52009PC0524

Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, en de voorlopige toepassing van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein over extra voorschriften in verband met het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007–2013 /* COM/2009/0524 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 9.10.2009

COM(2009)524 definitief

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, en de voorlopige toepassing van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein over extra voorschriften in verband met het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007–2013

TOELICHTING

POLITIEKE EN JURIDISCHE ACHTERGROND

Op 18 mei 1999 heeft de Raad van de Europese Unie met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen een overeenkomst gesloten inzake de wijze waarop deze landen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

Op 26 oktober 2004 hebben de Raad van de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat een overeenkomst gesloten inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

Op 21 juni 2006 hebben de Raad van de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein een protocol geparafeerd betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis. Dit protocol is ondertekend op 28 februari 2008 en zal naar verwachting in 2009 worden gesloten.

Om redenen van doeltreffendheid en om te voorkomen dat er afzonderlijke onderhandelingen moeten worden gevoerd, werd Liechtenstein vóór de sluiting van het protocol betrokken bij de onderhandelingen over zijn deelname aan het Fonds. Deze overeenkomst zal ten aanzien van Liechtenstein pas worden toegepast na de inwerkingtreding van het protocol.

Krachtens artikel 11 van Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 tot instelling van het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma "Solidariteit en beheer van de migratiestromen"[1] (hierna "de beschikking" genoemd) nemen de landen die betrokken zijn bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis overeenkomstig de beschikking deel aan het Fonds. Bovendien worden regelingen vastgesteld met extra voorschriften voor deze deelname, waarbij ook de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap en de controlebevoegdheid van de Rekenkamer worden geregeld.

In de overeenkomst moet worden bepaald dat in Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein voorschriften worden toegepast die de Commissie in staat stellen de eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de begroting van het Fonds in deze staten op zich te nemen. Noch de beschikking noch de bovengenoemde overeenkomsten inzake deelname aan het Schengenacquis bevatten dergelijke voorschriften. Na de op 20 december 2007 door de Raad aan de Commissie verleende machtiging zijn onderhandelingen gevoerd met de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein. Op 30 juni 2009 zijn de onderhandelingen afgerond en is de ontwerp-overeenkomst geparafeerd.

De partijen zijn overeengekomen deze overeenkomst voorlopig toe te passen met ingang van de dag volgende op die van de ondertekening ervan, onverminderd eventuele grondwettelijke vereisten. Een uitzondering op dit beginsel is de toepassing van artikel 6 betreffende de tenuitvoerlegging van geldelijke verplichtingen, waarvoor in de bij het Schengenacquis betrokken landen specifieke wetgevende maatregelen moeten worden genomen.

De lidstaten zijn geïnformeerd en geraadpleegd in de werkgroep "Grenzen" en de werkgroep "Europese Vrijhandelsassociatie (EVA)" van de Raad.

Artikel 62, punt 2, juncto artikel 300 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is de rechtsgrondslag voor de overeenkomst.

Dit voorstel en het daarmee samenhangende voorstel zijn de rechtsinstrumenten voor de ondertekening en de sluiting van de overeenkomst. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Conform artikel 300, lid 3, van het EG-Verdrag moet het Europees Parlement formeel worden geraadpleegd over de sluiting van de overeenkomst.

RESULTATEN VAN DE ONDERHANDELINGEN

De Commissie is van mening dat de door de Raad in zijn onderhandelingsrichtsnoeren geformuleerde doelstellingen zijn bereikt en dat de ontwerp-overeenkomst aanvaardbaar is voor de Gemeenschap.

De uiteindelijke inhoud van de ontwerp-overeenkomst kan als volgt worden samengevat:

Doel en toepassingsgebied

Met betrekking tot de voorschriften die de Commissie in staat moeten stellen de eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de begroting van het Fonds in deze staten op zich te nemen, worden in de overeenkomst de volgende aspecten inzake het financiële beheer en de controle van het Fonds geregeld: het beginsel van goed financieel beheer, het beginsel van de voorkoming van belangenconflicten, de maatregelen die nodig zijn als gevolg van de delegatie van de uitvoering van EU-fondsen aan de bij het Schengenacquis betrokken landen, de tenuitvoerlegging van geldelijke verplichtingen, de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen tegen fraude, controles en verificaties ter plaatse, de Rekenkamer, overheidsopdrachten.

