52010PC0432

/* COM/2010/0432 final - NLE 2010/0233 */ Voorstel voor een VERORDENING (EU) Nr. …/.. VAN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1292/2007en (EG) nr. 367/2006 (tot instelling van een definitief antidumpingrecht en van een definitief compenserend recht op polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) van oorsprong uit India, waarbij de uitbreiding van die rechten tot de invoer van polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) verzonden uit onder meer Israël wordt gehandhaafd), tot vrijstelling van één Israëlische importeur en tot beëindiging van de registratie van de invoer door deze exporteur


[pic] | EUROPESE COMMISSIE |

Brussel, 16.8.2010

COM(2010) 432 definitief

2010/0233 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING (EU) Nr. …/.. VAN DE RAAD

tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1292/2007en (EG) nr. 367/2006 (tot instelling van een definitief antidumpingrecht en van een definitief compenserend recht op polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) van oorsprong uit India, waarbij de uitbreiding van die rechten tot de invoer van polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) verzonden uit onder meer Israël wordt gehandhaafd), tot vrijstelling van één Israëlische importeur en tot beëindiging van de registratie van de invoer door deze exporteur

TOELICHTING

ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL |

Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel betreft de toepassing van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap ("de basisantidumpingverordening") en Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn ("de basisantisubsidieverordening") in de procedure betreffende de invoer van polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) van oorsprong uit India, die na een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur is uitgebreid tot de invoer van petfolie verzonden uit onder meer Israël. |

Algemene context Dit voorstel wordt gedaan in het kader van de tenuitvoerlegging van de basisverordeningen en is het resultaat van een onderzoek dat is uitgevoerd overeenkomstig de materiële en formele eisen van de basisverordeningen. |

Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Verordening (EG) nr. 1292/2007 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op petfolie van oorsprong uit India, uitgebreid tot de invoer van petfolie verzonden uit onder meer Israël, en Verordening (EG) nr. 367/2006 van de Raad tot instelling van een definitief compenserend recht op petfolie uit India, uitgebreid tot de invoer van petfolie uit onder meer Israël. |

Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie Niet van toepassing. |

RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING |

Raadpleging van belanghebbende partijen |

Partijen die belang hebben bij de procedure werden overeenkomstig de bepalingen van de basisverordeningen in de loop van het onderzoek in de gelegenheid gesteld hun belangen te verdedigen. |

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid |

Er hoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. |

Effectbeoordeling Dit voorstel vloeit voort uit de tenuitvoerlegging van de basisverordeningen. De basisverordeningen voorzien niet in een algemene effectbeoordeling, maar bevatten wel een volledige lijst van factoren die moeten worden beoordeeld. |

JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL |

Samenvatting van de voorgestelde maatregel Op 6 januari 2010 heeft de Commissie op verzoek van een Israëlische exporteur een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur geopend van Verordening (EG) nr. 1292/2007 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op petfolie van oorsprong uit India, uitgebreid tot de invoer van petfolie verzonden uit onder meer Israël, en Verordening (EG) nr. 367/2006 tot instelling van een definitief compenserend recht op petfolie uit India, uitgebreid tot de invoer van petfolie uit onder meer Israël. Bijgaand voorstel voor een verordening van de Raad is gebaseerd op de definitieve bevinding dat de Israëlische exporteur tijdens het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (2003) geen petfolie naar de EU heeft uitgevoerd. Er is een volledige productiefaciliteit aangetroffen voor de productie van petfolie en de verwerking ervan tot verpakkingen voor levensmiddelen en andere producten. Niets wees op banden met petfolie producerende ondernemingen in India. De Raad wordt derhalve verzocht het bijgevoegde voorstel voor een verordening goed te keuren teneinde de Israëlische exporteur vrij te stellen van het antidumping- en compenserend recht op petfolie verzonden uit Israël. |

Rechtsgrondslag Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap en Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn. |

Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. |

Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: |

de vorm van de maatregel wordt voorgeschreven in de basisverordeningen en laat geen ruimte voor nationale besluitvorming. |

De beschrijving van de wijze waarop de financiële en administratieve lasten voor de Unie, de nationale, regionale en plaatselijke overheden, de bedrijven en de burgers zo veel mogelijk worden beperkt en hoe zij in verhouding staan tot het doel van het voorstel is niet van toepassing. |

Keuze van instrumenten |

Voorgesteld instrument: verordening. |

Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn: andere instrumenten zouden ongeschikt zijn omdat de basisverordeningen niet in andere mogelijkheden voorzien. |

GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Het voorstel heeft geen aanzienlijke gevolgen voor de begroting van de Unie. |

1. 2010/0233 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING (EU) Nr. …/.. VAN DE RAAD

tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1292/2007en (EG) nr. 367/2006 (tot instelling van een definitief antidumpingrecht en van een definitief compenserend recht op polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) van oorsprong uit India, waarbij de uitbreiding van die rechten tot de invoer van polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) verzonden uit onder meer Israël wordt gehandhaafd), tot vrijstelling van één Israëlische importeur en tot beëindiging van de registratie van de invoer door deze exporteur

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[1] ("de basisantidumpingverordening"), en met name op artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4,

Gelet op Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn[2] ("de basisantisubsidieverordening"), en met name op artikel 20 en artikel 23, leden 5 en 6,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie ("de Commissie"), ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. GELDENDE MAATREGELEN

2. Bij de Verordeningen (EG) nr. 1676/2001[3] en (EG) nr. 2597/1999[4] heeft de Raad antidumpingmaatregelen, respectievelijk compenserende maatregelen, vastgesteld ten aanzien van petfolie van oorsprong uit onder meer India ("de oorspronkelijke maatregelen"). Bij de Verordeningen (EG) nr. 1975/2004[5] en (EG) nr. 1976/2004[6] heeft de Raad deze maatregelen uitgebreid tot petfolie die vanuit Israël en Brazilië wordt verzonden ("de uitgebreide maatregelen"), met uitzondering van petfolie die wordt geproduceerd door één Braziliaanse onderneming,Terphane Ltd, en één Israëlische onderneming, Jolybar Ltd, die in beide verordeningen met name worden genoemd.

3. Bij Verordening (EG) nr. 101/2006[7] heeft de Raad de Verordeningen (EG) nr. 1975/2004 en (EG) nr. 1976/2004 gewijzigd teneinde nog een Israëlische onderneming, Hanita Coatings Rural Cooperative Association Ltd, van de uitgebreide maatregelen vrij te stellen.

4. Na een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 1292/2007[8] ("Verordening (EG) nr. 1292/2007") een antidumpingrecht ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) van oorsprong uit India en de uitbreiding van dat recht tot hetzelfde product dat verzonden wordt vanuit Brazilië of Israël gehandhaafd, ongeacht of dit al dan niet wordt aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël, met uitzondering van bepaalde in artikel 2, lid 4, van die verordening met name genoemde producenten ("de geldende antidumpingmaatregelen").

5. Na een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de compenserende maatregelen heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 367/2006[9] ("Verordening (EG) nr. 367/2006") een compenserend recht ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) van oorsprong uit India en de uitbreiding van dat recht tot hetzelfde product dat verzonden wordt vanuit Brazilië of Israël gehandhaafd, ongeacht of dit al dan niet wordt aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël, met uitzondering van bepaalde in artikel 1, lid 3, van die verordening met name genoemde producenten ("de geldende compenserende maatregelen"). De geldende antidumpingmaatregelen en de geldende compenserende maatregelen worden hierna samen aangeduid met "de geldende antidumping- en compenserende maatregelen".

6. De Verordeningen (EG) nr. 1292/2007 en (EG) nr. 367/2006 werden laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 15/2009 van de Raad[10].

B. HUIDIG ONDERZOEK

1. Verzoek om een nieuw onderzoek

7. De Commissie heeft vervolgens een verzoek ontvangen om vrijstelling van de uitgebreide maatregelen op grond van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de antidumpingbasisverordening en van artikel 20 en artikel 23, leden 5 en 6, van de antisubsidiebasisverordening. De aanvraag werd ingediend door S.Z.P. Plastic Packaging Products Ltd ("SZP"), een producent in Israël ("het betrokken land").

2. Opening van een nieuw onderzoek

8. Na onderzoek van het door SZP ingediende bewijsmateriaal is de Commissie tot de conclusie gekomen dat dit voldoende is om over te gaan tot een onderzoek op grond van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de basisantidumpingverordening en artikel 20 en artikel 23, leden 5 en 6, van de basisantisubsidieverordening om vast te stellen of SZP van de uitgebreide maatregelen kan worden vrijgesteld. Na raadpleging van het Raadgevend Comité en na de betrokken bedrijfstak van de Unie de gelegenheid te hebben gegeven opmerkingen te maken, heeft de Commissie bij Verordening (EU) nr. 6/2010[11] ("de openingsverordening") een nieuw onderzoek geopend naar Verordeningen (EG) nr. 1292/2007 en (EG) nr. 367/2008 met betrekking tot SZP.

