52010DC0580

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over de stand van de algemene-begrotingsgaranties op 31 december 2009 /* COM/2010/0580 def. */


[pic] | EUROPESE COMMISSIE |

Brussel, 20.10.2010

COM(2010) 580 definitief

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de stand van de algemene-begrotingsgarantiesop 31 december 2009

SEC(2010) 1218

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de stand van de algemene-begrotingsgarantiesop 31 december 2009

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding 4

2. Soorten door de EU-begroting gedekte operaties 4

3. Gebeurtenissen sinds het laatste verslag van 30 juni 2009 5

3.1. Betalingsbalanssteun aan lidstaten die niet tot het eurogebied behoren 5

3.2. Macrofinanciële bijstand 6

3.3. Euratom 6

3.4. Begrotingsgarantie van de EU voor externe financiering van de EIB 6

3.5. Europees financieel stabilisatiemechanisme 6

4. Gegevens over het risico voor de begroting 7

4.1. Definitie van risico 7

4.2. Met lidstaten verband houdend risico 9

4.3. Met derde landen verband houdend risico 9

4.4. Totaal risico voor de begroting 9

4.5. Ontwikkeling van het risico 9

5. Wanbetalingen, beroep op begrotingsgaranties en betalingsachterstanden 9

5.1. Gebruik van kasmiddelen 9

5.2. Overmakingen uit de begroting 9

5.3. Beroep op het Garantiefonds 9

6. Garantiefonds 9

6.1. Teruggevorderde bedragen 9

6.2. Activa 9

6.3. Streefbedrag 9

7. Beoordeling van de risico's: economische en financiële toestand in de derde landen waar het risico het grootst is 9

7.1. Doelstellingen 9

7.2. Methodes voor risicobeoordeling 9

1. Inleiding

Met dit verslag wordt beoogd de kredietrisico's te bewaken die door de begroting van de Europese Unie worden gedekt als gevolg van de garanties en de leningen die direct door de Europese Unie of indirect via de externe EIB-mandaten zijn toegekend.

Dit verslag wordt ingediend overeenkomstig artikel 130 van het Financieel Reglement, waarin is bepaald dat de Commissie tweemaal per jaar aan het Europees Parlement en de Raad verslag uitbrengt over de situatie in verband met de begrotingsgaranties en de desbetreffende risico's [1]. Het wordt aangevuld met een werkdocument van de diensten van de Commissie, dat een reeks gedetailleerde tabellen en toelichtingen bevat (het "WDC").

2. Soorten door de EU-begroting gedekte operaties

De door de begroting van de Europese Unie (de "begroting") gedekte risico's houden verband met uiteenlopende lenings- en garantieoperaties, die in twee categorieën kunnen worden ingedeeld:

- EU-leningen met een macro-economisch doel (macrofinanciële bijstandsleningen[2] ("MFB-leningen") aan derde landen) en, in samenwerking met de instellingen van Bretton Woods, betalingsbalansleningen ("BB-leningen") ter ondersteuning van lidstaten die niet tot het eurogebied behoren en die betalingsbalansmoeilijkheden ondervinden[3]; en

- leningen met een micro-economisch doel (Euratom-leningen en vooral door EU-garanties[4] gedekte leningen van de Europese Investeringsbank ("EIB") ter financiering van operaties in derde landen ("externe financiering van de EIB")[5].

De externe financiering van de EIB, de Euratom-leningen en de MFB-leningen worden sinds 1994 door het Garantiefonds ("het Fonds")[6] gedekt, terwijl BB-leningen rechtstreeks door de begroting worden gedekt. Het Fonds dekt wanbetalingen in verband met leningen en leninggaranties aan derde landen of in verband met projecten in derde landen en werd ingesteld om:

- een liquiditeitsbuffer te verschaffen om te voorkomen dat bij elke wanbetaling of betalingsachterstand op een gegarandeerde lening een beroep op de begroting moet worden gedaan; en

- om de begrotingsdiscipline te bevorderen door een financieel kader vast te stellen voor de ontwikkeling van een EU-beleid voor garanties op leningen van de Commissie en de EIB aan derde landen[7].

