Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening door de Europese Gemeenschap van het 'Referentiekader voor het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie' (IPEEC) en het 'Memorandum inzake het onderbrengen van het secretariaat van het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie bij het Internationaal Energieagentschap' /* COM/2009/0438 def. - CNS 2009/0119 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 8.9.2009 COM(2009) 438 definitief 2009/0119 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening door de Europese Gemeenschap van het 'Referentiekader voor het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie' (IPEEC) en het 'Memorandum inzake het onderbrengen van het secretariaat van het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie bij het Internationaal Energieagentschap' TOELICHTING Als belangrijk element van het geïntegreerde beleid op het gebied van energie en klimaatverandering heeft de Commissie het initiatief genomen om de energie-efficiëntie ook in een internationale context te bevorderen. In hun Verklaring van Aomori hebben de Commissie, de leden van de G8, alsmede China, India en Zuid-Korea zich in juni 2008 in Japan geschaard achter het voorstel om een Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie ("IPEEC") op te richten. Dat is bedoeld als een forum op hoog niveau "om onze gezamenlijke inspanningen te versterken en beter te coördineren teneinde goede praktijken op het gebied van de verbetering van de energie-efficiëntie op een versnelde manier vast te stellen". Het IPEEC zal een platform bieden voor overleg, raadpleging en uitwisseling van informatie. Het Referentiekader voor het IPEEC (hierna het "referentiekader") werd op 24 mei in Rome ondertekend door de leden van de G8, alsmede door China, Zuid-Korea, Brazilië en Mexico. Aangezien India op dat moment slechts een overgangsregering had, heeft dit land niet ondertekend. In het referentiekader zijn de samenwerkingsactiviteiten van het IPEEC en de organisatie daarvan omschreven, de criteria voor potentiële nieuwe leden vastgelegd en zijn algemene bepalingen neergelegd met betrekking tot o.m. de financiering van het partnerschap en de intellectuele-eigendomsrechten. Overeenkomstig artikel 4.2 van het referentiekader kunnen andere landen alsook intergouvernementele organisaties toetreden tot het IPEEC. Lidmaatschap van het IPEEC vergt de ondertekening van het referentiekader. Het is aangewezen dat de Gemeenschap in het partnerschap vertegenwoordigd is aangezien de Gemeenschap een belangrijke bijdrage moet leveren tot het overleg, de raadplegingen en de uitwisseling van informatie waarvoor het partnerschap een platform biedt. Het is belangrijk dat dit gebeurt op gecoördineerde wijze en bovendien zullen of kunnen bepaalde verplichtingen uit hoofde van het referentiekader een invloed hebben op de regelingen die worden opgelegd krachtens communautaire wetsbesluiten die worden vastgesteld op milieu- en energiegebied, en dus op de bevoegdheden van de Gemeenschap. Er wordt een gedragscode aangenomen om waar nodig de communautaire standpunten naar behoren te coördineren. Het referentiekader is een internationaal akkoord waarop artikel 300 van het EG-Verdrag van toepassing is. Het toetredingsproces vergt geen onderhandelingen aangezien het referentiekader reeds door 12 staten is ondertekend. De Gemeenschap kan derhalve toetreden tot het referentiekader op basis van een besluit van de Raad waarbij de persoon wordt aangewezen die het referentiekader namens de Europese Gemeenschap ondertekent. Op 24 mei 2009 hebben zeven leden van de G8, alsmede China, Zuid-Korea, Brazilië en Mexico en op 18 juni 2009 heeft het Internationaal Energieagentschap (hierna "het IEA") een Memorandum ondertekend inzake het onderbrengen van het secretariaat van het IPEEC bij het Internationaal Energieagentschap (hierna "het memorandum"). Het achtste G8-lid, Frankrijk, heeft dit memorandum op 22 juni 2009 ondertekend. Het memorandum is een internationale overeenkomst tussen de IPEEC-leden en het IEA en bevat regelingen betrefffende de organisatie van het secretariaat waarvoor het IEA gastheer speelt. Het bevat bepalingen betreffende het personeel van het secretariaat en de selectie daarvan, de financiering en de begrotingsprocedures. Op deze internationale