2.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 104/13


Advies van het Comité van de Regio's over „Europa, toeristische topbestemming in de wereld: een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa”

2011/C 104/03

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

spreekt zijn voldoening uit over de wens van de Commissie om het beleid voor het toerisme op gecoördineerde en geïntegreerde wijze te benaderen en het af te stemmen op andere beleidsterreinen zoals vervoer, landbouw, milieubescherming, informatie- en communicatietechnologie, sociaal beleid en cultuur;

benadrukt de belangrijke rol van de lokale en regionale overheden bij het duurzame beheer van toeristische bestemmingen. De initiatieven van plaatselijke en regionale overheden en van de Europese regionale netwerken vormen de voorhoede bij de ontwikkeling van duurzame toeristische modellen en het is van het grootste belang om maximaal gebruik te maken van hun kennis en ervaring door plaatselijke en regionale samenwerking in de hele EU te stimuleren. Daarom verheugt het Comité zich over de intentie van de Commissie om het toerisme in de verschillende Europese beleidsvormen te integreren;

verheugt zich over de wens van de Commissie om actief beleid te voeren teneinde concurrentievermogen en duurzame ontwikkeling te bevorderen. De uitdagingen waar de Europese toeristische industrie voor staat, tonen duidelijk aan hoe belangrijk het is om vooruit te lopen op veranderingen en tijdig te reageren op de toenemende concurrentie in een sector die voortdurend evolueert;

neemt kennis van de invoering van een Europees erfgoedlabel en een Europees merk voor kwaliteitstoerisme, aangezien dat een stimulans zal zijn voor toeristische bestemmingen om duurzame praktijken toe te passen en verder zal bijdragen aan het beeld van Europa als een toeristische trekpleister van hoge kwaliteit. Het Comité vindt echter dat de meerwaarde van zo'n label eerst grondig moet worden onderzocht en aangetoond en pleit voor zeer strikte criteria voor de toekenning van dit label, om te voorkomen dat het aan waarde inboet;

maakt zich zorgen over de potentiële impact van bepaalde structurele problemen zoals de klimaatverandering en het water- en energietekort op de Europese toeristische bestemmingen, met name op eilanden en in ultraperifere gebieden. Het is van mening dat die problemen alleen verholpen kunnen worden indien duurzaamheid veel meer op de voorgrond komt te staan bij de ontwikkeling van een toeristische strategie in de getroffen gebieden. Met het oog op de klimaatverandering zijn volgens het Comité preventieve maatregelen nodig, zoals de bescherming en teruggave van natuurgebieden, evenals de integratie van toerisme in het Integrale beheer van kustgebieden.

Rapporteur

:

De heer Ramón Luis VALCÁRCEL SISO (ES/EVP), minister-president van de autonome regio Murcia

Referentiedocument

:

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's „Europa, toeristische topbestemming in de wereld – een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa”

COM(2010) 352 final

I.   ALGEMENE OPMERKINGEN

1.

Het toenemend belang van de toeristische sector voor de Europese economie wordt duidelijk als we kijken naar de bijdrage van deze sector aan het bruto binnenlands product en naar het feit dat deze sector meer werkgelegenheid genereert dan andere economische sectoren. Zoals de Europese Commissie in haar mededeling (1) aangeeft, biedt de Europese toeristische sector een directe werkgelegenheid van meer dan 5 % en is hij goed voor ongeveer 5 % van het bbp (2) van de EU, met name in bepaalde regio's van Europa. Ook al is Europa met ongeveer 40 % van de inkomende reizigers (3) nog steeds de toeristische topbestemming in de wereld, in 2009 werd er een daling geregistreerd van 5,6 % (4).

2.

Er zijn talrijke uitdagingen waaraan de Europese toeristische sector het hoofd moet bieden: de economische crisis in de wereld, grotere concurrentie van andere bestemmingen, de gevolgen van de klimaatverandering en de seizoensgebondenheid. Andere uitdagingen, zoals de demografische ontwikkeling in Europa, de diversificatie van het toeristisch aanbod en de toenemende impact van informatie- en communicatietechnologieën bieden mogelijkheden die verder onderzocht moeten worden in overleg met de regionale en lokale overheden.

3.

