/* COM/2011/0031 def. */ MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Energie uit hernieuwbare bronnen - Voortgang naar de 2020-doelstelling
[pic] | EUROPESE COMMISSIE | Brussel, 31.1.2011 COM(2011) 31 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Energie uit hernieuwbare bronnen - Voortgang naar de 2020-doelstelling SEC(2011) 129 definitiefSEC(2011) 130 definitiefSEC(2011) 131 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Energie uit hernieuwbare bronnen - Voortgang naar de 2020-doelstelling INLEIDING Energie uit hernieuwbare bronnen is van vitaal belang om een koolstofarme economie tot stand te brengen. Hernieuwbare energie is ook een belangrijk onderdeel van de energiestrategie van de EU. De Europese industrie loopt aan kop bij de ontwikkeling van hernieuwbare energietechnologie wereldwijd, verschaft werk aan 1,5 miljoen mensen en kan tegen 2020 nog eens voor werkgelegenheid zorgen voor 3 miljoen mensen[1]. Bevordering van hernieuwbare energie houdt ook in dat hoofdzakelijk inheemse energiebronnen verder worden ontwikkeld. Het EU-beleid inzake hernieuwbare energie is relatief jong en is van start gegaan met de goedkeuring van het Witboek van 1997. De aanzet werd gegeven door de noodzaak de energiesector koolstofarmer te maken en een oplossing te vinden voor de toenemende afhankelijkheid van uit politiek labiele regio's buiten de EU ingevoerde fossiele brandstoffen. In een eerste periode werd energie uit hernieuwbare bronnen bevorderd door indicatieve doelstellingen voor de elektriciteits- en vervoerssector vast te leggen, maar sedertdien is het zwaartepunt verschoven naar de vaststelling van juridisch bindende doelstellingen die geschraagd worden door een allesomvattend rechtskader en meer recent door een heroriëntering van het Europees beleid inzake energie-infrastructuur dat de groei van energie uit hernieuwbare bronnen vergemakkelijkt. De nieuwe richtlijn inzake hernieuwbare energie verschaft een stevig en stabiel regelgevingskader voor de ontwikkeling van energie uit hernieuwbare bronnen in Europa. Met de omzetting van de richtlijn door alle lidstaten vóór de vastgestelde datum van 5 december 2010 en de goedkeuring van nationale actieplannen voor energie uit hernieuwbare bronnen is de fundering gelegd voor een doortastend EU-optreden op het gebied van hernieuwbare energie. De energiestrategie van de Commissie voor 2020[2] laat zien hoe de ontwikkeling van de hernieuwbare-energiesector wordt geschraagd door het EU-beleid voor infrastructuur en innovatie. Dit zorgt er namelijk voor dat energie uit hernieuwbare bronnen en de desbetreffende technologieën zo snel mogelijk concurrerend worden waardoor de groei van bedoelde energie wordt ondersteund en onze doelstellingen kunnen worden verwezenlijkt. Omdat deze sector echter nog in opkomst is, moeten de komende jaren belangrijke uitdagingen worden aangepakt en moet een oplossing worden gevonden voor het financieringsaspect. In deze mededeling wordt een overzicht gegeven van de hernieuwbare-energiesector in Europa en van de vooruitzichten ervan voor 2020 en wordt gezocht naar een oplossing voor de uitdagingen die de ontwikkeling van de sector met zich meebrengt. De achtergrondanalyse, waarop deze mededeling is gebaseerd, wordt gegeven in drie verslagen die een overzicht geven van de Europese en nationale financiering voor hernieuwbare energie, de recente vooruitgang bij de ontwikkeling van die energie en het gebruik van biobrandstoffen en andere duurzame energievormen op vervoersgebied, alsmede de werking van de massabalansverificatiemethode voor de beoordeling van de duurzaamheid van biobrandstoffen en vloeibare biomassa. Met deze vier documenten voldoet de Commissie aan de rapporteringseisen van de relevante EU-wetgeving[3]. DE 20%-DOELSTELLING BEREIKEN Tot 2008 bestond er alleen een onsamenhangend juridisch kader van niet-bindende doelstellingen. In de richtlijn "hernieuwbare elektriciteit"[4] en de richtlijn "biobrandstoffen"[5] waren nationale indicatieve streefcijfers opgenomen die ervoor moesten zorgen dat tegen 2010 21% van de elektriciteitsproductie in de EU afkomstig zou zijn uit hernieuwbare bronnen[6] en dat in de vervoersector 5,75% van de benzine en diesel vervangen zou zijn door hernieuwbare energie. Uit het overzicht in het als bijlage opgenomen voortgangsverslag blijkt dat geen van deze doelstellingen waarschijnlijk wordt verwezenlijkt, hoewel het aandeel van energie uit hernieuwbare bronnen in beide sectoren een voortdurend stijging laat zien, zoals blijkt uit onderstaande grafiek: Sectorale en algemene groei van hernieuwbare energie in de EU[7] [pic] Slechts enkele lidstaten, namelijk Denemarken, Duitsland, Hongarije, Ierland, Litouwen, Polen en Portugal verwachten hun doelstellingen voor 2010 inzake hernieuwbare energie bij elektriciteitsproductie te kunnen verwezenlijken. Op vervoersgebied zullen naar verwachting alleen Duitsland, Finland, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Spanje en Zweden hun doelstellingen voor energie uit hernieuwbare bronnen bereiken. De ontoereikende vooruitgang bij het bereiken van de doelstellingen en de noodzaak duurzame energie in alle lidstaten en niet slechts in een beperkt aantal te ontwikkelen, gaven de aanzet voor een andere beleidskoers die gemarkeerd werd door de goedkeuring van de richtlijn hernieuwbare energie in 2009[8]. De nieuwe richtlijn heeft betrekking op het totale energieverbruik, met inbegrip van verwarming en koeling, en stelt in plaats van indicatieve doelstellingen juridisch bindende nationale doelstellingen vast, teneinde het aandeel van duurzame energie van de EU tegen 2010 te verhogen tot 20%. Tevens bevat de richtlijn aanzienlijk strengere bepalingen om de ontwikkeling van duurzame energie te vergemakkelijken, zoals de verplichting voor lidstaten om een nationaal actieplan voor energie uit hernieuwbare bronnen voor te bereiden, hun