Voorstel voor een verordening van de Raad tot tijdelijke intrekking van de bij Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad vastgestelde bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur met betrekking tot de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka /* COM/2009/0671 def. - NLE 2009/0179 */
[pic] | EUROPESE COMMISSIE | Brussel, 15.12.2009 COM(2009)671 definitief 2009/0179 (NLE) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot tijdelijke intrekking van de bij Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad vastgestelde bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur met betrekking tot de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka TOELICHTING 1. De bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur ("SAP+"), die wordt toegekend in het kader van het stelsel van algemene preferenties van de Gemeenschap, voorziet in aanvullende tariefpreferenties voor kwetsbare ontwikkelingslanden die bepaalde fundamentele internationale verdragen inzake mensen- en arbeidsrechten, milieubescherming en goed bestuur ratificeren en effectief ten uitvoer leggen. 2. De Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka ("Sri Lanka") behoort tot de begunstigde landen van het SAP+. 3. SAP+-voordelen worden alleen toegekend en gehandhaafd als de begunstigde landen de voorwaarden van artikel 8 van de SAP-verordening (Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad, de geldende verordening voor de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011) naleven. Overeenkomstig artikel 15, lid 2, van de SAP-verordening kunnen SAP+-voordelen tijdelijk worden ingetrokken ten aanzien van alle dan wel bepaalde producten van oorsprong uit een begunstigd land, "met name als de in bijlage III [van de SAP-verordening] vermelde verdragen die zijn geratificeerd om aan de in artikel 8, leden 1 en 2, gestelde eisen te voldoen, niet langer in de nationale wetgeving zijn opgenomen of als deze wetgeving niet effectief ten uitvoer wordt gelegd". Overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EG) nr. 980/2005 van de Raad (de SAP-verordening voor de periode 2005-2008) kan de Commissie besluiten een onderzoek te openen, wanneer de Commissie informatie ontvangt die tijdelijke intrekking van een preferentiële regeling kan rechtvaardigen en de Commissie van oordeel is dat er voldoende redenen zijn voor een onderzoek. 4. De Commissie heeft op 14 oktober 2008 een besluit goedgekeurd tot opening van een onderzoek op grond van artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 980/2005 van de Raad in verband met de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van bepaalde mensenrechtenverdragen in Sri Lanka. 5. De Commissie heeft een onderzoek uitgevoerd en op 19 oktober 2009 een verslag met haar bevindingen goedgekeurd. De Commissie heeft in het verslag de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de drie verdragen geëvalueerd en daarbij vooral aandacht geschonken aan de belangrijkste en meest fundamentele uit deze verdragen voortvloeiende verplichtingen op het gebied van de mensenrechten. Volgens de informatie waarover de Commissie beschikte, deden de meeste problemen bij de daadwerkelijke tenuitvoerlegging zich op dit punt voor. Op basis van de beschikbare feiten en gegevens – met inbegrip van door Sri Lanka (buiten de formele context van het onderzoek) verstrekte gegevens – wordt in het verslag geconcludeerd dat de nationale wetgeving van Sri Lanka waarbij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en het Verdrag inzake de rechten van het kind in haar wetgeving zijn opgenomen, niet daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd. Het is bijgevolg noodzakelijk de aanvullende tariefpreferenties in het kader van SAP+ met betrekking tot alle producten van oorsprong uit Sri Lanka tijdelijk in te trekken. 6. Wanneer de Commissie tijdelijke intrekking noodzakelijk acht, legt zij – volgens de procedure van artikel 19, lid 4, van de SAP-verordening – een voorstel voor aan de Raad, die binnen twee maanden met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit over het voorstel van de Commissie neemt. Wanneer de Raad tot tijdelijke intrekking besluit, treedt de verordening zes maanden nadat het besluit is genomen in werking. Als er zich eerder een toereikende verbetering van de situatie voordoet zodat de redenen die aan de intrekking ten grondslag liggen, niet langer geldig zijn, kan de Raad op basis van een voorstel van de Commissie op het besluit terugkomen. 7. Er moet daarom toezicht op de situatie worden gehouden, zodat de SAP+-voordelen voor producten van oorsprong uit Sri Lanka opnieuw geactiveerd kunnen worden wanneer de tijdens het onderzoek vastgestelde tekortkomingen voldoende zijn verholpen. De SAP+-voordelen zouden tijdens de periode waarvoor de huidige SAP-verordening geldt (d.w.z. tot en met 31 december 2011), opnieuw geactiveerd kunnen worden na een nieuw besluit van de Raad op basis van een voorstel van de Commissie. 