overeenkomst is het bepaalde in artikel 300 van het EG-Verdrag van toepassing. In punt 16 van het memorandum wordt gestipuleerd dat wanneer een intergouvernementele organisatie wil toetreden tot het IPEEC, zij zal worden verzocht het memorandum te ondertekenen en vervolgens als lid zal worden beschouwd in de zin van dit memorandum. Aangezien de Gemeenschap wil toetreden tot het IPEEC - waarvoor de Commissie de instemming van de Raad vraagt - moet de Raad toestemming verlenen voor ondertekening van het memorandum namens de Gemeenschap. Het toetredingsproces vergt geen onderhandelingen aangezien het memorandum reeds is ondertekend door 12 staten en door het IEA. De Gemeenschap kan derhalve toetreden tot het memorandum op basis van een besluit van de Raad waarbij de persoon wordt aangewezen die het memorandum namens de Gemeenschap ondertekent. Dit voorstel behelst de ondertekening van het referentiekader en het memorandum. 1.1. Financiële middelen Overeenkomstig hoofdstuk 5 van het referentiekader wordt de begroting van het partnerschap gefinancierd door bijdragen, op basis van vrijwilligheid, van de verschillende partners. De bijdrage van de Gemeenschap zal 400 000 euro bedragen in 2009 en 60 000 euro in elk daaropvolgend jaar. Bij dit voorstel is derhalve een financieel memorandum gevoegd. 2009/0119 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening door de Europese Gemeenschap van het 'Referentiekader voor het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie' (IPEEC) en het 'Memorandum inzake het onderbrengen van het secretariaat van het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie bij het Internationaal Energieagentschap' DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1, in samenhang met artikel 300, lid 2, eerste alinea, en lid 3, eerste alinea, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement, Overwegende hetgeen volgt: (1) Op initiatief van de Europese Commissie, in juni 2008, hebben de leden van de G8, China, India en Zuid-Korea, alsmede de Commissie, besloten een Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie (IPEEC) op te richten dat ten doel heeft acties te vergemakkelijken die hoge energie-efficiëntiewinsten kunnen opleveren. IPEEC zal een forum bieden voor discussie, raadpleging en uitwisseling van informatie. IPEEC staat open voor andere landen en voor intergouvernementele organisaties. (2) Op 24 mei 2009 is in Rome het Referentiekader voor het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie (hierna "het referentiekader") ondertekend door twaalf landen, waaronder vier lidstaten van de Europese Gemeenschap. (3) In het referentiekader zijn de samenwerkingsactiviteiten van het IPEEC en de organisatie daarvan omschreven, de criteria voor potentiële nieuwe leden vastgelegd en zijn algemene bepalingen neergelegd met betrekking tot o.m. de financiering van het partnerschap en de intellectuele-eigendomsrechten. (4) Overeenkomstig artikel 4.2 van het referentiekader kunnen intergouvernementele organisaties toetreden tot het IPEEC en vergt hun lidmaatschap de ondertekening van het referentiekader. (5) Zowel de Europese Gemeenschap als de lidstaten daarvan hebben bevoegdheden op de gebieden waarop het referentiekader betrekking heeft. Er zijn bijgevolg bepalingen vereist die ervoor moeten zorgen dat samenhangende standpunten worden ingenomen die conform de respectieve bevoegdheden zijn, met name wat het milieu- en energiebeleid betreft. (6) De administratieve taken van het IPEEC worden het best beheerd via de oprichting van een secretariaat. Op 24 mei en 22 juni 2009 is in Rome een Memorandum inzake het onderbrengen van het secretariaat van het IPEEC bij het Internationaal Energieagentschap (hierna "het memorandum") ondertekend door twaalf landen, waaronder vier lidstaten van de Europese Gemeenschap. Het IEA heeft dit memorandum ondertekend op 18 juni 2009. (7) Het memorandum beschrijft de algemene beginselen voor de organisatie van het secretariaat en bevat bepalingen betreffende het personeel van het secretariaat en de selectie daarvan, de financiering en de begrotingsprocedures. (8) In punt 16 van het memorandum wordt gestipuleerd dat wanneer een intergouvernementele organisatie wil toetreden tot het IPEEC, zij wordt verzocht het memorandum te ondertekenen. (9) Het is passend