planningsregelingen te hervormen en hun elektriciteitsnetten verder te ontwikkelen. De noodzaak de planningsregelingen te verbeteren (waarbij het voorzorgsbeginsel in acht wordt genomen en de milieueffecten worden beperkt) kwam ook aan bod in de mededeling van de Commissie over prioriteiten op het gebied van infrastructuur. Zowel voor infrastructuur voor energie uit hernieuwbare bronnen als voor de energie-infrastructuur in het algemeen moeten echter nog grote inspanningen worden gedaan. Uit de evaluatie van de plannen van de lidstaten blijkt dat de nieuwe aanpak vruchten begint af te werpen. Een allesomvattend en bindend regelgevingskader blijkt een katalyserende werking te hebben voor de verdere ontwikkeling van duurzame energie met het oog op de verwezenlijking van de ambitieuze doelstellingen die de EU zich heeft gesteld[9]. Dankzij de recente hoge groeipercentages vertegenwoordigde duurzame energie in 2009 62% van de investeringen in energieproductie. ….hogere groeipercentages…. De prognoses van de lidstaten lijken uit te wijzen dat duurzame energie in de periode tot 2020 in een sneller tempo zal groeien dan in het verleden het geval was. Bijna de helft van de lidstaten (Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Litouwen, Malta, Nederland, Oostenrijk, Slovenië, Spanje, Tsjechië en Zweden) zijn van plan hun eigen doelstellingen te overtreffen en het overschot ter beschikking te stellen aan andere lidstaten. In twee lidstaten (Italië en Luxemburg) zal een klein deel van de energie uit hernieuwbare bronnen dat nodig is om hun doelstelling te verwezenlijk, worden betrokken uit "invoer", in de vorm van statistische overdrachten uit lidstaten met een overschot of uit derde landen (zie in dat verband de voortgangsverslagen in bijlage). Als al deze productieprognoses ook daadwerkelijk worden gerealiseerd, zal het totale aandeel van energie uit hernieuwbare bronnen in de EU het 20%-streefcijfer voor 2020 overtreffen. De plannen verschaffen voorts belangrijke informatie met betrekking tot de energie-efficiëntie. Het EU-energieverbruik in 2020 zal naar verwachting slechts 95% bedragen van dat in 2005. Ramingen omtrent het nationale energieverbruik lopen uiteen van stijgingen ten opzichte van 2005 van meer dan 20% in Cyprus, Litouwen en Malta tot dalingen van 14% in Duitsland en 9% in het VK. Tezamen verwachten de lidstaten hun totale verbruik van energie uit hernieuwbare bronnen meer dan te verdubbelen van 103 Mtoe in 2005 tot 217 Mtoe in 2020 (bruto-eindverbruik van energie). De elektriciteitssector zal waarschijnlijk 45% van deze stijging voor zijn rekening nemen, verwarming 37% en vervoer 18%. De prognoses inzake de ontwikkeling van deze 3 sectoren in de EU worden geïllustreerd in onderstaande grafieken[10]. Na biomassa, vertegenwoordigt wind 27% van de verwachte stijging in het energieverbruik uit hernieuwbare bronnen (tweederde onshore, één derde offshore), hetgeen zal leiden tot meer vraag bij de Europese producenten van windturbines en aanverwante industrieën. Ook de zonne-energiesector zal groei vertonen, met name de fotovoltaïsche branche. Bij andere technologieën die momenteel kleine volumes produceren, zal rekening moeten worden gehouden met nog grotere groeipercentages. De Europese industrie moet kunnen inspelen op deze stijgende vraag. [pic] ….meer elektriciteit…. Volgens de plannen van de lidstaten zou energie uit hernieuwbare bronnen rond 2020 37% van het energieaanbod moeten vertegenwoordigen. De verwachte toename van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen heeft echter bepaalde consequenties. In de eerste plaats is het duidelijk dat meer vaart moet worden gezet achter de modernisering van het elektriciteitsnet. In de mededeling inzake energie-infrastructuur wordt benadrukt dat dringend maatregelen moeten worden genomen om het net voor te bereiden op de integratie van belangrijke hoeveelheden op hernieuwbare wijze geproduceerde elektriciteit, waarbij de balancering van het net, een grotere flexibiliteit en een meer verspreide productie worden vergemakkelijkt. Elektriciteitssystemen moeten onderling meer met elkaar worden verbonden en flexibeler worden, de bestaande infrastructuur moet worden versterkt en nieuwe infrastructuur moet worden aangelegd, waaronder ook slimme netwerken[11]. Eén van de grootste uitdagingen met betrekking tot de netwerkinfrastructuur is de aansluiting van het offshore potentieel, hoofdzakelijk windenergie in de noordelijke wateren van Europa en de verdere ontwikkeling van het netwerk zowel off- als onshore. In de energiestrategie voor 2020 werd onderstreept hoe de stijging van op hernieuwbare wijze geproduceerde elektriciteit ook gevolgen heeft voor de elektriciteitsmarkt als geheel. Meervoudige, flexibele, gedecentraliseerde vormen van elektriciteitsproductie vergen andere regels voor het net en de marktstructuur dan een systeem met traditionele grote, centrale elektriciteitscentrales. Bij de marktintegratie van hernieuwbare energie moet er idealiter voor worden gezorgd dat bronnen daar worden ontwikkeld waar het uit economisch en milieuoogpunt het meest zinvol is. Factoren als de afstand van verbruikerscentra, de relevante netwerkbehoeften en vragen die samenhangen met de publieke aanvaarding en het scheppen van werkgelegenheid spelen vanzelfsprekend ook een rol die niet kan worden genegeerd. Hoe dan ook, steunregelingen moeten in de loop der tijd zodanig worden aangepast dat de beste praktijken worden gebruikt en onnodige verstoringen van de markt en buitensporige kosten worden vermeden. ….verwarming en koeling …. In onderstaande grafiek wordt een beeld geschetst van de groei die de komende tien jaar wordt verwacht in de verwarmings- en koelingsector. Biomassa zal de voornaamste technologie blijven; 50% van de groei tot 2020 is het resultaat van uit deze bron geproduceerde energie (de helft komt voor rekening van de sector verwarming, een derde