Verder zijn de gewoonten van de toeristen aan het veranderen (er wordt steeds vaker op eigen gelegenheid gereisd, er wordt meer gebruikgemaakt van internet, van „low cost”-reizen, maar ook is er een grotere vraag naar duurzaam toerisme, enz.) en factoren die tot enkele jaren geleden niet zo belangrijk waren, zijn nu van wezenlijk belang: hoge kwaliteit, duurzaamheid, permanente innovatie, opleiding, enz.

4.

In dat kader is het nuttig te wijzen op het enorme groeipotentieel van de Europese toeristische sector en zijn nauwe banden met de regionale bestuurlijke, sociaaleconomische en logistieke structuur, met name voor wat betreft de ontwikkeling van de vervoerssector en in het bijzonder de verbetering van de onderlinge aansluiting van de toeristische bestemmingen, van de regionale luchthavens en van de transportverbindingen over water; op deze wijze kan het multimodale vervoer bevorderd worden en een duurzaam vervoer gewaarborgd worden. Er dient vooral oog te zijn voor de specifieke situatie van eilanden en ultraperifere gebieden, die volledig afhankelijk zijn van vervoer over zee en via de lucht en waar de dienstensector, die opgebouwd is rond het toerisme, vaak de belangrijkste bron van inkomsten en economische activiteit vormt. Europa heeft vele concurrentievoordelen, niet alleen de grote verscheidenheid van het landschap, maar ook het enorme toeristische groeipotentieel van zijn erfgoed (cultureel, gastronomisch, religieus, op sportgebied, enz.). Groeipotentieel zit ook in de omvangrijke evenementen- en vergaderbranche en in de zakelijke reismarkt.

De waarde die een gebied verwerft door middel van zijn erfgoed is een strategische factor voor zijn ontwikkeling en Europa bezit in dit opzicht een grote rijkdom, aangezien er talrijke Europese gebieden zijn die ofwel een enorm toeristisch potentieel hebben hoewel de ontwikkeling nog maar in een beginstadium is, ofwel al een belangrijk toeristisch potentieel ontwikkeld hebben. Er dient vooral oog te zijn voor die regio's die zich al van oudsher gespecialiseerd hebben in de toeristische industrie, en waar nu herstructurerings- en herstelwerkzaamheden nodig zijn, teneinde voldoende kwaliteit en innovatie te kunnen bieden en aldus te kunnen wedijveren met de toenemende concurrentie van de opkomende landen. Senioren en mensen met een handicap vormen een een aparte groep op de toerismemarkt, waarvoor aanpassingen nodig zijn en obstakels weggenomen dienen te worden.

5.

De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon biedt de kans om het concurrentievermogen van de Europese toeristische sector te vergroten en zo bij te dragen aan de nieuwe Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei, vooral met het kerninitiatief „Industriebeleid in een tijd van mondialisering”.

6.

Het toerisme vormt dan ook een aanzienlijke bron van inkomsten en werkgelegenheid, het is van groot belang voor veel Europese regio's en voor sommige is het zelfs onmisbaar, aangezien het een belangrijk middel is om het concurrentievermogen aan te zwengelen. Daarom zullen de acties die voortvloeien uit het Europees toeristisch beleid aanzienlijke gevolgen hebben voor de ontwikkeling van veel regio's, omdat het toerisme ook verbonden is met andere economische sectoren in de regio en deze tegelijkertijd kan stimuleren. Een Europees beleid voor de toeristische sector moet daarom worden uitgewerkt in combinatie met een beleid van communautaire investeringen voor de ontwikkeling van het gebied en zijn sociaaleconomische structuur, teneinde de belanghebbende regio's alle kansen te bieden om een strategie van duurzaam concurrentievermogen te ontwikkelen.

7.

Naast economische en sociale cohesie wordt in het Verdrag van Lissabon ook een nieuwe territoriale dimensie tot de doelstellingen van de Unie gerekend en wordt erin gesteld dat bijzondere aandacht besteed dient te worden aan de plattelandsgebieden, de regio's die een industriële overgang doormaken, en de regio's die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen, zoals de meest noordelijke regio's met een zeer geringe bevolkingsdichtheid, alsmede insulaire, grensoverschrijdende en berggebieden. Ook wordt in artikel 349 rekening gehouden met de speciale situatie van ultraperifere gebieden. De specifieke eigenschappen van die gebieden moeten dan ook in aanmerking worden genomen bij het ontwikkelen van een Europees kader voor de toeristische sector.