Door een wijziging[8] van de Garantiefondsverordening in 2004 vervalt de dekking van het Fonds indien derde landen lidstaten worden en wordt het risico van het Fonds overgedragen naar en rechtstreeks gedekt door de begroting. Het Fonds wordt van middelen uit de begroting voorzien en moet steeds worden gehandhaafd op een bepaald percentage van het uitstaande bedrag van de leningen en leninggaranties die door het Fonds worden gedekt. Dit percentage, bekend als het streefpercentage, bedraagt momenteel 9%. Wanneer het Fonds onvoldoende middelen bevat, wordt een beroep gedaan op de begroting.

In 2007 werd door een wijziging[9] in de verordening van de Raad een nieuw voorzieningsmechanisme ingesteld. Het mechanisme werkt via jaarlijkse overdrachten uit de begroting en bestaat uit onder meer een afvlakkingsmechanisme om het effect van beroepen op het Fonds te beperken (zie ook punt 5.3).

In het kader van de tussentijdse evaluatie van het externe mandaat van de EIB[10] is in het tweede halfjaar van 2009 een externe beoordeling verricht van de werking van het Fonds en van de parameters ervan, zoals onder meer het streefpercentage. Het beoordelingsverslag[11] bevestigde dat het nieuwe voorzieningsmechanisme de beoogde doelstellingen heeft gerealiseerd en dat het huidige niveau van de voornaamste parameters van het Fonds, en meer in het bijzonder van het streefpercentage, passend is.

3. Gebeurtenissen sinds het laatste verslag van 30 juni 2009

3.1. Betalingsbalanssteun aan lidstaten die niet tot het eurogebied behoren

Tijdens het tweede halfjaar van 2009 zijn wederom uitkeringen in het kader van BB-steun verricht. In juli hebben er drie nieuwe operaties plaatsgevonden voor een totaalbedrag van 4,2 miljard EUR. Op 6 juli 2009 is de derde tranche van 1,5 miljard EUR aan Hongarije uitbetaald. Voorts is op 27 juli 2009 de eerste tranche van 1,5 miljard EUR aan Roemenië en de tweede tranche van 1,2 miljard EUR aan Letland uitgekeerd. Al deze leningen zijn "back-to-back" gefinancierd via de uitgifte van EU-benchmarkobligaties.

In 2009 is in totaal 7,2 miljard EUR uitbetaald in het kader van het BB-programma, waardoor de EU erin is geslaagd het vertrouwen te herstellen in de financiële toestand van de drie niet tot het eurogebied behorende lidstaten (Hongarije, Letland en Roemenië) die door de financiële crisis zijn getroffen. Gemiddeld 63% van het bedrag van de goedgekeurde leningsoperaties[12] is reeds uitbetaald. Verwacht wordt dat het resterende saldo in zowel 2010[13] als 2011 zal worden uitgekeerd.

3.2. Macrofinanciële bijstand

Tijdens het tweede halfjaar heeft de Raad op 30 november 2009 besloten nieuwe MFB-pakketten toe te kennen aan Armenië[14], Bosnië en Herzegovina[15], en Servië[16]. De bijstand nam telkens de vorm aan van een lening, die in het geval van Armenië met een gift is gecombineerd. Verwacht wordt dat een deel van de tranches van de leningen en de gift in de loop van de tweede helft van 2010 zal worden uitgekeerd.

3.3. Euratom

De derde tranche ten belope van 10,335 miljoen USD van een Euratom-lening in Oekraïne[17] is op 15 oktober 2009 uitbetaald. De lening is "back-to-back" gefinancierd via een onderhandse lening.

3.4. Begrotingsgarantie van de EU voor externe financiering van de EIB

In het kader van het externe mandaat 2007-2013 was er tijdens het tweede halfjaar van 2009 sprake van een intensieve activiteit, zowel wat de omvang van de ondertekende lenings- en garantieovereenkomsten als het bedrag van de uitgekeerde leningen betreft. De tussen 30 juni 2009 en 31 december 2009 ondertekende overeenkomsten vertegenwoordigden een totaalbedrag van 3 317 miljoen EUR (+ 39%). Ook het tempo waarin leningen worden uitgekeerd is versneld: tijdens dezelfde periode is een bedrag van 1 855 miljoen EUR uitgekeerd. Eind 2009 was het totaalbedrag van de in het kader van het lopende mandaat uitgekeerde leningen gelijk aan 3 044 miljoen EUR.

