52010PC0459

Voorstel voor een VERORDENING (EU) NR. …/2010 VAN DE RAAD betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2007 /* COM/2010/0459 final - NLE 2010/0240 */


[pic] | EUROPESE COMMISSIE |

Brussel, 31.8.2010

COM(2010) 459 definitief

2010/0240 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING (EU) NR. …/2010 VAN DE RAAD

betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2007

(gezamenlijk ingediend door de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid)

TOELICHTING

1. Op 26 juli 2010 hechtte de Raad zijn goedkeuring aan Besluit 2010/413/GBVB tot bevestiging van de beperkende maatregelen die sinds 2007 waren genomen en tot instelling van aanvullende beperkende maatregelen tegen Iran overeenkomstig Resolutie 1929 (2010) van de VN-Veiligheidsraad en van begeleidende maatregelen als gevraagd door de Europese Raad in zijn verklaring van 17 juni 2010.

2. Deze beperkende maatregelen omvatten meer bepaald aanvullende beperkingen op de handel in goederen voor tweeërlei gebruik en in technologie en uitrusting die voor binnenlandse repressie kunnen worden gebruikt, beperkingen op de handel in elementaire uitrusting die wordt gebruikt in de Iraanse aardolie- en aardgasindustrie, en op investeringen daarin, beperkingen op Iraanse investeringen in uraniumontginning en de nucleaire industrie, beperkingen op de overdracht van kapitaal van en naar Iran, beperkingen ten aanzien van de Iraanse banksector, beperkingen op de toegang van Iran tot de verzekerings- en obligatiemarkt van de Unie en beperkingen op het verstrekken van een aantal diensten aan Iraanse schepen en vrachtvliegtuigen.

3. De Raad stelde tevens aanvullende categorieën vast van personen op wie de bevriezing van tegoeden en economische middelen van toepassing werd, alsook bepaalde andere, technische wijzigingen van de bestaande maatregelen.

4. De beperkende maatregelen betreffende goederen voor tweeërlei gebruik moeten worden uitgebreid zodat alle goederen en technologie worden bestreken als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009, met uitzondering van een aantal items in categorie 5. De goederen en technologie van categorie 5 die momenteel onder het verbod vallen, moeten echter onder het verbod blijven vallen. Het is ook passend een verbod in te stellen op sommige goederen en technologie waarvoor voorheen volgens artikel 3 van Verordening (EG) nr. 423/2007 een uitvoervergunning vereist was.

5. Er dient een lijst van elementaire goederen en technologie voor de aardolie- en aardgassector te worden opgesteld om de doeltreffende tenuitvoerlegging van de beperkende maatregelen door de marktdeelnemers en de douaneautoriteiten te garanderen. Onder afzonderlijk couvert zal een aanvullend voorstel worden opgesteld voor een lijst van elementaire uitrusting en technologie voor de aardolie- en aardgasindustrie als bedoeld in artikel 8 van de voorgestelde verordening.

6. De beperkingen op investeringen in de aardolie- en aardgassector moeten om doeltreffend te zijn een aantal elementaire activiteiten bestrijken, zoals transportdiensten, en om dezelfde reden moeten de beperkingen ook gelden voor joint-ventures en andere vormen van associatie en samenwerking in de aardolie- en aardgassector.

7. Voor doeltreffende beperkingen op Iraanse investeringen in de Unie moeten maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten en lichamen die onder de rechtsmacht van de Unie vallen, dergelijke investeringen mogelijk maken of toestaan.

8. Het is derhalve noodzakelijk Verordening (EG) nr. 423/2007 van de Raad van 19 april 2007 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran te wijzigen en aan te vullen. Ter wille van de duidelijkheid stellen de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid voor de verordening te vervangen door een nieuwe, geconsolideerde tekst.

9. 2010/0240 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING (EU) NR. …/2010 VAN DE RAAD

betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2007

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 215,

Gelet op Besluit 2010/413/GBVB van de Raad van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB[1],

Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

10. Op 26 juli 2010 hechtte de Raad zijn goedkeuring aan Besluit 2010/413/GBVB tot bevestiging van de beperkende maatregelen die sinds 2007 waren genomen en tot instelling van aanvullende beperkende maatregelen tegen de Islamitische Republiek Iran (hierna "Iran" genoemd) overeenkomstig Resolutie 1929 (2010) van de VN-Veiligheidsraad, alsook van begeleidende maatregelen als gevraagd door de Europese Raad in zijn verklaring van 17 juni 2010.

11. Deze beperkende maatregelen omvatten meer bepaald aanvullende beperkingen op de handel in goederen voor tweeërlei gebruik en in uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt, beperkingen op de handel in elementaire uitrusting en technologie die worden gebruikt in de Iraanse aardolie- en aardgasindustrie, en op investeringen daarin, beperkingen op Iraanse investeringen in uraniumontginning en de nucleaire industrie, beperkingen op de overdracht van kapitaal van en naar Iran, beperkingen ten aanzien van de Iraanse banksector, beperkingen op de toegang van Iran tot de verzekerings- en obligatiemarkt van de Unie en beperkingen op het verstrekken van een aantal diensten aan Iraanse schepen en vrachtvliegtuigen.

12. De Raad stelde tevens aanvullende categorieën vast van personen op wie de bevriezing van tegoeden en economische middelen van toepassing werd, alsook bepaalde andere, technische wijzigingen van de bestaande maatregelen.

13. De verplichting tot bevriezing van economische middelen van de aangewezen entiteiten van de "Islamic Republic of Iran Shipping Lines" (IRISL) impliceert niet dat vaartuigen die eigendom zijn van dergelijke entiteiten of de lading ervan, in zoverre deze lading eigendom is van derde partijen, in beslag moeten worden genomen of opgebracht, noch dat de bemanning op deze vaartuigen aangehouden moet worden.

14. Deze maatregelen vallen onder het toepassingsgebied van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en om te garanderen dat zij in alle lidstaten uniform worden toegepast door de marktdeelnemers, is EU-wetgeving noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen voor zover het de Unie betreft.

15. Bij Verordening (EG) nr. 423/2007 van 19 april 2007 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran[2], als gewijzigd, worden de beperkende maatregelen van de Unie krachtens Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB, als gewijzigd[3], ten uitvoer gelegd. Ter wille van de duidelijkheid dient Verordening (EG) nr. 423/2007 in haar geheel te worden ingetrokken en vervangen door onderhavige verordening.

16. De herziene beperkende maatregelen betreffende goederen voor tweeërlei gebruik moeten alle goederen en technologie bestrijken als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009, met uitzondering van een aantal items in categorie 5. De items van categorie 5 die verband houden met nucleaire en rakettentechnologie en die momenteel onder het verbod vallen, moeten echter onder het verbod blijven vallen. Het is voorts ook passend een verbod in te stellen op sommige goederen en technologie waarvoor voorheen volgens artikel 3 van Verordening (EG) nr. 423/2007 een uitvoervergunning vereist was.

17. Er dient een lijst van elementaire goederen en technologie voor de aardolie- en aardgassector te worden opgesteld om de doeltreffende tenuitvoerlegging van de beperkende maatregelen door de marktdeelnemers en de douaneautoriteiten te garanderen.

18. De beperkingen op investeringen in de aardolie- en aardgassector moeten om doeltreffend te zijn een aantal elementaire activiteiten bestrijken, zoals transportdiensten, en om dezelfde reden moeten de beperkingen ook gelden voor joint-ventures en andere vormen van associatie en samenwerking in de aardolie- en aardgassector.

19. Voor doeltreffende beperkingen op Iraanse investeringen in de Unie moeten maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten en lichamen die onder de rechtsmacht van de Unie vallen, dergelijke investeringen mogelijk maken of toestaan.

20. Ten einde de samenhang te verzekeren met Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme[4], worden in onderhavige verordening dezelfde definities van "financiële instelling" en "kredietinstelling" gebezigd als in genoemde richtlijn.

21. Deze verordening eerbiedigt de fundamentele rechten en de beginselen die in het bijzonder zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, het recht op eigendom en het recht op de bescherming van persoonsgegevens. Deze verordening dient te worden toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen.

22. Besluit 2010/413/GBVB voorziet in een nieuwe herzieningsprocedure die moet worden gevolgd, indien een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam in bijlage I of bijlage II bij dat besluit is opgenomen. De procedures voor opname op de lijst in verband met de bevriezing van tegoeden en economische middelen krachtens deze verordening mogen geen herhaling zijn van deze procedures.

23. Met het oog op de tenuitvoerlegging van deze verordening en op een zo groot mogelijke rechtszekerheid binnen de Unie dienen de namen en andere relevante gegevens over de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden en economische middelen krachtens de verordening moeten worden bevroren, openbaar te worden gemaakt. Elke verwerking van persoonsgegevens van natuurlijke personen uit hoofde van deze verordening dient de bepalingen te respecteren van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[5], alsook van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[6].

24. Teneinde de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient deze verordening op de dag van haar bekendmaking in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Hoofdstuk I Definities

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

a) "bijkantoor" van een financiële instelling of kredietinstelling: een onderneming die een wettelijk afhankelijk onderdeel is van een financiële instelling of een kredietinstelling en rechtstreeks alle of enkele transacties van de betrokken financiële instelling of kredietinstelling uitvoert;

b) "diensten als tussenhandelaar": activiteiten van personen, entiteiten en partnerschappen die optreden als tussenhandelaar door goederen en technologie te kopen of te verkopen of de overdracht ervan te organiseren, of door te onderhandelen over of het organiseren van transacties waarbij goederen of technologie worden overgedragen;

c) "contract of transactie": elke verrichting, ongeacht de vorm en het recht dat erop van toepassing is, die een of meer contracten of soortgelijke verplichtingen tussen al dan niet dezelfde partijen omvat; in dit verband worden onder "contract" tevens begrepen alle — ook de uit juridisch oogpunt op zichzelf staande — obligaties, garanties of contragaranties, met name financiële garanties of contragaranties en kredieten, alsmede alle uit een dergelijke transactie voortkomende of daarmee verband houdende bepalingen;

d) "kredietinstelling": een kredietinstelling als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen[7], met inbegrip van bijkantoren ervan binnen of buiten de Unie;

e) "douanegebied van de Unie": het grondgebied als gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 450/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van het communautair douanewetboek[8];

f) "economische middelen": activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden vormen, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;

g) "exploratie van aardolie en aardgas": omvat ook de prospectie van aardolie en aardgas, alsook geologische diensten;

h) "financiële instelling":

i) een onderneming, andere dan een kredietinstelling, die een of meer van de operaties verricht als bedoeld in de punten 2 tot en met 12 en 14 en 15 van bijlage I bij Richtlijn 2006/48/EG, met inbegrip van geldwisselactiviteiten (bureaux de change);

ii) een verzekeringsmaatschappij die over een vergunning beschikt overeenkomstig Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering[9], in zoverre zij activiteiten verricht die door die richtlijn worden bestreken;

iii) een beleggingsonderneming als gedefinieerd in punt 1 van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten[10];

iv) een collectieve beleggingsonderneming die haar rechten van deelneming of aandelen op de markt brengt;

v) een verzekeringstussenpersoon als gedefinieerd in artikel 2, lid 5, van Richtlijn 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling[11], met uitzondering van de tussenpersonen die zijn vermeld in artikel 2, lid 7, van genoemde richtlijn, indien zij diensten van levensverzekering en andere diensten in verband met beleggingen verrichten;

alsook de bijkantoren ervan binnen en buiten de Unie.

i) "bevriezing van economische middelen": het voorkomen van het gebruiken van economische middelen om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren;

g) “bevriezing van tegoeden”: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren en gebruiken van, toegang hebben tot of omgaan met tegoeden, met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;

k) "tegoeden": financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

i) contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

ii) deposito’s bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

iii) in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

iv) interesten, dividenden of andere inkomsten uit of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

v) krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

vi) kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven; en

vii) bewijsstukken van belangen in fondsen of financiële middelen;

l) "goederen": omvat ook artikelen, materieel en uitrusting;

m) "verzekering": een overeenkomst waarbij een of meer partijen zich tegen betaling ertoe verbinden een of meer andere partijen een in de overeenkomst bepaalde vergoeding of uitkering te verstrekken indien een risico intreedt;

n) "investering":

i) het verwerven of uitbreiden van een deelname in een onderneming, inclusief de volledige verwerving van dergelijke ondernemingen en de verwerving van aandelen en effecten die een deelnamerecht vertegenwoordigen;

ii) een financiële lening of krediet;

iii) een overeenkomst met een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam die of dat zich ertoe verbindt een deelname aan een onderneming in eigen naam op kosten van de andere partij bij de overeenkomst te verwerven of uit te breiden, en zijn eigendomsrechten te doen gelden op aanwijzing van de andere partij bij de overeenkomst;

o) "Iraans vliegtuig":

i) een vliegtuig dat in Iran is geregistreerd;

ii) een vliegtuig dat niet in Iran is geregistreerd en dat geheel of gedeeltelijk eigendom is van een of meer onderdanen van Iran of van een of meer rechtspersonen, entiteiten of lichamen die zijn opgericht of erkend volgens het recht van Iran;

iii) elk ander vliegtuig dat is geleased of op een andere manier gehuurd door een of meer onderdanen van Iran of door een of meer rechtspersonen, entiteiten of lichamen die zijn opgericht of erkend volgens het recht van Iran;

p) "Iraanse onderneming":

i) alle volgens het recht van Iran erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen;

ii) elke andere rechtspersoon, entiteit of lichaam, met inbegrip van ondernemingen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, die hun belangrijkste vestiging of centrale administratie in Iran hebben;

iii) elke rechtspersoon, entiteit of lichaam die of dat niet volgens Iraans recht is erkend of opgericht en geheel of gedeeltelijk eigendom is van een of meer onderdanen van Iran of van een of meer rechtspersonen, entiteiten of lichamen die zijn opgericht of erkend volgens het recht van Iran;

q) "Iraans vaartuig":

i) een vaartuig dat onder Iraanse vlag vaart;

ii) een vaartuig dat onder een andere vlag vaart en dat geheel of gedeeltelijk eigendom is van een of meer onderdanen van Iran of van een of meer rechtspersonen, entiteiten of lichamen die zijn opgericht of erkend volgens het recht van Iran;

iii) elk ander vaartuig dat is gecharterd of op een andere manier gehuurd door een of meer onderdanen van Iran of door een of meer rechtspersonen, entiteiten of lichamen die zijn opgericht of erkend volgens het recht van Iran;

r) "persoon, entiteit of lichaam in Iran":

i) de staat Iran en elke overheidsinstantie van Iran;

ii) een natuurlijke persoon die in Iran verblijft of woont;

iii) een rechtspersoon, entiteit of lichaam met officiële zetel in Iran;

iv) een rechtspersoon, entiteit of lichaam die of dat direct of indirect onder zeggenschap staat van een of meer van de bovengenoemde personen of lichamen;

s) "productie van aardolie en aardgas": omvat ook het transport van aardolie of aardgas;

t) "raffineren": verwerken, klaarmaken of voorbereiden voor de markt van koolwaterstoffen;

u) "herverzekering": de activiteit die bestaat in het aanvaarden van risico's die door een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming worden overgedragen, of, voor de assuradeursvereniging die bekend staat als "association of underwriters known as Lloyd's", tevens de activiteit die bestaat in het aanvaarden door een andere verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming dan bedoelde vereniging, van risico's welke door een lid van Lloyd's worden overgedragen;

v) "Sanctiecomité": het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat bij punt 18 van Resolutie 1737 (2006) van de VN-Veiligheidsraad is ingesteld;

w) "technische bijstand": alle technische bijstand in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienstverlening; technische bijstand kan worden verleend in de vorm van instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten; met inbegrip van mondelinge vormen van bijstand;

x) "technologie": omvat ook programmatuur;

y) "grondgebied van de Unie": het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim;

z) "geldovermaking": transactie die door een betalingsdienstaanbieder langs elektronische weg wordt uitgevoerd voor rekening van een betaler met de bedoeling bij een betalingsdienstaanbieder gelden beschikbaar te stellen voor een begunstigde, ongeacht of de betaler en de begunstigde een en dezelfde persoon zijn. De termen "betaler", "begunstigde" en "betalingsdienstaanbieder" hebben dezelfde betekenis als in Verordening (EG) nr. 1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler[12].

Hoofdstuk II Beperkingen op de uitvoer en de invoer

Artikel 2

1. Er geldt een verbod op:

a) de directe of indirecte verkoop, levering, overdracht aan of uitvoer naar natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Iran van de in de bijlagen I en II genoemde goederen en technologieën, ongeacht of die goederen van oorsprong zijn uit de Unie;

b) de directe of indirecte verkoop, levering, overdracht aan of uitvoer naar natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Iran van de in bijlage III genoemde uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt, ongeacht of die uitrusting van oorsprong is uit de Unie;

c) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) en b) bedoelde verbodsbepalingen worden omzeild.

2. Bijlage I omvat goederen en technologie, met inbegrip van programmatuur, die voor tweeërlei gebruik zijn als gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 428/2009 van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik[13], behalve die goederen en technologie welke zijn gedefinieerd in categorie 5 van bijlage I bij genoemde verordening die niet voorkomen op de lijsten van de Groep van Nucleaire Exportlanden en het Missile Technology Control Regime.

3. Bijlage II omvat bepaalde andere goederen en technologie die een bijdrage kunnen leveren tot de activiteiten van Iran met betrekking tot de verrijking of opwerking van uranium of met betrekking tot zwaar water, tot de ontwikkeling van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens, of tot activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat, met inbegrip van de punten die zijn aangemerkt door de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité.

4. Goederen en technologie die zijn opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, worden niet in de bijlagen I en II opgenomen[14].

Artikel 3

1. Een voorafgaande vergunning is vereist voor het direct of indirect verkopen, leveren of overdragen aan en uitvoeren van de goederen en technologie, bedoeld in bijlage IV, al dan niet van oorsprong uit de Unie, ten behoeve van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam in Iran of bestemd voor gebruik in Iran, of een Iraanse onderneming.

2. De op grond van dit artikel voor de uitvoer vereiste vergunning wordt overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 428/2009 van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de exporteur is gevestigd. De vergunning is in de gehele Unie geldig.

3. Bijlage IV bevat een lijst van alle goederen en technologie, andere dan die bedoeld in de bijlagen I en II, die een bijdrage kunnen leveren tot de activiteiten van Iran met betrekking tot de verrijking of opwerking van uranium of met betrekking tot zwaar water, of tot de ontwikkeling van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens, dan wel een bijdrage kunnen leveren tot de uitoefening van activiteiten in verband met andere punten waarover de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat.

4. De exporteurs verstrekken de bevoegde autoriteiten alle voor hun vergunningaanvraag vereiste relevante gegevens.

5. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, verlenen geen toestemming voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van de goederen en technologie bedoeld in bijlage IV, indien zij vaststellen dat de betrokken verkoop, levering, overdracht of uitvoer een bijdrage zal leveren tot een van de volgende activiteiten:

a) activiteiten van Iran met betrekking tot de verrijking of opwerking van uranium of met betrekking tot zwaar water;

b) de ontwikkeling door Iran van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens;

c) de uitoefening door Iran van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat; of

d) de exploratie van aardolie en aardgas, de productie van aardolie en aardgas, het raffineren, of de vloeibaarmaking van aardgas door een Iraanse onderneming.

6. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, kunnen, in de in lid 5 genoemde omstandigheden, een reeds verleende uitvoervergunning nietig verklaren, opschorten, wijzigen of intrekken.

7. Indien de lidstaten overeenkomstig lid 5 een vergunning weigeren, nietig verklaren, opschorten, substantieel beperken of intrekken, stellen zij de andere lidstaten en de Commissie daarvan in kennis en delen zij de relevante informatie met hen, met inachtneming van de bepalingen inzake de vertrouwelijkheid van dergelijke informatie als bedoeld in Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften[15].

8. Alvorens een lidstaat een vergunning verleent die door een andere lidstaat of andere lidstaten overeenkomstig lid 5 is geweigerd voor een wezenlijk identieke transactie waarvoor de weigering nog steeds geldig is, pleegt deze lidstaat eerst overleg met de lidstaat of lidstaten die de weigering als bedoeld in lid 6 en lid 7 heeft of hebben afgegeven. Indien de betrokken lidstaat na dit overleg besluit een vergunning te verlenen, stelt hij de andere lidstaten en de Commissie daarvan in kennis en verstrekt hij daarbij alle relevante informatie om het besluit toe te lichten.

Artikel 4

Het is verboden de in de bijlagen I, II en III genoemde goederen en technologie, aan te schaffen, in te voeren of te vervoeren uit Iran, ongeacht of het product van Iraanse oorsprong is.

Artikel 5

1. Er geldt een verbod op:

a) het direct of indirect verlenen van technische bijstand in verband met goederen en technologie genoemd in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, en in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van goederen genoemd in die lijst, aan natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Iran of bestemd voor gebruik in Iran;

b) het direct of indirect verlenen van technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met goederen en technologie genoemd in de bijlagen I en II, en in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van goederen genoemd in de bijlagen I en II, aan natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Iran of bestemd voor gebruik in Iran;

c) het direct of indirect aan natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Iran verstrekken van technische bijstand of tussenhandeldiensten gerelateerd aan de in bijlage III bedoelde uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt;

d) het direct of indirect verlenen van financiering of financiële bijstand in verband met goederen en technologie genoemd in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen of in de bijlagen I, II en III, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze goederen, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, ten behoeve van natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Iran of bestemd voor gebruik in Iran;

e) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a), b), c) en d) bedoelde verbodsbepalingen worden omzeild.

2. De verstrekking van het volgende is onderworpen aan een vergunning van de bevoegde autoriteit van de lidstaat in kwestie:

a) technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met goederen en technologie genoemd in bijlage IV, en in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken ervan, direct of indirect aan personen, entiteiten of lichamen in Iran of bestemd voor gebruik in Iran;

b) financiering of financiële bijstand in verband met goederen en technologie genoemd in bijlage IV, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze goederen, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, direct of indirect, aan natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Iran of bestemd voor gebruik in Iran.

3. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, verlenen geen toestemming voor de in lid 2 bedoelde transacties, indien zij vaststellen dat deze transactie een bijdrage zal leveren tot een van de volgende activiteiten:

a) activiteiten van Iran met betrekking tot de verrijking of opwerking van uranium of met betrekking tot zwaar water;

b) de ontwikkeling door Iran van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens;

c) de uitoefening door Iran van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat; of

d) de exploratie van aardolie en aardgas, de productie van aardolie en aardgas, het raffineren, of de vloeibaarmaking van aardgas door een Iraanse onderneming.

Artikel 6

Artikel 2, lid 1, onder a), is niet van toepassing op goederen die vallen onder deel B van bijlage I, indien zij worden verkocht, geleverd, overgebracht of geëxporteerd naar of voor gebruik in Iran voor een lichtwaterreactor in Iran waarvan de bouw vóór december 2006 is aangevat.

Artikel 7

1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, kunnen op door hen passend geachte voorwaarden toestemming verlenen voor transacties met betrekking tot de goederen en technologie als bedoeld in artikel 2, lid 1, of steun of diensten als tussenhandelaar verlenen, als bedoeld in artikel 5, lid 1, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a) het contract voor de levering van de goederen of technologie, of voor de verlening van bijstand, bevat passende garanties met betrekking tot de eindgebruikers;

b) Iran heeft zich ertoe verbonden de betrokken goederen en technologie, of voor zover van toepassing de betrokken bijstand, niet te gebruiken voor proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of voor de ontwikkeling van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens;

c) indien de transactie betrekking heeft op goederen of technologie die is opgenomen in de lijsten van de Groep van Nucleaire Exportlanden en het Missile Technology Control Regime, heeft het Sanctiecomité op voorhand en per individueel geval vastgesteld dat de bedoelde transactie duidelijk geen bijdrage vormt aan de ontwikkeling van technologieën voor steun aan proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten van Iran, noch aan de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens; en

d) indien de betrokken goederen of technologie kunnen worden beschouwd als elementaire uitrusting en technologie voor de aardolie- en aardgasindustrie, is de eindgebruiker niet een onderneming die betrokken is bij exploratie van aardolie en aardgas, de productie van aardolie en aardgas, het raffineren, of de vloeibaarmaking van aardgas, als bedoeld in artikel 8, lid 1.

2. De betrokken lidstaat moet de andere lidstaten en de Commissie op de hoogte brengen wanneer hij een verzoek tot toestemming afwijst.

Artikel 8

1. Er geldt een verbod op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van goederen of technologie genoemd in bijlage VI, direct of indirect, aan natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Iran of bestemd voor gebruik in Iran, of aan een Iraanse onderneming, indien bedoelde personen, entiteiten, lichamen of ondernemingen betrokken zijn bij één of meer van de volgende activiteiten:

a) de exploratie naar aardolie en aardgas;

b) de productie van aardolie en aardgas;

c) raffineren;

d) vloeibaarmaking van aardgas.

2. Bijlage VI omvat elementaire uitrusting en technologie die worden gebruikt in de in lid 1 vermelde industrieën. Bijlage VI omvat geen producten die zijn opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, bijlage I of bijlage II.

3. Een onderneming die voornemens is zich bezig te houden met de fabricage van bepaalde goederen of een bepaalde activiteit, wordt beschouwd als een onderneming die betrokken is bij de fabricage van dergelijke goederen of dergelijke activiteiten.

Artikel 9

Er geldt een verbod op:

a) het direct of indirect verlenen van technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met goederen en technologie genoemd in bijlage VI, of in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van goederen genoemd in bijlage VI, aan natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Iran of bestemd voor gebruik in Iran, indien bedoelde personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen betrokken zijn bij één of meer van de volgende activiteiten:

i) de exploratie naar aardolie en aardgas;

ii) de productie van aardolie en aardgas;

iii) raffineren;

iv) vloeibaarmaking van aardgas;

b) het direct of indirect verlenen van financiering of financiële bijstand in verband met goederen en technologie genoemd in bijlage VI, aan natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Iran of bestemd voor gebruik in Iran, indien bedoelde personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen betrokken zijn bij één of meer van de in punt a) genoemde activiteiten;

c) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) en b) bedoelde verbodsbepalingen worden omzeild.

Artikel 10

De verbodsbepalingen van artikel 8, lid 1, en artikel 9 zijn niet van toepassing op:

a) in het geval van artikel 8, lid 1, transacties die zijn vereist bij handelscontracten die zijn gesloten vóór 26 juli 2010, of bij contracten of overeenkomsten inzake een investering in Iran die zijn gesloten vóór 26 juli 2010 en betrekking hebben op een investering in Iran die vóór 26 juli 2010 is gedaan;

b) in het geval van artikel 9, de verlening van steun die is vereist bij contracten of overeenkomsten die zijn gesloten vóór 26 juli 2010 en betrekking hebben op een investering in Iran die vóór 26 juli 2010 is gedaan,

mits aan de voorwaarden van de punten c) en d) is voldaan;

c) de natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam die of dat deze transactie wil doen of steun wil gaan verlenen, heeft de transactie of de steun aangemeld bij een van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd; en

d) de bevoegde autoriteit die deze kennisgeving ontving, heeft de aanvrager niet binnen 15 werkdagen medegedeeld dat de voorwaarden van de punten a) en b) niet als vervuld kunnen gelden.

2. De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van goederen of technologie genoemd in bijlage VI en de verlening van daarmee verband houdende tussenhandeldiensten, steun of financiering aan Iran of aan een Iraanse onderneming worden medegedeeld aan een van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, indien de bedoelde persoon, entiteit, het betrokken lichaam of de betrokken onderneming niet is betrokken bij een van de activiteiten die wordt genoemd in artikel 8, lid 1.

De transactie of de verlening van diensten, steun of financiering wordt ten minste 15 werkdagen medegedeeld vóór zij plaatsvindt. De transactie of de verlening van diensten wordt verboden indien de bevoegde autoriteit die de kennisgeving ontvangt, binnen 15 werkdagen meedeelt dat zij van oordeel is dat bedoelde transactie of verlening onder het verbod valt van artikel 8, lid 1, of van artikel 9.

Hoofdstuk IIIBeperkingen op investeringen

Artikel 11

1. Er geldt een verbod op:

a) investeringen in ondernemingen in Iran die betrokken zijn bij de vervaardiging van goederen of technologie genoemd in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen of in bijlage I of II;

b) investeringen in ondernemingen in Iran die betrokken zijn bij de vervaardiging van uitrusting die kan worden gebruikt voor binnenlandse repressie, als genoemd in bijlage III;

c) investeringen in ondernemingen in Iran die betrokken zijn bij de exploratie of de productie van aardolie en aardgas, het raffineren van koolwaterstoffen of de vloeibaarmaking van aardgas;

d) het oprichten van joint-ventures, van verenigingen al dan niet met rechtspersoonlijkheid, of de samenwerking met ondernemingen in Iran, ongeacht de rechtsvorm, die betrokken zijn bij de exploratie of de productie van aardolie en aardgas, het raffineren van koolwaterstoffen of de vloeibaarmaking van aardgas;

e) het streven naar of tot stand brengen van een concentratie als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen[16] met een Iraanse onderneming als bedoeld onder c);

f) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) tot en met e) bedoelde verbodsbepalingen worden omzeild.

