52011DC0588

VERSLAG VAN DE COMMISSIE 28ste JAARLIJKSE VERSLAG OVER DE CONTROLE OP DE TOEPASSING VAN HET EU-RECHT (2010) /* COM/2011/0588 definitief */


INLEIDING

In haar 28ste jaarlijkse verslag over de controle op de toepassing van het EU-recht (2010) concentreert de Commissie zich op strategische kwesties en de evaluatie van de stand van het recht, overeenkomstig de algemene indeling voor jaarverslagen zoals gedefinieerd in haar mededeling uit 2007, "Een Europa van resultaten – toepassing van het gemeenschapsrecht" (hierna "de mededeling van 2007" genoemd)[1].

Dit verslag heeft een soortgelijke structuur als in vorige jaren[2].

ALGEMENE INFORMATIE

Voornaamste nieuwe elementen in het beheer van inbreukzaken

In 2010 heeft de Commissie de uitvoering, voltooiing en afstemming van de hervorming van het beheer van inbreukzaken, zoals geïnitieerd met de mededeling van 2007, op alle vier voor verdere verbetering aangewezen gebieden voortgezet.

Speciale nadruk is gelegd op het doelmatige beheer van inbreukzaken door middel van consequente verdere ontwikkeling en evaluatie van de werking van EU-Pilot, het instrument voor dialoog en probleemoplossing met de lidstaten. Hierbij is voortgebouwd op een al in 2009 genomen maatregel door de totstandbrenging van een nieuw registratiesysteem (CHAP, " Complaints Handling – Accueil des Plaignants ") voor klachten en vragen over de toepassing van het EU-recht door een lidstaat (zie punt 3.2 voor nadere uitleg over CHAP en EU-Pilot).

De Commissie heeft ook haar preventieve maatregelen aangescherpt, bijvoorbeeld door de opname van mogelijke toepassingen van het EU-recht in haar effectbeoordelingen voor nieuwe initiatieven en door de bevordering van uitvoeringsplannen ter ondersteuning van het omzettingsproces voor nieuwe richtlijnen (zie punt 3.4).

De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon heeft tot belangrijke veranderingen in het beheer van inbreukzaken geleid. Een van deze vernieuwingen is de mogelijkheid dat de Commissie in een eerder stadium van de procedure verzoekt om financiële sancties tegen lidstaten die geen mededeling doen van maatregelen tot omzetting van een krachtens een wetgevingsprocedure vastgestelde richtlijn (artikel 260, lid 3, VWEU). In 2010 heeft de Commissie haar beleid inzake de toepassing van dit instrument in een mededeling[3] uiteengezet (zie punt 3.1.1).

Ten slotte heeft de vaststelling van het herziene kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie[4] geleid tot meer omvattende bepalingen inzake informatie en samenwerking op het gebied van het inbreukbeleid (zie punt 3.6).

Algemene statistische gegevens

In 2010 bestond het acquis van de EU naast het primaire recht (de Verdragen) uit ongeveer 8 400 verordeningen en bijna 2 000 richtlijnen.

Evenals in vorige jaren bevat dit jaarverslag[5] een overzicht van de belangrijkste statistische gegevens over het beheer van kwesties in verband met de toepassing van het EU-recht door de Commissie. Voor een juiste interpretatie van deze gegevens moet echter in aanmerking worden genomen dat de Commissie op dit gebied twee nieuwe (pre-inbreuk) beheersinstrumenten heeft ingevoerd: CHAP (registratie van klachten en vragen) en EU-Pilot (probleemoplossing met de lidstaten). Zie punt 3.2 voor meer informatie over de nieuwe beheersinstrumenten.

Voorheen bevatte een enkele 'inbreukdatabank' (NIF) alle soorten inbreukzaken, ongeacht hun oorsprong en het stadium in de procedure. Op middellange termijn zal deze databank alleen nog zaken bevatten waarin de Commissie formele stappen heeft gezet, te beginnen met de ingebrekestelling van de betrokken lidstaat op grond van artikel 258 VWEU. Momenteel bevat zij nog een aantal zaken in het stadium voorafgaande aan de inbreukprocedure (met name klachten) die in het nieuwe systeem zouden zijn verwerkt in CHAP en EU-Pilot.

Aantal zaken naar oorsprong

Eind 2010 bevatte de inbreukdatabank bijna 2 100 actieve inbreukzaken. In vergelijking met eind 2009 (bijna 2 900 inbreukzaken) daalde het aantal lopende procedures met bijna 30%. Deze daling is deels te danken aan het feit dat nieuwe klachten en nieuwe ambtshalve geopende zaken worden geregistreerd en afgehandeld in de databanken van CHAP of EU-Pilot (zie punt 3.2 voor cijfers over deze databanken). Ook het succespercentage van de probleemoplossing in EU-Pilot heeft aanmerkelijk bijgedragen aan de vermindering van het aantal inbreukprocedures voor de lidstaten die sinds de invoering van het systeem in april 2008 deelnemen aan EU-Pilot.

De algemene toepassing van pre-inbreukinstrumenten voor de afhandeling van klachten en ambtshalve geopende zaken heeft geleid tot een verandering in de samenstelling van de inbreukdatabank wat betreft de oorsprong van de inbreukzaken. Eind 2009 lagen aan 53% van de lopende zaken klachten ten grondslag, een cijfer dat is gedaald tot iets meer dan 40% in 2010 (d.w.z. meer dan 10% minder).

Aan 739 openstaande zaken (ongeveer 35% van alle zaken) ligt een eigen initiatief van de Commissie ten grondslag. Dat is minder dan in 2009 (925). Dat aantal is echter beïnvloed door het feit dat de diensten van de Commissie nieuwe ambtshalve geopende zaken thans in beginsel eerst via EU-Pilot afhandelen.