3.5. Europees financieel stabilisatiemechanisme

In de nasleep van de crisis in Griekenland hebben de Raad en de lidstaten in mei 2010 een maatregelenpakket goedgekeurd om de financiële stabiliteit in Europa te vrijwaren. Een van de maatregelen was de instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM)[18].

Dit mechanisme is gebaseerd op artikel 122, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie[19]. De activering van het mechanisme is aan strenge voorwaarden onderworpen in de context van gezamenlijke steun van de EU en het IMF. De gehanteerde voorwaarden zijn vergelijkbaar met die welke door het IMF worden gesteld (het risico van in het kader van het EFSM gesloten transacties wordt gedekt door de EU-begroting).

De overige maatregelen komen rechtstreeks voor rekening van de deelnemende lidstaten en houden geen enkel risico voor de EU-begroting in:

– de financiële steun aan Griekenland nam de vorm aan van een pool van door lidstaten van het eurogebied verstrekte bilaterale leningen ten belope van in totaal 80 miljard EUR. Door het IMF werd 30 miljard EUR verstrekt in de context van een gezamenlijk steunpakket van de EU en het IMF van in totaal 110 miljard EUR;

– de Europese financiële stabilisatiefaciliteit (EFSF) is opgezet met een financiële draagkracht van 440 miljard EUR. Deze faciliteit wordt pro rata gegarandeerd door de deelnemende lidstaten.

4. Gegevens over het risico voor de begroting

4.1. Definitie van risico

Het risico voor de begroting vloeit voort uit het uitstaande bedrag in hoofdsom en de interesten met betrekking tot gegarandeerde operaties.

Operaties waarbij er van wanbetaling sprake is, worden gedekt door het Fonds wanneer zij met derde landen verband houden (55% van het gegarandeerde totale uitstaande bedrag per 31 december 2009) en rechtstreeks door de begroting wanneer het lidstaten betreft (BB-leningen en leningen voor of ten gunste van projecten in lidstaten zijn goed voor de resterende 45% van het totale uitstaande bedrag dat door de begroting wordt gegarandeerd). Het grote percentage gegarandeerde leningen dat met lidstaten verband houdt, is het gevolg van de uitbreidingsrondes[20] en van de activering van het EU-mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van lidstaten die de euro niet hebben ingevoerd (het betalingsbalansmechanisme).

In het kader van dit verslag worden twee methoden gehanteerd om de risico's voor de begroting (hetzij direct, hetzij indirect via het Fonds) te beoordelen:

- de methode waarbij het totale uitstaande bedrag in hoofdsom, vermeerderd met de verschuldigde en niet-betaalde interesten, met betrekking tot de desbetreffende operaties op een gegeven datum wordt berekend. Deze werkwijze maakt het mogelijk om het totale risicobedrag voor de begroting op een gegeven datum voor alle toekomstige betalingsverplichtingen te bepalen, ongeacht wanneer deze betalingen verschuldigd zullen zijn en of zij al dan niet door het Fonds worden gedekt (zie tabel 1);

- de budgettaire benadering omschreven als "het jaarlijkse risico voor de begroting" is gebaseerd op de berekening van het maximumbedrag dat de EU in een begrotingsjaar zou moeten uitbetalen indien er voor alle gegarandeerde leningen van wanbetaling sprake zou zijn[21]. Het jaarlijkse risico dat door de begroting wordt gedekt, is opgenomen in tabel A2 van het WDC.

Tabel 1: Totale uitstaande bedragen gedekt op 31 december 2009 in miljoen EUR |

Uitstaand bedrag in hoofdsom | Verschuldigde en niet-betaalde interesten | Totaal | % |

Lidstaten* |

MFB | 90 | 0 | 90 | <1% |

Euratom | 427 | 3 | 430 | 2% |

BB | 9 200 | 104 | 9 304 | 31% |

EIB | 3 533 | 36 | 3 570 | 12% |

Subtotaal lidstaten | 13 250 | 143 | 13 393 | 45% |

Derde landen** |

MFB | 495 | 2 | 497 | 2% |

Euratom | 54 | 0 | 54 | <1% |

EIB | 15 691 | 119 | 15 810 | 53% |

Subtotaal derde landen | 16 239 | 122 | 16 361 | 55% |

Totaal | 29 489 | 265 | 29 754 | 100% |

* Dit risico wordt rechtstreeks door de begroting gedekt. Het omvat ook de MFB-, Euratom- en EIB-leningen die vóór de EU-toetreding zijn toegekend. ** Dit risico wordt door het Fonds gedekt. |

In de tabellen A1, A2, A3 en A4 van het WDC wordt nadere informatie over deze uitstaande bedragen verstrekt, met name wat plafonds, uitbetaalde bedragen en garantiepercentages betreft.

