52011DC0140

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S De invoering van de euro in Estland /* COM/2011/0140 def. */


[pic] | EUROPESE COMMISSIE |

Brussel, 22.3.2011

COM(2011) 140 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

De invoering van de euro in Estland

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, DE EUROPESE CENTRALE BANK, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

De invoering van de euro in Estland

INLEIDING

Op 13 juli 2010 heeft de Raad besloten dat Estland voldeed aan de nodige voorwaarden voor de aanneming van de euro[1], en dat de aan de lidstaat toegestane derogatie voor de invoering van de eenheidsmunt met ingang van 1 januari 2011 zou worden ingetrokken.

Net als alle lidstaten die de euro na de eerste omschakelingsgolf in 1999-2002 hebben aangenomen, heeft Estland bij de invoering van de euro voor een zogeheten "big-bang"-scenario gekozen, waarbij de aanneming van de euro en de omschakeling naar de chartale euro op hetzelfde moment plaatsvinden. Dankzij een twee weken durende periode van dubbele omloop, waarin zowel in euro als in kroon luidend contant geld de status van wettig betaalmiddel had, konden bankbiljetten en munten in de oude nationale munteenheid geleidelijk uit circulatie worden genomen. De geslaagde omschakeling bewijst nog maar eens dat een periode van dubbele omloop slechts kort hoeft te duren mits goede voorbereidingen zijn getroffen[2]. Een overgrote meerderheid van de Estlandse bevolking (87%) heeft de omschakeling als vlot en efficiënt ervaren[3].

In deze mededeling wordt ingegaan op de belangrijkste aspecten van het omschakelingsproces, en met name op de voorbereidingen op de omschakeling naar de chartale euro, op de periode van dubbele omloop, op de maatregelen die zijn getroffen om prijsmisbruiken en onjuiste prijspercepties te voorkomen, op de prijsontwikkelingen en prijspercepties in de praktijk, en op de communicatie over de euro. Waar zulks relevant is, worden lessen getrokken die voor toekomstige omschakelingen van belang kunnen zijn.

DE OMSCHAKELING

Voorbereidingen op de omschakeling naar de chartale euro

De omschakeling naar de chartale euro vormt waarschijnlijk het meest zichtbare element in de overgang naar de nieuwe valuta omdat vrijwel alle financiële instellingen, bedrijven en burgers erbij betrokken zijn. Een dergelijke operatie kan alleen efficiënt verlopen als alle betrokken partijen over voldoende eurocontanten beschikken en als banken en bedrijven goed zijn voorbereid op het vele extra werk.

Om de Estlandse kronen in omloop te vervangen en in de vereiste logistieke voorraden te kunnen voorzien, heeft de Estlandse centrale bank (Eesti Pank) bij het Eurosysteem circa 45 miljoen eurobankbiljetten geleend en tevens bij de Munt van Finland zo'n 194 miljoen euromunten (met de Estlandse nationale zijde) besteld na een openbare aanbesteding te hebben gehouden.

Eesti Pank is medio september begonnen met de bevoorrading vooraf (d.w.z. de aan de omschakeling voorafgaande levering van eurocontanten aan kredietinstellingen) met euromunten en in medio november met de bevoorrading vooraf met eurobankbiljetten. Alle transporten die in het kader van de bevoorrading vooraf hebben plaatsgevonden, met inbegrip van die van muntstukken en voor de bevoorrading van geldautomaten, werden door de politie geëscorteerd, hetgeen een hoge mate van veiligheid garandeerde. Er is voor een totaalbedrag van 187 miljoen EUR aan bankbiljetten (10,5 miljoen stuks) en van 28 miljoen EUR aan muntstukken (85 miljoen stuks) geleverd aan 10 commerciële banken die met Eesti Pank een overeenkomst betreffende de bevoorrading vooraf hadden gesloten, hetgeen neerkomt op ongeveer 23% van de bij het Eurosysteem geleende hoeveelheid bankbiljetten en 44% van de bestelde voorraad muntstukken. De totale waarde van de eurobankbiljetten die tot het einde van het jaar in het kader van de bevoorrading vooraf aan de banken zijn geleverd, was gelijk aan 34% van de totale waarde van de eind oktober 2010 in circulatie zijnde bankbiljetten in kroon, terwijl de waarde van de vooraf geleverde muntstukken bijna driemaal de waarde van de in kroon luidende munten in omloop vertegenwoordigde. Het hoge aandeel van de vooraf geleverde munten is toe te schrijven aan de verschuiving van de grens tussen bankbiljetten en muntstukken als gevolg van de invoering van de euro (kroonstukken werden minder vaak gebruikt dan euromuntstukken).