De 470 openstaande zaken wegens niet-mededeling [6] vertegenwoordigen 22% van het totale aantal actieve zaken. Vergeleken met 2009 is er sprake van een toename in absolute zin: eind 2009 waren er maar 407 zaken wegens niet-mededeling hangende. Dit kan deels worden verklaard door het feit dat de omzettingsagenda in 2010 meer richtlijnen bevatte dan in 2009 (zie punt 3.1.1).

In 2010 heeft de Commissie 987 op klachten gebaseerde en ambtshalve geopende zaken afgesloten (2009: 1 389). In de meeste gevallen (431 besluiten) vond afsluiting plaats vóór de ingebrekestelling van de betrokken lidstaten omdat de lidstaten op verzoek van de Commissie gepaste maatregelen namen om het EU-recht in acht te nemen.

312 andere zaken zijn afgesloten na de ingebrekestelling en voordat een met redenen omkleed advies aan de lidstaat was uitgebracht (2009: 341) en 130 zaken na verzending van een met redenen omkleed advies, maar voordat ze werden voorgelegd aan het Hof van Justitie (2009: 151). Uit deze cijfers blijkt derhalve dat 88% van de afgesloten zaken niet aan het Hof van Justitie is voorgelegd, omdat lidstaten de door de Commissie aan de orde gestelde juridische problemen hadden opgelost voordat het nodig was om de volgende fase van de inbreukprocedure in te leiden.

Aantal zaken per lidstaat en beleidsterrein

Ital ië is de lidstaat waartegen eind 2010 de meeste inbreukprocedures aanhangig waren (176 openstaande zaken), gevolgd door België (159) en Griekenland (157). Malta, Litouwen en Letland zijn de drie lidstaten met het geringste aantal openstaande inbreukzaken (respectievelijk 25, 27 en 32 zaken). Italië en Griekenland zijn ook de lidstaten waartegen in 2010 de meeste nieuwe inbreukprocedures zijn ingeleid (respectievelijk 90 en 89), gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (75 nieuwe zaken in 2010). Tegen Litouwen werden er in 2010 het minste aantal nieuwe procedures ingeleid (19); Denemarken en Malta zijn tweede en derde met respectievelijk 22 en 25 nieuwe zaken. En hoewel Italië en Griekenland ongeveer 40% van hun nieuwe zaken in hetzelfde jaar wisten af te sluiten, hebben deze lidstaten de meeste nieuwe zaken overgedragen naar 2011 (respectievelijk 49 en 50 zaken). Ook voor Polen en Spanje moesten relatief veel zaken worden overgedragen naar het volgende jaar (elk 40 nieuwe zaken). Voor Malta (8), Denemarken (10) en Litouwen (11) moesten het minste aantal zaken worden overgedragen.

De drie beleidsterreinen met de meeste inbreuken op het EU-recht (milieu, interne markt en belastingzaken) zijn goed voor 52% van alle inbreukzaken. Meer dan een vijfde van alle actieve zaken (444) houdt verband met milieuwetgeving, terwijl de interne markt en belastingzaken (respectievelijk 326 en 324) elk 15% van alle inbreuken vertegenwoordigen.

De meeste nieuwe inbreukzaken zijn in 2010 echter niet geopend op een van deze drie beleidsterreinen, maar wel in de sector gezondheid en consumentenbescherming. Hier hadden de meeste van de 273 nieuw geopende zaken betrekking op niet-mededeling (254). Dossiers in verband met het milieu en de interne markt stonden in 2010 op de tweede en derde plaats met respectievelijk 229 en 191 zaken. De Commissie heeft echter de meeste nieuwe zaken wegens niet-mededeling op het gebied van gezondheid en consumentenbescherming afgesloten vóór eind 2010, waardoor er nog slechts 62 actief zijn. Daarentegen stond ongeveer tweederde van de procedures nog open op de beleidsterreinen milieu, interne markt en vervoer (respectievelijk 148, 131 en 116 zaken), waar het hoogste aantal nieuwe zaken werd overgedragen naar 2011.

Verzoekschriften

Evenals vorig jaar hadden de meeste verzoekschriften aan het Europees Parlement betrekking op milieu (120). Alleen al problemen in verband met de milieueffectbeoordeling van projecten waren het onderwerp van 42 verzoekschriften, gevolgd door natuurbehoud (32) en afvalbeheer (20). Op het gebied van waterkwaliteit en rijkdommen van de zee werden nog eens 14 verzoekschriften ingediend. Een aanzienlijk aantal verzoekschriften had betrekking op justitie, grondrechten en burgerschap (61), waarvan de helft op het vrije verkeer van personen. Een groot deel van de verzoekschriften (49) had betrekking op de interne markt en diensten, waarbij beroepskwalificaties (13) en de vrijheid om diensten te verlenen (11) de sectoren zijn gebleven met de grootste instroom. In verscheidene verzoekschriften werden belastingzaken aan de orde gesteld (44), met name indirecte belastingen (33). Werkgelegenheidskwesties scoorden eveneens zeer hoog: van de 36 verzoekschriften gingen er 32 over het vrije verkeer van werknemers en de coördinatie van socialezekerheidsstelsels.

Verzoekschriften aan het Europees Parlement hebben bijvoorbeeld geleid tot inbreukprocedures inzake discriminatoire regels voor erfbelastingheffing, de activiteiten van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen, en discriminatie van langdurig ingezetenen.

Omdat problemen bij milieueffectbeoordelingen ten grondslag lagen aan veel verzoekschriften, is het nuttig om de temporele werkingssfeer in de lidstaten van de EU-12 in herinnering te brengen: de desbetreffende EU-richtlijn (85/337/EEG[7]) geldt alleen voor projecten waarvoor goedkeuring is aangevraagd na de toetredingsdata van de nieuwe lidstaten (d.w.z. 1 mei 2004 en 1 januari 2007).

