|
28.1.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 24/111 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Onze levensverzekering, ons natuurlijk kapitaal: een EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020
(COM(2011) 244 definitief)
2012/C 24/24
Rapporteur: Lutz RIBBE
De Commissie heeft op 3 mei 2011 besloten om het Europees Economisch en Sociaal Comité (hierna: EESC) overeenkomstig artikel 262 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te raadplegen over de
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Onze levensverzekering, ons natuurlijk kapitaal: een EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020
COM(2011) 244 definitief.
De afdeling Landbouw, plattelandsontwikkeling, milieu, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies goedgekeurd op 6 oktober 2011. Rapporteur was Lutz RIBBE.
Het EESC heeft tijdens zijn op 26 en 27 oktober 2011 gehouden 475e zitting (vergadering van 26 oktober 2011) onderstaand advies uitgebracht, dat met 120 stemmen vóór en 5 stemmen tegen, bij 6 onthoudingen, werd goedgekeurd.
1. Conclusies en aanbevelingen in het kort
|
1.1 |
In dit inmiddels vierde advies dat het EESC in de loop van slechts vier jaar over het biodiversiteitsbeleid heeft uitgebracht, spreekt het Comité er eens te meer zijn voldoening over uit dat de Commissie onomwonden aangeeft dat er veel meer moet worden gedaan om de door de Europese Raad geformuleerde doelstellingen te halen. |
|
1.2 |
Daarentegen is het EESC er weinig over te spreken dat de Commissie nog steeds niet van plan is om te onderzoeken waarom er nog altijd niet of onvoldoende is tegemoetgekomen aan de nu al vele jaren geleden vastgestelde en door het Comité gesteunde eisen (zoals de 160 maatregelen van het biodiversiteitsactieplan van 2006). Dat er onderzoek wordt verricht naar de redenen waarom er niets is gedaan met de enorme lijst van maatregelen van het biodiversiteitsactieplan van 2006 of waarom die maatregelen zijn mislukt, is vooral zo belangrijk omdat uiteindelijk alleen op basis daarvan doelbewust nieuwe maatregelen en strategieën kunnen worden ontwikkeld die meer kans van slagen bieden. |
|
1.3 |
De thans voorgestelde strategie behelst inhoudelijk niets nieuws. De problemen worden niet opgelost met een voorstel voor een nieuwe strategie waarin alleen maar oude eisen worden herhaald. Er zijn legio wetten, richtlijnen, programma's, proefprojecten, politieke uitspraken en instrumenten ten gunste van de instandhouding van biodiversiteit: wat ontbreekt zijn maatregelen om daaraan uitvoering te geven alsmede gecoördineerde acties op alle bestuursniveaus. |
|
1.4 |
De werkelijkheid is dat het de politici ontbreekt aan mogelijkheden resp. de wil om al die maatregelen te nemen waarvan de noodzaak al jaren bekend is, ook al stelt de Commissie in onderhavige mededeling opnieuw onomwonden vast dat zowel de samenleving als de economie baat hebben bij een stringent biodiversiteitsbeleid. Zelfs de meest elementaire natuurbeschermingsrichtlijnen zijn - resp. 32 en 19 jaar na hun inwerkingtreding! - nog steeds niet overal volledig omgezet in nationale wetgeving. |
|
1.5 |
Het EESC geeft toe dat er in het streven naar instandhouding van de biodiversiteit enkele successen zijn geboekt. Dat neemt niet weg dat de bioversiteit over het algeheel genomen dramatisch achteruitgaat. Daarom komt het er thans op aan dat de EU een strategie uitstippelt die gericht is op de uitvoering van maatregelen. |
|
1.6 |