De verdere bevoorrading vooraf (d.w.z. de aan de omschakeling voorafgaande levering door kredietinstellingen van eurocontanten aan bedrijven en burgers) met euromunten is begonnen op 15 september en die met eurobankbiljetten op 1 december. Daarbij leverden de banken bijna 9% van de waarde van hun bankbiljetten (18% van het volume) en 52% van de waarde van hun munten (51% van het volume) aan zo'n 5 300 bedrijven waarmee zij een speciaal contract hadden gesloten. In totaal hebben de banken 14,4% van de waarde van hun contanten vóór €-dag naar het bedrijfsleven doorgesluisd, wat een hoog percentage is in vergelijking met het merendeel van de omschakelingen die na 2002 hebben plaatsgevonden. In Slovenië was dit niet meer dan 2,4% en op Cyprus en Malta slechts rond de 1%. In Slowakije daarentegen hebben de banken in totaal 27,8% van de vooraf geleverde contanten doorgesluisd.

In het kader van de verdere bevoorrading vooraf heeft het belangrijkste geldtransportbedrijf ook 86 000 voor detailhandelaren bedoelde kits[4] met euromunten samengesteld en deze hetzij direct, hetzij via de banken onder zelfstandigen verdeeld. Van alle omschakelingen die na 2002 hebben plaatsgevonden, is dit aantal verkochte kits tot dusver het hoogste in absolute cijfers en het op een na hoogste in verhouding tot de bevolking. Het is van belang dat in genoeg dergelijke kits wordt voorzien om detailhandelaren te helpen tijdens de omschakeling uitsluitend in euro terug te geven.

Er was sprake van een vrij aanzienlijke verdere bevoorrading vooraf, ondanks het feit dat de Estlandse banken de nieuwe, in juni 2008 vastgestelde vereenvoudigde ECB-regels voor de bevoorrading van het bedrijfsleven en de bevolking[5] niet hebben toegepast. Volgens Eesti Pank en de commerciële banken lagen de volgende factoren ten grondslag aan het feit dat de ECB-regels niet zijn gevolgd: a) om met de Estlandse wetgeving verband houdende redenen beschouwden banken op de rekening van een cliënt geblokkeerd geld niet als voldoende veilig onderpand (in geval van insolventie); b) aangezien het mogelijk was ook kleine ondernemingen volgens de standaardregels te bevoorraden, achtten de banken het makkelijker voor alle ondernemingen van gelijk welke omvang dezelfde regels te hanteren; zij vonden deze werkwijze tevens flexibeler omdat van de vereenvoudigde procedure pas tijdens de laatste vijf kalenderdagen vóór de omschakeling kan worden gebruikgemaakt; c) ten slotte werd het voor voorlichtings- en communicatiedoeleinden makkelijker geacht om slechts één type overeenkomst te hanteren.

Bovendien konden particulieren vanaf 1 december 2010 bij alle cashdiensten aanbiedende kantoren van commerciële banken terecht om hun kronen gratis en zonder beperking[6] tegen de omrekeningskoers in euro's om te wisselen. Deze dienst zal tot eind juni 2011 beschikbaar blijven, waarna hij door een beperkter netwerk van kantoren nog tot eind december 2011 zal worden aangeboden.