8.

Het nieuwe artikel 195 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie maakt het mogelijk acties te ondernemen voor het bevorderen van het concurrentievermogen van de ondernemingen in die sector, alsmede voor het stimuleren van de samenwerking en de uitwisseling van goede praktijken en het ontwikkelen van een geïntegreerde benadering van het toerisme. De mededeling van de Commissie stelt verschillende acties voor die gericht zijn op de concurrentiepositie van de toeristische industrie in de Europese Unie. Om concrete resultaten te behalen, wordt het nodig geacht dat het optreden van de EU de initiatieven van de lidstaten en de Europese regio's steunt. Bovendien moet erop gewezen worden dat de Commissie de wens uitspreekt dat geen enkele van de genomen maatregelen mag leiden tot extra administratieve lasten voor landelijke, regionale of lokale overheden. In dat opzicht wordt de mededeling in overeenstemming bevonden met de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S:

II.   EEN NIEUW ACTIEKADER VAN DE EU VOOR HET EUROPEES TOERISME

9.

spreekt zijn voldoening uit over de wens van de Commissie om het beleid voor het toerisme op gecoördineerde en geïntegreerde wijze te benaderen door het af te stemmen op andere beleidsterreinen zoals vervoer, landbouw, milieubescherming, informatie- en communicatietechnologie, sociaal beleid en cultuur. Het toerisme moet worden opgevat als een geheel van relaties die gericht zijn op een tijdelijke en niet gewoontegetrouwe verplaatsing van personen die daarbij ten minste één nacht op een andere dan hun gebruikelijke verblijfplaats doorbrengen.

10.

Het CvdR onderschrijft de algemene doelstelling om de inspanningen en de initiatieven op toeristisch gebied te coördineren teneinde tot een concurrerende, moderne, duurzame en verantwoordelijke toeristische sector te komen.

11.

Alvorens het uitgebreide actieplan ter bevordering van het toerisme te presenteren, is het belangrijk dat de hierin voorgestelde EU-maatregelen getoetst en gefundeerd worden vanuit het oogpunt van de bevoegdheden van de EU en het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel, zodat duidelijk wordt welke impulsen en voordelen zij bieden ten opzichte van nationale of regionale en lokale maatregelen.

12.

Het deelt met name de overtuiging dat het toerisme zich moet ontwikkelen op basis van concurrentievermogen en duurzaamheid en wil benadrukken dat dit concept drie facetten heeft:

a.

economische duurzaamheid, die staat voor een verstandige en efficiënte economische ontwikkeling, die de ontplooiing van toekomstige generaties Europeanen mogelijk maakt;

b.

sociaalculturele duurzaamheid, die zich laat combineren met de cultuur, de waarden en de identiteit van de Europese regio's;

c.

duurzaamheid van het milieu, die er garant voor staat dat verdere ontwikkeling samengaat met het handhaven van de wezenlijke processen, de biodiversiteit en de biologische hulpbronnen. Het toerisme moet zich duurzaam ontwikkelen zodat de natuurlijke hulpbronnen niet worden verspild en het milieu niet wordt geschaad (5).

13.

Het CvdR benadrukt de belangrijke rol van de lokale en regionale overheden bij het duurzame beheer van toeristische bestemmingen. De initiatieven van plaatselijke en regionale overheden en van de Europese regionale netwerken vormen de voorhoede bij de ontwikkeling van duurzame toeristische modellen en het is van het grootste belang om maximaal gebruik te maken van hun kennis en ervaring door plaatselijke en regionale samenwerking in de hele EU te stimuleren. Daarom verheugt het Comité zich over de intentie van de Commissie om het toerisme in de verschillende Europese beleidsvormen te integreren.

14.

Het CvdR verheugt zich over de conclusies van de Raad Concurrentievermogen van 12 oktober 2010, waarin de lidstaten wordt gevraagd actief deel te nemen aan de acties die erop gericht zijn het concurrentievermogen van de Europese toeristische industrie te vergroten in een sfeer van partnerschap op Europees, landelijk, regionaal en lokaal niveau (6).

