/* COM/2010/0552 def. - COD 2010/0289 */ Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot invoering, als noodmaatregel, van autonome handelspreferenties voor Pakistan
[pic] | EUROPESE COMMISSIE | Brussel, 7.10.2010 COM(2010) 552 definitief 2010/0289 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot invoering, als noodmaatregel, van autonome handelspreferenties voor Pakistan TOELICHTING Tegen de achtergrond van de ongekende, verwoestende overstromingen in Pakistan heeft de Europese Raad tijdens zijn vergadering van 16 september de ministers opdracht gegeven met spoed overeenstemming te bereiken over een breed pakket maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn om Pakistan te helpen bij het herstel en zijn toekomstige ontwikkeling. Dit moet onder andere ambitieuze maatregelen op handelsgebied omvatten waarbij uitsluitend Pakistan een grotere toegang tot de EU-markt wordt verleend door een onmiddellijke en in de tijd beperkte verlaging van de rechten op belangrijke invoerproducten uit Pakistan. De Europese Raad heeft de Commissie verzocht in oktober een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad in te dienen om de rechten op bepaalde invoerproducten uit Pakistan voor een beperkte periode eenzijdig te schorsen. De handelsconcessie die Pakistan zal worden aangeboden, moet een geloofwaardige inspanning van de EU vormen en belangrijke economische voordelen voor Pakistan opleveren, waarbij evenwel rekening wordt gehouden met de gevoeligheid van de bedrijfstakken van de EU en van andere WTO-leden, en met name die van de minst ontwikkelde landen. 60% van de uitvoer van Pakistan naar de EU bestaat uit textiel en kleding. Een groot aantal producten waarvoor liberalisering wordt voorgesteld, zijn dan ook textiel en kleding. Aangezien het productenassortiment zo breed mogelijk moet zijn, omvat dit echter ook andere industrie- en landbouwproducten, zodat het streven van Pakistan om zijn industrie en exportbasis te diversifiëren niet wordt ondermijnd. Er is een lijst opgesteld van 75 aan rechten onderworpen productlijnen die belangrijk zijn voor de export van Pakistan. De geselecteerde productlijnen vertegenwoordigen bijna 900 miljoen euro aan invoerwaarde en maken daarmee ongeveer 27% van de EU-invoer uit Pakistan uit (3,3 miljard euro). Liberalisering van deze 75 lijnen – waarvan er één (ethanol) onderworpen zal zijn aan een jaarlijks tariefcontingent van 100 000 ton, dat is gebaseerd op de in het verleden ingevoerde hoeveelheden – leidt tot een geschatte toename van de EU-invoer uit Pakistan met circa 100 miljoen euro per jaar ten opzichte van 2009, terwijl de tariefinkomsten voor de EU-begroting met iets meer dan 80 miljoen euro dalen. Deze toename van de EU-invoer is vrij klein omdat de totale waarde van de invoer van deze producten momenteel bijna 15 miljard euro bedraagt, waarvan bijna 4 miljard de EU ook nu al rechtenvrij binnenkomt. De directe of indirecte gevolgen voor de werkgelegenheid zullen beperkt zijn, omdat de stijging van de invoer slechts 0,5% bedraagt van het huidige niveau van de EU-productie en gecompenseerd wordt door de winst die kan worden geboekt als gevolg van de lagere prijzen van de ingevoerde goederen. Steun om ontslagen werknemers weer aan werk te helpen, kan zo nodig ook beschikbaar worden gesteld door het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering. Tegelijkertijd zal de EU om vrijstelling van haar verplichtingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) moeten verzoeken. Een EU-besluit om Pakistan handelspreferenties toe te kennen, vormt een inbreuk op het basisbeginsel van artikel I:1 van de GATT (het beginsel van de meest begunstigde natie), aangezien deze preferenties niet aan andere WTO-leden worden toegekend, en van artikel XIII inzake het niet-discriminerende beheer van kwantitatieve beperkingen. De EU moet dus bij de WTO een verzoek om ontheffing van de artikelen I en XIII van de GATT indienen. Overeenkomstig artikel IX van de Overeenkomst tot oprichting van de WTO moet dit verzoek door de Algemene Raad van de WTO worden goedgekeurd. In artikel 8 van de onderhavige verordening worden procedures ingesteld voor de goedkeuring van uitvoeringshandelingen. Deze bepalingen kunnen worden herzien, teneinde ze aan te passen aan de toekomstige wetgeving die zal worden vastgesteld uit hoofde van artikel 291 VWEU inzake de controle op de uitoefening door de Commissie van haar uitvoeringsbevoegdheden. Indien dit voorstel wordt goedgekeurd voordat de verordening inzake de controle op de uitoefening door de Commissie van haar uitvoeringsbevoegdheden in werking treedt, beoogt de Commissie een automatische bijwerking van dit voorstel teneinde te verwijzen naar de uit hoofde van artikel 291 vastgestelde verordening. 