van vervoer en de rest van elektriciteit). [pic] In het verleden was er slechts een bescheiden marktontwikkeling te bespeuren in de verwarmingsector omdat de meeste lidstaten niet beschikten over een adequaat ondersteunend kader. Dat zal de komende jaren echter ingrijpend veranderen aangezien de verwarmings- en koelingsector nu is opgenomen in de nieuwe EU-kaderregeling voor energie uit hernieuwbare bronnen. De lidstaten zijn al bezig met het plannen van hervormingen van hun subsidies, terugleveringstarieven of andere instrumenten in de verwarmingssector. Dat betekent dat rekening moet worden gehouden met de ontwikkeling van en investeringen in de Europese pelletindustrie en boilertechnologie op basis van biomassa, de technologie voor energiecentrales waar biobrandstoffen worden bijgestookt en de veredeling van biobrandstoffen. …en vervoer …. De plannen laten tevens zien hoe de lidstaten hun doelstelling van 10% hernieuwbare energie in de vervoerssector denken te verwezenlijken. Biobrandstoffen van de eerste generatie zullen de voornaamste energiebron vormen voor de periode tot 2020. In Europa gelden de meest stringente criteria ter wereld voor de duurzaamheid van biobrandstoffen en de Commissie heeft in juni 2010 richtsnoeren verstrekt voor de toepassing ervan[12]. In het desbetreffende verslag in bijlage is een evaluatie opgenomen van de werking van de verificatiemethode met betrekking tot de naleving van de duurzaamheidseisen (het zogenaamde "massabalanssysteem")[13]. Verwacht wordt dat biobrandstoffen van de tweede generatie en elektrische voertuigen tot 2020 slechts een geringe bijdrage zullen leveren. [pic] Bron: Analyse van de Commissie gebaseerd op nationale actieplannen voor energie uit hernieuwbare bronnen. Om de 2020-doelstellingen op een efficiënte manier te kunnen verwezenlijken, zowel uit economisch oogpunt als wat de hulpbronnen betreft, en het pad te effenen om in de jaren daarna een veel groter aandeel van energie uit hernieuwbare bronnen te bereiken, moet de EU blijven investeren in onderzoek naar geavanceerde hernieuwbare-energietechnologieën en zich blijven inspannen om de kosten omlaag te brengen van offshore-windenergie, fotovoltaïsche energie, elektrische auto's en biobrandstoffen van de tweede generatie. Win-win oplossingen om duurzame energieprojecten te ontwikkelen die bredere milieuvoordelen met zich brengen, zullen worden bevorderd door onderzoeksprogramma's zoals het SET-plan[14]. De grootschalige invoering en uitrol van bestaande technologieën om de EU-doelstellingen voor 2020 te bereiken en de ontwikkeling en invoering van geavanceerde technologieën voor een koolstofvrije energiesector zullen een belangrijke inspanning en aanzienlijke investeringen vergen. Het is daarom van wezenlijk belang dat er een stabiel en voorspelbaar klimaat is voor de financiering van hernieuwbare energie. Afgezien van de technologische en regelgevingsaspecten moeten de lidstaten, regio's en steden zich bovendien meer inspanningen getroosten om hun competentie, kennis en capaciteit te verbeteren, met name binnen de relevante administraties en instanties (zoals via het EU-Convenant van burgemeesters), om erop toe te zien dat met een adequaat beheer wordt ingestaan voor efficiënte investeringsprogramma's en projecten op het gebied van hernieuwbare energie. DE INVESTERINGSKLOOF OVERBRUGGEN: BETERE EN MEER GEÏNTEGREERDE FINANCIERING VAN HERNIEUWBARE ENERGIE In de mededeling van de Commissie over prioriteiten op het gebied van infrastructuur kwam naar voren dat tussen nu en 2020 Europese investeringen ten belope van meer dan duizend miljard euro nodig zijn om de EU-doelstellingen op energiegebied te bereiken. Ongeveer de helft hiervan is nodig om elektriciteitsopwekkingscapaciteit te vervangen of te investeren in nieuwe capaciteit. Zoals vastgesteld in de nieuwe EU-energiestrategie[15] moet voorrang worden verleend aan investeringen in elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, waarmee niveaus moeten worden bereikt die hoger liggen dan de 62% van alle nieuwe opwekkingscapaciteit in 2009. Verdere in opdracht van de Commissie uitgevoerde analyses wijzen uit dat de jaarlijkse kapitaalinvesteringen in energie uit hernieuwbare bronnen momenteel gemiddeld 35 miljard euro bedragen maar dat dit snel moet worden verdubbeld tot 70 miljard euro teneinde onze doelstellingen te bereiken[16]. Dergelijke investeringen moeten, net als nu, hoofdzakelijk gefinancierd worden door de privésector en dus uiteindelijk door de energieconsument. De voordelen die het aanmoedigen van de productie van energie uit hernieuwbare bronnen oplevert, werden algemeen erkend toen de financiële crisis van 2009 zich wereldwijd deed gevoelen en in de Verenigde Staten, China en de EU[17] "clean tech"-stimuleringsmaatregelen werden uitgevoerd waar miljarden mee gemoeid waren. De groei van deze sector in de VS en in China en ander Aziatische landen laat zien dat deze sector overal ter wereld wordt beschouwd als een sector van cruciaal belang voor de toekomst om innovatie mogelijk te maken en energiezekerheid en een koolstofarme economie tot stand te brengen. Zoals opgemerkt in de nieuwe EU-energiestrategie[18] staat Europa voor de uitdaging om in deze sector een vooraanstaande rol te blijven spelen en te zorgen voor groei op een tijdstip waarop regeringen tegelijkertijd moeten snoeien in hun uitgaven. Klimaatbeleidsmaatregelen waarin een prijs voor de uitstoot van koolstof wordt vastgelegd, zoals de EU-regeling voor de handel in emissierechten om de broeikasgassen tegen 2020 terug te brengen met 20% vergeleken met 1990, zijn belangrijke stimuli om hernieuwbare energie te bevorderen. Daarnaast kan ook worden gewerkt aan het stroomlijnen van ingewikkelde vergunnings- en planningsprocedures en het opruimen van andere, niet met de kosten te maken hebbende belemmeringen die de groei van hernieuwbare energie in de weg staan. Alleen al