|
10.2.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 42/23 |
Advies van het Comité van de Regio's over „De sociale en economische integratie van de Roma in Europa”
2011/C 42/05
HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
|
— |
wijst erop dat de Roma in sommige lidstaten nog altijd te maken hebben met discriminatie en sociale uitsluiting; erkent dat de gezondheids- en sociaaleconomische omstandigheden waarin zij leven, meestal slechter zijn dan die van andere etnische minderheden, dat hun scholingsgraad lager is en de werkloosheid juist hoger; |
|
— |
erkent dat er over het algemeen geen gebrek is aan Europese middelen die voor de programma's ter bevordering van de integratie van de Roma kunnen worden aangewend maar wijst erop dat hiervan onvoldoende en niet voortdurend gebruik wordt gemaakt op nationaal, regionaal en/of lokaal niveau, wat mede te wijten is aan het feit dat de Roma-bevolking nauwelijks wordt betrokken bij het uitstippelen van de projecten; |
|
— |
denkt dat het EU-platform voor de integratie van de Roma meer effect zou sorteren en betere resultaten zou boeken als het coördinatiemechanisme een formele status zou krijgen, zodat ook de Commissie en alle lidstaten daarbij worden betrokken en er nauwer kan worden samengewerkt met lokale overheden en ngo's; |
|
— |
is van mening dat a) de lokale overheden moeten worden geholpen bij de vaststelling van beleidsmaatregelen voor de sociale integratie van de Roma-gemeenschappen; b) er behoefte is aan territoriaal geïntegreerde regionale beleidsmaatregelen en samenwerkingsvormen met de landen van herkomst van migrerende Roma; c) het lokale beleid alleen kan worden uitgevoerd in het kader van een goed functionerende Europese mobiliteit en Europese en nationale anti-discriminatiewetgeving; |
|
— |
spant zich ertoe in om samen met de Commissie, de Europese organen en de lidstaten de samenhang en harmonisatie van het beleid te bevorderen, goede praktijken te consolideren, de behaalde resultaten te verspreiden, het lokale bestuur bewuster te maken en de capaciteit van lokale overheden dusdanig te versterken dat ze projecten kunnen uitvoeren die de discriminatie en segregatie van Roma tegengaan en hun integratie bevorderen. |
|
Rapporteur |
: |
De heer A. Ancisi (IT/EVP), gemeenteraadslid van Ravenna |
|
Referentiedocument |
: |
Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – De sociale en economische integratie van de Roma COM(2010) 133 final |
I. BELEIDSAANBEVELINGEN
HET COMITÉ VAN DE REGIO'S,
Achtergrond: omschrijving van het probleem, de instrumenten en de beleidsmaatregelen op EU-niveau
|
1. |
is ingenomen met de mededeling van de Europese Commissie en is het met haar eens dat de EU en de lidstaten een gedeelde verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van de Roma; |
|
2. |
vindt dat de Europese Commissie een passend kader moet ontwikkelen om de dialoog tussen de lidstaten aan te zwengelen en de fundamentele waarden van de EU in daden om te zetten teneinde discriminatie en vreemdelingenhaat tegen te gaan en de maatschappelijke integratie van de grootste etnische minderheid in de EU te bevorderen; |
|
3. |
onderschrijft de analyse in het werkdocument van de diensten van de Commissie „Roma in Europe: The Implementation of European Union Instruments and Policies for Roma Inclusion – Progress Report 2008-2010” van 7 april 2010; |
|
4. |
benadrukt dat het initiatief van de Europese Commissie op het subsidiariteitsbeginsel moet zijn gebaseerd, gezien de transnationale aard van de Roma-gemeenschap en de sociale uitsluiting waar zij in verschillende delen van Europa, waaronder ook in de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaat-lidstaten onder gebukt gaat; erkent dat het evenredigheidsbeginsel wordt gerespecteerd, aangezien het initiatief van de Europese Commissie niet voorziet in wettelijke instrumenten, maar in coördinerende maatregelen in het kader van de open coördinatiemethode; |
|
5. |
