14.9.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 247/6


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

2010/C 247/05

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking.

SAMENVATTING

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

„GÖNCI KAJSZIBARACK”

EG-nummer: HU-PGI-0005-0388-21.10.2004

BOB ( ) BGA ( X )

Deze samenvatting bevat de belangrijkste gegevens uit het productdossier ter informatie. Gelieve voor volledige gegevens, met name wat betreft de producenten van producten waarop de BOB of BGA betrekking heeft, de volledige versie van het productdossier te raadplegen. Deze versie kan worden verkregen in Hongarije zelf of bij de Europese Commissie.

1.   Bevoegde dienst van de lidstaat:

Naam:

Név: Földművelésügyi és Vidékfejlesztési Minisztérium, Élelmiszerlánc-elemzési Főosztály

Adres:

Budapest

Kossuth Lajos tér 11.

1055

MAGYARORSZÁG/HUNGARY

Tel.

+36 13014419

Fax

+36 13014808

E-mail:

Eniko.Zobor@fvm.gov.hu

2.   Groepering:

Naam:

Abaúj – Gönc Gyümölcstermelők Beszerző és Értékesítő Szövetkezet

Adres:

Gönc

Károlyi Gáspár út 31/A

3895

MAGYARORSZÁG/HUNGARY

Tel.

+36 46388610

Fax

+36 46388702

E-mail:

mzg.hollar@primposta.hu

Samenstelling:

Producenten/verwerkers ( X ) Andere ( )

3.   Productcategorie:

Categorie 1.6 —

Groenten, fruit en granen, in ongewijzigde staat of verwerkt

4.   Productdossier:

(Samenvatting van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 voorgeschreven gegevens)

4.1.   Naam:

„Gönci kajszibarack”

4.2.   Beschrijving:

De beschermde geografische aanduiding (BGA) „Gönci kajszibarack” mag worden gebruikt voor de volgende rassen van de soort Prunus armeniaca L.: Gönci magyar kajszi, Magyar kajszi C 235, Mandulakajszi, Bergeron, Ceglédi Piroska, Ceglédi bíborkajszi, Ceglédi arany, Ceglédi óriás, Pannónia.

Haar unieke karakter en haar nationale en internationale faam dankt de abrikoos uit Gönc aan een combinatie van gunstige klimaatomstandigheden, tradities op het gebied van tuinbouw/fruitteelt en een strikte toepassing van productie-, oogst-, opslag- en vervoertechnologieën.

De BGA „Gönci kajszibarack” mag slechts worden gebruikt voor abrikozenrassen die aan de volgende criteria voldoen en die, wat de bovengenoemde rassen betreft, de hiernavolgende uiterlijke en innerlijke kenmerken vertonen:

GÖNCI MAGYAR KAJSZI

Vorm

:

bolvormig

Grootte

:

middelmatig groot, minimale diameter 40 mm

Kleur van de schil

:

helder oranje; helderrood aan de zijde die naar de zon is gericht

Kleur en kwaliteit van het vruchtvlees

:

goudgeel, zachtvezelig, succulent en zacht wanneer ze rijp is

Smaak, zuurgehalte

:

zoet en zuur, geurig

MAGYAR KAJSZI C.235

Vorm

:

bolvormig

Grootte

:

middelmatig groot, minimale diameter 40 mm

Kleur van de schil

:

helder oranje

Kleur en kwaliteit van het vruchtvlees

:

geel, vezelig, middelmatig vast

Smaak, zuurgehalte

:

zoet en zuur, geurig

MANDULAKAJSZI

Vorm

:

eivormig, amandelvormig, duidelijk afgevlakt aan de zijden

Grootte

:

Groot, minimale diameter 50 mm

Kleur van de schil

:

licht oranje; karmozijnrood aan de zijde die naar de zon is gericht

Kleur en kwaliteit van het vruchtvlees

:

licht oranje, middelmatig vast, compact, succulent

Smaak, zuurgehalte

:

zoet en zuur, zeer geurig

BERGERON

Vorm

:

licht uitgerekt, kegelvormige bol, eivormig

Grootte

:

middelmatig groot, minimale diameter 40 mm

Kleur van de schil

:

oranje; karmozijnrood aan de zijde die naar de zon is gericht

Kleur en kwaliteit van het vruchtvlees

:

glanzend oranje, vezelig, vast

Smaak, zuurgehalte

:

hoger dan gemiddeld zuurgehalte (1,4 %)