De Estlandse autoriteiten hadden aanvankelijk 600 000 minikits met euromunten (42 munten met een nominale waarde van 12,79 euro)[7] besteld, d.w.z. ongeveer één per huishouden. Deze minikits werden vanaf 1 december in bank- en postkantoren te koop aangeboden. Minikits zijn om diverse redenen belangrijk: a) zij helpen burgers met hun nieuwe munt vertrouwd te raken; b) zij zijn een belangrijk communicatie-instrument; en c) zij zorgen ervoor dat detailhandelaren in de eerste dagen na de omschakeling minder wisselgeld moeten teruggeven. De minikits zijn een groot succes gebleken: tijdens de eerste drie dagen alleen al zijn 247 000 kits verkocht. In het licht daarvan zijn 100 000 kits bijbesteld, maar achteraf gezien lijkt dit niet nodig te zijn geweest: op 31 december waren 510 000 kits verkocht, wat minder is dan het oorspronkelijk aantal bestelde kits. Dit bevestigt de standaardaanbeveling dat als vuistregel geldt dat ongeveer één minikit per huishouden dient te worden besteld om aan de vraag tegemoet te kunnen komen.

Blijkens een enquête die de Commissie twee dagen voor de omschakeling heeft gehouden[8], beschikte een groot deel van de Esten al over eurocontanten voordat de omschakeling plaatsvond: 50% had eurobankbiljetten (62% als gevolg van een buitenlandse reis en 35% omdat zij geld hadden gewisseld bij een bank in Estland) en 62% had euromunten (63% als gevolg van een buitenlandse reis en 38% omdat zij zich een minikit hadden aangeschaft).

De bevoorrading vooraf van banken en de verdere bevoorrading vooraf van bedrijven en burgers in Estland was goed voorbereid en georganiseerd. Reeds vóór de dag van de omschakeling waren de detailhandelaren in Estland goed voorzien van eurocontanten. Zo is onder meer een groot aantal voor detailhandelaren bedoelde kits met euromunten aan zelfstandigen bezorgd, wat een goede manier is om detailhandelaren te helpen tijdens de omschakeling alleen in euro terug te geven. Ook de burgers waren al van vóór de dag van de omschakeling goed van eurocontanten voorzien. In dit verband moet de door de commerciële banken geboden mogelijkheid om nog vóór de eigenlijke omschakeling gratis kronen in euro's om te wisselen, als een belangrijk initiatief en een goede praktijk worden aangemerkt. Voorts is een voldoende groot aantal minikits met euromunten geproduceerd en via bank- en postkantoren verdeeld. Dergelijke minikits zijn belangrijk omdat zij burgers met hun nieuwe munt vertrouwd maken voordat de omschakeling plaatsvindt, omdat zij als communicatie-instrument fungeren bij de omschakeling, en omdat zij ervoor zorgen dat detailhandelaren in de eerste dagen na de omschakeling minder wisselgeld moeten teruggeven. |

De periode van dubbele omloop

Estland heeft gekozen voor een periode van dubbele omloop van twee weken (1-14 januari).

De omschakeling van de 867 geldautomaten die het land telt, is vlot verlopen: vanaf het eerste uur van 1 januari gaven zij vrijwel allemaal eurobankbiljetten uit. Zij verstrekten hoofdzakelijk kleinere coupures (van 5, 10 en 20 euro). Geldautomaten die in het verleden door een hoge omzet werden gekenmerkt, gaven ook bankbiljetten van 50 euro uit. Het algemene gebruik van kleinere coupures in geldautomaten was van belang om te voorkomen dat detailhandelaren zonder wisselgeld kwamen te zitten. De kassaterminals voor het verrichten van kaartbetalingen in winkels zijn met succes tijdig naar de euro geconverteerd voordat de winkels op 1 januari opengingen. Hetzelfde geldt voor de IT-systemen in het algemeen. Vanaf de eerste bankdag van het jaar zijn de interbancaire betalingen in euro probleemloos verlopen.

De meeste bankkantoren waren op zaterdag 1 en zondag 2 januari open voor cashdiensten. Bovendien waren de postkantoren tijdens de periode van dubbele omloop zeven dagen per week open. De mogelijkheid om tussen 1 en 15 januari in ruim 180 postkantoren verspreid over het hele land kosteloos kronen tegen euro's om te wisselen, was een belangrijke maatregel die de bevolking van met name verafgelegen en plattelandsgebieden in staat stelde makkelijker contant geld om te wisselen.