15.

Het verheugt zich over de wens van de Commissie om actief beleid te voeren teneinde concurrentievermogen en duurzame ontwikkeling te bevorderen. De uitdagingen waar de Europese toeristische industrie voor staat, tonen duidelijk aan hoe belangrijk het is om vooruit te lopen op veranderingen en tijdig te reageren op de toenemende concurrentie in een sector die voortdurend evolueert.

16.

Het CvdR is het ermee eens dat, aangezien toeristische bedrijven vooral kleine en middelgrote ondernemingen zijn, terwijl er ook vele micro-ondernemingen zijn, bevordering van netwerkvorming van het mkb (clustering) de aangewezen weg is. Zo kan steun ter verbetering van productiviteit, concurrentievermogen, opleiding en kwaliteit een heel belangrijke rol kan spelen.

17.

Het dringt daarom aan op de ontwikkeling van ondersteunende instrumenten voor de kleine en middelgrote ondernemingen in het toerisme, met name voor opleiding van het personeel. De belangrijke rol van de toeristische sector voor het scheppen van banen mag niet worden vergeten en bovendien is een groot deel van de nieuwe banen bestemd voor jongeren. In die banen kunnen zij een aantal nuttige vaardigheden voor hun professionele ontwikkeling in praktijk brengen en hun kennis van vreemde talen vergroten. Een toeristische sector die zich richt op kwaliteit en op nieuwe markten en doelgroepen (zoals senioren en mensen met een handicap) heeft hooggekwalificeerd personeel nodig, dat opgeleid is om te voldoen aan de nieuwe vereisten en om de nieuwe technologieën voor toerisme te kunnen toepassen. De in de toeristische sector verworven kennis moet bovendien grotendeels direct overgeheveld kunnen worden naar andere economische activiteiten.

18.

Het CvdR maakt zich zorgen over de potentiële impact van bepaalde structurele problemen zoals de klimaatverandering en het water- en energietekort op de Europese toeristische bestemmingen, met name op eilanden en ultraperifere gebieden. Het is van mening dat die problemen alleen verholpen kunnen worden indien duurzaamheid veel meer op de voorgrond komt te staan bij de ontwikkeling van een toeristische strategie in de getroffen gebieden. Met het oog op de klimaatverandering zijn volgens het Comité preventieve maatregelen nodig, zoals de bescherming en teruggave van natuurgebieden, evenals de integratie van toerisme in het Integrale beheer van kustgebieden.

19.

Het CvdR is tegen het plan om een met publieke middelen gefinancierd toeristisch uitwisselingsprogramma op te zetten, teneinde het toerisme beter over het hele jaar te spreiden. Met dit voorstel gaat de Commissie voorbij aan marktmechanismen die zelf al een dergelijke spreiding opleveren, bijv. door middel van lagere prijzen in het laagseizoen. Pieken tijdens de zomer doen zich niet voor omdat de markt „faalt”, maar vanwege de officiële schoolvakanties en het weer op vakantiebestemmingen. Geen van deze factoren zou beïnvloed worden door een uitwisselingsprogramma. Ouderen en jongeren, die niet gebonden zijn aan schoolvakanties, kunnen nu al in het laagseizoen op vakantie gaan. Het feit dat zij dat niet doen, lijkt erop te wijzen dat zij dat niet willen. Met de voorgestelde coördinatie van schoolvakanties tussen lidstaten overschrijdt de EU haar bevoegdheden.

III.   VIER PRIORITEITEN

Het stimuleren van het concurrentievermogen van de toeristische sector in Europa

20.

Het CvdR acht het stimuleren van het concurrentievermogen van de toeristische sector van wezenlijk belang, omdat het toerisme, vanwege zijn brede karakter, uiteenlopende acties op verschillende gebieden en beleidsterreinen nodig heeft. In die zin deelt het dan ook de mening van de Europese ministers, die is neergelegd in de Verklaring van Madrid, over de noodzaak van een strategie die gebaseerd is op toeristische uitmuntendheid, gesteund door de vorming van netwerken van deskundigen en bestemmingen die het verwerven, uitwisselen en verspreiden van kennis, innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling mogelijk maken, teneinde het concurrentievermogen in de toeristische sector in stand te houden (7).

