|
14.1.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 8/29 |
Bericht van opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) van oorsprong uit India
2010/C 8/11
De Europese Commissie („Commissie”) heeft op grond van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn (1) („de basisverordening”) een verzoek ontvangen om een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek te openen.
1. Verzoek om een nieuw onderzoek
Het verzoek is ingediend door Vacmet Packagings (India) Private Limited („de indiener van het verzoek”), een producent-exporteur uit India.
Het betreft alleen een onderzoek naar subsidiëring door de indiener van het verzoek.
2. Product
Het nieuwe onderzoek heeft betrekking op polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) van oorsprong uit India („het betrokken product”), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90.
3. Bestaande maatregelen
Momenteel is op polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) van oorsprong uit India een definitief compenserend recht van toepassing, dat werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 367/2006 van de Raad (2), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 15/2009 van de Raad (3). Bij Verordening (EG) nr. 367/2006 van de Raad is het compenserend recht uitgebreid tot polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) verzonden uit Brazilië en Israël, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël, met uitzondering van een aantal in artikel 1, lid 3, van die verordening bij naam genoemde ondernemingen.
4. Motivering van het nieuwe onderzoek
De indiener van het verzoek heeft voldoende voorlopig bewijsmateriaal verstrekt dat de omstandigheden met betrekking tot subsidiëring op grond waarvan maatregelen werden vastgesteld, aanzienlijk zijn gewijzigd en dat deze wijziging van blijvende aard is.
De indiener van het verzoek voert aan dat het niet langer nodig is om de maatregel in verband met de invoer van het betrokken product op het huidige niveau te handhaven om de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidiëring te neutraliseren. De indiener van het verzoek heeft voldoende bewijsmateriaal geleverd dat zijn subsidiebedrag veel lager is geworden dan het recht dat er momenteel op wordt geheven. Deze daling van de totale subsidie komt hoofdzakelijk doordat minder gebruik werd gemaakt van de Duty Entitlement Passbook Scheme (DEPB, kredietregeling voor invoerrechten).
In het licht van het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat wat de subsidiëring van Vacmet Packagings (India) Private Limited betreft, zij over voldoende voorlopig bewijsmateriaal beschikt dat de omstandigheden inzake subsidiëring aanzienlijk zijn gewijzigd en dat die wijzigingen van blijvende aard zijn; de maatregelen moeten bijgevolg opnieuw worden onderzocht.
5. Procedure voor het vaststellen van subsidiëring
Daar de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité tot de conclusie is gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om een procedure voor een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek in te leiden, opent zij hierbij overeenkomstig artikel 19 van de basisverordening een onderzoek om te bepalen of de maatregelen ten aanzien van de indiener van het verzoek moeten worden ingetrokken of gewijzigd.
Zo ja, dan kan het noodzakelijk zijn het recht te wijzigen dat momenteel van toepassing is op het betrokken product afkomstig van andere ondernemingen in India.
a) Vragenlijsten
Om de informatie te verkrijgen die zij voor het onderzoek nodig acht, zal de Commissie de indiener van het verzoek en de autoriteiten van het betrokken land van uitvoer een vragenlijst toezenden. De Commissie moet deze informatie en het bewijsmateriaal binnen de in punt 6, onder a), van dit bericht genoemde termijn ontvangen.
b) Schriftelijk en mondeling verstrekken van informatie
Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en ook andere informatie dan de antwoorden op de vragenlijst, alsmede bewijsmateriaal te verstrekken. De Commissie moet deze informatie en het bewijsmateriaal binnen de in punt 6, onder a), van dit bericht genoemde termijn ontvangen.
Bovendien kan de Commissie belanghebbenden horen indien zij daarom verzoeken en kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. Dit verzoek moet binnen de in punt 6, onder b), van dit bericht vermelde termijn worden ingediend.
6. Termijnen
a) Aanmelden en indienen van antwoorden op de vragenlijst en andere informatie
Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, moeten, tenzij anders vermeld, binnen 37 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie contact met de Commissie opnemen, hun standpunt uiteenzetten en hun antwoorden op de vragenlijst en andere informatie verstrekken. De aandacht wordt erop gevestigd dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurele rechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie kenbaar maakt.
b) Om een mondeling onderhoud aan te vragen
Binnen dezelfde termijn van 37 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord.
7. Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie
Alle opmerkingen en verzoeken worden schriftelijk (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) toegezonden onder opgave van naam, adres, e-mailadres en telefoon- en faxnummer van de belanghebbende. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die op vertrouwelijke basis worden verstrekt, moeten van het opschrift „Limited” (4) zijn voorzien en moeten overeenkomstig artikel 29, lid 2, van de basisverordening vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie met de vermelding „For inspection by interested parties”.
Correspondentieadres van de Commissie:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat H |
|
Kamer: N-105 4/92 |
|
1049 Brussel |
|
BELGIË |
|
Fax +32 22956505 |
8. Niet-medewerking
Indien een belanghebbende toegang tot de nodige gegevens weigert of deze niet binnen de vastgestelde termijnen verstrekt, dan wel het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.
Wanneer blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, wordt deze buiten beschouwing gelaten en kan overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening gebruik worden gemaakt van de beschikbare gegevens. Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent en er gebruik wordt gemaakt van de beschikbare gegevens, kunnen de resultaten voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.
9. Tijdschema voor het onderzoek
Het onderzoek moet overeenkomstig artikel 22, lid 1, van de basisverordening binnen 15 maanden na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie worden afgesloten.
10. Verwerking van persoonsgegevens
Persoonsgegevens die in het kader van dit onderzoek worden verzameld, zullen worden behandeld in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (5).
11. Hearing
Indien belanghebbenden van mening zijn dat zij bij de uitoefening van hun recht van verweer moeilijkheden ondervinden, kunnen zij vragen dat de bevoegde ambtenaar van DG Handel wordt ingeschakeld. Hij fungeert als tussenpersoon tussen de belanghebbenden en de diensten van de Commissie die het onderzoek uitvoeren, en kan zo nodig aanbieden te bemiddelen in procedurele kwesties aangaande de bescherming van de belangen van de belanghebbenden tijdens de procedure, met name voor kwesties inzake toegang tot het dossier, vertrouwelijkheid, verlenging van termijnen en behandeling van schriftelijke en/of mondelinge opmerkingen. Belanghebbenden die contact willen opnemen, vinden de nodige gegevens en nadere informatie op de webpagina’s van de voor de hearing bevoegde ambtenaar op de website van DG Handel (http://ec.europa.eu/trade).
(1) PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93.
(2) PB L 68 van 8.3.2006, blz. 15.
(3) PB L 6 van 10.1.2009, blz. 1.
(4) Dit betekent dat het document uitsluitend voor intern gebruik bestemd is. Het document is beschermd krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Het document is vertrouwelijk in de zin van artikel 29 van de basisverordening en artikel 12 van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen.
(5) PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.