De geldtransporten zijn volgens plan verlopen in nauwe samenwerking met de politie, die de veiligheid ervan garandeerde.

Tijdens het weekeinde van 1 en 2 januari kregen de banken een gematigd aantal klanten over de vloer, maar vanaf maandag 3 januari en gedurende de gehele periode van dubbele omloop lag het aantal toonbanktransacties circa 3 à 5 keer hoger dan normaal, waarbij de hoogste cijfers tijdens de eerste twee weekdagen van het nieuwe jaar zijn waargenomen. Ook in de postkantoren was er tijdens de eerste twee weekdagen van het jaar (3 en 4 januari) sprake van een recordaantal toonbanktransacties.

Dankzij zorgvuldige voorbereidingen konden de bank- en postkantoren het extra werk tijdens de periode van dubbele omloop goed aan, al kon tijdens de eerste weekdagen van het nieuwe jaar niet worden vermeden dat zich soms wachtrijen vormden. Volgens een enquête die de Commissie tussen 16 en 20 januari heeft gehouden[9], heeft 95% van de respondenten tijdens de eerste week van januari geen hinder ondervonden bij de omwisseling van kronen of bij de opname van eurocontanten bij banken. Dat is een zeer goed resultaat, dat gunstig afsteekt bij de meeste uitkomsten van de recente omschakelingen[10].

In grafiek 1 wordt de ontwikkeling van de tijdens de periode van dubbele omloop uitsluitend in euro verrichte contante betalingen in Estland vergeleken met die in Slowakije en Slovenië.

[pic]

Een vrij groot percentage van het publiek (20%) dat in contanten afrekende[11], betaalde op 1 januari (de grote supermarktketens waren op die dag open) reeds met eurocontanten. Op 5 januari betaalde een meerderheid (54%) nog alleen met euro's en daarna is het aandeel van de uitsluitend in eurocontanten verrichte betalingen tot aan het einde van de periode van dubbele omloop voortdurend toegenomen. Afgezien van een snellere start, lieten de uitsluitend in eurocontanten verrichte betalingen min of meer hetzelfde verloop zien als bij de omschakeling in Slowakije. Er was evenwel sprake van een tragere ontwikkeling dan in Slovenië (en in Malta en Cyprus, ondanks het feit dat in deze beide landen de periode van dubbele omloop een maand duurde).

Ook de detailhandel is het omschakelingsproces en de periode waarin met twee munten tegelijk werd gewerkt, goed doorgekomen. De detailhandelaren beschikten over genoeg eurocontanten en er zijn geen noemenswaardige problemen met wachtrijen gemeld. Zoals uit onderstaande grafiek 2 blijkt, gaven detailhandelaren reeds op 1 januari bij 75% van alle transacties in contanten uitsluitend eurowisselgeld terug. Dat percentage is snel opgelopen tot 92% op zondag 2 januari (toen vele grote winkels open waren). Op maandag 3 januari liep het percentage enigszins terug tot 88%, maar de daaropvolgende dag ging het snel weer omhoog. De exacte reden voor deze tijdelijke daling is niet bekend, maar zij kan terug te voeren zijn op kleine en/of in verafgelegen gebieden gevestigde detailhandelaren die na het weekeinde hun winkel openden en minder goed van eurocontanten waren voorzien.

[pic]

Een enquête die de Commissie vlak na afloop van de periode van dubbele omloop heeft gehouden, wijst uit dat een overgrote meerderheid van de Estlandse bevolking (87%) de omschakeling als vlot en efficiënt heeft ervaren.