2. De samenwerking als bedoeld in lid 1, onder d), omvat:

a) samenwerking in enige vorm, of het delen van de investeringskosten, in een geïntegreerde of beheerde toeleveringsketen voor de levering van aardolie en aardgas, of van afgeleide producten daarvan, aan de internationale markt, met een onderneming of bedrijf, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, betrokken bij de aardolie- en aardgassector op het grondgebied van Iran;

b) samenwerking in enige vorm met het oog op het raffineren, klaarmaken of voorbereiden van grondstoffen of het doorzenden per pijplijn van producten van de aardolie- en aardgassector op het grondgebied van Iran, met een onderneming of bedrijf, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, betrokken bij de aardolie- en aardgassector op het grondgebied van Iran;

c) samenwerking in enige vorm met het oog op het vergemakkelijken van investeringen in of de verbetering van het gebruik van de transportcapaciteit voor aardolie en aardgas, met een onderneming of bedrijf, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, betrokken bij de aardolie- en aardgassector op het grondgebied van Iran;

d) samenwerking met een rechtspersoon, entiteit of lichaam in enige vorm met het oog op het vergemakkelijken van investeringen in fabrieken voor de vloeibaarmaking van aardgas binnen of direct of indirect verbonden met het grondgebied van Iran.

3. Een onderneming die voornemens is zich bezig te houden met de fabricage van bepaalde goederen of een bepaalde activiteit, wordt beschouwd als een onderneming die betrokken is bij de fabricage van dergelijke goederen of dergelijke activiteiten.

4. Lid 1 geldt onverminderd de uitvoering van handelscontracten voor de levering van goederen of diensten op de gebruikelijke commerciële betalingsvoorwaarden en de gebruikelijke aanvullende overeenkomsten ter uitvoering van deze contracten, zoals exportkredietverzekeringen.

Artikel 12

1. Voor investeringen in een Iraanse onderneming die betrokken is bij de fabricage van goederen of technologie als bedoeld in bijlage IV is een vergunning vereist van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat.

2. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, verlenen geen toestemming voor de in lid 1 bedoelde transacties, indien zij vaststellen dat deze transactie een bijdrage kan leveren tot een van de volgende activiteiten:

a) activiteiten van Iran met betrekking tot de verrijking of opwerking van uranium of met betrekking tot zwaar water;

b) de ontwikkeling door Iran van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens;

c) de uitoefening door Iran van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat; of

d) de exploratie van aardolie en aardgas, de productie van aardolie en aardgas, het raffineren, of de vloeibaarmaking van aardgas door een Iraanse onderneming.

Artikel 13

In afwijking van artikel 11, lid 1, onder a), kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, op door hen passend geachte voorwaarden toestemming geven voor investeringen, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de Iraanse onderneming heeft zich verbonden tot passende eindverbruiker-garanties wat de betrokken goederen of technologie betreft;

b) Iran heeft zich ertoe verbonden de betreffende goederen of technologie niet te gebruiken bij proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of voor de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens;

c) indien de investering wordt gedaan in een Iraanse onderneming die betrokken is bij de fabricage van goederen of technologie die is opgenomen in de lijsten van de Groep van Nucleaire Exportlanden en het Missile Technology Control Regime, heeft het Sanctiecomité op voorhand en per individueel geval vastgesteld dat de bedoelde transactie duidelijk geen bijdrage vormt aan de ontwikkeling van technologieën voor steun aan proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten van Iran, noch aan de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens; en

d) indien de goederen of technologie die door de Iraanse onderneming worden vervaardigd, kunnen worden beschouwd als elementaire uitrusting en technologie voor de aardolie- en aardgasindustrie: de eindgebruiker is niet een onderneming die betrokken is bij exploratie van aardolie en aardgas, de productie van aardolie en aardgas, het raffineren, of de vloeibaarmaking van aardgas, als bedoeld in artikel 8, lid 1.

Artikel 14

Artikel 11, lid 1, onder c), is niet van toepassing op het verwerven van of op de uitbreiding van een participatie in een Iraanse onderneming of op de verlening van een financiële lening of een krediet, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de transactie is vereist bij een overeenkomt of contract gesloten vóór 26 juli 2010; en

b) de bevoegde autoriteit werd in kennis gesteld van deze overeenkomst of dit contract en heeft binnen de twee maanden niet betwist dat aan de voorwaarde onder a) is voldaan.

Artikel 15

Er geldt een verbod op:

a) het accepteren of goedkeuren, door het sluiten van een overeenkomst of op enigerlei andere wijze, dat investeringen worden gedaan door een of meer Iraanse ondernemingen of door een persoon, entiteit of lichaam in Iran, in een onderneming die betrokken is bij een van de volgende activiteiten:

i) uraniumontginning,

ii) de verrijking en opwerking van uranium;

iii) de fabricage van alle goederen en technologie in de lijsten van de Groep van Nucleaire Exportlanden en het Missile Technology Control Regime;

b) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) bedoelde verbodsbepaling wordt omzeild.

Hoofdstuk IVBevriezen van tegoeden en economische middelen

Artikel 16

1. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van de personen, entiteiten en lichamen die in bijlage VII zijn vermeld, worden bevroren. Bijlage VII omvat de personen, entiteiten en lichamen die de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité hebben aangewezen overeenkomstig punt 12 van Resolutie 1737 (2006), punt 7 van Resolutie 1803 (2008) of de punten 11, 12 of 19 van Resolutie 1929 (2010) van de VN-Veiligheidsraad.

2. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van de personen, entiteiten en lichamen die in bijlage VIII zijn vermeld, worden bevroren. Bijlage VIII omvat de natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen die niet vallen onder bijlage VII en van wie uit hoofde van artikel 20, lid 1, onder b), van Besluit 2010/413/GBVB van de Raad is vastgesteld dat zij:

a) betrokken zijn bij, direct verband houden met of steun bieden aan Iraanse proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens, met inbegrip van betrokkenheid bij het verschaffen van verboden goederen en technologie, of eigendom zijn of onder zeggenschap staan van een dergelijke persoon, entiteit of lichaam, ook op onrechtmatige wijze, of optreden namens of handelen op hun aanwijzing;

b) een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn die of dat steun heeft verleend aan een op de lijst geplaatste persoon, entiteit of lichaam om de bepalingen van deze verordening of de maatregelen van een lidstaat of een derde land getroffen krachtens Besluit 2010/413/GBVB van de Raad of de VN-Resoluties 1737 (2006), 1747 (2007), 1803 (2008) en 1929 (2010), te omzeilen of te schenden;

c) een belangrijk lid zijn van de Iraanse revolutionaire garde of een rechtspersoon, entiteit of lichaam die of dat eigendom is of onder zeggenschap staat van de Iraanse revolutionaire garde of van een of meer belangrijke leden daarvan;

d) een rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn die of dat eigendom is of onder zeggenschap staat van de "Islamic Republic of Iran Shipping Lines".

3. Er worden geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van de in bijlagen VII en VIII genoemde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

4. Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde maatregelen direct of indirect te omzeilen.

5. In de bijlagen VII en VIII wordt de reden vermeld waarom een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam respectievelijk door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of het Sanctiecomité, dan wel de Raad, is aangewezen, alsmede de datum van aanwijzing.

6. In de bijlagen VII en VIII worden, indien voorhanden, tevens gegevens vermeld over de natuurlijke personen op de lijst met het oog op de afdoende verificatie van de identiteit van de betrokkenen. Slechts de volgende informatie wordt opgenomen:

a) achternaam en voornamen, inclusief eventuele schuilnamen en titels;

b) geboortedatum en geboorteplaats;

c) nationaliteit;

d) paspoort- en identiteitskaartnummers;

e) fiscale en socialezekerheidsnummers;

f) geslacht;

g) adres of andere gegevens over de verblijfplaats;

h) functie of beroep.

7. In de bijlagen VII en VIII kan tevens de bovengenoemde informatie worden opgenomen betreffende familieleden van de op de lijst geplaatste personen, indien het vermelden van deze gegevens in een specifiek geval noodzakelijk is, uitsluitend ter verificatie van de identiteit van de betrokken natuurlijke persoon op de lijst.

Artikel 17

In afwijking van het bepaalde in artikel 16 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een justitieel, administratief of arbitrair retentierecht dat is vastgesteld voor de datum waarop de in artikel 16 bedoelde persoon, entiteit of groep door het Sanctiecomité, de VN-Veiligheidsraad of de Raad van de Europese Unie is aangewezen, of van een justitieel, administratief of arbitrair vonnis dat van vóór die datum dateert;

b) de tegoeden of economische middelen worden uitsluitend benut om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijk retentierecht zijn gewaarborgd of door een dergelijk vonnis geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wet- en regelgeving tot vaststelling van de rechten van de personen die titularis zijn van dergelijke vorderingen;

c) het retentierecht of het vonnis komt niet ten goede aan een persoon, entiteit of lichaam genoemd in bijlage VII of VIII;

d) de erkenning van het retentierecht of het vonnis is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat; en

e) indien artikel 16, lid 1, van toepassing is: het retentierecht of het vonnis is door de lidstaat gemeld aan het Sanctiecomité.

Artikel 18

In afwijking van het bepaalde in artikel 16 kunnen, mits een betaling verschuldigd is door een persoon, entiteit of lichaam genoemd in bijlage VII of VIII op grond van een contract of overeenkomst die door de betrokken persoon, entiteit of lichaam is gesloten of een verplichting die voor de betrokken persoon, entiteit of lichaam is ontstaan vóór de datum waarop die persoon of entiteit of dat lichaam door het Sanctiecomité, de VN-Veiligheidsraad of de Raad van de Europese Unie is aangewezen, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, op door hen passend geachte voorwaarden toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a) de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat:

i) de tegoeden of economische middelen worden gebruikt voor een betaling door een persoon, entiteit of lichaam genoemd in bijlage VII of VIII;

ii) het contract, de overeenkomst of de verplichting niet bijdraagt tot de vervaardiging, verkoop, aanschaf, overdracht, invoer, uitvoer, verplaatsing of gebruik van goederen en technologie genoemd in de bijlagen I, II, III en VI; en

iii) de betaling niet in strijd is met artikel 16, lid 3;

b) indien artikel 16, lid 1, van toepassing is: de betrokken lidstaat heeft het Sanctiecomité in kennis gesteld van deze vaststelling en van zijn voornemen toestemming te verlenen, en het Sanctiecomité heeft niet binnen tien werkdagen na die kennisgeving bezwaar geuit; en

c) indien artikel 16, lid 2, van toepassing is: de betrokken lidstaat heeft de andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken vóór de toestemming in kennis gesteld van deze vaststelling van zijn bevoegde autoriteit en van zijn voornemen toestemming te verlenen.

Artikel 19

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 16 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, op door hen passend geachte voorwaarden toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de tegoeden of economische middelen:

i) noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlage VII of VIII genoemde personen en de leden van hun gezin die van hen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen;

ii) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten; of

iii) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor slechts het aanhouden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen; en

b) indien de toestemming een persoon, entiteit of lichaam betreft genoemd in bijlage VII: de betrokken lidstaat heeft het Sanctiecomité in kennis gesteld van deze vaststelling en van zijn voornemen toestemming te verlenen, en het Sanctiecomité heeft niet binnen vijf werkdagen na die kennisgeving bezwaar geuit.

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 16 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen nodig zijn voor de betaling van buitengewone kosten of voor de betaling van goederen als bedoeld in artikel 6, bestemd voor een lichtwaterreactor in Iran waarvan de bouw is aangevat vóór december 2006, op voorwaarde dat:

a) indien de toestemming een in bijlage VII genoemde persoon, entiteit of lichaam betreft: deze vaststelling is door de betrokken lidstaat aangemeld bij het Sanctiecomité en de vaststelling door het Sanctiecomité is goedgekeurd, en

b) indien de toestemming een in bijlage VIII genoemde persoon, entiteit of lichaam betreft: de bevoegde autoriteit heeft ten minste twee weken voor zij de toestemming verleent aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie gemeld op welke gronden zij van mening is dat de specifieke toestemming moet worden verleend.

3. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van de leden 1 en 2 verleende toestemming.

Artikel 20

1. Artikel 16, lid 3, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen die tegoeden ontvangen die naar de rekening van een op de lijst voorkomende natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn overgemaakt, op voorwaarde dat de bijgeboekte bedragen eveneens worden bevroren. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de bevoegde autoriteiten onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.

2. Artikel 16, lid 3, is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:

a) rente of andere inkomsten op die rekeningen; of

b) betalingen die verschuldigd zijn op grond van contracten of overeenkomsten die zijn gesloten of verplichtingen die zijn ontstaan vóór de datum waarop de in artikel 16 bedoelde persoon, entiteit of groep door het Sanctiecomité, de VN-Veiligheidsraad of de Raad van de Europese Unie is aangewezen;

op voorwaarde dat deze rente, andere inkomsten en betalingen overeenkomstig artikel 16, leden 1 of 2, worden bevroren.

3. Dit artikel moet niet worden geïnterpreteerd als toestemming voor de overdracht van kapitaal als bedoeld in artikel 21.

Hoofdstuk VBeperkingen op de overdracht van kapitaal en op financiële diensten

Artikel 21

1. Behalve wanneer aan de voorwaarden van de leden 2, 3, 4, of 6 is voldaan, geldt een verbod op:

a) de overdracht van kapitaal voor een waarde van 10 000 euro of meer naar een persoon, entiteit of lichaam in Iran;

b) het ontvangen van kapitaal voor een waarde van 10 000 euro of meer van een persoon, entiteit of lichaam in Iran;

c) het uitvoeren van overdrachten van kapitaal voor een waarde van 10 000 euro of meer door een persoon, entiteit of lichaam in Iran, of het uitvoeren van overdrachten van kapitaal voor een waarde van 10 000 euro of meer naar een persoon, entiteit of lichaam in Iran.

Deze verbodsbepalingen zijn van kracht ongeacht of de overdracht van kapitaal in één enkele operatie wordt gedaan of in verschillende operaties die aan elkaar gelinkt blijken te zijn.

2. De verbodsbepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op de overdrachten van kapitaal die betalingen zijn voor de levering van levensmiddelen of medische uitrusting of voor de verstrekking van gezondheidszorg, of die worden gedaan om humanitaire redenen, op voorwaarde dat bedoelde overdracht van kapitaal schriftelijk is gemeld bij een van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, genoemd op de in bijlage V vermelde internetsites.

De overdracht van kapitaal wordt gemeld door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, de entiteit of het lichaam die of dat de opdracht tot de overdracht geeft, of, indien deze natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of dit lichaam niet valt onder artikel 36, door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, de entiteit of het lichaam die of dat de opdracht tot de overdracht van kapitaal krijgt en uitvoert.

3. De verbodsbepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op de overdrachten van kapitaal voor een waarde van minder dan 40 000 euro, andere dan in lid 2 genoemd, indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of het lichaam dat de opdracht geeft, of, indien deze natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of dit lichaam niet valt onder artikel 36, de persoon, de entiteit of het lichaam die of dat de opdracht tot de overdracht van kapitaal uitvoert, bedoelde overdracht van kapitaal schriftelijk heeft gemeld bij een van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, genoemd op de in bijlage V vermelde internetsites.

4. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, genoemd op de in bijlage V vermelde internetsites, kunnen op door hen passend geachte voorwaarden toestemming geven voor de overdracht van kapitaal voor een waarde van 40 000 euro of meer, tenzij wordt vastgesteld dat de overdracht van kapitaal waarvoor deze vergunning wordt aangevraagd, zou bijdragen aan een van de volgende activiteiten:

a) activiteiten van Iran met betrekking tot de verrijking of opwerking van uranium of met betrekking tot zwaar water;

b) de ontwikkeling door Iran van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens;

c) de uitoefening door Iran van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat; of

d) de exploratie van aardolie en aardgas, de productie van aardolie en aardgas, het raffineren, of de vloeibaarmaking van aardgas door een Iraanse onderneming.

De toestemming wordt geacht te zijn verleend indien de bevoegde autoriteit schriftelijk om deze toestemming is verzocht, en zij binnen vier weken niet schriftelijk bezwaar heeft geuit tegen de overdracht van kapitaal. Indien het bezwaar wordt geuit omdat het onderzoek nog loopt, vermeldt de bevoegde autoriteit deze omstandigheid en deelt zij haar besluit zo spoedig mogelijk mede. De toestemming wordt geacht te zijn verleend indien er uiterlijk vier weken na het uiten van het bezwaar geen besluit is medegedeeld.

De betrokken lidstaat moet de andere lidstaten en de Commissie op de hoogte brengen wanneer hij een verzoek tot toestemming afwijst.

5. De lidstaten staan elkaar op verzoek bij waar dit nodig is voor het onderzoek.

6. Lid 1 is niet van toepassing indien de toestemming tot overdracht is verleend overeenkomstig de artikelen 17, 18 of 19.

Artikel 22

1. De bijkantoren en dochtermaatschappijen van kredietinstellingen en financiële instellingen die in Iran zijn gevestigd en die onder artikel 36 vallen, zoals opgesomd in bijlage IX, stellen de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij zijn gevestigd, zoals bepaald op de in bijlage V vermelde internetsites, binnen vijf werkdagen in kennis van elke verrichte of ontvangen geldoverdracht, alsook van de naam van de partijen en het bedrag en de datum van de transactie. Indien de informatie voorhanden is, wordt in de aangifte vermeld om welke soort transactie het gaat en, in voorkomend geval, op welke soort goederen de transactie betrekking heeft en, in het bijzonder, of op de goederen de bijlage I, II, III, IV of VI van onderhavige verordening van toepassing is, en voor goederen waarvoor een uitvoervergunning vereist is, het nummer van de vergunning.

2. Onverminderd en overeenkomstig de voorgeschreven wijze waarop informatie wordt uitgewisseld, worden de gegevens door de in kennis gestelde bevoegde autoriteiten onverwijld medegedeeld aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten waar de wederpartijen bij de verrichtingen zijn gevestigd, om mogelijke transacties te voorkomen die kunnen bijdragen aan proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of aan de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens.

Artikel 23

1. Om te voorkomen dat deze verrichtingen bijdragen tot proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of de ontwikkeling van overbrengingssystemen voor kernwapens dienen de onder artikel 36 vallende kredietinstellingen en financiële instellingen bij verrichtingen met de in lid 2 bedoelde kredietinstellingen en financiële instellingen het volgende in acht te nemen:

a) zij betrachten voortdurende waakzaamheid op boekhoudkundig gebied, onder meer door middel van hun programma's voor klantenonderzoek en in het kader van hun verplichtingen op het gebied van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme;

b) zij eisen dat bij betaalopdrachten alle informatievelden zijn ingevuld die betrekking hebben op de opdrachtgever en de begunstigde van de betrokken transactie; indien deze informatie niet is verstrekt, moet de transactie worden geweigerd;

c) zij bewaren alle transactiedocumenten gedurende vijf jaar en leggen deze op verzoek aan de nationale autoriteiten over;

d) zij melden elk vermoeden of elke redelijke grond voor een vermoeden dat geld voor de financiering van proliferatie wordt gebruikt, terstond bij de financiële-inlichtingeneenheid (FIE) of een andere door de betrokken lidstaat aangewezen bevoegde instantie, zoals aangeduid op de in bijlage V genoemde internetsites, onverminderd de artikelen 5 en 16. De FIE of een andere bevoegde autoriteit fungeert als nationaal centrum voor de ontvangst en analyse van gemelde verdachte transacties met betrekking tot de mogelijke financiering van proliferatie. De FIE of een andere bevoegde autoriteit moet snel, direct of indirect toegang kunnen krijgen, tot de financiële, administratieve en rechtshandhavingsinformatie die zij nodig heeft om deze taak, met inbegrip van de analyse van gemelde verdachte transacties, naar behoren te vervullen.

De hierboven genoemde vereisten voor kredietinstellingen en financiële instellingen gelden onverminderd de bestaande verplichtingen voortvloeiende uit Verordening (EG) nr. 1781/2006[17] en de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2005/60/EG.

2. De in lid 1 bedoelde maatregelen zijn van toepassing op financiële instellingen die transacties uitvoeren met:

a) kredietinstellingen en financiële instellingen die gevestigd zijn in Iran;

b) de onder artikel 36 vallende bijkantoren en dochtermaatschappijen van de in bijlage IX genoemde in Iran gevestigde kredietinstellingen en financiële instellingen;

c) de niet onder artikel 36 vallende bijkantoren en dochtermaatschappijen van de in bijlage IX genoemde in Iran gevestigde kredietinstellingen en financiële instellingen;

d) de niet onder artikel 36 vallende, niet in Iran gevestigde kredietinstellingen en financiële instellingen die onder zeggenschap staan van de in Iran gevestigde personen en entiteiten, genoemd in bijlage IX.

Artikel 24

1. Voor kredietinstellingen en financiële instellingen die vallen onder artikel 36, is het verboden:

a) een bankrekening te openen bij een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of bij een bijkantoor of dochtermaatschappij van een dergelijke kredietinstelling of financiële instelling als genoemd in bijlage IX;

b) een correspondentbankrelatie aan te gaan met een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of met een bijkantoor of dochtermaatschappij van een dergelijke kredietinstelling of financiële instelling als genoemd in bijlage IX;

c) een vertegenwoordiging in Iran te openen of een bijkantoor of dochtermaatschappij in Iran op te richten;

d) een deelname aan een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling te verwerven of uit te breiden, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of aan een bijkantoor of dochtermaatschappij van een dergelijke kredietinstelling of financiële instelling als genoemd in bijlage IX, of enig ander eigendomsbelang in zulk een kredietinstelling of financiële instelling te verwerven;

e) een joint-venture op te zetten met een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of met een bijkantoor of dochtermaatschappij van een dergelijke kredietinstelling of financiële instelling als genoemd in bijlage IX.

2. Er geldt een verbod op:

a) het toestaan van de opening van een vertegenwoordiging of van de oprichting van een bijkantoor of dochtermaatschappij in de Unie van een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of van een bijkantoor of dochtermaatschappij van een dergelijke kredietinstelling of financiële instelling als genoemd in bijlage IX;

b) het onderhandelen over of het sluiten van overeenkomsten voor of namens een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of voor of namens een bijkantoor of dochtermaatschappij van een dergelijke kredietinstelling of financiële instelling als genoemd in bijlage IX, die betrekking hebben op de oprichting van een vertegenwoordiging, bijkantoor of dochtermaatschappij in de Unie;

c) het verlenen van een vergunning voor het aanvangen en de uitoefening van werkzaamheden voor een kredietinstelling of van enige andere werkzaamheid waarvoor een voorafgaande toestemming vereist is, door een vertegenwoordiging, bijkantoor of dochtermaatschappij van een kredietinstelling of financiële instelling gevestigd in Iran, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of door een bijkantoor of dochtermaatschappij van een dergelijke kredietinstelling of financiële instelling als genoemd in bijlage IX, indien het representatieve kantoor, bijkantoor of de dochtermaatschappij niet actief was vóór 26 juli 2010.

Artikel 25

Er geldt een verbod op:

a) de verkoop of aankoop van overheidsobligaties of door de overheid gegarandeerde obligaties die zijn uitgegeven na 26 juli 2010, direct of indirect, aan of van een van de volgende instanties:

i) Iran of de Iraanse regering, overheidsorganen, -bedrijven en -agentschappen;

ii) een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of een bijkantoor of dochtermaatschappij van een dergelijke kredietinstelling of financiële instelling als genoemd in bijlage IX;

iii) een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam handelend namens of op aanwijzing van een rechtspersoon, entiteit of lichaam als bedoeld onder i) of ii);

iv) een rechtspersoon, entiteit of lichaam die of dat eigendom is van of onder zeggenschap staat van een persoon, entiteit of lichaam bedoeld onder i), ii) of iii);

b) het verlenen van tussenhandeldiensten aan een persoon, entiteit of lichaam als bedoeld onder a) met betrekking tot overheidsobligaties of door de overheid gegarandeerde obligaties die zijn uitgegeven na 26 juli 2010;

c) het verlenen van steun aan een persoon, entiteit of lichaam als bedoeld onder a) met het oog op het uitgeven van overheidsobligaties of door de overheid gegarandeerde obligaties, door het verlenen van tussenhandeldiensten, advertering of enige andere dienstverlening met betrekking tot deze obligaties.

Artikel 26

1. Er geldt een verbod op:

a) het aanbieden van verzekering of herverzekering aan:

i) Iran of de Iraanse regering, overheidsorganen, -bedrijven en - agentschappen;

ii) een Iraanse onderneming; of

iii) een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam handelend namens of op aanwijzing van een rechtspersoon, entiteit of lichaam als bedoeld onder i) of ii);

b) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) bedoelde verbodsbepaling wordt omzeild.

2. Lid 1 is niet van toepassing op de verstrekking van gezondheids- en reisverzekeringen aan individuele personen.

3. Bij dit artikel wordt de uitbreiding of verlenging verboden van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten die zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van onderhavige verordening, maar niet de naleving van overeenkomsten die vóór die datum zijn gesloten.

Hoofdstuk VIBeperkingen op vervoer

Artikel 27

1. Ten einde de overdracht te voorkomen van goederen en technologie die vallen onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen of waarvan de levering, verkoop, overdracht, uitvoer of invoer bij onderhavige verordening is verboden, dient voor alle goederen die van of naar Iran het douanegebied van de Unie worden binnengebracht of het verlaten, voor de aankomst dan wel voor het vertrek bij de bevoegde douaneautoriteiten van de betrokken lidstaat informatie te worden verstrekt.

2. De voorschriften betreffende de verplichting voor aankomst respectievelijk vertrek informatie te verstrekken, met name de in acht te nemen termijnen en de te verstrekken gegevens, zijn die welke zijn vastgesteld in de bepalingen inzake summiere aangiften bij binnenkomst en bij uitgang en inzake douaneaangiften, opgenomen in Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek[18] en in Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92[19].

3. De persoon die de goederen aanbrengt dan wel de verantwoordelijkheid op zich neemt voor het vervoer van de goederen uit of naar Iran naar of uit het douanegebied van de Unie, of in voorkomend geval diens vertegenwoordiger, verklaart voorts of de goederen onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen of onder deze verordening vallen en geeft, indien voor de uitvoer een vergunning vereist is, bijzonderheden betreffende de verleende uitvoervergunning.

4. Tot en met 31 december 2010 worden de summiere aangiften bij binnenkomst en bij uitgang, alsmede de vereiste aanvullende gegevens als bedoeld in lid 3, schriftelijk ingediend door middel van handels-, haven- of vervoersgegevens, mits deze de benodigde informatie bevatten.

5. Vanaf 1 januari 2011 worden de vereiste aanvullende gegevens als bedoeld in dit artikel verstrekt:

- voor goederen die in het douanegebied van de Unie worden binnengebracht: hetzij schriftelijk hetzij met een summiere aangifte bij binnenkomst of bij uitgang, en

- voor goederen die buiten het douanegebied van de Unie worden gebracht: hetzij door een douaneaangifte, hetzij, als geen douaneaangifte is vereist, door een summiere aangifte bij uitgang.

Artikel 28

1. De verlening van bunker- of leveringsdiensten of van andere diensten aan Iraanse vaartuigen door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten is verboden indien de dienstverleners beschikken over informatie, onder meer van de bevoegde douaneautoriteiten op basis van de in het vorige artikel bedoelde, voor de aankomst dan wel voor het vertrek verstrekte informatie, op grond waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat deze schepen voorwerpen vervoeren die vallen onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, of waarvan de levering, verkoop, overbrenging of uitvoer krachtens deze verordening verboden is, tenzij de levering van dergelijke diensten nodig is voor humanitaire doeleinden.

2. De verlening van technische en onderhoudsdiensten aan Iraanse vrachtvliegtuigen door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten is verboden indien de dienstverleners beschikken over informatie, onder meer van de bevoegde douaneautoriteiten op basis van de in het vorige artikel bedoelde, voor de aankomst dan wel voor het vertrek verstrekte informatie, op grond waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat deze vliegtuigen voorwerpen vervoeren die vallen onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, of waarvan de levering, verkoop, overbrenging of uitvoer krachtens deze verordening verboden is, tenzij de levering van dergelijke diensten nodig is voor humanitaire en veiligheidsdoeleinden.

3. De verbodsbepalingen van de leden 1 en 2 zijn van toepassing tot de lading is geïnspecteerd, en in beslag genomen of zonodig vernietigd, naargelang van het geval.