Bovendien bevat de overeenkomst een regeling voor de financiële bijdragen van deze landen aan de begroting van het Fonds. In de overeenkomst worden voor de periode 2009-2013 vaste bedragen vastgesteld voor deze bijdragen. Door te kiezen voor vaste bedragen kan het totaalbedrag van de jaarlijks voor het Fonds beschikbare kredieten gemakkelijker worden berekend. De vaste bedragen zijn echter aan een correctiemechanisme onderworpen dat in het laatste jaar van het meerjarenprogramma moet worden toegepast, rekening houdend met de berekeningsmethoden op basis van het BBP die in de desbetreffende overeenkomsten inzake deelname aan het Schengenacquis zijn opgenomen. Voorts zijn aanpassingen mogelijk wanneer het totale in artikel 13, lid 1, van de beschikking vermelde referentiebedrag wijzigt dan wel wanneer de in de tekst vermelde jaarlijkse kredieten wijzigen. Gelet op het verwachte tijdstip van de sluiting van deze overeenkomst, zijn de bijdragen voor 2009 slechts in 2010 verschuldigd als uitzonderlijke bijdragen. Evenzo zullen de voor 2009 geplande toewijzingen aan de bij het Schengenacquis betrokken landen, zoals medegedeeld in juli 2008, uitzonderlijk pas in 2010 verschuldigd zijn. In de overeenkomst is ook het tijdschema voor de betaling van deze bijdragen vastgesteld.

Tot slot bevat de overeenkomst voor de bij het Schengenacquis betrokken landen een aantal specifieke regelingen betreffende de indiening van programma's en verslagen, gelet op het feit dat hun deelname aan het Fonds vertraging heeft opgelopen.

Verklaringen

Aan de overeenkomst is een gezamenlijke verklaring gehecht die Liechtenstein de mogelijkheid biedt niet deel te nemen aan het Fonds, onverminderd zijn verplichting financieel bij te dragen aan het Fonds, dat immers moet zorgen voor lastenverdeling en voor de financiële ondersteuning van de uitvoering van het Schengenacquis op het gebied van de buitengrenzen en het visumbeleid.

Bovendien is er een uitwisseling van verklaringen tussen Noorwegen en de Europese Gemeenschap over de toepassing van het beginsel van de rechtstreekse uitvoerbaarheid van besluiten van de Europese Gemeenschap. Deze uitwisseling van verklaringen is gebaseerd op de verklaring die aan de overeenkomst inzake de deelname van Noorwegen aan het Schengenacquis is gehecht.

CONCLUSIES

Rekening houdend met de hierboven beschreven resultaten, stelt de Commissie voor dat de Raad:

- besluit dat de overeenkomst namens de Gemeenschap wordt ondertekend en de voorzitter van de Raad machtigt om de persoon (personen) aan te wijzen die is (zijn) gemachtigd om de overeenkomst namens de Gemeenschap te ondertekenen;

- na raadpleging van het Europees Parlement zijn goedkeuring hecht aan de bijgevoegde overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein over extra voorschriften in verband met het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007–2013.

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, en de voorlopige toepassing van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein over extra voorschriften in verband met het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007–2013

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 62, punt 2, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, en artikel 300, lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

1. Krachtens artikel 11 van Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 tot instelling van het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma "Solidariteit en beheer van de migratiestromen"[2], nemen de derde landen die betrokken zijn bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis overeenkomstig de beschikking deel aan het Fonds. Er worden regelingen vastgesteld met extra voorschriften voor deze deelname, waarbij ook de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap en de controlebevoegdheid van de Rekenkamer worden geregeld.

2. Na de op 20 december 2007 aan de Commissie verleende machtiging zijn onderhandelingen gevoerd met de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein en is op 30 juni 2009 een overeenkomst geparafeerd.

3. Onder voorbehoud van sluiting op een later tijdstip dient de overeenkomst te worden ondertekend en voorlopig te worden toegepast.

4. Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte protocol betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van dit besluit; dit besluit is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken. Aangezien dit besluit voortbouwt op het Schengenacquis overeenkomstig de bepalingen van het derde deel van titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 5 van dat protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad dit besluit heeft vastgesteld of het dat al dan niet in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

5. Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis[3] en het daarop volgende Besluit 2004/926/EG van de Raad van 22 december 2004 betreffende de toepassing door het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland van de bepalingen van het Schengenacquis[4]. Het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de aanneming van dit besluit; dit besluit is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op het Verenigd Koninkrijk.

6. Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis[5]. Ierland neemt derhalve niet deel aan de aanneming van dit besluit; dit besluit is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland,

BESLUIT:

Artikel 1

De ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein over extra voorschriften in verband met het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007–2013 en de bijgevoegde verklaringen, worden hierbij, onder voorbehoud van sluiting van deze overeenkomst, namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst en van de bijbehorende documenten is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt hierbij gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) de overeenkomst namens de Europese Gemeenschap te ondertekenen onder voorbehoud van sluiting ervan.

Artikel 3

Overeenkomstig artikel 13, lid 5, van de overeenkomst is deze, in afwachting van de voltooiing van de voor de formele sluiting ervan vereiste procedures, voorlopig van toepassing.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE

Overeenkomst

tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein over extra voorschriften in verband met het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007–2013

DE EUROPESE GEMEENSCHAP (hierna "de Gemeenschap" genoemd),

en

DE REPUBLIEK IJSLAND (hierna "IJsland" genoemd),

HET KONINKRIJK NOORWEGEN (hierna "Noorwegen" genoemd),

DE ZWITSERSE BONDSSTAAT (hierna "Zwitserland" genoemd),

HET VORSTENDOM LIECHTENSTEIN (hierna "Liechtenstein" genoemd),

Hierna "de bij het Schengenacquis betrokken landen" genoemd,

Hierna "de partijen" genoemd,

GELET OP de door de Europese Unie met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze landen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (hierna "de overeenkomst inzake de deelname van Noorwegen en IJsland" genoemd),

GELET OP de overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (hierna "de overeenkomst inzake de deelname van Zwitserland" genoemd),

GELET OP het protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de overeenkomst tussen Raad van de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (hierna "het protocol inzake de deelname van Liechtenstein" genoemd),

OVERWEGENDE HETGEEN VOLGT:

(1) Bij Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad heeft de Europese Gemeenschap het Buitengrenzenfonds ingesteld voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma "Solidariteit en beheer van de migratiestromen" (hierna "het Fonds" genoemd).

(2) Die beschikking vormt een ontwikkeling van het Schengenacquis in de zin van de overeenkomst inzake de deelname van Noorwegen en IJsland, de overeenkomst inzake de deelname van Zwitserland en het protocol inzake de deelname van Liechtenstein.

(3) In artikel 11 van deze beschikking wordt bepaald dat de derde landen die betrokken zijn bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis overeenkomstig de bepalingen van de beschikking deelnemen aan het Fonds en dat er regelingen worden vastgesteld met extra voorschriften voor deze deelname, waarbij ook de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap en de controlebevoegdheid van de Rekenkamer worden geregeld.

(4) Het Fonds is een specifiek instrument in het kader van het Schengenacquis, dat moet zorgen voor lastenverdeling en voor de financiële ondersteuning van de uitvoering van het Schengenacquis op het gebied van de buitengrenzen en het visumbeleid in de lidstaten.

(5) Om de berekening van de jaarlijkse toewijzing aan de landen die aan het Fonds deelnemen en de meerjarenprogrammering voor de bij het Schengenacquis betrokken landen te vergemakkelijken, worden in deze overeenkomst de jaarlijkse financiële bijdragen van de bij het Schengenacquis betrokken landen vastgesteld in de vorm van vaste bedragen die aan een correctiemechanisme zijn onderworpen, dat in het laatste jaar van het meerjarenprogramma moet worden toegepast,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OMTRENT DE VOLGENDE BEPALINGEN:

Artikel 1

Toepassingsgebied

In deze overeenkomst worden de extra voorschriften vastgesteld voor de deelname aan het Fonds van de bij het Schengenacquis betrokken landen overeenkomstig Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007-2013 als onderdeel van het algemene programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen (hierna "de beschikking" genoemd).