Inname van het oude geld

Nog vóór de omschakeling was al een aanzienlijk deel van de chartale Estlandse kronen uit circulatie genomen. Eind december 2010 was de waarde van de kronen in omloop met ongeveer 40% afgenomen ten opzichte van december 2009 (nl. van 9,7 miljard tot 5,8 miljard EEK). In januari 2011 is nog eens 4,1 miljard kronen uit omloop genomen, waardoor de waarde van het nog in circulatie zijnde oude geld was verminderd tot 1,7 miljard EEK (ongeveer 340 miljoen muntstukken en 35 miljoen bankbiljetten) of tot 18% van de waarde van de in december 2009 in omloop zijnde kronen. Oude bankbiljetten worden vernietigd (versnipperd) en oude muntstukken worden gedemonetiseerd en als schroot verkocht.

De omschakeling in Estland was goed voorbereid en is soepel verlopen. De geldautomaten en kassaterminals zijn tijdig geconverteerd en de bank- en postkantoren konden het extra werk tijdens de periode van dubbele omloop goed aan. De detailhandel is het omschakelingsproces en de periode waarin met twee munten tegelijk werd gewerkt, goed doorgekomen. De detailhandelaren beschikten over een ruime voorraad eurocontanten en een grote meerderheid onder hen gaf reeds vanaf de eerste dag na de omschakeling uitsluitend wisselgeld in euro terug. Bij toekomstige omschakelingen dient eraan te worden herinnerd dat het belangrijk is dat detailhandelaren uitsluitend eurowisselgeld teruggeven, zodat de oude munt zo spoedig mogelijk uit omloop verdwijnt. De omschakeling in Estland bevestigt de ervaring die met de andere van na 2002 daterende omschakelingen is opgedaan, namelijk dat een twee weken durende periode van dubbele omloop volstaat, mits deze goed is voorbereid. |

VOORKOMEN VAN PRIJSMISBRUIKEN EN ONJUISTE PRIJSPERCEPTIES

De Estlandse Raad voor consumentenbescherming (hierna "de Raad" genoemd) heeft toezicht gehouden op de correcte toepassing van de dubbele prijsaanduiding, de afrondingsregels en de overeenkomst inzake billijke prijsstelling.

De periode van verplichte dubbele prijsaanduiding in Estlandse kroon en in euro is op 1 juli 2010 ingegaan en zal nog tot 30 juni 2011 duren. Tijdens de zes maanden van 2010 hebben 25 inspecteurs van de Raad circa 4 250 zaken gecontroleerd en in 288 gevallen een boete opgelegd (totaalbedrag: bijna 12 000 EUR). De vaakst geconstateerde tekortkoming was een rekenkundig foutieve afronding, al ging het meestal om slechts 1 eurocent. De op een na vaakst geconstateerde tekortkoming was het gedeeltelijk ontbreken van een prijs in euro, gevolgd door het gebruik van een incorrecte wisselkoers en het volledig ontbreken van de prijs in euro. De uitkomsten van de controles werden steeds beter: in juli werden er nog bij 47% van de gecontroleerde ondernemingen tekortkomingen vastgesteld, maar in december was dat cijfer teruggelopen tot 11%.

Daarnaast heeft de Raad overeenkomsten gesloten met NGO's (met name gepensioneerden) en met de lokale overheid in Tallinn om de toepassing van de dubbele prijsaanduiding te monitoren. In totaal hebben de NGO's in september en december 2010 980 zaken gecontroleerd en in 283 gevallen tekortkomingen vastgesteld.

De namen van de ondernemingen die de dubbele prijsaanduiding niet correct toepassen, worden wekelijks op de website van de Raad bekendgemaakt.

De meeste Esten vonden dat de dubbele prijsaanduiding een nuttig hulpmiddel is dat hen helpt prijsvergelijkingen te maken en in hun nieuwe munt te leren denken. Volgens een in januari gehouden enquête van de Commissie[12] was bijna 9 van de 10 respondenten (88%) van oordeel dat de dubbele prijsaanduiding zeer of vrij nuttig is. Bovendien meende 80% dat de dubbele prijsaanduiding altijd (34%) of meestal (49%) correct werd toegepast, hetgeen in de lijn ligt van de resultaten van de recente omschakelingen.