In steeds meer verzoekschriften werd de aandacht van de Commissie gevestigd op problemen bij de toepassing van Richtlijn 2004/80/EG met betrekking tot de schadeloosstelling van slachtoffers van opzettelijke geweldsmisdrijven[8], met name in Italië en Griekenland. Ook de invoer van gebruikte voertuigen en de heffingen op de inschrijving van motorvoertuigen in de lidstaten lagen ten grondslag aan veel verzoekschriften.

Conclusie: In het algemeen is het aantal lopende inbreukprocedures in 2010 gedaald ten opzichte van de vorige jaren. Hoewel het in dit stadium niet mogelijk is om alle oorzaken van deze tendens aan te wijzen, is één verklaring de invoering van het EU-Pilot-project, dat bijdraagt aan de opheldering en de bevredigende oplossing van een aantal door de Commissie aan de orde gestelde kwesties betreffende de toepassing van het EU-recht, zonder dat een inbreukprocedure hoeft te worden ingeleid. Milieuzaken, de interne markt en belastingwetgeving blijven de beleidsterreinen met de meeste inbreukzaken, terwijl kwesties in verband met milieuzaken, het vrije verkeer van personen en de grondrechten ten grondslag lagen aan de meeste verzoekschriften aan het Europees Parlement.

BELANGRIJKSTE KWESTIES

Te late omzetting

Globale beleidsontwikkeling

Gemiddeld moesten de lidstaten in 2010 meer richtlijnen omzetten dan in 2009 (111 ten opzichte van 71 richtlijnen). Tegelijkertijd moest de Commissie in 2010 veel meer zaken wegens niet-mededeling openen (855 zaken) dan in 2009 (531). Hoewel meer dan de helft van deze nieuwe zaken wegens niet-mededeling kon worden afgesloten, waren er eind 2010 nog 410 zaken hangende. In totaal waren er eind 2010, met inbegrip van de 60 resterende zaken wegens niet-mededeling uit voorgaande jaren, nog 470 zaken wegens niet-mededeling hangende.

Dit is een stijging met bijna 15% van het aantal openstaande zaken wegens niet-mededeling sinds begin 2010, toen er nog maar 407 van dergelijke zaken waren.

Het omzettingsproces wordt het meest doeltreffend beheerd in Denemarken en Malta (elk 5 openstaande zaken wegens niet-mededeling), terwijl het meer tijd in beslag neemt in Italië (34 zaken) en Polen (32 zaken).

Het komt zeer vaak voor dat een groot aantal lidstaten zich niet houdt aan de uiterste omzettingstermijn voor een bepaalde richtlijn. Zodra de Commissie inbreukprocedures inleidt, neemt het aantal kennisgevingen van nationale maatregelen sterk toe, zodat de procedures snel kunnen worden afgesloten. Van de 792 zaken wegens niet-mededeling die de Commissie in 2010 heeft afgesloten, zijn er 558 afgesloten na de ingebrekestelling en voordat een met redenen omkleed advies aan de lidstaten werd toegezonden. Daarna komt verdere vertraging bij de omzetting slechts bij een minderheid van de lidstaten voor.

Door toepassing van artikel 260, lid 3, VWEU zal de Commissie in staat zijn doeltreffender op te treden tegen problemen als gevolg van grote vertragingen bij de omzetting. In dit artikel is bepaald dat het Hof, indien de Commissie daarom verzoekt, al bij de eerste aanhangigmaking op grond van artikel 258 VWEU financiële sancties kan opleggen aan een lidstaat die in gebreke blijft bij de omzetting van een volgens een wetgevingsprocedure aangenomen richtlijn. Voorheen konden financiële sancties in zaken wegens niet-mededeling alleen worden opgelegd in een twee-fasen procedure, namelijk als een lidstaat geen uitvoering gaf aan een eerder arrest van het Hof. In haar mededeling[9] over de uitvoering van artikel 260, lid 3, VWEU heeft de Commissie te kennen gegeven dat zij deze nieuwe bepaling zal toepassen. Gehoopt wordt dat de tijdige omzetting van het EU-recht door de lidstaten daardoor aanzienlijk zal verbeteren.

Sectorspecifieke aspecten

Gezien het aantal zaken lijkt het erop dat te late omzetting voornamelijk een probleem is op het gebied van milieu (115 actieve zaken), vervoer (104) en de interne markt en diensten (78).

Wat betreft de milieuwetgeving van de EU worden uiterste termijnen regelmatig overschreden door een groot aantal lidstaten, waarna de zaak gewoonlijk wordt opgelost na inleiding van een inbreukprocedure; grote vertragingen worden slechts bij een minderheid van de lidstaten geconstateerd. Zo heeft de omzetting van Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade[10] zeer veel vertraging opgelopen. Slechts vier lidstaten hebben deze richtlijn tijdig omgezet en het Europese Hof van Justitie heeft arresten moeten wijzen tegen zeven lidstaten.

In 2010 verliep de omzetting van richtlijnen voor de interne markt in het algemeen volgens hetzelfde patroon als op andere beleidsterreinen. Na perioden van intense wetgevende activiteit in 2009 en 2010, met name op het gebied van de financiële diensten, werd de Commissie op dit gebied echter geconfronteerd met een sterke toename van het aantal zaken wegens niet-mededeling. Te late omzetting was vaak het gevolg van de brede werkingssfeer van de wetgeving in kwestie (Dienstenrichtlijn 2006/123/EG[11]; IBPV-richtlijn 2003/41/EG[12]) of, bijvoorbeeld in de bancaire sector, de relatief korte omzettingstermijnen (1 tot 15 maanden) die de wetgever had vastgesteld vanwege de dringende noodzaak om de financiële crisis aan te pakken.

Ook vervoersrichtlijnen worden vaak te laat omgezet, in het bijzonder die welke het weg- en zeevervoer betreffen. In dit verband hebben de lidstaten de diensten van de Commissie op de hoogte gesteld van de volgende redenen voor te late omzetting: gebrek aan voldoende deskundigheid en middelen en complexe interne besluitvormingsprocedures in de lidstaten. De lidstaten verzoeken voorts om meer ondersteuning door de Commissie in de periode tussen de inwerkingtreding en de uiterste omzettingstermijn.