Artikel 2

Financieel beheer en controle

7. De bij het Schengenacquis betrokken landen nemen de nodige maatregelen om te zorgen voor de naleving van de bepalingen inzake financieel beheer en controle die zijn vastgesteld in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna "het EG-Verdrag" genoemd) en in het afgeleide Gemeenschapsrecht.

8. De in lid 1 bedoelde bepalingen zijn:

9. artikel 248, leden 1 tot en met 3, artikel 256, artikel 274 en artikel 280, leden 1 tot en met 3, van het EG-Verdrag;

10. de artikelen 27, 28 bis, 52, artikel 53, onder b), artikel 72, lid 2, en artikel 95, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[6] (hierna "het Financieel Reglement" genoemd);

11. de overeenkomstige bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[7];

12. Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden[8], en

13. Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

14. De partijen kunnen in onderlinge overeenstemming beslissen deze lijst te wijzigen.

15. De bij het Schengenacquis betrokken landen passen op hun grondgebied de in lid 2 genoemde bepalingen toe conform deze overeenkomst.

Artikel 3

Eerbiediging van het beginsel van goed financieel beheer

De kredieten die in het kader van het Fonds worden uitgegeven op het grondgebied van de bij het Schengenacquis betrokken landen worden gebruikt conform het beginsel van goed financieel beheer.

Artikel 4

Eerbiediging van het beginsel betreffende belangenconflicten

Het is alle financiële actoren en elke andere persoon die bij de uitvoering, het beheer, de audit of de controle van de begroting op het grondgebied van de bij het Schengenacquis betrokken landen is betrokken, verboden enige handeling te verrichten waarbij hun eigen belangen in conflict kunnen komen met die van de Gemeenschappen.

Artikel 5

Verplichtingen die voortvloeien uit de delegatie van uitvoeringsbevoegdheden

De bij het Schengenacquis betrokken landen nemen alle nodige wetgevende, regelgevende, administratieve of andere maatregelen ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen conform de in artikel 53, onder b), en artikel 95, lid 2, van het Financieel Reglement vastgestelde verplichtingen.

Artikel 6

Tenuitvoerlegging

De beschikkingen van de Commissie welke voor natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de staten, een geldelijke verplichting inhouden, vormen op het grondgebied van de bij het Schengenacquis betrokken landen executoriale titel.

De tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de staat op het grondgebied waarvan zij plaatsvindt. De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aangebracht door de nationale autoriteit die door de regeringen van de bij het Schengenacquis betrokken landen daartoe wordt aangewezen; van deze aanwijzing geven zij kennis aan de Commissie.

Nadat de bedoelde formaliteiten op verzoek van de Commissie zijn vervuld, kan deze de tenuitvoerlegging volgens de nationale wetgeving voortzetten door zich rechtstreeks te wenden tot de bevoegde instantie.

De tenuitvoerlegging kan niet worden geschorst dan krachtens een beschikking van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Evenwel behoort het toezicht op de regelmatigheid van de wijze van tenuitvoerlegging tot de bevoegdheid van de nationale rechterlijke instanties.

Artikel 7

Bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen tegen fraude

16. Conform artikel 280 van het EG-Verdrag,

17. bestrijden de bij het Schengenacquis betrokken landen fraude en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad, met maatregelen die afschrikkend moeten werken en een doeltreffende bescherming moeten bieden;

18. nemen de bij het Schengenacquis betrokken landen ter bestrijding van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad, dezelfde maatregelen als die welke zij treffen ter bestrijding van fraude waardoor hun eigen financiële belangen worden geschaad, en

19. coördineren de bij het Schengenacquis betrokken landen samen met de lidstaten en de Commissie hun optreden om de financiële belangen van de Gemeenschap te beschermen.

20. Daartoe stellen de bij het Schengenacquis betrokken landen maatregelen vast die gelijkwaardig zijn met die welke de Gemeenschap overeenkomstig artikel 280, lid 4, van het EG-Verdrag heeft vastgesteld en welke op het ogenblik van de ondertekening van deze overeenkomst van kracht zijn.