Wat prijsomrekeningen betreft, had 59% van de Esten de indruk dat de prijzen soms (38%), vaak (13%) of zeer vaak (8%) onjuist in euro waren omgerekend. Deze uitkomst ligt ergens tussen de resultaten van de eerdere omschakelingen, waarbij de Slovenen en Cyprioten kritischer en de Maltezen minder kritisch waren (onder de Slowaken waren de meningen veelal sterker verdeeld dan onder de Esten: zij waren ofwel kritischer, ofwel positiever).

De Raad gaat ook na in hoeverre uitvoering is gegeven aan de overeenkomst inzake billijke prijsstelling , die op 28 augustus is ingegaan en waarbij de Estlandse kamer van koophandel en industrie een hoofdrol vervult. De overeenkomst sluit in grote lijnen aan bij de initiatieven op vrijwillige basis die bij eerdere omschakelingen succesvol zijn gebleken. De partijen bij deze overeenkomst (bv. detailhandelaren, financiële instellingen, lokale overheden, internetwinkels enz.) verbinden zich ertoe tijdens de euro-omschakeling geen ongerechtvaardigde prijsverhogingen door te voeren en de omschakelingsvoorschriften in acht te nemen. Wie tot de overeenkomst is toegetreden, heeft het recht om een sticker te gebruiken met een speciaal logo.

Eind december hadden 526 entiteiten, waaronder 16 lokale overheden, de overeenkomst ondertekend en werd het logo zowel in ruim 2 800 verkooppunten of punten van activiteit als in de reclame-uitingen van de ondertekenaars gebruikt. Volgens de Estlandse kamer van koophandel gaat het om de door het grootste aantal rechtspersonen ondertekende overeenkomst op vrijwillige basis in Estland. De overeenkomst inzake billijke prijsstelling is een zeer belangrijk initiatief dat potentiële prijsmisbruiken moet voorkomen en onjuiste prijspercepties moet wegnemen. Gezien het aantal geregistreerde verkooppunten in Estland (ongeveer 28 000) en de met de recente omschakelingen opgedane ervaring lijkt er echter nog ruimte te zijn geweest om de dekking van de regeling verder uit te breiden[13].

Eind januari had de Raad 10 klachten ontvangen over mogelijke inbreuken door ondernemingen die de overeenkomst effectief hadden ondertekend. In vier gevallen werden geen inbreuken geconstateerd; de overige zes zaken zijn momenteel nog in behandeling.

Conform de aanbevelingen van de Commissie[14] heeft Estland dubbele prijsaanduiding en een overeenkomst inzake billijke prijsstelling toegepast. De autoriteiten moeten erop blijven toezien dat alle klachten van burgers naar behoren worden onderzocht en dat de overeenkomst inzake billijke prijsstelling correct wordt toegepast zolang deze van kracht is.

PRIJSONTWIKKELINGEN EN PRIJSPERCEPTIES

Prijsontwikkelingen

De euro-omschakeling werd voorafgegaan door een periode van toenemende inflatie in Estland. Met name de energie- en voedselprijzen zijn in 2010 sterk gestegen, waarbij de verschillen ten opzichte van de buurlanden of het eurogebied als geheel slechts ten dele door fiscale hervormingen en het krachtige economische herstel kunnen worden verklaard.

Wat de prijsontwikkelingen na de euro-omschakeling betreft, zou de invoering van de euro volgens de eerste aanwijzingen in januari een vrij gematigd effect op de consumentenprijzen hebben gesorteerd. Volgens het Estlandse bureau voor de statistiek is de binnenlandse consumentenprijsindex in januari ongewijzigd gebleven ten opzichte van december 2010. Van de prijzen van elektriciteit, warmte-energie, brandstoffen en kleding en schoeisel ging het grootste matigende effect uit, ten dele als gevolg van seizoensgebonden factoren. Volgens de Bank van Estland zijn de prijzen van sport- en recreatieactiviteiten, eten buitenshuis en huishoudelijke diensten echter opvallend sterker gestegen dan in de maand januari van eerdere jaren. De met de omschakeling samenhangende prijsontwikkelingen zullen diepgaander kunnen worden geanalyseerd nadat de HICP-gegevens voor de eerste maanden van 2011 beschikbaar zijn gekomen.

