52010PC0555

Gewijzigd voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend] (Herschikking) /* COM/2010/0555 def. - COD 2008/0242 */


[pic] | EUROPESE COMMISSIE |

Brussel, 11.10.2010

COM(2010) 555 definitief

2008/0242 (COD)

Gewijzigd voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend] (Herschikking)

TOELICHTING

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Eurodac is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2725/2000 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin[1]. In december 2008 heeft de Commissie een herschikkingsvoorstel tot wijziging van deze verordening aangenomen[2] (hierna "het voorstel van december 2008" genoemd).

Dit voorstel moest tot een efficiëntere ondersteuning van de Dublinverordening leiden en tot een adequate aanpak van gegevensbeschermingsproblemen. Ook het IT-beheerskader werd afgestemd op dat van de SIS II- en VIS-verordeningen door te voorzien in de overname van de taken inzake het operationele beheer van Eurodac door het toekomstige agentschap voor het operationele beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht[3] (hierna "het IT-agentschap" genoemd). In december 2008 werd ook voorgesteld de uitvoeringsverordening in te trekken en de inhoud ervan op te nemen in de Eurodac-verordening. Tot slot werden wijzigingen ingevoerd om rekening te houden met de ontwikkelingen en de technische vooruitgang die zich sinds de aanneming van de verordening in 2000 hebben voorgedaan op het gebied van het acquis inzake asiel.

Het voorstel werd op 3 december 2008 ingediend bij het Europees Parlement en de Raad. Het Europees Parlement heeft het voorstel voorgelegd aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE). Op zijn zitting van 7 mei 2009 heeft het Europees Parlement een wetgevingsresolutie[4] aangenomen, waarin het voorstel van de Commissie werd onderschreven, mits een aantal wijzigingen zou worden aangebracht.

De Commissie heeft in september 2009 een gewijzigd voorstel goedgekeurd waarin rekening werd gehouden met de resolutie van het Europees Parlement en de uitkomst van de onderhandelingen in de Raad, en bovendien de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol toegang tot de centrale gegevensbank van Eurodac werd verleend met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten (hierna "het voorstel van september 2009" genoemd)[5].

Met dat voorstel werd in het bijzonder een overbruggingsclausule ingevoerd om toegang voor rechtshandhavingsdoeleinden mogelijk te maken; voorts werden de nodige begeleidende bepalingen opgenomen en werd het voorstel van december 2008 gewijzigd. Het voorstel werd tegelijk ingediend met het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijking met Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving[6] (hierna "het besluit van de Raad" genoemd), waarin de nadere regels inzake deze vorm van toegang zijn opgenomen.

Het Europees Parlement heeft geen wetgevingsresolutie uitgebracht over het voorstel van september 2009.

Met de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de afschaffing van het pijlersysteem is het voorstel voor een besluit van de Raad ongeldig geworden. Volgens de mededeling over de gevolgen van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor de lopende interinstitutionele besluitvormingsprocedures[7] zou het voorstel formeel moeten worden ingetrokken en worden vervangen door een nieuw voorstel om rekening te houden met het nieuwe kader van het VWEU.

Om de onderhandelingen over het asielpakket te bespoedigen en gemakkelijker tot overeenstemming te kunnen komen over de Eurodac-verordening, acht de Commissie het op dit moment verstandiger om de bepalingen over de toegang voor rechtshandhavingsdoeleinden te schrappen.

De Commissie verwacht dat de nieuwe Eurodac-verordening daardoor sneller kan worden aangenomen en dat dit ook een gunstig effect heeft op de tijdige oprichting van het Agentschap voor het operationele beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat immers ook het beheer van Eurodac op zich zou moeten nemen.

2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN DE EFFECTBEOORDELINGEN

Hoewel dit voorstel twee nieuwe technische bepalingen[8] bevat, is het in de eerste plaats bedoeld om het vorige voorstel (van september 2009) te wijzigen door de toegangsmogelijkheden voor rechtshandhavingsdoeleinden uit dat voorstel te schrappen. Daarom zijn voor dit voorstel niet opnieuw belanghebbenden geraadpleegd en is geen nieuwe effectbeoordeling verricht. De effectbeoordeling van 2008[9] is nog steeds geldig.

3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

Dit voorstel wijzigt het gewijzigd voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend] - COM(2009) 342.

Het onderhavige gewijzigd voorstel heeft als rechtsgrondslag artikel 78, lid 2, onder e), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, het equivalent van artikel 63, punt 1, onder a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de rechtsgrondslag van het oorspronkelijke voorstel.

Titel V van het VWEU is niet van toepassing op het Verenigd Koninkrijk en Ierland, tenzij deze lidstaten anders beslissen overeenkomstig de procedure die is vastgesteld in het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het VWEU gehechte Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland.

Het Verenigd Koninkrijk en Ierland zijn gebonden door Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad aangezien zij op basis van bovenvermeld protocol te kennen hebben gegeven dat zij wensen deel te nemen aan de aanneming en toepassing van die verordening. De positie van deze lidstaten met betrekking tot de huidige verordening heeft geen gevolgen voor hun eventuele deelname aan de gewijzigde verordening.

Overeenkomstig het protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het VEU en het VWEU is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming door de Raad van maatregelen uit hoofde van titel V van het VWEU (met uitzondering van “maatregelen tot bepaling van de derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten in het bezit moeten zijn van een visum of […] maatregelen betreffende een uniform visummodel”). Denemarken neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordening; deze is dan ook niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken. Omdat Denemarken op grond van een in 2006 met de EG gesloten internationale overeenkomst[10] echter de huidige Dublinverordening wel toepast, dient het overeenkomstig artikel 3 van die overeenkomst de Commissie te laten weten of het al dan niet ook de inhoud van de gewijzigde verordening zal toepassen.

Dit voorstel houdt de volgende wijzigingen in:

Artikel 2 lid 1, onder c), iv), artikel 5, onder f)-j) en artikel 21, lid 2, zijn geschrapt, omdat zij bij de bepalingen hoorden die de toegang voor rechtshandhavingsdoeleinden mogelijk maakten.

In artikel 18, lid 4, tweede streepje, en in artikel 24, lid 1, onder b), zijn de bepalingen inzake de toegang voor rechtshandhavingsdoeleinden geschrapt.

De overbruggingsclausule van artikel 3 die de toegang voor rechtshandhavingsdoeleinden mogelijk maakte, is geschrapt.

In artikel 18, lid 4, wordt duidelijk gemaakt dat treffers in het systeem moeten worden gecontroleerd door een deskundige op het gebied van vingerafdrukken.

In artikel 24, lid 1), worden bepalingen toegevoegd die het het comité in het kader van de Dublinverordening mogelijk maken informatie over Eurodac op te nemen in de brochure die overeenkomstig artikel 4, lid 3 van die verordening moet worden opgesteld.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Dit voorstel brengt aanzienlijk minder kosten met zich mee dan het vorige [COM(2009) 344], dat vergelijkingen voor rechtshandhavingsdoeleinden mogelijk maakte.

In dit voorstel zijn de verbeteringen van het systeem wat betreft de nieuwe, op asiel gerichte functies betreffende de informatie over de status van de betrokkene (die het resultaat waren van de onderhandelingen in de Raad) gehandhaafd, terwijl de zoekfunctie voor rechtshandhavingsdoeleinden is geschrapt. Deze wijzigingen zijn terug te vinden in het financieel memorandum bij dit voorstel.

De geraamde kosten van 230 000 EUR houden verband met IT-diensten, software en hardware, en de aanpassing van het centraal systeem van Eurodac.

5. GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL VOOR NIET-EU-LIDSTATEN DIE BETROKKEN ZIJN BIJ HET DUBLINSYSTEEM

Parallel met de associatie van verschillende niet-EU-lidstaten bij het Schengenacquis, heeft de Gemeenschap meerdere overeenkomsten gesloten waarbij deze landen ook bij het Dublin/Eurodac-acquis werden betrokken of is zij daarmee bezig:

- de overeenkomst met IJsland en Noorwegen, die is gesloten in 2001[11];

- de overeenkomst met Zwitserland, die is gesloten op 28 februari 2008[12];

- het protocol met Liechtenstein, dat is ondertekend op 28 februari 2008[13].

Om rechten en verplichtingen te creëren tussen Denemarken – dat, zoals hierboven is uiteengezet, via een internationale overeenkomst bij het Dublin/Eurodac-acquis is betrokken – en de bovengenoemde landen, zijn nog twee instrumenten gesloten tussen de Gemeenschap en de bij dit acquis betrokken landen[14].

Krachtens de drie bovengenoemde overeenkomsten moeten de bij het Dublin/Eurodac-acquis betrokken landen dit acquis en de ontwikkeling daarvan zonder uitzondering aanvaarden. Zij nemen niet deel aan de aanneming van besluiten tot wijziging of ontwikkeling van het Dublin/Eurodac-acquis (zoals dit voorstel), maar moeten de Commissie binnen een bepaalde termijn in kennis stellen van hun beslissing om de inhoud van die besluiten al dan niet te aanvaarden zodra deze door de Raad en het Europees Parlement zijn aangenomen. Wanneer Noorwegen, IJsland, Zwitserland of Liechtenstein een besluit tot wijziging of ontwikkeling van het Dublin/Eurodac-acquis niet aanvaarden, wordt de zogenaamde "guillotinebepaling" toegepast en wordt de betrokken overeenkomst beëindigd, tenzij het desbetreffende bij de overeenkomsten ingestelde gemengd comité unaniem anders besluit.

⎢2725/2000/EG (aangepast)

2008/0242 (COD)

Gewijzigd voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin √ Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend] ∏

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name artikel 78, lid 2, onder e) op artikel 63, punt 1, onder a),

Gezien het voorstel van de Commissie[15],

Gezien het advies van het Europees Parlement[16],

√ Handelend volgens de procedure van artikel 294 van het Verdrag[17], ∏

Overwegende hetgeen volgt:

∫ nieuw

(1) Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad van 11 december 2000 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin[18] en Verordening (EG) nr. 407/2002 van de Raad van 28 februari 2002 tot vaststelling van sommige uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 2725/2000 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin[19], moeten op verscheidene punten ingrijpend worden gewijzigd. Ter wille van de duidelijkheid dient tot herschikking van deze verordeningen te worden overgegaan.

⎢ 2725/2000/EG overweging 1

(1) De lidstaten hebben het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 ondertekend, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967.

⎢ 2725/2000/EG overweging 2 (aangepast)

(2) De lidstaten hebben de op 15 juni 1990 te Dublin ondertekende overeenkomst gesloten betreffende de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend, hierna "Overeenkomst van Dublin" genoemd.

∫ nieuw

(2) Een gemeenschappelijk asielbeleid, dat een gemeenschappelijk Europees asielstelsel omvat, is een wezenlijk aspect van de doelstelling van de Europese Unie om geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht tot stand te brengen, die openstaat voor diegenen die onder druk van de omstandigheden op wettige wijze in de Unie internationale bescherming zoeken.

(3) De Europese Raad van 4 november 2004 nam het Haags programma aan, waarin doelstellingen met betrekking tot de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zijn vastgesteld, die in de periode 2005-2010 moeten worden gerealiseerd. In het Europees migratie- en asielpact, dat door de Europese Raad van 15-16 oktober 2008 werd aangenomen, wordt verzocht de invoering van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te voltooien door de invoering van een eenvormige asielprocedure met gemeenschappelijke waarborgen en een eenvormige status van vluchtelingen en van personen die subsidiaire bescherming genieten.

(4) In het Haags programma werd aangedrongen op een betere toegang tot de bestaande gegevensbestanden van de Europese Unie.

⎢ 2725/2000/EG overweging 3 (aangepast)

? nieuw

(5) Voor de toepassing van de Overeenkomst van Dublin √ Verordening (EG) nr. […/…] van de Raad [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend][20] ∏ , is het noodzakelijk de identiteit vast te stellen van asielzoekers ? personen die om internationale bescherming verzoeken ⎪ en van personen die in verband met de illegale overschrijding van de buitengrens van de Gemeenschap zijn aangehouden. Tevens is het met het oog op een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin √ Verordening (EG) nr. […/…] van de Raad [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend] ∏ , en met name van artikel 1018, lid 1, punten c) en e) b) en d), van die verordening , wenselijk elke lidstaat de mogelijkheid te bieden na te gaan of een vreemdeling √ een onderdaan van een derde land of een staatloze ∏ die zich illegaal op zijn grondgebied ophoudt, in een andere lidstaat om asiel ? internationale bescherming ⎪ heeft verzocht.

⎢ 2725/2000/EG overweging 4

(6) Vingerafdrukken vormen een belangrijk element om de juiste identiteit van die personen vast te stellen, hetgeen ertoe noopt een systeem voor de vergelijking van hun vingerafdrukgegevens in te stellen.

⎢ 2725/2000/EG overweging 5

? nieuw

(7) Daartoe is het noodzakelijk om een systeem op te zetten, "Eurodac" genaamd, bestaande uit een bij de Commissie in te stellen centrale eenheid die ? centraal systeem dat ⎪ een geautomatiseerde centrale gegevensbank van vingerafdrukgegevens beheert, alsmede uit de elektronische middelen voor doorzending tussen de lidstaten en de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪.

∫ nieuw

(8) Om ervoor te zorgen dat alle personen die verzoeken om internationale bescherming of internationale bescherming genieten gelijk worden behandeld en om te zorgen voor samenhang met het huidige EU-acquis inzake asiel, met name met Richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming en met Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend], dient de werkingssfeer van deze verordening te worden uitgebreid tot personen die om subsidiaire bescherming verzoeken en personen die subsidiaire bescherming genieten.