2010/0289 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot invoering, als noodmaatregel, van autonome handelspreferenties voor Pakistan HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 2, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1) De betrekkingen tussen de Europese Unie en de Islamitische Republiek Pakistan (hierna Pakistan genoemd) zijn gebaseerd op de samenwerkingsovereenkomst die op 1 september 2004 in werking is getreden[1]. Een van de belangrijkste doelstellingen daarvan is het scheppen van de voorwaarden voor en het bevorderen van de toename en ontwikkeling van de wederzijdse handel tussen de partijen. (2) In juli en augustus 2010 zijn na zware moessonregens grote delen van Pakistan getroffen door verwoestende overstromingen, waaronder de regio's Baluchistan, Khyber Pakhtunkhwa, Punjab, Sindh en Gilgit-Baltistan. Volgens de Verenigde Naties zijn ongeveer 20 miljoen mensen en 20% van het grondgebied van Pakistan (ten minste 160 000 km2) door de overstromingen getroffen en hebben 12 miljoen mensen dringend behoefte aan humanitaire hulp. (3) Humanitaire hulp is uiteraard het belangrijkste middel in een dergelijke situatie en de EU heeft op dit punt het voortouw genomen sinds het begin van deze noodsituatie. (4) Het is belangrijk alle beschikbare middelen in te zetten om Pakistan te helpen zich van deze ramp te herstellen en de toekomstige ontwikkeling van het land te ondersteunen. (5) De Europese Raad heeft op 16 september 2010 in een verklaring over Pakistan besloten de ministers opdracht te geven met spoed overeenstemming te bereiken over een breed pakket maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn om Pakistan te helpen bij het herstel en zijn toekomstige ontwikkeling; dit betreft onder meer ambitieuze maatregelen die van wezenlijk belang zijn voor het economisch herstel en de economische groei. (6) De Europese Raad heeft in dit verband met name benadrukt dat hij het vaste voornemen heeft uitsluitend Pakistan een grotere toegang tot de EU-markt te verlenen door een onmiddellijke en in de tijd beperkte verlaging van de rechten op belangrijke invoerproducten uit Pakistan. (7) Het is daarom passend Pakistan autonome handelspreferenties te verlenen door voor een beperkte periode alle tarieven te schorsen voor bepaalde producten waarvan de uitvoer voor Pakistan van belang is. Het verlenen van deze handelspreferenties zal geen negatieve effecten van betekenis voor de binnenlandse markt van de Unie hebben en evenmin negatieve gevolgen hebben voor de minst ontwikkelde leden van de WTO. (8) De autonome handelspreferenties zullen worden verleend in de vorm van een vrijstelling van douanerechten bij invoer in de Unie of van tariefcontingenten. (9) Aan het recht om gebruik te maken van de autonome handelspreferenties wordt de voorwaarde verbonden dat Pakistan voldoet aan de desbetreffende regels inzake de oorsprong van producten en de daarmee samenhangende procedures en zich verbindt tot een doeltreffende administratieve samenwerking met de Unie om fraude te voorkomen. Ernstige, systematische schendingen van de voorwaarden voor een preferentiële regeling, fraude of een gebrekkige administratieve samenwerking bij de controle op de oorsprong van goederen moeten redenen zijn om de preferenties tijdelijk te schorsen. In dit verband moet de Commissie zo nodig dergelijke tijdelijke maatregelen kunnen vaststellen. (10) Voor de omschrijving van het begrip producten van oorsprong, de certificering van de oorsprong en de procedures voor administratieve samenwerking geldt titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 1, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautaire douanewetboek[2]. Wat de cumulatie van de oorsprong betreft, mag echter uitsluitend het gebruik van materialen van oorsprong uit de Europese Unie voor deze doeleinden worden toegestaan. Regionale en andere vormen van cumulatie, met uitzondering van die van materialen van oorsprong uit de EU, mogen niet worden toegepast bij de vaststelling van de oorsprongsstatus van producten die onder de onderhavige autonome preferenties vallen, om te garanderen dat voldoende verwerking in Pakistan plaatsvindt. (11) Voor de verlening van autonome handelspreferenties aan Pakistan is een ontheffing van de verplichtingen uit hoofde van de artikelen I en XIII van de GATT 1994 overeenkomstig artikel IX van de Overeenkomst tot oprichting van de WTO nodig. (12) Gezien de urgentie van de situatie in Pakistan moet de verordening op 1 januari 2011 in werking treden, op voorwaarde dat de WTO het verzoek van de Unie om ontheffing van haar verplichtingen uit hoofde van de artikelen I en XIII van de GATT heeft goedgekeurd. (13) Om een onmiddellijk en blijvend effect op het economische herstel van Pakistan na de overstromingen te garanderen, is het raadzaam de duur van de handelspreferenties te beperken tot 31 december 2013. (14) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[3]. (15) Wijzigingen in de gecombineerde nomenclatuur mogen geen aanleiding geven tot wezenlijke wijzigingen van de aard van de autonome handelspreferenties. De Commissie moet derhalve worden gemachtigd om gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vast te stellen, teneinde de nodige wijzigingen en technische aanpassingen aan te brengen in de lijst van goederen waarop de autonome handelspreferentie van toepassing is, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Preferentiële regelingen 1. De in bijlage I vermelde producten van oorsprong uit Pakistan zijn bij invoer in de Unie vrijgesteld van douanerechten. 2. Voor de in bijlage II vermelde producten van oorsprong uit Pakistan gelden bij invoer in de Unie de bijzondere bepalingen in artikel 3. Artikel 2 Voorwaarden voor de preferentiële regelingen Het recht op de in artikel 1 bedoelde regelingen is afhankelijk van de volgende voorwaarden: a) naleving van de regels inzake de oorsprong van producten en de daarmee samenhangende procedures bedoeld in titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 1, onderafdelingen 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 2454/93. Wat betreft de cumulatie van de oorsprong met als doel de oorsprongsstatus vast te stellen van de producten die onder de in artikel 1 bedoelde regelingen vallen, is echter alleen cumulatie met materialen van oorsprong uit de EU toegestaan. Regionale en andere vormen van cumulatie, met uitzondering van cumulatie met materialen van oorsprong uit de EU, zijn niet toegestaan; b) naleving van de methoden voor administratieve samenwerking bedoeld in titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 1, onderafdeling 3, van Verordening (EEG) nr. 2454/93; c) de door de bevoegde autoriteiten van Pakistan uit hoofde van deze verordening afgegeven certificaten van oorsprong, formulier A, zijn in vak 4 van de volgende aantekening voorzien: "Autonome maatregel – Verordening (EU) nr. …/2010[4]". Artikel 3 Tariefcontingenten 1. De in bijlage II vermelde producten zijn bij invoer in de Unie binnen de grenzen van de tariefcontingenten van de Unie, zoals uiteengezet in die bijlage, vrijgesteld van douanerechten. 2. De in lid 1 bedoelde en in bijlage II vermelde tariefcontingenten worden beheerd door de Commissie overeenkomstig de artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93. Artikel 4 Wijziging van de bijlagen De Commissie kan overeenkomstig artikel 5 gedelegeerde handelingen vaststellen teneinde de bijlagen bij deze verordening te wijzigen om de wijzigingen en technische aanpassingen in te voeren die nodig zijn in verband met wijzigingen van de codes van de gecombineerde nomenclatuur en de TARIC-onderverdelingen. Artikel 5 Uitoefening van de delegatie 1. De bevoegdheid om de in artikel 4 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt voor onbepaalde tijd aan de Commissie verleend. 2. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis. 3. De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt de Commissie verleend onder de in de artikelen 6 en 7 gestelde voorwaarden. Artikel 6 Intrekking van de delegatie 1. De in artikel 4 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. 2. De instelling die een interne procedure is begonnen om te besluiten de bevoegdheidsdelegatie eventueel in te trekken, brengt de andere instelling en de Commissie hiervan binnen een redelijke termijn voordat een definitief besluit wordt genomen, op de hoogte en geeft daarbij aan welke gedelegeerde bevoegdheden mogelijk worden ingetrokken en waarom. 3. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheden. Het besluit treedt onmiddellijk in werking of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het laat de geldigheid van de reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. Het besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie . Artikel 7 Bezwaren tegen gedelegeerde handelingen 1. Het Europees Parlement en de Raad kunnen tegen een gedelegeerde handeling bezwaar maken binnen twee maanden na de datum van kennisgeving. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze periode met een maand verlengd. 2. Indien bij het verstrijken van die periode noch het Europees Parlement noch de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, wordt deze bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treedt zij in werking op de daarin vermelde datum. Indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie hebben meegedeeld dat zij niet voornemens zijn bezwaar aan te tekenen, kan de gedelegeerde handeling vóór het verstrijken van de termijn worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en in werking treden. 3. Indien het Europees Parlement of de Raad tegen een gedelegeerde handeling bezwaar maakt, treedt deze niet in werking. De instelling die bezwaar maakt, motiveert haar bezwaar tegen de gedelegeerde handeling. Artikel 8 Procedure van het Comité 1. De Commissie wordt bijgestaan door het Comité Douanewetboek. 2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn bedraagt één maand. Artikel 9 Tijdelijke schorsing 1. Indien de Commissie oordeelt dat er voldoende bewijs is dat de in artikel 2 vastgelegde voorwaarden niet worden nageleefd, kan zij maatregelen nemen om de in deze verordening bedoelde preferentiële regelingen voor een periode van niet meer dan zes maanden geheel of ten dele te schorsen, mits zij vooraf: a) het Comité heeft ingelicht; b) de lidstaten heeft verzocht de nodige conservatoire maatregelen te nemen om de financiële belangen van de Unie veilig te stellen of Pakistan ertoe te brengen artikel 2, lid 1, na te leven; c) in het Publicatieblad van de Europese Unie heeft aangekondigd dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de toepassing van de preferentiële regelingen of de naleving van artikel 2, lid 1, door Pakistan, hetgeen afbreuk kan doen aan zijn rechten om gebruik te blijven maken van de bij deze verordening toegekende voordelen; d) Pakistan in kennis heeft gesteld van elk overeenkomstig dit lid genomen besluit voordat dit van kracht wordt. 2. De in lid 1 bedoelde maatregelen worden volgens de in artikel 8 bedoelde procedure vastgesteld. 3. Aan het einde van de schorsingsperiode besluit de Commissie de voorlopige schorsing te beëindigen of de schorsing volgens de procedure van lid 1 te verlengen. 4. De lidstaten delen de Commissie alle ter zake dienende informatie mee die de schorsing van preferenties of de verlenging van de schorsing kan rechtvaardigen. Artikel 10 Inwerkingtreding en toepassing 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie . 2. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2011, op voorwaarde dat de tariefpreferenties waarin deze verordening voorziet, worden toegestaan door een door de Wereldhandelsorganisatie verleende ontheffing. Indien de Wereldhandelsorganisatie deze ontheffing na 1 januari 2011 verleent, zal zij van toepassing zijn met ingang van de datum waarop de ontheffing in werking treedt. 