De partijen kunnen in onderlinge overeenstemming beslissen maatregelen vast te stellen die gelijkwaardig zijn met latere maatregelen die de Gemeenschap overeenkomstig dit artikel vaststelt.

Artikel 8

Controles en verificaties ter plaatse door de Commissie

Onverminderd haar rechten uit hoofde van de artikelen 35 en 47 van de beschikking is de Commissie (OLAF) gemachtigd om op het grondgebied van de bij het Schengenacquis betrokken landen met betrekking tot het Fonds controles en verificaties ter plaatse uit te voeren overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden.

De instanties van de bij het Schengenacquis betrokken landen ondersteunen de controles en verificaties ter plaatse, die, wanneer de instanties dat verlangen, gezamenlijk met hen worden uitgevoerd.

Artikel 9

Rekenkamer

Zoals bepaald in artikel 248, lid 3, van het EG-Verdrag en in deel I, titel VIII, hoofdstuk 1, van het Financieel Reglement, heeft de bij het EG-Verdrag ingestelde Rekenkamer met name de mogelijkheid om op het grondgebied van de bij het Schengenacquis betrokken landen met betrekking tot het Fonds controles uit te voeren in de gebouwen van alle instanties die ontvangsten of uitgaven namens de Gemeenschap beheren, inclusief in de gebouwen van alle natuurlijke of rechtspersonen die betalingen uit de begroting ontvangen.

Controles door de Rekenkamer in de bij het Schengenacquis betrokken landen geschieden in samenwerking met de nationale controle-instanties of, indien deze laatste niet over de nodige bevoegdheden beschikken, in samenwerking met de bevoegde nationale diensten. De Rekenkamer en de nationale controle-instanties van de bij het Schengenacquis betrokken landen werken samen in onderling vertrouwen en met behoud van hun onafhankelijkheid. Deze instanties en diensten delen aan de Rekenkamer mee of zij voornemens zijn aan de controle deel te nemen.

De Rekenkamer heeft ten minste dezelfde rechten als de Commissie, zoals neergelegd in de artikelen 35 en 47 van de beschikking en artikel 8 van deze overeenkomst.

Artikel 10

Overheidsopdrachten

21. Noorwegen, IJsland en Liechtenstein passen hun wetgeving inzake overheidsopdrachten toe conform bijlage XVI bij de EER-Overeenkomst.

22. Zwitserland past zijn nationale wetgeving inzake overheidsopdrachten toe conform de WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten (GPA).

Zwitserland verstrekt de Commissie een beschrijving van zijn procedures voor overheidsopdrachten samen met een beschrijving van het beheers- en controlesysteem.

Bovendien verstrekt het in elk eindverslag over de uitvoering van het jaarprogramma informatie over de toegepaste procedures voor overheidsopdrachten.

Artikel 11

Financiële bijdragen en toewijzingen

23. De bij het Schengenacquis betrokken landen verrichten jaarlijkse betalingen aan de begroting van het Fonds overeenkomstig de volgende tabellen:

In duizend euro | 2009 |

Jaarlijkse kredieten (EG-begroting) | 185 500 |

Noorwegen | 5 100 |

IJsland | 260 |

Zwitserland | 5 565 |

Voor 2009 worden de betalingen verricht op basis van vaste bedragen die niet kunnen worden herzien[9].

In duizend euro | Index[10] | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 |

Uitgetrokken jaarlijkse kredieten (EG-begroting) | % | 207 500 | 253 500 | 349 100 | 481 200 |

Noorwegen | 2,61 | 5 408 | 6 607 | 9 099 | 12 542 |

IJsland | 0,04 | 79 | 96 | 132 | 183 |

Zwitserland | 3,35 | 6 943 | 8 483 | 11 682 | 16 102 |

Liechtenstein | 0,03 | 62 | 76 | 105 | 144 |

Voor 2010-2013 worden de betalingen verricht op basis van de in deze tabel vermelde indexcijfers, onder voorbehoud van lid 4.

24. Voor 2011-2013 worden de betalingen verricht vóór 15 februari van het betrokken begrotingsjaar, nadat de Commissie vóór 15 december van het voorgaande jaar terugvorderingsbevelen heeft opgesteld.