⎢ 2725/2000/EG overweging 6 (aangepast)

? nieuw

(9) Het is tevens noodzakelijk dat de lidstaten van elke asielzoeker ? persoon die om internationale bescherming verzoekt ⎪ en van elke in verband met de illegale overschrijding van de buitengrens van een lidstaat aangehouden vreemdeling √ onderdaan van een derde land of staatloze ∏ , voor zover deze 14 jaar of ouder is, onverwijld vingerafdrukken nemen ? en vingerafdrukgegevens toezenden ⎪.

⎢ 2725/2000/EG overweging 7 (aangepast)

? nieuw

(10) Het is noodzakelijk nauwkeurige regels vast te stellen voor de toezending van deze vingerafdrukgegevens aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ , de opslag van deze vingerafdrukgegevens en van andere relevante gegevens in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪, de bewaring van die gegevens, de vergelijking ervan met andere vingerafdrukgegevens, de toezending van de resultaten van die vergelijking alsmede voor de afscherming ? markering ⎪ en de verwijdering van de vastgelegde gegevens. Dergelijke regels kunnen verschillend zijn voor en dienen specifiek te worden afgestemd op de situatie van de verschillende categorieën vreemdelingen √ onderdanen van derde landen of staatlozen ∏ .

∫ nieuw

(11) Treffers in Eurodac dienen te worden geverifieerd door een deskundige op het gebied van vingerafdrukken, zodat de juiste lidstaat wordt aangewezen als verantwoordelijke lidstaat volgens Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend].

⎢ 2725/2000/EG overweging 8 (aangepast)

? nieuw

(12) Vreemdelingen √ Onderdanen van derde landen of staatlozen ∏ die in één lidstaat om asiel ? internationale bescherming ⎪ hebben verzocht, kunnen nog tal van jaren over de mogelijkheid beschikken om dat ook in een andere lidstaat te doen. Daarom moet het maximale tijdsbestek gedurende hetwelk vingerafdrukken door de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ dienen te worden bewaard, vrij lang zijn. Gezien het feit dat de meeste vreemdelingen √ onderdanen van derde landen of staatlozen ∏ die een aantal jaren in de Gemeenschap √ Europese Unie ∏ hebben verbleven, na die periode een vaste status of zelfs het burgerschap van een lidstaat hebben verkregen, dient een periode van tien jaar voor de bewaring van vingerafdrukgegevens als een redelijke termijn te worden beschouwd.

⎢ 2725/2000/EG overweging 9 (aangepast)

(13) Deze bewaringstermijn dient te worden bekort in bepaalde bijzondere omstandigheden waarin bewaring van vingerafdrukgegevens voor een zo lange duur onnodig is. Vingerafdrukgegevens van vreemdelingen onderdanen √ van derde landen of staatlozen ∏ dienen onverwijld te worden verwijderd zodra die vreemdelingen √ deze ∏ het burgerschap van een lidstaat verkrijgen.

∫ nieuw

(14) Het is wenselijk gegevens te bewaren over betrokkenen van wie de vingerafdrukken aanvankelijk in Eurodac zijn opgeslagen bij de indiening van een verzoek om internationale bescherming en aan wie in een lidstaat internationale bescherming is verleend om gegevens die bij de indiening van een verzoek om internationale bescherming worden opgeslagen daarmee te kunnen vergelijken.

(15) Op basis van een effectbeoordeling met een grondige analyse van alternatieve oplossingen vanuit financieel, operationeel en organisatorisch oogpunt dient een beheersautoriteit met bevoegdheid voor het operationele beheer van Eurodac te worden opgericht. Tot dat moment dient de Commissie bevoegd te blijven voor het beheer van het centraal systeem en voor de communicatie-infrastructuur.

⎢ 2725/2000/EG overweging 10

? nieuw

(16) De respectieve verantwoordelijkheden van de Commissie ð en de beheersautoriteit ï , voor zover het de centrale eenheid ð het centraal systeem en de communicatie-infrastructuur ï betreft, en van de lidstaten met betrekking tot de verwerkinghet gebruik van gegevens, beveiliging van gegevens, toegang tot en rechtzetting van geregistreerde gegevens moeten duidelijk afgebakend worden.

⎢ 2725/2000/EG overweging 11

(17) Terwijl de niet-contractuele aansprakelijkheid van de Gemeenschap in verband met het beheer van het Eurodac-systeem door de desbetreffende verdragsbepalingen wordt beheerst, moeten voor de niet-contractuele aansprakelijkheid van de lidstaten in verband met het beheer van het systeem specifieke bepalingen worden vastgesteld.

⎢ 2725/2000/EG overweging 12

(18) De doelstelling van de overwogen maatregelen, namelijk de invoering, bij de Commissie, van een systeem voor het vergelijken van vingerafdrukgegevens ten behoeve van de uitvoering van het asielbeleid van de Gemeenschap, kan, juist door de aard ervan, onvoldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt, zodat dit, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5 van het Verdrag, beter door de Gemeenschap kan geschieden. Overeenkomstig het proportionaliteitsbeginsel van genoemd artikel reikt deze verordening niet verder dan hetgeen nodig is voor het bereiken van deze doelstelling.

⎢ 2725/2000/EG overweging 15 (aangepast)

(19) Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[21] dient op de verwerking door de lidstaten van persoonsgegevens √ overeenkomstig deze verordening ∏ in het raam van het Eurodac-systeem van toepassing te zijn.

⎢ 2725/2000/EG overweging 16

(16) Krachtens artikel 286 van het Verdrag is Richtlijn 95/46/EG ook van toepassing op instellingen en organen van de Gemeenschap. Aangezien de centrale eenheid bij de Commissie zal worden ingesteld, zal die richtlijn ook gelden voor de verwerking van persoonsgegevens door die eenheid.

⎢ 2725/2000/EG overweging 17

(20) De beginselen van Richtlijn 95/46/EG met betrekking tot de bescherming van de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, met name het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking van persoonsgegevens, dienen vooral voor zover het bepaalde sectoren betreft te worden aangevuld of verduidelijkt.

∫ nieuw

(21) Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[22] moet worden toegepast op de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de Unie op grond van deze verordening. Bepaalde punten in verband met de verantwoordelijkheid voor de verwerking van gegevens en het toezicht op de gegevensbescherming dienen evenwel te worden verduidelijkt.

(22) Het is wenselijk dat de nationale toezichthoudende autoriteiten toezien op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten, terwijl de in artikel 41 van Verordening (EG) nr. 45/2001 bedoelde Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming moet toezien op de werkzaamheden van de instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de Unie in verband met de verwerking van persoonsgegevens op grond van deze verordening.

⎢ 2725/2000/EG overweging 18

? nieuw

(23) Het is dienstig ? periodiek ⎪ op de prestaties van Eurodac toezicht te houden en deze te evalueren.

⎢ 2725/2000/EG overweging 19 (aangepast)

? nieuw

(24) De lidstaten dienen te voorzien in een regeling die verwerkinggebruik van in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ √ ingevoerde ∏ gegevens diedat in strijd is met de doelstelling van Eurodac √ op een doeltreffende, evenredige en afschrikkende manier ∏ bestraft.

∫ nieuw

(25) Lidstaten moeten in kennis worden gesteld van de status van specifieke asielprocedures ter vergemakkelijking van de correcte toepassing van Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend].

(26) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en moet met inachtneming daarvan worden toegepast; zij neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn neergelegd. Deze verordening eerbiedigt met name onverkort het recht van het individu op bescherming van persoonsgegevens en het asielrecht.

⎢ 2725/2000/EG overweging 22 (aangepast)

(27) Het is dienstig de territoriale werkingssfeer van deze verordening te beperken en te doen samenvallen met die van de Overeenkomst van Dublin √ Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend] ∏ ,

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Doel van "Eurodac"

1. Hierbij wordt een systeem, "Eurodac" geheten, ingesteld dat tot doel heeft te helpen vaststellen welke lidstaat krachtens de Overeenkomst van Dublin √ Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend] ∏ verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek ? verzoek om internationale bescherming ⎪ dat ? door een onderdaan van een derde land of een staatloze ⎪ bij een lidstaat is ingediend en tevens de toepassing van de Overeenkomst van Dublin √ Dublinverordening ∏ te vergemakkelijken, zulks onder de in deze verordening vervatte voorwaarden.

2. Eurodac bestaat uit:

(a) de in artikel 3 bedoelde centrale eenheid,

(b) een geautomatiseerde centrale gegevensbank, waarin de in artikel 5, lid 1, in artikel 8, lid 2, en in artikel 11, lid 2, bedoelde gegevens worden verwerkt om de vingerafdrukgegevens van asielzoekers en van de categorieën vreemdelingen bedoeld in artikel 8, lid 1, en artikel 11, lid 1, te kunnen vergelijken,

(c) datatransmissiefaciliteiten tussen de lidstaten en de centrale gegevensbank.

3.2. Onverminderd het gebruik dat de verwerking door de lidstaat van oorsprong kan maken van de voor Eurodac bestemde gegevens in overeenkomstig zijn nationaal recht ingestelde gegevensbestanden, mag de verwerking in Eurodac van vingerafdrukgegevens en andere persoonsgegevens uitsluitend plaatsvinden ten behoeve van de in artikel 3215, lid 1, van de Overeenkomst van Dublin √ Dublinverordening ∏ vermelde doeleinden.

Artikel 2

Definities

1. Voor de doeleinden van deze verordening wordt verstaan onder:

a) "Overeenkomst van Dublin √ Dublinverordening ∏ ":, de op 15 juni 1990 te Dublin ondertekende overeenkomst betreffende de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend √ Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend] ∏ ;

b) "asielzoeker" ? "persoon die om internationale bescherming verzoekt" ⎪ :, een vreemdeling √ onderdaan van een derde land of een staatloze ∏ die een asielverzoek heeft ingediend of namens wie een asielverzoek is ingediend ? verzoek om internationale bescherming in de zin van artikel 2, onder g), van Richtlijn 2004/83/EG van de Raad heeft ingediend waarover nog geen definitieve beslissing is genomen ⎪;

c) "lidstaat van oorsprong":

i) in verband met een asielzoeker √ persoon zoals bedoeld in artikel 6 ∏ :, de lidstaat die de persoonsgegevens aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ toezendt en de resultaten van de vergelijking ontvangt;

ii) in verband met een persoon zoals bedoeld in artikel 118:, de lidstaat die de persoonsgegevens aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ toezendt;

iii) in verband met een persoon als bedoeld in artikel 1411:, de lidstaat die de persoonsgegevens aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ toezendt en de resultaten van de vergelijking ontvangt;

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

d) "vluchteling" ? "persoon aan wie internationale bescherming is verleend" ⎪:, degene die als vluchteling √ een onderdaan van een derde land of een staatloze van wie ∏ is erkend overeenkomstig het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967 ? dat hij recht heeft op internationale bescherming in de zin van artikel 2, onder a), van Richtlijn 2004/83/EG van de Raad ⎪;

e) "treffer": de op grond van een vergelijking door de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ geconstateerde overeenstemming of overeenstemmingen tussen de vingerafdrukgegevens die in de gegevensbank zijn opgeslagen en de vingerafdrukken die door een lidstaat zijn toegezonden voor een persoon, onverminderd de plicht van de lidstaten de resultaten van de vergelijking overeenkomstig artikel 18, lid 4,artikel 4, lid 6, onmiddellijk te toetsen.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

2. De in artikel 2 van Richtlijn 95/46/EG gedefinieerde begrippen hebben in deze verordening dezelfde betekenis als in die richtlijn.

3. Tenzij anders bepaald hebben de in artikel 1 2 van de Overeenkomst van Dublin √ Dublinverordening ∏ gedefinieerde begrippen in deze verordening dezelfde betekenis als in die overeenkomst √ de Dublinverordening ∏.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

Artikel 3

Centrale eenheid √ Architectuur van het systeem en basisbeginselen ∏

1. Er wordt bij de Commissie een centrale eenheid opgericht om ten behoeve van de lidstaten de in artikel 1, lid 2, onder b), genoemde centrale gegevensbank te beheren. De centrale eenheid wordt uitgerust met een geautomatiseerd vingerafdrukkenherkenningssysteem.

∫ nieuw

1. Eurodac bestaat uit:

a) een geautomatiseerde centrale gegevensbank met vingerafdrukken (centraal systeem), die bestaat uit

- een centrale eenheid,

- een business continuity system;

b) een communicatie-infrastructuur tussen het centraal systeem en de lidstaten, waarmee een versleuteld virtueel netwerk tot stand wordt gebracht dat specifiek bestemd is voor Eurodac-gegevens (communicatie-infrastructuur).

2. Elke lidstaat heeft een enkel nationaal toegangspunt.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

2.3. Gegevens over asielzoekers, en over de in de artikelen 8 en in artikel 11 6, 11 en 14 bedoelde personen worden bij de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ ten behoeve van de lidstaat van oorsprong verwerkt, onder de in deze verordening genoemde voorwaarden √ , en worden afgescheiden met geschikte technische middelen ∏ .

⎢ 2725/2000/EG artikel 1, lid 2, derde alinea

? nieuw

4. De regels voor Eurodac zijn eveneens van toepassing op de handelingen die door de lidstaten worden verricht, vanaf het toezenden van de gegevens aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ tot het gebruik van de vergelijkingsresultaten.

⎢ 2725/2000/EG artikel 4, lid 1, tweede zin

? nieuw

5. De procedure voor het nemen van vingerafdrukken wordt bepaald ? en toegepast ⎪ overeenkomstig de praktijk van de betrokken lidstaat en overeenkomstig de garanties die verankerd zijn in het ? Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden ⎪ Europees Verdrag voor de rechten van de mens en het VN-verdrag inzake de rechten van het kind.

∫ nieuw

Artikel 4

Operationeel beheer door de beheersautoriteit

1. Een beheersautoriteit, die uit de algemene begroting van de Europese Unie wordt gefinancierd, wordt belast met het operationele beheer van Eurodac. De beheersautoriteit zorgt er in samenwerking met de lidstaten voor dat te allen tijde de beste voorhanden zijnde technologie wordt gebruikt voor het centraal systeem, onder voorbehoud van een kosten-batenanalyse.