Tijdige omzetting is ook een belangrijk probleem op het gebied van justitiële samenwerking, grondrechten en burgerschap . Omdat een deel van deze beleidsterreinen voorheen tot de voormalige derde pijler behoorde, moet de Commissie op dit gebied zowel richtlijnen als kaderbesluiten toepassen. In veel door richtlijnen beheerste sectoren, waaronder het vrije verkeer van personen, burgerschap en gelijkheid van man en vrouw, hebben alle vereiste mededelingen reeds plaatsgevonden. In 2010 kon consumentenbescherming aan deze lijst worden toegevoegd door de afsluiting van de laatste inbreukprocedure in verband met de gehele of gedeeltelijke niet-omzetting van Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken[13]. Daarentegen is er sprake van vertraging bij de omzetting in voormalige derdepijlersectoren die worden beheerst door van vóór Lissabon daterende kaderbesluiten. Gedurende vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon kan de Commissie geen inbreukprocedures inleiden op basis van deze kaderbesluiten[14].

Er doen zich op beleidsterreinen met een stabiel acquis van richtlijnen (bijvoorbeeld het landbouwbeleid) zelden problemen voor in verband met te late omzetting. Ook bij de EU-wetgeving op het gebied van ondernemingen en industrie, werkgelegenheid en sociale zaken, en indirecte belastingen zijn er geen grote problemen in verband met tijdige omzetting.

Conclusie: Er zijn nog altijd duidelijk te onderscheiden gebieden waarop te late omzetting van richtlijnen een vaak voorkomend patroon is, zoals milieuzaken, de interne markt, vervoer, en justitiële samenwerking, grondrechten en burgerschap. Met het Verdrag van Lissabon beschikt de Commissie over een extra instrument dat kan helpen verandering te brengen in deze onbevredigende situatie (artikel 260, lid 3, VWEU).

Verbeterde werkmethoden voor het beheer van zaken in verband met de toepassing van het EU-recht

CHAP : Na de invoering van CHAP in september 2009 beschikt de Commissie nu over een IT-tool dat speciaal is ontworpen voor de registratie en het beheer van klachten en vragen van Europese burgers over de toepassing van het EU-recht door een lidstaat. CHAP waarborgt de correcte en tijdige toewijzing van klachten aan de bevoegde diensten van de Commissie en stelselmatige terugkoppeling naar de klagers overeenkomstig de mededeling van 2002 betreffende betrekkingen met de klager inzake inbreuken op het gemeenschapsrecht[15].

In 2010 zijn 4 035 zaken ingevoerd in CHAP (83% klachten en 17% vragen). De vijf meest betrokken lidstaten zijn Italië (12%), Spanje (11,4%), Duitsland (9,5%), het Verenigd Koninkrijk (7,5%) en Frankrijk (6,9%).

52,5% van de klachten is direct in CHAP afgesloten na een omvattend antwoord van de Commissie en nog eens 14% is afgesloten omdat de EU ter zake niet bevoegd is. Voor 17% van de zaken is het onderzoek voortgezet via EU-Pilot, terwijl voor 9% een inbreukprocedure is ingeleid.

EU-Pilot : Het EU-Pilot-project is sinds april 2008 operationeel en heeft ten doel snellere en betere antwoorden te geven op vragen van burgers of ondernemingen en oplossingen te bieden voor problemen bij de toepassing van het EU-recht. Het is tevens opgezet om de communicatie en samenwerking tussen de diensten van de Commissie en de autoriteiten van de lidstaten te verbeteren wat betreft de toepassing en tenuitvoerlegging van het EU-recht of de conformiteit van het nationale recht met het EU-recht.

De diensten van de Commissie kunnen verzoeken en klachten van burgers en ondernemingen maar ook ambtshalve geopende zaken in EU-Pilot invoeren, met inbegrip van zaken die door de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement of via een brief van een lid van het Europees Parlement bij de Commissie zijn aangebracht.

EU-Pilot is sinds de invoering ervan zeer waardevol gebleken en laat zien hoe de Commissie en de deelnemende lidstaten samen oplossingen zoeken die ten bate van burgers en ondernemingen een volledig en snel effect hebben op het EU-recht. De Commissie onderzoekt elke zaak en leidt een inbreukprocedure in wanneer geen met het EU-recht verenigbare oplossing wordt gevonden. Op 31 december 2010 was 81% van de door de lidstaten verstrekte antwoorden door de Commissie beoordeeld als aanvaardbaar[16] terwijl ongeveer 160 zaken in de NIF-databank werden ingevoerd om de Commissie de mogelijkheid te bieden een inbreukprocedure in te leiden door middel van een ingebrekestelling op grond van artikel 258 VWEU.

In 2008 hebben 15 lidstaten zich vrijwillig aangemeld voor deelname aan EU-Pilot. Naar aanleiding van het succes van het project heeft de Commissie in haar in maart 2010 aangenomen eerste evaluatieverslag over EU-Pilot[17], besloten de overige twaalf lidstaten te verzoeken aan het project deel te nemen. Eind 2010 hebben zich nog drie lidstaten bij het project aangesloten[18].

Databanken van de Commissie voor het beheer van zaken in verband met de toepassing van het EU-recht

Klachten/vragen worden eerst geregistreerd in CHAP. Daarna worden ze voor de deelnemende lidstaten overgeheveld naar EU-Pilot wanneer de Commissie nadere feitelijke of juridische inlichtingen nodig heeft of de betrokken lidstaat de gelegenheid wil bieden om een oplossing te presenteren die in overeenstemming is met het EU-recht. Als een dergelijke oplossing niet wordt gevonden, worden de betrokken zaken vervolgens overgeheveld naar de databank voor inbreukzaken, NIF.