25. De bijdragen voor 2009 zijn in 2010 verschuldigd als uitzonderlijke bijdragen. Zij worden samen met de bijdragen voor 2010 betaald vóór 15 februari 2010. Voor Zwitserland worden zij betaald uiterlijk een maand na de datum van ondertekening van deze overeenkomst.

De toewijzingen voor 2009 aan de bij het Schengenacquis betrokken landen, die de Commissie vaststelt overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van de beschikking, zijn door de Gemeenschap verschuldigd als uitzonderlijke toewijzingen voor 2010:

Noorwegen: 1 611 049 euro

IJsland: 62 148 euro

Zwitserland: 2 282 112 euro

Een enkel jaarprogramma (2010) heeft zowel betrekking op de toewijzingen voor 2010 als op deze uitzonderlijke toewijzingen.

Vanaf 2010 worden de toewijzingen aan de bij het Schengenacquis betrokken landen jaarlijks berekend overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van de beschikking.

26. De partijen corrigeren de bijdragen van elk bij het Schengenacquis betrokken land voor de begrotingsjaren 2010, 2011, 2012 en 2013 op basis van de laatste jaarlijkse BBP-cijfers die beschikbaar zijn op 1 mei 2012. De correcties worden aangerekend op de bijdrage voor 2013.

Met het oog op de correcties wordt het percentage van het BBP van de bij het Schengenacquis betrokken landen als volgt berekend:

voor Noorwegen en IJsland wordt het BBP-percentage berekend in verhouding tot het BBP van alle deelnemende landen, zoals bepaald in artikel 12, lid 1, van de overeenkomst inzake de deelname van Noorwegen en IJsland;

voor Zwitserland wordt het BBP-percentage berekend in verhouding tot het BBP van alle deelnemende landen, zoals bepaald in artikel 11 van de overeenkomst inzake de deelname van Zwitserland;

voor Liechtenstein wordt het BBP-percentage berekend in verhouding tot het BBP van alle deelnemende landen, zoals bepaald in artikel 3 van het protocol inzake de deelname van Liechtenstein.

27. De cijfers in de in lid 1 opgenomen tabel worden aangepast door de partijen wanneer het in artikel 13, lid 1, van de beschikking vermelde totale referentiebedrag wordt gewijzigd of wanneer de daadwerkelijke jaarlijkse kredieten afwijken van de kredieten in de in lid 1 opgenomen tabel, conform een beslissing van de begrotingsautoriteit van de EG overeenkomstig punt 37 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer[11] in het raam van het meerjarige financiële kader van de Europese Unie voor de periode 2007-2013.

Elke aanpassing is evenredig aan de wijziging van het totale referentiebedrag of het (de) betrokken jaarlijkse krediet(en) en wordt toegepast op het (de) begrotingsja(a)r(en) die door de wijziging wordt (worden) beïnvloed.

Daartoe stelt de Commissie de bij het Schengenacquis betrokken landen per brief in kennis van de aanpassingen van hun financiële bijdragen alsook van de regelingen die in acht moeten worden genomen voor de desbetreffende betalingen of terugbetalingen.

28. De bijdrage van Liechtenstein slaat alleen op de jaren vanaf de in artikel 13, lid 6, bedoelde datum.

29. De Commissie kan jaarlijks tot 300 000 euro van de betalingen die zijn verricht door de bij het Schengenacquis betrokken landen gebruiken om de administratieve uitgaven te financieren in verband met het interne of externe personeel dat nodig is om de tenuitvoerlegging door de bij het Schengenacquis betrokken landen van de beschikking of deze overeenkomst te ondersteunen.

30. Voor 2009 en 2010 legt de Commissie de communautaire kredieten voor het betrokken begrotingsjaar vast op basis van de bedragen die de Commissie overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van de beschikking heeft toegewezen aan de bij het Schengenacquis betrokken landen.

Artikel 12

Vertrouwelijkheid

Overeenkomstig deze overeenkomst meegedeelde of verkregen informatie, in welke vorm ook, valt onder het beroepsgeheim en wordt op dezelfde wijze beschermd als soortgelijke informatie wordt beschermd krachtens de voor de communautaire instellingen geldende bepalingen en het recht van de bij het Schengenacquis betrokken landen. Deze informatie mag niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke binnen de communautaire instellingen of in de bij het Schengenacquis betrokken landen op grond van hun functie op de hoogte moeten zijn van deze informatie, en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de partijen.