door planningsregelingen sneller en transparanter te maken en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de bestaande milieuwetgeving in acht wordt genomen, kan de invoering van energie uit hernieuwbare bronnen worden verbeterd[19]. Ook door ervoor te zorgen dat installateurs over kwalificaties beschikken en de consument meer informatie wordt verstrekt kan de invoering van energie uit hernieuwbare bronnen worden verbeterd[20]. In deze tijden van grote fiscale beperkingen kunnen ook andere maatregelen worden genomen om te garanderen dat de middelen voor hernieuwbare energie op een kosteneffectieve wijze worden besteed. Doelmatige selectie en coördinatie van financieringsinstrumenten op nationaal en EU-niveau is in dit verband van wezenlijk belang. De keuze van het financieringsinstrument om de ontwikkeling van hernieuwbare energie te ondersteunen hangt af van de stand van de technologie en de projectontwikkeling[21]. Instrumenten die kunnen worden ingezet zijn onder meer subsidies, leningen en kredietgaranties, kapitaalfondsen, tariefregelingen voor levering aan het net, premies, quota-/certificaatregelingen, fiscale stimuli en aanbestedingen. Al deze instrumenten kunnen, wanneer de omstandigheden zich daartoe lenen, een rol spelen zonder dat vrije mededinging op de markt wordt aangetast. Zij dragen ertoe bij diverse projectrisico’s (technologisch, bij de bouw en wat de regelgeving betreft) te beperken en hangen met name af van de maturiteit van een project of technologie. O&O-financiering bestaat bijvoorbeeld van oudsher uit subsidies voor een belangrijk deel van de kapitaalkosten van een project, omdat deze als gevolg van de kosten van en de onzekerheid rondom de technologie te veel risico’s inhouden voor de privésector alleen. Ook wanneer een technologie meer ingeburgerd is, kunnen subsidies nuttig blijven om demonstratieprojecten te financieren, waarna, wanneer de technologie gerijpt is, kan worden overgestapt naar het gebruik van durfkapitaal met hoog risico. Resultaten zijn al zichtbaar: de kosten van windproductie zijn in de 9 jaar die 2006 voorafgingen met 20% gedaald en die van fotovoltaïsche energie met 57%[22]. Voor windenergie resulteren de lage werkingskosten steeds meer in een daling van de marktprijzen (het zogenaamde "merit order effect"). Dit houdt kostenbesparingen in voor alle elektriciteitsconsumenten en kan de extra kosten van steunregelingen in grote mate compenseren. Wanneer een technologie eenmaal inzetbaar maar nog niet concurrerend is, verschuift de ondersteuning doorgaans van kapitaalsteun naar operationele steun . Ook op dit gebied is afhankelijk van de omstandigheden een aaneensluitende reeks instrumenten beschikbaar. Ongeacht het instrument is het van belang dat de hoogte van de steun op voorspelbare en transparante wijze kan worden aangepast om te voorkomen dat een "stop and go"-beleid wordt gevoerd of dat de criteria door de beleidsvormers met terugwerkende kracht worden gewijzigd (zoals onlangs het geval was op bepaalde markten voor fotovoltaïsche energie). Ook is het belangrijk dat er aanpassingen mogelijk zijn om rekening te houden met de dalende productiekosten van hernieuwbare energie zodat buitensporige rendementen kunnen worden voorkomen. Tevens moet worden opgemerkt dat operationele steun over het algemeen eerder door de energieconsument wordt gefinancierd dan door de belastingbetaler. De kosten om onze energiesector te ontwikkelen hangen af van zeer uiteenlopende factoren, met inbegrip van technologiekosten, olie- en gasprijzen, technologische vooruitgang, net- en transportkosten en administratieve belemmeringen. Als gevolg van de nog steeds versnipperde Europese interne energiemarkt, de traditionele infrastructuur en het feit dat fossiele brandstoffen nog steeds vier keer meer subsidies ontvangen[23], is energie uit hernieuwbare bronnen echter nog steeds duurder dan energie uit traditionele bronnen. Dit is jammer en er zouden meer inspanningen moeten worden gedaan om stimulerende maatregelen te nemen die het de lidstaten mogelijk maken hun doelstellingen op het gebied van energie uit hernieuwbare bronnen te verwezenlijken. Zolang niet aan dergelijke marktvoorwaarden wordt voldaan en de belemmeringen niet uit de weg worden geruimd, zal meer voor hernieuwbare energie vereist zijn. Het is duidelijk dat financiële steun voor hernieuwbare energie alleen kan worden afgebouwd wanneer de kosten van energie uit hernieuwbare bronnen verder zijn gedaald, markttekortkomingen zijn verholpen en er een klimaat van vrije mededinging bestaat . ….steunregelingen van de lidstaten …. Hoewel ook de EU enige steun verleent, komt het merendeel van de steun voor hernieuwbare energie van de lidstaten. De tabel laat zien hoe de lidstaten verschillende instrumenten hanteren om financiële steun te verlenen. Het gebruik van uiteenlopende instrumenten blijkt de aangewezen manier te zijn om rekening te houden met de verschillende stadia van de verschillende technologieën, wat maturiteit, gebruikers en markten betreft. De keuze van instrumenten moet duidelijk omkaderd worden om verwarring en negatieve gevolgen voor investeerders te voorkomen. In alle sectoren, maar met name in de elektriciteitssector zijn instrumenten gewijzigd en aangepast om rekening te houden met gewijzigde omstandigheden. Zo werden de tarieven verlaagd naar aanleiding van een daling van de productiekosten. Technologieën worden naar gelang hun ontwikkeling geïntegreerd in quota- of tariefondersteuningsregelingen. Nu de technologische risico's verlaagd zijn, krijgen de producenten te maken met grotere risico's op het gebied van marktprijzen (en marktintegratie) omdat de steun niet langer wordt verleend in de vorm van terugleveringstarieven maar in de vorm van premies. Om "stop-start"-onderbrekingen te voorkomen nu de overheidsmiddelen meer worden beknot, is het van wezenlijk belang dat dergelijke kosten niet voor