herinnert eraan dat met de toetreding tot de EU van nieuwe lidstaten, waaruit de meeste migrerende Roma afkomstig zijn, de onderdanen van deze landen Europese burgers zijn geworden die dezelfde rechten genieten als de onderdanen van andere lidstaten, zoals in de eerste plaats het recht op vrij verkeer, dat een van de fundamentele vrijheden van de burgers van de Europese Unie is die zijn opgenomen in het Handvest van de grondrechten van de Unie. Het herinnert er tevens aan dat de toetredingsverdragen de lidstaten toestemming verlenen om uitsluitend voor wat de toegang tot de arbeidsmarkt betreft de rechten van de onderdanen uit deze lidstaten tijdelijk te beperken, en dat Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden zonder onderscheid van toepassing is op alle onderdanen van de Gemeenschap; |
|
6. |
vindt dat sommige maatregelen die de toegang tot de arbeidsmarkt beperken en overeenstemmen met de Europese wetgeving, geen bron van onzekerheid zouden moeten vormen voor de betrokken burgers, en dat de lidstaten in de praktijk niet langer dan drie maanden zouden moeten doen over de behandeling van aanvragen voor een verblijfs- en werkvergunning, zodat het voor deze burgers materieel onmogelijk wordt om langer dan drie maanden in dergelijke lidstaten te verblijven; |
|
7. |
wijst er in het bijzonder op dat de Roma in sommige lidstaten nog altijd te maken hebben met discriminatie en sociale uitsluiting; erkent dat de gezondheids- en sociaaleconomische omstandigheden waarin zij leven, meestal slechter zijn dan die van andere etnische minderheden, dat hun scholingsgraad lager is en de werkloosheid juist hoger; bevestigt dat hun uitsluiting, zowel qua directe als indirecte kosten, tevens belangrijke economische gevolgen heeft; |
|
8. |
dringt er derhalve bij de Commissie op aan om toe te zien op de juridische overeenstemming van de nationale wetgeving met de Europese wetgeving, en om tevens na te gaan of de gevolgde praktijken overeenkomen met de juiste interpretatie van de Europese wetgeving; |
|
9. |
dringt erop aan dat het nationale of lokale beleid te allen tijde afziet van het stigmatiseren of instrumentaliseren van de Roma-bevolking en van het gebruik maken van veiligheidsargumenten die ten koste gaan van de economische en sociale integratie van deze bevolking; wijst er met name op dat de groepsgewijze uitzetting van Roma zonder beoordeling van geval tot geval in strijd is met de communautaire wettelijke garanties, en roept de lidstaten dan ook op om af te zien van specifiek op de Roma gerichte repatriëringsacties naar de landen van herkomst; |
|
10. |
is zich ervan bewust dat de in dit document gebruikte term „Roma” een overkoepelend begrip is waarmee ook andere bevolkingsgroepen worden bedoeld die worden gekenmerkt door een vergelijkbare cultuur als de Roma en eenzelfde geschiedenis van marginaliteit en sociale uitsluiting (Sinti, zigeuners, Travellers, Kale, Camminanti, Ashkali enz.); het verzet zich echter tegen iedere poging tot vereenvoudiging of assimilatie van de groepen tot één sociaal-culturele identiteit; |
|
11. |
erkent dat de op EU-niveau goedgekeurde instrumenten en beleidsmaatregelen voor de integratie van Roma geschikt zijn, maar dat de toepassing op nationaal, regionaal en lokaal niveau te wensen over laat, wat zowel te wijten is aan een gebrek aan sterke partnerschappen en coördinatiemechanismen als aan het feit dat er op lokaal niveau geen instrumenten zijn waarmee de concrete levensomstandigheden van de Roma kunnen worden verbeterd; |
|
12. |
onderstreept dat deze tekortkomingen en moeilijkheden op lokaal niveau niet alleen zijn terug te voeren op het bestaan van vooroordelen en stereotiepe denkbeelden bij de lokale overheden en gemeenschappen, maar ook te wijten zijn aan de nationale overheden, die immers het regelgevingskader vaststellen, aan een niet altijd even duidelijke verdeling van de bevoegdheden tussen de verschillende bestuursniveaus als het gaat om bestrijding van sociale uitsluiting, en een onvoldoende verticale samenwerking tussen de centrale en lokale overheden; wijst erop dat veel goede praktijkvoorbeelden van sociale integratie van Roma in Europa vooral voortvloeien uit projecten en experimenten van lokale overheden; |
|
13. |
erkent dat er over het algemeen geen gebrek is aan Europese middelen die voor de programma's ter bevordering van de integratie van de Roma kunnen worden aangewend (zoals het Europees Sociaal Fonds – ESF, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling – EFRO en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling - ELFPO), maar wijst erop dat hiervan onvoldoende en niet voortdurend gebruik wordt gemaakt op nationaal, regionaal en/of lokaal niveau, wat mede te wijten is aan het feit dat de Roma-bevolking nauwelijks wordt betrokken bij het uitstippelen van de projecten, mede vanwege de gebrekkige zelforganisatie van de Roma-bevolking en het feit dat zij niet altijd in staat zijn om actief deel te nemen aan het maatschappelijk middenveld; |