Artikel 13

Inwerkingtreding

31. De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is depositaris van deze overeenkomst.

32. De Europese Gemeenschap, Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein keuren deze overeenkomst conform hun eigen procedures goed.

33. Voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst is de goedkeuring door de Europese Gemeenschap en door ten minste een andere ondertekenende partij vereist.

34. Deze overeenkomst treedt ten aanzien van een partij in werking op de eerste dag van de eerste maand volgende op de nederlegging van de akte van goedkeuring bij de depositaris.

35. Met uitzondering van artikel 6, passen de Europese Gemeenschap, Noorwegen, IJsland en Zwitserland deze overeenkomst voorlopig toe met ingang vanaf de dag volgende op die van de ondertekening ervan, onverminderd eventuele grondwettelijke vereisten.

36. De Europese Gemeenschap en Liechtenstein passen deze overeenkomst voorlopig toe vanaf de dag waarop de in artikel 2 van het protocol inzake de deelname van Liechtenstein vermelde bepalingen overeenkomstig artikel 10 van dat protocol in werking treden.

Artikel 14

Programmering

37. De bij het Schengenacquis betrokken landen delen uiterlijk een maand na de ondertekening van deze overeenkomst aan de Commissie mee welke instanties zijn aangewezen voor de uitvoering van hun meerjarenprogramma en jaarprogramma's.

38. Uiterlijk drie maanden na de ondertekening van deze overeenkomst dienen de bij het Schengenacquis betrokken landen hun ontwerp-meerjarenprogramma voor 2010-2013 bij de Commissie in.

39. Uiterlijk vijf maanden na de ondertekening van deze overeenkomst dienen de bij het Schengenacquis betrokken landen hun ontwerp-jaarprogramma voor 2010 bij de Commissie in.

40. Uiterlijk drie maanden na de ondertekening van deze overeenkomst dienen de bij het Schengenacquis betrokken landen een beschrijving van de in artikel 34, lid 2, van de beschikking bedoelde beheers- en controlesystemen in.

41. De Commissie hecht haar goedkeuring aan het meerjarenprogramma uiterlijk drie maanden na de formele indiening ervan en aan het jaarprogramma voor 2010 uiterlijk een maand na de formele indiening ervan, conform de in de beschikking vastgestelde procedures en mits de Commissie zich er volgens de procedure van artikel 34 van de beschikking van heeft vergewist dat de bij het Schengenacquis betrokken landen beheers- en controlesystemen hebben opgezet die in overeenstemming zijn met de artikelen 26 tot en met 32 van de beschikking.

42. De bij het Schengenacquis betrokken landen hoeven het in artikel 52, lid 2, onder a), van de beschikking bedoelde evaluatieverslag niet in te dienen.

Artikel 15

Geldigheid en beëindiging

43. De Gemeenschap of een bij het Schengenacquis betrokken land kan deze overeenkomst door middel van een kennisgeving aan de andere partij opzeggen. De overeenkomst verstrijkt drie maanden na de datum van een dergelijke kennisgeving. Bij beëindiging van de overeenkomst worden de lopende projecten en activiteiten voltooid onder de in deze overeenkomst vastgelegde voorwaarden. De partijen regelen in onderlinge overeenstemming de eventuele andere gevolgen van de beëindiging.

44. Wat Noorwegen en IJsland betreft, wordt deze overeenkomst beëindigd wanneer de overeenkomst inzake de deelname van Noorwegen en IJsland wordt beëindigd overeenkomstig artikel 8, lid 4, artikel 11, lid 3, of artikel 16 van de laatstbedoelde overeenkomst.

Wat Zwitserland betreft, wordt deze overeenkomst beëindigd wanneer de overeenkomst inzake de deelname van Zwitserland wordt beëindigd overeenkomstig artikel 7, lid 4, artikel 10, lid 3, of artikel 17 van de laatstbedoelde overeenkomst.