2. Zij wordt tevens belast met de volgende taken met betrekking tot de communicatie-infrastructuur:

a) toezicht;

b) beveiliging;

c) coördinatie van de betrekkingen tussen de lidstaten en de dienstverlener.

3. De Commissie wordt belast met alle andere taken die betrekking hebben op de communicatie-infrastructuur, met name:

a) begrotingsuitvoeringstaken;

b) aanschaf en vernieuwing;

c) contractuele aangelegenheden.

4. Vóór de aanvang van de werkzaamheden van de beheersautoriteit, is de Commissie belast met alle taken die door deze verordening aan de beheersautoriteit worden toegewezen.

5. Het operationele beheer van Eurodac omvat alle taken die nodig zijn om Eurodac overeenkomstig deze verordening 24 uur per dag en 7 dagen per week te laten functioneren, met name de onderhoudswerkzaamheden en technische ontwikkelingen die nodig zijn voor een bevredigend niveau van operationele kwaliteit van het systeem, in het bijzonder wat betreft de tijd die nodig is voor raadpleging van het centraal systeem.

6. Onverminderd het bepaalde in artikel 17 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen past de beheersautoriteit passende voorschriften inzake het beroepsgeheim of een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht toe op iedere persoon die met Eurodac-gegevens moet werken. Deze geheimhoudingsplicht blijft ook gelden nadat een dergelijk personeelslid zijn functie of dienstverband heeft beëindigd of zijn werkzaamheden heeft stopgezet.

7. De in deze verordening bedoelde beheersautoriteit is de beheersautoriteit die voor SIS II bevoegd is op grond van Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II), en voor het VIS op grond van Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

Artikel 53

√Statistieken ∏

3. De centrale eenheid √ beheersautoriteit ∏ stelt om de drie maanden ? elke maand ⎪ een statistisch verslag op over haar √ de ∏ werkzaamheden √ van het centraal systeem ∏ , met ? met name ⎪ de volgende informatie:

a) het aantal toegezonden gegevens over de in artikel 6, lid 1, artikel 118, lid 1, en artikel 1411, lid 1, bedoelde personen;

b) het aantal treffers aangaande asielzoekers ? personen die om internationale bescherming verzoeken en die ook ⎪ in een andere lidstaat een asielverzoek ? verzoek om internationale bescherming ⎪ hebben ingediend;

c) het aantal treffers aangaande de in artikel 118, lid 1, bedoelde personen die later een asielverzoek ? verzoek om internationale bescherming ⎪ hebben ingediend;

d) het aantal treffers aangaande de in artikel 1411, lid 1, bedoelde personen die eerder een asielverzoek ? verzoek om internationale bescherming ⎪ in een andere lidstaat hebben ingediend;

e) het aantal vingerafdrukgegevens dat de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ opnieuw ? herhaaldelijk ⎪ bij de lidstaten van oorsprong heeft moeten opvragen omdat de eerder toegezonden vingerafdrukgegevens ongeschikt waren voor vergelijking door het geautomatiseerde vingerafdrukkenherkenningssysteem.

⎢ 2725/2000/EG

? nieuw

Aan het eind van ieder jaar wordt een statistisch verslag opgesteld waarin de ? maandelijkse ⎪ driemaandelijkse statistische verslagen die sinds het begin van de activiteiten van Eurodac zijn opgesteld, ? voor dat jaar ⎪ worden samengevat en waarin tevens het aantal personen wordt vermeld met betrekking tot wie treffers in de zin van sub b), c) en d) werden vastgesteld.

Dit statistisch verslag omvat een uitsplitsing van de gegevens per lidstaat.

4. Ingevolge de procedure van artikel 23, lid 2, kan de centrale eenheid ermee worden belast bepaalde andere statistische taken uit te voeren met betrekking tot de bij de centrale eenheid verwerkte gegevens.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

HOOFDSTUK II

ASIELZOEKERS √ PERSONEN DIE OM INTERNATIONALE BESCHERMING VERZOEKEN ∏

Artikel 64

Verzameling, toezending en vergelijking van vingerafdrukken

1. Elke lidstaat neemt onverwijld de vingerafdrukken van alle vingers van elke asielzoeker ? persoon ⎪ van 14 jaar of ouder ? die om internationale bescherming verzoekt ⎪ en zendt √ deze samen met ∏ de in artikel 85, punten ba) tot en met gf), genoemde gegevens onverwijld ? zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur na de indiening van dat verzoek om internationale bescherming in de zin van artikel 20, lid 2, van de Dublinverordening ⎪ toe aan de centrale eenheid ð het centraal systeem ï .

∫ nieuw

?Niet-inachtneming van de termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting vingerafdrukken te nemen en toe te zenden aan het centraal systeem. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 18 van deze verordening mogelijk te maken, neemt de lidstaat van oorsprong opnieuw vingerafdrukken van de aanvrager en zendt hij deze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat zij met succes zijn genomen opnieuw toe. ⎪

⎢ 2725/2000/EG

(2) De in artikel 5, lid 1, genoemde gegevens worden door de centrale eenheid of, voorzover de technische omstandigheden zulks toelaten, rechtstreeks door de lidstaat van oorsprong, onmiddellijk in de centrale gegevensbank opgeslagen.

∫ nieuw

2. Wanneer het als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de aanvrager of van de volksgezondheid niet mogelijk is de vingerafdrukken van een aanvrager te nemen, nemen de lidstaten, in afwijking van lid 1, de vingerafdrukken van de aanvrager en zenden zij deze toe, zulks zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat die redenen zijn weggevallen.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

3. De in artikel 85, onder ab), genoemde vingerafdrukgegevens die door een lidstaat zijn toegezonden, worden √ , met uitzondering van de overeenkomstig artikel 7, onder b), toegezonden vingerafdrukgegevens, ∏ ? automatisch ⎪ vergeleken met de gegevens over vingerafdrukken die door andere lidstaten zijn toegezonden en reeds in de centrale eenheid ð het centraal systeem ï zijn opgeslagen.

4. Op verzoek van een lidstaat draagt de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ er zorg voor dat de in lid 3 bedoelde vergelijking de door die lidstaat voordien toegezonden vingerafdrukgegevens bestrijkt in aanvulling op de gegevens van andere lidstaten.

5. De centrale eenheid ? Het centraal systeem ⎪ zendt de treffer of het negatieve resultaat van de vergelijking onverwijld ? automatisch ⎪ toe aan de lidstaat van oorsprong. Bij een treffer zendt zij ? het ⎪ voor alle reeksen gegevens die met de treffer overeenkomen de gegevens toe, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, van de overeenkomst. De gegevens zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), van de overeenkomst worden alleen dan toegezonden voorzover zij aan de treffer ten grondslag lagen 8, onder a) tot en met ? g), samen met, in voorkomend geval, de in artikel 15, lid 1, bedoelde markering.⎪

Indien de technische omstandigheden zulks toelaten, mag het vergelijkingsresultaat rechtstreeks worden toegezonden aan de lidstaat van oorsprong.

7. De uitvoeringsbepalingen waarin de procedures voor de toepassing van de leden 1 tot en met 6 zijn vervat, worden volgens de procedure van artikel 22, lid 1, vastgesteld.

∫ nieuw

Artikel 7

Informatie over de status van de betrokkenen

De volgende informatie wordt toegezonden aan het centraal systeem om te worden opgeslagen conform artikel 9 met het oog op de doorzending in de zin van artikel 6, lid 5:

a) wanneer een persoon die om internationale bescherming verzoekt of een andere in artikel 18, lid 1, onder d), van de Dublinverordening bedoelde persoon in de verantwoordelijke lidstaat aankomt na een overdracht op grond van een beslissing tot inwilliging van een terugnameverzoek in de zin van artikel 24 van de Dublinverordening, werkt de verantwoordelijke lidstaat zijn overeenkomstig artikel 8 opgeslagen gegevens betreffende de betrokken persoon bij door toevoeging van de datum van aankomst;

b) wanneer een persoon die om internationale bescherming verzoekt in de verantwoordelijke lidstaat aankomt na een overdracht op grond van een beslissing tot inwilliging van een overnameverzoek in de zin van artikel 22 van de Dublinverordening, zendt de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig artikel 8 gegevens toe betreffende de betrokken persoon en neemt hij de datum van aankomst op;

c) zodra de lidstaat van oorsprong kan aantonen dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig artikel 8 in Eurodac zijn opgeslagen het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten, werkt hij zijn overeenkomstig artikel 8 opgeslagen gegevens betreffende de betrokken persoon bij door toevoeging van de datum waarop de persoon het grondgebied heeft verlaten teneinde de toepassing van artikel 19, lid 2, en artikel 20, lid 5, van de Dublinverordening te vergemakkelijken;

d) zodra de lidstaat van oorsprong garandeert dat de betrokken persoon van wie de gegevens overeenkomstig artikel 8 in Eurodac zijn opgeslagen het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten op grond van een terugkeerbesluit of een verwijderingsbevel dat is uitgegeven na de intrekking of de afwijzing van het in artikel 19, lid 3, van de Dublinverordening bedoelde verzoek, werkt hij zijn overeenkomstig artikel 8 opgeslagen gegevens betreffende de betrokken persoon bij door toevoeging van de datum van de verwijdering of van de datum waarop de persoon het grondgebied heeft verlaten;

e) de lidstaat die overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de Dublinverordening de verantwoordelijkheid op zich neemt, werkt zijn overeenkomstig artikel 8 opgeslagen gegevens betreffende de betrokken aanvrager bij door toevoeging van de datum waarop de beslissing om het verzoek te behandelen, is genomen.

⎢ 2725/2000/EG

? nieuw

Artikel 85

Opslag van gegevens

1. Slechts de volgende gegevens worden in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ vastgelegd:

ab)vingerafdrukgegevens;

ba) lidstaat van oorsprong, plaats en datum van het asielverzoek ? verzoek om internationale bescherming; in de in artikel 7, onder b), bedoelde gevallen is de datum van het verzoek de datum die is ingevoerd door de lidstaat die de aanvrager heeft overgedragen ⎪ ;

c) geslacht;

d) referentienummer dat door de lidstaat van oorsprong wordt gebruikt;

e) datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen;

f) datum waarop de gegevens aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ zijn toegezonden;

(g) datum waarop de gegevens in de centrale gegevensbank zijn ingevoerd;

∫ nieuw

g) gebruikersidentificatie van de operator.

⎢ 2725/2000/EG

? nieuw

h) nadere informatie met betrekking tot de ontvanger(s) aan wie de gegevens zijn toegezonden en de datum (data) van toezending.

h) in voorkomend geval overeenkomstig artikel 7, onder a) of onder b), de datum van aankomst van de betrokken persoon na een succesvolle overdracht;

i) in voorkomend geval overeenkomstig artikel 7, onder c), de datum waarop de betrokken persoon het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten;

j) in voorkomend geval overeenkomstig artikel 7, onder d), de datum waarop de betrokken persoon het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten of daarvan is verwijderd;

k) in voorkomend geval overeenkomstig artikel 7, onder e), de datum waarop de beslissing om de aanvraag te behandelen, is genomen.

2. Na opslag van de gegevens in de centrale gegevensbank vernietigt de centrale eenheid de voor de toezending gebruikte gegevensdragers, tenzij de lidstaat van oorsprong heeft verzocht deze terug te zenden.

Artikel 96

Bewaring van gegevens

Elke reeks gegevens als vermeld in artikel 85, lid 1, wordt in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ bewaard voor een periode van tien jaar vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen.

Daarna worden de gegevens automatisch door de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ uit de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ verwijderd.

Artikel 107

Eerder verwijderen van gegevens

1. Gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van de in artikel 96 gestelde termijn het burgerschap van een lidstaat heeft verkregen, worden in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ gewist overeenkomstig artikel 21, lid 415, lid 3, zodra de lidstaat van oorsprong er kennis van neemt dat de persoon in kwestie dat burgerschap heeft verkregen.

∫ nieuw

2. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong in kennis van het feit dat een andere lidstaat van oorsprong om de in lid 1 vermelde reden gegevens heeft verwijderd wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 6, lid 1, of artikel 11, lid 1, bedoelde personen.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

HOOFDSTUK III

IN VERBAND MET ILLEGALE BUITENGRENSOVERSOVERSCHRIJDING AANGEHOUDEN VREEMDELINGEN √ ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN OF STAATLOZEN ∏

Artikel 118

Verzamelen en toezenden van vingerafdrukgegevens

1. Elke lidstaat neemt, met inachtneming van de garanties die verankerd zijn in het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en het VN-verdrag inzake de rechten van het kind, onverwijld de vingerafdrukken van alle vingers van elke vreemdeling √ onderdaan van een derde land of staatloze ∏ van veertien jaar of ouder die, komende uit een derde land, door de bevoegde controleautoriteiten van een lidstaat is aangehouden in verband met het illegaal over land, over zee of door de lucht overschrijden van de grens van die lidstaat, en die niet is teruggezonden ? of die fysiek op het grondgebied van de lidstaten blijft en niet in afzondering of bewaring wordt gehouden gedurende de gehele periode tussen de aanhouding en de verwijdering op grond van de beslissing hem terug te zenden ⎪ .

2. De betrokken lidstaat zendt de volgende gegevens over elke in lid 1 bedoelde vreemdeling √ onderdaan van een derde land of staatloze ∏ onverwijld ? zo spoedig mogelijk en uiterlijk 72 uur na de datum van aanhouding ⎪ toe aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪:

ab)vingerafdrukgegevens;

ba) lidstaat van oorsprong, plaats en datum van de aanhouding;

c) geslacht;

d) referentienummer dat door de lidstaat van oorsprong wordt gebruikt;

e) datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen;

f) datum waarop de gegevens aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ zijn toegezonden;

∫ nieuw

g) gebruikersidentificatie van de operator.