Onduidelijk is nog hoe er een einde kan worden gemaakt aan het probleem van de ontbrekende politieke wil. De thans voorgestelde nieuwe biodiversiteitsstrategie betekent in feite dus geen enkele stap vooruit. Uit de discussies die tot dusverre in de Raad over onderhavige mededeling zijn gevoerd, komt duidelijk naar voren dat de ministers er nog steeds heel weinig voor voelen om het biodiversiteitsbeleid in de andere beleidsterreinen te integreren. |
|
1.7 |
Van het allergrootste belang is dan ook dat er een nauw verband wordt gelegd tussen de aanstaande hervormingsprocessen (zoals de hervorming van het visserij-, landbouw-, vervoers-, energie- en cohesiebeleid) en de biodiversiteitsstrategie. Het EESC stelt vast dat het hieraan nog ernstig schort. Dat geldt ook voor de programmering in het kader van de financiële vooruitzichten voor 2014-2020, waarbij volgens het EESC onvoldoende financiële middelen worden vrijgemaakt. De Commissie zou de door haar zelf voorgestelde biodiversiteitsstrategie serieuzer moeten nemen! |
|
1.8 |
In de besprekingen die aan dit advies zijn voorafgegaan, werden in dit verband steeds vergelijkingen gemaakt met de schuldencrisis en de crisis in de eurozone. Als de lidstaten hun eigen beginselen en criteria niet serieus nemen - of het nu gaat om natuurbeschermingsregels of om de in het Verdrag van Maastricht vastgelegde criteria voor de stabiliteit van de Monetaire Unie - hoeft niemand ervan op te kijken dat er a) problemen ontstaan en dat b) de burgers hun vertrouwen in de politiek kwijtraken. |
|
1.9 |
Er is zonder meer behoefte aan informatie en kennis over biodiversiteit en de complexe wisselwerkingen tussen biodiversiteit enerzijds en ontwikkeling en werkgelegenheid anderzijds. Ook moet meer worden gedaan aan de signalering en verspreiding van beste praktijken. |
|
1.10 |
De Commissie wordt dringend verzocht om nu eindelijk met de lijst van voor het milieu schadelijke subsidies te komen, zoals al in 2006 toegezegd. |
2. Mededeling van de Commissie: hoofdlijnen en achtergrond
|
2.1 |
De Europese Raad heeft in 2001 in Göteborg overeenstemming bereikt over een EU-strategie voor duurzame ontwikkeling waarin ook de doelstelling van het biodiversiteitsbeleid duidelijk is vastgelegd, te weten: „Habitats en natuurlijke systemen beschermen en herstellen en de voortschrijdende teloorgang van de biodiversiteit tegen 2010 tot staan brengen.” (1) |
|
2.2 |
De staatshoofden en regeringleiders van de EU moesten in maart 2010 wel toegeven dat zij hun doel niet hadden bereikt. Om die reden hebben ze aangedrongen op een nieuwe, door de Commissie in haar mededeling „Opties voor een EU-visie en een EU-doel voor biodiversiteit na 2010” (2) geformuleerde doelstelling met als streefdatum 2020. Die doelstelling luidt als volgt: „In de EU is de achteruitgang van biodiversiteit en ecosysteemdiensten in 2020 stopgezet, zijn biodiversiteit en ecosysteemdiensten zo veel mogelijk hersteld en heeft de EU haar bijdrage verhoogd om het wereldwijde verlies aan biodiversiteit tegen te gaan.” |
|
2.3 |
De Raad heeft de Commissie opgedragen om voor deze doelstelling een nieuwe strategie uit te werken. Onderhavige mededeling is daar het resultaat van. |
|
2.4 |
De Commissie wijst hierin, aan de hand van al jaren bekende feiten, op de noodzaak om nu eindelijk in actie te komen:
|
|
2.5 |
De economische aspecten van biodiversiteitsverlies krijgen in deze mededeling meer aandacht dan in eerdere documenten van de EU. Getuige daarvan is o.m. het toenemende gebruik van het woord „ecosysteemdiensten”. Opnieuw wordt verwezen naar het TEEB- onderzoek (5) en wordt als voorbeeld de waarde van de bestuiving door insecten in de EU genoemd, die op 15 miljard euro per jaar wordt geschat. Daaruit wordt afgeleid dat „de voortdurende achteruitgang van bijen en andere bestuivers … ernstige gevolgen (kan) hebben voor de landbouwers …”. |