Prijspercepties

Volgens een recente enquête van de Commissie (januari 2011)[15] dacht de meerderheid van de Esten (55%) dat de euro tot een hogere inflatie in hun land zou leiden (tegen 66% in Cyprus, 52% in Slovenië, 37% op Malta en 19% in Slowakije vlak na de omschakelingen in de betrokken landen), terwijl slechts 21% van mening was dat toetreding tot het eurogebied Estland zou helpen de prijsstabiliteit te handhaven.

De euro-omschakeling vond plaats op een moment dat de gevoelsinflatie gestaag aan het toenemen was ten opzichte van haar historisch lage peil in 2009. In Estland volgt de gevoelsinflatie doorgaans vrijwel dezelfde trend als de HICP-inflatie, maar in de tweede helft van 2010 lijkt de gevoelsinflatie er sterker te zijn gestegen dan de werkelijke inflatie (zie onderstaande grafiek). Uit de gezamenlijke consumentenenquête van januari blijkt dat de gevoelsinflatie een opwaartse trend bleef vertonen en dat zij in januari op 63,6 procentpunt is uitgekomen (voor seizoensinvloeden gecorrigeerd cijfer), tegen 59,6 procentpunt in december (het niet-seizoengezuiverde cijfer is teruggelopen van 61,1 tot 59,6 procentpunt). Gezien de stijgende HICP-inflatie is het specifieke effect van de euro-omschakeling op de gevoelsinflatie echter niet zo gemakkelijk te kwantificeren.

[pic]

COMMUNICATIE OVER DE EURO

Op 15 maart 2010 heeft het nationale omschakelingscomité zijn goedkeuring gehecht aan de definitieve versie van de communicatiestrategie voor de invoering van de euro in Estland. Daarin zijn de richtsnoeren vastgelegd voor de voorlichtingscampagne over de invoering van de euro. Met de strategie werden de volgende kwantitatieve doelstellingen nagestreefd: 90% van alle inwoners goed over alle praktische aspecten van de euro-omschakeling voorlichten en ervoor zorgen dat 65% achter de invoering van de eenheidsmunt staat.

De Estlandse autoriteiten hadden de start van het merendeel van de grootscheepse voorlichtingsacties gepland na 13 juli 2010, de datum waarop het officiële Ecofin-besluit zou worden genomen. Uitzonderingen waren een eurowebsite en een aantal presentaties en perscontacten. De activiteiten intensiveerden na de zomer, toen de Estlandse autoriteiten overgingen tot de snelle uitvoering van de voorlichtingsplannen. Deze plannen omvatten onder meer een evenwichtige mix van, enerzijds, directe contacten met de inwoners (bv. direct mail, seminars, tentoonstellingen enz.) en, anderzijds, benutting van massamedia-instrumenten (drukwerk en radio- en televisieboodschappen), alsook het belichten van de praktische aspecten van de nakende omschakeling. De Estlandse autoriteiten hebben gehoor gegeven aan het advies van de Commissie om bijzondere aandacht aan kwetsbare groepen, minderheden en het bedrijfsleven te schenken. De voor de voorlichting over de omschakeling vastgestelde kwantitatieve doelstelling werd reeds ver voor de eigenlijke omschakelingsdatum bereikt. De kwantitatieve doelstelling met betrekking tot de steun voor de euro-omschakeling in Estland werd in januari 2011 gerealiseerd. De Estlandse autoriteiten hebben nauw met de EU-instellingen samengewerkt. Zij hadden in 2005 een partnerschapsovereenkomst met de Europese Commissie ondertekend met de bedoeling de onderlinge samenwerking te intensiveren en te stroomlijnen. Deze overeenkomst is meermaals verlengd en zal eind 2011 definitief aflopen.