PANNÓNIA

Vorm

:

regelmatige of licht eivormige bol

Grootte

:

middelmatig groot, minimale diameter 40 mm

Kleur van de schil

:

licht oranje; rozig aan de zijde die naar de zon is gericht

Kleur en kwaliteit van het vruchtvlees

:

licht oranje, vezelig, vast

Smaak, zuurgehalte

:

zuur, geurig

CEGLÉDI PIROSKA

Vorm

:

bolvormig

Grootte

:

middelmatig groot, minimale diameter 40 mm

Kleur van de schil

:

oranje; helderrood aan de zijde die naar de zon is gericht

Kleur en kwaliteit van het vruchtvlees

:

oranje, vast

Smaak, zuurgehalte

:

zoet en zuur

CEGLÉDI BÍBORKAJSZI

Vorm

:

groot, kegelvormig, eivormig; lichtjes afgevlakt aan de zijden

Grootte

:

middelmatig groot, minimale diameter 40 mm

Kleur van de schil

:

donker oranje; donker karmozijnrood aan de zijde die naar de zon is gericht

Kleur en kwaliteit van het vruchtvlees

:

donker oranje, sappig

Smaak, zuurgehalte

:

zoet, geurig

CEGLÉDI ARANY

Vorm

:

bolvormig

Grootte

:

groot, minimale diameter 50 mm

Kleur van de schil

:

goudgeel; karmozijnrood aan de zijde die naar de zon is gericht

Kleur en kwaliteit van het vruchtvlees

:

oranje, vast, succulent

Smaak, zuurgehalte

:

zoet en zuur

CEGLÉDI ÓRIÁS

Vorm

:

licht uitgerekt, eivormig; lichtjes afgevlakt aan de zijden

Grootte

:

groot, minimale diameter 50 mm

Kleur van de schil

:

licht oranje; helderrood aan de zijde die naar de zon is gericht

Kleur en kwaliteit van het vruchtvlees

:

oranje, matig succulent, zacht

Smaak, zuurgehalte

:

zoet en zuur, geurig

4.3.   Geografisch gebied:

De beschermde geografische aanduiding mag uitsluitend worden gebruikt voor abrikozen van oorsprong uit (die worden geteeld in) het administratieve gebied van de volgende gemeenten die deel uitmaken van vier gespecificeerde subregio's van het district Borsod-Abaúj-Zemplén:

 

Subregio Abaúj-Hegyköz: Abaújszántó, Abaújvár, Arka, Boldogkőváralja, Gönc, Göncruszka, Hejce, Hernádcéce, Hidasnémeti, Korlát, Tornyosnémeti, Vizsoly, Zsujta;

 

Subregio Encs: Abaújkér, Alsógagy, Baktakék, Beret, Detek, Encs, Fancsal, Forró, Fulókércs, Garadna, Ináncs;

 

Subregio Szerencs: Bekecs, Golop, Legyesbénye, Megyaszó, Monok, Rátka, Szerencs, Tállya;

 

Subregio Szikszó: Alsóvadász, Felsővadász, Hernádkércs, Homrogd, Léh, Nagykinizs, Selyeb, Szentistvánbaksa, Szikszó.

4.4.   Bewijs van de oorsprong:

Het systeem voor de controle van de kwaliteit beslaat het gehele teelt- en behandelingsproces van de abrikozen en garandeert de identificatie, traceerbaarheid, eindcontrole en productveiligheid van de vruchten. De telers plaatsen de met de hand geplukte abrikozen in plastic of houten kratten die enerzijds van een etiket met de specifieke vermelding van de oorsprong van de vruchten (de naam van de gemeente waar ze wordt geteeld) en anderzijds — onderaan — van een identificatienummer zijn voorzien.

De wet verplicht de telers met het oog op de bescherming van de oorsprongsbenaming een register bij te houden dat de nodige bewijzen met betrekking tot de teelt bevat. In dat register moeten zijn vermeld:

de naam en de identificatie van de teler;

de locatie van de teelt, het registratienummer van de grond, de identificatiecode van het abrikozenras/perceel, het aantal dragende en nog niet dragende bomen;

de naam en de oorsprong van het abrikozenras (gestaafd met een certificaat van oorsprong van de jonge boom);

het identificatienummer van het sproeiboek;

het identificatienummer van het oogstregister, de oogstdatum, de hoeveelheid in het desbetreffende jaar per abrikozenras/perceel geoogste vruchten.

