Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD tot wijziging van Beschikking 2007/441/EG waarbij de Italiaanse Republiek wordt gemachtigd maatregelen toe te passen die afwijken van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde /* COM/2010/0540 final - NLE 2010/0269 */
[pic] | EUROPESE COMMISSIE | Brussel, 4.10.2010 COM(2010) 540 definitief 2010/0269 (NLE) Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD tot wijziging van Beschikking 2007/441/EG waarbij de Italiaanse Republiek wordt gemachtigd maatregelen toe te passen die afwijken van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde TOELICHTING ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL | Motivering en doel van het voorstel Overeenkomstig artikel 395, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (hierna "de btw-richtlijn" genoemd) kan de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen elke lidstaat machtigen bijzondere, van de bepalingen van deze richtlijn afwijkende maatregelen te treffen, teneinde de belastinginning te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking te voorkomen. Bij brief, ingekomen bij het secretariaat-generaal van de Commissie op 18 februari 2010, heeft de Italiaanse Republiek verzocht om een derogatiemaatregel in verband met het recht op aftrek van de btw op bepaalde soorten vervoermiddelen te mogen blijven toepassen. Overeenkomstig artikel 395, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 13 juli 2010 van het verzoek van de Italiaanse Republiek in kennis gesteld. Bij brief van 15 juli 2010 heeft de Commissie de Italiaanse Republiek meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek. | Algemene context Overeenkomstig artikel 168 van de btw-richtlijn mag een belastingplichtige de btw op de goederen en diensten die hij voor zijn belaste handelingen aanschaft, in mindering brengen. Tegelijkertijd is in artikel 26, lid 1, onder a), van de btw-richtlijn bepaald dat het gebruik van een tot het bedrijf behorend goed voor privédoeleinden is gelijkgesteld met een dienst verricht onder bezwarende titel wanneer voor dit goed recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de btw is ontstaan. Zo garandeert het systeem dat eindverbruik wordt belast wanneer in eerste instantie voorbelasting in mindering is gebracht. Het is vaak moeilijk en omslachtig voor een belastingplichtige om het privé- en het zakelijke gebruik van motorvoertuigen op te splitsen en een administratie daarvan bij te houden, en voor de belastingdienst om de juistheid van deze opsplitsing te controleren. Gelet op het aantal voertuigen dat zowel zakelijk als privé wordt gebruikt, zou de belastingfraude aanzienlijke proporties kunnen aannemen. Om de inning van de btw te vereenvoudigen en belastingfraude te bestrijden, heeft de Italiaanse Republiek bij de Raad eerder al een verzoek om een derogatie ingediend (dat werd ingewilligd), op grond waarvan het recht op aftrek ter zake van gemotoriseerde wegvoertuigen (andere dan landbouw- of bosbouwtractoren, die gewoonlijk worden gebruikt voor het vervoer van personen of goederen over de weg, met een maximaal toegelaten gewicht van niet meer dan 3500 kg en met niet meer dan acht zitplaatsen, de bestuurdersplaats niet inbegrepen) tot 40 % mocht worden beperkt[1]. Deze beperking was evenwel niet van toepassing op sommige categorieën voertuigen, zoals voertuigen die deel uitmaken van een bedrijfsvoorraad, lesvoertuigen van autorijscholen, huur- of leasingvoertuigen, voertuigen gebruikt door handelsvertegenwoordigers of als taxi. Tegelijkertijd werd aan bedrijven een ontheffing verleend van de verplichting om de btw over het privégebruik aan te geven. Overeenkomstig artikel 6 van voornoemde beschikking heeft de Italiaanse Republiek een verslag over de eerste twee jaren van de toepassing van deze beschikking, met daarin ook een evaluatie van het percentage van de aftrekuitsluiting, voorgelegd. Uit de gegevens in dit verslag blijkt dat, met name gezien het zeer grote aantal kleine ondernemingen in de Italiaanse Republiek, de beperking tot 40 % nog altijd aansluit bij de werkelijkheid en derhalve passend blijft. Een verlenging van de derogatie moet evenwel in de tijd beperkt zijn zodat kan worden geëvalueerd of de voorwaarden