rekening komen van de schatkist (de belastingbetaler), maar voor rekening van de energieverbruiker (voor meer details zie het werkdocument van de Commissiediensten). Gebruik door de lidstaten van verschillende instrumenten voor elektriciteit, verwarming en vervoer (biobrandstoffen). | |AT |BE |BG |CY |CZ |DE |DK |EE |ES |FI |FR |GR |HU |IE |IT |LT |LU |LV |MT |NL |PL |PT |RO |SE |SI |SK |UK | |Elektriciteit |Terugleveringstarieven | x |x |x |x |x |x | |x |x | |x |x |x |x |x |x |x |x |x | | |x | | |x |x |x | | |Premies | | | | |x | |x |x |x | | | | | | | | | | |x | | | | |x | | | | |Quotumverplichting | |x | | | | | | | | | | | | |x | | | | | |x | |x |x | | |x | | |Investeringssubsidies | |x | |x | x | | | | |x | |x |x | | |x |x |x |x | | | | | | | | | | |Belastingvrijstellingen | |x | | | | | | |x |x | |x | | | | | |x | |x |x | | |x | |x |x | | |Fiscale stimuli | | |x | | |x | |x | | | | | | | | | | |x |x |x | | | |x | | | |Verwarming |Investeringssubsidies | x |x |x |x |x |x | |x | |x |x |x |x |x | |x |x |x |x |x |x |x | |x |x |x |x | | |Belastingvrijstellingen | x |x | | | | |x | | | |x |x | | |x |x | | | |x | | | |x | | |x | | |Financiële stimuli | | |x | | |x | |x | | |x | | | | | | | | | | |x | | | | | | |Vervoer |Quotumverplichting | x | |x |x |x |x |x | |x |x |x | | |x | |x |x |x | |x |x |x |x | |x |x |x | | |Belastingvrijstellingen | x |x | |x |x |x |x |x |x | |x |x |x |x |x |x |x |x |x | |x |x |x |x |x |x |x | | Een verder element van hervorming in een aantal lidstaten was de ontwikkeling van privéfinancieringsmechanismen die niet alleen kapitaal aantrekken maar ook de plaatselijke aanvaarding van hernieuwbare energieprojecten verhogen (zodat andere belemmeringen zoals bouwvergunningen, kunnen worden overwonnen). Als voornaamste instrument wordt hierbij het "lokaal eigendom" gebruikt, waarbij plaatselijke gemeenschappen een financieel aandeel kunnen nemen in de investeringen van een project in ruil voor goedkopere elektriciteit of een aandeel in de winst[24]. De ontwikkeling van plaatselijke partnerschappen tussen de overheid en de particuliere sector kan ook een doeltreffend middel zijn om de kosten van projecten omlaag te brengen en bredere publieke aanvaarding te bereiken en tegelijkertijd een bijdrage te leveren aan de plaatselijke en regionale sociaaleconomische ontwikkeling. Dergelijke hervormingen werken goed wanneer zij door de investeerders gepland en ingecalculeerd zijn overeenkomstig een duidelijke overheidsstrategie. Plotse veranderingen zijn storend en ondermijnen elke strategie voor investeringen in energie uit hernieuwbare bronnen. Ze moeten vermeden worden omdat ze het vertrouwen van investeerders en de inspanningen om de streefcijfers te bereiken ondermijnen. Met name moet worden vermeden dat steunregelingen met terugwerkende kracht worden gewijzigd omdat dit een negatief effect heeft op het vertrouwen van investeerders. De Commissie heeft reeds haar bezorgdheid geuit over recente ontwikkelingen in bepaalde lidstaten in dit verband en zal deze kwestie nauwlettend blijven volgen om eventueel verdere maatregelen te overwegen op EU-niveau. ….samenwerkingsmechanismen …. Deze wijzigingen verhogen de efficiëntie van de instrumenten maar er moet nog meer gebeuren. De meeste lidstaten zijn zich blijven concentreren op nationale hulpbronnen om hun doelstellingen voor 2020 op eigen kracht te verwezenlijken. Ze hebben niet getracht de kosten te verlagen door goedkopere hulpbronnen te ontwikkelen in andere delen van de interne markt. Volgens ramingen in de in opdracht van de Commissie uitgevoerde analyse[25] zou jaarlijks tot 10 miljard euro kunnen worden bespaard wanneer de lidstaten energie uit hernieuwbare bronnen zouden beschouwen als een hulpbron binnen de Europese interne markt en niet als een hulpbron binnen de nationale markt. De verschuiving naar marktintegratie, met name de ontwikkeling van de terugleveringstarieven, is derhalve te traag en te gefragmenteerd en moet worden versterkt. Zoals in de EU-energiestrategie wordt opgemerkt, is meer convergentie bij de nationale steunregelingen nodig om de handel te vergemakkelijken en moet een verschuiving plaatsvinden naar een meer pan-Europese aanpak van de ontwikkeling van hernieuwbare energie[26]. Ook in het verleden is al herhaaldelijk opgeroepen tot meer convergentie en werd de noodzaak onderstreept om aanpassingen uit te voeren aan met name een Europese elektriciteitsmarkt, waar meer dan een derde van de energie zal worden betrokken uit hernieuwbare bronnen. In sommige situaties, zoals de ontwikkeling van offshore-windenergie, is de noodzaak van een geïntegreerde strategie zeer actueel. De desbetreffende lidstaten en de Commissie zijn in dit geval tot actie overgegaan en hebben net het memorandum van overeenstemming ondertekend van het North Seas Countries Offshore Grid Initiative (offshore-netwerkinitiatief van de landen aan de Noordzee). De Commissie zal deze ontwikkeling op de voet volgen en zal in 2012 verslag uitbrengen over de ontwikkelingen bij offshore-windenergie en het net. De Commissie onderzoekt tevens de parameters voor de invoer van hernieuwbare energie uit het zuidelijke Middellandse-Zeegebied dankzij initiatieven zoals Desertec en het Solar Mediterranean Plan. Na deze prioriteit dient een EU-strategie op middellange tot lange termijn te worden uitgestippeld om de energiesector meer kosteneffectief te laten functioneren. Een eerste stap in de richting van integratie van energie uit hernieuwbare bronnen is de ontwikkeling van de nieuwe samenwerkingsmechanismen die bij de richtlijn tot stand zijn gebracht. De samenwerkingsmechanismen van de richtlijn hernieuwbare energie In de richtlijn hernieuwbare energie zijn "samenwerkingsmechanismen" vastgesteld met behulp waarvan de lidstaten de handen ineen kunnen slaan om energie uit hernieuwbare bronnen te ontwikkelen. Het gaat hierbij om: - "statistische overdracht" waarbij