30.12.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 322/14


Conferentie van de commissies voor de communautaire en Europese aangelegenheden van de parlementen van de Europese Unie (COSAC)

Bijdrage van de 42e COSAC

Stockholm, 4-6 oktober 2009

2009/C 322/04

1.   Institutionele thema's en het Verdrag van Lissabon

1.1.

De inmiddels 20 jaar bestaande COSAC constateert met voldoening dat haar rol als forum voor parlementaire samenwerking en plaats waar de overlegdemocratie binnen de Europese Unie haar beslag krijgt, groter wordt, waardoor de nationale parlementen beter in de gelegenheid worden gesteld in dialoog te treden met de EU-instellingen en desgewenst hun bijdrage te leveren aan het werk van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

1.2.

COSAC neemt nota van de vooruitgang die de afgelopen vijf jaar is geboekt bij de opbouw van de samenwerking tussen de nationale parlementen en de EU-instellingen, en wil daarvoor haar dank betuigen aan mevrouw Margot Wallström, vice-voorzitster van de Europese Commissie, voor de doelgerichte wijze waarop zij daar naartoe heeft gewerkt.

1.3.

Nu het Verdrag van Lissabon na de nodige beraadslagingen en debatten door alle kamers van de nationale parlementen van de Europese Unie is goedgekeurd — hoewel de formele goedkeuring door de Ierse kamers na het referendum van 2 oktober 2009 nog moet plaatsvinden — is COSAC van oordeel dat de democratische legitimiteit van dit proces niet ter discussie kan worden gesteld en door alle partijen moet worden erkend. COSAC respecteert de grondwettelijke vereisten van alle lidstaten, maar dringt erop aan dat het Verdrag van Lissabon nu zo spoedig mogelijk in werking treedt.

COSAC ziet uit naar de samenwerking met de EU-instellingen in de nieuwe vorm die zij bij het Verdrag hebben gekregen. Zij is ingenomen met de grotere rol die bij het Verdrag aan de nationale parlementen wordt toegekend en beklemtoont het belang van een volledige, onmiddellijke en doeltreffende toepassing van het nieuwe verdrag, zodra dat van kracht wordt, met inachtneming van de in de verdragen bepaalde termijnen voor volledig en effectief onderzoek door de nationale parlementen en het Europees Parlement.

1.4.

COSAC wijst op het belang van de totstandbrenging van goedwerkende procedures tussen de EU-instellingen en de nationale parlementen in verband met de subsidiariteitschecks en de parlementaire controle op Europol en beoordeling van Eurojust. In dit verband benadrukt COSAC de bijdrage van de 41e COSAC te Praag.

1.5.

COSAC wijst er met klem op dat openheid en toegankelijkheid cruciale punten blijven voor de betrokkenheid van de Europese burgers. Meer transparantie binnen zowel de EU-instellingen als de nationale parlementen is van groot belang voor de aanvaarding van EU-maatregelen.

2.   De economische en financiële crisis

2.1.

COSAC ziet hoopgevende tekenen van herstel, maar beseft dat de strijd tegen de financiële en economische crisis moet worden voortgezet, ten einde de groei op de langere termijn en het werkgelegenheidspotentieel te behouden. De gevolgen van de huidige recessie moeten worden afgezwakt en er moeten maatregelen worden getroffen om een snel doch duurzaam herstel te vergemakkelijken. Er moet meer worden gedaan om de werking van krediet- en kapitaalmarkten te verbeteren. Op de lange termijn heeft Europa een nieuwe strategie voor duurzame groei en werkgelegenheid nodig — een gerevitaliseerde Lissabonstrategie — om de Unie te veranderen in een economie die in staat is de voordelen van de globalisering te benutten en tegelijkertijd het hoofd te bieden aan de sociale en milieuproblemen die met die globalisering gepaard gaan. De inspanningen om banenverlies te voorkomen en te beperken moeten de vorm aannemen van maatregelen met een duurzaam positief werkgelegenheidseffect.

2.2.

COSAC staat achter de reactie op de crisis zoals de Europese Raad die in zijn conclusies van de vergadering van juni 2009 heeft verwoord en is ingenomen met de degelijke wijze waarop op de buitengewone informele top van 17 september 2009 de G20-ontmoeting van 24 september 2009 te Pittsburgh werd voorbereid.

2.3.

COSAC constateert met voldoening dat de Europese Unie, dankzij een zorgvuldige voorbereiding, een actieve rol heeft kunnen spelen in Pittsburgh. De Unie heeft bijgedragen aan een resultaat dat een stap vooruit betekent op de weg naar de verwezenlijking van de kernpunten van een gemeenschappelijk regelgevingskader en een duurzamer financieel stelsel, waaronder ook maatregelen tegen ongerijmde bonuspraktijken.

2.4.

COSAC is ingenomen met de recente voorstellen van de Commissie voor een nieuwe architectuur voor het Europees financieel toezicht en beklemtoont dat de voorgenomen snelle afronding van de onderhandelingen niet ten koste mag gaan van de noodzakelijke parlementaire controle.