21.

Zo ook vindt het CvdR de voorstellen van de Commissie over de diversificatie van het toeristisch aanbod bijzonder geslaagd. Deze beogen het Europese erfgoed maximaal te benutten, een ICT-toerismeplatform te lanceren en op middellange termijn te streven naar een „virtueel waarnemingscentrum voor toerisme”, dat tot taak zou hebben om het aanbod in kaart te brengen èn de kennis over de vraag, de markttrends en de korte- en middellange-termijnverwachtingen te verbeteren. Comité herhaalt dat de regionale overheden beschikken over een grote ervaring waar, om deze maatregelen zo veel mogelijk effect te laten sorteren, zeker gebruik van moet worden gemaakt door het bevorderen van regionale samenwerking in de EU.

22.

Het CvdR vindt dat de uitwisseling van goede praktijken tussen de regio's van Europa gestimuleerd moet worden en dat al hun bijdragen inzake toekomstige gemeenschappelijke initiatieven in aanmerking genomen moeten worden. In dat verband stelt het voor dat gecoördineerde strategieën voor het toerisme worden ontwikkeld in het kader van de Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS), de Interreg-programma's en/of macroregionale strategieën.

23.

Het CvdR is van mening dat er, om het toerisme minder seizoensgebonden te maken, meer uiteenlopende en kwalitatief hoogstaande vakanties moeten worden aangeboden. Daarvoor is een grotere diversificatie van toeristische diensten nodig en moet nadruk worden gelegd op cultureel, historisch/religieus, sportief en gastronomisch toerisme en andere vormen die nog een enorm groeipotentieel hebben. Het Comité benadrukt dat diversificatie van vakantieperiodes en regionale spreiding tot de bevoegdheden van de lidstaten behoren.

24.

Het CvdR wijst op het potentieel van het sociaal toerisme („Toerisme voor allen”); de sociale insluiting wordt bevorderd door alle sociale groepen, waaronder jongeren, gezinnen, ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking d.m.v. interculturele uitwisselingen de kans te bieden op vakantie te gaan. Het CvdR betreurt dat de Commissie in haar mededeling te weinig aandacht aan dit potentieel schenkt.

Het bevorderen van de ontwikkeling van een duurzaam, verantwoord en kwaliteitsgericht toerisme

25.

Het CvdR staat volledig achter de ontwikkeling van een systeem van indicatoren voor het duurzame beheer van bestemmingen. Het acht de ervaring van de regionale overheden daarvoor van onschatbaar belang, zoals de bijdrage van het netwerk van Europese regio's voor een duurzaam en concurrerend Europees toerisme (NECSTouR).

26.

Het CvdR neemt kennis van de invoering van een Europees erfgoedlabel en een Europees merk voor kwaliteitstoerisme, aangezien dat een stimulans zal zijn voor toeristische bestemmingen om duurzame praktijken toe te passen en verder zal bijdragen aan het beeld van Europa als een toeristische trekpleister van hoge kwaliteit. Het Comité vindt echter dat de meerwaarde van zo'n label eerst grondig moet worden onderzocht en aangetoond en pleit voor zeer strikte criteria voor de toekenning van dit label, om te voorkomen dat het aan waarde inboet.

27.

Het CvdR isIs van mening dat, om die initiatieven geloofwaardig te maken, regionale en lokale overheden en met name NECSTouR betrokken moeten worden bij de ontwikkeling van die criteria. En het wijst erop dat het Comité van de Regio's, als het orgaan van de regionale en lokale vertegenwoordigers in de Europese Unie, vertegenwoordigd moet zijn in het orgaan dat die kwaliteitslabels zal toekennen.

28.

Het CvdR benadrukt dat de kwaliteit van alle diensten moet verbeteren om de Europese toeristische bestemmingen een duidelijk concurrentievoordeel te geven en het beeld van Europa als een geheel van bestemmingen van hoge kwaliteit te consolideren. In dit verband wijst het erop dat met name rekening moet worden gehouden met het segment van de oudere toerist (in 2020 zal het aantal mensen boven de 65 in Europa naar verwachting 20 % van de bevolking bedragen) evenals dat van mensen met een handicap (8).