Hoofdstuk VIIBeperkingen op de toekenning van bepaalde rechtsvorderingen

Artikel 29

1. Er zal geen gevolg worden gegeven aan rechtsvorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die bij Verordening (EG) nr. 423/2007 of onderhavige verordening zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke eisen, zoals een eis tot schuldvergelijking of een garantie-eis, met name een eis tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, indien deze vorderingen worden ingesteld door:

a) de in de bijlagen VII, VIII en IX genoemde personen, entiteiten of lichamen;

b) een persoon, entiteit of lichaam in Iran, de Iraanse regering daaronder begrepen;

c) een persoon, entiteit of lichaam, handelend voor rekening of ten behoeve van een van deze personen, entiteiten of lichamen.

2. De bij Verordening (EG) nr. 423/2007 of bij onderhavige verordening ingestelde maatregelen worden geacht afbreuk te doen aan de uitvoering van een contract of een transactie, indien het bestaan of de inhoud van de vordering rechtstreeks of zijdelings uit deze maatregelen voorvloeit.

3. In de procedure waartoe een vordering aanleiding geeft, wordt het bewijs dat de vordering niet op grond van lid 1 hoort te worden afgewezen, door de eiser geleverd.

4. Dit artikel geldt onverminderd het recht van de personen, entiteiten en lichamen die in lid 1 worden genoemd, op gerechtelijke toetsing van de rechtmatigheid van de niet-nakoming van de contractuele verplichtingen in het licht van Verordening (EG) nr. 423/2007 of van onderhavige verordening.

Hoofdstuk VIIIAlgemene bepalingen en slotbepalingen

Artikel 30

1. Onverminderd de geldende regels inzake rapportage, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim zijn natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen verplicht:

a) alle informatie die de naleving van deze verordening vergemakkelijkt, zoals betreffende rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 16 zijn bevroren, onverwijld te verstrekken aan de bevoegde autoriteiten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, van de lidstaten waar zij hun woonplaats hebben of gevestigd zijn, en deze informatie, direct of via de lidstaten, aan de Commissie doen toekomen;

b) bij de verificatie van deze informatie samen te werken met de bevoegde autoriteiten die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd.

2. Alle rechtstreeks door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de betrokken lidstaat.

3. Overeenkomstig dit artikel verstrekte en ontvangen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.

Artikel 31

1. De bevriezing van tegoeden of economische middelen of de weigering om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, die plaatsvindt in het vertrouwen dat die maatregel in overeenstemming met deze verordening is, mag geen aanleiding geven tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke persoon of rechtspersoon of de entiteit die, dan wel het lichaam dat die maatregel uitvoert, of van de directeuren of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden en economische middelen als gevolg van nalatigheid zijn bevroren of ingehouden.

2. De verboden in artikel 5, lid 1, onder d), artikel 5, lid 1, onder e), artikel 9, onder b), artikel 15, artikel 16, lid 3, artikel 25, lid 1, onder a), en artikel 26 van deze verordening geven geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen of entiteiten, indien deze niet wisten en geen gegronde reden hadden om te vermoeden dat hun acties een inbreuk zouden zijn op deze verboden.

3. Het te goeder trouw verstrekken, in de zin van de artikelen 21, 22 en 23, van de in de artikelen 21, 22 en 23 bedoelde inlichtingen, door een instelling of persoon die onder deze verordening valt, dan wel door een werknemer of een lid van de leiding daarvan, brengt niet de aansprakelijkheid van de instelling of de persoon, dan wel van de werknemers of de leiding in het geding.

Artikel 32

De Commissie en de lidstaten stellen elkaar onverwijld in kennis van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en wisselen onderling alle andere relevante informatie uit waarover zij in verband met deze verordening beschikken, met name betreffende inbreuken, handhavingsproblemen en uitspraken van nationale rechtbanken.

Artikel 33

1. De Commissie wijzigt:

a) bijlage II op basis van de vaststellingen van het Sanctiecomité of de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of op basis van door de lidstaten verstrekte informatie;

b) bijlage IV op basis van door de lidstaten verstrekte informatie;

c) bijlage V op basis van door de lidstaten verstrekte informatie;

d) bijlage VII op basis van de besluiten van de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité.

2. De Raad stelt de in artikel 16, lid 2, bedoelde lijst van personen, entiteiten en lichamen vast, en evalueert en wijzigt deze met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, geheel overeenkomstig de vaststellingen die de Raad doet ten aanzien van bijlage II van Besluit 2010/413/GBVB. De lijst in bijlage VIII wordt met regelmatige tussenpozen en ten minste om de 12 maanden opnieuw bezien.

3. De Commissie en de Raad motiveren besluiten respectievelijk op grond van lid 1, onder d), en lid 2, individueel en expliciet, delen deze besluiten mede aan de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, en bieden de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen de gelegenheid hun standpunt ter zake bekend te maken. Indien standpunten worden medegedeeld, herziet de Commissie of de Raad het besluit en stelt de betrokken persoon, entiteit of het betrokken lichaam daarvan in kennis.

4. De Commissie verwerkt persoonsgegevens voor de uitoefening van haar taken uit hoofde van deze verordening. Deze taken omvatten het volgende:

a) de voorbereiding van aanpassingen van bijlage VII bij deze verordening;

b) de consolidering op de website van de Commissie van de inhoud van de bijlagen VII en VIII in de elektronische geconsolideerde lijst van personen, groepen en entiteiten waarop financiële sancties van de EU van toepassing zijn[20];

c) het verwerken van informatie met betrekking tot de motivering voor plaatsing op de lijst; en

d) het verwerken van informatie over de gevolgen van de maatregelen van deze verordening, zoals de waarde van bevroren tegoeden, alsook informatie over door bevoegde autoriteiten verleende toestemming.

5. De Raad verwerkt persoonsgegevens voor de uitoefening van zijn taken uit hoofde van deze verordening. Deze taken omvatten het volgende:

a) de voorbereiding van aanpassingen van bijlage VIII bij deze verordening; en

b) het verwerken van informatie met betrekking tot de motivering voor plaatsing op de lijst.

6. De Raad en de Commissie mogen relevante gegevens verwerken die betrekking hebben op strafbare feiten die zijn gepleegd door natuurlijke personen op de lijst, en op strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen betreffende dergelijke personen, doch uitsluitend voor zover deze verwerking noodzakelijk is voor het opstellen van de motivering en voor de toetsing van de opmerkingen daarover van de betrokken natuurlijke persoon, mits passende en specifieke waarborgen worden geboden. Dergelijke gegevens worden niet openbaar gemaakt of uitgewisseld.

7. Voor de toepassing van deze verordening gelden de in bijlage V genoemde eenheden van de Raad en de Commissie als de “verantwoordelijke voor de verwerking” voor de betrokken instelling in de zin van artikel 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 45/2001, teneinde te verzekeren dat de betrokken natuurlijke personen hun rechten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 45/2001 kunnen uitoefenen.

Artikel 34

1. De lidstaten stellen regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op overtreding van de bepalingen van deze verordening, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast. De sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

2. De lidstaten delen de regels na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld mede aan de Commissie en melden alle latere wijzigingen ervan.

Artikel 35

1. De lidstaten wijzen de in deze verordening bedoelde autoriteiten aan en vermelden deze op de in bijlage V vermelde internetsites. De lidstaten stellen de Commissie vooraf in kennis van elke wijziging van de in bijlage V genoemde adressen van internetsites.

2. De lidstaten delen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld mede wie hun bevoegde autoriteiten zijn en hoe deze kunnen worden bereikt, en delen haar alle latere wijzigingen mede.

3. Wanneer in deze verordening wordt bepaald dat zaken moeten worden gemeld of medegedeeld aan de Commissie of anderszins met de Commissie moet worden gecommuniceerd, wordt daartoe gebruik gemaakt van het adres en de andere contactgegevens die zijn vermeld in bijlage V.

Artikel 36

Deze verordening is van toepassing:

a) op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van haar luchtruim;

b) aan boord van vliegtuigen of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen;

c) op alle zich op of buiten het grondgebied van de Unie bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn;

d) op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen;

e) op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Unie verrichte zakelijke transacties.

Artikel 37

Verordening (EG) nr. 423/2007 wordt ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken verordening worden beschouwd als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 38

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, op […]

Voor de Raad

De voorzitter […]

BIJLAGE I

DEEL A

Goederen en technologie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), artikel 2, lid 2, artikel 4, artikel 5, lid 1, onder b), en artikel 5, lid 1, onder d)

Deze bijlage omvat alle goederen en technologie opgesomd in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009, als daarin gedefinieerd, behalve het volgende:

Item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 | Beschrijving |

5A001 | Telecommunicatiesystemen, uitrusting, onderdelen en toebehoren, als hieronder: a. Alle soorten telecommunicatieapparatuur met een van de volgende kenmerken, functies of eigenschappen: 1. speciaal ontworpen om bestand te zijn tegen kortstondige elektronische gevolgen of elektromagnetische impulsie ten gevolge van een kernexplosie; 2. speciaal versterkt om bestand te zijn tegen gamma-, neutronen- of ionenstraling; of 3. speciaal ontworpen voor werktemperaturen buiten het gebied van 218 K (-55 °C) tot 397 K (124 °C); Opmerking: 5A001.a.3 is uitsluitend van toepassing op elektronische apparatuur. Opmerking: 5A001.a.2 en 5A001.a.3. zijn niet van toepassing op apparatuur, ontworpen of aangepast voor gebruik aan boord van satellieten. b. Telecommunicatiesystemen en -apparatuur, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en toebehoren, met een van de volgende kenmerken, functies of eigenschappen: 1. Systemen voor vrije communicatie onder water met een of meer van de volgende kenmerken: a. een akoestische draagfrequentie buiten het gebied tussen de 20 en 60 kHz; b. gebruikmakend van een elektromagnetische draagfrequentie lager dan 30 kHz; c. gebruikmakend van elektronenbundelbesturingstechnieken; of d. gebruikmakend van "lasers" of licht emitterende diodes (LEDs) met een golflengte aan de uitgang van meer dan 400 nm en minder dan 700 nm, in een "lokaal netwerk"; 2. Radiotransmissieapparatuur met werkfrequentie in de 1,5-87,5 MHz band en met alle volgende kenmerken: a. automatisch aangeven en kiezen van frequenties en "totale digitale overbrengsnelheid" per kanaal voor een optimale transmissie; en tevens b. met een lineaire vermogensversterkerconfiguratie die verscheidene signalen tegelijk kan onderhouden bij een uitgangsvermogen van 1 kW of meer in het frequentiegebied van 1,5 MHz of hoger, doch lager dan 30 MHz, of van 250 W of meer in het frequentiegebied van 30 MHz of hoger, doch niet hoger dan 87,5 MHz, over een "momentele bandbreedte" van één octaaf of meer en met een harmonisch/vervormingsuitgangsniveau beter dan -80 dB; 3. Radioapparatuur die gebruikmaakt van "spread spectrum"-technieken, met inbegrip van "frequency hopping"-technieken, met uitzondering van de apparatuur als bedoeld in 5A001.b.4, met één of meer van de volgende kenmerken: a. voor de gebruiker programmeerbare spreading-codes; of b. een totaal uitgezonden bandbreedte die 100-maal of meer zo groot is als de bandbreedte van enig informatiekanaal en groter dan 50 kHz; Opmerking: 5A001.b.3.b is niet van toepassing op radio-apparatuur, speciaal ontworpen voor gebruik met civiele cellulaire radiocommunicatiesystemen. Opmerking: 5A001.b.3 is niet van toepassing op apparatuur, ontworpen voor een uitgangsvermogen van maximaal 1 W. 4. Radioapparatuur die gebruik maakt van ultrabreedband-modulatietechnieken, met door de gebruiker programmeerbare kanaliseringscodes, versleutelingscodes of netwerkidentificatiecodes, met een van de volgende kenmerken: a. een bandbreedte van meer dan 500 MHz; of b. een "fractionele bandbreedte" van 20% of meer; 5. Digitaal bestuurde radio-ontvangers met alle hiernavolgende kenmerken: a. met meer dan 1.000 kanalen; b. die een "frequentiewisseltijd" hebben korter dan 1 ms; c. die de ontvangen signaalfrequentie of het zendertype identificeren; en tevens d) die automatisch een deel van het elektromagnetische spectrum afzoeken of aftasten; of Opmerking: 5A001.b.5 is niet van toepassing op radio-apparatuur, speciaal ontworpen voor gebruik met civiele cellulaire radiocommunicatiesystemen. 6. Die gebruikmaken van digitale "signaalverwerkings"-functies met het oog op "spraakcodering" met een snelheid van minder dan 2.400 bits/s: Technische opmerkingen: 1. Voor 'spraakcodering' met variabele snelheid is 5A001.b.6 van toepassing op de spraakcodering van continue spraak. 2. Voor de toepassing van 5A001.b.6. wordt 'spraakcodering' gedefinieerd als de techniek om samples van de menselijke stem te nemen en deze om te zetten in een digitaal signaal, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de menselijke spraak. c. Glasvezel-communicatiekabel, glasvezels en toebehoren, als hieronder: 1. glasvezels met een lengte van meer dan 500 m die volgens de specificaties van de fabrikant een tijdens de 'normtest' uitgeoefende trekspanning weerstaan van 2 × 109 N/m2 of meer; Technische opmerking: 'Normtest': het steekproefsgewijs testen tijdens of buiten de productie waarbij dynamisch een voorgeschreven trekspanning wordt uitgeoefend op een vezel met een lengte tussen de 0,5 en 3 m, terwijl deze met een snelheid van 2 à 5 m/s tussen rollen met een diameter van ongeveer 150 mm doorloopt. De omgevingstemperatuur is hierbij nominaal 293 K (20 °C) en de relatieve vochtigheidsgraad 40%. Voor het uitvoeren van de normtest mogen gelijkwaardige nationale normen worden gehanteerd. 2. glasvezelkabels en toebehoren, ontworpen voor gebruik onder water; Opmerking: 5A001.c.2 is niet van toepassing op standaardkabels voor civiele telecommunicatiesystemen en toebehoren. N.B. 1: Zie 8A002.a.3 voor voedingsleidingen en koppelingen daarvoor voor gebruik onder water. N.B. 2: Zie 8A002.c. voor doorvoeren en doorvoerconnectoren voor rompen uit glasvezel. d. "Elektronisch fasegestuurde antennesystemen" met een werkfrequentie hoger dan 31,8 GHz; Opmerking: In 5A001.d. worden niet bedoeld "elektronisch fasegestuurde antennesystemen" opgebouwd uit een aantal identieke antennes voor landingssystemen met instrumenten die voldoen aan de ICAO-normen (International Civil Aviation Organisation) (microgolf landingssystemen (MLS)). e. Radiorichtingzoekende apparatuur met een werkfrequentie van meer dan 30 MHz en met alle volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen: 1. een "momentele bandbreedte" van 10 MHz of meer; en tevens 2. een peillijn (line of bearing (LOB)) kunnen vinden naar niet-meewerkende radiozenders met een signaalduur van minder dan 1 ms; f. Stoorapparatuur die speciaal is ontworpen of aangepast om opzettelijk en selectief mobiele telecommunicatiediensten te storen, onmogelijk te maken, te hinderen, de kwaliteit van die diensten te verslechteren of deze te deviëren, met een of meer van de volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen: 1. simuleren van de functies van apparatuur van radiotoegangsnetwerken (RAN); 2. opsporen en gebruikmaken van specifieke kenmerken van het gebruikte protocol voor mobiele telecommunicatie (bijvoorbeeld GSM); of 3. gebruikmaken van specifieke kenmerken van het gebruikte protocol voor mobiele telecommunicatie (bijvoorbeeld GSM); N.B.: Voor GNSS-stoorapparatuur zie de lijst militaire goederen. g. Passieve lokaliseringssystemen of -apparatuur (PCL) speciaal ontworpen voor het opsporen en volgen van bewegende voorwerpen door het meten van weerkaatsingen van radiofrequentie-emissies in de omgeving, afkomstig van niet-radarzenders; Technische opmerking: Het begrip niet-radarzenders kan betrekking hebben op commerciële radiozenders, tv-zenders of basisstations voor cellulaire telecommunicatie. Opmerking: 5A001.g. is niet van toepassing op: a. radioastronomische apparatuur; of b. systemen en toestellen waarvoor radiotransmissie vanuit het doel nodig is. h. Elektronische apparatuur die ontworpen of aangepast is om radiogestuurde geïmproviseerde explosieven (RCIED's) voortijdig te activeren of het initiëren daarvan te voorkomen; N.B.: ZIE OOK LIJST MILITAIRE GOEDEREN |

5A002 | Systemen en apparatuur voor "informatiebeveiliging" en componenten daarvoor, als hieronder: a. Systemen, apparatuur, voor specifieke toepassingen bestemde "samenstellingen", modulen of geïntegreerde schakelingen ten behoeve van "informatiebeveiliging", als hieronder, en andere speciaal daarvoor ontworpen onderdelen: N.B.: Zie 7A005 voor de embargostatus van satellietontvangers voor wereldwijde navigatiesystemen met of gebruikmakend van ontcijfering (GPS of GLONASS). 1. ontworpen of aangepast voor het hanteren van "cryptografie" met gebruikmaking van digitale technieken ter uitvoering van cryptografische functies, met uitzondering van authentificatie en digitale handtekening, met behulp van: Technische opmerkingen: 1. Onder authentificatie- en digitalehandtekeningfuncties valt ook de daarmee samenhangende sleutelbeheersfunctie. 2. Onder authentificatie vallen alle aspecten van toegangscontrole waarbij geen encryptie van bestanden of tekst betrokken is, behalve wanneer deze rechtstreeks verband houdt met de bescherming van wachtwoorden, persoonlijke identificatienummers (PIN-codes) of vergelijkbare informatie ter voorkoming van toegang zonder toestemming. 3. Tot "cryptografie" worden niet gerekend: technieken van "vaste" gegevenscomprimering of -codering. Opmerking: 5A002.a.1. is ook van toepassing op apparatuur die is ontworpen of aangepast voor het gebruik van "cryptografie" op grond van analoge principes, wanneer deze met behulp van digitale technieken worden toegepast. a. een "symmetrisch algoritme" met een sleutellengte van meer dan 56 bits; of b. een "asymmetrisch algoritme" waarvan de beveiliging wordt gewaarborgd door: 1. ontbinding van gehele getallen van meer dan 512 bits (bv. RSA); 2. berekening van discrete logaritmen in een groep van een eindig veld met een grootte van meer dan 512 bits (bv. Diffie-Hellman over Z/pZ); of 3. discrete logaritmen in een andere dan de in 5A002.a.1.b.2 genoemde groepen van meer dan 112 bits (bv. Diffie-Hellman over een elliptische curve); 2. ontworpen of aangepast voor het uitvoeren van cryptanalytische functies; 3. niet gebruikt; 4. speciaal ontworpen of aangepast voor het reduceren van ongewenste lekken van informatiedragende signalen, afgezien van hetgeen noodzakelijk is om aan de normen voor gezondheid, veiligheid en elektromagnetische interferentie te voldoen; 5. ontworpen of aangepast voor het hanteren van cryptografische technieken voor het genereren van de spreidcode voor "spread spectrum"-systemen, met uitzondering van de technieken vermeld in 5A002.a.6., met inbegrip van de hopping-code voor "frequency hopping"-systemen; 6. ontworpen of aangepast voor het gebruik van cryptografische technieken om kanaliseringscodes versleutelingscodes of netwerkidentificatiecodes te genereren voor systemen die gebruikmaken van ultrabreedband-modulatietechnieken, met een van de volgende kenmerken: a. een bandbreedte van meer dan 500 MHz; of b. een "fractionele bandbreedte" van 20% of meer; 7. niet-cryptografische beveiligingssystemen en -voorzieningen voor informatie- en communicatietechnologie (ICT), met een beveiligingsniveau hoger dan of gelijkwaardig aan klasse EAL-6 (evaluation assurance level) van de Common Criteria; 8. communicatiekabelsystemen die met mechanische, elektrische of elektronische middelen zijn ontworpen of aangepast voor het opsporen van clandestiene binnendringing; 9. ontworpen of aangepast om "quantumcryptografie" te gebruiken. Technische opmerking: "Kwantumcryptografie" wordt ook aangeduid als Quantum Key Distribution (QKD). Opmerking: 5A002. is niet van toepassing op: a. "persoonsgebonden slimme kaarten" met een van de onderstaande kenmerken: 1. waarvan de cryptografische functie beperkt is tot het gebruik in apparatuur of systemen die van embargo zijn uitgesloten krachtens de punten b. tot en met g. van deze opmerking; of 2. waarvan de cryptografische functie, voor toepassingen voor algemeen publiek gebruik, niet toegankelijk is voor de gebruiker, en speciaal ontworpen en beperkt is om bescherming van erin opgeslagen persoonsgegevens mogelijk te maken; N.B. Indien een "persoonsgebonden slimme kaart" verscheidene functies heeft, wordt de embargostatus van elke functie afzonderlijk beoordeeld. b. ontvangstapparatuur voor radio-uitzendingen, betaaltelevisie of gelijksoortige uitzendingen voor een beperkt aantal kijkers, bedoeld voor de consument, zonder digitale versleuteling, met uitzondering van de apparatuur die uitsluitend wordt gebruikt om de factuur of programmainformatie aan de zenders terug te sturen; c. apparatuur waarvan het cryptografisch vermogen niet voor gebruik toegankelijk is, en die speciaal is ontworpen voor uitsluitend een of meer van de volgende functies: 1. het laten functioneren van tegen kopiëren beveiligde "programmatuur"; 2. toegang tot: a. tegen kopiëren beveiligde inhoud, vastgelegd op read-only-media; of b. informatie die in gecodeerde vorm in een medium is opgeslagen (bv. in verband met de bescherming van de intellectuele eigendom), wanneer de media in identieke partijen aan het publiek te koop worden aangeboden; 3. kopieerbeveiliging van door auteursrecht beschermde audio- of videogegevens; of 4. encryptie en/of decryptie voor de bescherming van bibliotheken, ontwerpmodellen of daarmee samenhangende gegevens voor het ontwerpen van halfgeleiderelementen of geïntegreerde schakelingen; d. cryptografie-apparatuur die speciaal is ontworpen voor uitsluitend gebruik voor bank- of 'geldtransacties'; Technische opmerking: Onder 'geldtransacties' in 5A002, opm. d, valt ook het betalen van vervoerbewijzen, alsmede het uitvoeren van crediteringsfuncties. e. draagbare of mobiele radiotelefoons voor civiel gebruik (bijvoorbeeld voor toepassing in cellulaire commerciële civiele radiocommunicatiesystemen) die niet geschikt zijn voor het rechtstreeks zenden van gecodeerde gegevens naar een andere radiotelefoon of apparatuur (andere dan apparatuur voor radiotoegangsnetwerken (RAN)), noch voor het doorsturen van gecodeerde gegevens via RAN-apparatuur (bijv. Radio Network Controller (RNC) of Base Station Controller (BSC)); f. draadloze telefoonapparatuur die niet geschikt is voor eind-tot-eindversleuteling, waarvan het maximale bereik zonder versterking (d.w.z. één enkele afstand tussen het eindstation en het thuisbasisstation, die niet met elkaar in verbinding staan) volgens de gegevens van de fabrikant minder dan 400 meter is; of g. draagbare of mobiele radiotelefoons en gelijkaardige draadlozecliënttoestellen voor civiel gebruik, die enkel bekendgemaakte of commerciële cryptografische normen toepassen (met uitzondering van antipiraterijfuncties, die mogelijk niet zijn bekendgemaakt), die voldoen aan de bepalingen van de punten b. tot en met d. van de cryptografieopmerking (opmerking 3 van Categorie 5 — Deel 2), en die zijn aangepast voor een specifieke toepassing in de civiele industrie met kenmerken die niet van invloed zijn op de cryptografische functionaliteit van deze oorspronkelijk niet-aangepaste toestellen; h. apparatuur speciaal ontworpen voor het onderhoud van draagbare of mobiele radiotelefoons en soortgelijke draadloze voorzieningen die voldoen aan alle bepalingen van de cryptografieopmerking (opmerking 3 van Categorie 5 — Deel 2), en waarvan de onderhoudsapparatuur aan alle onderstaande voorwaarden voldoet: 1. de cryptografische functionaliteit van de onderhoudsapparatuur kan niet eenvoudigweg door de gebruiker van de apparatuur worden gewijzigd; 2. de onderhoudsapparatuur is zodanig ontworpen dat zij geïnstalleerd kan worden zonder verdere wezenlijke ondersteuning van de leverancier; en tevens 3. met de onderhoudsapparatuur kan de cryptografische functionaliteit van de onderhouden voorziening niet worden gewijzigd; i. apparatuur voor een draadloos "persoonlijk netwerk", waarvoor uitsluitend bekendgemaakte of commerciële cryptografische normen worden gebruikt en waarvan het cryptografisch vermogen volgens de specificaties van de producent beperkt is tot een nominale reikwijdte van niet meer dan 30 meter. |

5B001 | Test-, inspectie- en productieapparatuur voor telecommunicatiesystemen, en onderdelen en toebehoren daarvoor, als hieronder: a. Apparatuur, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en toebehoren, speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van apparatuur, functies of eigenschappen, bedoeld in 5A001; Opmerking: In 5B001.a is niet bedoeld apparatuur voor het karakteriseren van glasvezels. b. Apparatuur, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en toebehoren, speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling" van een of meer van de volgende soorten telecommunicatietransmissie of schakelapparatuur: 1. apparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van digitale technieken, ontworpen voor het werken bij een "totale digitale overbrengsnelheid" hoger dan 15 Gbit/s; Technische opmerking: Voor schakelapparatuur wordt de "totale digitale overbrengingssnelheid" gemeten bij de snelste poort of lijn. 2. apparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van een "laser", en die een van de volgende kenmerken heeft: a. een transmissiegolflengte groter dan 1750 nm; b. met de functie "optische versterking", waarbij gebruik wordt gemaakt van versterkers van praseodymium-gedoteerde fluorvezel (PDFFA); c. gebruikmakend van coherente optische transmissietechnieken of coherente optische detectietechnieken (ook wel optische heterodyne of homodyne technieken genoemd); of d. gebruikmakend van analoge technieken en met een bandbreedte groter dan 2,5 GHz; Opmerking: 5B001.b.2.d. is niet van toepassing op apparatuur, speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling" van commerciële TV-systemen. 3. apparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van "optisch schakelen"; 4. radioapparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van kwadratuur-amplitudemodulatie (QAM)-technieken boven niveau 256; of 5. apparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van "eenkanaalsignalering" ("common channel signalling") in niet-verbonden bedrijfswijze. |

5B002 | Test-, inspectie- en "productie"-apparatuur inzake "informatiebeveiliging", als hieronder: a. Apparatuur speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling" of de "productie" van apparatuur bedoeld in 5A002 of 5B002.b.; b. Meetapparatuur, speciaal ontworpen voor het evalueren en valideren van de "informatiebeveiligings"-functies van de apparatuur, bedoeld in 5A002 of van de "programmatuur" bedoeld in 5D002.a. of 5D002.c. |

5D001 | "Programmatuur", als hieronder: a. "Programmatuur", speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van apparatuur, functies of eigenschappen bedoeld in 5A001; b. "Programmatuur", speciaal ontworpen of aangepast voor het ondersteunen van "technologie", bedoeld in 5E001; c. Specifieke "programmatuur", speciaal ontworpen of aangepast voor het verschaffen van kenmerken, functies of eigenschappen van apparatuur bedoeld in 5A001 of 5B001; d. "Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling" van een van de volgende soorten telecommunicatietransmissie- of schakelapparatuur: 1. apparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van digitale technieken, ontworpen voor het werken bij een "totale digitale overbrengsnelheid" hoger dan 15 Gbit/s; Technische opmerking: Voor schakelapparatuur wordt de "totale digitale overbrengingssnelheid" gemeten bij de snelste poort of lijn. 2. apparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van een "laser", en die een van de volgende kenmerken heeft: a. een transmissiegolflengte groter dan 1.750 nm; of b. gebruikmakend van analoge technieken en met een bandbreedte groter dan 2,5 GHz; Opmerking: 5D001.d.2.b is niet van toepassing op "programmatuur", speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling" van commerciële TV-systemen. 3. apparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van "optisch schakelen"; of 4. radioapparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van kwadratuur-amplitudemodulatie (QAM)-technieken boven niveau 256. |

5D002 | "Programmatuur", als hieronder: a. "Programmatuur", speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van apparatuur bedoeld in 5A002 of van "programmatuur" bedoeld in 5D002.c.; b. "Programmatuur" , speciaal ontworpen of aangepast voor het ondersteunen van technologie, bedoeld in 5E002; c. Specifieke "programmatuur", als hieronder: 1. "programmatuur" die de kenmerken heeft of de functies uitoefent of simuleert van de apparatuur, bedoeld in 5A002; 2. "programmatuur" voor het certificeren van "programmatuur", bedoeld in 5D002.c.1. Opmerking: De onderstaande "programmatuur" is niet bedoeld in 5D002: a. "programmatuur" noodzakelijk voor het "gebruik" van apparatuur die krachtens de opmerking bij 5A002 niet onder embargo valt; b. "programmatuur" die een of meer van de functies verschaft van apparatuur die krachtens de opmerking bij 5A002 niet onder embargo valt. |