2.5.

Met het oog op de komende Europese Raad van 29-30 oktober 2009, waarschuwt COSAC andermaal tegen elke vorm van economisch protectionisme. Open wereldmarkten en een succesvolle uitkomst van de Doha-ronde blijven essentiële voorwaarden voor de oplossing van de wereldwijde crisis.

3.   Het klimaatprobleem — de weg naar Kopenhagen

3.1.

COSAC herhaalt haar overtuiging dat de economische situatie de Europese Unie er niet toe moet aanzetten haar ambities op het gebied van duurzame ontwikkeling en klimaatstrategie, zoals de Europese Raad die heeft vastgesteld, af te zwakken. Dat betekent onder meer dat de Unie bereid moet zijn een billijk aandeel voor haar rekening te nemen in de steun die de minst ontwikkelde landen nodig hebben bij hun streven naar vermindering van de koolstofemissies en bij de bestrijding van de klimaatverandering. Een doeltreffende en duurzame architectuur voor de strijd tegen klimaatverandering is van wezenlijk belang.

3.2.

De onderhandelingen in verband met de VN-Klimaatconferentie — COP15 — in Kopenhagen in december 2009 zijn uiterst complex. COSAC is in het algemeen blij met de versterking van de rol van de Europese Unie op het wereldtoneel en constateert met voldoening dat de Unie zich als een ambitieuze, doorslaggevende en invloedrijke partij bij de klimaatonderhandelingen profileert. De uitkomst van de top van Pittsburgh laat duidelijk zien dat de Europese Unie een leidende rol moet blijven spelen in de aanloop naar en tijdens de klimaattop. COSAC dringt er bij alle EU-instellingen en de lidstaten op aan, bij te dragen tot de totstandbrenging van een sterk draagvlak voor deze leidende rol.

4.   Het Stockholmprogramma

4.1.

COSAC merkt op dat de Eurobarometer en andere opiniepeilingen uitwijzen dat de burgers Europese initiatieven verwachten op gebieden als vrijheid, veiligheid en recht. Het gaat onder meer om asiel- en immigratiebeleid, alsook om de bestrijding van mensenhandel en andere vormen van grensoverschrijdende misdaad. COSAC beklemtoont dat de burgers centraal moeten staan in het nieuwe meerjarige programma, en benadrukt dat moet worden gezorgd voor evenwicht tussen wetshandhavingsmaatregelen en maatregelen ter waarborging van de individuele rechten en de rechtsstaat.

4.2.

COSAC merkt op dat deze voor de Europese burgers essentiële punten de kern vormen van de parlementaire verantwoordelijkheid. COSAC benadrukt het belang van parlementaire controle op en actieve deelname aan de onderhandelingen in het kader van het Stockholmprogramma en alle onderdelen en punten die in het verlengde daarvan worden besloten, en wijst erop dat de vaststelling van het uitgebreide programma gepland is voor de Europese Raad van 10-11 december 2009.

5.   Regionale strategieën en nabuurschapsbeleid

5.1.

De voorgestelde strategie voor de Oostzeeregio heeft niet alleen tot doel de ecologische en andere specifieke problemen van dat gebied aan te pakken, maar dient ook als proefproject voor macroregionale strategieën. Het model zou in de toekomst kunnen worden toegepast in andere regio's met hun eigen problematiek, zoals de Donauregio. COSAC is verheugd dat de vaststelling van de Oostzeestrategie op de agenda van de Europese Raad van 29-30 oktober 2009 staat.

5.2.

COSAC bevestigt haar langetermijnsteun voor het Europees nabuurschapsbeleid, met inbegrip van de oostelijke dimensie daarvan. COSAC is ingenomen met de vergadering die de commissie Buitenlandse Zaken van de Zweedse Riksdag op 21 oktober 2009 zal beleggen over de vormgeving van de parlementaire dimensie van het oostelijk partnerschap.

5.3.

COSAC spreekt eveneens opnieuw haar steun uit voor de totstandbrenging van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied, een wezenlijk instrument voor vrede, stabiliteit en veiligheid in die regio en in het Midden-Oosten, en met name voor het aanpakken van problemen als immigratie en energie.

6.   Uitbreiding

6.1.

COSAC beklemtoont het strategische belang van een voortgezet uitbreidingsproces van de Europese Unie en is verheugd over de toetredingsaanvraag van IJsland. COSAC beseft dat een duidelijk toetredingsperspectief een belangrijke stimulans voor hervormingen is, en onderstreept dat de Europese Unie haar toezeggingen en vaste beginselen op dit gebied gestand moet doen, met name wat betreft het voldoen aan de criteria van Kopenhagen om voor toetreding in aanmerking te komen. COSAC neemt met voldoening nota van de recente positieve ontwikkelingen bij reeds lopende toetredingsonderhandelingen.