3. De toezending van de in lid 2 bedoelde gegevens betreffende personen die zijn aangehouden op de in lid 1 beschreven wijze en die fysiek op het grondgebied van de lidstaten blijven maar die na hun aanhouding in afzondering of bewaring worden gehouden voor een periode van meer dan 72 uur, vindt, in afwijking van lid 2, plaats vóór hun vrijlating uit afzondering of bewaring.

4. Niet-inachtneming van de in lid 2 bedoelde termijn van 72 uur ontslaat de lidstaten niet van hun verplichting vingerafdrukken te nemen en toe te zenden aan het centraal systeem. Wanneer het als gevolg van de toestand van de vingertoppen niet mogelijk is vingerafdrukken te nemen van een voldoende kwaliteit om een passende vergelijking in de zin van artikel 18 van deze verordening mogelijk te maken, neemt de lidstaat van oorsprong opnieuw vingerafdrukken van deze persoon en zendt hij deze zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur nadat zij met succes zijn genomen opnieuw toe.

5. Wanneer het als gevolg van maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de betrokken persoon of van de volksgezondheid niet mogelijk is de vingerafdrukken van deze persoon te nemen, neemt de betrokken lidstaat, in afwijking van lid 1, de vingerafdrukken van deze persoon en zendt hij deze, met inachtneming van de in lid 2 vermelde termijn, toe nadat die redenen zijn weggevallen.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

Artikel 129

Opslag van gegevens

1. De in artikel 5, lid 1, onder g), en in artikel 118, lid 2, bedoelde gegevens worden in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ opgeslagen.

Onverminderd artikel 53, lid 3, worden gegevens die overeenkomstig artikel 118, lid 2, aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ zijn toegezonden, uitsluitend opgeslagen voor de vergelijking met gegevens over asielzoekers ? personen die om internationale bescherming verzoeken ⎪ welkedie later aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ worden doorgezonden.

De centrale eenheid ? Het centraal systeem ⎪ vergelijkt overeenkomstig artikel 118, lid 2, aan haar ? het centraal systeem ⎪ toegezonden gegevens niet met de eerder in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ vastgelegde gegevens en evenmin met gegevens die haar nadien overeenkomstig artikel 118, lid 2, ? aan het centraal systeem ⎪ worden toegezonden.

2. De procedures van artikel 4, lid 1, tweede zin, artikel 4, lid 2, en artikel 5, lid 2, alsmede de bepalingen die krachtens artikel 4, lid 7, zijn vastgesteld, zijn van toepassing. Voor de vergelijking van gegevens over asielzoekers ? personen die om internationale bescherming verzoeken ⎪ welkedie later aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ worden toegezonden, met de in lid 1 bedoelde gegevens, zijn de procedures van artikel 4, leden 3, 5 en 6, 6, leden 3 en 5, en artikel 18, lid 4, van toepassing.

Artikel 1310

Bewaring van gegevens

1. Elke reeks gegevens over een vreemdeling √ onderdaan van een derde land of een staatloze ∏ als vermeld in artikel 118, lid 1, wordt in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ bewaard voor een periode van ? een jaar ⎪ twee jaar, vanaf de datum waarop de vingerafdrukken van de vreemdeling √ onderdaan van een derde land of de staatloze ∏ zijn genomen. Daarna worden de gegevens automatisch door de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ uit de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ verwijderd.

2. De gegevens over een vreemdeling √ onderdaan van een derde land of een staatloze ∏ als bedoeld in artikel 118, lid 1, worden onverwijld uit de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ verwijderd overeenkomstig artikel 2115, lid 3, wanneer √ zodra ∏ de lidstaat van oorsprong vóór het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn van twee ? een ⎪ jaar van één van de volgende omstandigheden kennis krijgt:

a) de vreemdeling √ onderdaan van een derde land of de staatloze ∏ heeft een verblijfsvergunning gekregen;

b) de vreemdeling √ onderdaan van een derde land of de staatloze ∏ heeft het grondgebied van de lidstaten verlaten;

b) de vreemdeling √ onderdaan van een derde land of de staatloze ∏ heeft het grondgebied van de lidstaten verlaten;

∫ nieuw

3. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong in kennis van het feit dat een andere lidstaat van oorsprong om de in lid 2, onder a) of b), vermelde reden gegevens heeft verwijderd wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 11, lid 1, bedoelde personen.

4. Het centraal systeem stelt alle lidstaten van oorsprong in kennis van het feit dat een andere lidstaat van oorsprong om de in lid 2, onder c), vermelde reden gegevens heeft verwijderd wanneer er een treffer is met gegevens die zij hebben toegezonden betreffende in artikel 6, lid 1, of artikel 11, lid 1, bedoelde personen.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

HOOFDSTUK IV

VREEMDELINGEN √ ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN OF STAATLOZEN ∏ DIE ZICH ILLEGAAL IN EEN LIDSTAAT OPHOUDEN

Artikel 1411

Vergelijking van vingerafdrukgegevens

1. Teneinde na te gaan of een vreemdeling √ onderdaan van een derde land of een staatloze ∏ die zich illegaal op het grondgebied van een lidstaat ophoudt, reeds eerder in een andere lidstaat een asielverzoek ? verzoek om internationale bescherming ⎪ heeft ingediend, kan elke lidstaat vingerafdrukgegevens met betrekking tot die vreemdeling √ onderdaan van een derde land of die staatloze, ∏ van veertien jaar of ouder, samen met het door die lidstaat gebruikte referentienummer aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ toezenden..

In de regel is er reden om na te gaan of de vreemdeling √ onderdaan van een derde land of de staatloze ∏ reeds eerder een asielverzoek ? verzoek om internationale bescherming ⎪ in een andere lidstaat heeft ingediend, indien:

a) de vreemdeling √ onderdaan van een derde land of de staatloze ∏ verklaart dat hij een asielverzoek ? verzoek om internationale bescherming ⎪ heeft ingediend, zonder echter te vermelden in welke lidstaat dit heeft plaatsgevonden;

b) de vreemdeling √ onderdaan van een derde land of de staatloze ∏ niet om asiel ? internationale bescherming ⎪ verzoekt, maar tegen terugzending naar zijn land van herkomst bezwaar maakt, omdat hij beweert daar gevaar te lopen;

c) de vreemdeling √ onderdaan van een derde land of de staatloze ∏ anderszins zijn verwijdering tracht te verhinderen door te weigeren om aan de vaststelling van zijn identiteit mee te werken, in het bijzonder door geen of valse identiteitspapieren te tonen.

2. Voor zover de lidstaten deelnemen aan de in lid 1 beschreven procedure, zenden zij de afdrukgegevens met betrekking tot alle vingers van de in lid 1 aangeduide personen toe aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪, of ten minste die van de wijsvingers; wanneer die ontbreken, zenden zij de afdrukgegevens met betrekking tot alle overige vingers toe.

3. De vingerafdrukgegevens van een vreemdeling √ onderdaan van een derde land of een staatloze ∏ als bedoeld in lid 1 worden alleen aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ toegezonden ter vergelijking met de vingerafdrukgegevens van asielzoekers ? personen die om internationale bescherming verzoeken ⎪ welke die door andere lidstaten zijn toegezonden en die reeds in de centrale eenheid het centraal systeem zijn opgeslagen.

De vingerafdrukgegevens van een dergelijke vreemdeling √ onderdaan van een derde land of een dergelijke staatloze ∏ worden niet in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ opgeslagen en evenmin vergeleken met de gegevens die overeenkomstig artikel 118, lid 2, aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ zijn toegezonden.

4. Voor de vergelijking van uit hoofde van dit artikel toegezonden vingerafdrukgegevens met de vingerafdrukgegevens van asielzoekers ? personen die om internationale bescherming verzoeken ⎪ welkedie door andere lidstaten werden toegezonden en die reeds in de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ zijn opgeslagen, zijn de procedures van artikel 6. leden 3 en 54, leden 3, 5 en 6, alsmede de bepalingen die krachtens artikel 4, lid 7, zijn vastgesteld, van toepassing.

5. Zodra de vergelijkingsresultaten aan de lidstaat van oorsprong zijn toegezonden, worden door de centrale eenheid onverwijld:

a) de vingerafdrukgegevens en andere haar overeenkomstig lid 1 toegezonden gegevens verwijderd, en

b) de door de lidstaat van oorsprong voor de toezending van de gegevens aan de centrale eenheid gebruikte media vernietigd, tenzij de lidstaat van oorsprong om teruggave ervan heeft gevraagd.

HOOFDSTUK V

ERKENDE VLUCHTELINGEN √ PERSONEN AAN WIE INTERNATIONALE BESCHERMING IS VERLEEND ∏

Artikel 12

Afscherming van gegevens

1. De gegevens over een asielzoeker die overeenkomstig artikel 4, lid 2 geregistreerd is, worden in de centrale gegevensbank afgeschermd als die persoon in een lidstaat als vluchteling is erkend en toegelaten. Die afscherming wordt uitgevoerd door de centrale eenheid, op instructie van de lidstaat van oorsprong.

Zolang nog geen besluit overeenkomstig lid 2 is genomen, worden treffers in verband met personen die in een lidstaat als vluchteling zijn erkend en toegelaten niet toegezonden. De centrale eenheid deelt de verzoekende lidstaat een negatief resultaat mede.

2. Vijf jaar na de aanvang van de activiteiten van Eurodac en op basis van door de centrale eenheid opgestelde betrouwbare statistieken over de personen die in een lidstaat een asielverzoek hebben ingediend na in een andere lidstaat als vluchteling te zijn erkend en toegelaten, wordt overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het Verdrag een besluit genomen over de vraag of de gegevens over personen die als vluchteling in een lidstaat zijn erkend en toegelaten:

a) ofwel overeenkomstig artikel 6 moeten worden bewaard ten behoeve van de in artikel 4, lid 3, bedoelde vergelijking, of

b) ofwel vervroegd moeten worden gewist zodra een persoon als vluchteling is erkend en toegelaten.

3. In het in lid 2, punt a), bedoelde geval wordt de afscherming van krachtens lid 1 afgeschermde gegevens opgeheven en geldt de in lid 1 bedoelde procedure niet langer.

4. In het in lid 2, punt b), bedoelde geval worden:

a) gegevens die krachtens lid 1 zijn afgeschermd, onverwijld door de centrale eenheid verwijderd, en worden en

b) gegevens over personen die later als vluchteling worden erkend en toegelaten, overeenkomstig artikel 15, lid 3, verwijderd zodra de lidstaat van oorsprong ervan kennis krijgt dat die persoon in een lidstaat als vluchteling is erkend en toegelaten.

5. De toepassingsbepalingen betreffende de procedure voor de afscherming van de in lid 1 bedoelde gegevens en betreffende de in lid 2 bedoelde opstelling van statistieken worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 22, lid 1.

∫ nieuw

Artikel 15

Markering van gegevens

1. De lidstaat van oorsprong die internationale bescherming heeft verleend aan een persoon die om internationale bescherming heeft verzocht en van wie de gegevens overeenkomstig artikel 8 eerder in het centraal systeem zijn opgeslagen, markeert de relevante gegevens conform de door de beheersautoriteit vastgestelde voorschriften voor elektronische communicatie met het centraal systeem. Deze markering wordt in het centraal systeem opgeslagen overeenkomstig artikel 9 ten behoeve van toezendingen op basis van artikel 6, lid 5.

2. De lidstaat van oorsprong verwijdert de markering van gegevens betreffende een onderdaan van een derde land of een staatloze van wie de gegevens overeenkomstig lid 1 eerder zijn gemarkeerd, wanneer zijn status is ingetrokken of beëindigd of de verlenging ervan is geweigerd op grond van artikel 14 of artikel 19 van Richtlijn 2004/83/EG van de Raad.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

HOOFDSTUK VI

GEGEVENSVERWERKING, GEGEVENSBESCHERMINGGEBRUIK EN BESCHERMING VAN GEGEVENS, BEVEILIGING GEGEVENSVERWERKING, GEGEVENSBESCHERMING EN AANSPRAKELIJKHEID

Artikel 1613

Verantwoordelijkheid voor de verwerkinghet gebruik van de gegevens

1. De lidstaat van oorsprong is verantwoordelijk voor:

a) de rechtmatigheid van het nemen van de vingerafdrukken;

b) de rechtmatigheid van de toezending van de vingerafdrukgegevens en van de overige in artikel 85, lid 1, in artikel 118, lid 2, en in artikel 1411, lid 2, bedoelde gegevens aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪;

c) de juistheid en de actualiteit van de gegevens die hij aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ toezendt;

d) de rechtmatigheid van de opslag, bewaring, rechtzetting en verwijdering van de gegevens in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪, zulks onverminderd de verantwoordelijkheden van de Commissie ? beheersautoriteit ⎪ ;

e) de rechtmatigheid van de verwerkinghet gebruik van de door de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ toegezonden resultaten van de vergelijking van de vingerafdrukgegevens.

2. Overeenkomstig artikel 1114 zorgt de lidstaat van oorsprong voor de beveiliging van de in lid 1 bedoelde gegevens vóór en tijdens de toezending aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪, alsmede voor de beveiliging van de gegevens die hij van de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ ontvangt.

3. De lidstaat van oorsprong is, overeenkomstig artikel 18, lid 4artikel 4, lid 6, verantwoordelijk voor de definitieve identificatie van de gegevens.