|
2.6 |
De titel van hoofdstuk 3 van de mededeling luidt: „Een kader voor maatregelen voor het volgende decennium”. In dit hoofdstuk worden zes afzonderlijke streefdoelen opgesomd:
|
|
2.7 |
Voor ieder streefdoel is een pakket maatregelen vastgelegd waarmee de daaraan verbonden specifieke uitdagingen kunnen worden aangegaan. In totaal zijn er 37 maatregelen uitgewerkt. |
|
2.8 |
In de mededeling wordt bij herhaling gewezen op de noodzaak om het biodiversiteitsbeleid beter in de andere beleidsterreinen van de EU (zoals bijvoorbeeld het landbouw- en het visserijbeleid) te integreren. |
|
2.9 |
Vooral op de volgende gebieden is er behoefte aan financiering: de voltooiing van het Natura 2000-netwerk en de naleving van de overeengekomen internationale verplichtingen (6). |
|
2.10 |
Ook wordt aangevoerd dat „… de hervorming van schadelijke subsidies … ten goede (zal) komen aan de biodiversiteit.” |
3. Algemene opmerkingen
|
3.1 |
Het EESC heeft al eerder - in februari 2007, juli 2009 en september 2010 - zijn standpunt over het biodiversiteitsbeleid kenbaar gemaakt. |
|
3.2 |
De beleidsterreinen, doelstellingen en maatregelen die in de huidige ontwerpstrategie worden genoemd, waren al in 2006 hoofdbestanddeel van het toentertijd goedgekeurde biodiversiteitsactieplan. |
|
3.3 |
De thans voorgestelde strategie behelst inhoudelijk niets nieuws, maar maakt wel duidelijk aan welke maatregelen niet valt te ontkomen en welke maatregelen het meest urgent en potentieel succesvol zijn. Voor een groot deel is de strategie echter een „copy/paste” van al lang bekende feiten, eisen en maatregelen. Er is voldoende inzicht in alle relevante onderwerpen. De vraag wat er moet worden gedaan, is al lang verdrongen door die andere vraag, nl. waarom zoveel wordt nagelaten en hoe woorden in daden kunnen worden omgezet. Juist op deze fundamentale vraag blijft de strategie het antwoord voorlopig schuldig! |
|
3.4 |
Deze laatste mededeling van de Commissie laat dan ook zeer veel te wensen over. De biodiversiteitsstrategie voor 2020 moet volgens het EESC dan ook meer worden gericht op de uitvoering van maatregelen. |
|
3.5 |
Het EESC herinnert in dat verband aan wat het al in zijn advies van 2007 heeft opgemerkt:
|
|
3.6 |
Deze fundamentele standpunten uit het EESC-advies van 2007 hebben nog niets aan actualiteit ingeboet. Het EESC acht het bijzonder betreurenswaardig dat er in al die jaren geen enkele knoop is doorgehakt. |
|
3.7 |
Ook deze laatste mededeling van de Commissie bevat nog altijd geen analyse van de redenen waarom de talrijke maatregelen uit het biodiversiteitsactieplan van 2006 óf niet zijn uitgevoerd óf zijn mislukt. Een onderzoek naar de aard van dat falen is vooral zo belangrijk, omdat het zonder een dergelijk onderzoek onmogelijk is om nieuwe, doelgerichte maatregelen en strategieën uit te werken die meer kans van slagen hebben. De problemen kunnen niet worden opgelost met een nieuwe strategie die als twee druppels water lijkt op de vorige. |
|
3.8 |
De Commissie tracht al jaren om vaker gebruik te maken van economische argumenten om te pleiten voor de instandhouding van de biodiversiteit, maar tot nu toe heeft dit weinig vruchten afgeworpen. Het EESC, dat de instandhouding van de biodiversiteit heeft omschreven als een „economie op de langere termijn, reden waarom ook de ministers van economie en financiën er aandacht aan zouden moeten besteden” (8), is op zich blij dat wordt gewaarschuwd voor de economische gevolgen als er geen biodiversiteitsbeleid wordt gevoerd. Alleen heeft een en ander er nog niet toe geleid dat het biodiversiteitsbeleid een vast onderdeel is geworden van het economische en financiële beleid van de EU. In de nieuwe strategie zou moeten worden aangegeven hoe daarin verandering kan worden gebracht. |