De door de Commissie op eigen initiatief (ambtshalve) geopende zaken worden voor de deelnemende lidstaten eerst in EU-Pilot ingevoerd en worden vervolgens, als ze niet kunnen worden opgelost, overgeheveld naar de databank voor inbreukzaken, NIF.

Zaken wegens niet-mededeling worden direct en uitsluitend geregistreerd in de databank voor inbreukzaken, NIF, omdat dit om duidelijke gevallen gaat waarvoor het gebruik van EU-Pilot geen toegevoegde waarde zou opleveren.

Voor lidstaten die nog niet deelnemen aan EU-Pilot wordt de correspondentie voorafgaande aan de inbreukprocedure nog altijd met klassieke administratieve middelen gevoerd.

Conclusie: De Commissie zal haar databanken voor het beheer van zaken in verband met de toepassing van het EU-recht verder ontwikkelen. Zij zal onderzoeken of EU-Pilot als probleemoplossend en preventief instrument kan worden uitgebreid tot alle lidstaten. In het algemeen streeft de Commissie naar stelselmatige registratie van alle klachten/vragen over de toepassing van het EU-recht, snelle oplossing van problemen met behulp van EU-Pilot en indien nodig de inleiding en toepassing van krachtige inbreukprocedures.

Handhavingskwesties

Volgens artikel 17 VEU heeft de Commissie een unieke en wezenlijke taak bij het toezicht op de toepassing van het EU-recht. Het behoort tot haar kerntaak om toe te zien op de toepassing van "zowel de Verdragen als de maatregelen die de instellingen krachtens deze Verdragen vaststellen" . De mogelijkheden om op grond van artikel 258 VWEU inbreukprocedures in te leiden en om op grond van artikel 260 VWEU financiële sancties op te leggen aan lidstaten die inbreuk blijven maken op het EU-recht zijn in dit verband belangrijke instrumenten.

Slechts op enkele gebieden is de Commissie echter bevoegd om de naleving van de EU-regels rechtstreeks ter plaatse te onderzoeken. Daartoe behoort de inning van de eigen EU-middelen uit btw, die tot de bevoegdheid behoort van de begrotingsdiensten met steun van fiscale deskundigen. De naleving van voorschriften inzake voedselveiligheid en de gezondheid en het welzijn van dieren en gewassen kan ter plaatse worden gecontroleerd door het Voedsel- en Veterinair Bureau van de Commissie. Gespecialiseerde EU-agentschappen zien samen met de diensten voor zee- en luchtvervoer van de Commissie toe op de veiligheid en beveiliging in de zee- en luchtvaartsector. De diensten van de Commissie voeren ook periodieke inspecties uit van nucleaire installaties[19].

Ook de mogelijkheid voor de Commissie om financiële correctiemaatregelen aan de lidstaten op te leggen, is beperkt tot bepaalde terreinen. De Commissie kan op het gebied van landbouw, als het om EU-financiering gaat, de procedure voor de goedkeuring van rekeningen toepassen door van EU-financiering die uitgaven uit te sluiten die niet overeenkomstig de EU-regels zijn gedaan. Er bestaat een soortgelijk instrument om de correcte uitvoering van door de EU medegefinancierde projecten op het gebied van het regionaal beleid te waarborgen.

Ondanks deze beperkingen mag niet worden vergeten dat het EU-recht een integrerend deel uitmaakt van de nationale rechtsorde van de lidstaten, ongeacht of de EU-regels rechtstreeks van toepassing zijn (zoals verordeningen) dan wel eerst moeten worden omgezet in nationaal recht (richtlijnen). Hieruit volgt dat de verantwoordelijkheid voor de juiste toepassing van het EU-recht primair bij de administratieve en rechterlijke instanties van de lidstaten berust, die erop moeten toezien dat de rechten en verplichtingen van burgers en ondernemingen op passende wijze worden gerespecteerd.

Nationale autoriteiten hebben vaak een ruime discretionaire bevoegdheid om deze handhavingsmechanismen, met inbegrip van sancties bij niet-naleving, te organiseren. De Europese wetgever en de Commissie kunnen echter op verschillende manieren bijdragen aan een doeltreffende toepassing van het recht op het niveau van de lidstaten.

In reactie op de crisis als gevolg van de vulkaanaswolk die in het voorjaar van 2010 het Europese luchtruim lamlegde, heeft de Commissie bijvoorbeeld op het gebied van passagiersrechten snel overleg gepleegd met de nationale handhavingsinstanties over richtsnoeren om te zorgen voor een evenwichtige en uniforme uitlegging van Verordening (EG) nr. 261/2004[20] inzake de rechten van luchtreizigers, met name de bijstand van luchtvaartmaatschappijen waarop gestrande passagiers recht hebben.

Verder zijn de lidstaten op grond van bestaande EU-wetgeving en internationale overeenkomsten verplicht om op bepaalde terreinen toegang tot verhaalmechanismen te bieden. Op milieugebied voorziet het voorstel voor herziening van de Sevesorichtlijn[21] in regels inzake de toegang tot de rechter die in overeenstemming zijn met het Verdrag van Aarhus. Dergelijke ruimere toegang tot verhaalmogelijkheden blijft van kracht op grond van de herschikte Richtlijn industriële emissies (2010/75/EU[22]). In de voorschriften voor de beroepsprocedures op het gebied van de informatiemaatschappij (Richtlijn 2002/21/EG[23]) en de desbetreffende rechtspraak is een grote groep belanghebbenden gedefinieerd die besluiten van nationale overheden en rechters kan aanvechten. Wetgeving op het gebied van binnenlandse zaken (bijvoorbeeld Richtlijn 2009/52/EG inzake sancties tegen werkgevers[24]) verplicht de lidstaten om derden (bijvoorbeeld vakbonden) toe te staan op te treden namens werknemers die in administratieve of civiele rechtszaken zijn verwikkeld. Krachtens de migratieregels is het verplicht om redenen te geven voor de afwijzing van een verzoek om een verblijfsvergunning en om aanvragers te informeren over mogelijke verhaalmechanismen en uiterste termijnen. Ook het afwijzen van een visumaanvraag moet worden gemotiveerd.