4. De Commissie ? beheersautoriteit ⎪ draagt er zorg voor dat de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ overeenkomstig de bepalingen van deze verordening en van de uitvoeringsbepalingen ervan wordt beheerd. Dit houdt met name in dat de Commissie ? beheersautoriteit ⎪ :

a) maatregelen vaststelt welke ervoor zorgen dat de bij de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ werkzame personen de √ daarin ∏ in de centrale gegevensbank opgeslagen gegevens slechts in overeenstemming met het doel van Eurodac zoals omschreven in artikel 1, lid 1, verwerkengebruiken;

b) ervoor zorg draagt dat de bij de centrale eenheid werkzame personen gevolg geven aan alle door lidstaten krachtens deze verordening gedane verzoeken met betrekking tot het opslaan, vergelijken, rechtzetten en verwijderen van gegevens waarvoor zij verantwoordelijk zijn;

bc) de nodige maatregelen neemt om te zorgen voor de beveiliging van de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ , overeenkomstig artikel 1114;

cd) ervoor zorg draagt dat enkel personen die gemachtigd zijn om bij de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ te werken √ daartoe ∏ tot de in de centrale gegevensbank vastgelegde gegevens toegang hebben, onverminderd artikel 20 en de bevoegdheden van het onafhankelijke controleorgaan dat krachtens artikel 286, lid 2, van het Verdrag wordt opgericht √ de bevoegdheden van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming ∏ .

De Commissie ? beheersautoriteit ⎪ licht het Europees Parlement en de Raad ? , alsmede de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming ⎪ in over de maatregelen die zij krachtens de eerste alinea neemt.

⎢ 407/2002/EG Artikel 2 (aangepast)

? nieuw

Artikel 172

Toezending

1. De vingerafdrukken worden gedigitaliseerd en toegezonden in het in bijlage 1 genoemde gegevensformaat. Voor zover dat met het oog op de doeltreffende werking van de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ noodzakelijk is, stelt de centrale eenheid √ beheersautoriteit ∏ de nodige technische voorschriften op voor toezendingen in dat gegevensformaat door de lidstaten aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ en vice versa. De centrale eenheid √ beheersautoriteit ∏ zorgt ervoor dat de door de lidstaten toegezonden vingerafdrukgegevens in het geautomatiseerde vingerafdrukherkenningssysteem kunnen worden vergeleken.

2. De toezending van de gegevens overeenkomstig artikel 85, lid 1, artikel 11, lid 2, en artikel 14, lid 2, van de Eurodac-verordening door de lidstaten geschiedt langs elektronische weg. ? De in artikel 8, lid 1, en artikel 11, lid 2, bedoelde gegevens worden automatisch opgeslagen in het centraal systeem. ⎪ Voor zover dat met het oog op de doeltreffende werking van de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ noodzakelijk is, stelt de centrale eenheid √ beheersautoriteit ∏ technische voorschriften op die waarborgen dat gegevens naar behoren langs elektronische weg door de lidstaten aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ en vice versa kunnen worden gezonden. Toezending van de gegevens op papier met gebruikmaking van het formulier in bijlage 2 of op andere gegevensdragers (diskettes, CD-rom of andere in de toekomst ontwikkelde en algemeen gebruikte gegevensdragers) mag alleen plaatsvinden in geval van langdurige technische storingen.

3. Door middel van het referentienummer overeenkomstig artikel 8,5, lid 1, onder d), artikel 11, lid 2, onder d), en artikel 14, lid 1, van de Eurodac-verordening moeten de gegevens ondubbelzinnig aan een persoon en aan de lidstaat die de gegevens toezendt kunnen worden gekoppeld. Voorts moet uit dat nummer kunnen worden opgemaakt of het gaat om een asielzoeker, dan wel om een persoon als bedoeld in artikel 6, artikel 11 of artikel 148 of artikel 11 van de Eurodac-verordening.

4. Het referentienummer begint met de kenletter(s) waarmee de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden overeenkomstig de in bijlage 1 vermelde norm wordt aangeduid. Na de kenletter(s) volgt de identificatie van de personencategorie. Gegevens van asielzoekers √ personen als bedoeld in artikel 6, lid 1, ∏ worden aangeduid met "1", van personen als bedoeld in artikel 11, lid 1,8 van de Eurodac-verordening, met "2" en van personen als bedoeld in artikel 1411 van de Eurodac-verordening met "3".

5. De centrale eenheid √ beheersautoriteit ∏ stelt de nodige technische procedures voor de lidstaten op, zodat de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ ondubbelzinnige gegevens ontvangt.

64. De centrale eenheid ? Het centraal systeem ⎪ bevestigt de ontvangst van de toegezonden gegevens zo spoedig mogelijk. De centrale eenheid √ beheersautoriteit ∏ stelt de nodige technische voorschriften op zodat de lidstaten de bevestiging van ontvangst op verzoek ontvangen.

Artikel 183

Uitvoering van de vergelijking en toezending van het resultaat

1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de toegezonden vingerafdrukgegevens van zodanige kwaliteit zijn dat zij geschikt zijn voor vergelijkingen door het geautomatiseerde herkenningssysteem. Voor zover dat nodig is om te waarborgen dat bij de vergelijking door de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ zeer nauwkeurige resultaten worden verkregen, bepaalt de centrale eenheid ? beheersautoriteit ⎪ welke kwaliteit toegezonden vingerafdrukgegevens moeten hebben. De centrale eenheid ? Het centraal systeem ⎪ controleert zo spoedig mogelijk de kwaliteit van de toegezonden vingerafdrukgegevens. Indien vingerafdrukgegevens niet geschikt zijn voor vergelijkingen door het geautomatiseerde vingerafdrukherkenningssysteem, ? stelt ⎪ de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ de lidstaat zo spoedig mogelijk ? daarvan in kennis. ⎪ ? De betrokken lidstaat ⎪ zendt kwalitatief geschikte vingerafdrukgegevens ? met hetzelfde referentienummer als de vorige reeks vingerafdrukgegevens ⎪.

2. De centrale eenheid ? Het centraal systeem ⎪ verricht de vergelijkingen in de volgorde van ontvangst van de verzoeken. Ieder verzoek moet binnen 24 uur afgehandeld zijn. Een lidstaat kan bij verzoeken om vergelijking die langs elektronische weg toegezonden zijn, om redenen van nationaal recht verlangen dat bijzonder dringende vergelijkingen binnen een uur worden verricht. Indien die behandelingstermijnen door omstandigheden die buiten de verantwoordelijkheid van de centrale eenheid ? beheersautoriteit ⎪ vallen niet kunnen worden aangehouden, dan behandelt de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ het verzoek als eerste zodra die redenen zijn weggevallen. Voor zover dat voor de doeltreffende werking van het centraal systeem noodzakelijk is, stelt de centrale eenheid ? beheersautoriteit ⎪ in die gevallen criteria op om ervoor te zorgen dat verzoeken met voorrang behandeld worden.

3. Voor zover dat voor de doeltreffende werking van de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ noodzakelijk is, stelt de centrale eenheid ? beheersautoriteit ⎪ operationele procedures op voor de verwerking van ontvangen gegevens en voor de toezending van de resultaten van vergelijkingen.

⎢ 2725/2000/EG Artikel 4(6) (aangepast)

? nieuw

4. Het vergelijkingsresultaat wordt in de lidstaat van oorsprong onverwijld ? door een deskundige op het gebied van vingerafdrukken ⎪ gecontroleerd. De definitieve identificatie geschiedt door de lidstaat van oorsprong, in samenwerking met de lidstaten die daar overeenkomstig artikel 3215 van de Overeenkomst van Dublin √ Dublinverordening ∏ eventueel belang bij hebben.

Indien de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ meedeelt dat overige gegevens onbetrouwbaar blijken te zijn, worden deze gegevens uit het bestand verwijderd of vernietigd zodra vaststaat dat deze onbetrouwbaar zijn.

∫ nieuw

5. Indien uit de definitieve identificatie overeenkomstig lid 4 blijkt dat het resultaat van de van het centraal systeem ontvangen vergelijking onjuist is, delen de lidstaten dat mee aan de Commissie en de beheersautoriteit.

⎢ 407/2002/EG (aangepast)

? nieuw

Artikel 194

Communicatie tussen de lidstaten en de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪

Voor de toezending van gegevens door de lidstaten aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ en vice versa wordt gebruik gemaakt van de algemene IDAdiensten bedoeld in Besluit nr. 1719/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 1999 betreffende een reeks richtsnoeren, met inbegrip van de vaststelling van projecten van gemeenschappelijk belang, voor trans-Europese netten voor elektronische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten (IDA) ? de Eurodac-communicatie-infrastructuur ⎪. Voor zover dat voor de doeltreffende werking van de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ noodzakelijk is, stelt de centrale eenheid √ beheersautoriteit ∏ de nodige technische procedures op voor het gebruik van algemene IDA-diensten ? de communicatie-infrastructuur ⎪.

⎢ 2725/2000/EG

Artikel 14

Beveiliging

1. De lidstaat van oorsprong neemt de nodige maatregelen om:

a) te voorkomen dat onbevoegden toegang hebben tot de nationale apparatuur waarmee hij handelingen verricht in overeenstemming met het doel van Eurodac (controle op de toegang tot apparatuur);

b) te voorkomen dat onbevoegden gegevens en gegevensdragers in Eurodac lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen (controle op de gegevensdragers);

c) te waarborgen dat achteraf kan worden nagegaan en vastgesteld welke gegevens wanneer en door wie in Eurodac zijn opgeslagen (controle op de opslag van gegevens);

d) te voorkomen dat gegevens ongeoorloofd in Eurodac worden opgeslagen en in Eurodac opgeslagen gegevens ongeoorloofd worden gewijzigd of verwijderd (controle op het invoeren van gegevens);

e) te waarborgen dat bij het gebruiken van Eurodac bevoegde personen uitsluitend toegang hebben tot gegevens die binnen hun bevoegdheid vallen (controle op de toegang);

f) te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke autoriteiten in Eurodac opgeslagen gegevens door middel van datatransmissieapparatuur mogen worden toegezonden (controle op de toezending);

g) te beletten dat gegevens ongeoorloofd worden gelezen, gekopieerd, gewijzigd of verwijderd tijdens de rechtstreekse toezending van gegevens van en naar de centrale gegevensbank en tijdens het transport van gegevensdragers naar en van de centrale eenheid (controle op het transport).

2. De Commissie is wat het beheer van de centrale eenheid betreft, verantwoordelijk voor de toepassing van de in lid 1 genoemde maatregelen.

∫ nieuw

Artikel 20

Beveiliging van gegevens

1. De lidstaat van oorsprong zorgt voor de beveiliging van de gegevens vóór en tijdens de verzending ervan naar het centraal systeem. Elke lidstaat zorgt voor de beveiliging van de gegevens die hij van het centraal systeem ontvangt.

2. Elke lidstaat stelt, met betrekking tot zijn nationale systeem, de nodige maatregelen vast, met inbegrip van een beveiligingsplan, om:

a) gegevens fysiek te beschermen, met inbegrip van het opstellen van noodplannen ter bescherming van vitale infrastructuur;

b) te voorkomen dat onbevoegden toegang hebben tot de nationale apparatuur waarmee de lidstaat handelingen verricht in overeenstemming met het doel van Eurodac (controle op de toegang tot apparatuur);

c) te voorkomen dat gegevensdragers door onbevoegden worden gelezen, gekopieerd, gewijzigd of verwijderd (controle op gegevensdragers);

d) te voorkomen dat gegevens door onbevoegden in het geheugen worden opgeslagen, alsmede dat opgeslagen persoonsgegevens door onbevoegden worden ingezien, gewijzigd of verwijderd (controle op de opslag);

e) te voorkomen dat gegevens onrechtmatig in Eurodac worden verwerkt en dat in Eurodac verwerkte gegevens onrechtmatig worden gewijzigd of verwijderd (controle op het invoeren van gegevens);

f) te waarborgen dat degenen die bevoegd zijn om Eurodac te raadplegen, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft, en uitsluitend met persoonlijke en unieke gebruikersidentiteiten en geheime toegangsprocedures (controle op de toegang tot de gegevens);

g) te waarborgen dat alle autoriteiten met toegangsrecht tot Eurodac profielen opstellen waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van de personen die bevoegd zijn om gegevens in te zien, in te voeren, bij te werken, te wissen en te doorzoeken, en deze profielen desgevraagd en onverwijld ter beschikking te stellen aan de nationale toezichthoudende autoriteiten, als bedoeld in artikel 25 (personeelsprofielen);

h) te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke instanties persoonsgegevens door middel van datatransmissieapparatuur mogen worden overgedragen (controle op de overdracht);

i) te waarborgen dat het mogelijk is om na te gaan en vast te stellen welke gegevens wanneer, door wie en met welk doel in Eurodac zijn verwerkt (controle op de opslag van gegevens);

j) te voorkomen, in het bijzonder door middel van passende versleutelingstechnieken, dat bij de overdracht van persoonsgegevens van en naar Eurodac of gedurende het transport van gegevensdragers de gegevens onrechtmatig worden gelezen, gekopieerd, gewijzigd of verwijderd (controle op het transport);

k) de doelmatigheid van de in dit lid bedoelde beveiligingsmaatregelen te controleren en met betrekking tot de interne controle de nodige organisatorische maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat deze verordening wordt nageleefd (interne controle).

3. De beheersautoriteit neemt de nodige maatregelen ter verwezenlijking van de in lid 2 bedoelde doelstellingen ten aanzien van de werking van Eurodac, met inbegrip van de vaststelling van een beveiligingsplan.

⎢ 2725/2000/EG

? nieuw

Artikel 2115

Toegang tot en rechtzetting respectievelijk verwijdering van in Eurodac opgeslagen gegevens

1. De lidstaat van oorsprong heeft in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening toegang tot de gegevens die hij heeft toegezonden en die in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ zijn opgeslagen.