Het sproeiboek wordt gehouden op de bij wet voorgeschreven wijze en bevat de volgende gegevens:

de tijdens de teelt gebruikte chemicaliën;

de gebruikte hoeveelheden (uitgesplitst naar toepassingsdatum);

de toegepaste gewasbeschermingsmethoden en de toepassingsdata, enz.

Het oogstregister wordt tijdens de oogst bijgehouden en hierin worden het aantal dragende bomen per abrikozenras/perceel, de oogstdatum en de dagelijks geoogste hoeveelheden geregistreerd.

4.5.   Werkwijze voor het verkrijgen van het product:

Vereisten en criteria met betrekking tot de teelt

De in het teeltgebied liggende abrikozenplantages moeten zich bevinden in hoger gelegen gebieden (150 à 300 m), op zonnige percelen met een voldoende kalkrijke en voedingrijke kwaliteitsbodem (gestaafd met een bodemanalyse).

Pluk

De pluk start midden juni en is eind augustus afgelopen. Rekening houdend met de vervoermogelijkheden en de houdbaarheidsdatum van de abrikozen is het belangrijk dat gefaseerd wordt geplukt; onder meer de zorgvuldige planning van de locatie van de plantages is hierbij een helpende factor. Aangezien ieder abrikozenras en ieder perceel verschillende rijptijden kent, kan per perceel gemiddeld van drie plukfasen (vroege oogst, hoofdoogst, late oogst) worden uitgegaan; zodoende is gewaarborgd dat alle vruchten op het ogenblik van de pluk de juiste rijpheidsgraad hebben. De pluk van de vruchten gebeurt met de hand en dat wordt mogelijk gemaakt dankzij het zorgvuldige vormsnoeien van de jonge bomen en de boomtoppen.

Opslag

Wanneer de opslagruimte met volle kratten is gevuld, worden de vruchten binnen enkele uren tot op een temperatuur van ongeveer 4 °C (opslagtemperatuur) gekoeld. De snelle afkoeling wordt gevolgd door de behandeling van de abrikozen, d.w.z. de sortering van de vruchten naar grootte en kleur, gewoonlijk met de hand, minder vaak machinaal. Zodra de vruchten geselecteerd en definitief verpakt zijn, worden ze in kratten, bij een temperatuur van 4 °C à 6 °C in een koelruimte opgeslagen gedurende maximaal 30 dagen, naargelang van het moment van levering.

Sortering en verpakking

Bij de sortering naar grootte wordt gebruik gemaakt van een sorteerplaat voor manuele sortering. De grootte van een vrucht wordt bepaald door de maximale middellijn van de dwarsdoorsnede, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 851/2000, zoals gewijzigd. Bij de verpakking en de presentatie van de vruchten worden de bepalingen van dezelfde verordening in aanmerking genomen.

De abrikoos uit Gönc is gevoelig voor mechanische beschadiging; de abrikozen onverpakt vervoeren zal derhalve de organoleptische, fysische en chemische kenmerken van de vruchten aanzienlijk beïnvloeden, zodanig zelfs dat verpakken in een later stadium er onmogelijk door wordt. Bijgevolg moet, om de kwaliteit van de vruchten te garanderen en — vermits het geen verwerkt landbouwproduct is — om de plaats van oorsprong, de traceerbaarheid en de eindcontrole te garanderen, de verpakking in het omschreven geografische teeltgebied plaatsvinden.

4.6.   Verband:

De abrikoos uit Gönc is een typisch product van de meest noordelijk gelegen fruitteeltgebieden van Hongarije. Ze wordt geteeld op de flanken van de heuvels, op de terrassen en in de vlakten van de regio Hegyalja langs de Hernád en in de heuvelachtige gebieden van Szerencs en Cserehát, op een hoogte van 150 à 300 m boven de zeespiegel.

De Hongaarse abrikozenrassen die zowat 300 à 350 jaar geleden geleidelijk moeten zijn ontstaan, werden en worden nog steeds haast uitsluitend in deze regio geteeld.