Het totale uitstaande bedrag in hoofdsom en interesten gedekt door de begroting nam toe met 6 077 miljoen EUR tot 29 754 miljoen EUR ten opzichte van de situatie op 30 juni 2009. Deze stijging valt vooral te verklaren doordat in het kader van het betalingsbalansmechanisme 4,2 miljard EUR is uitbetaald en ook doordat het tempo van de EIB-uitbetalingen is toegenomen (1,8 miljard EUR tijdens het tweede halfjaar van 2009).

4.2. Met lidstaten verband houdend risico

De huidige risico's ten aanzien van de lidstaten houden verband met vóór de toetreding toegekende leningen en het gebruik van het betalingsbalansmechanisme.

Begin 2010 zal het met lidstaten verband houdende maximumrisico voor de begroting 890,1 miljoen EUR vertegenwoordigen (zijnde de in de loop van 2010 verschuldigde bedragen en ervan uitgaande dat de leningen waarvoor van wanbetaling sprake is, niet versneld worden teruggevorderd). Uit tabel 2 blijkt dat wat het uitstaande bedrag betreft, Roemenië en Hongarije de eerste en de tweede plaats onder de lidstaten innemen.

Tabel 2: Rangorde van de lidstaten volgens het maximumrisico voor de begroting aan het begin van 2010 (miljoen EUR) |

Rangorde | Land | Maximumrisico (miljoen EUR, afgerond) | % van het totale maximumrisico |

1 | Roemenië | 279,6 | 31,4% |

2 | Hongarije | 196,3 | 22,1% |

3 | Bulgarije | 88,0 | 9,9% |

4 | Tsjechische Republiek | 82,0 | 9,2% |

5 | Polen | 80,5 | 9,0% |

6 | Slowaakse Republiek | 65,6 | 7,4% |

7 | Letland | 60,2 | 6,8% |

8 | Slovenië | 20,8 | 2,3% |

9 | Cyprus | 9,7 | 1,1% |

10 | Litouwen | 5,7 | 0,6% |

11 | Estland | 1,0 | 0,1% |

12 | Malta | 0,7 | 0,1% |

Totaal | 890,1 | 100,0% |

Het met lidstaten verband houdende risico betreft EIB-, MFB- en Euratom-leningen die vóór de toetreding tot de EU zijn toegekend, en de leningen die in het kader van het betalingsbalansmechanisme zijn toegekend.

4.3. Met derde landen verband houdend risico

Begin 2010 zal het met derde landen verband houdende jaarlijkse maximumrisico voor het Fonds 1 234 miljoen EUR vertegenwoordigen (zijnde de in de loop van 2010 verschuldigde bedragen en ervan uitgaande dat de leningen waarvoor van wanbetaling sprake is, niet versneld worden teruggevorderd). Hierna volgt een lijst van de eerste tien landen gerangschikt volgens het totale uitstaande bedrag. Zij zijn samen goed voor 64% van het risico voor het Fonds. De economische situatie van die landen wordt geanalyseerd en toegelicht in het WDC.

Tabel 3: Rangorde van de 10 belangrijkste derde landen volgens het maximumrisico voor het Fonds aan het begin van 2010 (miljoen EUR) |

Rangorde | Land | Maximumrisico (miljoen EUR, afgerond) | % van het totale maximumrisico |

1 | Turkije | 343,9 | 21,8% |

2 | Egypte | 202,8 | 12,9% |

3 | Marokko | 152,2 | 9,7% |

4 | Tunesië | 149,1 | 9,5% |

5 | Zuid-Afrika | 89,3 | 5,7% |

6 | Libanon | 70,6 | 4,5% |

7 | Brazilië | 63,1 | 4,0% |

8 | Servië | 61,5 | 3,9% |

9 | Syrië | 56,9 | 3,6% |

10 | Jordanië | 44,2 | 2,8% |

Totaal voor de 10 | 1 233,6 | 78,3% |

Het Fonds dekt de gegarandeerde leningen van 44 landen met looptijden tot 2039. In tabel A2 van het WDC worden nadere bijzonderheden per land verstrekt.

