorgevoerd naar
aanleiding van de thans voorgestelde oplossingen en of deze wijzigingen een
doeltreffende oplossing bieden voor de beschreven problemen.
5.
Conclusies en follow-up
Bij de opzet van de regels op het gebied van
successiebelasting is geen rekening gehouden met de huidige realiteit dat
burgers vaker in een ander land gaan wonen, aankopen doen en beleggen. Er
moeten passende oplossingen worden gevonden om problemen met successiebelasting
in grensoverschrijdende situaties aan te pakken, omdat kan worden verwacht dat
deze in de toekomst nog zullen toenemen als er geen actie wordt ondernomen. Dat
is de reden waarom de Commissie: ·
een aanbeveling voor een breed opgezet systeem ter
voorkoming van dubbele belasting van nalatenschappen in grensoverschrijdende
situaties in de EU heeft aangenomen en zij in overleg zal treden met de
lidstaten om te garanderen dat deze aanbeveling een passende follow-up krijgt; ·
de lidstaten wil helpen om hun
successiebelastingwetgeving in overeenstemming te brengen met het EU-Verdrag,
maar ook – als hoedster van de Verdragen – de nodige stappen zal nemen om op te
treden tegen discriminerende aspecten van de successiebelastingregels van de
lidstaten; ·
over drie jaar een evaluatieverslag zal opstellen
op basis van toezicht op de praktijken van de lidstaten en van wijzigingen die
zijn doorgevoerd naar aanleiding van de thans gepresenteerde initiatieven; ·
een passend voorstel kan doen, indien uit voornoemd
verslag blijkt dat de problemen met successiebelasting in grensoverschrijdende
situaties aanhouden, en rekening houdende met de resultaten van een
effectbeoordeling, om deze obstakels te elimineren. De Commissie verzoekt de Raad, het Europees
Parlement, de nationale parlementen en het Europees Economisch en Sociaal
Comité om deze mededeling en de bijgaande documenten te bespreken en hun
volledige steun aan dit initiatief te geven. BIJLAGE I - LIJST VAN SUCCESSIEBELASTINGEN
IN DE LIDSTATEN Land || Belastingen/andere heffingen België || Rechten van successie en van overgang bij overlijden Bulgarije || Данък върху наследствата (successiebelasting) Tsjechië || Daň dědická (successiebelasting) Denemarken || Afgift af dødsboer og gaver (belasting op de nalatenschap van overledenen en op schenkingen) Duitsland || Erbschaftsteuer (successiebelasting) Estland || Geen successiebelasting || Verschillende heffingen, waaronder inkomsten- en vermogenswinstbelasting in sommige gevallen Ierland || Inheritance and gift tax (successie- en schenkingsbelasting) Griekenland || Φόρος κληρονομιάς, δωρεών και γονικών παροχών (successie- en schenkingsbelasting en belasting op voorschotten op de erfenis) Spanje || Impuesto sobre sucesiones y donaciones (successie- en schenkingsbelasting) Frankrijk || Droits de mutation entre vifs (donations) et par décès (successions) (rechten van overgang bij leven (schenkingen) en bij overlijden (successie)) Italië || Imposta sulle successioni e donazioni (successie- en schenkingsbelasting) Cyprus || Geen successiebelasting || Αποθανόντων Προσώπων –(belasting op overdrachten van land) Letland || Geen successiebelasting || Litouwen || Paveldimo turto mokesčio (successiebelasting) Luxemburg || Droits de succession (successierechten) Hongarije || Öröklési illeték (successiebelasting) Malta || Geen successiebelasting || Recht van overgang in sommige gevallen Nederland || Schenk- en erfbelasting Oostenrijk || Geen successiebelasting || Stiftungseingangssteuer, Grundwerbsteuer (belasting op overdrachten van land en op inbreng in privéstichtingen) Polen || Podatek od spadków i darowizn (successie- en schenkingsbelasting) Portugal || Geen successiebelasting || Imposto do selo (zegelrecht) Roemenië || Geen successiebelasting || Slovenië || Davek na dediščine in darila (successie- en schenkingsbelasting) Slowakije || Geen successiebelasting || Finland || Perintövero/Arvsskatt (successiebelasting) Zweden || Geen successiebelasting || Verschillende heffingen, waaronder inkomsten- en vermogenswinstbelasting in sommige gevallen Verenigd Koninkrijk || Inheritance tax (successiebelasting) Bron: "Taxes in Europe"-databank (2011) en IBFD