3. De Commissie publiceert een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie om marktdeelnemers in kennis te stellen van de datum waarop de Wereldhandelsorganisatie de ontheffing heeft verleend. Indien deze na 1 januari 2011 valt, is de gespecificeerde datum de datum waarop de tariefpreferenties overeenkomstig lid 2, tweede zin, van toepassing worden. 4. Deze verordening is van toepassing tot en met 31 december 2013. 5. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter BIJLAGE I Producten die worden vrijgesteld van douanerechten De producten waarop de maatregelen worden toegepast, worden aangeduid met hun achtcijferige GN-code. De omschrijving van deze codes is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief. De omschrijving van de GN-codes wordt slechts ter informatie vermeld. GN-code | Omschrijving | 07123900 | GEDROOGDE PADDENSTOELEN EN TRUFFELS, OOK INDIEN IN STUKKEN OF IN SCHIJVEN GESNEDEN, DAN WEL FIJNGEMAAKT OF IN POEDERVORM, DOCH NIET OP ANDERE WIJZE BEREID, ANDERE DAN PADDENSTOELEN VAN HET GESLACHT "AGARICUS", JUDASOREN (AURICULARIA SPP.) EN TRILZWAMMEN (TREMELLA SPP.) | 41079210 | LEDER DAT NA HET LOOIEN OF HET DROGEN VERDER IS BEWERKT, VAN RUNDEREN (BUFFELS DAARONDER BEGREPEN), GESPLIT, MET DE NERFKANT, ONTHAARD, ANDER DAN GEHELE HUIDEN EN VELLEN | 41079910 | LEDER DAT NA HET LOOIEN OF HET DROGEN VERDER IS BEWERKT, VAN RUNDEREN (BUFFELS DAARONDER BEGREPEN), ONTHAARD, ANDER DAN GEHELE HUIDEN EN VELLEN, NIET-GESPLIT LEDER MET NATUURLIJKE NERF EN GESPLIT LEDER MET DE NERFKANT | 42032100 | HANDSCHOENEN (MET OF ZONDER VINGERS) EN WANTEN, VAN LEDER OF VAN KUNSTLEDER, SPECIAAL ONTWORPEN VOOR SPORTBEOEFENING | 42032910 | HANDSCHOENEN (MET OF ZONDER VINGERS) EN WANTEN, VAN LEDER OF VAN KUNSTLEDER, VOOR BESCHERMING, ONGEACHT VOOR WELK AMBACHT OF VOOR WELK BEDRIJF, ANDERE DAN DIE WELKE SPECIAAL ZIJN ONTWORPEN VOOR SPORTBEOEFENING | 42032991 | HANDSCHOENEN (MET OF ZONDER VINGERS) EN WANTEN, VAN LEDER OF VAN KUNSTLEDER, VOOR HEREN EN JONGENS, ANDERE DAN DIE WELKE SPECIAAL ZIJN ONTWORPEN VOOR SPORTBEOEFENING EN DIE VOOR BESCHERMING, ONGEACHT VOOR WELK AMBACHT OF WELK BEDRIJF | 42032999 | HANDSCHOENEN (MET OF ZONDER VINGERS) EN WANTEN, VAN LEDER OF VAN KUNSTLEDER, ANDERE DAN DIE WELKE SPECIAAL ZIJN ONTWORPEN VOOR SPORTBEOEFENING, DIE VOOR BESCHERMING, ONGEACHT VOOR WELK AMBACHT OF WELK BEDRIJF EN DIE VOOR HEREN EN JONGENS, | 52051200 | EENDRAADSGARENS VAN NIET-GEKAMDE KATOENVEZELS, VAN MINDER DAN 714,29 DOCH NIET MINDER DAN 232,56 DECITEX (MEER DAN 14 DOCH NIET MEER DAN 43 NM), BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, NIET OPGEMAAKT VOOR DE VERKOOP IN HET KLEIN | 52052200 | EENDRAADSGARENS VAN GEKAMDE KATOENVEZELS, VAN MINDER DAN 714,29 DOCH NIET MINDER DAN 232,56 DECITEX (MEER DAN 14 DOCH NIET MEER DAN 43 NM), BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, NIET OPGEMAAKT VOOR DE VERKOOP IN HET KLEIN | 52052300 | EENDRAADSGARENS VAN GEKAMDE KATOENVEZELS, VAN MINDER DAN 232,56 DOCH NIET MINDER DAN 192,31 DECITEX (MEER DAN 43 DOCH NIET MEER DAN 52 NM), BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, NIET OPGEMAAKT VOOR DE VERKOOP IN HET KLEIN | 52052400 | EENDRAADSGARENS VAN GEKAMDE KATOENVEZELS, VAN MINDER DAN 192,31 DOCH NIET MINDER DAN 125 DECITEX (MEER DAN 52 DOCH NIET MEER DAN 80 NM), BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, NIET OPGEMAAKT VOOR DE VERKOOP IN HET KLEIN | 52053200 | GETWIJNDE OF GEKABELDE GARENS VAN NIET-GEKAMDE KATOENVEZELS, VAN MINDER DAN 714,29 DOCH NIET MINDER DAN 232,56 DECITEX (MEER DAN 14 DOCH NIET MEER DAN 43 NM PER ENKELVOUDIGE DRAAD), BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, NIET OPGEMAAKT VOOR DE VERKOOP IN HET KLEIN | 52054200 | GETWIJNDE OF GEKABELDE GARENS VAN GEKAMDE KATOENVEZELS, VAN MINDER DAN 714,29 DOCH NIET MINDER DAN 232,56 DECITEX (MEER DAN 14 DOCH NIET MEER DAN 43 NM PER ENKELVOUDIGE DRAAD), BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, NIET OPGEMAAKT VOOR DE VERKOOP IN HET KLEIN | 52081190 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN NIET MEER DAN 100 G/M², MET PLATBINDING, ONGEBLEEKT, ANDERE DAN VERBANDGAAS | 52081216 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN MEER DAN 100 DOCH NIET MEER DAN 130 G/M² EN MET EEN BREEDTE