waarop zij gebaseerd is, nog altijd geldig zijn. Daarom wordt voorgesteld de derogatie tot eind 2013 te verlengen en de Italiaanse Republiek te verzoeken een nieuw verslag voor te leggen indien het land zou overwegen een verzoek om verlenging na die einddatum in te dienen. De beschikking verstrijkt hoe dan ook indien er EU-regels betreffende beperkingen inzake het recht op aftrek op dit gebied in werking treden vóór die einddatum. | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Krachtens artikel 176 van de btw-richtlijn zal de Raad bepalen voor welke uitgaven geen recht op aftrek van de btw bestaat. In afwachting daarvan mogen de lidstaten de uitsluitingen die op 1 januari 1979 van toepassing waren, handhaven. Er bestaat derhalve een reeks standstillbepalingen die het recht op aftrek ter zake van motorvoertuigen beperken. Op basis van artikel 395 van de btw-richtlijn is ook aan andere lidstaten toegestaan soortgelijke aftrekbeperkingen toe te passen. In 2004 heeft de Commissie een voorstel[2] gedaan dat voorziet in regels voor het soort uitgaven waarvoor het recht op aftrek mag worden beperkt, maar de Raad heeft hierover tot dusver nog geen overeenstemming kunnen bereiken. | Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU Niet van toepassing. | RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING | Raadpleging van belanghebbende partijen | Niet relevant. | Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid | Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. | Effectbeoordeling Het voorstel strekt ertoe btw-fraude tegen te gaan en de belastinginning te vereenvoudigen, en heeft aldus een potentieel positief effect. Gelet op de beperkte werkingssfeer en toepassingduur van de derogatie zal het effect in ieder geval beperkt zijn. | JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL | Samenvatting van de voorgestelde maatregel Machtiging van de Italiaanse Republiek tot verdere toepassing van een maatregel die afwijkt van de btw-richtlijn, waarbij het recht van een belastingplichtige op aftrek van de btw ter zake van uitgaven voor gemotoriseerde wegvoertuigen tot 40 % wordt beperkt wanneer het voertuig niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt. Wanneer het recht op aftrek is beperkt, krijgt de belastingplichtige ook ontheffing van de verplichting om de btw over het privégebruik aan te geven. Bij een eventueel verzoek om verlenging van de maatregel moet tevens een verslag worden ingediend over de toepassing van de derogatie. | Rechtsgrondslag Artikel 395 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde. | Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de EU valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. | Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden(en) in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. | Dit besluit betreft een machtiging die wordt verleend aan een lidstaat op diens eigen verzoek, en houdt geen enkele verplichting in. | Gezien de beperkte werkingssfeer van de derogatie staat de bijzondere maatregel in verhouding tot het beoogde doel. | Keuze van instrumenten | Voorgesteld instrument: besluit. | Andere instrumenten zouden om de volgende reden(en) ongeschikt zijn. Overeenkomstig artikel 395 van de btw-richtlijn kan slechts van de normale btw-regels worden afgeweken indien de Raad een lidstaat daartoe op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen machtigt. Een uitvoeringsbesluit van de Raad is het meest geschikte instrument, aangezien een besluit tot individuele lidstaten kan worden gericht. | GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING | Het voorstel heeft geen gevolgen voor de EU-begroting. | AANVULLENDE INFORMATIE | Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling | Het voorstel bevat een evaluatiebepaling en een vervalbepaling. | 2010/0269 (NLE) Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD tot wijziging van Beschikking 2007/441/EG waarbij de Italiaanse Republiek wordt gemachtigd maatregelen toe te passen die afwijken van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde[3], en met name artikel 395, lid 1, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: 1. Bij brief, ingekomen bij het secretariaat-generaal van de Commissie op 18 februari 2010, heeft de Italiaanse Republiek verzocht om machtiging tot verlenging van een maatregel die afwijkt van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG, teneinde de beperking van het recht op aftrek ter zake van uitgaven voor bepaalde gemotoriseerde wegvoertuigen die niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, te kunnen blijven toepassen. 