In enkele recente EU-richtlijnen worden de lidstaten verplicht om aanvullende of alternatieve kanalen voor geschillenbeslechting in te voeren. Op het gebied van de interne markt verplicht Richtlijn 2009/65/EG tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s)[25] de lidstaten tot de instandhouding van doelmatige en doeltreffende klachten- en verhaalprocedures voor buitengerechtelijke beslechting van consumentengeschillen. Richtlijn 2007/66/EG over de doeltreffendheid van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten[26] waarborgt via gemeenschappelijke normen dat alle deelnemers aan overheidsaanbestedingen in alle lidstaten over de nodige rechtsmiddelen beschikken om hun rechten krachtens het EU-recht te beschermen. Regels voor consumentenbescherming zijn nog altijd een belangrijk gebied waarop de rechtsmiddelen in het EU-recht zijn verankerd met de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening nr. 861/2007[27]) en de in belangrijke richtlijnen (2005/29/EG[28] en 97/7/EG[29]) vastgestelde verplichtingen van de lidstaten om toereikende en doeltreffende verhaalmiddelen tot stand te brengen. Ook de richtlijnen inzake de liberalisering van de elektriciteits- en aardgasmarkten in de EU (2009/72/EG[30] en 2009/73/EG[31]) versterken de consumentenbescherming door te voorzien in de instelling van een energieombudsman of een consumentenorgaan voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting. Een ander voorbeeld van hoe het EU-recht de handhaving ondersteunt, is de oprichting van instanties voor gelijke behandeling op grond van de antidiscriminatiewetten: een van hun taken is het verwijzen van slachtoffers van discriminatie naar bemiddelingsorganisaties.

Bevordering van de samenwerking tussen de bevoegde nationale autoriteiten kan vaak een nuttige begeleidende maatregel zijn. Dit kan via netwerken (bijvoorbeeld Impel, het EU-netwerk voor de toepassing van en het toezicht op de milieuwetgeving), klassieke adviescomités (bijvoorbeeld het Comité van hoge functionarissen van de arbeidinspectie) of innovatieve structuren zoals het forum van handhavingsautoriteiten dat is verbonden aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen krachtens de REACH-verordening[32].

Informele mechanismen voor probleemoplossing bieden burgers nog altijd snelle en pragmatische oplossingen. Solvit, een netwerk van nationale autoriteiten dat wordt ondersteund door de Commissie, behandelt elk jaar steeds meer zaken, vooral in de sector gereglementeerde beroepen, verblijfsrecht en sociale zekerheid. In 2010 konden negen van de tien Solvit-zaken met succes worden afgerond, meestal binnen een termijn van tien weken. Dit is een verbetering van het succespercentage ten opzichte van 2009.

Voor werkgelegenheidskwesties heeft de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels een Arbitragecommissie opgericht om te bemiddelen bij meningsverschillen tussen de lidstaten.

Conclusie: De Commissie zal instrumenten voor probleemoplossing, zoals Solvit en netwerken zoals Impel, verder versterken en ondersteunen en blijven onderzoeken of meer mechanismen moeten worden toegevoegd aan het huidige stelsel van EU-rechtsmiddelen om de handhaving van het EU-recht te versterken. Zij zal ook maatregelen treffen om de synergie tussen bestaande instrumenten voor probleemoplossing waar mogelijk te versterken teneinde te waarborgen dat problemen zo doeltreffend mogelijk worden opgelost ten bate van Europese burgers en ondernemingen.

Preventieve maatregelen

Algemene beleidsontwikkeling

Uitvoeringsplannen: In de mededeling van 2007 heeft de Commissie getracht stelselmatig preventieve maatregelen naar voren te schuiven die zijn gericht op de ondersteuning van de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van het EU-recht. Uitvoeringsplannen spelen in dit verband een belangrijke rol. In deze plannen brengt de Commissie alle belangrijke risico’s voor de tijdige en juiste tenuitvoerlegging van een nieuwe richtlijn in kaart alsook passende maatregelen om die risico’s tegen te gaan. De ontwikkeling van uitvoeringsplannen maakt een integrerend deel uit van de aanpak van de Commissie op het gebied van slimme regelgeving en draagt ertoe bij dat in de gehele beleidscyclus in voldoende mate rekening wordt gehouden met de tenuitvoerlegging. In 2010 heeft de Commissie in haar werkprogramma voor 2011 een aantal grote en complexe voorstellen opgenomen waarvoor uitvoeringsplannen zouden moeten worden ontwikkeld.

Op 22 en 23 november 2010 heeft het Belgische voorzitterschap een conferentie gehouden over de omzetting van EU-richtlijnen. Deze conferentie was een vervolg op een soortgelijke conferentie van het Tsjechische voorzitterschap in maart 2009 en was gericht op de uitwisseling van beproefde methoden bij de tenuitvoerlegging van het EU-recht[33].

Justitiële opleiding: Het Verdrag van Lissabon verschaft voor het eerst een rechtsgrondslag voor maatregelen van de Europese Unie op het gebied van de Europese justitiële opleiding (artikel 81, lid 2, en artikel 82, lid 1, VWEU). De Europese justitiële opleiding moet zich richten op rechtspractici (rechters, aanklagers, advocaten, notarissen, deurwaarders en gerechtsmedewerkers) op alle terreinen van de EU-wetgeving via opleidingsactiviteiten en uitwisselingsprogramma’s. De Europese Commissie bereidt een mededeling over de Europese justitiële opleiding voor, waarin wordt nagegaan hoe kan worden voldaan aan de aanzienlijke opleidingsbehoeften van rechtspractici op dit terrein. In oktober 2010 is de Commissie een brede raadpleging gestart om de standpunten van de belangrijkste belanghebbenden in kaart te brengen. De resultaten van deze raadpleging zullen worden opgenomen in een mededeling, die is gepland voor het tweede semester van 2011.

