Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de vermeldingen of merktekens die het mogelijk maken de partij waartoe een levensmiddel behoort te identificeren /* COM/2010/0506 def. - COD 2010/0259 */
[pic] | EUROPESE COMMISSIE | Brussel, 24.9.2010 COM(2010) 506 definitief 2010/0259 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de vermeldingen of merktekens die het mogelijk maken de partij waartoe een levensmiddel behoort te identificeren (Codificatie) TOELICHTING 1. In de context van een Europa van de burgers hecht de Commissie groot belang aan het vereenvoudigen en verduidelijken van het recht van de Unie om het duidelijker en toegankelijker te maken voor de gewone burger, zodat deze nieuwe mogelijkheden krijgt en in staat wordt gesteld gebruik te maken van de specifieke rechten die hij aan het recht van de Unie kan ontlenen. Dit doel kan niet worden verwezenlijkt zolang talloze bepalingen die meermaals en vaak ingrijpend zijn gewijzigd, gedeeltelijk in het oorspronkelijke besluit en gedeeltelijk in de latere wijzigingsbesluiten te vinden zijn. Om dan na te gaan wat de geldende regels zijn, is veel zoekwerk vereist, waarbij een groot aantal besluiten moet worden vergeleken. Codificatie van meermaals gewijzigde regels is dan ook van essentieel belang om het recht duidelijk en doorzichtig te maken. 2. Bij haar besluit van 1 april 1987[1] heeft de Commissie haar diensten opgedragen alle besluiten na maximaal tien wijzigingen te codificeren , waarbij zij erop wijst dat dit een minimumregel is en dat haar diensten ter wille van de duidelijkheid en het juiste begrip van de bepalingen ernaar zouden moeten streven de teksten waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen, met nog kortere tussenpozen te codificeren. 3. De conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Edinburgh (december 1992) hebben dit bevestigd[2] en het belang van codificatie onderstreept, omdat daarmee rechtszekerheid wordt verschaft omtrent de vraag welke wet op een gegeven moment op een bepaald onderwerp van toepassing is. Bij codificatie moet de normale procedure voor de vaststelling van besluiten van de Unie volledig in acht worden genomen. Aangezien bij codificatie geen inhoudelijke wijzigingen in de betrokken wetteksten mogen worden aangebracht, zijn het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bij Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 een versnelde werkmethode voor de codificatie van wetteksten overeengekomen. 4. Dit voorstel beoogt de codificatie van Richtlijn 89/396/EEG van de Raad van 14 juni 1989 betreffende de vermeldingen of merktekens die het mogelijk maken de partij waartoe een levensmiddel behoort te identificeren[3]. De nieuwe richtlijn vervangt de verschillende besluiten die erin zijn verwerkt[4]; dit voorstel laat de inhoud van de besluiten die worden gecodificeerd onverlet en beperkt zich er derhalve toe deze samen te voegen en daarin slechts de formele wijzigingen aan te brengen die voor de codificatie zelf vereist zijn. 5. Dit voorstel voor een codificatie is opgesteld op basis van een voorafgaande consolidatie , in 22 officiële talen, van Richtlijn 89/396/EEG en de besluiten tot wijziging daarvan, met behulp van een gegevensverwerkingssysteem van het Bureau voor publicaties van de Europese Unie. Voor zover de artikelen zijn vernummerd, is het verband tussen de oude en de nieuwe nummering weergegeven in een concordantietabel die is opgenomen in bijlage II bij de gecodificeerde richtlijn. ê 89/396/EEG (aangepast) 2010/0259 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de vermeldingen of merktekens die het mogelijk maken de partij waartoe een levensmiddel behoort te identificeren (Codificatie) (Voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel Ö 114 Õ , Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[5], Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: ê 1. Richtlijn 89/396/EEG van de Raad van 14 juni 1989 betreffende de vermeldingen of merktekens die het mogelijk maken de partij waartoe een levensmiddel behoort te identificeren[6] is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd[7]. Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijn te worden overgegaan. ê 89/396/EEG overweging 1 (aangepast) 2. De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd. ê 89/396/EEG overweging 2 3. Het handelsverkeer van levensmiddelen neemt in de interne markt een zeer belangrijke plaats in. ê 89/396/EEG overweging 3 4. De aanduiding van de partij waartoe een levensmiddel behoort, beantwoordt aan het streven naar betere voorlichting over de identiteit van de producten. Deze aanduiding vormt uit dien hoofde een nuttige bron van inlichtingen wanneer levensmiddelen aanleiding geven tot een geschil of een gevaar voor de gezondheid van de consument inhouden. ê 89/396/EEG overweging 4 (aangepast) 5. In Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame[8] is geen vermelding opgenomen betreffende de identificatie van de partijen. ê 89/396/EEG overweging 5 (aangepast) 6. De verwijzing naar de productie- of verpakkingspartij van voorverpakte levensmiddelen is op internationaal niveau algemeen verplicht. De Ö Unie Õ dient tot de ontwikkeling van de internationale handel bij te dragen. ê 89/396/EEG overweging 6 (aangepast) 7. Het is derhalve wenselijk Ö te voorzien in Õ voorschriften van algemene en horizontale aard Ö voor het beheer Õ van een gemeenschappelijk systeem voor identificatie van de partijen. ê 89/396/EEG overweging 7 (aangepast) 8. De doeltreffendheid van Ö dat Õ systeem is afhankelijk van de toepassing daarvan in de verschillende stadia van het in de handel brengen. Bepaalde producten en verrichtingen dienen evenwel te worden uitgesloten, met name verrichtingen die plaatsvinden in het beginstadium van het in de handel brengen van landbouwproducten. ê 91/238/EEG overwegingen 1 en 2 (aangepast) 9. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat bepaalde levensmiddelen zoals consumptie-ijs in individuele verpakkingen meteen na de aankoop worden verbruikt, waardoor vermelding van de partij rechtstreeks op de individuele verpakking overbodig wordt. Daarentegen Ö dient het Õ voor Ö die Õ producten Ö verplicht te zijn Õ de partij op de gezamenlijke verpakking Ö te vermelden Õ. ê 89/396/EEG overweging 8 (aangepast) 10. Het begrip „partij” houdt in dat verscheidene verkoopeenheden van een zelfde levensmiddel vrijwel identieke kenmerken bezitten op het stuk van productie, vervaardiging of verpakking. Dit begrip Ö dient Õ derhalve niet van toepassing Ö te zijn Õ op onverpakt aangeboden producten of op producten die vanwege hun individuele specificiteit of vanwege hun heterogene karakter niet als een homogeen geheel kunnen worden aangemerkt. ê 89/396/EEG overweging 9 (aangepast) 11. Gezien het uiteenlopende karakter van de toegepaste identificatiemethoden, Ö dient Õ het de taak Ö te zijn Õ van het betrokken economische subject om de partij te bepalen en de desbetreffende vermelding of het merkteken aan te brengen. ê 89/396/EEG overweging 10 12. Om de voorlichtingstaak te vervullen waarvoor de vermelding is bestemd, is het echter belangrijk dat deze vermelding als zodanig duidelijk kan worden onderscheiden en herkend. ê 89/396/EEG overweging 11 13. De datum van minimale houdbaarheid of de uiterste consumptiedatum kan, overeenkomstig Richtlijn 2000/13/EG, worden beschouwd als vermelding die het mogelijk maakt de partij te identificeren, op voorwaarde dat die datum nauwkeurig is aangegeven. ê 14. Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage I, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten, HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: ê 89/396/EEG Artikel 1 1. Deze richtlijn heeft betrekking op de aanduiding die het mogelijk maakt de partij waartoe een levensmiddel behoort te identificeren. 2. Onder „partij” wordt in deze richtlijn verstaan een verzameling verkoopeenheden van een levensmiddel die onder vrijwel identieke omstandigheden zijn geproduceerd, vervaardigd of verpakt. Artikel 2 1. Een levensmiddel mag alleen in de handel worden gebracht indien het vergezeld gaat van een aanduiding als bedoeld in artikel 1, lid 1. ê 89/396/EEG (aangepast) 2. Lid 1 is niet van toepassing: a) op landbouwproducten die vanuit de bedrijfszone: i) aan opslag-, behandelings- of verpakkingsbedrijven worden verkocht of geleverd; ii) naar producentenorganisaties worden overgebracht; of iii) voor onmiddellijke opneming in een operationeel bereidings- of verwerkingssysteem worden opgehaald; ê 89/396/EEG b) wanneer de levensmiddelen die op de plaats van verkoop aan de eindverbruiker niet zijn voorverpakt, aldaar op verzoek van de