VAN NIET MEER DAN 165 CM, MET PLATBINDING, ONGEBLEEKT | 52081219 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN MEER DAN 100 DOCH NIET MEER DAN 130 G/M² EN MET EEN BREEDTE VAN MEER DAN 165 CM, MET PLATBINDING, ONGEBLEEKT | 52081300 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET DRIE- OF VIERSCHACHTSKEPERBINDING, GELIJKZIJDIGE KEPERBINDING DAARONDER BEGREPEN, ONGEBLEEKT | 52081900 | ANDERE WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, ONGEBLEEKT | 52082190 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN NIET MEER DAN 100 G/M², MET PLATBINDING, GEBLEEKT, ANDERE DAN VERBANDGAAS | 52082219 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN MEER DAN 100 DOCH NIET MEER DAN 130 G/M² EN MET EEN BREEDTE VAN MEER DAN 165 CM, MET PLATBINDING, GEBLEEKT | 52082296 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN MEER DAN 130 G/M² EN MET EEN BREEDTE VAN NIET MEER DAN 165 CM, MET PLATBINDING, GEBLEEKT | 52082900 | ANDERE WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, GEBLEEKT | 52083900 | ANDERE WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, GEVERFD | 52085100 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN NIET MEER DAN 100 G/M², MET PLATBINDING, BEDRUKT | 52085200 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN MEER DAN 200 G/M², MET PLATBINDING, BEDRUKT | 52085990 | ANDERE WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, BEDRUKT | 52091100 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN MEER DAN 200 G/M², MET PLATBINDING, ONGEBLEEKT | 52091200 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN MEER DAN 200 G/M², MET DRIE- OF VIERSCHACHTSKEPERBINDING, GELIJKZIJDIGE KEPERBINDING DAARONDER BEGREPEN, ONGEBLEEKT | 52091900 | ANDERE WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, ONGEBLEEKT | 52092200 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN MEER DAN 200 G/M², MET DRIE- OF VIERSCHACHTSKEPERBINDING, GELIJKZIJDIGE KEPERBINDING DAARONDER BEGREPEN, GEBLEEKT | 52092900 | ANDERE WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, GEBLEEKT | 52093200 | WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN MEER DAN 200 G/M², MET DRIE- OF VIERSCHACHTSKEPERBINDING, GELIJKZIJDIGE KEPERBINDING DAARONDER BEGREPEN, GEVERFD | 52093900 | ANDERE WEEFSELS VAN KATOEN, BEVATTENDE 85 OF MEER GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, MET EEN GEWICHT VAN MEER DAN 200 G/M², BEDRUKT | 52111200 | WEEFSELS BEVATTENDE MINDER DAN 85 GEWICHTSPERCENTEN KATOEN, ENKEL OF HOOFDZAKELIJK MET SYNTHETISCHE OF KUNSTMATIGE VEZELS GEMENGD, MET EEN GEWICHT VAN MEER DAN 200 G/M², MET DRIE- OF VIERSCHACHTSKEPERBINDING, GELIJKZIJDIGE KEPERBINDING DAARONDER BEGREPEN, ONGEBLEEKT | 54078100 | WEEFSELS VAN GARENS, BEVATTENDE MINDER DAN 85 GEWICHTSPERCENTEN SYNTHETISCHE FILAMENTEN, WEEFSELS VERVAARDIGD VAN SYNTHETISCHE MONOFILAMENTEN VAN 67 DECITEX OF MEER EN WAARVAN DE GROOTSTE AFMETING VAN DE DWARSDOORSNEDE NIET MEER BEDRAAGT DAN 1 MM DAARONDER BEGREPEN, ENKEL OF HOOFDZAKELIJK MET KATOEN GEMENGD, ONGEBLEEKT OF GEBLEEKT | 54078200 | WEEFSELS VAN GARENS, BEVATTENDE MINDER DAN 85 GEWICHTSPERCENTEN SYNTHETISCHE FILAMENTEN, WEEFSELS VERVAARDIGD VAN SYNTHETISCHE MONOFILAMENTEN VAN 67 DECITEX OF MEER EN WAARVAN DE GROOTSTE AFMETING VAN DE DWARSDOORSNEDE NIET MEER BEDRAAGT DAN 1 MM DAARONDER BEGREPEN, ENKEL OF HOOFDZAKELIJK MET KATOEN GEMENGD, GEVERFD | 55095300 | GARENS (ANDERE DAN NAAIGARENS) VAN STAPELVEZELS VAN POLYESTERS, ENKEL OF HOOFDZAKELIJK MET KATOEN GEMENGD, NIET OPGEMAAKT VOOR DE VERKOOP IN HET KLEIN | 55131120 | WEEFSELS VAN STAPELVEZELS VAN POLYESTERS, BEVATTENDE MINDER DAN 85 GEWICHTSPERCENTEN VAN DEZE VEZELS, ENKEL OF HOOFDZAKELIJK MET KATOEN GEMENGD, MET EEN GEWICHT VAN NIET MEER DAN 170 G/M² EN MET EEN BREEDTE VAN NIET MEER DAN 165 CM, MET PLATBINDING, ONGEBLEEKT OF GEBLEEKT | 55132100 | WEEFSELS VAN STAPELVEZELS VAN POLYESTERS, BEVATTENDE MINDER DAN 85 GEWICHTSPERCENTEN VAN DEZE VEZELS, ENKEL OF HOOFDZAKELIJK MET KATOEN GEMENGD, MET EEN GEWICHT VAN NIET MEER DAN 170 G/M², MET PLATBINDING, GEVERFD | 55134100 | WEEFSELS VAN STAPELVEZELS VAN POLYESTERS, BEVATTENDE MINDER DAN 85 GEWICHTSPERCENTEN VAN DEZE VEZELS, ENKEL OF HOOFDZAKELIJK