De speciale kenmerken van deze abrikozen en de teelt in de regio Gönc kunnen als volgt worden samengevat:

Eenzelfde ras van abrikozen rijpt in deze regio gemiddeld 6 à 10 dagen later dan in de regio Kecskemét; hierdoor zijn de abrikozen in het binnenland langer in de handel verkrijgbaar en kan ook de periode waarin ze kunnen worden verwerkt, worden verlengd.

Het koelere, gematigde klimaat — dat voor de latere rijping verantwoordelijk is — heeft een gunstige invloed op de smaakkwaliteit van de abrikozen: de verfrissende zuren en de smaakstoffen desintegreren trager tijdens het rijpen; er is minder „afvlakking”. „De kwaliteit van de abrikozen die in het gebied rond Gönc worden geteeld, is uitstekend. Ze rijpen hier later … en de rijptijd is ook langer door de verschillende blootstelling van de hellingen.” (Brózik, Jenser et al, 1970).

In deze Hongaarse regio is de koude in de winter het gelijkmatigst en de lente doet hier, in vergelijking met alle gebieden die voor de abrikozenteelt geschikt zijn, het laatst haar intrede. Derhalve is de grootste bedreiging voor de abrikozenteelt, namelijk beschadiging van de knoppen door vorst wanneer de knoppen zich door de eerste warmtegolven aan het einde van de winter hebben geopend of schade aan de knoppen, bloesems dan wel vruchten door voorjaarsvorst aan het begin van de vegetatieperiode, in deze regio minder eminent.

De benaming „kajszi Baraczk” (abrikoos) dook voor het eerst op in een boek van János Lippay (Posoni kert (Pozsony Garden), vol. 3, „Gyümölcsös kert”(boomgaard), Wenen 1667), maar het was een uitbraak van phylloxera in 1880 — die tot de verwoesting van wijngaarden leidde — die een nieuwe impuls gaf aan de fruitteelt in de heuvelachtige gebieden. De vernietigde wijngaarden werden op vele plaatsen, en ook in de regio Gönc, door fruitbomen vervangen.

In de tweede helft van de 19 de eeuw werd een aantal sociale organisaties in het leven geroepen om de fruitteelt aan te moedigen. Dankzij de samenwerking tussen deze organisaties kaapten de vruchten van het district Zemplén een gouden medaille weg op de wereldtentoonstelling van 1867 in Parijs. Uit diverse nationale verslagen en statistieken blijkt dat de regio rond Gönc aanvankelijk tot zowat 1850 befaamd was om haar kersen. János Korponay vermeldde als eerste in 1871 dat Gönc en het gebied daar omheen befaamd waren om de abrikozen waarvan er destijds „behoorlijke hoeveelheden” werden geteeld. De echte opleving van de abrikozenproductie liet echter tot 1880-1890 op zich wachten.

4.7.   Controlestructuur:

Mezőgazdasági Szakigazgatási Hivatal, als aangewezen inspectiedienst voor groenten en fruit.

Naam:

Borsod-Abaúj-Zemplén Megyei Mezőgazdasági Szakigazgatási Hivatal Növény- és Talajvédelmi Igazgatóság

Adres:

Miskolc

Blaskovits út 24.

3526

MAGYARORSZÁG/HUNGARY

Tel.

+36 46503402

Fax

+36 46503404

E-mail:

Balogh.Zoltan@borsod.ontsz.hu, fvmh-borsod@fki.gov.hu

4.8.   Etikettering:

Behalve de bij wet voorgeschreven gegevens, moeten op het etiket de volgende gegevens worden aangebracht:

de benaming „Gönci kajszibarack”

de vermelding „oltalom alatt álló földrajzi jelzés” (OFJ) (beschermde geografische aanduiding (BGA)) en het logo van de EU (na registratie door de Gemeenschap).

Een dergelijk etiket moet op iedere verpakking worden aangebracht; facultatief mag ook de naam van de gemeente waar de abrikozen vandaan komen, op het etiket worden vermeld.

Bijvoorbeeld:

„Gönci kajszibarack”

Oltalom alatt álló földrajzi jelzés

Fajta: Gönci magyar kajszi

termőhely: Abaújvár


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.