Lidstaten hebben geen toegang tot de gegevens die door een andere lidstaat zijn toegezonden, en mogen evenmin dergelijke gegevens ontvangen, met uitzondering van de gegevens die het resultaat zijn van de in artikel 64, lid 5, genoemde vergelijking.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

2. Elke lidstaat bepaalt welke nationale autoriteiten in overeenstemming met lid 1 toegang hebben tot de in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ opgeslagen gegevens ? met het oog op de toepassing van artikel 1, lid 1. In deze aanwijzing wordt gespecificeerd welke eenheid precies bevoegd is voor de uitvoering van de taken in verband met de toepassing van deze verordening. ⎪ Elke lidstaat zendt de Commissie ? en de beheersautoriteit ⎪ onverwijld de lijst van die autoriteiten ð en eventuele wijzigingen daarvan ï toe. ? De beheersautoriteit maakt een geconsolideerde lijst bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. Wanneer de lijst wordt gewijzigd, maakt de beheersautoriteit een keer per jaar een bijgewerkte geconsolideerde versie ervan bekend. ⎪

3. Alleen de lidstaat van oorsprong is bevoegd de gegevens die hij aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ heeft toegezonden, te wijzigen door rechtzetting, aanvulling of verwijdering, onverminderd de verwijdering overeenkomstig artikel 9 of artikel 13, lid 1.6, artikel 10, lid 1, of artikel 12, lid 4, onder a).

Indien de lidstaat van oorsprong de gegevens rechtstreeks in de centrale gegevensbank opslaat, mag hij de gegevens rechtstreeks wijzigen of verwijderen.

Indien de lidstaat van oorsprong de gegevens niet rechtstreeks in de centrale gegevensbank opslaat, worden de gegevens door de centrale eenheid gewijzigd of verwijderd op verzoek van die lidstaat.

4. Indien een lidstaat of de centrale eenheid ? beheersautoriteit ⎪ over aanwijzingen beschikt dat in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn, stelt hij de lidstaat van oorsprong zo spoedig mogelijk hiervan in kennis.

Indien een lidstaat aanwijzingen heeft dat bepaalde gegevens in strijd met deze verordening in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ werden opgeslagen, stelt hij ? de beheersautoriteit, de Commissie en ⎪ de lidstaat van oorsprong eveneens zo spoedig mogelijk daarvan in kennis. De laatstgenoemde lidstaat controleert de betrokken gegevens en zorgt er, voor zover noodzakelijk, voor dat zij onverwijld worden gewijzigd of verwijderd.

5. De in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ opgeslagen gegevens worden door de centrale eenheid ? beheersautoriteit ⎪ niet overgedragen aan of beschikbaar gesteld voor de autoriteiten van derde landen, tenzij zij daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft gekregen in het kader van een overeenkomst van de Gemeenschap over de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek ? verzoek om internationale bescherming ⎪.

Artikel 21

Uitvoeringsbepalingen

1. De Raad neemt met de in artikel 205, lid 2, van het Verdrag bepaalde meerderheid de uitvoeringsbepalingen aan die nodig zijn voor:

- de vaststelling van de in artikel 4, lid 7, bedoelde procedure;

- de vaststelling van de procedure voor de afscherming van de in artikel 12, lid 1, bedoelde gegevens;

- het opstellen van de in artikel 12, lid 2, bedoelde statistieken.

In gevallen waarin deze uitvoeringsbepalingen gevolgen hebben voor de door de lidstaten gedragen werkingskosten, neemt de Raad zijn besluit met eenparigheid van stemmen.

2. De in artikel 3, lid 4, bedoelde maatregelen worden aangenomen via de procedure van artikel 23, lid 2.

Artikel 2216

Registratie door de centrale eenheid

1. De centrale eenheid ? beheersautoriteit ⎪ is gehouden alle gegevensverwerkingsverrichtingen in de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ te registreren. Geregistreerd worden het doel, de datum en het tijdstip van de toegang, de toegezonden gegevens, de gegevens waarvan bij het bevragen gebruik is gemaakt en de naam van zowel de eenheid die de gegevens invoert of opvraagt, als de verantwoordelijke personen.

2. De registratie mag uitsluitend worden gebruikt voor het toezicht op de toelaatbaarheid van de gegevensverwerking vanuit het oogpunt van gegevensbescherming en voor de beveiliging van de gegevens krachtens artikel 1114. De registratie moet met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang worden beschermd en één jaar ? na het verstrijken van de in artikel 9 en artikel 13, lid 1, vermelde bewaringstermijn ⎪ worden verwijderd, indien zij niet nodig is voor alsdan reeds aangevangen controleprocedures.

∫ nieuw

3. Elke lidstaat neemt met betrekking tot zijn nationaal systeem de nodige maatregelen ter verwezenlijking van de in de leden 1 en 2 bedoelde doelstellingen. Voorts registreert elke lidstaat de personeelsleden die naar behoren gemachtigd zijn gegevens in te voeren of op te vragen.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

Artikel 22

Comité

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité (hierna "het comité" te noemen).

2. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG genoemde termijn bedraagt drie maanden.

3. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 2317

Aansprakelijkheid

1. Elke persoon of lidstaat die schade heeft geleden als gevolg van een onrechtmatige gegevensverwerking of een andere handeling die met de bepalingen van deze verordening strijdig is, is gerechtigd om van de lidstaat die voor de geleden schade verantwoordelijk is, vergoeding te ontvangen. De betrokken lidstaat wordt geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid ontheven indien hij kan aantonen dat hij niet verantwoordelijk is voor het feit dat de schade heeft veroorzaakt.

2. Indien aan de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ schade ontstaat doordat een lidstaat zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening niet is nagekomen, is deze lidstaat aansprakelijk, tenzij en voor zover de Commissie ? beheersautoriteit of een andere lidstaat ⎪ naliet redelijke stappen te ondernemen om het ontstaan van de schade te voorkomen of om de omvang ervan zoveel mogelijk te beperken.

3. Op vorderingen tegen een lidstaat tot vergoeding van de in de leden 1 en 2 bedoelde schade zijn de bepalingen van de nationale wetgeving van de verwerende lidstaat van toepassing.

Artikel 2418

Rechten van de betrokkenen

1. Onder deze verordening vallende personen worden door de lidstaat van oorsprong ? schriftelijk en, in voorkomend geval, mondeling in een taal die zij begrijpen of waarvan redelijkerwijs kan worden geacht dat zij die begrijpen ⎪ ingelicht over:

a) de identiteit van de voor de verwerking verantwoordelijke en, in voorkomend geval, diens vertegenwoordiger;

b) de doeleinden van de verwerking van de √ hun ∏ gegevens in Eurodac, ? met inbegrip van een beschrijving van de doelstellingen van de Dublinverordening, overeenkomstig artikel 4 van die verordening ⎪.

c) de ontvangers van de gegevens;

d) in verband met een persoon op wie artikel 64 of artikel 118 van toepassing is, de verplichting tot het laten nemen van zijn vingerafdrukken;

e) het bestaan van het recht van toegang tot de hem hen betreffende gegevens en van het recht om deze te corrigeren en √ het recht te verzoeken om hen betreffende onjuiste gegevens recht te zetten ∏ ? of hen betreffende onrechtmatig verwerkte gegevens te verwijderen, alsook het recht informatie te krijgen over de procedures om die rechten te doen gelden, met inbegrip van de contactgegevens van de verantwoordelijke voor de verwerking en de in artikel 25, lid 1, bedoelde nationale toezichthoudende autoriteiten ⎪

Aan personen die onder artikel 64 of artikel 118 vallen, wordt de in de eerste alinea genoemde informatie meegedeeld wanneer hun vingerafdrukken genomen worden.

Aan personen die onder artikel 1411 vallen, wordt de in de eerste alinea genoemde informatie ten laatste meegedeeld wanneer hun gegevens aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ worden toegezonden. Deze verplichting bestaat echter niet in het geval dat het verstrekken van deze informatie onmogelijk blijkt of onevenredig veel moeite zou kosten.

∫ nieuw

Er wordt een gemeenschappelijke brochure opgesteld waarin in ieder geval de in lid 1 van dit artikel en de in artikel 4, lid 1, van de Dublin-verordening bedoelde informatie is opgenomen; deze brochure wordt opgesteld volgens de in artikel 40, lid 2, van de Dublinverordening bedoelde procedure.

Wanneer de onder deze verordening vallende persoon een minderjarige is, verstrekken de lidstaten de informatie op een aan zijn leeftijd aangepaste manier.

⎢ 2725/2000/EG

? nieuw

2. In elke lidstaat mag elke betrokkene overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die staat de rechten uitoefenen waarin artikel 12 van Richtlijn 95/46/EG voorziet.

Onverminderd de verplichting om overeenkomstig artikel 12, onder a), van Richtlijn 95/46/EG andere informatie te verstrekken, heeft de betrokkene recht op mededeling van de over hem in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ vastgelegde gegevens en van de lidstaat die deze gegevens aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ heeft toegezonden. Deze toegang tot gegevens kan slechts door een lidstaat worden verleend.

3. Eenieder kan in elke lidstaat verzoeken dat feitelijk onjuiste gegevens worden rechtgezet of onrechtmatig opgeslagen gegevens worden verwijderd. De rechtzetting en de verwijdering worden overeenkomstig zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen zonder onnodige vertraging uitgevoerd door de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden.

4. Indien de rechten inzake rechtzetting en verwijdering worden uitgeoefend in een andere lidstaat dan in die welke de gegevens heeft, respectievelijk hebben, toegezonden, nemen de autoriteiten van eerstgenoemde lidstaat of lidstaten contact op met die van de betrokken lidstaten opdat deze kunnen controleren of de gegevens juist zijn en of de verzending ervan en de opslag ervan in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ rechtmatig zijn.

5. Indien blijkt dat de in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ vastgelegde gegevens feitelijk onjuist zijn of onrechtmatig zijn opgeslagen, worden zij door de lidstaat die deze gegevens heeft toegezonden, rechtgezet of verwijderd overeenkomstig artikel 2115, lid 3. Deze lidstaat bevestigt, zonder onnodige vertraging, de betrokkene schriftelijk het nodige te hebben gedaan om de met betrokkene verband houdende gegevens recht te zetten of te verwijderen.

6. Indien de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden niet aanvaardt dat de in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ vastgelegde gegevens feitelijk onjuist zijn of daarin onrechtmatig zijn opgeslagen, legt hij de betrokkene zonder onnodige vertraging schriftelijk uit waarom hij niet bereid is de gegevens recht te zetten of te verwijderen.

De lidstaat geeft de betrokkene ook informatie over de stappen die hij kan ondernemen indien hij de verstrekte uitleg niet aanvaardt. Dit houdt mede in dat de betrokkene moet worden medegedeeld hoe hij een rechtsvordering kan instellen of, in voorkomend geval, een klacht kan indienen bij de bevoegde autoriteiten of de rechter van deze lidstaat, alsmede welke financiële of andere bijstand hem overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van deze lidstaat kan worden verleend.

7. Elk verzoek overeenkomstig de leden 2 en 3 omvat alle nodige bijzonderheden om de betrokkene te kunnen identificeren, met inbegrip van diens vingerafdrukken. Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor de uitoefening van de in de leden 2 en 3 bedoelde rechten en worden onmiddellijk nadien vernietigd.

8. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten werken er actief aan mee dat de in de leden 3, 4 en 5 genoemde rechten onverwijld kunnen worden uitgeoefend.

∫ nieuw

9. Wanneer een persoon overeenkomstig lid 2 om zijn persoonsgegevens verzoekt, legt de bevoegde autoriteit dat vast in een document, en stelt zij dit document desgevraagd onverwijld ter beschikking van de in artikel 25, lid 1, bedoelde nationale toezichthoudende autoriteiten.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

9. 10. In elke lidstaat verleent de nationale toezichthoudende autoriteit ? op grond van het verzoek en ⎪ overeenkomstig artikel 28, lid 4, van Richtlijn 95/46/EG de betrokkene bijstand bij de uitoefening van zijn rechten.

10. 11. De nationale toezichthoudende autoriteit van de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden en de nationale toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waarin de betrokkene verblijft, geven de betrokkene bij de uitoefening van zijn rechten inzake rechtzetting of verwijdering van gegevens bijstand en desgevraagd advies. Beide nationale toezichthoudende autoriteiten werken daartoe samen. Het verzoek om die bijstand wordt gericht tot de nationale toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waar de betrokkene zich bevindt, die het verzoek vervolgens doorstuurt aan de autoriteit van de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden. De betrokkene mag zich voor bijstand en advies eveneens tot de krachtens artikel 20 ingestelde gemeenschappelijke toezichthoudende autoriteit wenden.

11. 12. In elke lidstaat kan eenieder in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat een rechtsvordering instellen of in voorkomend geval een klacht indienen bij de bevoegde autoriteiten of de rechter van die lidstaat indien hem het bij lid 2 bepaalde recht van toegang wordt ontzegd.

12. 13. Eenieder kan, in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden, een rechtsvordering instellen of in voorkomend geval een klacht indienen bij de bevoegde autoriteiten of de rechter van die lidstaat in verband met de over hem in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ opgeslagen gegevens, teneinde zijn rechten overeenkomstig lid 3 te doen gelden. Gedurende deze procedure blijft de verplichting voor de nationale toezichthoudende autoriteiten om overeenkomstig lid 1310 bijstand en desgevraagd advies te verlenen, voortbestaan.

Artikel 2519

√ Toezicht door de ∏ nNationale toezichthoudende autoriteit

1. Elke lidstaat draagt ervoor zorg dat de overeenkomstig artikel 28, lid 1, van Richtlijn 95/46/EG aangewezen nationale toezichthoudende autoriteit respectievelijk autoriteiten in overeenstemming met de respectieve nationale wetgeving onafhankelijk toeziet, respectievelijk toezien op de rechtmatige verwerking, in overeenstemming met deze verordening, van persoonsgegevens door deze lidstaat, alsmede op de toezending daarvan aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪.

2. Elke lidstaat draagt er zorg voor dat zijn nationale toezichthoudende autoriteit advies kan inwinnen bij personen met een adequate kennis van vingerafdrukgegevens.

∫ nieuw

Artikel 26

Toezicht door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

1. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat de verwerking van persoonsgegevens in het kader van Eurodac, in het bijzonder door de beheersautoriteit, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 en deze verordening geschiedt. De taken en bevoegdheden bedoeld in de artikelen 46 en 47 van Verordening (EG) nr. 45/2001 zijn dienovereenkomstig van toepassing.

2. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat ten minste om de vier jaar een audit van de activiteiten van de beheersautoriteit op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens wordt verricht overeenkomstig internationale auditnormen. Het auditrapport wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, de beheersautoriteit, de Commissie en de nationale toezichthoudende autoriteiten. Alvorens het rapport wordt aangenomen, wordt de beheersautoriteit in de gelegenheid gesteld opmerkingen in te dienen.

Artikel 27

Samenwerking tussen de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

1. De nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werken, elk binnen de eigen bevoegdheden en elk in het kader van de eigen verantwoordelijkheden, actief samen en zorgen voor een gecoördineerd toezicht op Eurodac.

2. Zij wisselen, elk binnen de eigen bevoegdheden, relevante informatie uit, staan elkaar bij in de uitvoering van audits en inspecties, behandelen problemen bij de uitlegging of toepassing van deze verordening, buigen zich over problemen bij de uitoefening van het onafhankelijk toezicht of bij de uitoefening van de rechten van personen wier gegevens worden verwerkt, stellen geharmoniseerde voorstellen voor gemeenschappelijke oplossingen voor problemen op, en bevorderen het bewustzijn over gegevensbeschermingsrechten, voor zover noodzakelijk.

3. Daartoe komen de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming elk jaar ten minste tweemaal bijeen. De kosten en logistieke ondersteuning van deze bijeenkomsten komen ten laste van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Tijdens de eerste bijeenkomst wordt een reglement van orde vastgesteld. Indien noodzakelijk worden in onderling overleg verdere werkmethoden vastgesteld. Om de twee jaar wordt een gezamenlijk activiteitenverslag toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de beheersautoriteit.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

HOOFDSTUK VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 2821

Kosten

1. De kosten in verband met de oprichting en werking van de centrale eenheid ? het centraal systeem en de communicatie-infrastructuur ⎪ komen ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie.

2. De kosten in verband met de ? nationale toegangspunten ⎪ eenheden en die voor hun verbinding met de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ komen ten laste van de respectieve lidstaten.

3. De kosten van het toezenden van gegevens vanuit de lidstaat van oorsprong, alsook die van het toezenden of mededelen van de vergelijkingsresultaten aan die lidstaat, komen ten laste van die lidstaat.

Artikel 2924

Jaarverslag, toezicht en evaluatie

1. De Commissie ? beheersautoriteit ⎪ legt aan het Europees Parlement en aan de Raad jaarlijks een verslag voor over de activiteiten van de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ . Het jaarverslag bevat informatie over het beheer en de resultaten van Eurodac, in het licht van vooraf vastgestelde kwantitatieve indicatoren voor de in lid 2 bedoelde doelstellingen.

2. De Commissie ? beheersautoriteit ⎪ draagt er zorg voor dat er √ procedures ∏ systemen beschikbaar zijn om de werking van de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ op het gebied van resultaten, kosteneffectiviteit en kwaliteit van de dienstverlening te toetsen aan de doelstellingen.

3. De Commissie beoordeelt regelmatig de werking van de centrale eenheid om vast te stellen of de doelstellingen kosteneffectief zijn behaald en om richtsnoeren op te stellen om de doeltreffendheid waarmee gewerkt wordt, verder op te voeren.

4. Eén jaar nadat de werkzaamheden van Eurodac zijn aangevangen, stelt de Commissie een evaluatieverslag over de centrale eenheid op, waarin wordt ingegaan op de omvang van de vraag in verhouding tot hetgeen werd verwacht en, in het licht van de opgedane ervaring, op operationele problemen en beheersaangelegenheden, teneinde aan te geven welke verbeteringen op korte termijn in de werkwijze van de centrale eenheid kunnen worden aangebracht.

∫ nieuw

3. Met het oog op het technische onderhoud en de opstelling van verslagen en statistieken, heeft de beheersautoriteit toegang tot de vereiste informatie over de in het centraal systeem verrichte verwerkingshandelingen.

4. Om de twee jaar legt de beheersautoriteit aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming een verslag voor over de technische werking van het centraal systeem, daaronder begrepen de beveiliging ervan.

⎢ 2725/2000/EG

? nieuw

5. Drie jaar nadat de werkzaamheden van Eurodac zijn aangevangen ? deze verordening overeenkomstig artikel 34, lid 2, van toepassing wordt ⎪ en elke zes ? vier ⎪ jaar nadien, stelt de Commissie een algehele beoordeling van Eurodac op waarin de bereikte resultaten worden afgezet tegen de doelstellingen en waarin wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden en welke gevolgen er voor toekomstige werkzaamheden zijn ? ; daarbij worden ook eventueel noodzakelijke aanbevelingen gedaan ⎪ . ? De Commissie legt deze evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad. ⎪

∫ nieuw

6. De lidstaten verstrekken de beheersautoriteit en de Commissie de informatie die nodig is om de in de leden 4 en 5 bedoelde verslagen op te stellen.

7. De beheersautoriteit verstrekt de Commissie de informatie die nodig is om de in lid 5 bedoelde algemene evaluaties op te stellen.

8. Tot de oprichting van de in artikel 4 bedoelde beheersautoriteit, stelt de Commissie alleen de verslagen op overeenkomstig de leden 1 en 5.

⎢ 2725/2000/EG (aangepast)

? nieuw

Artikel 3025

Sancties

De lidstaten √ nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elke verwerking van ∏ zorgen ervoor dat passende sancties worden genomen wanneer de in de centrale gegevensbank ? het centraal systeem ⎪ ingevoerde gegevens niet gebruikt worden voor √ die in strijd is met ∏ het in artikel 1, lid 1, omschreven doel van Eurodac √ wordt gestraft met sancties, met inbegrip van administratieve en/of strafrechtelijke sancties overeenkomstig het nationale recht, die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn ∏.

Artikel 3126

Territoriale werkingssfeer

De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing op enig grondgebied waarop de Overeenkomst van Dublin √ Dublinverordening ∏ niet van toepassing is.

∫ nieuw

Artikel 32

Overgangsbepaling

Gegevens die overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad in het centraal systeem zijn afgeschermd, worden vrijgegeven en gemarkeerd overeenkomstig artikel 15, lid 1, van deze verordening, op de in artikel 34, lid 2, bedoelde datum.

⎢

Artikel 33

Intrekking

Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad van 11 december 2000 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin en Verordening (EG) nr. 407/2002 van de Raad van 28 februari 2002 tot vaststelling van sommige uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 2725/2000 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin, worden ingetrokken met ingang van de in artikel 34, lid 2, bedoelde datum.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.

⎢ 2725/2000/EG Artikel 27 (aangepast)

? nieuw

Artikel 3427

Inwerkingtreding en toepasselijkheid

1. Deze verordening treedt in werking op de √ twintigste ∏ dag √ volgende op die ∏ van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen √ Unie ∏ .

2. Deze verordening is van toepassing en de werkzaamheden van Eurodac vangen aan op vanaf de dag die daartoe in een door de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen √ Unie ∏ bekend te maken mededeling wordt aangewezen √ wordt bekendgemaakt ∏ wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) alle lidstaten hebben aan de Commissie kennis gegeven dat zij overeenkomstig de krachtens artikel 4, lid 7, vastgestelde uitvoeringsbepalingen √ deze verordening ∏ de nodige technische maatregelen hebben getroffen om gegevens aan de centrale eenheid ? het centraal systeem ⎪ toe te zenden, en om te voldoen aan de krachtens artikel 12, lid 5, vastgestelde uitvoeringsbepalingen, en en

b) de Commissie heeft overeenkomstig de krachtens artikel 4, lid 7, en artikel 12, lid 5, vastgestelde uitvoeringsmaatregelen √ deze verordening ∏ de nodige technische maatregelen genomen opdat de centrale eenheid haar ? het centraal systeem zijn ⎪ werkzaamheden kan aanvangen.

∫ nieuw

3. De lidstaten stellen de Commissie zo spoedig mogelijk en uiterlijk 12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van de in lid 2, onder a), bedoelde maatregelen.

4. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

⎢ 2725/2000/EG

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

[pic] |

⎢ 407/2002/EG

? nieuw

Bijlage I

Gegevensformaat voor de uitwisseling van vingerafdrukken

Het gegevensformaat voor de uitwisseling van vingerafdrukken is:

ANSI/NIST - CSL 1 1993 ? ANSI/NIST—ITL 1a-1997, Ver.3, juni 2001 (INT-1) ⎪ en alle toekomstige aanpassingen van die norm.

Norm voor de kenletters van de lidstaten

De volgende ISO-norm is van toepassing: ISO 3166 — code met 2 letters.

Bijlage II

[pic]

⎡

BIJLAGE IIIngetrokken verordeningen(bedoeld in artikel 33)

Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad Verordening (EG) nr. 407/2002 van de Raad | (PB L 316 van 15.12.2000, blz. 1) (PB L 62 van 5.3.2002, blz. 1) |

BIJLAGE IIIConcordantietabel

Verordening (EG) nr. 2725/2000 | Deze verordening |

Artikel 1, lid 1 | Artikel 1, lid 1 |

Artikel 1, lid 2, eerste alinea | Artikel 4, lid 1 |

Artikel 1, lid 2, tweede alinea | Artikel 4, lid 4 |

Artikel 1, lid 2, derde alinea | Artikel 3, lid 4 |

Artikel 1, lid 3 | Artikel 1, lid 2 |

Artikel 3, lid 1 | Geschrapt |

Artikel 2 | Artikel 2 |

Artikel 3, lid 2 | Artikel 5, lid 3 |

Artikel 3, lid 3 | Artikel 5 |

Artikel 3, lid 4 | Geschrapt |

Artikel 4, lid 1 | Artikel 6, lid 1, artikel 3, lid 5 |

Artikel 4, lid 2 | Geschrapt |

Artikel 4, lid 3 | Artikel 6, lid 3 |

Artikel 4, lid 4 | Artikel 6, lid 4 |

Artikel 4, lid 5 | Artikel 6, lid 5 |

Artikel 4, lid 6 | Artikel 19, lid 4 |

Artikel 5 | Artikel 8 |

Artikel 6 | Artikel 9 |

Artikel 7 | Artikel 10 |

Artikel 8 | Artikel 11 |

Artikel 9 | Artikel 12 |

Artikel 10 | Artikel 13 |

Artikel 11, leden 1 tot en met 4 | Artikel 14, leden 1 tot en met 4 |

Artikel 11, lid 5 | Geschrapt |

Artikel 12 | - Artikel 15 |

Artikel 13 | Artikel 16 |

Artikel 14 | - Artikel 20 |

Artikel 15 | Artikel 21 |

Artikel 16 | Artikel 22 |

Artikel 17 | Artikel 23 |

Artikel 18 | Artikel 24 |

Artikel 19 | Artikel 25 |

Artikel 20 | -- |

Artikel 21 | Artikel 28 |

Artikel 22 | Geschrapt |

Artikel 23 | Geschrapt |

Artikel 24 | Artikel 29 |

Artikel 25 | Artikel 30 |

Artikel 26 | Artikel 31 |

Artikel 27 | Artikel 34 |

- | Bijlage II |

Verordening (EG) nr. 407/2002 | Deze verordening |

Artikel 2 | Artikel 17 |

Artikel 3 | Artikel 18 |

Artikel 4 | Artikel 19 |

Artikel 5, lid 1 | Artikel 3, lid 2 |

Bijlage I | Bijlage I |

Bijlage II | - |

FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN

1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1. Benaming van het voorstel/initiatief

Gewijzigd voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend].

1.2. Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (titel 18)

Migratiestromen - Gemeenschappelijk immigratie- en asielbeleid (hoofdstuk 18.03)

1.3. Aard van het voorstel/initiatief

Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie, namelijk de wijziging van de Verordening tot instelling van de Eurodac-gegevensbank.

1.4. Doelstelling(en)

Ten opzichte van het vorige voorstel [COM(2009) 342 definitief] zijn in dit voorstel de verbeteringen van het systeem wat betreft de nieuwe, op asiel gerichte functies gehandhaafd, terwijl de zoekfunctie voor rechtshandhavingsdoeleinden is geschrapt.

In plaats van de 2 415 000 EUR die in het vorige voorstel werden gevraagd, gaat het in dit voorstel om een kostenraming van 230 000 EUR.

Dit financieel memorandum heeft alleen betrekking op de verwachte kosten van de voorgestelde wijzigingen, en dus niet op de kosten van het gewone beheer van Eurodac.

1.5. Motivering van het voorstel/initiatief

Dit voorstel biedt een oplossing voor de problemen die zijn vastgesteld tijdens de vijf jaar waarin de reeds bestaande gegevensbank operationeel was. Het voorstel strookt volledig met het voorstel tot herschikking van de Dublin-verordening[23].

1.6. Duur en financiële gevolgen

Verwacht wordt dat de verordening eind 2011 voor onbepaalde duur zal worden vastgesteld.

Financiële gevolgen in 2011 en 2012.

1.7. Beheersvorm(en)

Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie. Na een overbruggingsperiode wordt het operationele beheer van Eurodac naar verwachting overgedragen aan een agentschap dat verantwoordelijk is voor SIS II, VIS en andere IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht. Wat de oprichting van dit agentschap betreft, heeft de Commissie een afzonderlijk voorstel ingediend waarin de relevante kosten worden beoordeeld.

2. BEHEERSMAATREGELEN

2.1. Regels inzake het toezicht en de verslagen

De doeltreffendheid van de door dit voorstel aangebrachte wijzigingen zal worden onderzocht in de jaarlijkse verslagen over de activiteiten van het centraal systeem van Eurodac.

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zal toezien op de inachtneming van de gegevensbeschermingsvoorschriften.