29.

Het CvdR vraagt de Europese Commissie om bij het ontwerpen van dit nieuwe beleidskader voor het Europees toerisme de regelingen ter bescherming van de rechten van de consument te versterken.

30.

Het onderstreept het belang van een grotere samenwerking tussen de Europese Unie en de belangrijkste bestaande en potentiële markten (VS, China, Rusland, India en Brazilië) en de buurlanden, met name de landen in het Middellandse Zeegebied, om vormen van duurzaam toerisme en een cultuur van milieubehoud te bevorderen, aangezien een gunstig effect slechts kan worden bereikt door een gezamenlijk optreden met dezelfde inzet en verantwoordelijkheidszin.

Het versterken van het imago en de bekendheid van Europa

31.

Het CvdR deelt het standpunt van de Commissie dat het imago en de bekendheid van Europa versterkt moeten worden met het oog op het concurrentievermogen van de sector. In dat verband ondersteunt het de doelstelling om de reputatie van Europa te verbeteren via duurzaamheid en hoge kwaliteit, en door middel van de geplande maatregelen zoals de invoering van een Europees merklabel, tegelijk met nationale merklabels, als aanvulling op promotionele inspanningen op nationaal en regionaal niveau.

32.

Het CvdR verzoekt de Europese Commissie specifieke maatregelen te nemen in het kader van de bevordering van het „Europees merk” buiten Europa; dit mag echter op geen enkele wijze leiden tot concurrentievervalsing tussen bestemmingen binnen Europa.

33.

Het CvdR steunt het promoten van de website visiteurope.com en vooral een gezamenlijke deelname aan internationale evenementen en toeristische beurzen, enz. waar alle regionale en lokale actoren bij betrokken zullen zijn.

Het maximaliseren van het potentieel van het financiële beleid en de financiële instrumenten van de EU

34.

Het CvdR is het met de Commissie eens dat het potentieel van de financieringsinstrumenten voor toerisme van de Europese Unie maximaal moet worden benut. In dat verband moet worden bekeken wat in het kader van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) de potentiële mogelijkheden zijn voor plattelandsgebieden, aangezien het toerisme een reële gelegenheid biedt om nieuwe banen en inkomsten in die gebieden te creëren. Ook wordt het gebruik van het Europees Sociaal Fonds (ESF) aanbevolen om opleiding van de betreffende actoren te verzekeren.

35.

Het CvdR is ook van mening dat deze beschouwing moet worden meegenomen in de debatten over het toekomstige regionaal beleid en de toepassingsmogelijkheden daarvan. Bovendien moet rekening worden gehouden met de specialisering van de regio's wat de ontwikkeling van hun thematische toeristische producten betreft, gaande van sociaal toerisme tot eco- en plattelandstoerisme, zakentoerisme en welzijns- en cultureel toerisme, om maar enkele categorieën te noemen. Het cultureel toerisme is momenteel wellicht het meest kenmerkende voor de Europese Unie in haar geheel, en omvat het erfgoed op het gebied van monumenten, etnografie en industrie dat deel uitmaakt van de economische structuur van elke regio. Het is van essentieel belang dat de verschillende financieringsbronnen op elkaar afgestemd worden en efficiënt zijn, om overlappingen en tegenstrijdigheden te voorkomen.

Brussel, 27 januari 2011

De voorzitster van het Comité van de Regio's

Mercedes BRESSO


(1)  COM (2010) 352.

(2)  Studie over het concurrentievermogen van de toeristische sector in de Europese Unie, september 2009.

(3)  WTO World Tourism Barometer, volume 8, januari 2010.

(4)  Idem.

(5)  CdR 83/2009 fin.

(6)  Conclusies over een nieuw beleidskader voor het Europees toerisme. Raad Concurrentievermogen, Luxemburg, 12 oktober 2010.

(7)  Verklaring van Madrid, die is aangenomen tijdens de informele bijeenkomst van ministers, gehouden in april 2010 te Madrid onder het Spaanse voorzitterschap, met als thema „Naar een sociaal verantwoord model voor toerisme”.

(8)  Europa 2020-strategie: Een strategie voor een slimme, duurzame en inclusieve groei, maart 2010.