9. De verordening waarbij het onderzoek werd geopend trok het bij Verordening (EG) nr. 1292/2007 ingestelde antidumpingrecht in voor het door SZP vanuit Israël verzonden onderzochte product. Tegelijkertijd werd de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisantidumpingverordening opdracht gegeven passende maatregelen te nemen om deze invoer te registreren.

3. Betrokken product

10. Het betrokken product is hetzelfde als het product dat is gedefinieerd in de verordeningen waarbij de oorspronkelijke maatregelen worden ingesteld, namelijk polyethyleentereftalaatfolie (petfolie) van oorsprong uit India, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 ("het betrokken product").

11. Uit Israël naar de Unie verzonden petfolie met de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 ("het onderzochte product") wordt geacht dezelfde fysische, chemische en technische basiskenmerken te hebben en voor dezelfde doeleinden te worden gebruikt als het betrokken product. Daarom wordt het beschouwd als een soortgelijk product in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisantidumpingverordening en artikel 2, onder c), van de basisantisubsidieverordening.

4. Onderzoek

12. De Commissie heeft SZP en de vertegenwoordigers van het betrokken land in kennis gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek. De belanghebbenden werd verzocht hun standpunt kenbaar te maken; zij werden ook ingelicht over de mogelijkheid om te verzoeken te worden gehoord. De Commissie heeft evenwel geen dergelijk verzoek ontvangen.

13. De Commissie heeft SZP ook een vragenlijst toegezonden en binnen de gestelde termijn een antwoord ontvangen. De Commissie heeft alle informatie ingewonnen en gecontroleerd die zij voor het nieuwe onderzoek nodig achtte. Bij SZP is een controle ter plaatse verricht.

5. Onderzoektijdvak

14. Het onderzoek bestreek de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 ("het OT"). Er zijn gegevens verzameld van 2006 tot het einde van het OT teneinde te onderzoeken of zich een verandering in de structuur van het handelsverkeer heeft voorgedaan.

C. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

15. Tijdens het onderzoek is bevestigd dat SZP het product waarop het nieuwe onderzoek betrekking heeft niet naar de Europese Unie heeft uitgevoerd tijdens het tijdvak van het onderzoek dat tot de uitgebreide maatregelen heeft geleid, namelijk van 1 januari tot en met 31 december 2003. SZP heeft het product waarop het nieuwe onderzoek betrekking heeft voor het eerst uitgevoerd nadat de maatregelen tot onder meer Israël waren uitgebreid.

16. Voorts kon SZP met de bewijsstukken die het had overgelegd genoegzaam aantonen dat het geen directe of indirecte banden had met Indische producenten-exporteurs of Israëlische ondernemingen waarop antidumping- en compenserende maatregelen van toepassing zijn.

17. Zoals reeds vermeld in overweging 14 voerde SZP het betrokken product pas naar de Unie uit na het tijdvak van het onderzoek dat tot de uitgebreide maatregelen heeft geleid. SZP produceert petfolie en verkoopt die of gebruikt die zelf om verschillende verpakkingsproducten te vervaardigen.

18. SZP gebruikt onder meer grondstoffen uit India voor de productie van petfolie die naar de Unie wordt uitgevoerd, maar dat wordt niet als een ontwijkingspraktijk beschouwd. De Indische grondstoffen maakten slechts een klein deel uit van de grondstoffen die SZP tegen marktprijzen aankocht en zij werden gemengd met andere grondstoffen die hoofdzakelijk op de binnenlandse markt werden aangekocht. De Indische producent van de grondstoffen levert sinds jaar en dag aan SZP.

19. Bovendien kon niet worden aangetoond dat SZP in India afgewerkte petfolie kocht om die vervolgens over te laden en in de Europese Unie door te verkopen.

D. WIJZIGING VAN DE MAATREGELEN

20. Aangezien SZP volgens de bovenstaande bevindingen de maatregelen niet heeft ontweken, dient de onderneming van de geldende antidumping- en compenserende maatregelen te worden vrijgesteld.

21. De registratie van door SZP uit Israël verzonden petfolie, zoals opgelegd bij de openingsverordening, moet worden stopgezet. Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisantidumpingverordening, dat bepaalt dat met ingang van de datum van registratie met betrekking tot de geregistreerde invoer maatregelen worden genomen, en aangezien de onderneming van maatregelen wordt vrijgesteld, mag geen antidumpingrecht worden geïnd op door SZP uit Israël verzonden petfolie die de Unie onder de bij de openingsverordening opgelegde registratie is binnengekomen.

