|
16.10.2009 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 248/4 |
Eindverslag van de Raadadviseur-auditeur in zaak COMP/39.401 — E.ON/GDF (1)
2009/C 248/04
De ontwerp-beschikking in deze zaak geeft aanleiding tot de volgende opmerkingen:
Mededeling van punten van bezwaar en Toegang tot het dossier
Op 9 juni 2008 nam de Commissie een mededeling van punten van bezwaar aan, gericht tot Gaz de France SA („GDF”), E.ON AG („E.ON AG”) en E.ON Ruhrgas AG („E.ON Ruhrgas”) (tezamen, „E.ON”).
GDF en E.ON ontvingen voornoemde mededeling op 10 juni 2008. Aan beide adressaten van de mededeling werd oorspronkelijk een termijn van 6 weken verleend om hun schriftelijke opmerkingen te maken, te rekenen vanaf het tijdstip van ontvangst van het dossier van de Commissie in de vorm van een dvd. Op met redenen omkleed verzoek van beide adressaten heb ik E.ON een verlenging tot 29 augustus 2008 en GDF een verlenging tot 8 september 2008 toegestaan.
Twee letters of facts d.d. 27 maart 2009 werden vervolgens aan GDF en E.ON gezonden. Beide partijen verzochten om een verlenging van de termijn voor het beantwoorden van deze letters of facts, hetgeen door het Directoraat-generaal Concurrentie werd toegestaan. Beide partijen hebben binnen de termijn geantwoord.
Partijen hebben mij, behalve opmerkingen over de inrichting van het dossier en de beschikbare taalversies, geen problemen inzake toegang tot het dossier ter kennis gebracht.
De mondelinge hoorzitting
Alle bij de procedure betrokken partijen hebben gebruikgemaakt van hun recht om gehoord te worden in een mondelinge hoorzitting, die op 14 oktober 2008 plaatsvond. Op verzoek van GDF heeft de toelichting bij de economische strategie die zij in Duitsland volgt, plaatsgevonden achter gesloten deuren. Een niet-confidentiële versie van de sessie achter gesloten duren werd vervolgens door GDF aan E.ON bezorgd.
De ontwerp-beschikking
In de ontwerp-beschikking wordt de draagwijdte van de in de mededeling van punt van bezwaar gemaakte aantijging beperkt aan de hand van de conclusie dat GDF en E.ON zich schuldig hebben gemaakt aan één enkele en voortdurende inbreuk betreffende de levering van gas dat via de MEGAL-pijpleiding naar Duitsland en Frankrijk wordt vervoerd, en niet betreffende de volledige verkoop van gas op die markten. De schriftelijke overeenkomst die als basis van de inbreuk wordt beschouwd (de sideletters van 1975) werd uitsluitend in het kader van de aanleg en de exploitatie van de MEGAL-pijpleiding aangegaan. De twee overige aspecten van de inbreuk die in de mededeling van punten van bezwaar zijn uiteengezet (namelijk de bijeenkomsten op hoog niveau tussen 1999 en 2006 en de niet-aanvalsstrategieën van partijen) zijn in de ontwerp-beschikking onderzocht teneinde na te gaan of partijen zich vele jaren later nog steeds gebonden achtten door de sideletters van 1975 en zij zich zodoende schuldig maakten aan één enkele inbreuk, gebaseerd op het illegale karakter van de sideletters in 1975. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken ten aanzien van onder andere deze opzet van de aantijging.
Er zijn boetes opgelegd voor de periode van april 1998 tot september 2005 voor wat betreft Duitsland en van augustus 2000 tot september 2005 voor wat betreft Frankrijk.
Ik ben van oordeel dat in de ontwerp-beschikking slechts de bezwaren in aanmerking zijn genomen ten aanzien waarvan de betrokkenen in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunt kenbaar te maken.
Gelet op het voorgaande ben ik van oordeel dat de rechten van alle partijen om te worden gehoord in deze zaak zijn gerespecteerd.
Gedaan te Brussel, 29 juni 2009.
Karen WILLIAMS
(1) Opgesteld overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van Besluit 2001/462/EG, EGKS van de Commissie van 23 mei 2001 betreffende het mandaat van de Raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures (PB L 162 van 19.6.2001, blz. 21).