koper worden verpakt of voor onmiddellijke verkoop worden voorverpakt; c) op verpakkingen of recipiënten waarvan de grootste zijde een oppervlakte heeft van minder dan 10 cm2; ê 91/238/EEG art. 1 d) op individuele porties consumptie-ijs. De aanduiding die het mogelijk maakt de partij te identificeren moet op de gezamenlijke verpakking worden aangebracht. ê 89/396/EEG (aangepast) Artikel 3 De partij wordt in ieder geval aangeduid door de producent of fabrikant of de verpakker van het betrokken levensmiddel, of door de eerste verkoper die in de Ö Unie Õ is gevestigd. ê 89/396/EEG De in artikel 1, lid 1, bedoelde aanduiding wordt vastgesteld en aangebracht onder verantwoordelijkheid van een van deze betrokkenen. Zij wordt voorafgegaan door de letter „L”, behalve in het geval waarin zij duidelijk van de overige aanduidingen op het etiket te onderscheiden is. Artikel 4 ê 89/396/EEG (aangepast) Wanneer de levensmiddelen worden voorverpakt, wordt de in artikel 1, lid 1, Ö bedoelde aanduiding Õ en in voorkomend geval de letter „L”, op de voorverpakking of op een daaraan gehecht etiket aangebracht. Wanneer de levensmiddelen niet worden voorverpakt, wordt de in artikel 1, lid 1, Ö bedoelde aanduiding Õ en in voorkomend geval de letter „L”, aangebracht op de verpakking of het recipiënt, of bij gebreke daarvan op de desbetreffende handelsdocumenten. ê 89/396/EEG De aanduiding wordt in ieder geval zodanig aangebracht dat zij duidelijk zichtbaar, gemakkelijk leesbaar en onuitwisbaar is. Artikel 5 Indien de datum van minimale houdbaarheid of de uiterste consumptiedatum in de etikettering voorkomt, behoeft het levensmiddel niet van de in artikel 1, lid 1, bedoelde aanduidingen vergezeld te gaan, op voorwaarde dat de aanduiding van deze datum duidelijk en in de juiste volgorde ten minste de dag en de maand omvat. Artikel 6 ê 89/396/EEG (aangepast) Deze richtlijn is van toepassing, onverminderd de aanduidingen die volgens specifieke voorschriften Ö van de Unie Õ vereist zijn. De Commissie maakt de lijst van de betrokken voorschriften bekend en werkt deze bij. ê Artikel 7 Richtlijn 89/396/EEG, zoals gewijzigd bij de in bijlage I, deel A, genoemde richtlijnen, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage I, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II. Artikel 8 Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie . ê 89/396/EEG Artikel 9 Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te […] Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter é BIJLAGE I Deel A Ingetrokken richtlijn met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan(bedoeld in artikel 7) Richtlijn 89/396/EEG van de Raad | (PB L 186 van 30.6.1989, blz. 21) | Richtlijn 91/238/EEG van de Raad | (PB L 107 van 27.4.1991, blz. 50) | Richtlijn 92/11/EEG van de Raad | (PB L 65 van 11.3.1992, blz. 32) | Deel B Termijnen voor omzetting in nationaal recht (bedoeld in artikel 7) Richtlijn | Omzettingstermijn | 89/396/EEG | 20 juni 1990(*) | 91/238/EEG | - | 92/11/EEG | - | (*) In overeenstemming met artikel 7, eerste alinea, van Richtlijn 89/396/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 92/11/EEG: „Indien noodzakelijk wijzigen de lidstaten hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen zodanig, dat: - de handel in producten die aan deze richtlijn voldoen, uiterlijk op 20 juni 1990 wordt toegestaan, - de handel in producten die niet aan deze richtlijn voldoen, vanaf 1 juli 1992 wordt verboden. Producten echter die vóór deze datum in het verkeer zijn gebracht of zijn geëtiketteerd en die niet aan de onderhavige richtlijn voldoen, mogen in de handel worden gebracht totdat de voorraden zijn opgebruikt.” _____________ BIJLAGE II CONCORDANTIETABEL Richtlijn 89/396/EEG | De onderhavige richtlijn | Artikel 1 | Artikel 1 | Artikel 2, leden 1 en 2 | Artikel 2, leden 1 en 2 | Artikel 2, lid 3 | - | Artikelen 3 t/m 6 | Artikelen 3 t/m 6 | Artikel 7 | - | - | Artikel 7 | - | Artikel 8 | Artikel 8 | Artikel 9 | - | Bijlage I | - | Bijlage II | _____________ [1] COM(87) 868 PV. [2] Zie bijlage 3 bij deel A van die conclusies. [3] Opgenomen in het wetgevingsprogramma voor […]. [4] Zie bijlage I, deel A, bij dit voorstel. [5] PB C […] van […], blz. […]. [6] PB L 186 van 30.6.1989, blz. 21. [7] Zie bijlage I, deel A. [8] PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29.