Wat Liechtenstein betreft, wordt deze overeenkomst beëindigd wanneer het protocol inzake de deelname van Liechtenstein wordt beëindigd overeenkomstig artikel 5, lid 4, artikel 11, lid 1, of artikel 11, lid 3, van dat protocol.

Artikel 14

Talen

Deze overeenkomst en de daaraan gehechte verklaringen zijn opgesteld in een enkel origineel in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Spaanse, de Slowaakse, de Tsjechische, de Zweedse, de IJslandse en de Noorse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Gezamenlijke verklaring van de Europese Gemeenschap en Liechtenstein over de deelname van Liechtenstein aan het Buitengrenzenfonds, overeenkomstig Beschikking nr. 574/2007/EG

De Europese Gemeenschap en Liechtenstein

- Gelet op de geografische situatie van Liechtenstein, dat geen buitengrenzen heeft en evenmin een consulair netwerk met behulp waarvan een programma ter uitvoering van het Fonds zou kunnen worden ontwikkeld,

- Erkennend de toezegging van Liechtenstein om de doelstellingen van het Schengenacquis in acht te nemen en solidair te zijn met de staten die de Schengenbepalingen betreffende de buitengrenzen toepassen,

komen overeen dat Liechtenstein kan beslissen niet deel te nemen aan de uitvoering van het Fonds, mits Liechtenstein financieel bijdraagt tot het Fonds overeenkomstig artikel 11 van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein over extra voorschriften in verband met het Buitengrenzenfonds voor de periode 2007–2013. Bijgevolg zal Liechtenstein bijdragen tot het Fonds maar afstand doen van zijn recht op toewijzingen uit het Fonds overeenkomstig de artikelen 14 en 15 van Beschikking nr. 574/2007/EG.

Wanneer Liechtenstein in een later stadium toch wenst deel te nemen, stelt het de Commissie daarvan ruim van tevoren in kennis; de praktische regelingen die nodig zijn om de toepassing te waarborgen van Beschikking nr. 574/2007/EG, de uitvoeringsvoorschriften en deze overeenkomst worden opgenomen in een briefwisseling.

Verklaring van de regering van Noorwegen betreffende de rechtstreekse uitvoerbaarheid van besluiten van de instellingen van de Europese Gemeenschap met betrekking tot geldelijke verplichtingen, die tot in Noorwegen gevestigde ondernemingen zijn gericht

De aandacht van de overeenkomstsluitende partijen wordt gevestigd op het feit dat de huidige grondwet van Noorwegen niet voorziet in de mogelijkheid van rechtstreekse uitvoerbaarheid van besluiten van de instellingen van de Europese Gemeenschap betreffende geldelijke verplichtingen, die tot in Noorwegen gevestigde ondernemingen zijn gericht. Noorwegen erkent dat dergelijke besluiten verder rechtstreeks tot deze ondernemingen moeten worden gericht en dat deze hun verplichtingen moeten nakomen in overeenstemming met de huidige praktijk. Bovengenoemde grondwettelijke beperkingen van de rechtstreekse uitvoerbaarheid van besluiten van de instellingen van de Europese Gemeenschap betreffende geldelijke verplichtingen zijn niet van toepassing op dochterondernemingen en activa op het grondgebied van de Gemeenschap die eigendom zijn van in Noorwegen gevestigde ondernemingen. Noorwegen is bereid om, indien er zich moeilijkheden zouden voordoen, overleg te plegen en naar een voor alle partijen bevredigende oplossing te streven.

Verklaring van de Europese Gemeenschap

De Commissie zal de in de unilaterale verklaring van Noorwegen bedoelde situatie van nabij volgen. Zij kan op elk ogenblik met Noorwegen in overleg treden om een bevredigende oplossing te zoeken voor dergelijke problemen.

[1] PB L 144 van 6.6.2007, blz. 22.

[2] PB L 144 van 6.6.2007, blz. 22.

[3] PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

[4] PB L 395 van 31.12.2004, blz. 70.

[5] PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

[6] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).

[7] PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 478/2007 (PB L 111 van 28.4.2007, blz. 13).

[8] PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

[9] Op basis van het BBP van het jaar 2007.

[10] De indexcijfers zijn afgerond.

[11] PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.