|
5.2.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 33/231 |
Dinsdag 5 juli 2011
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2011: begrotingsoverschot 2010
P7_TA(2011)0308
Resolutie van het Europees Parlement van 5 juli 2011 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2011 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, afdeling III – Commissie (11630/2011 – C7-0166/2011 – 2011/2075(BUD))
2013/C 33 E/32
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien artikel 310 en 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, |
|
— |
gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (1) (hierna "het Financieel Reglement"), en met name op artikel 15, lid 3, en de artikelen 37 en 38 daarvan, |
|
— |
gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, definitief vastgesteld op 15 december 2010 (2), |
|
— |
gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (3), |
|
— |
gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2011 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, door de Commissie ingediend op 15 april 2011 (COM(2011)0219), |
|
— |
gezien het standpunt van de Raad betreffende het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2011, vastgesteld door de Raad op 16 juni 2011 (11630/2011 – C7-0166/2011), |
|
— |
gezien de artikelen 75 ter en 75 sexies van zijn Reglement, |
|
— |
gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A7-0254/2011), |
|
A. |
overwegende dat ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2011 dient om het overschot van het begrotingsjaar 2010, te weten 4 539 394 283 EUR, op te nemen op de begroting 2011, |
|
B. |
overwegende dat dit overschot in hoofdzaak bestaat uit hogere inkomsten ten belope van ruim 1,8 miljard EUR, een onderbesteding van de uitgaven ten belope van 2,72 miljard EUR en positieve wisselkoersverschillen ten belope van 22,3 miljoen EUR, |
|
C. |
overwegende dat de hogere inkomsten vooral bestaan uit rentes op late betalingen en boetes (1,28 miljard van de 1,8 miljard EUR), |
|
D. |
overwegende dat het verschil tussen de vastgestelde begroting 2011 (122,96 miljard EUR) en de uitgevoerde/overgedragen kredieten (120,97 miljard EUR) het gevolg is van geannuleerde kredieten (740 miljoen EUR), voornamelijk vanwege het niet aannemen van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 10/2010, |
|
E. |
overwegende dat de onderbesteding van 2,72 miljard EUR het gevolg is van de onvolledige uitvoering van programma's, de onvolledige benutting van niet-vrijgemaakte reserves, de onvolledige uitvoering van andere onderdelen van de begroting en de onderbesteding van kredieten die waren overgedragen van 2009 naar 2010, |
|
1. |
neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2011 dat uitsluitend tot doel heeft het overschot van 2010 in de begroting op te nemen, overeenkomstig artikel 15 van het Financieel Reglement; |
|
2. |
is de stellige mening toegedaan dat het deel van de ontvangsten dat bestaat uit rentes op late betalingen en boetes niet beschouwd mag worden als overschot en derhalve niet mag worden afgetrokken van de bijdragen van de lidstaten (eigen middelen op basis van het BNI); |
|
3. |
is juist van mening dat dergelijke ontvangsten, die afkomstig zijn van de handhaving van het mededingingsbeleid van de EU, rechtstreeks terug moeten vloeien naar de EU-begroting; is vastbesloten om dit beginsel te bepleiten en te verdedigen bij de komende onderhandelingen over de jaarlijkse en meerjarige begrotingen; |
|
4. |
keurt niettemin het standpunt van de Raad betreffende het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2011 zonder wijzigingen goed en verzoekt zijn Voorzitter te verklaren dat de gewijzigde begroting nr. 2/2011 definitief is vastgesteld en te zorgen voor de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie; |
|
5. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen. |
(1) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(2) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0475.
(3) PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.