5E001 | "Technologie", als hieronder: a. "Technologie" overeenkomstig de algemene technologieopmerking voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" (de bediening niet inbegrepen) van apparatuur, functies of eigenschappen bedoeld in 5A001, of van de "programmatuur" bedoeld in 5D001.a.; b. Specifieke "technologie", als hieronder: 1. "noodzakelijke" "technologie" voor de "ontwikkeling" of de "productie" van telecommunicatieapparatuur, speciaal ontworpen voor gebruik aan boord van satellieten; 2. "technologie" voor de "ontwikkeling" of het "gebruik" van "laser"-communicatietechnieken die geschikt zijn voor het automatisch verzamelen en volgen van signalen en die communicatie onderhouden via de exosfeer, onder de grond of onder water; 3. "technologie" voor de "ontwikkeling" van digitale ontvangstapparatuur voor cellulaire radiobasisstations waarvan de ontvangstmogelijkheden, die werking via meerdere banden, kanalen, modi, algoritmecodes of protocols mogelijk maken, door veranderingen in de "programmatuur" kunnen worden gewijzigd; 4. "technologie" voor de "ontwikkeling" van "spread spectrum"-technieken, met inbegrip van "frequency hopping"-technieken; c. "Technologie" overeenkomstig de algemene technologieopmerking voor de "ontwikkeling" of de "productie" van een van de volgende soorten apparatuur: 1. apparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van digitale technieken, ontworpen voor het werken bij een "totale digitale overbrengsnelheid" hoger dan 15 Gbit/s; Technische opmerking: Voor schakelapparatuur wordt de "totale digitale overbrengingssnelheid" gemeten bij de snelste poort of lijn. 2. apparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van een "laser", en die een van de volgende kenmerken heeft: a. een transmissiegolflengte groter dan 1.750 nm; b. de functie "optische versterking", waarbij gebruik wordt gemaakt van versterkers van praseodymium-gedoteerde fluorvezel (PDFFA); c. gebruikmakend van coherente optische transmissietechnieken of coherente optische detectietechnieken (ook wel optische heterodyne of homodyne technieken genoemd); d. gebruikmakend van golflengteverdeling-multiplexing (wave length division multiplexing)-technieken van optische dragers met intervallen van minder dan 100 GHz; of e. gebruikmakend van analoge technieken en met een bandbreedte groter dan 2,5 GHz; Opmerking: 5E001.c.2.e is niet van toepassing op "technologie" voor de "ontwikkeling" of "productie" van commerciële TV-systemen. N.B.: Voor "technologie" voor de "ontwikkeling’ of "productie" van niet voor telecommunicatie bestemde apparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van een laser, zie 6E. 3. apparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van "optisch schakelen"; 4. radioapparatuur: a. waarin gebruik wordt gemaakt van kwadratuur-amplitudemodulatie (QAM)-technieken boven niveau 256; b. met een in- of uitvoerwerkfrequentie hoger dan 31,8 GHz; of Opmerking: In 5E001.c.4.b is niet bedoeld "technologie" voor de "ontwikkeling" of "productie" van apparatuur ontworpen of aangepast voor werking in een frequentieband die is "toegewezen door de ITU" voor radiocommunicatiediensten, maar niet voor radiodeterminatie. c. met werkfrequentie in de 1,5-87,5 MHz band en met adaptieve technieken die meer dan 15 dB onderdrukking van storende signalen verschaffen; 5. apparatuur waarin gebruik wordt gemaakt van "eenkanaalsignalering" ("common channel signalling") in niet-verbonden bedrijfswijze; of 6. mobiele apparatuur, met alle volgende kenmerken: a. met een optische golflengte groter dan of gelijk aan 200 nm en kleiner dan of gelijk aan 400 nm; en tevens b. gebruikt als een "lokaal netwerk"; d. "Technologie" overeenkomstig de algemene technologieopmerking voor de "ontwikkeling" of de "productie" van speciaal voor telecommunicatie ontwikkelde monolithisch geïntegreerde microgolf-schakelingen- (MMIC-)vermogensversterkers met een van de volgende kenmerken: 1. gespecificeerd voor werkfrequenties hoger dan 3,2 GHz en tot en met 6 GHz en met een gemiddeld uitgangsvermogen van meer dan 4 W (36 dBm) met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 15%; 2. gespecificeerd voor werkfrequenties hoger dan 6 GHz en tot en met 6 GHz en met een gemiddeld uitgangsvermogen van meer dan 1 W (30 dBm) met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 10%; 3. gespecificeerd voor werkfrequenties hoger dan 16 GHz en tot en met 31,8 GHz en met een gemiddeld uitgangsvermogen van meer dan 0,8 W (29 dBm) met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 10%; 4. gespecificeerd voor werkfrequenties hoger dan 31,8 GHz en tot en met 37,5 GHz; 5. gespecificeerd voor werkfrequenties hoger dan 37,5 GHz en tot en met 43,5 GHz en met een gemiddeld uitgangsvermogen van meer dan 0,25 W (24 dBm) met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 10%; of 6. gespecificeerd voor werkfrequenties hoger dan 43,5 GHz; e. "Technologie" overeenkomstig de algemene technologieopmerking voor de "ontwikkeling" of de "productie" van elektronische apparaten of schakelingen die speciaal ontworpen zijn voor telecommunicatie en die onderdelen bevatten vervaardigd van "supergeleidende" materialen die speciaal zijn ontworpen om te werken bij temperaturen beneden de "kritische temperatuur" van ten minste een van de "supergeleidende" bestanddelen en met een of meer van de volgende functies: 1. stroomschakelen voor digitale schakelingen die gebruikmaken van "supergeleidende" poorten waarbij het product van de vertragingstijd per poort (in seconden) en het energieverlies per poort (in watt) kleiner is dan 10-14 J; of 2. frequentieselectie bij alle frequenties met toepassing van afstemkringen met een Q-waarde hoger dan 10.000. |

5E002 | "Technologie" overeenkomstig de algemene technologieopmerking voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van apparatuur bedoeld in 5A002 en 5B002 of van "programmatuur" bedoeld in 5D002.a. of 5D002.c. |

DEEL B

Artikel 6 is van toepassing op de volgende goederen:

Vermelding in bijlage I | Beschrijving |

0A001 | "Kernreactoren" en speciaal ontworpen en gebouwde uitrusting en onderdelen ervan, als hieronder: a. "kernreactoren"; b. metalen vaten, of belangrijke speciaal vervaardigde onderdelen ervan, met inbegrip van het deksel van een reactordrukvat, die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd als omhulsel van de kern van een "kernreactor"; c. bedieningsapparatuur, speciaal ontworpen of vervaardigd om splijtstof in een "kernreactor" aan- of af te voeren; d. regelstaven, d.w.z. staven die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor de beheersing van het splijtingsproces in een "kernreactor", de draag- of ophangconstructies daarvoor, mechanismen voor het besturen van de regelstaven en buizen voor het geleiden van de regelstaven; e. drukpijpen, d.w.z. buizen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd om dienst te doen als houder van de splijtstofelementen en het primaire koelmiddel in een "kernreactor" bij een werkdruk van meer dan 5,1 MPa; f. zirkoniummetaal en legeringen in de vorm van buizen of samenstellen van buizen waarin de gewichtsverhouding tussen hafnium en zirkonium minder is dan 1:500, speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik in een "kernreactor"; g. koelpompen, d.w.z. pompen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor het doen circuleren van het primaire koelmiddel van "kernreactoren"; h. "inwendige delen van kernreactoren" die speciaal ontworpen of vervaardigd zijn voor gebruik in een "kernreactor", met inbegrip van draagconstructies voor de reactorkern, brandstofkanalen, hitteschilden, keerschotten, roosterplaten van de reactorkern en diffusorplaten; Opmerking: In 0A.001.h. wordt onder 'inwendige delen van kernreactoren' verstaan iedere grote structuur binnen een reactorvat die één of meer functies heeft, zoals ondersteuning van de kern, handhaving van de splijtstofafstelling, sturing van het primaire koelmiddel, het verschaffen van stralingsschermen voor het reactorvat, en de besturing van instrumentatie in de kern. i. warmtewisselaars (stoomgeneratoren), speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik in het primaire koelmiddelcircuit van een "kernreactor"; j. instrumenten voor neutronenwaarneming en -meting, speciaal ontworpen of vervaardigd voor het bepalen van de niveaus van de neutronenflux in de kern van een "kernreactor". |

0C002 | "Speciale splijtstoffen" Opmerking: In 0C002 is niet bedoeld vier "effectieve gram" of minder, indien in een afgesloten gedeelte van een meetelement in instrumenten. |

BIJLAGE II

Goederen en technologie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), artikel 2, lid 3, artikel 4, artikel 5, lid 1, onder b), en artikel 5, lid 1, onder d)

INLEIDING

1. Tenzij anders is aangegeven, verwijzen de referentienummers in de kolom "Beschrijving" naar de beschrijvingen van producten en technologie voor tweeërlei gebruik in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.

2. Een referentienummer in de kolom "Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009" houdt in dat de kenmerken van het in de kolom "Beschrijving" beschreven artikel buiten de parameters bedoeld in de beschrijving van de desbetreffende post vallen.

3. De definitie van termen tussen 'enkele aanhalingstekens' wordt gegeven in een technische opmerking bij de betrokken post.

4. De definitie van termen tussen "dubbele aanhalingstekens" kan worden gevonden in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.

Algemene opmerkingen

1. De doelstelling van het verbod op de in deze bijlage vermelde goederen mag niet worden omzeild door de uitvoer van toegestane goederen (met inbegrip van fabrieken) die een of meer verboden onderdelen bevatten, als deze onderdelen het voornaamste element van de goederen vormen en gemakkelijk kunnen worden verwijderd of voor andere doeleinden worden aangewend.

N.B.: Of de verboden onderdelen als voornaamste element moeten worden aangemerkt, dient te worden beoordeeld aan de hand van factoren als hoeveelheid, waarde en technologische knowhow alsmede andere bijzondere omstandigheden op grond waarvan de verboden onderdelen als voornaamste element van de geleverde goederen kunnen worden aangemerkt.

2. Met "goederen" worden in deze bijlage zowel nieuwe als gebruikte goederen bedoeld.

Algemene technologieopmerking (ATO)

(Te lezen als onderdeel van sectie II.B.)

1. De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van 'technologie' die 'noodzakelijk' is voor de 'ontwikkeling', de 'productie' of het 'gebruik' van goederen waarvan de verkoop, levering, overdracht of uitvoer in deel A (Goederen) wordt verboden, is op grond van de bepalingen van sectie II.B verboden.

2. 'Technologie' die 'noodzakelijk' is voor de 'ontwikkeling', de 'productie' of het 'gebruik' van verboden goederen is ook verboden als deze technologie wordt toegepast op toegestane goederen.

3. Het verbod geldt niet voor de minimaal noodzakelijke 'technologie' voor installatie, bediening, onderhoud en (controle) reparatie van goederen die niet verboden zijn of waarvan de uitvoer op grond van Verordening (EG) nr. 423/2007 of onderhavige verordening is toegestaan.

4. Het verbod op de overdracht van 'technologie' is niet van toepassing op informatie die 'voor iedereen beschikbaar' is, op 'fundamenteel wetenschappelijk onderzoek' en op de voor octrooiaanvragen noodzakelijke minimuminformatie.

II.A. GOEDEREN

A0. Nucleaire goederen, installaties en uitrusting |

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

II.A0.001 | Hollekathodelampen, als volgt: a. hollekathodelampen met joodkathode en een venster van zuiver silicium of kwarts; b. hollekathodelampen met uraankathode. | — |

II.A0.002 | Faraday-isolatoren voor de golflengte 500 nm – 650 nm. | — |

II.A0.003 | Optische tralies voor de golflengte 500 nm – 650 nm. | — |

II.A0.004 | Optische vezels voor de golflengte 500 nm – 650 nm, bekleed met een antireflecterende laag voor de golflengte 500 nm – 650 nm en met een kerndiameter van meer dan 0,4 mm doch niet meer dan 2 mm. | — |

II.A0.005 | Onderdelen van een reactordrukvat en testapparatuur, anders dan in de zin van 0A001, als volgt: 1. afdichtingen; 2. interne onderdelen; 3. afdichtings-, test- en meetapparatuur. | 0A001 |

II.A0.006 | Nucleaire detectieapparatuur voor de detectie, identificatie of kwantificatie van radioactieve stoffen en straling van nucleaire oorsprong, alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, anders dan in de zin van 0A001.j of 1A004.c. | 0A001.j 1A004.c |

II.A0.007 | Balgafsluiters van aluminiumlegering of roestvrij staal, type 304, 304L of 316 L. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op balgafsluiters in de zin van 0B001.c.6 en 2A226. | 0B001.c.6 2A226 |

II.A0.008 | Laserspiegels, andere dan bedoeld in 6A005.e, bevattende een substraat met een warmte-uitzettingscoëfficiënt van 10-6K-1 of minder bij 20 °C (bijvoorbeeld gesmolten siliciumdioxide of saffier). Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op optische systemen die speciaal voor astronomische toepassingen zijn ontworpen, tenzij de spiegels gesmolten siliciumdioxide bevatten. | 0B001.g.5, 6A005.e |

II.A0.009 | Laserlenzen, anders dan bedoeld in 6A005.e.2, bevattende een substraat met een warmte-uitzettingscoëfficiënt van 10-6K-1 of minder bij 20 °C (bijvoorbeeld gesmolten siliciumdioxide). | 0B001.g, 6A005.e.2 |

II.A0.010 | Pijpen, pijpleidingen, flenzen en hulpstukken, vervaardigd van of gevoerd met nikkel of een nikkellegering die 40 gewichtspercenten of meer nikkel bevat, andere dan bedoeld in 2B350.h.1, met betrekking tot pijpen met een binnenste diameter die kleiner is dan 100 mm. | 2B350 |

II.A0.012 | Afgeschermde ruimten voor het manipuleren, opslaan en behandelen van radioactieve stoffen (hete cellen). | 0B006 |

II.A0.013 | 'Natuurlijk uraan' of 'verarmd uraan' of thorium in de vorm van metaal, legering, chemische verbinding of concentraat en elk materiaal dat een of meer van de voorgaande stoffen bevat, anders dan in de zin van 0C001. | 0C001 |

II.A0.014 | Ontstekingskamers met een explosieabsorptievermogen van meer dan 2,5kg TNT-equivalent. | — |

A1. Materialen, chemicaliën, 'micro-organismen' en 'toxinen' |

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

II.A1.001 | Bis(2-ethylhexyl)fosforzuur (HDEHP of D2HPA) CAS 298-07-7 (oplosmiddel) in elke hoeveelheid, met een zuiverheid van meer dan 90%. | – |

II.A1.002 | Fluorgas (Chemical Abstract-nummer (CAS) 7782-41-4), met een zuiverheid van meer dan 95%. | – |

II.A1.005 | Elektrolytische cellen voor de productie van fluor met een capaciteit van meer dan 100 g fluor per uur. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op elektrolytische cellen in de zin van 1B225. | 1B225 |

II.A1.006 | Katalysatoren, andere dan die waarvoor overeenkomstig 1A225 een verbod geldt, bevattende platina, palladium of rhodium, bruikbaar voor het bevorderen van de waterstofisotoopuitwisseling tussen waterstof en water voor het terugwinnen van tritium uit zwaar water of voor de productie van zwaar water. | 1B231, 1A225 |

II.A1.007 | Aluminium en aluminiumlegeringen, andere dan die bedoeld in 1C002.b.4 of 1C202.a, in ruwe vorm of als halffabricaat, met een van de volgende kenmerken: a. met een breukspanning van 460 MPa of meer bij 293 K (20 °C); of b. met een treksterkte van 415 MPa of meer bij 298 K (25 °C). | 1C002.b.4, 1C202.a |

II.A1.008 | Magnetische metalen van alle soorten, ongeacht de vorm, met een relatieve beginpermeabiliteit van 120.000 of meer en dikte van 0,05 tot 0,1 mm. | 1C003.a. |

II.A1.009 | 'Stapel- of continuvezelmateriaal' of prepregs als hieronder: a. a) 'stapel- en continuvezelmateriaal' van koolstof of aramide met een van de volgende kenmerken: 1. een 'specifieke modulus' groter dan 10 × 106 m; of 2. een 'specifieke treksterkte' groter dan 17 × 104 m; b. b) 'stapel- en continuvezelmateriaal' van glas met een van de volgende kenmerken: 1. een 'specifieke modulus' groter dan 3,18 × 106 m; of 2. een 'specifieke treksterkte' groter dan 76,2 × 10³ m; c. thermogeharde met hars geïmpregneerde continu-'garens', -'rovings', -'linten' of -'banden' met een breedte van 15 mm of minder (prepregs), vervaardigd uit 'stapel- en continuvezelmateriaal' van koolstof of glas, anders dan bedoeld in II.A1.010.a. of b. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op stapel- of continuvezelmateriaal als bedoeld in 1C010.a, 1C010.b, 1C210.a en 1C210.b. | 1C010.a 1C010.b 1C210.a 1C210.b |

II.A1.010 | Met hars of asfaltbitumen geïmpregneerde vezels (prepregs), met metaal of koolstof beklede vezels (preforms) of 'halffabricaten voor koolstofvezels', als hieronder: a. gemaakt van 'stapel- of continuvezelmateriaal' als bedoeld in II.A1.009 hierboven; b. met epoxyhars geïmpregneerd koolstof-'stapel- of continuvezelmateriaal' (prepregs), bedoeld in 1C010.a, 1C010.b of 1C010.c, voor de reparatie van casco’s of laminaten van vliegtuigen als de afzonderlijke prepreg-vellen niet groter zijn dan 50 cm × 90 cm; c. prepregs, bedoeld in 1C010.a, 1C010.b of 1C010.c, geïmpregneerd met fenol- of epoxyharsen met een glastemperatuur (Tg) van minder dan 433 K (160 °C) en een hardingstemperatuur die lager ligt dan de glastemperatuur. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op stapel- of continuvezelmateriaal als bedoeld in 1C010.e. | 1C010.e. 1C210 |

II.A1.011 | Composieten van met siliciumcarbide versterkte keramiek, geschikt voor neuskegels, terugkeervoertuigen, straalpijpen, bruikbaar voor 'raketten', anders dan in de zin van 1C107. | 1C107 |

II.A1.012 | Maragingstaal, anders dan in de zin van 1C116 of 1C216, 'geschikt voor' een treksterkte van 2050 MPa of meer bij 293 K (20 °C). Technische opmerking: De zinsnede 'maragingstaal geschikt voor' omvat maragingstaal zowel voor als na warmtebehandeling. | 1C216 |

II.A1.013 | Wolfraam, tantaal, wolfraamcarbide, tantaalcarbide en legeringen, met beide volgende kenmerken: a. in vormen met holle cilindersymmetrie of sferische symmetrie (daaronder mede begrepen cilindersegmenten) met een binnendiameter tussen 50 mm en 300 mm; en tevens b. met een massa groter dan 5 kg. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op wolfraam, wolfraamcarbide en legeringen in de zin van 1C226. | 1C226 |

II.A1.014 | Elementaire poeders van kobalt, neodymium of samarium of legeringen of mengsels daarvan bevattende ten minste 20 gewichtspercenten kobalt, neodymium of samarium, met een deeltjesgrootte van minder dan 200 μm. | — |

II.A1.015 | Zuiver tributylfosfaat (TBP) [CAS 126-73-8] en mengsels bevattende 5 of meer gewichtspercenten TBP. | — |

II.A1.016 | Maragingstaal, ander dan dat waarvoor overeenkomstig 1C116, 1C216 of II.A1.012 een verbod geldt. Technische opmerking: Maragingstaal is een ijzerlegering die gewoonlijk door een hoog nikkelgehalte, een zeer laag koolstofgehalte en het gebruik van vervangende elementen of precipitaten voor het versterken en tijdharden van de legering wordt gekenmerkt. | — |

II.A1.017 | Metalen, metaalpoeders en materialen, als hieronder: a. wolfraam en wolfraamlegeringen, andere dan die waarvoor overeenkomstig 1C117 een verbod geldt, in de vorm van uniform bolvormige of verstoven deeltjes met een diameter van 500 μm of minder, bevattende 97 of meer gewichtspercenten wolfraam; b. molybdeen en molybdeenlegeringen, andere dan die waarvoor overeenkomstig 1C117 een verbod geldt, in de vorm van uniform bolvormige of verstoven deeltjes met een diameter van 500 μm of minder, bevattende 97 of meer gewichtspercenten molybdeen; c. wolfraamhoudende materialen in vaste vorm, andere dan die waarvoor overeenkomstig I1C226 of II.A1.013 een verbod geldt, met de volgende samenstelling: 1. wolfraam en wolfraamlegeringen bevattende 97 of meer gewichtspercenten wolfraam; 2. met koper geïnfiltreerd wolfraam bevattende 80 of meer gewichtspercenten wolfraam; of 3. met zilver geïnfiltreerd wolfraam bevattende 80 of meer gewichtspercenten wolfraam. | — |

II.A1.018 | Zachte magnetische legeringen met een chemische samenstelling als hieronder: a) een ijzergehalte tussen 30% en 60%, en b) een kobaltgehalte tussen 40% en 60%. | — |

II.A1.019 | "Stapel- of continuvezelmateriaal" of prepregs, niet verboden bij bijlage I of bijlage II (onder II.A1.009, II.A1.010) bij deze verordening, noch voorkomend in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009, als hieronder: a) "stapel- of continuvezelmateriaal" van koolstof; Opmerking: II.A1.019a. is niet van toepassing op weefsels. b) thermogeharde met hars geïmpregneerde continu-"garens", -"rovings", -"linten" of -"banden", vervaardigd uit "stapel- en continuvezelmateriaal" van koolstof; c) continu-"garens", -"rovings", -"linten" of –"banden" van polyacrylonitryl. | — |

A2. Materiaalbewerking |

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

II.A2.001 | Systemen en apparatuur voor het beproeven door middel van trillingen, en desbetreffende onderdelen, anders dan in de zin van 2B116: a. systemen voor het beproeven door middel van trillingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van terugkoppel- of gesloten-kringtechnieken en welke een digitale besturing bevatten, die geschikt zijn om een systeem te laten trillen met een versnelling gelijk aan of groter dan 0,1 g RMS tussen 0,1 Hz en 2 kHz en die krachten gelijk aan of groter dan 50 kN, met 'onbelaste tafel' gemeten, kunnen overbrengen; b. digitale besturingseenheden, in combinatie met speciaal ontworpen 'programmatuur' voor het testen door middel van trillingen, met een real-time-bandbreedte van meer dan 5 kHz en ontworpen voor gebruik met de systemen bedoeld onder a.; c. trillingsopwekkers, met of zonder bijbehorende versterkers, geschikt om een kracht gelijk aan of groter dan 50 kN uit te oefenen, met 'onbelaste tafel' gemeten, en geschikt voor de onder a. bedoelde systemen; d) beproevingsopstellingen en elektronische eenheden ontworpen om verscheidene trillingsopwekkers in een geheel trillingssysteem te combineren, geschikt om een totale effectieve kracht gelijk aan of groter dan 50 kN uit te oefenen, met 'onbelaste tafel' gemeten, en geschikt voor de onder a. bedoelde systemen. Technische opmerking: 'Onbelaste tafel' betekent een vlakke tafel of een vlak oppervlak, zonder klemmen of hulpstukken. | 2B116 |

II.A2.002 | Werktuigmachines en onderdelen en numerieke besturingen voor werktuigmachines, als hieronder: a. werktuigmachines voor slijpen met een instelnauwkeurigheid, "inclusief alle compensaties", die gelijk is aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) is dan 15 micrometer overeenkomstig ISO-norm 230/2 (1988) (1) of nationale equivalenten langs elke lineaire as; Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op werktuigmachines voor slijpen als bedoeld in 2B201.b en 2B001.c b. onderdelen en numerieke besturingen, speciaal ontworpen voor de werktuigmachines bedoeld in 2B001, 2B201, of onder a. | 2B201.b 2B001.c |

II.A2.003 | Balanceermachines en aanverwante uitrusting, als volgt: a. balanceermachines die ontworpen of aangepast zijn voor tandheelkundige of andere medische uitrusting, met alle hiernavolgende kenmerken: 1. niet geschikt voor het uitbalanceren van rotors/samenstellingen met een massa van meer dan 3 kg; 2. geschikt voor het uitbalanceren van rotors/samenstellingen bij een omwentelingssnelheid hoger dan 12500 t.p.m.; 3. geschikt voor het corrigeren van onbalans in twee of meer vlakken; en tevens 4. geschikt voor het uitbalanceren tot op een resterende specifieke onbalans van 0,2 g × mm per kg rotorgewicht; b. indicatorkoppen die zijn ontworpen of aangepast voor gebruik met de bij a. aangegeven machines. Technische opmerking: Indicatorkoppen worden soms ook balanceerinstrumenten genoemd. | 2B119 |

II.A2.004 | Op afstand bediende manipulatoren die kunnen worden aangewend voor het doen verrichten van handelingen op afstand bij radiochemische scheidingswerkingen of in hete cellen, anders dan in de zin van 2B225, met een van de volgende kenmerken: a. geschikt om te werken bij een hetecelwand met een dikte van 0,3 m of meer (opereren door de wand heen); of b. geschikt om de afstand over de bovenkant van een hetecelwand met een dikte van 0,3 m of meer te overbruggen (opereren over de wand heen). | 2B225 |

II.A2.006 | Oxidatieovens geschikt voor werktemperaturen boven 400 °C. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op tunnelovens met rol- of wagentransport, tunnelovens met transportband, doorschuifovens of pendelovens, speciaal ontworpen voor de vervaardiging van glas, tafelgerei van keramiek of constructieve keramiek. | 2B226 2B227 |

II.A2.007 | "Drukomzetters", anders dan in de zin van 2B230, geschikt voor het meten van de absolute druk op elk punt in het traject van 0 tot 200 kPa, met beide hiernavolgende kenmerken: a. drukopneemelementen vervaardigd van of beschermd door "materiaal dat bestand is tegen corrosie door (UF6)"; en b. met een van de volgende kenmerken: 1. een volledig bereik van minder dan 200 kPa en een "nauwkeurigheid" beter dan ±1% van het volledige bereik; of 2. een volledig bereik van 200 kPa of groter en een "nauwkeurigheid" beter dan 2 kPa. | 2B230 |

II.A2.011 | Centrifuges, geschikt voor het continu scheiden zonder aërosolvorming, en gemaakt van: 1. legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom; 2. fluorpolymeren; 3. glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining); 4. nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten; 5. tantaal of tantaallegeringen; 6. titaan of titaanlegeringen; of 7. zirkonium of zirkoniumlegeringen. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op centrifuges in de zin van 2B352.c. | 2B352.c |

II.A2.012 | Filters van gesinterd metaal, gemaakt van nikkel of een nikkellegering die 40 gewichtspercenten of meer nikkel bevat. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op controlefilters in de zin van 2B352.d. | 2B352.d |

II.A2.013 | Forceer-(spin-forming) of vloei-(flow-forming) draaibanken, andere dan die als bedoeld in 2B009 2B109 of 2B209, met een walskracht van meer dan 60 kN, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor. Technische opmerking: Voor de toepassing van II.A2.013 worden machines die de functies van forceren en vloeidraaien combineren, beschouwd als vloeidraaibanken. | — |

A3. Elektronica |

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

II.A3.001 | Hoogspanningsgelijkstroombronnen met beide onderstaande eigenschappen: a. over een periode van acht uur ononderbroken 10 kV of meer kunnen produceren bij een uitgangsvermogen van 5 kW of meer, al dan niet met sweeping; en tevens b. met een stroom- of spanningsstabiliteit beter dan 0,1% over een periode van vier uur. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op voedingen en stroombronnen bedoeld in 0B001.j.5 en 3A227. | 3A227 |