|
14. |
is van mening dat de Europese Commissie en de lidstaten, in samenwerking met de lokale en regionale overheden en op basis van overeengekomen maatregelen, meer zouden moeten halen uit de mogelijkheden voor de maatschappelijke integratie van Roma die Europese maatregelen en financieringsprogramma's, en met name concrete maatregelen voor Roma-gemeenschappen die naar een ander land zijn getrokken, bieden; |
EU-platform voor de integratie van de Roma
|
15. |
is het ermee eens dat het „EU-platform voor de integratie van de Roma” een forum biedt voor samenwerking tussen alle belanghebbenden (regeringen, internationale organisaties, ngo's, deskundigen, maatschappelijk middenveld) die op verschillende niveaus bij de integratie van de Roma betrokken zijn, en de uitwisseling van goede praktijken en ervaringen tussen de lidstaten mogelijk maakt; |
|
16. |
denkt dat het EU-platform voor de integratie van de Roma meer effect zou sorteren en betere resultaten zou boeken als het coördinatiemechanisme een formele status zou krijgen, zodat ook de Commissie en alle lidstaten daarbij worden betrokken en er nauwer kan worden samengewerkt met lokale overheden en ngo's. Via zo'n officieel systeem zou het platform de Europese, nationale, regionale en lokale maatregelen op het gebied van de maatschappelijke integratie van Roma kunnen coördineren en op doeltreffende wijze ten uitvoer leggen en de resultaten goed kunnen beoordelen; |
|
17. |
kan zich vinden in de tien gemeenschappelijke basisbeginselen die het geïntegreerde Europese platform in april 2009 heeft uitgewerkt voor de ontwikkeling, uitvoering en beoordeling van beleidsmaatregelen voor de integratie van de Roma; herinnert aan:
|
|
18. |
is ingenomen met de concrete inspanningen van het geïntegreerde Europees platform voor integratie van de Roma, namelijk de Routekaart van 30 juni 2010, die is voorgesteld door het Spaanse voorzitterschap van de EU ter uitvoering van de conclusies van de Raad EPSCO (Volksgezondheid en Consumentenzaken) van 7 juni 2010 inzake de „Betere integratie van de Roma”. Hierin worden concrete doelstellingen vastgelegd voor de middellange termijn, om de sociale integratie van de Roma-bevolking op gang te brengen; |
|
19. |
onderschrijft het duidelijke standpunt van de Commissie dat het vrije verkeer van personen op volstrekt dezelfde voorwaarden van toepassing moet zijn op de Roma die EU-burgers zijn als op andere EU-burgers; |
Rol van de lokale en regionale overheden in het beleid ter integratie van de Roma
|
20. |
is van mening dat de doeltreffende uitvoering van deze beginselen, zoals is onderstreept in het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité „Integratie van minderheden – Roma” (2009/C 27/20), erom vraagt dat de oplossingen niet alleen op EU-niveau worden gezocht, maar vooral ook op nationaal, regionaal en lokaal niveau; |
|
21. |
is echter van mening dat a) de lokale overheden moeten worden geholpen bij de vaststelling van beleidsmaatregelen voor de sociale integratie van de autochtone of de in het kader van inter-Europese migratie ontstane Roma-gemeenschappen; b) er behoefte is aan territoriaal geïntegreerde regionale beleidsmaatregelen en samenwerkingsvormen met de landen van herkomst van migrerende Roma; c) het lokale beleid alleen kan worden uitgevoerd in het kader van een goed functionerende Europese mobiliteit en Europese en nationale anti-discriminatiewetgeving; |
|
22. |
is van mening dat enerzijds dringend initiatieven van de lidstaten nodig zijn voor de goedkeuring van wetgevingsbesluiten die de Europese regelgeving tegen discriminatie en vóór de bescherming van grondrechten op doeltreffende wijze ten uitvoer leggen, en dat anderzijds langetermijnprocessen op basis van maatregelen van lokale en regionale overheden op het gebied van antidiscriminatie, betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld, actieve participatie van de Roma, bewustmaking van het genderaspect en interculturele benadering moeten worden opgestart; |
|
23. |