4.4. Totaal risico voor de begroting

Alles samen zal de begroting in 2010 een bedrag van 2 465 miljoen EUR (de in de loop van deze periode verschuldigde bedragen) dekken, waarvan 36% voor rekening komt van de lidstaten (zie tabel A2 van het WDC).

4.5. Ontwikkeling van het risico

- Betalingsbalansmechanisme

Tijdens het tweede halfjaar van 2009 begon de wereldeconomie zich te stabiliseren na een periode van ernstige neergang. De financiële voorwaarden op de financiële markten lieten een verdere verbetering zien. De gevolgen van de intensiteit van de internationale crisis bleven echter in alle lidstaten doorwerken, en met name in de lidstaten die de euro nog niet hebben ingevoerd. Het beroep op het EU-mechanisme voor financiële bijstand op middellange termijn (het betalingsbalansmechanisme) in december 2008 heeft sommige van deze landen geholpen het vertrouwen bij de beleggers te herstellen. Het totale plafond van het betalingsbalansmechanisme werd in twee stappen, namelijk in december 2008[22] en in mei 2009[23], verhoogd tot 50 miljard EUR opdat de EU snel op de potentiële verdere vraag naar bijstand via het betalingsbalansmechanisme zou kunnen blijven reageren.

- Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM)

- De financiële bijstand in het kader van het EFSM kan de vorm aannemen van een lening of een kredietlijn die door de EU-begroting wordt gegarandeerd. Volgens de conclusies van de Raad (Ecofin) bedraagt het totale maximumbedrag van het mechanisme 60 miljard EUR[24], maar de juridische limiet is vastgelegd in artikel 2, lid 2, van de verordening van de Raad, op grond waarvan het uitstaande bedrag wordt beperkt tot de beschikbare marge onder het plafond van de eigen middelen[25]. Op het mechanisme is nog geen beroep gedaan.

- Macrofinanciële bijstandsleningen

MFB-leningen aan derde landen vormen het onderwerp van afzonderlijke besluiten van de Raad en, sinds de inwerkingtreding van het Lissabonverdrag, van het Europees Parlement en de Raad[26].

- Euratom-leningen

Voor Euratom-leningen aan lidstaten of in bepaalde in aanmerking komende derde landen (Russische Federatie, Armenië en Oekraïne) geldt een plafond van 4 miljard EUR, waarvan ongeveer 85% reeds is opgebruikt. De resterende marge bedraagt ongeveer 600 miljoen EUR.

De uitbetaling van de derde (en laatste) tranche in het kader van de leningovereenkomst voor het K2R4-project (10,3 miljoen USD) in Oekraïne vond plaats op 12 oktober 2009.

- EIB-leningen

Het vorige algemene mandaat van de EIB voor de periode 2000-2007 is op 31 juli 2007 afgelopen. Op die datum waren er overeenkomsten gesloten die tezamen 98% vertegenwoordigden van het totale plafond onder dit mandaat (20 060 miljoen EUR – zie tabel A5 van het WDC). Uit hoofde van dit mandaat moest op 31 december 2009 nog een totaalbedrag van 3 988 miljoen EUR worden uitbetaald, maar dit bedrag kan binnen tien jaar na afloop van dit mandaat nog met een EU-garantie worden uitbetaald, waarna de EU-garantie voor onbetaalde bedragen vervalt.

Volgens het Commissievoorstel tot wijziging van de rechtsgrondslag van het externe mandaat van de EIB voor de resterende periode van de huidige financiële vooruitzichten 2007-2013[27] moeten het Parlement en de Raad het desbetreffende besluit uiterlijk op 31 oktober 2011 aannemen. De EU-garantie is beperkt tot 65% van het totale bedrag van de in het kader van de financieringsverrichtingen van de EIB uitbetaalde kredieten en verleende garanties, verminderd met de terugbetaalde bedragen en vermeerderd met alle daarmee verband houdende bedragen, waarbij een maximumplafond van 27 800 miljoen EUR geldt[28]. Op 31 december 2009 was in het kader van dit mandaat voor een bedrag van in totaal 11 928 miljoen EUR aan overeenkomsten gesloten, waarvan op die datum 8 884 miljoen EUR nog niet was uitbetaald (zie tabel A6 van het WDC).