2.2. Beheers- en controlesysteem

Het operationele beheer van Eurodac (dat nu bij de Commissie berust) zal naar verwachting worden overgedragen aan een agentschap dat verantwoordelijk is voor SIS II, VIS en andere IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht. Wat de oprichting van dit agentschap betreft, heeft de Commissie een afzonderlijk voorstel ingediend waarin de relevante kosten worden beoordeeld[24].

2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Ter bestrijding van fraude, corruptie en andere illegale handelingen zijn de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1073/1999 zonder uitzondering van toepassing op het agentschap dat belast wordt met het beheer van Eurodac (zodra dit is opgericht op basis van het gewijzigd voorstel voor een verordening (EU) Nr. …/… van het Europees parlement en de Raad tot oprichting van een agentschap voor het operationele beheer van grootschalige ITsystemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (COM(2010) 93 definitief.)

3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1. Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

Financieel kader 2007-2013: Rubriek 3A

Begrotingsonderdeel: 18.03.11 - Eurodac

3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

Totale gevolgen voor de uitgaven: 293 000 EUR.

3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

De totale gevolgen voor de beleidskredieten bedragen 230 000 EUR.

3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

De totale gevolgen voor de administratieve kredieten bedragen 63 000 EUR.

3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

Het voorstel is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader.

3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering

Het voorstel voorziet niet in medefinanciering door derden.

3.3. Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

De gevolgen voor de ontvangsten worden geraamd op 29 000 EUR aan bijdragen van NO, IS en CH.

FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN

KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

Benaming van het voorstel/initiatief

Gewijzigd Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend][25].

Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[26]

Beleidsterrein: Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (titel 18)

Migratiestromen - Gemeenschappelijk immigratie- en asielbeleid (hoofdstuk 18.03)

Aard van het voorstel/initiatief

( Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

( Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie[27]

( Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie

( Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie

Doelstellingen

De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

Niet van toepassing.

Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteiten

Specifieke doelstelling nr.

Bijdragen aan de voltooiing van het Gemeenschappelijk Europees asielstelsel door hogere gemeenschappelijke beschermingsnormen vast te stellen, de praktische samenwerking te ondersteunen en de solidariteit binnen de EU en tussen de EU en derde landen te vergroten, met behulp van het Europees Vluchtelingenfonds.

Betrokken AMB/ABB-activiteit(en)

18 03 : Migratiestromen - Gemeenschappelijk immigratie- en asielbeleid.

Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen

Ten opzichte van het vorige voorstel [COM(2009) 342 definitief] zijn in dit voorstel de verbeteringen van het systeem wat betreft de nieuwe, op asiel gerichte functies gehandhaafd, terwijl de zoekfunctie voor rechtshandhavingsdoeleinden is geschrapt. De kosten worden geraamd op 230 000 EUR, in plaats van de 2 415 000 EUR die in het voostel van 2009 werd gevraagd.

Het voorstel leidt tot een beter beheer en een betere bescherming van de gegevens over betrokkenen, en tot betere procedures in de lidstaten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming.

Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.

De belangrijkste doelstellingen van het voorstel zijn een verbetering van de doeltreffendheid van Eurodac en een betere aanpak van de gegevensbescherming. De indicatoren zouden de statistieken over de werking van Eurodac zijn, bv. die over gemiste treffers en verkeerde treffers, vertragingen bij de toezending, enz.

Motivering van het voorstel/initiatief

Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

Om lidstaten in kennis te stellen van de status van verzoekers aan wie in een lidstaat reeds internationale bescherming is verleend, moeten gegevens over vluchtelingen worden vrijgegeven (d.w.z. beschikbaar worden gemaakt voor zoekopdrachten).

Om de toepassing van de Dublinverordening beter te ondersteunen, zullen de lidstaten in Eurodac moeten aangeven wanneer zij de soevereiniteitsclausule of de humanitaire clausule van de Dublinverordening toepassen , d.w.z. de verantwoordelijkheid aanvaarden voor de behandeling van een verzoek waarvoor zij volgens de criteria van de Dublinverordening normaal gesproken niet verantwoordelijk zijn.

Om te zorgen voor samenhang met het acquis inzake asiel , wordt voorgesteld de werkingssfeer van de verordening uit te breiden tot subsidiaire bescherming.

Om te zorgen voor samenhang met het acquis inzake asiel , wordt voorgesteld de opslagperiode voor gegevens over onderdanen van derde landen of staatlozen van wie vingerafdrukken zijn genomen in verband met het illegaal overschrijden van een buitengrens af te stemmen op het einde van de periode waarin een lidstaat volgens artikel 10, lid 1, van de Dublinverordening op basis van deze informatie verantwoordelijk is (d.w.z. een jaar).

Op basis van de resultaten van de onderhandelingen in de Raad is een nieuw artikel toegevoegd betreffende het verstrekken van informatie aan de lidstaten over de status van de betrokkene (persoon die om internationale bescherming verzoekt of persoon die illegaal is binnengekomen). Dit artikel bepaalt dat de lidstaten er ook van in kennis worden gesteld wanneer een persoon, van wie de gegevens in de gegevensbank zijn opgeslagen, na een overnameprocedure is overgedragen dan wel wanneer hij het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten, hetzij vrijwillig hetzij op grond van een terugkeerbesluit of een verwijderingsbevel.

Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Dit voorstel biedt een oplossing voor de problemen die zijn vastgesteld tijdens de vijf jaar waarin de reeds bestaande gegevensbank operationeel was.

De lering die uit reeds verrichte soortgelijke activiteiten is getrokken

Niet van toepassing.

Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten

Dit voorstel strookt volledig met het voorstel tot herschikking van de Dublinverordening[28].

Duur en financiële gevolgen

( Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

- ( Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

- ( Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

( Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

- Uitvoering met een opstartperiode van 2011 tot 2012,

- gevolgd door een volledige uitvoering.

Beheersvorm(en)[29]

( Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie

( Indirect gecentraliseerd beheer door uitvoeringstaken te delegeren aan:

- ( uitvoerende agentschappen

- ( door de Gemeenschappen opgerichte organen[30]

- ( nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak

- ( personen aan wie de uitvoering van specifieke acties in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in het betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement

( Gedeeld beheer met de lidstaten

( Gedecentraliseerd beheer met derde landen

( Gezamenlijk beheer met internationale organisaties

Opmerkingen

Het operationele beheer van Eurodac wordt naar verwachting overgedragen aan een agentschap dat verantwoordelijk is voor SIS II, VIS en andere IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht. Wat de oprichting van dit agentschap betreft, heeft de Commissie een afzonderlijk voorstel ingediend waarin de relevante kosten worden beoordeeld[31].

BEHEERSMAATREGELEN

Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

De doeltreffendheid van de door dit voorstel aangebrachte wijzigingen zal worden onderzocht in de jaarlijkse verslagen over de activiteiten van het centraal systeem van Eurodac. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zal toezien op de inachtneming van de gegevensbeschermingsvoorschriften.

Beheers- en controlesysteem

Geconstateerde risico's

Indien de huidige verordening niet aanzienlijk wordt gewijzigd, kan dit de doeltreffendheid van Eurodac ondermijnen; ook de ondersteunende rol van Eurodac bij de tenuitvoerlegging van de Dublinverordening komt dan in het gedrang. Een ander risico is dat de veranderingen op het gebied van het asiel- en het gegevensbeschermingsacquis niet kunnen worden bijgehouden.

Controlemiddel(en)

De statistieken over de werking van Eurodac zullen als indicatoren worden gebruikt, bv. die over gemiste treffers en verkeerde treffers, vertragingen bij de toezending, enz.

Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Ter bestrijding van fraude, corruptie en andere illegale handelingen zijn de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1073/1999 zonder uitzondering van toepassing op het agentschap dat belast wordt met het beheer van Eurodac (zodra dit is opgericht op basis van het gewijzigd voorstel voor een verordening (EU) Nr. …/… van het Europees parlement en de Raad tot oprichting van een agentschap voor het operationele beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (COM(2010) 93 definitief.)

GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

- Bestaande begrotingsonderdelen voor uitgaven

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderde(e)l(en)

Rubriek van het meerjarige financiële kader | Begrotingsonderdeel | Soort krediet | Bijdrage |

Nummer [Beschrijving….] | GK/ NGK ([32]) | van EVA-landen[33] | van kandidaat-lidstaten[34] | van derde landen | in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement |

3A | 18.03.11 Eurodac | GK | NEE | NEE | JA | NEE |

- Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderde(e)l(en)

Rubriek van het meerjarige financiële kader | Begrotingsonderdeel | Soort krediet | Bijdrage |

Nummer [Rubriek…] | GK/ NGK | van EVA-landen | van kandidaat-lidstaten | van derde landen | in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement |

[…] | [XX.YY.YY.YY] […] | […] | JA/ NEE | JA/ NEE | JA/ NEE | JA/ NEE |

Geraamde gevolgen voor de uitgaven

Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële kader | Nummer | [Rubriek 3A…] |

in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

-

Geraamde personeelsbehoeften

- ( Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

- ( Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in een geheel getal (of met hoogstens 1 decimaal)

Jaar N | Jaar N+1 | Jaar N+2 | Jaar N+3 | invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) |

( Formatieplaatsen (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) |

XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) | 0,5 | 0 | 0 | 0 |

XX 01 01 02 (delegaties) |

XX 01 05 01 (indirect onderzoek) |

10 01 05 01 (direct onderzoek) |

( Extern personeel (in voltijdequivalenten VTE)[42] |

XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen") |

XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) |

10 01 05 02 (AC, INT, GND – direct onderzoek) |

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) |

TOTAAL | 0,5 | 0 | 0 | 0 |

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken

Ambtenaren en tijdelijke functionarissen | Het invoeren van de bijkomende functies voorbereiden en de toepassing ervan begeleiden, onder andere door testen met de lidstaten. |

Extern personeel |

Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

- ( Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader

- ( Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

[…]

- ( Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader[45].

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

[…]

Bijdrage van derden aan de financiering

- Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden

- Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Jaar N | Jaar N+1 | Jaar N+2 | Jaar N+3 | invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) | Totaal |

Jaar N | Jaar N+1 | Jaar N+2 | Jaar N+3 | invullen: zoveel kolommen als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) |

Artikel 6312 | | 0,000 |0,006 |0,023 |0,000 | | | | |Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

[Begrotingsonderdeel voor ontvangsten 6312]

Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.

[De bijdrage van NO, IS en CH bedraagt in totaal 12,381% van de betalingen in een bepaald jaar].

[1] PB L 62 van 5.3.2002, blz. 1.

[2] Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend], COM(2008) 825 definitief.

[3] Het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een agentschap voor het operationele beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht [COM(2009) 293 definitief] is aangenomen op 24 juni 2009. Er is een gewijzigd voorstel ingediend op 19 maart 2010. Gewijzigd voorstel voor een verordening (EU) Nr. …/… van het Europees parlement en de Raad tot oprichting van een agentschap voor het operationele beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (COM(2010) 93 definitief.

[4] Instelling van het Eurodac-systeem voor het vergelijken van vingerafdrukken (herschikking), P6_TA(2009)0378.

[5] In de conclusies van de Raad van 12 en 13 juni 2007 over de toegang tot Eurodac voor de nationale politie- en rechtshandhavingsautoriteiten en voor Europol werd aangedrongen op een dergelijk voorstel.

[6] COM(2009) 344.

[7] COM(2009) 665 definitief.

[8] Een om te zorgen dat de verordening in overeenstemming is met de Dublinverordening en een om duidelijk te maken dat de treffers in het systeem moeten worden gecontroleerd door een deskundige op het gebied van vingerafdrukken.

[9] SEC(2008) 2981.

[10] Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de criteria en instrumenten om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat wordt ingediend in Denemarken of een andere lidstaat van de Europese Unie en „Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin (PB L 66 van 8.3.2006).

[11] Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en de mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend (PB L 93 van 3.4.2001, blz. 40).

[12] Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 5).

[13] Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend - COM(2006) 754, sluiting nog hangende.

[14] Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (2006/0257 CNS, gesloten op 24.10.2008, nog niet gepubliceerd in PB) en Protocol bij de Overeenkomst tussen de Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en de mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend (PB L 93 van 3.4.2001).

[15] COM(2010) XXX.

[16] PB C 189 van 7.7.2000, blz. 105 en blz. 227, en advies van 21 september 2000 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt).

[17] PB C […] van […], blz. […].

[18] PB L 316 van 15.12.2000, blz. 1.

[19] PB L 62 van 5.3.2002, blz. 1.

[20] COM(2008) XXX.

[21] PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

[22] PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

[23] Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend, COM(2008) 820.

[24] Het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een agentschap voor het operationele beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht [COM(2009) 293 definitief] is aangenomen op 24 juni 2009. Er is een gewijzigd voorstel ingediend op 19 maart 2010: Gewijzigd voorstel voor een verordening (EU) Nr. …/… van het Europees parlement en de Raad tot oprichting van een agentschap voor het operationele beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (COM(2010) 93 definitief.

[25] Dit financieel memorandum heeft alleen betrekking op de verwachte kosten van de voorgestelde wijzigingen, en dus niet op de kosten van het gewone beheer van Eurodac.

[26] ABM: Activity Based Management – ABB: Activity Based Budgeting.

[27] In de zin van artikel 49, lid 6, onder a) of b), van het Financieel Reglement.

[28] Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend, COM(2008) 820.

[29] Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html

[30] In de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement.

[31] COM(2010) 93.

[32] GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.

[33] EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.

[34] Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan.

[35] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.

[36] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), indirect onderzoek, direct onderzoek.

[37] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.

[38] Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (vb. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen, enz.).

[39] Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke doelstelling(en)…".

[40] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.

[41] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), indirect onderzoek, direct onderzoek.

[42] AC = arbeidscontractant; INT = uitzendkracht (" Intérimaire") ; JDD = jonge deskundige in delegatie ; PF = plaatselijke functionaris; GND = gedetacheerde nationale deskundige.

[43] Submaximum voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).

[44] Vooral voor structuurfondsen, Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en Europees Visserijfonds (EVF).

[45] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord.

[46] Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25% aan inningskosten.