Zodra er sprake was van het voornemen om de euro in te voeren, heeft de Commissie haar deskundigheid ten dienste gesteld van de Estlandse autoriteiten. Via een subsidieovereenkomst die op 13 juli 2010 tussen de Commissie en het ministerie van Financiën van Estland is gesloten, heeft de Europese Commissie maximaal 50% van de subsidiabele kosten op het gebied van salariëring van communicatiedeskundigen, massamediacampagnes, nationale opiniepeilingen, seminars, opleidingen en voorlichtingsmateriaal voor huishoudens voor haar rekening genomen. De Commissie heeft ook een reizende tentoonstelling over de euro gefinancierd, die vier belangrijke Estlandse steden heeft aangedaan (Tallinn, Narva, Tartu en Rakvere). De tentoonstelling lokte ruim 65 000 bezoekers in de vier locaties. De Commissie heeft ook studiebijeenkomsten voor journalisten georganiseerd en voor gedrukte publicaties gezorgd.

De Europese Centrale Bank heeft de nationale voorlichtingscampagne ondersteund met publicaties, tentoonstellingen en andere "public relations"-manifestaties, alsook door het bieden van aanzienlijke bijstand voor de massamediacampagne.

De voorlichtingscampagne in Estland heeft bijgedragen tot een soepele omschakeling naar de euro. Hoewel de campagne nogal laat van start is gegaan, zijn alle belangrijke praktische aspecten van de invoering van de euro toch tijdig behandeld. Er is bijzondere aandacht besteed aan het bedrijfsleven, minderheden en kwetsbare groepen. De Estlandse autoriteiten wordt aangeraden te overwegen de percepties inzake met de euro samenhangende aspecten te blijven monitoren, en indien nodig op de waargenomen ontwikkelingen te reageren met het ontplooien van voorlichtingsactiviteiten.

[1] Besluit 2010/416/EU van de Raad van 13 juli 2010 overeenkomstig artikel 140, lid 2, van het Verdrag betreffende de aanneming van de euro door Estland op 1 januari 2011, PB L 196 van 28.7.2010, blz. 24.

[2] Ook Slowakije en Slovenië hebben voor een twee weken durende periode van dubbele omloop geopteerd; in Malta en Cyprus duurde de periode van dubbele omloop een maand. De eerste golf lidstaten heeft de euro ingevoerd volgens het "scenario van Madrid", dat voorzag in een overgangsperiode van drie jaar (één jaar voor Griekenland).

[3] Flash Eurobarometer 309, in januari 2011 uitgevoerd veldwerk, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/flash_arch_en.htm.

[4] Er waren twee soorten kits, één met een waarde van 111 euro (8 muntrollen) en één van 198 euro (15 muntrollen).

[5] Richtsnoer ECB/2008/4 van de Europese Centrale Bank van 19 juni 2008 tot wijziging van Richtsnoer ECB/2006/9 inzake bepaalde voorbereidingen voor de omschakeling naar de chartale euro en inzake bevoorrading vooraf en verdere bevoorrading vooraf met eurobankbiljetten en -muntstukken buiten het eurogebied.

[6] Om praktische redenen was het soms verplicht van tevoren te waarschuwen bij de omwisseling van grote geldbedragen.

[7] De minikits werden met een kleine korting verkocht: 200 kroon in plaats van 200,12 kroon.

[8] Flash Eurobarometer 308 van 30 december 2010, te vinden op: http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/flash_arch_en.htm.

[9] Flash Eurobarometer 309, te vinden op: http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/flash_arch_en.htm.

[10] Het overeenkomstige percentage bedroeg 90% in Slowakije, 88% in Cyprus, 85% in Malta en 96% in Slovenië.

[11] Volgens de enquête waarnaar hierboven is verwezen, betaalde circa ¾ van de klanten met contant geld en ¼ met betaalkaarten.

[12] Flash Eurobarometer 309.

[13] Een vergelijkbare regeling bestreek ongeveer 7 600 zaken in Cyprus, zo'n 7 900 zaken in Malta en circa 20 000 verkooppunten in Slowakije.

[14] Aanbeveling van de Commissie over maatregelen ter vergemakkelijking van toekomstige omschakelingen naar de euro, PB L 23 van 26.1.2008, blz. 30. Met de verplichte dubbele prijsaanduiding dient echter pas vanaf de aanneming door de Raad van de onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers te worden begonnen en niet eerder.

[15] Flash Eurobarometerpeiling 309.