II.A3.002 | Massaspectrometers, anders dan bedoeld in 3A233 of 0B002.g, die ionen met een massa van 200 atomaire massa eenheden (a.m.e.) of meer kunnen meten en die een oplossend vermogen hebben dat beter is dan 2 a.m.e. op 200 a.m.e., en ionenbronnen hiervoor, als volgt: a. inductief gekoppelde plasmamassaspectrometers (ICP/MS); b. massaspectrometers werkend door middel van een gloeiontlading (GDMS); c. massaspectrometers werkend door middel van thermische ionisatie (TIMS); d. massaspectrometers werkend door middel van elektronenbeschieting, met een bronkamer vervaardigd van of bedekt met 'materiaal dat bestand is tegen corrosie door (UF6)'; e. massaspectrometers werkend met een molecuulbundel, met een van de volgende kenmerken: 1. een bronkamer vervaardigd van of bedekt met roestvrij staal of molybdeen en uitgerust met een koelval die tot 193 K (– 80 °C) of lager kan worden afgekoeld, of 2. een bronkamer vervaardigd van of bedekt met 'materiaal dat bestand is tegen corrosie door (UF6)'; f. massaspectrometers werkend met een microfluoreer-ionenbron ontworpen voor actiniden of actinidefluoriden. | 3A233 |

II.A3.003 | Frequentieomzetters of frequentiegeneratoren, andere dan die waarvoor overeenkomstig 0B001 of 3A225 een verbod geldt, met alle volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en programmatuur: a. een meerfasige uitgang geschikt voor het leveren van een vermogen van 40 W of groter; b. geschikt om te werken in het frequentiegebied van 600 tot 2.000 Hz; en tevens c. frequentieafwijking kleiner dan 0,1%. Technische opmerking: De in II.3A.003 bedoelde frequentieomzetters zijn ook bekend als converters of inverters. | — |

A6. Sensoren en lasers |

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

II.A6.001 | Yttrium-aluminium-granaat (YAG)-staven | – |

II.A6.002 | Optische apparatuur en onderdelen daarvoor, andere dan bedoeld in 6A002 en 6A004.b, als hieronder: optische apparaten werkend in het infrarode spectrum, voor de golflengte 9000 nm – 17000 nm, en onderdelen daarvoor, met inbegrip van onderdelen van cadmiumtelluride (CdTe). | 6A002 6A004.b |

II.A6.003 | Golffrontcorrectoren voor gebruik met een laserbundel met een diameter van meer dan 4 mm, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met inbegrip van stuursystemen, golffrontsensoren en 'vervormbare spiegels', waaronder bimorfe spiegels. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op spiegels in de zin van 6A004.a, 6A005.e en 6A005.f. | 6A003 |

II.A6.004 | Argon-ion-"lasers" met een gemiddeld uitgangsvermogen van 5 W of meer. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op argon-ion-'lasers' in de zin van 0B001.g.5, 6A005 en 6A205.a. | 6A005.a.6 6A205.a |

II.A6.005 | Halfgeleider-"lasers" en onderdelen daarvoor, als volgt: a. afzonderlijke halfgeleider-"lasers" met een uitgangsvermogen van meer dan 200 mW elk, in hoeveelheden groter dan 100; b. arrays van halfgeleider-"lasers" met een uitgangsvermogen van meer dan 20 W. Opmerkingen: 1. Halfgeleider-"lasers" worden gewoonlijk "laser"-dioden genoemd. 2. Dit artikel is niet van toepassing op "lasers" in de zin van 0B001.g.5, 0B001.h.6 en 6A005.b. 3. Dit artikel is niet van toepassing op "laser"-dioden met een golflengte van 1200 nm - 2000 nm. | 6A005.b |

II.A6.006 | Afstembare halfgeleider-"lasers" en afstembare halfgeleider-'lasers' in series (arrays), met een golflengte van 9 μm–17 μm, alsmede stacks van arrays van halfgeleider-'lasers' die ten minste één array van afstembare halfgeleider-'lasers' met een dergelijke golflengte bevatten. Opmerkingen: 1. Halfgeleider-"lasers" worden gewoonlijk "laser"-dioden genoemd. 2. Dit artikel is niet van toepassing op halfgeleider-"lasers" in de zin van 0B001.h.6 en 6A005.b. | 6A005.b |

II.A6.007 | "Afstembare" vastestof-"lasers", als hieronder, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen: a. titaan-saffier-lasers; b. alexandriet-lasers. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op titaan-saffier- en alexandriet-lasers als bedoeld in 0B001.g.5, 0B001.h.6 en 6A005.c.1. | 6A005.c.1 |

II.A6.008 | Neodymium-gedoopte (anders dan glas) "lasers" met een golflengte aan de uitgang langer dan 1000 nm doch niet langer dan 1100 nm, en een uitgangsenergie van meer dan 10 J per impuls. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op neodymium-gedoopte (anders dan glas) 'lasers' in de zin van 6A005.c.2.b. | 6A005.c.2 |

II.A6.009 | Onderdelen van akoestisch-optische apparatuur, als volgt: a. beeld(framing)-buizen en halfgeleiderelementen voor beeldvorming met een herhalingsfrequentie van 1 kHz of meer; b. materiaal voor deze herhalingsfrequentie; c. pockels-cellen. | 6A203.b.4.c |

II.A6.010 | Stralingsbestendige camera’s of lenzen daarvoor, anders dan in de zin van 6A203.c, speciaal ontworpen of gekwalificeerd als bestand zijnde tegen een stralingsniveau hoger dan 50 × 10³ Gy(silicium) (5 × 106 rad (silicium)) zonder verslechtering van de werking. Technische opmerking: De term Gy(silicium) verwijst naar de energie in Joule per kilogram die wordt geabsorbeerd door een onbeschermde hoeveelheid silicium bij blootstelling aan ioniserende straling. | 6A203.c |

II.A6.011 | Afstembare gepulseerde kleurstof-laser-versterkers en oscillatoren, met alle volgende kenmerken: 1. een golflengte van 300 nm tot 800 nm; 2. een gemiddeld uitgangsvermogen groter dan 10 W, doch niet groter dan 30 W; 3. een herhalingssnelheid groter dan 1 kHz; en tevens 4. een pulsduur korter dan 100 ns. Opmerkingen: 1. Dit artikel is niet van toepassing op monomodusoscillatoren. 2. Dit artikel is niet van toepassing op afstembare gepulseerde kleurstoflaserversterkers en oscillatoren in de zin van 6A205.c, 0B001.g.5 en 6A005. | 6A205.c |

II.A6.012 | Gepulseerde koolstofdioxide-"lasers" met alle volgende kenmerken: 1. een golflengte van 9000 nm tot 11000 nm; 2. een herhalingssnelheid groter dan 250 Hz; 3. een gemiddeld uitgangsvermogen groter dan 100 W, doch niet groter dan 500 W; en tevens 4. een pulsduur korter dan 200 ns. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op gepulseerde kleurstoflaserversterkers en oscillatoren in de zin van 6A205.d, 0B001.h.6 en 6A005.d. | 6A205.d |

A7. Navigatie en vliegtuigelektronica

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

II.A7.001 | Traagheidsnavigatiesystemen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als volgt: I. Traagheidsnavigatiesystemen die gecertificeerd zijn voor gebruik in "civiele vliegtuigen" door de civiele autoriteiten van een staat die deelneemt aan het Wassenaar Arrangement, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als volgt: a. traagheidsnavigatiesystemen (INS) (zowel met cardanische ophanging als vast) en traagheidsapparatuur ontworpen voor "vliegtuigen", voor voertuigen voor gebruik aan land, voor vaartuigen (zowel oppervlakteschepen als onderzeeboten) of voor 'ruimtevaartuigen', voor standregeling, geleiding of besturing met een of meer van de volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen: 1. (vrije traagheids)navigatiefout van 0,8 zeemijl per uur (nm/hr) "Circular Error Probable" (CEP) of minder (beter) na normale uitrichting; of 2. gespecificeerd om te werken bij lineaire versnellingsniveaus van meer dan 10 g; b. hybride traagheidsnavigatiesystemen met ingebouwd wereldwijd satellietnavigatiesysteem (GNSS) of "navigatiesysteem met als referentie een gegevensbestand" ("DBRN") voor standregeling, geleiding of besturing, na normale uitrichting, met na uitval van GNSS of "DBRN" gedurende een periode tot 4 minuten een INS-precisie van minder (beter) dan tien meter "Circular Error Probable" (CEP); c. traagheidsapparatuur voor azimutpeilingen, koersbepaling en bepalen van het noorden met een of meerdere van de volgende kenmerken, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor: 1. ontworpen voor een azimutpeiling, koersbepaling of bepaling van het noorden met een nauwkeurigheid die gelijk is aan of minder (beter) dan 6 boogminuten RMS op een geografische breedte van 45 graden; of 2. ontworpen om niet-operationeel bestand te zijn tegen schokken van 900 g of meer met een duur van 1 ms of meer. Opmerking: De parameters van I.a en I.b zijn van toepassing onder alle hierna vermelde omgevingsomstandigheden: 1. invoer van willekeurige trillingen met een totale magnitude van 7,7 g rms tijdens het eerste halfuur en een totale testduur van anderhalf uur per as voor elk van de drie loodrechte assen, wanneer de willekeurige trillingen aan de volgende voorwaarden voldoen: a. een constante spectrale vermogensdichtheid (PSD) van 0,04 g²/Hz bij een frequentie-interval van 15 tot 1000 Hz; en tevens b. de PSD verkleint naar gelang van de frequentie van 0,04 g²/Hz tot 0,01 g²/Hz bij een frequentie-interval van 1000 tot 2000 Hz; 2. een slinger- en giersnelheid van +2,62 rad/s (150 °/s) of meer; of 3. overeenkomstig nationale normen die gelijkwaardig zijn aan de bovenstaande punten 1 en 2. Technische opmerkingen: 1. I.b. betreft systemen waarin INS of andere onafhankelijke navigatiehulpmiddelen in een afzonderlijke entiteit zijn ingebouwd met het oog op betere prestaties. 2. "Circular Error Probable" (CEP – 50% trefkanscirkel): bij normale cirkelvormige spreiding de straal van de cirkel die 50 procent bestrijkt van de afzonderlijke metingen die worden verricht, of de straal van de cirkel waarbinnen er 50 procent kans is om te worden gelokaliseerd. II. Met traagheidsnavigatie werkende theodolietsystemen die speciaal ontworpen zijn voor civiele opmetingen en ontworpen voor een azimutpeiling, koersbepaling of bepaling van het noorden met een nauwkeurigheid die gelijk is aan of minder (beter) dan 6 boogminuten rms op een geografische breedte van 45 graden, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen. III. Apparatuur voor traagheidsnavigatie of andere apparatuur die gebruik maakt van versnellingsmeters als bedoeld in 7A001 of 7A101, indien die versnellingsmeters speciaal ontworpen en ontwikkeld zijn voor gebruik in boorputten als sensoren voor gebruik tijdens het boren (Measurement While Drilling- of MWD-sensoren). | 7A003 7A103 |

A9. Ruimtevaart en voortstuwing

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

II.A9.001 | Explosieve bouten | — |

II.B. TECHNOLOGIE

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

II.B.001 | Technologie die noodzakelijk is voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van goederen welke onder deel II.A. (Goederen) vallen. | – |

II.B.002 | Technologie die noodzakelijk is voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van goederen vallende onder deel IV.A (Goederen) van bijlage IV. Technische opmerking: De term 'technologie' omvat ook programmatuur. | – |

BIJLAGE III

Lijst van uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt, als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b), artikel 5, lid 1, onder c) en artikel 5, lid 1, onder e)

1. De volgende vuurwapens, munitie en toebehoren:

1.1 vuurwapens die niet vallen onder ML 1 of ML 2 van de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de Europese Unie[21];

1.2 munitie speciaal ontworpen voor de vuurwapens die zijn vermeld in punt 1.1, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

1.3 vuurwapenvizieren die niet vallen onder de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de EU.

2. Bommen en granaten die niet vallen onder de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de EU.

3. De volgende voertuigen:

3.1 voertuigen uitgerust met een waterkanon, die speciaal zijn ontworpen of aangepast ten behoeve van oproerbeheersing;

3.2 voertuigen die speciaal zijn ontworpen of aangepast om door middel van stroomstoten indringers af te weren;

3.3 voertuigen die speciaal zijn ontworpen of aangepast om barricades te verwijderen, met inbegrip van constructiematerieel met bescherming tegen kogels;

3.4 voertuigen die speciaal zijn ontworpen voor vervoer of overbrenging van gevangenen en/of gedetineerden;

3.5 voertuigen die speciaal zijn ontworpen om mobiele barrières op te werpen;

3.6 voor de in 3.1 tot en met 3.5 vermelde voertuigen bestemde onderdelen, speciaal ontworpen ten behoeve van oproerbeheersing.

Opmerking 1 Dit punt is niet van toepassing op voertuigen die speciaal zijn ontworpen ten behoeve van brandbestrijding.

Opmerking 2 Voor de toepassing van punt 3.5 omvat de term "voertuigen" ook opleggers en aanhangwagens.

4. De volgende explosieven en aanverwante uitrusting:

4.1 uitrusting en toestellen die speciaal ontworpen zijn voor het al dan niet elektronisch inleiden van explosies, met inbegrip van ontstekingstoestellen, detonatoren, ontstekers, boosters en slagkoord, alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met uitzondering van: uitrusting en toestellen die speciaal ontworpen zijn voor een specifiek commercieel gebruik, zijnde het door detonatie in werking stellen of doen functioneren van andere uitrusting of toestellen die niet het veroorzaken van explosies tot functie hebben (bijvoorbeeld toestellen voor het opblazen van airbags, piekstroombegrenzers of toestellen voor het in werking stellen van sprinklerinstallaties);

4.2 ladingen voor directionele explosies die niet onder de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de EU vallen;

4.3 de volgende andere explosieven die niet onder de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de Europese Unie vallen, en aanverwante stoffen:

a. amatol;

b. nitrocellulose (met een stikstofgehalte van meer dan 12,5%);

c. nitroglycol;

d. penta-erythritoltetranitraat (PETN);

e. picrylchloride;

f. 2,4,6-trinitrotolueen (TNT).

5. De volgende beschermende uitrusting die niet valt onder ML 13 van de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de EU:

5.1 lichaamspantsering met bescherming tegen kogels en/of messteken;

5.2 kogel- en/of fragmentatiebestendige helmen, helmen voor oproerbeheersing, schilden voor oproerbeheersing en kogelbestendige schilden.

Opmerking : Dit punt heeft geen betrekking op:

- uitrusting speciaal ontworpen voor sportactiviteiten;

- uitrusting speciaal ontworpen voor de veiligheid op het werk.

6. Simulatieapparatuur die niet onder ML 14 van de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de EU valt, voor opleiding in het gebruik van vuurwapens en speciaal daarvoor ontworpen programmatuur.

7. Niet door de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de EU bestreken nachtzicht- en thermischebeeldvormingsapparatuur en beeldversterkerbuizen.

8. Scheermesprikkeldraad.

9. Militaire messen, gevechtsmessen en bajonetten met een bladlengte van meer dan 10 cm.

10. Productieapparatuur die speciaal is ontworpen voor de in deze lijst vermelde goederen.

11. Specifieke technologie voor de ontwikkeling, de vervaardiging of het gebruik van de in deze lijst vermelde goederen.

BIJLAGE IV

Goederen en technologieën bedoeld in de artikelen 3 en 5, lid 2

INLEIDING

1. Tenzij anders is aangegeven, verwijzen de referentienummers in de kolom "Beschrijving" naar de beschrijvingen van producten en technologie voor tweeërlei gebruik in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.

2. Een referentienummer in de kolom "Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009" houdt in dat de kenmerken van het in de kolom "Beschrijving" beschreven artikel buiten de parameters in de zin van de beschrijving van de desbetreffende post vallen.

3. De definitie van termen tussen 'enkele aanhalingstekens' wordt gegeven in een technische opmerking bij de betrokken post.

4. De definitie van termen tussen "dubbele aanhalingstekens" kan worden gevonden in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.

ALGEMENE OPMERKINGEN

1. De doelstelling van de controle op de uitvoer van de goederen, vermeld in deze bijlage, mag niet worden omzeild door de uitvoer van niet aan vergunningsplicht onderworpen goederen (met inbegrip van fabrieken) die een of meer aan vergunningsplicht onderworpen onderdelen bevatten, als deze onderdelen het voornaamste element van de goederen vormen en gemakkelijk kunnen worden verwijderd of voor andere doeleinden worden aangewend.

N.B.: Bij de beoordeling van de vraag of het aan vergunningsplicht onderworpen onderdeel/de aan vergunningsplicht onderworpen onderdelen als voornaamste element dient/dienen te worden aangemerkt, dienen factoren als hoeveelheid, waarde en technologische knowhow alsmede andere bijzondere omstandigheden op grond waarvan het aan vergunningsplicht onderworpen onderdeel/de aan vergunningsplicht onderworpen onderdelen als voornaamste element van de geleverde goederen kan/kunnen worden aangemerkt, een rol te spelen.

2. Met "goederen" worden in deze bijlage zowel nieuwe als gebruikte goederen bedoeld.

ALGEMENE TECHNOLOGIEOPMERKING (ATO)

(Te lezen als onderdeel van sectie IV.B)

1. De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van technologie die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van goederen waarvan de verkoop, levering, overdracht of uitvoer in deel A (Goederen) aan een vergunningsplicht is onderworpen, is op grond van de bepalingen van sectie IV.B aan een vergunningsplicht onderworpen.

2. "Technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van aan een vergunningsplicht onderworpen goederen is ook aan een vergunningsplicht onderworpen als deze technologie wordt toegepast op niet aan een vergunningsplicht onderworpen goederen.

3. De vergunningsplicht geldt niet voor de minimaal noodzakelijke "technologie" voor installatie, bediening, onderhoud en reparatie van goederen die niet aan een vergunningsplicht onderworpen zijn of waarvan de uitvoer op grond van Verordening (EG) nr. 423/2007 of Verordening (EU) nr. …/2010 is toegestaan.

4. De vergunningsplicht voor de overdracht van "technologie" is niet van toepassing op informatie die "voor iedereen beschikbaar" is, op "fundamenteel wetenschappelijk onderzoek" en op de voor octrooiaanvragen noodzakelijke minimuminformatie.

IV.A. GOEDEREN

A0. Nucleaire goederen, installaties en uitrusting |

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

IV.A0.011 | Vacuümpompen, andere dan bedoeld in 0B002.f.2. of 2B231, als hieronder: turbomoleculaire pompen met een pompsnelheid van 400 l/s of meer; voorvacuümpompen van het Rootstype met een afzuigcapaciteit van meer dan 200 m³/h; droge scrollcompressoren en vacuümpompen met balgafdichting. | 0B002.f.2, 2B231 |

A1. Materialen, chemicaliën, 'micro-organismen' en 'toxinen' |

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

IV.A1.003 | Ringvormige afdichtingen en pakkingen met een binnendiameter van 400 mm of minder, vervaardigd van een of meer van de volgende materialen: a) copolymeren van vinylideenfluoride met 75% of meer bèta-kristallijnstructuur zonder strekken; b) gefluoreerde polyimiden die 10 of meer gewichtspercenten gebonden fluor bevatten; c) gefluoreerde fosfazeenelastomeren die 30 of meer gewichtspercenten gebonden fluor bevatten; d) polychloortrifluorethyleen (PCTFE, bijvoorbeeld Kel-F®); e) fluorelastomeren (bijvoorbeeld Viton®, Tecnoflon®); f. polytetrafluorethyleen (PTFE). |

IV.A1.004 | Persoonlijke uitrusting voor het detecteren van straling van nucleaire oorsprong, met inbegrip van persoonlijke dosismeters. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op nucleaire detectieapparatuur als bedoeld in 1A004.c. | 1A004.c |

A2. Materiaalbewerking |

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

IV.A2.005 | Warmtebehandelingsovens, werkend met beheerste atmosfeer, als hieronder: Ovens geschikt voor werktemperaturen boven 400 °C. | 2B226 2B227 |

IV.A2.008 | Apparatuur voor vloeistof-vloeistofuitwisseling (mengersbezinkers, pulskolommen en centrifugale contactors); en vloeistofverdelers, stoomverdelers of systemen voor de opvang van vloeistoffen, ontworpen voor die apparatuur, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt, gemaakt zijn van een of meer van de volgende materialen: 1. legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom; 2. fluorpolymeren; 3. glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining); 4. grafiet of 'koolstofgrafiet'; 5. nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten; 6. tantaal of tantaallegeringen; 7. titaan of titaanlegeringen; 8. zirkonium of zirkoniumlegeringen; of 9. roestvrij staal. Technische opmerking: 'Koolstofgrafiet' is een composiet bestaande uit amorf koolstof en grafiet, met 8 of meer gewichtspercenten grafiet. | 2B350.e |

IV.A2.009 | Industriële apparatuur en onderdelen, andere dan bedoeld in 2B350.d, als hieronder: Warmtewisselaars of condensoren met een warmte-uitwisseloppervlak van meer dan 0,05 m² en minder dan 30 m², en voor gebruik in dergelijke warmtewisselaars of condensoren ontworpen buizen, platen, spoelen of blokken (kernen), waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de vloeistof(fen) gemaakt zijn van een of meer van de volgende materialen: 1. legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom; 2. fluorpolymeren; 3. glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining); 4. grafiet of 'koolstofgrafiet'; 5. nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten; 6. tantaal of tantaallegeringen; 7. titaan of titaanlegeringen; 8. zirkonium of zirkoniumlegeringen; 9. siliciumcarbide; 10. titaancarbide; of 11. roestvrij staal. Opmerking: Dit artikel is niet van toepassing op voertuigradiatoren. Technische opmerking: De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de warmtewisselaar een vergunningsplicht geldt. | 2B350.d |

IV.A2.010 | Pompen met meervoudige afdichting en pompen zonder afdichting, andere dan bedoeld in 2B350.i, geschikt voor corrosieve vloeistoffen, met door de fabrikant opgegeven maximale pompsnelheid van meer dan 0,6 m³ per uur, of vacuümpompen met door de fabrikant opgegeven maximale pompsnelheid van meer dan 5 m³ per uur [gemeten bij een standaardtemperatuur (273 K (0 °C)) en -druk (101,3 kPa); en voor gebruik in dergelijke pompen ontworpen omhulsels (pomphuizen), voorgevormde binnenbekledingen, schoepen, vleugelraderen of straalpompverdeelstukken, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt, gemaakt zijn van een van de volgende materialen: 1. legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom; 2. keramiek; 3. ferrosilicium; 4. fluorpolymeren; 5. glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining); 6. grafiet of 'koolstofgrafiet'; 7. nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten; 8. tantaal of tantaallegeringen; 9. titaan of titaanlegeringen; 10. zirkonium of zirkoniumlegeringen; 11. niobium (columbium) of niobiumlegeringen; 12. roestvrij staal; of 13. aluminiumlegeringen. Technische opmerking: De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de pomp een vergunningsplicht geldt. | 2B350.d |

A3. Elektronica |

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

IV.A3.004 | Spectrometers en diffractometers die ontworpen zijn voor indicatieve tests of kwantitatieve analyse van de elementaire samenstelling van metalen of legeringen zonder dat chemische ontleding van het materiaal plaatsvindt. |

IV.B. TECHNOLOGIE

Nr. | Beschrijving | Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |

IV.B.001 | Technologie die noodzakelijk is voor het gebruik van goederen vallende onder deel IV.A (Goederen). Technische opmerking: De term 'technologie' omvat ook programmatuur. |

BIJLAGE V

Internetsites voor informatie over de bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 3, leden 5 en 6, artikel 5, lid 3, de artikelen 7, 10, 12, 13, 14, 17, 18, artikel 19, leden 1 en 2, de artikelen 21, 22, 23, 27, artikel 30, lid 1, en artikel 35, en adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie

BELGIË

http://www.diplomatie.be/eusanctions

BULGARIJE

http://www.mfa.government.bg

TSJECHIË

http://www.mfcr.cz/mezinarodnisankce

DENEMARKEN

http://www.um.dk/da/menu/Udenrigspolitik/FredSikkerhedOgInternationalRetsorden/Sanktioner

DUITSLAND

http://www.bmwi.de/BMWi/Navigation/Aussenwirtschaft/Aussenwirtschaftsrecht/embargos.html

ESTLAND

http://www.vm.ee/est/kat_622/

IERLAND

http://foreign-affairs.net/home/index.aspx?id=28519

GRIEKENLAND

http://www.ypex.gov.gr/www.mfa.gr/en-US/Policy/Multilateral+Diplomacy/International+Sanctions

SPANJE

http://www.maec.es/es/MenuPpal/Asuntos/Sanciones%20Internacionales/Paginas/Sanciones_%20Internacionales.aspx

FRANKRIJK

http://www.diplomatie.gouv.fr/autorites-sanctions

ITALIË

http://www.esteri.it/UE/deroghe.html

CYPRUS

http://www.mfa.gov.cy/sanctions

LETLAND

http://www.mfa.gov.lv/en/security/4539

LITOUWEN

http://www.urm.lt

LUXEMBURG

http://www.mae.lu/sanctions

HONGARIJE

http://www.kulugyminiszterium.hu/kum/hu/bal/Kulpolitikank/nemzetkozi_szankciok

MALTA

http://www.doi.gov.mt/EN/bodies/boards/sanctions_monitoring.asp

NEDERLAND

http://www.minbuza.nl/sancties

OOSTENRIJK

http://www.bmeia.gv.at/view.php3?f_id=12750&LNG=en&version=

POLEN

http://www.msz.gov.pl

PORTUGAL

http://www.min-nestrangeiros.pt

ROEMENIË

http://www.mae.ro/index.php?unde=doc&id=32311&idlnk=1&cat=3

SLOVENIË

http://www.mzz.gov.si/si/zunanja_politika/mednarodna_varnost/omejevalni_ukrepi

SLOWAKIJE

http://www.foreign.gov.sk

FINLAND

http://formin.finland.fi/kvyhteistyo/pakotteet

ZWEDEN

http://www.ud.se/sanktioner

VERENIGD KONINKRIJK

www.fco.gov.uk/competentauthorities

Adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie:

Europese Commissie

DG Buitenlandse betrekkingen

Directoraat A: Crisisplatform en beleidscoördinatie in het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

Eenheid A.2. Crisisbeheersing en vredesopbouw

CHAR 12/106

B-1049 Brussel (België)

E-mail: relex-sanctions@ec.europa.eu

Tel.: (32-2) 295 55 85

Fax: (32-2) 299 08 73

Verantwoordelijke voor de verwerking van de Raad voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 45/2001:

[in te vullen door de Raad]

BIJLAGE VI

Lijst van elementaire uitrusting en technologie die worden gebruikt in de aardolie- en aardgasindustrie als bedoeld in artikel 8

-

(te zijner tijd te vervolledigen)

BIJLAGE VII

Lijst van personen, entiteiten en lichamen bedoeld in artikel 16, lid 1

A. Rechtspersonen, entiteiten en lichamen

Naam | Nadere gegevens | Redenen | Datum plaatsing op de lijst |

1. | Abzar Boresh Kaveh Co. (ook bekend als BK Co.) | Betrokken bij de productie van centrifugeonderdelen. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

2. | Amin Industrial Complex (ook bekend als a) Amin Industrial Compound, b) Amin Industrial Company) | Adres: a) P.O. Box 91735-549, Mashad, Iran; b) Amin Industrial Estate, Khalage Rd., Seyedi District, Mashad, Iran; c) Kaveh Complex, Khalaj Rd., Seyedi St., Mashad, Iran. | a) Amin Industrial Complex heeft geprobeerd temperatuurregelingen te verwerven die kunnen worden gebruikt voor kernonderzoek en nucleaire faciliteiten voor onderzoek en productie; b) Amin Industrial Complex is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Defense Industries Organization (DIO), die werd aangewezen in Resolutie 1737 (2006) van de VN-Veiligheidsraad. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

3. | Ammunition and Metallurgy Industries Group (ook bekend als a) AMIG, b) Ammunition Industries Group) | a) AMIG controleert 7th of Tir; b) AMIG is eigendom van en wordt gecontroleerd door de Defence Industries Organisation (DIO). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 4.3.2007 |

4. | Armament Industries Group | Adres: a) Sepah Islam Road, Karaj Special Road Km 10, Iran; b) Pasdaran Ave., P.O. Box 19585/777, Teheran, Iran. | a) Armament Industries Group (AIG) produceert en onderhoudt allerlei handvuurwapens en lichte wapens, waaronder vuurwapens van groot en middelgroot kaliber en daarmee samenhangende technologie; b) AIG koopt veelal aan via Hadid Industries Complex. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 9.6.2010) |

5. | Atomic Organization of Iran (AEOI) | Betrokken bij het nucleaire programma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

6. | Bank Sepah en Bank Sepah International | Bank Sepah verleent steun aan de Aerospace Industries Organisation (AIO) en de ondergeschikte entiteiten daarvan, onder andere de Shahid Hemmat Industrial Group (SHIG) en de Shahid Bagheri Industrial Group (SBIG). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

7. | Barzagani Tejarat Tavanmad Saccal companies | a) Dochteronderneming van Saccal System companies; b) dit bedrijf probeerde gevoelige goederen te kopen voor een entiteit die is genoemd in Resolutie 1737 (2006). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

8. | Cruise Missile Industry Group (ook bekend als Naval Defence Missile Industry Group) | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