5. Wanbetalingen, beroep op begrotingsgaranties en betalingsachterstanden

5.1. Gebruik van kasmiddelen

De Commissie spreekt haar kasmiddelen aan om in geval van laattijdige betaling van de EU door een debiteur vertragingen bij de dienst van door haar opgenomen leningen en eventueel daaruit voortvloeiende kosten te voorkomen[29].

5.2. Overmakingen uit de begroting

Er is niet om een krediet uit hoofde van begrotingsartikel 01 04 01 "Garanties van de Europese Gemeenschap voor verstrekte leningen" (p.m.) verzocht, aangezien in de tweede helft van 2009 geen wanbetalingen zijn voorgekomen.

5.3. Beroep op het Garantiefonds

Wanneer de begunstigde van een door de EU toegekende of gegarandeerde lening aan derde landen in gebreke blijft, wordt binnen drie maanden na de datum waarop de betaling verschuldigd was, een beroep op het Fonds gedaan[30].

In de tweede helft van 2009 is geen beroep gedaan op het Fonds.

6. Garantiefonds

6.1. Teruggevorderde bedragen

Op 31 december 2009 waren er geen terug te vorderen achterstallige bedragen.

6.2. Activa

Op 31 december 2009 bedroegen de netto-activa[31] van het Fonds 1 333 590 221 EUR.

6.3. Streefbedrag

Het Fonds dient een passende omvang te hebben (streefbedrag), die is vastgesteld op 9% van het uitstaande bedrag in hoofdsom van het totaal van de verplichtingen die uit elke operatie voortvloeien, vermeerderd met de verschuldigde en niet-betaalde interesten. De verhouding tussen de middelen van het Fonds (1 333 590 221 EUR) en het uitstaande bedrag in hoofdsom van de verplichtingen[32] in de zin van de Fondsverordening (16 360 727 665 EUR) is licht gedaald, namelijk van 8,39% op 30 juni 2009 tot 8,15% op 31 december 2009.

Eind 2009 waren de middelen van het Fonds lager dan het streefbedrag. In overeenstemming met de voorzieningsregeling van de Garantiefondsverordening is in het voorontwerp van algemene begroting voor 2011 een voorziening van 138 880 000 EUR opgenomen. Dit bedrag zal begin januari 2011 van de begroting naar het Fonds worden overgeheveld.

7. BEOORDELING VAN DE RISICO'S: ECONOMISCHE EN FINANCIËLE TOESTAND IN DE DERDE LANDEN WAAR HET RISICO HET GROOTST IS

7.1. Doelstellingen

In de voorgaande punten van het verslag wordt met betrekking tot derde landen informatie over de kwantitatieve aspecten van het risico voor de begroting verstrekt. Er moet echter ook worden gekeken naar de kwalitatieve aspecten, die afhangen van de aard van de operaties en de kredietwaardigheid van de debiteuren (zie punt 4.3).

7.2. Methodes voor risicobeoordeling

De in het WDC vermelde risicobeoordeling is gebaseerd op de informatie over de economische en financiële situatie, ratings en andere feiten die bekend zijn over de landen die gegarandeerde leningen hebben ontvangen. Deze beoordeling houdt geen rekening met ramingen van verwachte verliezen en terugvorderingen, die onvermijdelijk met veel onzekerheid omgeven zijn.

De in de tabellen van het WDC opgenomen landenrisico-indicatoren geven aan hoe het risico op wanbetalingen zich ontwikkelt. Deze analyse wordt verstrekt in punt 2 van het WDC voor de landen die in 2009 het grootste kredietrisico voor de begroting vertegenwoordigden en voor de landen die een direct risico voor de begroting vormden (MFB- en Euratom-leningen).

[1] COM(2010) 188 en SEC(2010) 479 vormen het vorige verslag over de stand van de begrotingsgaranties op 30 juni 2009.

[2] MFB kan ook de vorm aannemen van giften aan derde landen. Voor meer informatie over MFB, zie het verslag van de Commissie COM(2009) 514 en SEC(2009) 1279.

[3] Op 11 mei 2010 is een soortgelijk mechanisme opgezet dat alle lidstaten van het eurogebied bestrijkt, namelijk het Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM, nog niet geactiveerd). Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme (PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1).