2. Bij brief van 13 juli 2010 heeft de Commissie de overige lidstaten van het verzoek van Italië in kennis gesteld. Bij brief van 15 juli 2010 heeft de Commissie Italië meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek. 3. Bij Beschikking 2007/441/EG van de Raad van 18 juni 2007 waarbij de Italiaanse Republiek wordt gemachtigd maatregelen toe te passen die afwijken van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde[4], werd Italië al gemachtigd om het recht op aftrek van de btw ter zake van uitgaven voor gemotoriseerde wegvoertuigen die niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, tot 40 % te beperken. Bij Beschikking 2007/441/EG werd ook bepaald dat het privégebruik van de voertuigen waarvoor het recht op aftrek krachtens deze beschikking was beperkt, niet als een dienst onder bezwarende titel mocht worden aangemerkt. Tot slot omvat Beschikking 2007/441/EG definities van de voertuigen en de uitgaven die onder het toepassingsgebied van de beschikking vallen alsook een lijst van voertuigen die uitdrukkelijk van dat toepassingsgebied zijn uitgesloten. 4. Overeenkomstig artikel 6 van Beschikking 2007/441/EG heeft Italië de Commissie een verslag over de eerste twee jaren van de toepassing van deze beschikking, met daarin ook een evaluatie van het percentage van de aftrekuitsluiting, voorgelegd. Uit de door Italië verstrekte gegevens blijkt dat een beperking van het recht op aftrek tot 40 % nog altijd aansluit bij het werkelijke zakelijke en niet-zakelijke gebruik van de voertuigen in kwestie. Italië moet derhalve worden gemachtigd de maatregel gedurende een nieuwe beperkte periode toe te passen, namelijk tot 31 december 2013. 5. Indien Italië een verdere verlenging na 2013 overweegt, moet het de Commissie een nieuwe verslag voorleggen, tezamen met het verzoek om verlenging, uiterlijk op 1 april 2013. 6. Op 29 oktober 2004 heeft de Commissie een voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG met het oog op de vereenvoudiging van de btw-verplichtingen[5] aangenomen. De in de beschikking vervatte derogatiemaatregelen dienen te verstrijken op de datum van inwerkingtreding van een dergelijke wijzigingsrichtlijn, indien die vroeger valt dan de in dit besluit vastgestelde vervaldatum. 7. De derogatie heeft geen gevolgen voor de eigen middelen van de Unie uit de btw. 8. Beschikking 2007/441/EG dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 Beschikking 2007/441/EG wordt als volgt gewijzigd: (1) Artikel 6 wordt vervangen door: "Artikel 6 Een verzoek om verlenging van de in deze beschikking vervatte maatregelen dient de Commissie uiterlijk op 1 april 2013 te worden voorgelegd. Bij een verzoek om verlenging van deze maatregelen dient een verslag te worden gevoegd dat ook een evaluatie omvat van het percentage van de aftrekuitsluiting van de btw ter zake van uitgaven voor gemotoriseerde wegvoertuigen die niet uitsluitend voor zakelijke doeleinden worden gebruikt." (2) Artikel 7 wordt vervangen door: "Artikel 7 Deze beschikking verstrijkt op de datum van inwerkingtreding van regels van de Unie waarin wordt vastgesteld welke uitgaven ter zake van gemotoriseerde wegvoertuigen niet in aanmerking komen voor een volledige aftrek van de btw, doch uiterlijk op 31 december 2013." Artikel 2 Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 januari 2011. Artikel 3 Dit besluit is gericht tot de Italiaanse Republiek. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter [1] Beschikking 2007/441/EG van de Raad van 18 juni 2007 waarbij de Italiaanse Republiek wordt gemachtigd maatregelen toe te passen die afwijken van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 165 van 27.6.2007, blz. 33). [2] COM(2004) 728 definitief ( PB C 24 van 29.1.2005, blz. 10). [3] PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1. [4] PB L 165 van 27.6.2007, blz. 33. [5] COM(2004) 728 definitief.