9. | Defence Industries Organisation (DIO) | a) Overkoepelende, door het MODAFL gecontroleerde entiteit, waarvan enkele ondergeschikte entiteiten betrokken zijn geweest bij het vervaardigen van onderdelen voor het centrifugeprogramma, en bij het rakettenprogramma; b) betrokken bij het nucleaire programma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

10. | Defense Technology and Science Research Center | Adres: Pasdaran Ave, PO Box 19585/777, Teheran, Iran | Defense Technology and Science Research Center (DTSRC) is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens het Iraanse ministerie van Defensie en Logistiek van de Strijdkrachten (MODAFL), dat toezicht houdt op het Iraanse programma voor onderzoek en ontwikkeling, productie, onderhoud, export en aankoop op het gebied van defensie. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 9.6.2010) |

11. | Doostan International Company | Doostan International Company (DICO) levert onderdelen voor het Iraanse programma voor ballistische raketten. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

12. | Electro Sanam Company (ook bekend als a) E. S. Co., b) E. X. Co.) | Dekmantelbedrijf voor AIO, betrokken bij het programma voor ballistische raketten. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

13. | Esfahan Nuclear Fuel Research and Production Centre (NFRPC) en Esfahan Nuclear Technology Centre (ENTC) | Deze centra zijn onderdelen van de Nuclear Fuel Production and Procurement Company, die onder de Atomic Energy Organisation of Iran (AEOI) ressorteert. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

14. | Ettehad Technical Group | Dekmantelbedrijf voor AIO, betrokken bij het programma voor ballistische raketten. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

15. | Fajr Industrial Group | a) Voorheen Instrumentation Factory Plant; b) ondergeschikte entiteit van AIO; c) betrokken bij het programma voor ballistische raketten van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

16. | Farasakht Industries | Adres: P.O. Box 83145-311, Kilometer 28, Esfahan-Tehran Freeway, Shahin Shahr, Isfahan, Iran | Farasakht Industries is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens Iran Aircraft Manufacturing Company, dat op zijn beurt eigendom is van of onder zeggenschap staat van het MODAFL. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

17. | Farayand Technique | a) Betrokken bij het nucleaire programma van Iran (centrifugeprogramma); b) genoemd in IAEA-rapporten. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

18. | Fater (of Faater) Institute | a) Dochteronderneming van Khatam al-Anbiya (KAA); b) Fater heeft gebruikgemaakt van buitenlandse leveranciers, waarschijnlijk namens andere KAA-bedrijven of IRGC-projecten in Iran; c) is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

19. | First East Export Bank, P.L.C. | Adres: Unit Level 10 (B1), Main Office Tower, Financial Park Labuan, Jalan Merdeka, 87000 WP Labuan, Maleisië | a) First East Export Bank, PLC is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens Bank Mellat; b) de afgelopen zeven jaar heeft Bank Mellat meegewerkt aan transacties van honderden miljoenen dollars voor Iraanse organisaties op het gebied van nucleaire activiteiten, raketten en defensie; c) inschrijving in het handelsregister van Maleisië onder nummer LL06889). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

20. | Gharagahe Sazandegi Ghaem | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Gharagahe Sazandegi Ghaem is eigendom van of staat onder zeggenschap van KAA (zie aldaar). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

21. | Ghorb Karbala | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Ghorb Karbala is eigendom van of staat onder zeggenschap van KAA (zie aldaar). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

22. | Ghorb Nooh | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Ghorb Nooh is eigendom van of staat onder zeggenschap van KAA (zie aldaar). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

23. | Hara Company | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Is eigendom van of staat onder zeggenschap van Ghorb Nooh. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

24. | Imensazan Consultant Engineers Institute | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA (zie aldaar). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

25. | Industrial Factories of Precision (IFP) Machinery (ook bekend als Instrumentation Factories Plant) | Gebruikt door AIO voor een aantal aankooppogingen. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

26. | Irano Hind Shipping Company | Adres: a) 18 Mehrshad Street, Sadaghat Street, Opposite of Park Mellat, Vali-e-Asr Ave., Teheran, Iran; b) 265, Next to Mehrshad, Sedaghat St., Opposite of Mellat Park, Vali Asr Ave., Teheran 1A001, Iran | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens Islamic Republic of Iran Shipping Lines. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

27. | IRISL Benelux NV | Adres: Noorderlaan 139, B-2030, Antwerpen, België BTW-nummer BE480224531 (België) | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens Islamic Republic of Iran Shipping Lines. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

28. | Jabber Ibn Hayan | AEOI laboratorium betrokken bij splijtstofcyclusactiviteiten. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008) |

29. | Joza Industrial Co. | Dekmantelbedrijf voor AIO, betrokken bij het programma voor ballistische raketten. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

30. | Kala-Electric (ook bekend als Kalaye Electric) | a) Leverancier van de PFEP - Natanz; b) betrokken bij het nucleaire programma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

31. | Karaj Nuclear Research Centre | Onderdeel van de onderzoeksdivisie van de AEOI. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

32. | Kaveh Cutting Tools Company | Adres: a) 3rd Km of Khalaj Road, Seyyedi Street, Mashad 91638, Iran; b) Km 4 of Khalaj Road, End of Seyedi Street, Mashad, Iran; c) P.O. Box 91735-549, Mashad, Iran; d) Khalaj Rd., End of Seyyedi Alley, Mashad, Iran; e) Moqan St., Pasdaran St., Pasdaran Cross Rd., Teheran, Iran. | Kaveh Cutting Tools Company is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens DIO. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

33. | Kavoshyar Company | Dochteronderneming van de AEOI. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

34. | Khatam al-Anbiya Construction Headquarters | Khatam al-Anbiya Construction Headquarters (KAA) is eigendom van de Iraanse revolutionaire garde (IRGC) en is betrokken bij grootschalige civiele en militaire bouwprojecten en andere ingenieursactiviteiten. Het bedrijf doet veel voor projecten van de Passive Defense Organization. Dochterondernemingen van KAA speelden met name een grote rol bij de bouw van de uraniumverrijkingsfabriek in Qom/Fordow. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.6.2008 (VN: 9.6.2010) |

35. | Khorasan Metallurgy Industries | a) Dochteronderneming van Ammunition Industries Group (AMIG) die afhangt van DIO; b) betrokken bij de productie van centrifugeonderdelen. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

36. | M. Babaie Industries | Adres: P.O. Box 16535-76, Teheran, 16548, Iran | a) M. Babaie Industries valt onder Shahid Ahmad Kazemi Industries Group (voorheen de Air Defense Missile Industries Group) van de Iraanse lucht- en ruimtevaartorganisatie (AIO); b) AIO heeft zeggenschap over de raketorganisaties Shahid Hemmat Industrial Group (SHIG) en Shahid Bakeri Industrial Group (SBIG), die beide werden aangewezen in Resolutie 1737 (2006). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

37. | Makin | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Makin is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA en is een dochteronderneming van KAA. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

38. | Malek Ashtar University | Adres: Corner of Imam Ali Highway and Babaei Highway, Teheran, Iran | a) Valt onder DTRSC binnen het MODAFL; b)de universiteit heeft onderzoeksgroepen die voorheen onder het Physics Research Center (PHRC) vielen; c) IAEA-inspecteurs kregen geen toestemming om met medewerkers te spreken of documenten van deze organisatie in te zien om na te gaan of het Iraanse nucleaire programma al dan niet een militaire dimensie heeft. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.6.2008 (VN: 9.6.2010) |

39. | Mesbah Energy Company | a) Leverancier van de A40-onderzoeksreactor - Arak; b) betrokken bij het nucleaire programma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

40. | Ministry of Defense Logistics Export. | Adres: a) PO Box 16315-189, Teheran, Iran; b) gevestigd aan de westkant van Dabestan Street, Abbas Abad District, Teheran, Iran. | Ministry of Defense Logistics Export (MODLEX) verkoopt door Iran geproduceerde wapens aan klanten in de hele wereld en schendt daarmee Resolutie 1747 (2007) van de VN-Veiligheidsraad, op grond waarvan Iran geen wapens of daarmee verband houdend materieel mag verkopen. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.6.2008 (VN: 9.6.2010) |

41. | Mizan Machinery Manufacturing (ook bekend als 3MG) | Adres: O. Box 16595-365, Teheran, Iran | Mizan Machinery Manufacturing (3M) is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens SHIG. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.6.2008 (VN: 9.6.2010) |

42. | Modern Industries Technique Company (ook bekend als a) Rahkar Company, b) Rahkar Industries, c) Rahkar Sanaye Company, d) Rahkar Sanaye Novin) | Adres: Arak, Iran | a) Modern Industries Technique Company (MITEC) is verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van de IR-40 zwaarwaterreactor in Arak; b) MITEC speelde een belangrijke rol bij de aanschaf van materialen voor de bouw van de IR-40 zwaarwaterreactor. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

43. | Niru Battery Manufacturing Company | a) Dochteronderneming van DIO; b) heeft als taak voedingseenheden te maken voor het Iraanse leger, o.a. voor raketsystemen. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

44. | Novin Energy Company (ook bekend als Pars Novin) | Opereert binnen de AEOI. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

45. | Nuclear Research Center for Agriculture and Medicine (ook bekend als a) Center for Agricultural Research and Nuclear Medicine, b) Karaji Agricultural and Medical Research Center) | Adres: P.O. Box 31585-4395, Karaj, Iran | a) Het Nuclear Research Center for Agriculture and Medicine (NFRPC) is een grote onderzoeksafdeling van de Iraanse organisatie voor atoomenergie (AEOI), die werd aangewezen in Resolutie 1737 (2006) van de VN-Veiligheidsraad; b) het NFRPC is het centrum van de AEOI voor de ontwikkeling van splijtstof en is betrokken bij opwerkingsactiviteiten. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

46. | Omran Sahel | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Is eigendom van of staat onder zeggenschap van Ghorb Nooh. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

47. | Oriental Oil Kish | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Oriental Oil Kish is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

48. | Parchin Chemical Industries | Onderdeel van DIO. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

49. | Pars Aviation Services Company | Verzorgt het onderhoud van vliegtuigen. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

50. | Pars Trash Company | a) Betrokken bij het nucleaire programma van Iran (centrifugeprogramma); b) Genoemd in IAEA-rapporten. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

51. | Pejman Industrial Services Corporation | Adres: P.O. Box 16785-195, Teheran, Iran | Pejman Industrial Services Corporation is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens SBIG. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

52. | Pishgam (Pioneer) Energy Industries | Heeft deelgenomen aan de bouw van de uraniumconversie-installatie te Isfahan. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

53. | Qods Aeronautics Industries | Produceert onbemande luchtvaartuigen (UAV’s), parachutes, paragliders, paramotors, enz. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

54. | Rah Sahel | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Rah Sahel is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

55. | Rahab Engineering Institute | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Rahab is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

56. | Sabalan Company | Adres: Damavand Tehran Highway, Teheran, Iran | Sabalan is een schuilnaam voor SHIG. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

57. | Sanam Industrial Group | Ondergeschikte entiteit van AIO. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

58. | Safety Equipment Procurement (SEP) | Dekmantelbedrijf voor AIO, betrokken bij het programma voor ballistische raketten. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

59. | Sahand Aluminum Parts Industrial Company (SAPICO) | Adres: Damavand Tehran Highway, Teheran, Iran | SAPICO is een schuilnaam voor SHIG. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

60. | Sahel Consultant Engineers | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Is eigendom van of staat onder zeggenschap van Ghorb Nooh. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

61. | Sepanir | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Sepanir is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

62. | Sepasad Engineering Company | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Iraanse revolutionaire garde. Sepasad Engineering Company is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

63. | 7th of Tir. | a) Ondergeschikte entiteit van DIO, waarvan algemeen wordt aangenomen dat het rechtstreeks betrokken is bij het nucleaire programma van Iran; b) betrokken bij het nucleaire programma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

64. | Shahid Bagheri Industrial Group (SBIG) | a) Ondergeschikte entiteit van AIO; b) betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

65. | Shahid Hemmat Industrial Group (SHIG) | a) Ondergeschikte entiteit van AIO; b) betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

66. | Shahid Karrazi Industries | Adres: Teheran, Iran | Shahid Karrazi Industries is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens SBIG. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

67. | Shahid Satarri Industries (ook bekend als Shahid Sattari Group Equipment Industries) | Adres: Southeast Teheran, Iran | Shahid Sattari Industries is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens SBIG. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

68. | Shahid Sayyade Shirazi Industries | Adres: a) Next to Nirou Battery Mfg. Co, Shahid Babaii Expressway, Nobonyad Square, Teheran, Iran; b) Pasdaran St., P.O. Box 16765, Teheran 1835, Iran, c) Babaei Highway — Next to Niru M.F.G, Teheran, Iran | Shahid Sayyade Shirazi Industries (SSSI) is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens DIO. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

69. | Sho’a’ Aviation | Produceert ultralichte vliegtuigen (microlights). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

70. | South Shipping Line Iran (SSL) | Adres: a) Apt. No. 7, 3rd Floor, No. 2, 4th Alley, Gandi Ave., Teheran, Iran; b) Qaem Magham Farahani St., Teheran, Iran. | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens Islamic Republic of Iran Shipping Lines. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

71. | Special Industries Group | Adress: Pasdaran Avenue, PO Box 19585/777, Teheran, Iran | Special Industries Group (SIG) valt onder DIO. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 9.6.2010) |

72. | TAMAS Company | a) Betrokken bij verrijkingsactiviteiten; b) TAMAS is een overkoepelend lichaam met vier ondergeschikte entiteiten, waaronder een voor uraniumwinning t/m -concentratie en een ander voor uraniumverwerking, -verrijking en -afval. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008) |

73. | Tiz Pars | Adres: Damavand Tehran Highway, Teheran, Iran | a) Tiz Pars is een schuilnaam voor SHIG; b) tussen april en juli 2007 probeerde Tiz Pars namens SHIG een vijfassige laserlas- en -snijmachine te kopen, die gebruikt zou kunnen worden voor het Iraanse raketprogramma. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

74. | Ya Mahdi Industries Group | Ondergeschikte entiteit van AIO. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

75. | Yazd Metallurgy Industries (ook bekend als a) Yazd Ammunition Manufacturing and Metallurgy Industries, b) Directorate of Yazd Ammunition and Metallurgy Industries) | Adres: a) Pasdaran Avenue, Next to Telecommunication Industry, Teheran 16588, Iran; b) Postal Box 89195/878, Yazd, Iran; c) P.O. Box 89195-678, Yazd, Iran; d) Km 5 of Taft Road, Yazd, Iran | Metallurgy Industries (YMI) valt onder DIO. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 |

B. Natuurlijke personen

Naam | Nadere gegevens | Redenen | Plaatsing op de lijst |

1. | Fereidoun ABBASI-DAVANI | Hoofdwetenschapper van het ministerie van Defensie en Logistiek van de Strijdkrachten (MODAFL), met banden met het Instituut voor Toegepaste Fysica. Werkt nauw samen met Mohsen Fakhrizadeh-Mahabadi. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

2. | Dawood AGHA-JANI | Functie: Hoofd van de PFEP – Natanz; betrokken bij het nucleaire programma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

3. | Ali Akbar AHMADIAN | Titel: Vice-Admiraal; Functie: Hoofd van de gezamenlijke staf van de Iraanse revolutionaire garde (IRGC). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

4. | Amir Moayyed ALAI | Betrokken bij het beheer van de assemblage en engineering van centrifuges. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008) |

5. | Behman ASGARPOUR | Functie: Operationeel Manager (Arak); betrokken bij het nucleaire programma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

6. | Mohammad Fedai ASHIANI | Betrokken bij de productie van ammoniumuranylcarbonaat en het beheer van het verrijkingscomplex van Natanz. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008) |

7. | Abbas Rezaee ASHTIANI | Hoog ambtenaar in het AEIO-bureau voor onderzoek en mijnaangelegenheden. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

8. | Bahmanyar Morteza BAHMANYAR | Functie: Hoofd van de afdeling Financiën en begroting, Aerospace Industries Organisation (AIO); betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

9. | Haleh BAKHTIAR | Betrokken bij de productie van magnesium met een concentratie van 99,9%. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008) |

10. | Morteza BEHZAD | Betrokken bij het vervaardigen van centrifugeonderdelen. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008) |

11. | Ahmad Vahid DASTJERDI | Functie: Hoofd van de Aerospace Industries Organisation (AIO); betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

12. | Ahmad DERAKHSHANDEH | Functie: President en directeur van Bank Sepah. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

13. | Mohammad ESLAMI | Titel: Dr. | Hoofd van het opleidings- en onderzoeksinstituut voor defensie-industrieën (Defence Industries Training and Research Institute). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

14. | Reza-Gholi ESMAELI | Functie: Hoofd van de afdeling Handel en Internationale aangelegenheden, Aerospace Industries Organisation (AIO); betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

15. | Mohsen FAKHRIZADEH-MAHABADI | Hoofdwetenschapper van het MODAFL en voormalig hoofd van het Centrum voor fysisch onderzoek (PHRC). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

16. | Mohammad HEJAZI | Titel: Brigadegeneraal Functie: Bevelhebber van de Bassij-weermacht. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

17. | Mohsen HOJATI | Functie: Hoofd van de Fajr Industrial Group. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

18. | Seyyed Hussein HOSSEINI | AEOI-ambtenaar betrokken bij het project voor een zwaarwaterreactor voor onderzoeksdoeleinden te Arak. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008) |

19. | M. Javad KARIMI SABET | Hoofde van de Novin Energy Company, die is vermeld in Resolutie 1747 (2007). | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008) |

20. | Mehrdada Akhlaghi KETABACHI | Functie: Hoofd van de Shahid Bagheri Industrial Group (SBIG). | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

21. | Ali Hajinia LEILABADI | Functie: Algemeen directeur van de Mesbah Energy Company; betrokken bij het nucleaire programma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

22. | Naser MALEKI | Functie: Hoofd van Shahid Hemmat Industrial Group (SHIG). Naser Maleki is voorts een functionaris van het MODAFL die toezicht houdt op de werkzaamheden in verband met het programma voor de ballistische raket Shahab-3. De Shahab-3 is de huidige ballistische langeafstandsraket van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

23. | Hamid-Reza MOHAJERANI | Betrokken bij het productiebeheer van de uraniumconversie-installatie te Isfahan. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008) |

24. | Jafar MOHAMMADI | Functie: Technisch adviseur van de Atomic Energy Organisation of Iran (AEOI) (beheert de productie van kleppen voor centrifuges). Betrokken bij het nucleaire programma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

25. | Ehsan MONAJEMI | Functie: Directeur bouwprojecten, Natanz; betrokken bij het nucleaire programma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

26. | Mohammad Reza NAQDI | Titel: Brigadier-Generaal | Voormalig plaatsvervangend hoofd van de generale staf van de strijdkrachten voor logistiek en industrieel onderzoek / hoofd van het overheidsbureau voor de strijd tegen smokkel, betrokken bij pogingen om de sancties van de Resoluties 1737 (2006) en 1747 (2007) te omzeilen. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

27. | Houshang NOBARI | Betrokken bij het beheer van de verrijkingsinstallaties in Natanz. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008) |

28. | Mohammad Mehdi Nejad NOURI | Titel: Luitenant-Generaal | Functie: Rector van Malek Ashtar University of Defence Technology. De afdeling Scheikunde van de Ashtar University of Defence Technology is verbonden met het ministerie van Defensie en Logistiek van de Strijdkrachten en heeft experimenten met beryllium verricht. Betrokken bij het nucleaire programma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

29. | Mohammad QANNADI | Functie: AEOI – vicevoorzitter Onderzoek & Ontwikkeling Betrokken bij het nucleaire programma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

30. | Amir RAHIMI | Functie: Hoofd van het Esfahan Nuclear Fuel Research and Production Center. Het Esfahan Nuclear Fuel Research and Production Center is onderdeel van de Nuclear Fuel Production and Procurement Company (onderdeel van de AEOI), die betrokken is bij verrijkingsactiviteiten. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

31. | Javad RAHIQI | Geboortedatum: 24.4.1954 Geboorteplaats: Marshad | Functie: Hoofd van het Isfahan centrum voor nucleaire technologie van de Iraanse organisatie voor atoomenergie (AEOI). | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 9.6.2010 |

32. | Abbas RASHIDI | Betrokken bij verrijkingsactiviteiten te Natanz. | Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008) |

33 | Morteza REZAIE | Titel: Brigadegeneraal Functie: plaatsvervangend bevelhebber van de IRGC | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

34. | Morteza SAFARI | Titel: Vice-admiraal | Functie: Bevelhebber van de marine van de IRGC. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

35. | Yahya Rahim SAFAVI | Titel: Generaal-Majoor | Functie: Bevelhebber van de IRGC (Pasdaran) Betrokken bij zowel het nucleaire programma als het ballistische-rakettenprogramma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

36. | Seyed Jaber SAFDARI | Directeur van de verrijkingsinstallaties in Natanz. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

37. | Hosein SALIMI | Titel: Generaal | Functie: Bevelhebber van de luchtmacht, IRGC (Pasdaran) Betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006 |

38. | Qasem SOLEIMANI | Titel: Brigadegeneraal | Functie: Bevelhebber van de Qods-strijdkrachten. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

39. | Ghasem SOLEYMANI | Directeur van de operaties in de uraanmijn van Saghand. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 |

40. | Mohammad Reza ZAHEDI | Titel: Brigadegeneraal | Functie: Bevelhebber van de landstrijdkrachten van de IRGC. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

41. | Generaal ZOLQADR | Functie: Onderminister van Binnenlandse Zaken, belast met veiligheid, officier van de IRGC. | Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007 |

BIJLAGE VIII

Lijst van personen, entiteiten en lichamen bedoeld in artikel 16, lid 2

A. Natuurlijke personen

Naam | Nadere gegevens | Redenen | Datum plaatsing op de lijst |

1. | Reza AGHAZADEH | Geboortedatum: 15/03/1949 Geboorteplaats: Khoy Paspoortnummer: S4409483 geldig 26/04/2000 – 27/04/2010 Afgegeven: Teheran, Diplomatiek paspoort nummer: D9001950, afgegeven op 22/01/2008, geldig tot 21/01/2013 | Voormalig directeur Atomic Energy Organisation of Iran (AEOI). AEOI superviseert Irans kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006). | 23.4.2007 |

2. | IRGC-Brigadegeneraal Javad DARVISH-VAND | Plaatsvervangend minister van het MODAFL voor inspectie. Verantwoordelijk voor alle faciliteiten en installaties van het MODAFL. | 24.6.2008 |

3 | Ali DAVANDARI | Hoofd van de Bank Mellat. | 26.7.2010 |

4. | Vice-admiraal Ali FADAVI | Bevelhebber van de marine van de IRGC. | 26.7.2010 |

5. | Dr Hoseyn (Hossein) FAQIHIAN | Adres van NFPC: AEOI-NFPD, P.O.Box: 11365-8486, Teheran, Iran | Plaatsvervangend directeur van de AEOI en directeur-generaal Nuclear Fuel Production and Procurement Company (NFPC), onderdeel van AEOI. AEOI superviseert Irans kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006). NFPC is betrokken bij verrijkingsgerelateerde activiteiten die Iran op last van Raad van Beheer IAEA en Veiligheidsraad moet opschorten. | 24.4.2007 |

6. | Seyyed Mahdi FARAHI | IRGC-Brigadegeneraal. Directeur Defence Industries Organisation (DIO), die wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006). | 24.6.2008 |

7. | Parviz FATAH | Geboortedatum: 1961 | Vice-bevelhebber van Khatam al Anbiya. |

8. | Mojtaba HAERI | Ingenieur. Plaatsvervangend minister van het MODAFL voor industrie. Supervisie over AIO en DIO. | 24.6.2008 |

9. | Ali HOSEYNITASH | IRGC-Brigadegeneraal. Directeur Algemene Afdeling van de Hoge Nationale Veiligheidsraad en betrokken bij beleidsontwikkeling inzake het nucleaire vraagstuk. | 24.6.2008 |

10. | Mohammad Ali JAFARI | Bekleedt een commandopost in de IRGC. | 24.6.2008 |

11. | Mahmood JANNATIAN | Geboortedatum: 21/04/1946, paspoortnummer: T12838903 | Plaatsvervangend Directeur van de Atomic Energy Organisation of Iran. | 24.6.2008 |

12. | Said Esmail KHALILIPOUR (ook bekend als LANGROUDI) | Geboortedatum: 24/11/1945, Geboorteplaats: Langroud | Plaatsvervangend Directeur AEOI. AEOI superviseert Irans kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006). | 24.4.2007 |

13. | Ali Reza KHANCHI | Adres van NRC: AEOI-NRC P.O.Box: 11365-8486 Teheran, Iran; Fax: (+9821) 8021412 | Directeur Teheran Nuclear Research Center van AEOI. IAEA wil opheldering van Iran over plutoniumscheidingsexperimenten in TNRC, incl. over de aanwezigheid van deeltjes hoogverrijkt uranium in het milieu, aangetroffen in monsters genomen op de Karaj Waste Storage Facility, waar zich containers bevinden met verarmde uraniumdoelen die gebruikt zijn bij dergelijke experimenten. AEOI superviseert Irans kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006). | 24.4.2007 |

14. | Fereydoun MAHMOUDIAN | Geboortedatum: 7.11.1943. Geboorteplaats: Iran. Paspoort nr. 05HK31387 afgegeven op 1.1.2002 in Iran, geldig tot 7.8.2010. Verkreeg Frans staatsburgerschap op 7.5.2008. | Directeur van Fulmen (zie Deel B, nr. 11). | 26.7.2010 |

15. | Ebrahim MAHMUDZADEH | Directeur Iran Electronic Industries. | 24.6.2008 |

16. | Brigadegeneraal Beik MOHAMMADLU | Plaatsvervangend minister van het MODAFL voor Bevoorrading en Logistiek. | 24.6.2008 |

17. | Mohammad MOKHBER | Voorzitter van de Setad Ejraie stichting, een investeringsfonds met banden met Ali Khamenei, de opperste leider. Lid van de raad van bestuur van Sina Bank. | 26.7.2010 |

18. | Mohammad Reza MOVASAGHNIA | Hoofd van Samen Al A’Emmeh Industries Group (SAIG), ook bekend als Cruise Missile Industry Group. Deze organisatie wordt vermeld in UNSCR 1747 en in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 423/2007. | 26.7.2010 |

19. | Anis NACCACHE | Bestuurder Barzagani Tejarat Tavanmad Saccal Companies; deze onderneming heeft getracht gevoelige goederen te verwerven ten gunste van entiteiten die in Resolutie 1737 (2006) worden vermeld. | 24.6.2008 |

20. | Brigadegeneraal Mohammad NADERI | Directeur Aerospace Industries Organisation (AIO), AIO is betrokken bij gevoelige programma's van Iran. | 24.6.2008 |

21. | Mostafa Mohammad NAJJAR | IRGC-Brigadegeneraal. minister van Binnenlandse Zaken, voormalig minister van het MODAFL, belast met alle militaire programma's, incl. programma's voor ballistische raketten. | 24.6.2008 |

22. | Mohammad Reza NAQDI | Geboortedatum: 1953. Geboorteplaats: Nadjaf (Irak) | Brigadegeneraal. Bevelhebber van de Bassij-weermacht. | 26.7.2010 |

23. | Mohammad PAKPUR | Brigadegeneraal. Bevelhebber van de landstrijdkrachten van de IRGC. | 26.7.2010 |

24. | Rostam QASEMI (ook bekend als Rostam GHASEMI) | Geboortedatum: 1961 | Bevelhebber van Khatam al-Anbiya. | 26.7.2010 |

25. | Hossein SALAMI | Brigadegeneraal. Plaatsvervangend bevelhebber van de IRGC. | 26.7.2010 |

26. | Ali Akbar SALEHI | Directeur Atomic Energy Organisation of Iran (AEOI). AEOI superviseert Irans kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006). | 17.11.2009 |

27. | Mohammad SHAFI'I RUDSARI | Viceadmiraal. Plaatsvervangend minister van het MODAFL voor coördinatie. | 24.6.2008 |

28. | Ali SHAMSHIRI | IRGC-Brigadegeneraal. Plaatsvervangend minister van het MODAFL voor contra-inlichtingen, belast met beveiliging MODAFL-personeel en -installaties. | 24.6.2008 |

29. | Abdollah SOLAT SANA | Directeur Uranium Conversion Facility (UCF) in Isfahan. Deze faciliteit produceert het uitgangsmateriaal (UF6) voor de verrijkingsfaciliteiten in Natanz. Op 27 augustus 2006 heeft Solat Sana van president Ahmadinejad een speciale onderscheiding voor zijn rol gekregen. | 24.4.2007 |

30. | Ahmad VAHIDI | IRGC-Brigadegeneraal. minister van het MODAFL en voormalig plaatsvervangend directeur van het MODAFL. | 24.6.2008 |