een lidstaat een overschot aan energie uit hernieuwbare bronnen statistisch kan "verkopen" aan een andere lidstaat waar de productie van energie uit hernieuwbare bronnen misschien te duur is. De ene lidstaat krijgt geld binnen om ten minste de kosten te dekken van de ontwikkeling van de energie en de andere kan tegen geringe kosten een bijdrage leveren aan de doelstelling; - "gemeenschappelijke projecten" waarbij een project inzake energie uit hernieuwbare bronnen in een lidstaat gecofinancierd kan worden door een andere lidstaat en waarbij de productie statistisch tussen beide wordt gedeeld. Ook hier is er winst voor beide partijen en kunnen dankzij deze samenwerking kosten worden bespaard. Gemeenschappelijke projecten kunnen ook worden uitgevoerd tussen een lidstaat en een derde land wanneer de geproduceerde energie in de EU wordt ingevoerd, bijv. uit Noord-Afrika; - "gemeenschappelijke steunregelingen" waarbij twee of meer lidstaten ermee instemmen hun steunregelingen voor de ontwikkeling van energie uit hernieuwbare bronnen geheel of gedeeltelijk te harmoniseren, duidelijk omschreven maatregelen te nemen om de energie in de interne markt te integreren en de productie te verdelen volgens een bepaalde regel, bijvoorbeeld overeenkomstig de herkomst van de financiële steun. Door gebruik te maken van dergelijke mechanismen zal een Europees, veeleer dan een nationaal gezichtspunt tot stand komen inzake de ontwikkeling van energie uit hernieuwbare bronnen, zodat Europa zijn doelstellingen van energie uit hernieuwbare bronnen op kosteneffectieve wijze kan bereiken. Handel, gemeenschappelijke projecten en gemeenschappelijke steunregelingen vormen bovendien een duidelijke stap in de richting van integratie van energie uit hernieuwbare bronnen binnen de Europese energiemarkt.. De lidstaten hebben de samenwerkingsmechanismen van de nieuwe richtlijn betreffende hernieuwbare energie opgezet en kunnen zo toezicht houden op de gezamenlijke ontwikkeling en cofinanciering van hernieuwbare energiebronnen en op de samenvoeging of harmonisering van hun steunregelingen. Wanneer op deze wijze gelijke voorwaarden geschapen worden binnen de interne energiemarkt en producenten van energie uit hernieuwbare bronnen op voet van gelijkheid met elkaar kunnen concurreren, zullen de lidstaten wellicht meer bereid zijn energie uit hernieuwbare bronnen met behulp van een pan-Europees aanpak te bevorderen en deze energievorm te benutten in die lidstaten waar dat haalbaar is en in economische zin het meest oplevert. De door de Commissie opgerichte fora en projecten om de lidstaten te helpen de samenwerkingsmechanismen te ontwikkelen[27] kunnen ook worden gebruikt om andere aspecten en hervormingen van nationale steunregelingen te sturen. Andere initiatieven zijn onder meer een gemeenschappelijk samenvoeging van technologieën ('technology banding'), de vaststelling van jaarlijkse evaluatiedatums, methoden/indexcijfers voor kostenberekeningen, een meer samenhangende omrekening van terugleveringstarieven naar terugleveringspremies naargelang technologieën rijper worden, en ten slotte lopende werkzaamheden voor de oprichting van regionale clusters voor gezamenlijke steunregelingen, zoals de onlangs overeengekomen regeling tussen Noorwegen en Zweden inzake groene certificaten. De mechanismen bieden ook ruimte voor steun ten behoeve van de ontwikkeling van hernieuwbare energieproductie in derde landen. Deze mechanismen kunnen derhalve de weg vrij maken voor echte vooruitgang bij het op elkaar afstemmen van Europese steunregelingen en zo zorgen voor meer coherentie op de interne markt. De Commissie zal de doelmatigheid van de werking van steunregelingen en samenwerkingsmechanismen toetsen in het licht van de in de richtlijn voor 2014 geplande evaluatie. Zij zal richtsnoeren voorbereiden voor meer geharmoniseerde hervormingen, de ontwikkeling vergemakkelijken van samenwerkingsmechanismen en het pad effenen voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie in het zuidelijke Middellandse-Zeegebied. Deze maatregelen zullen een platform verschaffen voor de uitwisseling van hervormingen die in de lidstaten worden doorgevoerd en helpen een subsidiewedloop te voorkomen. ….verwarmingssector …. In de verwarmingssector , zijn de investeringsbijdragen van de lidstaten vooral gericht op installaties in woningen van kleine thermische of fotovoltaïsche zonne-energieapparatuur. Omdat de kosten van micromodules de afgelopen jaren gedaald zijn, kunnen de lidstaten wellicht denken aan regelgeving in plaats van aan financiële oplossingen op het niveau van privéwoningen. Op grond van artikel 13, lid 4, van de richtlijn hernieuwbare energie moeten bouwverordeningen of moet de regelgeving minimumeisen inhouden voor het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen, met het oog op groei en belangrijke besparingen, en zulks veeleer via regelgeving dan door financiële middelen[28]. Gezien hun lokale aard, kan steun voor microverwarmingssystemen decentrale vormen van energie-opwekking exploiteren die de biomassa-, zonne- of geothermische energiebronnen van een lokale gemeenschap ontwikkelen. In de meeste landen wordt nu pas begonnen met het onderzoek naar de mogelijkheden van verwarming op grote schaal met behulp van hernieuwbare energiebronnen, deels omdat dit nu is opgenomen in de Europese regelgeving (de 20%-doelstelling). Zoals werd opgemerkt in de mededeling inzake infrastructuurprioriteiten26, moeten stadsverwarmingnetwerken prioritair worden aangemoedigd in alle grotere agglomeraties, wanneer lokale of regionale omstandigheden dit rechtvaardigen. De Commissie zal de ontwikkelingen in deze sector blijven volgen. Op EU-niveau wordt relatief weinig financiële steun verleend aan energie uit hernieuwbare bronnen, ondanks de sterke politieke steun, het beleid en het rechtskader. Voor de periode 2007-2009 werd ruwweg 9,8 miljard euro (3,26 miljard