[4] De meest recente garantie werd ingesteld voor de periode 1 februari 2007 – 31 oktober 2011 bij Besluit nr. 633/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 (PB L 190 van 22.7.2009, blz. 1) (het "externe mandaatbesluit"), ter vervanging van Besluit 2006/1016/EG van de Raad van 19 december 2006.

[5] Zie tabel A1 van het WDC voor de gegevens over de EIB-mandaten en tabel A4 van het WDC voor de verwijzingen naar de rechtsgrondslagen.

[6] Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot instelling van een Garantiefonds (Gecodificeerde versie), de "Garantiefondsverordening", (PB L 145 van 10.6.2009, blz. 10).

[7] Hoewel externe risico's uiteindelijk door de EU-begrotingsgarantie worden gedekt, fungeert het Garantiefonds als een instrument ter bescherming van de EU-begroting tegen het risico van wanbetaling. Voor een algemeen verslag over de werking van het Fonds, zie COM(2006) 695 en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SEC(2006) 1460).

[8] Verordening (EG, Euratom) nr. 2273/2004 van de Raad (PB L 396 van 31.12.2004, blz. 28).

[9] Verordening (EG, Euratom) nr. 89/2007 van de Raad van 30 januari 2007, (PB L 22 van 31.1.2007, blz. 1).

[10] Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de tussentijdse evaluatie van het externe mandaat van de EIB (COM(2010) 173) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SEC(2010) 442).

[11] Zie: http://ec.europa.eu/economy_finance/evaluation/completed/index_en.htm#external.

[12] Zie tabel A3a van het WDC.

[13] Tijdens het eerste halfjaar is een totaalbedrag van 1,5 miljard EUR uitbetaald, waarvan 500 miljoen EUR aan Letland en 1 miljard EUR aan Roemenië.

[14] Besluit 2009/890/EG van de Raad van 30.11.2009 (PB L 320 van 5.12.2009, blz. 3-5).

[15] Besluit 2009/891/EG van de Raad van 30.11.2009 (PB L 320 van 5.12.2009, blz. 6-8).

[16] Besluit 2009/892/EG van de Raad van 30.11.2009 (PB L 320 van 5.12.2009, blz. 9-11).

[17] Besluit 94/179/Euratom van de Raad van 21.3.1994 (PB L 84 van 29.3.1994, blz. 41-43).

[18] Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme (PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1).

[19] Krachtens artikel 122, lid 2, VWEU kan financiële bijstand worden verleend aan lidstaten die verkeren in moeilijkheden die worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen.

[20] Overeenkomstig artikel 1, derde alinea, van de Garantiefondsverordening wordt het aan de leningen verbonden risico voor het Fonds immers naar de begroting overgeheveld zodra een land een lidstaat wordt.

[21] Bij deze berekening wordt aangenomen dat leningen waarvoor van wanbetaling sprake is, niet versneld worden teruggevorderd, d.w.z. dat alleen met de verschuldigde betalingen rekening wordt gehouden (zie ook punt 1 van het WDC).

[22] Verordening (EG) nr. 1360/2008 van de Raad van 2 december 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 332/2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (PB L 352 van 31.12.2008, blz. 11).

[23] Verordening (EG) nr. 431/2009 van de Raad van 18 mei 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 332/2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (PB L 128 van 27.5.2009, blz. 1-2).

[24] Zie de persmededeling over de buitengewone vergadering van de Raad (Ecofin) op 9/10 mei 2010 (http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ecofin/114324.pdf).

[25] Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme (PB L 118 van 12.5.2010, blz. 1).

[26] Ingevolge de inwerkingtreding van het Lissabonverdrag wordt de medebeslissingsprocedure de gewone wetgevingsprocedure.

[27] COM(2010) 174 van 21 april 2010.

[28] Uitgesplitst in een basisplafond van een vast maximumbedrag van 25 800 miljoen EUR en een facultatief mandaat van 2 000 miljoen EUR. Het Europees Parlement en de Raad kunnen in het kader van de tussentijdse evaluatie besluiten op het facultatief mandaat een beroep te doen.

[29] Zie artikel 12 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 94/728/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1-12).

[30] Voor nadere bijzonderheden, zie punt 1.4.3 van het WDC.

[31] Totale activa van het Fonds na aftrek van de te betalen posten (vergoedingen voor de EIB en honoraria voor de accountantscontrole).

[32] Vermeerderd met de verschuldigde en niet-betaalde interesten.