8. Na afloop van het onderzoek heeft de regering van Sri Lanka de Commissie een aantal opmerkingen over het verslag van de Commissie voorgelegd. De diensten van de Commissie hebben de voorgelegde feiten en argumenten bestudeerd en zijn tot de conclusie gekomen dat ze geen afbreuk doen aan de geldigheid van de bevindingen van het onderzoek, namelijk dat de drie verdragen momenteel niet effectief ten uitvoer worden gelegd. Deze conclusie – inclusief een beoordeling van de door Sri Lanka opgeworpen kwesties – zal ook aan Sri Lanka worden meegedeeld voordat de Raad een besluit over het onderhavige voorstel neemt. Bovendien kan de verstrekte informatie als nuttige input worden gebruikt tijdens verdere bilaterale gesprekken met Sri Lanka over de vereiste maatregelen om de tijdens het onderzoek vastgestelde problemen te verhelpen. 2009/0179 (NLE) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot tijdelijke intrekking van de bij Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad vastgestelde bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur met betrekking tot de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Gelet op Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad van 22 juli 2008 betreffende de toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties voor de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 552/97 en (EG) nr. 1933/2006 van de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1100/2006 en (EG) nr. 964/2007 van de Commissie[1], en met name op artikel 19, lid 4, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Krachtens Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad – en met name artikel 9 en artikel 10, lid 6 – is de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka ("Sri Lanka") een begunstigd land van de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur, die wordt toegekend in het kader van het stelsel van algemene preferenties van de Gemeenschap. (2) Beschikking 2008/938/EG van de Commissie van 9 december 2008[2], waarbij Sri Lanka is opgenomen in de lijst van begunstigde landen die in aanmerking komen voor de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur tijdens de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011, merkt op dat uit hoofde van Verordening (EG) nr. 980/2005 van de Raad[3] een onderzoek is geopend naar de vraag of Sri Lanka aan de criteria met betrekking tot de drie verdragen inzake mensenrechten voldoet om voor de regeling in aanmerking te komen. (3) Uit verslagen, verklaringen en gegevens van de Verenigde Naties en andere publiek toegankelijke verslagen en gegevens van relevante bronnen (onder meer niet-gouvernementele organisaties) waarover de Commissie beschikte, bleek dat de nationale wetgeving van Sri Lanka, waarin het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en het Verdrag inzake de rechten van het kind zijn opgenomen, niet daadwerkelijk ten uitvoer werd gelegd. De drie vermelde verdragen zijn opgenomen in respectievelijk punt 1, 5 en 6 van de lijst van verdragen betreffende fundamentele mensenrechten in deel A van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 732/2008. (4) In artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 732/2008 wordt bepaald dat de uit hoofde van die verordening toegekende bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur tijdelijk kan worden ingetrokken als de wetgeving waarbij de in bijlage III van de verordening vermelde verdragen, die zijn geratificeerd om aan de in artikel 8, leden 1 en 2, gestelde eisen te voldoen, in de nationale wetgeving zijn opgenomen, niet effectief ten uitvoer wordt gelegd. (5) Bij Besluit 2008/803/EG van de Commissie[4] is een onderzoek geopend om vast te stellen "of de nationale wetgeving van de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka waarbij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en het Verdrag inzake de rechten van het kind, in haar wetgeving zijn opgenomen, daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd." (6) Tijdens het hele onderzoek heeft de Commissie Sri Lanka de mogelijkheid geboden om aan het onderzoek mee te werken, onder meer door Sri Lanka in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken over de omvangrijke bevindingen van de deskundigen die er door de Commissie mee waren belast een onafhankelijke juridische beoordeling van de te onderzoeken kwesties te geven. Ondanks het feit dat Sri Lanka besliste niet aan het onderzoek mee te werken of deel te nemen, heeft de Commissie met Sri Lanka buiten het kader van het onderzoek regelmatig contact gehouden om het land de gelegenheid te geven voor het onderzoek relevante informatie onder de aandacht van de Commissie te brengen. De Commissie heeft met de op deze wijze van Sri Lanka ontvangen informatie ten volle rekening gehouden en de informatie is bij de in het verslag van de Commissie opgenomen beoordeling gebruikt. (7) Op 19 oktober 2009 heeft de Commissie het verslag met haar bevindingen goedgekeurd. In het verslag wordt geconcludeerd dat de nationale wetgeving van Sri Lanka waarbij internationale