is zich ervan bewust dat de maatregelen voor de integratie van de Roma op het gebied van onderwijs en opleiding voor Roma-kinderen en -jongeren, arbeidsmarktintegratie, verbetering van de gezondheidssituatie en huisvesting integraal deel moeten uitmaken van het beleid van de lokale en regionale overheden ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting; |
|
24. |
is het met de Europese Commissie eens dat de voornaamste doelstelling een inclusieve samenleving is en dus niet een nieuwe vorm van etnische segregatie; het is derhalve van essentieel belang dat het overheidsbeleid expliciet maar niet uitsluitend op de Roma-bevolking is gericht, en dat de maatregelen deel uitmaken van een breder geheel van nationale plannen gericht op het bestrijden van de sociale uitsluiting en armoede in de EU; het moet bovendien een geïntegreerde en multifactoriële benadering zijn die rekening houdt met de complexiteit en onderlinge afhankelijkheid van de factoren die tot sociale uitsluiting en armoede leiden; |
|
25. |
is zich ervan bewust dat de lokale en regionale overheden een fundamentele en strategische rol spelen om de publieke opinie meer bewust te maken van de problematiek, om racisme, xenofobie en discriminatie in de lokale gemeenschappen tegen te gaan en om een interculturele samenleving te bevorderen; dringt erop aan dat de lokale en regionale overheden ook over de nodige instrumenten zouden moeten beschikken om stereotiepe denkbeelden in de massamedia te bestrijden, om een ethisch correcte informatievoorziening te bevorderen en te zorgen voor een niet-discriminerende publieke opinie; |
|
26. |
is van mening dat de regionale en lokale overheden de fundamentele en strategische taak hebben om het potentieel van de Roma-gemeenschap als bewuste actoren in het integratieproces te benutten, om de Roma-bevolking te informeren over haar rechten en om de bottom-up participatie van Roma- en middenveldorganisaties te bevorderen; |
|
27. |
is van mening dat de aanpak van de segregatie van de Roma-gemeenschap om specifieke projecten en extra middelen vraagt: de integratie van Roma-kinderen op kleuterscholen en in het basis- en voortgezet onderwijs, met specifieke ondersteuning zoals culturele intermediairs en openbaar vervoer; bevordering van de toetreding tot de arbeidsmarkt, via opleidingen of microkredieten, waarbij gesegregeerde arbeidsmarkten moeten worden voorkómen; specifieke maatregelen voor zwakkere en kwetsbaardere subpopulaties, zoals vrouwen; een vestigings- en huisvestingsbeleid dat de Roma niet marginaliseert; |
Prioritaire doelstellingen van de lokale en regionale overheden voor de sociale en economische integratie van de Roma in Europa
|
28. |
is van mening dat de lokale overheden in het kader van hun eigen stads- en woningbouwbeleid een strategische rol kunnen spelen en zo in zeer belangrijke mate ertoe kunnen bijdragen dat de uitsluiting van en de risico's voor de Roma verdwijnen. Een niet-segregerend en niet-discriminerend huisvestingsbeleid, dat leidt tot sluiting van de illegale kampen waarin nog altijd veel Roma wonen, kan immers een positieve uitwerking hebben op hun gezondheidssituatie en op hun toegang tot onderwijs en werkgelegenheid. Om dit beleid op weg te helpen heeft het Europees Parlement onlangs maatregelen gepresenteerd die expliciet voor de Roma-bevolking zijn bedoeld en waarmee het toepassingsgebied van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling wordt uitgebreid tot huisvestingsprojecten voor gemarginaliseerde gemeenschappen in alle lidstaten; |
|
29. |
wijst op de meerwaarde van de Europese maatregelen en programma's op het gebied van maatschappelijke integratie van Roma voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, met name op het punt van onderwijs en armoedebestrijding; |
|
30. |
is van mening dat de lokale en regionale overheden in het kader van hun beleid op het gebied van gelijke kansen, gendermainstreaming en bescherming van de rechten van moeders een strategische rol kunnen spelen door de meervoudige discriminatie en uitbuiting van Roma-vrouwen tegen te gaan en deze vrouwen toegang te bieden tot gezondheidszorg en onderwijs, en om het geweld tegen vrouwen – zowel binnen het gezin als binnen de samenleving – tegen te gaan; |
|
31. |