Belangrijkste sectorspecifieke ontwikkelingen

Uitvoeringsplannen: Op sommige beleidsterreinen worden richtlijnen regelmatig gekoppeld aan uitvoeringsplannen. Op milieugebied , waar dergelijke plannen sinds 2008 worden opgesteld, heeft de Commissie haar aanpak herzien teneinde risico’s beter in kaart te brengen en beter aan te sluiten op andere preventieve instrumenten, zoals scoreborden en controlelijsten voor omzetting[34]. Op het gebied van de interne markt zijn uitvoeringsplannen toegepast voor de richtlijn inzake defensieopdrachten, de derde postrichtlijn en richtlijnen in de sector vennootschapsrecht. De Commissie verlangt thans in het algemeen dat een uitvoeringsplan wordt opgesteld voor elk nieuw voorstel voor een richtlijn over gezondheid en consumentenbescherming . Op het gebied van ondernemingen en industrie zullen verschillende voorstellen voor richtlijnen vergezeld gaan van uitvoeringsplannen. Deze voorstellen betreffen: de herinschrijving van gebruikte voertuigen in een andere lidstaat, de prijsstelling van geneesmiddelen en wijzigingen van de typegoedkeuring van motorvoertuigen.

Overige instrumenten: Vrijwel alle diensten van de Commissie presenteren richtsnoeren, handboeken of interpretatienota's om het omzettingsproces soepeler te doen verlopen. Elke dienst van de Commissie tracht samen met de lidstaten een beter inzicht te krijgen in onopgeloste omzettingskwesties via bijeenkomsten van deskundigengroepen en bilaterale contacten. Omzettingskwesties staan regelmatig op de agenda van pakketvergaderingen. Seminars, workshops en werkdocumenten zijn eveneens instrumenten die regelmatig worden gebruikt om te komen tot betere resultaten op het gebied van omzetting.

De Commissie verleent actieve ondersteuning aan de inspanningen van de lidstaten om het omzettingsproces zo soepel en zo snel mogelijk te laten verlopen met als uiteindelijk doel de juiste toepassing van het EU-recht en de doeltreffende eerbiediging van rechten en verplichtingen. In het groenboek over de toekomst van de btw[35] wordt bijvoorbeeld gezocht naar manieren om het btw-stelsel van de EU, en daarmee de omzetting ervan, te vereenvoudigen. De Commissie speelt ook een actieve rol bij de verbetering van de lokale Schengensamenwerking tussen de consulaten van de lidstaten, onder meer met opleidingsactiviteiten, en de harmonisatie van hun werkwijzen conform het EU-acquis.

Met preventieve maatregelen zal ook worden getracht burgers te betrekken bij de toepassing van het EU-recht. Eén mogelijk hulpmiddel is de online juridische databank voor het consumentenrecht (met name Richtlijn 2005/29/EG[36]). Voorlichting is een belangrijke prioriteit op gebieden waar burgers zich voornamelijk moeten beroepen op Verdragsbepalingen om hun rechten te doen gelden, bijvoorbeeld het vrije verkeer van studenten, de erkenning van academische kwalificaties en op sportgebied.

Conclusie: Ter voorkoming van problemen bij de omzetting en uitvoering van nieuwe wetgeving blijft de Commissie een reeks preventieve maatregelen, waaronder uitvoeringsplannen, gebruiken om de soepele en correcte tenuitvoerlegging van toekomstige richtlijnen te ondersteunen.

Concordantietabellen

Met concordantietabellen wordt getoond hoe lidstaten EU-recht hebben omgezet in nationaal recht door voor elk afzonderlijk element van EU-recht te laten zien hoe het is omgezet.

Concordantietabellen geven een helder overzicht van de nationale regels waarmee elk van de artikelen van een richtlijn is omgezet en vereenvoudigen daarmee de contacten met de Commissie wanneer moet worden aangetoond dat een richtlijn volledig is omgezet. Later kunnen ze als aanknopingspunt dienen voor belanghebbenden die willen weten wat de voor hen relevante wettelijke bepalingen zijn.

Sinds 2003 neemt de Commissie bindende bepalingen over concordantietabellen op in haar voorstellen voor richtlijnen. Tijdens het wetgevingsproces worden deze bepalingen echter zeer vaak geschrapt op initiatief van de Raad.

In het kaderakkoord dat sinds 2010 de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie regelt, beklemtonen beide instellingen dat concordantietabellen veel voordelen hebben en bevestigen zij bijgevolg opnieuw hun gehechtheid aan deze methode. In punt 44 van het akkoord beklemtonen het Europees Parlement en de Commissie dat zij er tijdens het gehele onderhandelingsproces over wetgeving zullen blijven naar streven verplichte concordantietabellen op te nemen.

Conclusie: De Commissie is van mening dat concordantietabellen in veel gevallen belangrijke instrumenten zijn voor het waarborgen van de doeltreffende tenuitvoerlegging van richtlijnen, en zal in haar voorstellen bijgevolg bepalingen daarover blijven opnemen. Zij streeft naar samenwerking met de Raad en het Europees Parlement om een oplossing te vinden die de omzetting en de naleving bevordert.

Transparantie

Ook in 2010 heeft de Commissie op haar website[37] beknopte informatie gepubliceerd over alle inbreukprocedures vanaf het stadium van het met redenen omklede advies en in bepaalde gevallen vanaf het stadium van de ingebrekestelling. In de samenvatting wordt verwezen naar de betrokken lidstaat, de verantwoordelijke dienst van de Commissie, het registratienummer en de titel van de procedure alsmede de datum en aard van het laatste besluit van de Commissie.