(2011). BIJLAGE II - DUBBELBELASTINGVERDRAGEN TUSSEN
EU-LIDSTATEN MET BETREKKING TOT BELASTINGEN VAN NALATENSCHAPPEN Opmerking: √
betekent van kracht van vóór 1 januari 2000; √* betekent nieuw sinds 1 januari
2000. De verdragen tussen de Noordse landen maken deel uit van een
multilaterale overeenkomst, de "Nordiska skatteavtalet" (Noordse
Conventie), die op 22 maart 1983 in Helsinki door de Noordse landen is
ondertekend. In het overzicht is elk verdrag tweemaal aangevinkt: een verdrag
tussen het VK en Zweden heeft bijvoorbeeld een kruisje bij zowel SE-UK als
UK-SE. Bron: Copenhagen Economics op basis van IBF, databank belastingverdragen. [1] COM(2010) 2020. [2] COM(2011) 206. [3] COM(2010) 603. [4] COM(2010) 769 en werkdocument van de diensten van de
Commissie SEC(2010) 1576. [5] De interne markt door de ogen van de mensen: een
snapshot van de meningen en zorgen van burgers en bedrijven – werkdocument van
de diensten van de Commissie SEC(2011) 1003. [6] COM(2011) 712. [7] C(2011) 8819. [8] SEC(2011) 1488, SEC(2011) 1489 en SEC(2011) 1490. [9] Mededeling van de Commissie "Coördinatie van de
directebelastingstelsels van de lidstaten op de interne markt", COM(2006)
823 van 19 december 2006. [10] COM(2009) 154. [11] Onder successiebelasting wordt verstaan de belasting die
wordt geheven bij het overlijden van een persoon, ongeacht de naam van de
belasting, de wijze van heffing, of zij op nationaal, regionaal of lokaal niveau
wordt geheven, en of zij wordt geheven van de nalatenschap of van de erfgenaam.
Zij omvat ook belastingen op schenkingen wanneer deze worden verricht
vooruitlopend op latere erfenissen en wanneer deze krachtens dezelfde of
soortgelijke bepalingen als nalatenschappen worden belast. In bijlage I is een
niet-uitputtende lijst van desbetreffende belastingen in de lidstaten
opgenomen. [12] Een persoon kan zijn "woonplaats" hebben (dat
wil zeggen vanwege zijn sterke banden met een land als een vaste inwoner ervan
worden aangemerkt) in het ene land en tegelijkertijd zijn "gewone
verblijfplaats" hebben in een ander land en de nationaliteit hebben van
nog een derde land. [13] Volgens gegevens van Eurostat en de studie van Copenhagen
Economics naar "Inheritance Taxes in EU Member States and Possible
Mechanisms to Resolve problems of Double Inheritance Taxation in the EU",
augustus 2010. [14] Zie de studie van Copenhagen Economics voor meer details
over deze andere studies, blz. 63 en 64. [15] Zie de effectbeoordeling betreffende oplossingen voor
grensoverschrijdende successiebelastingproblemen – SEC(2011) 1489. [16] Effectbeoordeling betreffende oplossingen voor
grensoverschrijdende successiebelastingproblemen – SEC(2011) 1489. Er zij
op gewezen dat de werkelijke cijfers hoger kunnen liggen - in de gebruikte
methodologie kon immers alleen rekening worden gehouden met grensoverschrijdend
onroerendgoedbezit en niet met andere vermogensbestanddelen zoals
banktegoeden. [17] Zie de bijdrage van European Family Businesses – GEEF aan
de raadpleging van de Commissie over manieren om grensoverschrijdende obstakels
op het gebied van successiebelasting in de EU aan te
pakken - http://www.efb-geef.eu/documents/EFB-EEF%20contribution%20to%20EU%20consultation%20on%20inheritance%20tax.pdf [18] De zaak-Block (C-67/08). [19] Voor andere voorbeelden uit de praktijk wordt verwezen
naar de effectbeoordeling betreffende oplossingen voor grensoverschrijdende
successiebelastingproblemen, blz. 21-22. [20] Bijlage II bij deze mededeling geeft een overzicht van de
bestaande dubbelbelastingverdragen voor nalatenschappen. [21] SEC(2011) 1488. [22] Wanneer een nalatenschap ook bedrijfsvermogen omvat en er
een selectief voordeel wordt verleend in de vorm van een gedifferentieerde
behandeling voor de successiebelasting, moet een dergelijke maatregel ook in
overeenstemming zijn met de EU-staatssteunregels, die in het werkdocument van
de diensten van de Commissie niet in detail worden besproken.