verdragen inzake mensenrechten – en met name het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en het Verdrag inzake de rechten van het kind – in haar wetgeving zijn opgenomen, niet daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd. (8) Sri Lanka heeft het verslag met de bevindingen van het onderzoek ontvangen en het land werd erop gewezen dat die bevindingen de basis vormden waarop de Commissie van plan was de tijdelijke intrekking van de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur al dan niet aan te bevelen. Sri Lanka kon ook binnen een bepaalde periode protest aantekenen over deze kwestie of specifiek over het verslag van de Commissie. (9) Sri Lanka heeft de Commissie een aantal opmerkingen voorgelegd over de inhoud van het verslag en de wijze waarop het onderzoek was gevoerd. De opmerkingen gingen ook over feiten en bevindingen waarop Sri Lanka tijdens het onderzoek geen commentaar had geleverd hoewel het land daartoe in de gelegenheid was gesteld. Toch heeft de Commissie de opmerkingen van Sri Lanka – en vooral de opmerkingen die voor een besluit over een tijdelijke intrekking relevant waren – nauwgezet overwogen. De Commissie kwam na de beoordeling van de argumenten van Sri Lanka tot de conclusie dat geen enkel argument wezenlijk afbreuk deed aan de bevindingen van het onderzoek. De Commissie heeft Sri Lanka hiervan in kennis gesteld. (10) Overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad heeft de Commissie het verslag over de bevindingen van het onderzoek op 17 november 2009 aan het Comité algemene preferenties voorgelegd. (11) Op grond van het voorgaande zou de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur voor alle producten van oorsprong uit Sri Lanka tijdelijk moeten worden ingetrokken, totdat wordt besloten dat de redenen die aan de tijdelijke intrekking ten grondslag liggen, niet langer geldig zijn. (12) Deze verordening moet zes maanden na de vaststelling ervan in werking treden, tenzij voordien op voorstel van de Commissie wordt besloten dat de redenen die eraan ten grondslag liggen, niet langer geldig zijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De bij Verordening (EG) nr. 732/2008 vastgestelde bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur voor producten van oorsprong uit Sri Lanka wordt tijdelijk ingetrokken. Artikel 2 Met betrekking tot de periode waarin Verordening (EG) nr. 732/2008 van toepassing is, stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en op voorstel van de Commissie de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur voor producten van oorsprong uit Sri Lanka opnieuw in, als de redenen die aan de tijdelijke intrekking ten grondslag liggen, niet langer geldig zijn. Artikel 3 Deze verordening treedt in werking zes maanden na de datum waarop zij is vastgesteld, tenzij de Raad voordien op voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 19, lid 5, van Verordening (EG) nr. 732/2008 anders besluit. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN DIE UITSLUITEND GEVOLGEN HEBBEN VOOR DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING 1. NAAM VAN HET VOORSTEL: VERORDENING VAN DE RAAD tot tijdelijke intrekking van de in Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad vastgestelde bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur met betrekking tot de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka 2. BEGROTINGSONDERDELEN: Hoofdstuk en artikel: hoofdstuk 12, artikel 120 Begroot bedrag voor het betrokken jaar: 14 079 700 000 euro 3. FINANCIËLE GEVOLGEN: ( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen ( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de uitgaven maar wel voor de ontvangsten, namelijk: (in miljoen euro, tot op 1 decimaal) Begrotings-onderdeel | Ontvangsten[5] | 2010 | Hoofdstuk 12 | Gevolgen voor de eigen middelen | +24,3 | Situatie na de actie | 2011 | Hoofdstuk 12 | +58,2 | 4. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN … 5. ANDERE OPMERKINGEN Deze raming van de budgettaire gevolgen is gebaseerd op handelsgegevens voor 2008 en gaat ervan uit dat de normale SAP-preferenties in plaats van de SAP+-preferenties vanaf augustus 2010 op de invoer uit Sri Lanka worden toegepast en dat het volume en de waarde van de betrokken invoer geen significante wijzigingen zullen ondergaan. Als dit in 2008 het geval was geweest, zou 77,6 miljoen euro extra aan rechten zijn betaald. [1] PB L 211 van 6.8.2008, blz. 1. [2] PB L 334 van 12.12.2008, blz. 90. [3] PB L 169 van 30.6.2005, blz. 1. [4] Besluit 2008/803/EG van de Commissie van 14 oktober 2008 tot opening van een onderzoek op grond van artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 980/2005 van de Raad in verband met de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van bepaalde mensenrechtenverdragen in Sri Lanka (PB L 277 van 18.10.2008, blz. 34). [5] Voor traditionele eigen middelen (landbouwrechten, suikerheffingen en douanerechten) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25% aan inningskosten.