Transparantie is ook een van de aspecten die aan de orde wordt gesteld in het herziene kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie. In punt 44 van het kaderakkoord is bepaald:

"Naast de specifieke verslagen en het jaarverslag over de toepassing van het recht van de Unie stelt de Commissie het Parlement beknopte gegevens ter beschikking over alle inbreukprocedures vanaf de ingebrekestelling, waaronder, zo het Parlement hierom verzoekt, per geval en met inachtneming van de vertrouwelijkheidsregels, met name die welke erkend zijn door het Hof van Justitie van de Europese Unie, de kwesties waarop de inbreukprocedure betrekking heeft."

Conclusie: De Commissie zal de transparantie van haar inbreukbeleid verder bevorderen, binnen de juridische en justitiële beperkingen.

SLIMME REGELGEVING

IN haar mededeling over slimme regelgeving in de Europese Unie[38] heeft de Commissie haar aanpak voor de integratie van de toepassing van het EU-recht in de beleidscyclus (vanaf een vroege voorbereidingsfase tot een mogelijke herziening) uiteengezet. Het doel is om zowel de tenuitvoerlegging en handhaving van bestaande wetgeving te verbeteren als de kwaliteit van nieuwe wetgeving te verhogen. Deze aanpak zal verder worden ontwikkeld en moet bijdragen aan de doeltreffendheid van het toezicht op en de toepassing van het EU-recht.

CONCLUSIES

Het jaar 2010 is gekenmerkt door activiteiten die waren gericht op de tenuitvoerlegging en verdere ontwikkeling van de hervorming van het beheer van inbreukzaken door de Commissie, zoals in 2007 geïnitieerd met de mededeling "Een Europa van resultaten – toepassing van het gemeenschapsrecht".

In 2011 zal de Commissie zich blijven concentreren op de belangrijkste gebieden van deze strategische benadering, in het bijzonder met betrekking tot:

doeltreffende probleemoplossing , bijvoorbeeld uitbreiding van het gebruik van EU-Pilot met het oog op de deelname van alle lidstaten;

doelmatig beheer , dat wil zeggen verbetering van het beheer van inbreukzaken overeenkomstig de benchmarks van de Commissie;

preventieve maatregelen , bijvoorbeeld zorgen voor een systematische en samenhangende benadering van uitvoeringsplannen;

slimme regelgeving , dat wil zeggen meer volledige integratie van het toezicht op de toepassing van het EU-recht in de bredere wetgevingscyclus.

[1] COM(2007) 502 definitief.

[2] Zie voor eerdere verslagen:http://ec.europa.eu/eu_law/infringements/infringements_annual_report_nl.htm

[3] PB C 12 van 15.1.2011, blz. 1.

[4] PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47.

[5] In dit verslag worden de kerncijfers gepresenteerd; het begeleidende werkdocument van de diensten van de Commissie (SEC(2011) 1094 definitief) bevat meer omvattende gegevens.

[6] Gevallen waarin de betrokken lidstaat niet heeft voldaan aan zijn verplichting om mededeling te doen van maatregelen tot omzetting van een richtlijn.

[7] Richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, PB L 175 van 5.7.1985, blz. 40.

[8] Richtlijn 2004/80/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende de schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven, PB L 261 van 6.8.2004, blz. 15.

[9] PB C 12 van 15.1.2011, blz. 1.

[10] PB L 143 van 30.4. 2004, blz. 56.

[11] Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36.

[12] Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, PB L 235 van 23.9.2003, blz. 10.

[13] Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad, PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.

[14] Artikel 10 van Protocol nr. 36.

[15] COM(2002) 141 definitief, PB C 244 van 10.10.2002, blz. 5.

[16] "Aanvaardbaar" betekent dat de Commissie op grond van de verstrekte inlichtingen voorziet dat het dossier kan worden afgesloten.

[17] COM(2010) 70 definitief.

[18] De 18 deelnemende lidstaten zijn Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Het uitbreidingsproces wordt in 2011 voortgezet.

[19] Dit verslag heeft geen betrekking op het mededingingsbeleid, waarvoor de Commissie over bijzondere instrumenten voor controle op de naleving beschikt.

[20] Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten, PB L 46 van 17.2.2004, blz. 1.

[21] Richtlijn 2003/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2003 tot wijziging van Richtlijn 96/82/EG van de Raad betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, PB L 345 van 31.12.2003, blz. 97.

[22] Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging), PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17.

[23] Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten, PB L 108 van 24.4.2002, blz. 33.

[24] Richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, PB L 168 van 30.6.2009, blz. 24.

[25] PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32.

[26] PB L 335 van 20.12.2007, blz. 31.

[27] Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen, PB L 199 van 31.7.2007, blz. 1.

[28] Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt, PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.

[29] Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten, PB L 144 van 4.6.1997, blz. 19.

[30] Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG, PB L 211 van 14.8.2009, blz. 55.

[31] Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG, PB L 211 van 14.8.2009, blz. 94.

[32] Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

[33] Zie het persbericht van 22.11.2010 op http://www.eutrio.be/pressrelease/opening-conference-transposition-european-directives-olivier-chastel-describes-belgian-

[34] Een controlelijst voor omzetting is een informeel document dat door de diensten van de Commissie wordt opgesteld naar aanleiding van overleg met de betrokken lidstaat in werkgroepen/pakketvergaderingen, en dat ten doel heeft de lidstaat te helpen bij de tenuitvoerlegging van het EU-recht.

[35] Groenboek van 1.12.2010 over de toekomst van de btw. Naar een eenvoudiger, solider en efficiënter btw-stelsel, COM(2010) 695 definitief.

[36] Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt, PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.

[37] http://ec.europa.eu/eu_law/infringements/infringements_decisions_en.htm

[38] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Slimme regelgeving in de Europese Unie, COM 2010/0543/def. Zie voor meer informatie de Better Regulation-website: http://ec.europa.eu/governance/better_regulation/key_docs_nl.htm