B. Rechtspersonen, entiteiten en lichamen

Naam | Nadere gegevens | Redenen | Datum plaatsing op de lijst |

1. | Aerospace Industries Organisation, AIO | AIO, 28 Shian 5, Lavizan, Teheran | AIO superviseert Irans productie van raketten, incl. Shahid Hemmat Industrial Group, Shahid Bagheri Industrial Group en Fajr Industrial Group, alle drie vermeld in UNSCR 1737 (2006). De Directeur van AIO en twee andere hoge functionarissen worden ook vermeld in UNSCR 1737 (2006). | 23.4.2007 |

2. | Armed Forces Geographical Organisation | Verstrekt vermoedelijk geospatiale gegevens ten behoeve van het programma voor ballistische raketten. | 24.6.2008 |

3. | Azarab Industries | Ferdowsi Ave, PO Box 11365-171, Teheran, Iran | Bedrijf uit de energiesector dat productiesteun biedt aan het nucleaire programma, met inbegrip van aangewezen proliferatiegevoelige activiteiten. Betrokken bij de bouw van de zwaarwaterreactor in Arak. | 26.7.2010 |

4. | Bank Mellat (waaronder alle dochterondernemingen) en filialen: | Head Office Building, 327 Takeghani (Taleghani) Avenue, Teheran 15817, Iran P.O. Box 11365-5964, Teheran 15817, Iran | Bank Mellat is een overheidsbank in Iran. Bank Mellat steunt en faciliteert het programma voor ballistische raketten en het nucleaire programma van Iran. De bank heeft financiële diensten verleend aan op VN- en EU-lijsten geplaatste entiteiten, of entiteiten die optreden namens of op last van, eigendom zijn van, of onder zeggenschap staan van hen. Het is de moederbank van de First East Export Bank die wordt vermeld in UNSCR 1929. | 26.7.2010 |

(a) Mellat Bank SB CJSC | P.O. Box 24, Yerevan 0010, Republiek Armenië | 100% eigendom van Bank Mellat. | 26.7.2010 |

(b) Persia International Bank Plc | Number 6 Lothbury, Post Code: EC2R 7HH, Verenigd Koninkrijk | 60% eigendom van Bank Mellat. | 26.7.2010 |

5. | Bank Melli, Bank Melli Iran (waaronder alle dochterondernemingen) en filialen: | Ferdowsi Avenue, PO Box 11365-171, Teheran | Verleent financiële ondersteuning (of tracht die te verlenen) aan ondernemingen die betrokken zijn bij, of goederen aankopen voor, Irans nucleaire programma's en raketprogramma's (AIO, SHIG, SBIG, AEOI, Novin Energy Company, Mesbah Energy Company, Kalaye Electric Company en DIO). Bank Melli vervult een faciliterende rol bij de gevoelige activiteiten van Iran. Zij heeft tal van aankopen van gevoelige materialen voor de Iraanse nucleaire en raketprogramma's gefaciliteerd. Zij heeft verscheidende financiële diensten verricht namens entiteiten die bij Irans nucleaire en raketindustrieën zijn betrokken, waaronder het openen van kredietbrieven en het aanhouden van rekeningen. Veel van bovengenoemde ondernemingen worden vermeld in de UNSCR-Resoluties 1737 (2006) en 1747 (2007). Bank Melli blijft hierin volharden en steunt en faciliteert nog steeds de gevoelige activiteiten van Iran. Via haar bancaire relaties blijft de bank de voor deze activiteiten op VN- en EU-lijsten geplaatste entiteiten steunen en aan hen financiële diensten verlenen. De bank opereert tevens namens en volgens de aanwijzingen van dergelijke entiteiten, zoals de Bank Sepah, vaak via dochter- en partnerondernemingen daarvan. | 24.6.2008 |

(a) Arian Bank (ook bekend als Aryan Bank) | House 2, Street Number 13, Wazir Akbar Khan, Kabul, Afghanistan | Arian Bank is een joint-venture tussen Bank Melli en Bank Saderat. | 26.7.2010 |

(b) Assa Corporation | ASSA CORP, 650 (or 500) Fifth Avenue, New York, USA; Tax ID nr. 1368932 (Verenigde Staten) | Assa Corporation is een dekmantelbedrijf dat is opgericht en wordt gecontroleerd door Bank Melli. Het werd opgericht door Bank Melli om fondsen uit de Verenigde Staten naar Iran te sluizen. | 26.7.2010 |

(c) Assa Corporation Ltd | 6 Britannia Place, Bath Street, St Helier JE2 4SU, Jersey Channel Islands | Assa Corporation Ltd is het moederbedrijf van Assa Corporation. Eigendom van en gecontroleerd door Bank Melli. | 26.7.2010 |

(d) Bank Kargoshaee (ook bekend als Kargosai Bank, ook bekend als Kargosa’i Bank) | 587 Mohammadiye Square, Mowlavi St., Teheran 11986, Iran | Bank Kargoshaee is eigendom van Bank Melli. | 26.7.2010 |

(e) Bank Melli Iran Investment Company (BMIIC) | Nr.2, Nader Alley, Vali-Asr Str., Teheran, Iran, P.O. Box 3898-15875; andere vestiging: Bldg 2, Nader Alley after Beheshi Forked Road, P.O. Box 15875-3898, Teheran, Iran 15116 andere vestiging: Rafiee Alley, Nader Alley, 2 After Serahi Shahid Beheshti, Vali E Asr Avenue, Teheran, Iran Bedrijfsregistratienummer: 89584. | Heeft banden met entiteiten aangewezen door de Verenigde Staten, de Europese Unie of de Verenigde Naties sinds 2000. Aangewezen door de Verenigde Staten als eigendom van of gecontroleerd door Bank Melli. | 26.7.2010 |

(f) Bank Melli Iran Zao | Nr. 9/1, Ulitsa Masjkova, Moskou, 130064, Rusland | 24.6.2008 |

(g) Bank Melli Printing And Publishing Company (BMPPC) | 18th Km Karaj Special Road, Teheran, Iran, P.O. Box 37515-183; andere vestiging: Km 16 Karaj Special Road, Teheran, Iran; Bedrijfsregistratienummer: 382231 | Aangewezen door de Verenigde Staten als eigendom van of gecontroleerd door Bank Melli. | 26.7.2010 |

(h) Cement Investment and Development Company (CIDCO) (ook bekend als: Cement Industry Investment and Development Company, CIDCO, CIDCO Cement Holding) | Nr. 241, Mirdamad Street, Teheran, Iran | Volledig eigendom van Bank Melli Investment Co. Holding Company voor het beheer van alle cementbedrijven eigendom van BMIIC. | 26.7.2010 |

(i) First Persian Equity Fund | Walker House, 87 Mary Street, George Town, Grand Cayman, KY1-9002, Kaaiman-eilanden; andere vestiging: Clifton House, 7z5 Fort Street, P.O. Box 190, Grand Cayman, KY1-1104 Kaaiman-eilanden; andere vestiging: Rafi Alley, Vali Asr Avenue, Nader Alley, Teheran, 15116, Iran, P.O.Box 15875-3898 | Op de Kaaiman-eilanden gevestigd fonds, in licentie gegeven door de Iraanse regering voor buitenlandse investeringen op de effectenbeurs van Teheran. | 26.7.2010 |

(j) Future Bank BSC | Block 304, City Centre Building, Building 199, Government Avenue, Road 383, Manama, Bahrein; P.O. Box 785, City Centre Building, Government Avenue, Manama, Bahrein, en alle kantoren wereldwijd; Bedrijfsregistratienummer: 54514-1 (Bahrein) vervalt op 9 juni 2009; handelsregisternummer: 13388 (Bahrein) | In Bahrein gevestigde joint-venture, grotendeels eigendom van en gecontroleerd door Bank Melli en Bank Saderat. De voorzitter van Bank Melli was ook voorzitter van Future Bank. | 26.7.2010 |

(k) Mazandaran Cement Company | Africa Street, Sattari Street Nr. 40, P.O. Box 121, Teheran, Iran 19688; andere vestiging: 40 Satari Ave. Afrigha Highway, P.O. Box 19688, Teheran, Iran | In Teheran gebaseerd cementbedrijf, grotendeels eigendom van CIDCO. Betrokken bij bouwprojecten op grote schaal. | 26.7.2010 |

(l) Mazandaran Textile Company | Kendovan Alley 5, Vila Street, Enghelab Ave, P.O. Box 11365-9513, Teheran, Iran 11318; andere vestiging: 28 Candovan Cooy Enghelab Ave., P.O. Box 11318, Teheran, Iran; andere vestiging: Sari Ave., Ghaemshahr, Iran | In Teheran gebaseerd textielbedrijf, grotendeels eigendom van BMIIC en Bank Melli Investment Management Co. | 26.7.2010 |

(m) Mehr Cayman Ltd. | Kaaiman-eilanden; Handelsregis-ternummer: 188926 (Kaaiman-eilanden) | Eigendom van en gecontroleerd door Bank Melli. | 26.7.2010 |

(n) Melli Agrochemical Company PJS (ook bekend als Melli Shimi Keshavarz) | Mola Sadra Street, 215 Khordad, Sadr Alley Nr. 13, Vanak Sq., P.O. Box 15875-1734, Teheran, Iran | Eigendom van en gecontroleerd door Bank Melli. | 26.7.2010 |

(o) Melli Bank plc | London Wall, 11th floor, Londen EC2Y 5EA, Verenigd Koninkrijk | 24.6.2008 |

(p) Melli Investment Holding International | 514 Business Avenue Building, Deira, P.O. Box 181878, Dubai, VAE; Registratiecer-tificaatnummer (Dubai): 0107 afgegeven 30 november 2005. | Eigendom van en gecontroleerd door Bank Melli. | 26.7.2010 |

(q) Shomal Cement Company (ook bekend als Siman Shomal) | Dr Beheshti Ave Nr. 289, Teheran, Iran 151446; andere vestiging: 289 Shahid Baheshti Ave., P.O. Box 15146, Teheran, Iran | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens DIO. | 26.7.2010 |

6. | Bank Refah | 40, North Shiraz Street, Mollasadra Ave., Vanak Sq., Teheran, Iran | Na de sancties van de Europese Unie ten aanzien van Bank Melli nam Bank Refah de openstaande verrichtingen van Bank Melli over. | 26.7.2010 |

7. | Bank Saderat (waaronder alle dochteronder-nemingen) en filialen: | Bank Saderat Tower, 43 Somayeh Ave, Teheran, Iran. | Bank Saderat is een staatsbank in Iran (94% eigendom van de Iraanse regering). Bank Saderat heeft verscheidene financiële diensten verricht voor entiteiten die bij Irans nucleaire en ballistische raketindustrieën zijn betrokken, met inbegrip van entiteiten die zijn vermeld in UNSCR 1737. Bank Saderat verwerkte nog in maart 2009 betalingen en kredietbrieven van DIO (vermeld in UNSCR 1737) en Iran Electronics Industries. In 2003 behandelde Bank Saderat kredietbrieven namens de Iraanse nucleair-gerlateeerde Mesbah Energy Company (vervolgens vermeld in UNSR 1737). | 26.7.2010 |

(a) Bank Saderat PLC (Londen) | 5 Lothbury, Londen, EC2R 7HD, UK | Filiaal 100% eigendom van Bank Saderat. | 26.7.2010 |

8. | Banque Sina | 187, Avenue Motahari, Teheran, Iran | Deze bank heeft nauwe banden met de belangen van Daftar (hoofdkantoor met 500 beambten). Op die manier draagt zij bij aan de financiering van de strategische belangen van het regime. | 26.7.2010 |

9. | ESNICO (Equipment Supplier for Nuclear Industries Corporation) | No1, 37th Avenue, Asadabadi Street, Teheran, Iran | Schaft industriegoederen aan, speciaal voor de nucleaire activiteiten van AEOI, Novin Energy en Kalaye Electric Company (alle vermeld in UNSCR 1737). Directeur van ESNICO is Haleh Bakhtiar (vermeld in UNSCR 1803). | 26.7.2010 |

10. | Etemad Amin Invest Co Mobin | Pasadaran Av. Teheran, Iran | Heeft nauwe banden met Naftar en Bonyad-e Mostazafan; Etemad Amin Invest Co Mobin draagt bij aan de financiering van de strategische belangen van het regime en de parallelle Iraanse staat. | 26.7.2010 |

11. | Export Development Bank of Iran (EDBI) (waaronder alle dochteronder-nemingen) en filialen: | Export Development Building, Next to the 15th Alley, Bokharest Street, Argentina Square, Teheran, Iran; Tose’e Tower, Corner of 15th St., Ahmad Qasir Ave., Argentine Square, Teheran, Iran; Nr. 129, 21 's Khaled Eslamboli, Nr. 1 Building, Teheran, Iran; Handelsregis-ter nr. 86936 (Iran) | The Export Development Bank of Iran (EDBI) was betrokken bij het verlenen van financiële diensten aan ondernemingen die betrokken zijn bij de Iraanse programma's die zorgen baren qua proliferatie en zij heeft op VN-lijsten geplaatste entiteiten geholpen om sancties te omzeilen en te overtreden. Zij verstrekt financiële diensten aan entiteiten die afhangen van het MODAFL en aan hun dekmantelondernemingen, die het kernprogramma en het programma voor ballistische raketten van Iran ondersteunen. Zij is betalingen blijven verrichten voor Bank Sepah, nadat deze op de VN-lijst was geplaatst, waaronder betalingen in verband met het kernprogramma en het programma voor ballistische raketten van Iran. EDBI verrichte transacties in verband met Iraanse defensie- en raketentiteiten waarvan er verschillende door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (UNSC) op een lijst zijn geplaatst. EDBI was een belangrijke intermediair die instond voor het financiële verkeer van Bank Sepah (die sinds 2007 door de UNSC op een lijst is geplaatst), waaronder MVW-gerelateerde betalingen. EDBI verleent financiële diensten aan diverse MODAFL-entiteiten en heeft lopende aanbestedingsactiviteiten gefaciliteerd van dekmantelbedrijven die met MODAFL-entiteiten verbonden zijn. | 26.7.2010 |

(a) EDBI Exchange Company | Tose’e Tower, Corner of 15th St., Ahmad Qasir Ave.; Argentine Square, Teheran, Iran | De in Teheran gevestigde EDBI Exchange Company is voor 70% eigendom van de Export Development Bank of Iran (EDBI). Zij is in oktober 2008 door de Verenigde Staten op een lijst geplaatst omdat zij eigendom is van of onder controle staat van de EDBI. | 26.7.2010 |

(b) EDBI Stock Brokerage Company | Tose’e Tower, Corner of 15th St., Ahmad Qasir Ave.; Argentine Square, Teheran, Iran | De in Teheran gevestigde EDBI Stock Brokerage Company is een volledige dochteronderneming van de Export Development Bank of Iran (EDBI). Zij is in oktober 2008 door de Verenigde Staten op een lijst geplaatst omdat zij eigendom is van of onder controle staat van de EDBI. | 26.7.2010 |

(c) Banco Internacional de Desarrollo CA | Urb. El Rosal, Avenida Francesco de Miranda, Edificio Dozsa, Piso 8, Caracas C.P. 1060, Venezuela | Banco Internacional de Desarrollo CA is eigendom van de Export Development Bank of Iran. | 26.7.2010 |

12. | Fajr Aviation Composite Industries | Mehrabad Airport, PO Box 13445-885, Teheran, Iran | Een dochteronderneming van de IAIO binnen het MODAFL (opgenomen in Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB van de EU), die hoofdzakelijk composietmaterialen voor de luchtvaartindustrie produceert, maar ook betrokken is bij de ontwikkeling van koolstofvezelcapaciteiten voor kern- en rakettoepassingen. Verbonden met de Technology Cooperation Office. Iran heeft recentelijk de massaproductie van centrifuges van de nieuwe generatie aangekondigd, waarvoor de productiecapaciteiten van de FACI voor koolstofvezels nodig zullen zijn. | 26.7.2010 |

13. | Fulmen | 167 Darya boulevard - Shahrak Ghods, 14669 - 8356 Teheran | Fulmen was betrokken bij de installatie van elektrisch materieel op de site van Qom/Fordow toen het bestaan van deze site nog niet bekend was. | 26.7.2010 |

(a) Arya Niroo Nik | Suite 5 - 11th floor - Nahid Bldg, Shahnazari Street – Mohseni Square Teheran | Arya Niroo Nik is een dekmantelonderneming die door Fulmen voor bepaalde operaties wordt gebruikt. | 26.7.2010 |

14. | Future Bank BSC | Block 304. City Centre Building. Building 199, Government Avenue, Road 383, Manama, Bahrein. PO Box 785; Bedrijfsregis-tratienummer: 54514-1 (Bahrein) vervalt op 9 juni 2009; Handelregisternummer 13388 (Bahrein) | De in Bahrein gebaseerde Future Bank is voor tweederde in handen van Iraanse overheidsbanken. De op de EU-lijst geplaatste Bank Melli and Bank Saderat bezitten elk een derde van de aandelen, het resterende derde is in handen van Ahli United Bank (AUB) of Bahrain. Hoewel AUB volgens haar jaarverslag 2007 nog steeds haar aandelen in de Future Bank heeft, oefent zij niet langer een grote invloed uit op deze bank die de facto onder zeggenschap staat van haar Iraanse moederbanken die in UNSCR 1803 zijn aangemerkt als banken waarvoor bijzondere "waakzaamheid" vereist is. De nauwe banden tussen de Future Bank en Iran blijken voorts uit het feit dat de voorzitter van de Bank Melli tegelijkertijd ook voorzitter van de Future Bank is geweest. | 26.7.2010 |

15. | Industrial Development & Renovation Organization (IDRO) | Overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor de versnelde industrialisering van Iran. Deze instantie heeft zeggenschap over verscheidene ondernemingen die betrokken zijn bij werkzaamheden voor de kern- en raketprogramma's en bij de aanbestedingen voor buitenlandse geavanceerde productietechnologie ter ondersteuning daarvan. | 26.7.2010 |

16. | Iran Aircraft Industries (IACI) | Dochteronderneming van de IAIO binnen het MODAFL (opgenomen in Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB van de EU). Produceert, herstelt en reviseert vliegtuigen en vliegtuigmotoren, en koopt luchtvaartonderdelen (vaak van Amerikaanse origine) via buitenlandse intermediairs. Van IACI en haar dochterondernemingen is ook bekend dat zij gebruik maken van een wereldwijd netwerk van tussenhandelaren die luchtvaartgerelateerde goederen proberen aan te kopen. | 26.7.2010 |

17 | Iran Aircraft Manufacturing Company (ook bekend als HESA, HESA Trade Center, HTC, IAMCO, IAMI, Iran Aircraft Manufacturing Company, Iran Aircraft Manufacturing Industries, Karkhanejate Sanaye Havapaymaie Iran, Hava Peyma Sazi-e Iran, Havapeyma Sazhran, Havapeyma Sazi Iran, Hevapeimasazi) | P.O. Box 83145-311, 28 km Isfahan – Teheran Freeway, Shahin Shahr, Isfahan, Iran; P.O. Box 14155-5568, Nr. 27 Ahahamat Aave., Vallie Asr Square, Teheran 15946, Iran; P.O. Box 81465-935, Isfahan, Iran; Shahih Shar Industrial Zone, Isfahan, Iran; P.O. Box 8140, Nr. 107 Sepahbod Gharany Ave., Teheran, Iran | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens het MODAFL (opgenomen in Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB van de EU). | 26.7.2010 |

18. | Iran Centrifuge Technology Company (ook bekend als TSA or TESA) | TESA heeft de activiteiten overgenomen van Farayand Technique (dat op de lijst van UNSCR 1737 is geplaatst). TESA produceert onderdelen voor centrifuges voor de verrijking van uranium, en ondersteunt rechtstreeks proliferatiegevoelige activiteiten die Iran op grond van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad moet opschorten. Werkt voor Kalaye Electric Company (die op de lijst van UNSCR 1737 is geplaatst). | 26.7.2010 |

19. | Iran Communications Industries (ICI) | PO Box 19295-4731, Pasdaran Avenue, Teheran, Iran; Alternatief adres: PO Box 19575-131, 34 Apadana Avenue, Teheran, Iran; Alternatief adres: Shahid Langary Street, Nobonyad Square Ave, Pasdaran, Teheran | Iran Communications Industries, een dochteronderneming van Iran Electronics Industries (opgenomen in Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB van de EU), produceert diverse goederen waaronder communicatiesystemen, luchtvaartelektronica, optische en elektro-optische apparatuur, micro-elektronica, IT-systemen, test- en meetapparatuur, telecommunicatiebeveiligingssystemen, elektronische oorlogsvoeringssystemen, radarbuizen (productie en renovatie) en raketwerpers. Deze goederen kunnen worden gebruikt in programma's die op grond van UNSCR 1737 niet zijn toegestaan. | 26.7.2010 |

20. | Iran Electronics Industries (waaronder alle dochterondernemingen) en filialen: | P. O. Box 18575-365, Teheran, Iran | Dochteronderneming, volledig in eigendom van het MODAFL (en bijgevolg zusterorganisatie van AIO, AvIO en DIO). Vervaardigt elektronische componenten voor Iraanse wapensystemen. | 24.6.2008 |

(a) Isfahan Optics | P.O. Box 81465-117, Isfahan, Iran | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens Iran Electronics Industries (opgenomen in Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB van de EU). | 26.7.2010 |

21. | Iran Insurance Company (ook bekend als Bimeh Iran) | P.O. Box 14155-6363, 107 Fatemi Ave., Teheran, Iran | Iran Insurance Company heeft de aankoop verzekerd van diverse goederen die kunnen worden gebruikt in programma's die op grond van UNSCR 1737 niet zijn toegestaan. Tot de verzekerde aangekochte goederen behoren helikopteronderdelen, elektronica en computers met toepassingen in de luchtvaart- en raketnavigatie. | 26.7.2010 |

22. | Iranian Aviation Industries Organization (IAIO) | 107 Sepahbod Gharani Avenue, Teheran, Iran | Organisatie binnen het MODAFL (opgenomen in Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB van de EU), verantwoordelijk voor de planning en het beheer van de militaire luchtvaartindustrie van Iran. | 26.7.2010 |

23. | IRGC-luchtmacht | Beheert Irans bestand van raketten voor de korte en de middellange afstand. Directeur van de IRGC-luchtmacht wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006). | 24.6.2008 |

24. | IRGC-Air Force Al-Ghadir Missile Command | De IRGC-Air Force Al-Ghadir Missile Command is een specifiek onderdeel van de luchtmacht van de IRG die heeft samengewerkt met de SBIG (die op de lijst van UNSCR 1737 is geplaatst) in het kader van FATEH 110-raketten, ballistische korteafstandsraketten en de Ashura ballistische middellangeafstandsraket. Deze eenheid blijkt de entiteit te zijn die de operationele controle over de raketten heeft. | 26.7.2010 |

25. | IRGC Qods Force | Teheran (Iran) | De Qods-strijdkrachten van de Islamitische Revolutionaire Garde (IRG) zijn verantwoordelijk voor operaties buiten Iran en het belangrijkste instrument van het buitenlandse beleid van Teheran voor speciale operaties en steun aan terroristen en islamitische militanten in het buitenland. Volgens berichten in de media gebruikte de Hezbollah in 2006 tijdens het conflict met Israël raketten, antischipkruisraketten, draagbare luchtverdedigingssystemen (MANPADS) en onbemande luchtvaartuigen (UAVs) die door de Qods-strijdkrachten waren geleverd, en werden zij hiervoor door de Qods-strijdkrachten opgeleid. Volgens verschillende bronnen blijven de Qods-strijdkrachten de Hezbollah verder bevoorraden met geavanceerde wapens, luchtdoelraketten en langeafstandsraketten, en verstrekken zij hiervoor nog steeds opleidingen. In beperkte mate blijven de Qods-strijdkrachten op het doden van mensen gerichte steun, opleiding en financiering leveren aan Taliban-strijders in het zuiden en het westen van Afghanistan, waaronder handvuurwapens, munitie, mortieren en slagveldraketten voor de korte afstand. De bevelhebber staat op de VN-lijst. | 26.7.2010 |

26. | Islamitische Republiek Iran Shipping Lines (IRISL) (waaronder alle dochterondernemingen) en filialen: | Nr. 37, Aseman Tower, Sayyade Shirazee Square, Pasdaran Ave., PO Box 19395-1311. Teheran. Iran; Nr. 37, Corner of 7th Narenjestan, Sayad Shirazi Square, After Noboyand Square, Pasdaran Ave., Teheran, Iran | IRISL was betrokken bij de verscheping van militaire vracht, waaronder verboden vracht, uit Iran. Bij drie zulke incidenten waren duidelijk schendingen gemoeid die werden gemeld aan het Sanctiecomité voor Iran van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. De betrokkenheid van IRISL bij proliferatiegevoelige activiteiten was van dien aard dat de VN-Veiligheidsraad in UNSCR 1803 en 1929 landen heeft opgeroepen om IRISL-vaartuigen te inspecteren, als er een redelijk vermoeden bestaat dat het vaartuig verboden goederen vervoert. | 26.7.2010 |

(a) Bushehr Shipping Company Limited (Teheran) | 143/1 Tower Road Sliema, Slm 1604, Malta; c/o Hafiz Darya Shipping Company, Ehteshamiyeh Square 60, Neyestani 7, Pasdaran, Teheran, Iran | Is eigendom van of staat onder zeggenschap van IRISL. | 26.7.2010 |

(b) CISCO Shipping Company Ltd (ook bekend als IRISL Korea Ltd) | Houdt kantoor in Seoel en Busan, Zuid-Korea | Treedt namens IRISL in Zuid-Korea op. | 26.7.2010 |

(c) Hafize Darya Shipping Lines (HDSL) (ook bekend als HDS Lines) | Nr. 60 Ehteshamiyeh Square, 7th Neyestan Street, Pasdaran Avenue, Teheran, Iran; Alternatief adres: Third Floor of IRISL’s Aseman Tower | Treedt namens IRISL op en voert daarbij containeroperaties uit met gebruikmaking van vaartuigen van IRISL. | 26.7.2010 |

(d) Hanseatic Trade Trust & Shipping (HTTS) GmbH; HTTS GmbH | Schottweg 7, 22087 Hamburg, Duitsland; Opp 7th Alley, Zarafshan St, Eivanak St, Qods Township | Treedt namens HDSL in Europa op. | 26.7.2010 |

(e) Irano Misr Shipping Company | No 41, 3rd Floor, Corner of 6th Alley, Sunaei Street, Karim Khan Zand Ave, Teheran; 265, Next to Mehrshad, Sedaghat St., Opposite of Mellat Park, Vali Asr Ave., Teheran 1A001, Iran; 18 Mehrshad Street, Sadaghat St., Opposite of Mellat Park, Vali Asr Ave., Teheran 1A001, Iran | Treedt namens IRISL op langs het Suezkanaal en in Alexandrië en Port Said. Voor 51% in handen van IRISL. | 26.7.2010 |

(f) Irinvestship Ltd | Global House, 61 Petty France, Londen SW1H 9EU, Verenigd Koninkrijk; Bedrijfsregis-tratiedocument nr. 4110179 (Verenigd Koninkrijk) | Eigendom van IRISL. Verstrekt financiële, juridische en verzekeringsdiensten aan IRISL, en houdt zich ook bezig met marketing, bevrachting en bemanningsbeheer. | 26.7.2010 |

(g) IRISL (Malta) Ltd | Flat 1, 181 Tower Road, Sliema SLM 1605, Malta | Treedt namens IRISL in Malta op. Een joint-venture met Duitse en Maltese aandeelhouders. IRISL gebruikt de Maltese route sinds 2004 en gebruikt Freeport als een overladingshub tussen de Perzische Golf en Europa. | 26.7.2010 |

(h) IRISL (UK) Ltd (Barking, Felixstowe) | Abbey Rd., Baring, Essex IG11 7 AX, Verenigd Koninkrijk; IRISL (UK) Ltd., Walton Ave., Felixstowe, Suffolk, IP11 3HG, Verenigd Koninkrijk Bedrijfsregis-tratiedocument nr. 4765305 2 | Voor 50% in handen van Irinvestship Ltd en voor 50% in handen van British Company Johnson Stevens Agencies Ltd. Verzorgt een vracht- en containerdienst tussen Europa en het Midden-Oosten, alsook twee afzonderlijke diensten tussen het Verre Oosten en het Midden-Oosten. | 26.7.2010 |

(i) IRISL Club | No 60 Ehteshamiyeh Square, 7th Neyestan Street, Pasdaran Avenue, Teheran | Eigendom van IRISL. | 26.7.2010 |

(j) IRISL Europe GmbH (Hamburg) | Schottweg 5, 22087 Hamburg, Duitsland; btw-nummer DE217283818 (Duitsland) | Agent van IRISL in Duitsland. | 26.7.2010 |