euro per jaar) uitgegeven aan energie uit hernieuwbare bronnen, waarvan het merendeel in de vorm van leningen van de Europese Investeringsbank. De EU-instrumenten die rechtstreeks door de Commissie worden gebruikt voor de financiering van hernieuwbare energieprojecten (het Europese economisch herstelpakket, OTO, het SET-plan), de instrumenten die gemeenschappelijk met de lidstaten worden beheerd (structuur- en cohesiefondsen) en de instrumenten die met andere instellingen worden beheerd (EBWO, EIB) zullen alle worden geëvalueerd in het licht van de komende planning van het volgende Europese financiële kader, dat de EU-uitgaven vanaf 2014 bestrijkt[29]. In dit opzicht moet de politieke verbintenis om de EU-energievoorziening meer te baseren op hernieuwbare energiebronnen, worden ondersteund door een adequate financiering. De Commissie zal met name nagaan of EU- en nationale fondsen kunnen worden gebruikt om kapitaal uit de privésector te mobiliseren voor energieprojecten van Europees belang op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau. Verdere inspanningen zijn nodig om de invoering van de samenwerkingsmechanismen van de richtlijn hernieuwbare energie te vergemakkelijken en zo de regionale samenwerking te verbeteren en een begin te maken met de geharmoniseerde hervorming van steunregelingen. Een belangrijke bron van financiële steun voor energie uit hernieuwbare bronnen op EU-niveau is het "NER 300"-programma dat werd opgezet in het kader van de richtlijn betreffende de handel in emissierechten (2003/87/EG). Deze steun is bestemd voor commerciële CCS-demonstratieprojecten (koolstofafvang en -opslag) en innovatieve projecten voor energie uit hernieuwbare bronnen op commerciële schaal en heeft tot doel ten minste 34 innovatieve hernieuwbare-energieprojecten in de EU te subsidiëren. Het programma zal ongeveer 4,5 miljard euro bijdragen (equivalent aan de bijdrage van het bedrijfsleven en de lidstaten)[30]. In november 2010 publiceerde de Commissie haar eerste uitnodiging tot het indienen van voorstellen in het kader van het NER300-programma[31] met betrekking tot 200 miljoen rechten. Voorts wil de Commissie een voorstel indienen om de richtlijn energiebelasting te herzien[32]. Voor de financiering van hernieuwbare energie van zowel de lidstaten als de Europese Unie is het duidelijk dat het bestaande kader moet worden verbeterd als de EU haar doelstellingen voor 2020 tegen de laagst mogelijke kosten wil verwezenlijken. CONCLUSIE De beperkte en gefragmenteerde groei van de Europese hernieuwbare energiesector in de periode van tien jaar tot 2008 was deels toe te schrijven aan het beknopte EU-regelgevingskader. De EU ziet nu in dat hernieuwbare energie de spil zal zijn van een eventuele koolstofarme energiesector in de toekomst en heeft een allesomvattend en degelijk ondersteunend rechtskader ingevoerd. Nu gaat het erom de overstap te maken van beleidsontwerp naar toepassing op nationaal niveau, met concrete maatregelen op het terrein. De tenuitvoerlegging van de richtlijn en de presentatie van plannen zijn bemoedigende tekenen van vooruitgang waarop moet worden voortgebouwd. In de huidige context van een fragiele macro-economisch situatie en fiscale consolidering, is het van belang de financiering van energie uit hernieuwbare bronnen te beschouwen als een groeibevorderende uitgave die in de toekomst zal leiden tot een groter rendement. Het is tevens van belang de kwaliteit van de uitgaven te waarborgen door de meest doelmatige en kosteneffectieve financieringsinstrumenten te hanteren. Net als bij energie-infrastructuur is er behoefte aan Europese maatregelen om meer vaart te zetten achter de productie van energie uit hernieuwbare bronnen en de integratie ervan in de Europese interne markt. Op nationaal niveau moeten eventuele wijzigingen van financieringsinstrumenten zodanig worden uitgevoerd dat er geen onzekerheid ontstaat bij investeerders en er rekening wordt gehouden met het beleid van andere lidstaten om te waarborgen dat de aanpak in overeenstemming is met de oprichting van een echte Europese markt. De Commissie zal actief steun verlenen aan nationale samenwerking met betrekking tot de financiering van hernieuwbare energie, gebaseerd op het nieuwe in de richtlijn betreffende hernieuwbare energie vervatte kader voor samenwerking tussen de lidstaten, en zal de integratie van deze energie in de Europese markt bevorderen. Op Europees niveau moeten de EU-middelen zodanig worden besteed dat kan worden gezorgd voor een kosteneffectieve ontwikkeling van hernieuwbare energie en dat technische bijstand wordt geleverd, terwijl er tegelijkertijd voor wordt gezorgd dat de kosten van kapitaalinvesteringen in de sector op de meest effectieve manier worden verlaagd met inbegrip van samenwerking met de EIB en de levering van technische bijstand. De Commissie verzoekt de lidstaten derhalve om: - de nationale actieplannen inzake hernieuwbare energie uit te voeren; - regelingen voor de planning van infrastructuur te stroomlijnen en tegelijkertijd de bestaande EU-milieuwetgeving in acht te nemen en te streven naar naleving van de beste praktijken; - sneller vooruitgang te boeken bij de ontwikkeling van het elektriciteitsnetwerk zodat dit is afgestemd op een groter aandeel van hernieuwbare energie; - samenwerkingsmechanismen te ontwikkelen en een start te maken met de integratie van hernieuwbare energie in de Europese markt; - ervoor te zorgen dat bij eventuele wijzigingen van bestaande nationale steunregelingen de stabiliteit voor investeerders gewaarborgd blijft, waarbij wijzigingen met terugwerkende kracht worden vermeden. Om dergelijke inspanningen te steunen zal de Commissie gezamenlijk met de lidstaten verder werken aan de tenuitvoerlegging van de richtlijn om de doelmatigheid van EU-financiering voor hernieuwbare energieprojecten te toetsen en te verbeteren en het makkelijker maken de nationale