|
3.9 |
Aan de toenemende vereconomisering van het biodiversiteitsbeleid kan echter ook een risico verbonden zijn, nl. dat men de biodiversiteit in de toekomst vooral wil beschermen op gebieden waar deze op de korte termijn economisch voordeel oplevert of lijkt op te leveren. De Commissie zou zich daarom moeten bezinnen op de vraag hoe moet worden omgegaan met soorten en habitats waarvan de economische waarde niet zonder meer kan worden becijferd. Het zal niet meevallen om uit te rekenen wat bijv. grote zoogdieren als wolven, beren en lynxen waard zijn, om maar te zwijgen van bruine kikkers, sprinkhanen, ooievaars en al die andere duizenden soorten. En dan zijn er nog dieren waarvan het economische „nut” niet hoog genoeg kan worden ingeschat, maar die nauwelijks aandacht krijgen in het politieke debat: waar zijn bijv. de programma's ter bescherming van bacteriën, schimmels of regenwormen, die onontbeerlijk zijn voor de afbraak van organische stoffen? |
|
3.10 |
De voorgestelde strategie is heel erg toegespitst op land- en bosbouw en visserij. Alhoewel dit op zich te verdedigen valt - omdat a) de gevolgen daarvan voor de biodiversiteit bekend zijn en b) land- en bosbouw en visserij veel areaal in beslag nemen, waarop de EU invloed kan uitoefenen - wordt hiermee tegelijk voorbijgegaan aan andere factoren die ook de biodiversiteit aantasten, zoals vervoer en stadsontwikkeling. |
|
3.11 |
Waar de Commissie in haar mededeling opmerkt dat „… de hervorming van schadelijke subsidies … ten goede (zal) komen aan de biodiversiteit”, slaat ze de spijker op de kop. Alleen is het jammer dat ze nog nooit een lijst van al deze voor het milieu schadelijke subsidies heeft opgesteld. Tot op heden is ze haar desbetreffende belofte uit 2006 nog steeds niet nagekomen. |
|
3.12 |
Het EESC is ingenomen met de toezegging van de Commissie om bij alle uitgavenposten voortaan na te gaan of ze wel compatibel zijn met biodiversiteitsbehoud, en om verdere schade aan de biodiversiteit te voorkomen via een „no net loss”-aanpak. |
4. Opmerkingen over de afzonderlijke streefdoelen
|
4.1 |
Het EESC wil aan de hand van een analyse van de zes streefdoelen en enkele maatregelen duidelijk maken waarom naar zijn mening de thans voorgestelde biodiversiteitsstrategie objectief gezien weinig ambitieus is. De terughoudendheid waarmee de Commissie maatregelen voorstelt, kan zijn ingegeven door redenen van politieke aard. De onderhandelingen over de afzonderlijke maatregelen verlopen uiterst moeizaam in de Milieuraad. Het probleem is dus dat biodiversiteit nog altijd niet is geïntegreerd in de andere beleidsterreinen van de EU. |
|
4.2 |
Streefdoel 1
|
|
4.3 |
Streefdoel 2
|
|
4.4 |
Streefdoel 3
|
|
4.5 |
Streefdoel 4
|
|
4.6 |
Streefdoelen 5 en 6
|
Brussel, 26 oktober 2011
De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Staffan NILSSON
(1) COM(2001) 264 definitief van 15 april 2001, blz. 14
(2) COM(2010) 4 definitief
(3) http://www.eea.europa.eu/publications/eu-2010-biodiversity-baseline/
(4) Er zijn geen cijfers voor habitats en soorten die geen bescherming via EU-wetgeving genieten, ook al hebben deze evenveel invloed op de biodiversiteit.
(5) TEEB: „The Economics of Ecosystems and Biodiversity”, zie http://teebweb.org.
(6) Vgl. CoP 10-Conferentie in Nagoya (2010).
(7) PB C 195 van 18 augustus 2006, blz. 96.
(8) PB C 48 van 15 februari 2011, blz. 150, par. 1.6.
(9) Dit streefdoel komt overeen met de dienovereenkomstige doelstelling van het Verdrag inzake biologische diversiteit.
(10) PB C 306 van 16 december 2009, blz. 42.