(k) IRISL Marine Services and Engineering Company | Sarbandar Gas Station PO Box 199, Bandar Imam Khomeini, Iran; Karim Khan Zand Ave, Iran Shahr Shomai, No 221, Teheran, Iran; nr. 221, Northern Iranshahr Street, Karim Khan Ave, Teheran, Iran | Eigendom van IRISL. Levert brandstof, bunkers, water, verf, smeerolie en chemicaliën voor IRISL-vaartuigen. De onderneming voorziet ook in het onderhoud van schepen alsook in faciliteiten en diensten voor de bemanningsleden. IRISL-dochterondernemingen hebben onder schuilnamen bankrekeningen in US-dollars in Europa en het Midden-Oosten gebruikt om routinegeldtransfers gemakkelijker te laten verlopen. IRISL heeft herhaaldelijk inbreuken op bepalingen van UNSCR 1747 mogelijk gemaakt. | 26.7.2010 |

(l) IRISL Multimodal Transport Company | No 25, Shahid Arabi Line, Sanaei St, Karim Khan Zand Zand St Teheran. Iran | Eigendom van IRISL. Verantwoordelijk voor vrachtvervoer per spoor. Volledige dochteronderneming van IRISL. | 26.7.2010 |

(m) IRITAL Shipping SRL | Ponte Francesco Morosini 59, 16126 Genua (GE), Italië Handelsregis-ternummer: GE 426505 (Italië); Italiaans fiscaal nummer: 03329300101 (Italië); btw- nummer: 12869140157 (Italië) | Contactpunt voor ECL- en PCL-diensten. Wordt gebruikt door de Marine Industries Group (MIG; nu bekend als Marine Industries Organization), een dochteronderneming van DIO, die verantwoordelijk is voor het ontwerp en de bouw van diverse marinestructuren en zowel militaire als niet-militaire vaartuigen. DIO is op de lijst van UNSCR 1737 geplaatst. | 26.7.2010 |

(n) ISI Maritime Limited (Malta) | 147/1 St. Lucia Street, Valetta, Vlt 1185, Malta; c/o IranoHind Shipping Co. Ltd., Mehrshad Street, PO Box 15875, Teheran, Iran | Is eigendom van of staat onder zeggenschap van IRISL. | 26.7.2010 |

(o) Khazer Shipping Lines (Bandar Anzali) | Nr. 1: End of Shahid Mostafa Khomeini St., Tohid Square, O.O. Box 43145, Bandar Anzali 1711-324, Iran; M. Khomeini St., Ghazian, Bandar Anzali, Gilan, Iran | 100% dochteronderneming van IRISL. Beschikt over een vloot van in totaal zes vaartuigen; is actief in de Kaspische Zee; heeft verzendingen van op VN- en VS-lijsten geplaatste entiteiten, zoals Bank Melli, gefaciliteerd door proliferatiegevoelige vrachten te verschepen vanuit landen als Rusland en Kazachstan naar Iran. | 26.7.2010 |

(p) Leadmarine (ook bekend als Asia Marine Network Pte Ltd aka IRISL Asia Pte Ltd) | 200 Middle Road #14-01 Prime Centre Singapore 188980 (of 199090) | Treedt namens HDSL in Singapore op. Voorheen bekend als Asia Marine Network Pte Ltd en IRISL Asia Pte Ltd; trad namens IRISL in Singapore op. | 26.7.2010 |

(q) Marble Shipping Limited (Malta) | 143/1 Tower Road, Sliema, Slm 1604, Malta | Is eigendom van of staat onder zeggenschap van IRISL. | 26.7.2010 |

(r) Oasis Freight Agencies (ook bekend als Pacific Shipping Company | Al Meena Street, Opposite Dubai Ports & Customs, 2nd Floor, Sharaf Building, Dubai VAE; Sharaf Building, 1st Floor, Al Mankhool St., Bur Dubai, P.O. Box 5562, Dubai, VAE; Sharaf Building, Nr. 4, 2nd Floor, Al Meena Road, Opposite Customs, Dubai, VAE, Kayed Ahli Building, Jamal Abdul Nasser Road (Parallel to Al Wahda St.), P.O. Box 4840, Sharjah, VAE | Een joint-venture tussen IRISL en de in de Verenigde Arabische Emiraten gevestigde Sharif Shipping Company. Treedt namens IRISL in de Verenigde Arabische Emiraten op door te voorzien in brandstof en voorraden, uitrusting, reserveonderdelen en scheepsherstellingen. Is nu bekend als de Pacific Shipping Company, die namens HDSL optreedt. | 26.7.2010 |

(s) Safiran Payam Darya Shipping Lines (SAPID) | 33 Eigth Narenjestan, Artesh Street, PO Box 19635-1116, Teheran, Iran; Alternatief adres: Third Floor of IRISL’s Aseman Tower | Treedt namens IRISL op en verricht bulkdiensten. | 26.7.2010 |

(t) Santexlines (ook bekend als IRISL China Shipping Company Ltd, ook bekend als Yi Hang Shipping Company) | Suite 1501, Shanghai Zhongrong Plaza, 1088, Pudong(S) road, Shanghai 200122, Shanghai, China. Alternatief adres: F23A-D, Times Plaza Nr. 1, Taizi Road, Shekou, Shenzhen 518067, China | Santexlines treedt op namens HDSL. Was voorheen bekend als IRISL China shipping Company, en trad namens IRISL op in China. | 26.7.2010 |

(u) Shipping Computer Services Company (SCSCOL) | Nr. 37, Asseman Shahid Sayyad Shirazee square, Pasdaran Ave., PO Box 1587553 1351. Teheran. Iran; Nr. 13, 1st Floor, Abgan Alley, Aban ave., Karimkhan Zand Blvd, Teheran 15976, Iran. | Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens IRISL. | 26.7.2010 |

(v) Soroush Saramin Asatir (SSA) | Nr. 14 (alt. 5) Shabnam Alley, Fajr Street, Shahid Motahhari Avenue, PO Box 196365-1114, Teheran Iran | Treedt op namens IRISL. Een in Teheran gevestigd scheepsmanagementbedrijf dat optreedt als technisch manager voor vele schepen van SAPID. | 26.7.2010 |

(w) South Way Shipping Agency Co Ltd | Nr. 101, Shabnam Alley, Ghaem Magham Street, Teheran, Iran | Staat onder zeggenschap van IRISL en treedt voor IRISL op in Iraanse havens waarbij het toezicht houdt op taken zoals laden en lossen. | 26.7.2010 |

(x) Valfajr 8th Shipping Line Co. (ook bekend als Valfajr) | Abyar Alley, Corner of Shahid Azodi St. & Karim Khan Zand Ave. Teheran, Iran; Shahid Azodi St. Karim Khan Zand Zand Ave., Abiar Alley. PO Box 4155, Teheran, Iran | Een 100% dochteronderneming van IRISL; onderhoudt verbindingen tussen Iran en de Golfstaten zoals Koeweit, Qatar, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië. Valfajr is een in Dubai gevestigde dochteronderneming van de Islamic Republic of Iran Shipping Lines (IRISL) die voorziet in ferry- en feederdiensten, en soms in koeriersvrachten en passagiersvervoer in de Perzische Golf. Valfaijr heeft in Dubai scheepsbemanningen en scheepsbevoorradingsdiensten geboekt, alsook schepen voor aankomst en vertrek en voor laden en lossen in havens klaargemaakt. Valfajr beschikt over aanloophavens in de Perzische Golf en India. Sinds medio juni 2009 deelt Valfajr hetzelfde gebouw met IRISL in Port Rashid in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten); de onderneming deelt ook hetzelfde gebouw met IRISL in Teheran (Iran). | 26.7.2010 |

27. | Islamic Revolutionary Guard Corps (IRGC) | Teheran (Iran) | Verantwoordelijk voor het nucleaire programma van Iran. Heeft de operationele controle over het programma voor ballistische raketten van Iran. Heeft getracht aanbestedingen te doen ter ondersteuning van het kernprogramma en het programma voor ballistische raketten van Iran. | 26.7.2010 |

28. | Javedan Mehr Toos | Ingenieursbedrijf dat aanbestedingen doet voor de Iraanse organisatie voor atoomenergie die op de lijst van UNSCR 1737 is geplaatst. | 26.7.2010 |

29. | Kala Naft | Kala Naft Teheran Co, P.O. Box 15815/1775, Gharani Avenue, Teheran, Iran; Nr. 242 Shahid Kalantri Street - Near Karim Khan Bridge - Sepahbod Gharani Avenue, Teheran; Kish Free Zone, Trade Center, Kish Island, Iran; Kala Ltd., NIOC House, 4 Victoria Street, Londen Sw1H1 | Handelt in materieel voor de aardolie- en aardgasindustrie dat voor het Iraanse kernprogramma kan worden gebruikt. Heeft getracht materiaal (afsluiters van zeer resistente legeringen (alloy gates)) aan te kopen dat enkel in de nucleaire industrie kan worden gebruikt. Heeft banden met ondernemingen die betrokken zijn bij het nucleaire programma van Iran. | 26.7.2010 |

30. | Machine Sazi Arak | 4th km Teheran Road, PO Box 148, Arak, Iran | Aan IDRO verbonden onderneming uit de energiesector die fabricageondersteuning verleent aan het kernprogramma, daaronder begrepen aangewezen proliferatiegevoelige activiteiten. Is betrokken bij de bouw van de zwaarwaterreactor van Arak. Het Verenigd Koninkrijk heeft in juli 2009 een exportweigering voor een aluminium grafietstopstang ("alumina graphite stopper rod") ten aanzien van Machine Sazi Arak gemeld. In mei 2009 heeft Zweden de uitvoer naar Machine Sazi Arak verboden van " bekleding van gewelfde bodems voor drukvaten" ("cladding of dish ends for pressure vessels"). | 26.7.2010 |

31. | Marine Industries | Pasdaran Av., PO Box 19585/ 777, Teheran | Filiaal van DIO. | 24.4.2007 |

32. | MASNA (Moierat Saakht Niroogahye Atomi Iran) Managing Company for the Construction of Nuclear Power Plants | Ondergeschikt aan AEOI en Novin Energy (beide op de lijst van UNSCR 1737 geplaatst). Betrokken bij de ontwikkeling van kernreactoren. | 26.7.2010 |

33. | Mechanic Industries Group | Heeft deelgenomen aan de productie van onderdelen voor het ballistische programma. | 24.6.2008 |

34. | Ministry of Defence and Armed Forces Logistics (MODAFL) | West side of Dabestan Street, Abbas Abad District, Teheran | Verantwoordelijk voor defensieonderzoek en de ontwikkelings- en productieprogramma's in Iran, waaronder ondersteuning van raket- en nucleaire programma's. | 24.6.2008 |

35. | Naserin Vahid | Naserin Vahid produceert wapenonderdelen namens de IRG. Dekmantelbedrijf van de IRG. | 26.7.2010 |

36. | Nuclear Fuel Production and Procurement Company (NFPC) | AEOI-NFPD, P.O.Box: 11365-8486, Teheran / Iran | Nuclear Fuel Production Division (NFPD) van AEOI doet onderzoek en ontwikkeling i.v.m. de nucleaire brandstofcyclus, incl. uraniumexploratie, winning, fijnmalen, conversie en kernafvalbeheer. NFPC is opvolger van NFPD, dochterbedrijf onder AEOI die de leiding heeft bij onderzoek en ontwikkeling i.v.m. nucleaire brandstofcyclus, waaronder conversie en verrijking. | 24.4.2007 |

37. | Parchin Chemical Industries | Heeft voor het ballistische programma van Iran werkzaamheden verricht op het gebied van voortstuwingstechnieken. | 24.6.2008 |

38. | Parto Sanat Co | Nr. 1281 Valiasr Ave., Next to 14th St., Teheran, Iran. | Producent van frequentieomzetters; is tevens in staat om ingevoerde buitenlandse frequentieomzetters te ontwikkelen/wijzigen zodat deze kunnen worden gebruikt in gascentrifugeverrijking. Wordt geacht te zijn betrokken bij nucleaire proliferatieactiviteiten. | 26.7.2010 |

39. | Passive Defense Organization | Verantwoordelijk voor de selectie en de bouw van strategische faciliteiten, waaronder - volgens Iraanse verklaringen - de site voor uraniumverrijking te Fordow (Qom) die in strijd met Irans verplichtingen gebouwd is zonder hiervan aangifte te doen aan de IAEA (bevestigd in een resolutie van de raad van beheer van het IAEA). Brigadegeneraal Gholam-Reza Jalali, voormalig lid van de IRGC, is voorzitter van de PDO. | 26.7.2010 |

40. | Post Bank | 237, Motahari Ave., Teheran, Iran 1587618118 | De Post Bank is geëvolueerd van een Iraanse binnenlandse bank naar een bank die de internationale handel van Iran faciliteert. Zij verricht transacties voor Bank Sepah (die op de lijst van UNSCR 1747 is geplaatst) en maskeert de betrokkenheid van Bank Sepah bij bepaalde transacties om zo de sancties te omzeilen. In 2009 faciliteerde de Post Bank het zakendoen, namens Bank Sepah, tussen de Iraanse defensie-industrie en overzeese begunstigden. Zij faciliteerde tevens het zakendoen met het dekmantelbedrijf voor de Tranchon Commercial Bank (Democratische Volksrepubliek Korea), die bekendstaat voor het faciliteren van proliferatiegerelateerde zaken tussen Iran en de DVK. | 26.7.2010 |

41. | Raka | Een afdeling van Kalaye Electric Company (die op de lijst van UNSCR 1737 is geplaatst). Deze onderneming, die eind 2006 is opgericht, was verantwoordelijk voor de bouw van de uraniumverrijkingsfabriek te Fordow (Qom). | 26.7.2010 |

42. | Research Institute of Nuclear Science & Technology (ook bekend als Nuclear Science & Technology Research Institute) | Ondergeschikt aan de AEOI; zet de werkzaamheden voort van de voormalige onderzoeksafdeling van de AEOI. Vice-voorzitter van de AEOI, Mohammad Ghannadi (die op de lijst van UNSCR 1737 staat), is directeur van dit onderzoeksinstituut. | 26.7.2010 |

43. | Schiller Novin | Gheytariyeh Avenue - no153 - 3rd Floor - PO BOX 17665/153 6 19389 Teheran | Treedt op namens de Defense Industries Organisation (DIO). | 26.7.2010 |

44. | Sepanir Oil and Gas Energy Engineering Company (ook bekend als Sepah Nir) | Een dochteronderneming van Khatam al-Anbya Construction Headquarters dat op de lijst van UNSCR 1929 is geplaatst. Sepanir Oil and Gas Engineering Company neemt deel aan het ontwikkelingsproject voor het South Pars offshore-gasveld fase 15-16. | 26.7.2010 |

45. | Shahid Ahmad Kazemi Industrial Group | SAKIG ontwikkelt en produceert grond-luchtraketsystemen voor het Iraanse leger; werkt aan militaire, raket- en luchtverdedigingsprojecten en koopt goederen aan van Rusland, Wit-Rusland en Noord-Korea. | 26.7.2010 |

46. | Shakhese Behbud Sanat | Betrokken bij de productie van materieel en onderdelen voor de splijtstofcyclus. | 26.7.2010 |

47. | State Purchasing Organisation (SPO) | SPO lijkt invoer van complete wapens te faciliteren. Lijkt filiaal te zijn van het MODAFL. | 24.6.2008 |

48. | Technology Cooperation Office (TCO) of the Iranian President’s Office | Teheran (Iran) | Verantwoordelijk voor de technologische vooruitgang van Iran door buitenlandse inkoop en opleiding; verleent ondersteuning aan de kern- en raketprogramma's. | 26.7.2010 |

49. | Yasa Part, (waaronder alle dochteronder-nemingen) en filialen: | Onderneming die zich bezighoudt met aanbestedingsactiviteiten voor de aankoop van materialen en technologieën die noodzakelijk zijn voor nucleaire en ballistische programma's. | 26.7.2010 |

(a) Arfa Paint Company | Treedt op namens Yasa Part. | 26.7.2010 |

(b) Arfeh Company | Treedt op namens Yasa Part. | 26.7.2010 |

(c) Farasepehr Engineering Company | Treedt op namens Yasa Part. | 26.7.2010 |

(d) Hosseini Nejad Trading Co. | Treedt op namens Yasa Part. | 26.7.2010 |

(e) Iran Saffron Company or Iransaffron Co. | Treedt op namens Yasa Part. | 26.7.2010 |

(f) Shetab G. | Treedt op namens Yasa Part. | 26.7.2010 |

(g) Shetab Gaman | Treedt op namens Yasa Part. | 26.7.2010 |

(h) Shetab Trading | Treedt op namens Yasa Part. | 26.7.2010 |

(i) Y.A.S. Co. Ltd | Treedt op namens Yasa Part. | 26.7.2010 |

BIJLAGE IX

Lijst van kredietinstellingen en financiële instellingen als bedoeld in artikel 22, artikel 23, lid 2, artikel 24 en artikel 25, onder a)[22]

A. Onder artikel 36 vallende bijkantoren en dochtermaatschappijen van in Iran gevestigde kredietinstellingen en financiële instellingen[23]

1. BANK MELLI IRAN*

Frankrijk

43, avenue Montaigne, F-75008 Paris

BIC: MELIFRPP

Duitsland

Holzbrücke 2, D-20459 Hamburg

BIC: MELIDEHH

Verenigd Koninkrijk

Melli Bank plc

One London Wall, 11th Floor, GB-London EC2Y 5EA

BIC: MELIGB2L

2. BANK SEPAH*

Frankrijk

64, rue de Miromesnil, F-75008 Paris

BIC: SEPBFRPP

Duitsland

Hafenstraße 54, D-60327 Frankfurt am Main

BIC: SEPBDEFF

Italië

Via Barberini 50, I-00187 Roma

BIC: SEPBITR1

Verenigd Koninkrijk

Bank Sepah International plc

5/7 Eastcheap, GB-London EC3M 1JT

BIC: SEPBGB2L

3. BANK SADERAT IRAN*

Frankrijk

Bank Saderat Iran

16, rue de la Paix, F-75002 Paris

BIC: BSIRFRPP

TELEX: 220287 SADER A / SADER B

Duitsland

Kantoor Hamburg

P.O. Box 112227, Deichstraße 11, D-20459 Hamburg

BIC: BSIRDEHH

TELEX: 215175 SADBK D

Kantoor Frankfurt

P.O. Box 160151, Friedensstraße 4, D-60311 Frankfurt am Main

BIC: BSIRDEFF

Griekenland

Kantoor Athene

PO Box 4308, 25-29 Venizelou St, GR-105 64 Athinai

BIC: BSIRGRAA

TELEX: 218385 SABK GR

Verenigd Koninkrijk

Bank Saderat plc

5 Lothbury, GB-London EC2R 7HD

BIC: BSPLGB2L

TELEX: 883382 SADER G

4. BANK TEJARAT

Frankrijk

Bank Tejarat

124-126, rue de Provence, F-75008 Paris

BIC: BTEJFRPP

TELEX: 281972 F, 281973 F BKTEJ

5. PERSIA INTERNATIONAL BANK plc*

Verenigd Koninkrijk

Hoofdkwartier en voornaamste kantoor

6 Lothbury, GB-London EC2R 7HH

BIC: PIBPGB2L

TELEX: 885426

B. Niet onder artikel 36 vallende bijkantoren en dochtermaatschappijen van in Iran gevestigde kredietinstellingen en financiële instellingen, alsmede niet onder artikel 36 vallende, noch in Iran gevestigde kredietinstellingen en financiële instellingen die onder zeggenschap staan van in Iran gevestigde personen en entiteiten

1. BANK MELLI*

Azerbeidzjan

Bank Melli Iran kantoor Baku

Nobel Ave. 14, Baku

BIC: MELIAZ22

Irak

Nr.111-27 Alley – 929 District – Arasat Street, Baghdad

BIC: MELIIQBA

Oman

Kantoor Oman Muscat

P.O. Box 5643, Mossa Abdul Rehman Hassan Building, 238 Al Burj St., Ruwi, Muscat, Oman 8 /

P.O. BOX 2643 PC 112

BIC: MELIOMR

China

Melli Bank HK (kantoor van Melli Bank PLC)

Unit 1703-04, Hong Kong Club Building, 3A Chater Road, Central Hong Kong

BIC: MELIHKHH

Egypte

Vertegenwoordiging

P.O. Box 2654, First Floor, Flat Nr. 1, Al Sad el Aaly Dokhi.

Tel.: 2700605 / Fax: 92633

Verenigde Arabische Emiraten

Regionaal kantoor

P.O. Box: 1894, Dubai

BIC: MELIAEAD

Kantoor Abu Dhabi

Post box Nr. 2656 Hamdan Street

BIC: MELIAEADADH

Kantoor Al Ain

Post box Nr. 1888 Clock Tower, Industrial Road

BIC: MELIAEADALN

Kantoor Bur Dubai

Post box Nr. 3093 Khalid Bin Waleed Street

BIC: MELIAEADBR2

Hoofdkantoor Dubai

Post box Nr. 1894 Beniyas Street

BIC: MELIAEAD

Kantoor Fujairah

Post box Nr. 248 Al Marash R/A, Hamad Bin Abdullah Street

BIC: MELIAEADFUJ

Kantoor Ras al-Khaimah

Post box Nr. 5270 Oman Street, Al Nakheel

BIC: MELIAEADRAK

Kantoor Sharjah

Post box Nr. 459 Al Burj Street

BIC: MELIAEADSHJ

Russische Federatie

Nr. 9/1 ul. Mashkova, 103064 Moscow

BIC: MELIRUMM

Japan

Vertegenwoordiging

333 New Tokyo Bldg, 3-1 Marunouchi, 3 Chome, Chiyoda-ku.

Tel.: 332162631. Fax (3)32162638. TELEX: J296687

2. BANK MELLAT*

Zuid-Korea

Bank Mellat kantoor Seoul

Keumkang Tower 13/14th Floor, Tehran road 889-13, Daechi-dong Gangnam-Ku, 135 280, Seoul

BIC: BKMTKRSE

TELEX: K36019 MELLAT

Turkije

Kantoor Istanbul

1 Binbirçiçek Sokak, Büyükdere Caddesi Levent-İstanbul

BIC: BKMTTRIS

TELEX: 26023 MELT TR

Kantoor Ankara

Ziya Gökalp Bulvarı No: 12 06425 Kızılay-Ankara

BIC: BKMTTRIS100

TELEX: 46915 BMEL TR

Kantoor İzmir

Cumhuriyet Bulvarı No: 88/A P.K 71035210 Konak-İzmir

BIC: BKMTTRIS 200

TELEX: 53053 BMIZ TR

Armenië

Kantoor Yerevan

6 Amiryan Str. P.O. Box: 375010 P/H 24 Yerevan

BIC: BKMTAM 22

TELEX: 243303 MLTAR AM 243110 BMTRAM

3. PERSIA INTERNATIONAL BANK plc*

Verenigde Arabische Emiraten

Kantoor Dubai

The Gate Building, 4th Floor, P.O.BOX 119871, Dubai

BIC: PIBPAEAD

4. BANK SADERAT IRAN*

Libanon

Regionaal kantoor

Mar Elias – Mteco Center, PO BOX 5126, Beirut

BIC: BSIRLBBE

Hoofdkantoor Beirut

Verdun street – Alrose building

P.O. BOX 5126 Beirut / P.O. BOX 6717 Hamra

BIC: BSIRLBBE

TELEX: 48602 – 20738, 21205 – SADBNK

Kantoor Alghobeiri

Nr. 3528, Alghobeiry BLVD, Jawhara BLDG Abdallah El Hajje str. – Ghobeiri BLVD, Alghobeiri

BIC: BSIRLBBE

Kantoor Baalbak

Nr. 3418, Ras Elein str., Baalbak

BIC: BSIRLBBE

Kantoor Borj al Barajneh

Nr. 4280, Al Holam BLDG, Al Kafaat cross, Al Maamoura str., Sahat Mreyjeh, 1st Floor

BIC: BSIRLBBE

Kantoor Saida

Nr. 4338, Saida – Riad Elsoleh BLVD. Ali Ahmad BLG.

BIC: BSIRLBBE

Oman

BLDG 606, Way 4543, 145 Complex, Ruwi High Street, Ruwi, P.O. BOX 1269, Muscat

BIC: BSIROMR

TELEX: 3146

Qatar

Kantoor Doha

Nr. 2623, Grand Hamad ave., P.O. BOX 2256, Doha

BIC: BSIR QA QA

TELEX: 4225

Turkmenistan

Kantoor Bank Saderat Iran Ashkhabad

Makhtoomgholi ave., Nr. 181, Ashkhabad

TELEX: 1161134-86278

Verenigde Arabische Emiraten

Regionaal kantoor Dubai

Al Maktoum road, PO BOX 4182 Deira, Dubai

BIC: BSIRAEAD / BSIRAEADDLR / BSIRAEADLCD

TELEX: 45456 SADERBANK

Kantoor Murshid Bazar

Murshid Bazar P.O. Box 4182

Deira, Dubai

BIC: BSIRAEAD

TELEX: 45456 SADERBANK

Kantoor Bur Dubai

Al Fahidi Road

P.O.Box 4182 Dubai

BIC: BSIRAEAD

TELEX: 45456 SADERBANK

Kantoor Ajman

Nr. 2900 Liwara street, PO BOX 16, Ajman, Dubai

BIC: BSIRAEAD

TELEX: 45456 SADERBANK

Kantoor Shaykh Zayed Road

Shaykh Road, Dubai

BIC: BSIRAEAD

TELEX: 45456 SADERBANK

Kantoor Abu Dhabi

Nr. 2690 Hamdan street, PO BOX 2656, Abu Dhabi

BIC: BSIRAEAD

TELEX: 22263

Kantoor Al Ein

Nr. 1741, Al Am Road, PO BOX 1140, Al Ein, Abu Dhabi

BIC: BSIRAEAD

TELEX: 45456 SADERBANK

Kantoor Sharjah

Nr. 2776 Alaroda road, PO BOX 316, Sharjah

BIC: BSIRAEAD

TELEX: 45456 SADERBANK

Bahrein

Kantoor Bahrein

106 Government Road; P.O. Box 825, Block Nr. 316; Entrance Nr. 3; Manama Center; Manama

TELEX: 8363 SADER BANK

OBU

P.O. Box 825 – Manama

TELEX: 8688 SADER BANK

Oezbekistan

Bank Saderat Iran Tashkent

10 Tchekhov street, Mirabad district, 100060 Tashkent

BIC: BSIRUZ21

TELEX: 116134 BSITA UZ

5. TEJARAT BANK

Tadzjikistan

Nr. 70, Rudaki Ave., Dushanbe

P.O. Box: 734001

BIC: BTEJTJ22XXX

TELEX: 201135 BTDIR TJ

China

Vertegenwoordiging China

Office C208 Beijing Lufthansa Center Nr. 50 Liangmaqiao Road Chaoyang District Beijing 100016

6. ARIAN BANK* (ook bekend onder de naam Aryan Bank)

Afghanistan

Hoofdkantoor

House Nr. 2, Street Nr. 13, Wazir Akbar Khan, Kabul

BIC: AFABAFKA

Kantoor Harat

Nr. 14301(2), Business Room Building, Banke Khoon road, Harat

BIC: AFABAFKA

7. FUTURE BANK *

Bahrein

Future Bank

P.O. Box 785, Government Avenue 304, Manama

Shop 57, Block Nr. 624 Shaikh Jaber Al Ahmed Al Sabah Avenue-Road Nr. 4203, Sitra

BIC: FUBBBHBM / FUBBBHBMOBU / FUBBBHBMXXX / FUBBBHBMSIT

8. BANCO INTERNACIONAL DE DESARROLLO, SA

Venezuela

Banco internacional de Desarrollo, Banco Universal

Avenida Francisco de Miranda, Torre Dosza, Piso 8, El Rosal, Chacao, Caracas

BIC: IDUNVECAXXX

[1] PB L 195 van 27.7.2010, blz. 39.

[2] PB L 103 van 20.4.2007, blz. 1.

[3] PB L 61 van 28.2.2007, blz. 49.

[4] PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.

[5] PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

[6] PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

[7] PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.

[8] PB L 145 van 4.6.2008, blz. 1.

[9] PB L 345 van 19.12.2002, blz. 1-51.

[10] PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.

[11] PB L 9 van 15.1.2003, blz. 3.

[12] PB L 345 van 8.12.2006, blz. 1.

[13] PB L 134 van 29.5.2009, blz. 1.

[14] PB L 88 van 29.3.2007, blz. 58.

[15] PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1.

[16] PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

[17] PB L 345 van 8.12.2006, blz. 1-9.

[18] PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

[19] PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

[20] http://ec.europa.eu/external_relations/cfsp/sanctions/consol-list_en.htm.

[21] PB L 88 van 29.3.2007, blz. 58.

[22] Entiteiten met * vallen ook onder de bevriezing van activa als bedoeld in artikel 16.

[23]