MET KATOEN GEMENGD, MET EEN GEWICHT VAN NIET MEER DAN 170 G/M², BEDRUKT | 61012090 | ANORAKS, BLOUSONS EN DERGELIJKE ARTIKELEN, VAN BREI- OF HAAKWERK VAN KATOEN, VOOR HEREN OF VOOR JONGENS | 61033200 | COLBERTJASSEN, BLAZERS EN DERGELIJKE, VAN BREI- OF HAAKWERK VAN KATOEN, VOOR HEREN OF VOOR JONGENS | 61034200 | LANGE EN KORTE BROEKEN, ANDERE DAN ZWEMBROEKEN, EN ZOGENAAMDE AMERIKAANSE OVERALLS, VAN BREI- OF HAAKWERK VAN KATOEN, VOOR HEREN OF VOOR JONGENS | 61072100 | NACHTHEMDEN EN PYJAMA'S, VAN BREI- OF HAAKWERK VAN KATOEN, VOOR HEREN OF VOOR JONGENS | 61083100 | NACHTHEMDEN EN PYJAMA'S, VAN BREI- OF HAAKWERK VAN KATOEN, VOOR DAMES OF VOOR MEISJES | 61099020 | T-SHIRTS, BORSTROKKEN EN ONDERHEMDEN, VAN BREI- OF HAAKWERK VAN WOL, VAN FIJN HAAR OF VAN SYNTHETISCHE OF KUNSTMATIGE VEZELS | 61112090 | KLEDING EN KLEDINGTOEBEHOREN, VOOR BABY'S, VAN BREI- OF HAAKWERK VAN KATOEN, ANDERE DAN HANDSCHOENEN (MET OF ZONDER VINGERS) EN WANTEN | 61121200 | TRAININGSPAKKEN, VAN BREI- OF HAAKWERK VAN SYNTHETISCHE VEZELS | 61159500 | KOUSENBROEKEN, KOUSEN, KNIEKOUSEN, SOKKEN EN DERGELIJKE ARTIKELEN, VAN BREI- OF HAAKWERK VAN KATOEN (M.U.V. DIE MET DEGRESSIEVE COMPRESSIE, KOUSENBROEKEN EN DAMESKOUSEN EN -KNIEKOUSEN, VAN MINDER DAN 67 DECITEX PER ENKELVOUDIGE DRAAD) | 61161020 | VINGERHANDSCHOENEN VAN BREI- OF HAAKWERK, GEÏMPREGNEERD, BEKLEED OF BEDEKT MET RUBBER | 61161080 | HANDSCHOENEN ZONDER VINGERS EN WANTEN, VAN BREI- OF HAAKWERK, GEÏMPREGNEERD, BEKLEED OF BEDEKT MET RUBBER OF MET KUNSTSTOF, ALSMEDE VINGERHANDSCHOENEN, VAN BREI- OF HAAKWERK, GEÏMPREGNEERD, BEKLEED OF BEDEKT MET KUNSTSTOF | 61169200 | HANDSCHOENEN (MET OF ZONDER VINGERS) EN WANTEN, VAN BREI- OF HAAKWERK VAN KATOEN | 61169300 | HANDSCHOENEN (MET OF ZONDER VINGERS) EN WANTEN, VAN BREI- OF HAAKWERK VAN SYNTHETISCHE VEZELS | 62019300 | ANORAKS, BLOUSONS EN DERGELIJKE ARTIKELEN, VAN SYNTHETISCHE OF KUNSTMATIGE VEZELS, VOOR HEREN OF VOOR JONGENS | 62034319 | LANGE BROEKEN EN DERGELIJKE, VAN SYNTHETISCHE VEZELS, ANDERE DAN WERK- EN BEDRIJFSKLEDING, VOOR HEREN OF VOOR JONGENS | 62042280 | ENSEMBLES VAN KATOEN, ANDERE DAN WERK- EN BEDRIJFSKLEDING, VOOR DAMES OF VOOR MEISJES | 62046231 | LANGE BROEKEN VAN DENIM, ANDERE DAN WERK- EN BEDRIJFSKLEDING, VOOR DAMES OF VOOR MEISJES | 62046290 | KORTE BROEKEN VAN KATOEN, VOOR DAMES OF VOOR MEISJES | 62079100 | ONDERHEMDEN, BADJASSEN, KAMERJASSEN EN DERGELIJKE ARTIKELEN, VAN KATOEN, VOOR HEREN OF VOOR JONGENS | 62089100 | ONDERHEMDEN, SLIPS, NEGLIGÉS, BADJASSEN, KAMERJASSEN EN DERGELIJKE ARTIKELEN, VAN KATOEN, VOOR DAMES OF VOOR MEISJES | 62114290 | KLEDING VAN KATOEN, VOOR DAMES OF VOOR MEISJES | 62114310 | SCHORTEN, STOFJASSEN EN ANDERE WERK- EN BEDRIJFSKLEDING, VAN SYNTHETISCHE OF KUNSTMATIGE VEZELS, VOOR DAMES OF VOOR MEISJES | 62160000 | HANDSCHOENEN (MET OF ZONDER VINGERS) EN WANTEN | 63026000 | HUISHOUDLINNEN VAN LUSSENSTOF VAN KATOEN | 63029100 | HUISHOUDLINNEN VAN KATOEN, ANDER DAN VAN LUSSENSTOF | 63039100 | VITRAGES, GORDIJNEN EN ROLGORDIJNEN, BED- EN GORDIJNVALLETJES DAARONDER BEGREPEN, VAN KATOEN, ANDERE DAN DIE VAN BREI- OF HAAKWERK | 63039290 | VITRAGES, GORDIJNEN EN ROLGORDIJNEN, BED- EN GORDIJNVALLETJES DAARONDER BEGREPEN, VAN SYNTHETISCHE VEZELS, ANDERE DAN DIE VAN GEBONDEN TEXTIELVLIES OF VAN BREI- OF HAAKWERK | 63039990 | VITRAGES, GORDIJNEN EN ROLGORDIJNEN, BED- EN GORDIJNVALLETJES DAARONDER BEGREPEN, NIET VAN KATOEN OF VAN SYNTHETISCHE VEZELS, ANDERE DAN DIE VAN GEBONDEN TEXTIELVLIES OF VAN BREI- OF HAAKWERK | 63049200 | ANDERE ARTIKELEN VOOR STOFFERING, VAN KATOEN, ANDERE DAN DIE VAN BREI- OF HAAKWERK | 63071090 | DWEILEN, VAATDOEKEN, STOFDOEKEN, POETSDOEKEN EN DERGELIJKE, ANDERE DAN DIE VAN BREI- OF HAAKWERK OF VAN GEBONDEN TEXTIELVLIES | 63079099 | ANDERE GECONFECTIONEERDE ARTIKELEN VAN TEXTIEL, PATRONEN VOOR KLEDING DAARONDER BEGREPEN, ANDERE DAN DIE VAN BREI- OF HAAKWERK OF VAN VILT | 64039993 | SCHOEISEL MET BUITENZOOL VAN RUBBER, VAN KUNSTSTOF OF VAN KUNSTLEDER EN MET BOVENDEEL VAN LEDER, MET EEN BINNENZOOLLENGTE VAN 24 CM OF MEER, NIET DE ENKEL BEDEKKEND OF MET HOUTEN BASIS, NIET VOORZIEN VAN EEN BINNENZOOL, DAT NIET ALS HEREN- OF DAMESSCHOEISEL KAN WORDEN ONDERKEND, ANDER DAN SPORTSCHOEISEL, SCHOEISEL