is van mening dat de lokale overheden, in het kader van hun beleid voor kinderbescherming, kinderopvang en bevordering van het recht op onderwijs, een strategische rol kunnen spelen door (kleuter)scholen, (preventieve) gezondheidszorg en openbare sociale en sportieve activiteiten toegankelijk te maken voor Roma-kinderen, door reeds bij zeer jonge kinderen de oorzaken van uitsluiting aan te pakken, door gelijke kansen voor iedereen te bevorderen, culturele vooroordelen en stereotiepe denkbeelden uit te roeien en het samenleven te stimuleren; |
|
32. |
hoopt dat de lokale en regionale overheden hiervoor meer gebruik zullen maken van de EU-fondsen (ESF, EFRO, ELFPO) die beschikbaar zijn voor de ontwikkeling van programma's voor de integratie van de Roma, zodat zij meer mogelijkheden hebben om integratiemaatregelen te ontwikkelen en uit te voeren; om deze processen mogelijk te maken moet voor de nodige informatie en technische ondersteuning worden gezorgd, mede om te voorkomen dat de maatregelen een versnipperd en episodisch karakter krijgen, zonder dat het probleem structureel wordt aangepakt; |
|
33. |
acht het voor de regionale en lokale overheden van fundamenteel belang dat de Europese Commissie een coördinerende rol gaat spelen bij de vaststelling van instrumenten voor de uitwisseling van goede praktijken, knowhow en positieve ervaringen, de ontwikkeling en verspreiding van modelbenaderingen en de monitoring van beleidsmaatregelen om zo niet alleen de uitwisseling tussen de lidstaten, maar ook de oprichting van netwerken van lokale en regionale overheden en maatschappelijke organisaties te bevorderen; |
|
34. |
onderstreept dat de Roma-gemeenschap in de lidstaten en de kandidaat- of potentiële kandidaat-lidstaten geen homogene groep vormt, en dat derhalve een gedifferentieerde aanpak nodig is die rekening houdt met de verschillende historische, geografische, economische, sociale, culturele en wettelijke omstandigheden (vooral voor mobiele Roma-gemeenschappen die kunnen bestaan uit EU-burgers, onderdanen van derde landen, staatlozen of vluchtelingen); dit complexe karakter maakt het niet alleen voor de lidstaten, maar ook voor de lokale en regionale overheden moeilijk om doeltreffende integratiemaatregelen vast te stellen en uit te proberen, en om bij de burgers en het maatschappelijk middenveld een positieve mentaliteitsverandering teweeg te brengen; |
|
35. |
wil erop wijzen dat, in het algemeen, sociale uitsluiting en armoede de betrokken personen kunnen blootstellen aan afwijkend of illegaal gedrag, waardoor de burgers een onveilig gevoel krijgen en gaan vrezen voor de openbare orde, met als gevolg dat er sociale paniek uitbreekt en er mogelijk minachtende en discriminerende reacties worden uitgelokt. Dit kan de integratie van de Roma-gemeenschap in het sociale weefsel nog meer bemoeilijken. De lokale en regionale overheden kunnen in het kader van hun eigen bevoegdheden op het gebied van territoriale veiligheid en lokale politie en in overleg met de orderhandhavers een strategische rol spelen om de legale omstandigheden te monitoren en te ondersteunen, en om de veiligheid van de burgers en het vreedzaam samenleven te waarborgen, waarbij zij tevens voorkomen dat hele bevolkingsgroepen worden gecriminaliseerd; |
|
36. |
spant zich ertoe in om samen met de Commissie, de Europese organen en de lidstaten de samenhang en harmonisatie van het beleid te bevorderen, goede praktijken te consolideren, de behaalde resultaten te verspreiden, het lokale bestuur bewuster te maken en de capaciteit van lokale overheden dusdanig te versterken dat ze projecten kunnen uitvoeren die de discriminatie en segregatie van Roma tegengaan en hun integratie bevorderen; |
|
37. |
belooft dat het ter gelegenheid van de door de VN uitgeroepen Internationale Dag ter nagedachtenis van de slachtoffers van de Holocaust (27 januari 2011) de vlag van de Roma zal uithangen aan het gebouw van het Comité van de Regio's, ter herinnering aan de „Pojramos”, de genocide onder de Roma-bevolking. Hiermee wil het op symbolische wijze de aandacht vragen voor de sociale integratie van de Roma die in 2010, het Europees Jaar van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting, op gang is gekomen. Het stelt de lokale en regionale overheden voor dat ook zij die dag de vlag van de Roma zullen uithangen, als blijk van hun engagement voor de sociale integratie en de bestrijding van discriminatie. |
Brussel, 1 december 2010
De voorzitster van het Comité van de Regio's
Mercedes BRESSO