22. Wat betreft de compenserende maatregelen is vastgesteld dat de onderneming de van kracht zijnde maatregelen niet heeft ontweken, zodat de vrijstelling ingaat overeenkomstig artikel 23, lid 6, van de basisantisubsidieverordening op de datum van inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. 6/2010 van de Commissie. De terugbetaling of kwijtschelding dient overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving bij de nationale douaneautoriteiten te worden aangevraagd.

23. De vrijstelling van de uitgebreide maatregelen, die overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisantidumpingverordening en artikel 23, lid 6, van de basisantisubsidieverordening voor door SZP geproduceerde petfolie wordt verleend, moet blijven gelden op voorwaarde dat de uiteindelijk vastgestelde feiten de vrijstelling rechtvaardigen en bijvoorbeeld niet wordt vastgesteld dat de vrijstelling is verleend op basis van verkeerde of misleidende informatie van de onderneming. Mocht uit voorlopig bewijsmateriaal het tegenovergestelde blijken, dan kan de Commissie een onderzoek openen om vast te stellen of de intrekking van de vrijstelling gerechtvaardigd is.

24. De invoer van petfolie van SZP is op grond van de bevindingen van dit nieuwe onderzoek vrijgesteld van de uitgebreide maatregelen. Deze vrijstelling geldt bijgevolg uitsluitend voor de invoer van petfolie die uit Israël wordt verzonden en door die specifieke rechtspersoon wordt geproduceerd. Ingevoerde petfolie die wordt geproduceerd of verzonden door een onderneming die niet uitdrukkelijk met naam en adres in artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1292/2007 en artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 367/2006 is vermeld, met inbegrip van ondernemingen die verbonden zijn met die welke uitdrukkelijk zijn vermeld, geniet geen vrijstelling en moet worden onderworpen aan het residuele recht dat bij die verordeningen is ingesteld.

E. PROCEDURE

25. SZP en alle andere belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de feiten en overwegingen op basis waarvan de Commissie van plan is SZP van de uitgebreide maatregelen vrij te stellen. Er werden geen opmerkingen ontvangen.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1292/2007 wordt gewijzigd door de volgende onderneming toe te voegen aan de lijst van ondernemingen die in Brazilië en India polyethyleentereftalaatfolie produceren en wier invoer van polyethyleentereftalaatfolie is vrijgesteld van het uitgebreide definitieve residuele antidumpingrecht:

S.Z.P. Plastic Packaging Products Ltd, PO Box 53, Shavei Zion, 22086 Israël (aanvullende TARIC-code A964).

2. Artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 367/2006 wordt gewijzigd door de volgende onderneming toe te voegen aan de lijst van ondernemingen die in Brazilië en India polyethyleentereftalaatfolie produceren en wier invoer van polyethyleentereftalaatfolie is vrijgesteld van het uitgebreide definitieve compenserende recht:

S.Z.P. Plastic Packaging Products Ltd, PO Box 53, Shavei Zion, 22086 Israël (aanvullende TARIC-code A964).

Deze vrijstelling is van toepassing met ingang van 7 januari 2010, de datum van inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. 6/2010 van de Commissie. Compenserende rechten die vanaf die datum zijn geïnd, zullen aan de betrokken importeurs worden terugbetaald. De terugbetaling of kwijtschelding dient overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving bij de nationale douaneautoriteiten te worden aangevraagd.

Artikel 2

De douaneautoriteiten wordt opgedragen de registratie van de invoer uit hoofde van artikel 3 van Verordening (EU) nr. 6/2010 van de Commissie te beëindigen. Er wordt geen antidumpingrecht geïnd op de reeds geregistreerde invoer.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, […]

Voor de Raad

De voorzitter […]

[1] PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

[2] PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93.

[3] PB L 227 van 23.8.2001, blz. 1.

[4] PB L 316 van 10.12.1999, blz. 1.

[5] PB L 342 van 18.11.2004, blz. 1.

[6] PB L 342 van 18.11.2004, blz. 8.

[7] PB L 17 van 21.1.2006, blz. 1.

[8] PB L 288 van 6.11.2007, blz. 1.

[9] PB L 68 van 8.3.2006, blz. 15.

[10] PB L 6 van 10.1. 2009, blz.1.

[11] PB L 2 van 6.1.2010, blz. 5.