MET BESCHERMENDE METALEN NEUS, SCHOEISEL WAARVAN HET VOORBLAD IS UITGESNEDEN OF UIT RIEMPJES BESTAAT EN PANTOFFELS | 64039996 | SCHOEISEL MET BUITENZOOL VAN RUBBER, VAN KUNSTSTOF OF VAN KUNSTLEDER EN MET BOVENDEEL VAN LEDER, MET EEN BINNENZOOLLENGTE VAN 24 CM OF MEER, NIET DE ENKEL BEDEKKEND OF MET HOUTEN BASIS, NIET VOORZIEN VAN EEN BINNENZOOL, VOOR HEREN, ANDER DAN SPORTSCHOEISEL, SCHOEISEL MET BESCHERMENDE METALEN NEUS, SCHOEISEL WAARVAN HET VOORBLAD IS UITGESNEDEN OF UIT RIEMPJES BESTAAT EN PANTOFFELS | 64039998 | SCHOEISEL MET BUITENZOOL VAN RUBBER, VAN KUNSTSTOF OF VAN KUNSTLEDER EN MET BOVENDEEL VAN LEDER, MET EEN BINNENZOOLLENGTE VAN 24 CM OF MEER, NIET DE ENKEL BEDEKKEND OF MET HOUTEN BASIS, NIET VOORZIEN VAN EEN BINNENZOOL, VOOR DAMES, ANDER DAN SPORTSCHOEISEL, SCHOEISEL MET BESCHERMENDE METALEN NEUS, SCHOEISEL WAARVAN HET VOORBLAD IS UITGESNEDEN OF UIT RIEMPJES BESTAAT EN PANTOFFELS | BIJLAGE II Product dat onderworpen is aan de in artikel 3 bedoelde jaarlijkse rechtenvrije tariefcontingenten De producten waarop de maatregelen worden toegepast, worden aangeduid met hun achtcijferige GN-code. De omschrijving van deze codes is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief. De omschrijving van de GN-codes wordt slechts ter informatie vermeld. VOLGNR. | GN-CODE | OMSCHRIJVING | 2011 | 2012 | 2013 | 09.2401 | 2207 1000 | ETHYLALCOHOL, NIET GEDENATUREERD, MET EEN ALCOHOL-VOLUMEGEHALTE VAN >= 80% | 100 000 TON | 100 000 TON | 100 000 TON | FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN DIE UITSLUITEND GEVOLGEN HEBBEN VOOR DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING 1. BENAMING VAN HET VOORSTEL Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot invoering, als noodmaatregel, van autonome handelspreferenties voor Pakistan 2. BEGROTINGSONDERDELEN Hoofdstuk 12, artikel 120 Voor het desbetreffende jaar begroot bedrag: 14 079,7 miljoen euro (B2010) 3. FINANCIËLE GEVOLGEN ( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen ( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de uitgaven maar wel voor de ontvangsten, namelijk: in miljoenen euro's (tot op een decimaal) Begrotings-onderdeel | Ontvangsten[5] | 2010 | 2011 | Artikel 120 | Gevolgen voor de eigen middelen | - | - 61.8 | Situatie na de actie | 2012 | 2013 | (n+3) | (n+4) | (n+5) | Artikel 120… | - 61.8 | - 61.8 | 4. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN De verordening verbindt aan het recht van Pakistan om gebruik te maken van de preferentiële regelingen de voorwaarde dat Pakistan de regels inzake de oorsprong van producten en de daarmee samenhangende procedures naleeft, alsmede de regelingen voor administratieve samenwerking naleeft en meewerkt aan een doeltreffende administratieve samenwerking met de Unie om fraude te voorkomen. 5. ANDERE OPMERKINGEN Het verlies aan tariefinkomsten is berekend als het verschil tussen de tariefinkomsten op basis van de huidige EU-invoer en tarieven ten aanzien van Pakistan (het voorstel heeft betrekking op minder dan 900 miljoen euro aan EU-invoer uit Pakistan) en de tariefinkomsten die worden verkregen als deze invoer uit Pakistan werd geliberaliseerd. Dit komt neer op een geschat verlies van 77,6 miljoen euro aan tariefinkomsten. Hierbij moet de verlegging van het handelsverkeer worden opgeteld (naar land en product), die tot een verlies aan inkomsten van 6,7 miljoen euro kan leiden. In totaal bedraagt het bruto verlies aan douanerechten 82,4 miljoen euro, terwijl het nettoverlies 25% lager is (inningskosten van de lidstaten), en dus 61,8 miljoen euro bedraagt. Deze cijfers zijn gebaseerd op de aanname dat Pakistan momenteel volledig gebruikmaakt van zijn preferentiële toegang tot de EU-markt. Om deze cijfers in jaarcijfers om te zetten, is ervan uitgegaan dat de onderliggende handelsstromen gelijk blijven. [1] PB L 378 van 23.12.2004, blz. 22. [2] PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. [3] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. [4] PB L xxx, xx.xx.xxxx, blz. x. [5] Voor traditionele eigen middelen (landbouwrechten, suikerheffingen en douanerechten) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25% aan inningskosten.