steunregelingen meer op elkaar af te stemmen en zo de beste voorwaarden te creëren voor de ontwikkeling van energie uit hernieuwbare bronnen in Europa. [pic][pic][pic] [1] EmployRES-studie van de Commissie (ECOFYS), bruto werkgelegenheidseffecten. [2] COM(2010) 639/3 - Energie 2020: Een strategie voor concurrerende, duurzame en continu geleverde energie. [3] SEC xx Recent progress in developing energy from renewable sources and technical evaluation of the use of biofuels and other renewable fuels in transport. Verslag van de Commissie overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 2001/77/EG en artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2003/30/EG ; SEC xx Review of European and national financing of renewable energy. Verslag van de Commissie overeenkomstig artikel 23, lid 7, van Richtlijn 2009/28/EG; SEC xx Commission report on the operation of the mass balance verification method for the biofuels and bioliquids sustainability scheme. Verslag van de Commissie overeenkomstig artikel 18, lid 2, van Richtlijn 2009/28/EG. [4] Richtlijn 2001/77/EG van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt. [5] Richtlijn 2003/30/EG van 8 mei 2003 ter bevordering van het gebruik van biobrandstoffen of andere hernieuwbare brandstoffen in het vervoer. [6] Het EU-aandeel van hernieuwbare energie bij elektriciteitsopwekking in de bijlage bij Richtlijn 2001/77/EG is 22%, maar dit is na verdere toetredingen gewijzigd tot 21%. [7] Het aandeel waarnaar in dit cijfer wordt verwezen, verwijst naar het aandeel van energie uit hernieuwbare bronnen in de drie energieverbruikende sectoren en het totale aandeel van energie uit hernieuwbare bronnen in het eindverbruik van energie. [8] Richtlijn 2009/28/EG van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen. [9] De nationale actieplannen voor energie uit hernieuwbare bronnen kunnen worden geraadpleegd op het transparantieplatform van de Commissie: http://ec.europa.eu/energy/renewables/transparency_platform/action_plan_en.htm. De volgende gegevens over de nationale actieplannen voor energie uit hernieuwbare bronnen zijn, tenzij anders vermeld Renewable Energy Projections as Published in the National Renewable Energy Action Plans of the European Member States, ECN/EEA-verslag. [10] Gebaseerd op de voorlopige analyse van de nationale actieplannen voor energie uit hernieuwbare bronnen. [11] COM(2010) 677 - Prioriteiten voor energie-infrastructuurprojecten voor 2020 en verder – Een blauwdruk voor een Europees geïntegreerd energienetwerk. [12] COM(2010) xxx - Mededeling van de Commissie over de praktische tenuitvoerlegging van de duurzaamheidsregeling van de EU voor biobrandstoffen en vloeibare biomassa en over boekingsregels voor biobrandstoffen. [13] SEC xx Commission report on the operation of the mass balance verification method for the biofuels and bioliquids sustainability scheme. Verslag van de Commissie overeenkomstig artikel 18, lid 2, van Richtlijn 2009/28/EG. [14] COM(2007) 723 - Een Europees strategisch plan voor energietechnologie. [15] COM(2010) 639/3 - Energie 2020: een strategie voor een concurrerende, duurzame en continu geleverde energie, blz. 6. [16] ECOFYS, Ernst & Young, Fraunhofer ISI, TU Wenen, 2010. Het elektriciteitsinvesteringsscenario met het laagste kostenplaatje bedraagt overeenkomstig de analyse van COM(2010) 677 tussen 310 en 370 miljard euro. [17] Europees Economisch herstelpakket: http://ec.europa.eu/energy/eepr/index_en.htm. [18] COM(2010) 639/3 - Energie 2020: een strategie voor een concurrerende, duurzame en continu geleverde energie. [19] Zie ECORYS: Assessment of non-cost barriers to renewable energy growth in EU Member States, http://ec.europa.eu/energy/renewables/studies/renewables_en.htm. [20] Zie ECORYS: Assessment of non-cost barriers to renewable energy growth in EU Member States, http://ec.europa.eu/energy/renewables/studies/renewables_en.htm [21] Zie "Support schemes for renewable electricity in the EU" Economic Papers van de Europese Commissie nr. 408, april 2010 en "Financing Renewable energy in the European Energy market", ECOFYS et al, oktober 2010 voor details. [22] EWEA "The economics of wind energy" en EPIA "Set for 2020" [23] Wereldwijd heeft de IEA subsidies voor fossiele brandstoffen onlangs geraamd op 312 miljard dollar (http://www.worldenergyoutlook.org/subsidies.asp), en volgens de meest recente cijfers (2004) voor de EU (EU-15) zouden de subsidies voor fossiele brandstoffen 21,7 miljard dollar bedragen vergeleken met 5,3 miljard dollar voor hernieuwbare energie (Technisch verslag 1/2004 van het Europees Energieagentschap). [24] Meer informatie over mechanismen voor het delen van baten zijn te vinden in het RESHARE-verslag dat beschikbaar is op www.reshare.nu. [25] SEC xx Review of European and national financing of renewable energy. Verslag van de Commissie overeenkomstig artikel 23, lid 7, van Richtlijn 2009/28/EG. [26] COM(2010) 639/3 - Energie 2020: een strategie voor een concurrerende, duurzame en continu geleverde energie, blz. 10. [27] Deze omvatten het gecoördineerd optreden met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de richtlijn hernieuwbare energie, de "International feed in cooperation group" van de lidstaten en talrijke projecten in het kader van het Programma Intelligente energie – Europa. [28] Zie SEC(2008) 85-2 - Bijlage bij de effectbeoordeling van de Commissie over het energie- en klimaatpakket, blz. 122. [29] Zie COM(2010) 700 definitief. [30] Zie Besluit 2010/670/EU van de Commissie van 6.11.2010, PB L 290, blz. 39. [31] PB C 302 van 9.11.2010, blz. 4, verdere informatie is beschikbaar op: http://ec.europa.eu/clima/funding/ner300/index_en.htm [32] Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PB L 283 van 31.10.2003, blz. 51); laatstelijk gewijzigd bij de Richtlijnen 2004/74/EG en 2004/75/EG (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 87 en blz.100).