dat de Europese Gemeenschap het referentiekader en het memorandum ondertekent. (10) De Europese Gemeenschap dient een bijdrage te betalen aan het IPEEC voor de administratieve uitgaven daarvan, BESLUIT: Artikel 1 1. Het Referentiekader voor het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie (IPEEC), als bijlage I bij dit besluit gevoegd, wordt hierbij namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd. 2. Het Memorandum inzake het onderbrengen van het secretariaat van het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie bij het Internationaal Energieagentschap, als bijlage II bij dit besluit gevoegd, wordt hierbij namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd. Artikel 2 De Voorzitter van de Raad is gemachtigd de persoon aan te wijzen die bevoegd is namens de Europese Gemeenschap teneinde daardoor de Gemeenschap te binden: - het Referentiekader voor het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie (IPEEC), en - het Memorandum inzake het onderbrengen van het secretariaat van het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie bij het Internationaal Energieagentschap, te ondertekenen. Artikel 3 De lidstaten en de Commissie zullen de in bijlage III opgenomen gedragscode in acht nemen. Gedaan te Brussel, […] Voor de Raad De Voorzitter BIJLAGE III Gedragscode 1. De code is van toepassing op alle vergaderingen die worden georganiseerd in het kader van het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie (IPEEC) en die verband houden met de tenuitvoerlegging van het referentiekader. 2. Op gebieden die onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen, houdt het Voorzitterschap, op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie of een lidstaat, coördinatievergaderingen van delegaties van de EU-lidstaten en wel vóór, tijdens en na elke in punt 1 bedoelde vergadering ten einde een gecoördineerd standpunt uit te werken. Ontwerp-verklaringen inzake standpunten worden van tevoren aan de lidstaten toegezonden. De lidstaten nemen deze gecoördineerde standpunten in. 3. Over zaken die onder de gedeelde bevoegdheid vallen, met name in verband met: - kwesties met betrekking tot het energie-efficiëntiebeleid waarvoor EU-wetgeving bestaat, - betrekkingen met andere organisaties, - wijzigingen van het referentiekader, - het werkprogramma van het IPEEC, het reglement van orde, de financiële voorschriften en het jaarverslag, kan de Commissie coördinatievergaderingen van de delegaties van de EU-lidstaten bijeenroepen vóór, tijdens en na elke in punt 1 bedoelde vergadering om de communautaire standpunten te bepalen. Ontwerp-verklaringen inzake standpunten worden van tevoren aan de lidstaten toegezonden. De Commissie brengt namens de Gemeenschap het standpunt van de Gemeenschap over deze kwesties naar voren. 4. Er kan worden overeengekomen dat in gevallen waarin de Gemeenschap niet vertegenwoordigd is, de lidstaten het standpunt van de Gemeenschap over de in punt 3 bedoelde kwesties naar voren brengen. 5. De Commissie en de lidstaten werken nauw samen, onder meer door coördinatievergaderingen ter plaatse, teneinde een eensgezind standpunt vast te stellen. 6. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over de in punt 3 bedoelde kwesties, wordt de zaak onverwijld voorgelegd aan de Werkgroep Energie van de Raad of aan het Comité van Permanente Vertegenwoordigers. FINANCIEEL MEMORANDUM 1. BENAMING VAN HET VOORSTEL Bijdragen op basis van vrijwilligheid voor het Internationaal Partnerschap voor samenwerking inzake Energie-efficiëntie (IPEEC). 2. ABM/ABB-KADER Betrokken beleidsterrein(en) en bijbehorende activiteit(en): Energie en vervoer 0604 Conventionele en duurzame energiebronnen 3. BEGROTINGSONDERDELEN 3.1. Begrotingsonderdelen (beleidsuitgaven en bijbehorende uitgaven voor technische en administratieve bijstand (vroegere BA-onderdelen) inclusief omschrijving: 060406 Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie – Programma "Intelligente energie - Europa" 3.2. Duur van de actie en van de financiële gevolgen: 400 000 euro in 2009 en vervolgens 60 000 euro per annum (p.a.). 3.3. Begrotingskenmerken Begrotingsonderdeel | Soort uitgave | Nieuw | Bijdrage EVA | Bijdrage kandidaat-lidstaten | Rubriek financiële vooruitzichten | 060406 | Niet-verplicht | GK[1] | NEE | JA | JA | nr. 1a | 4. OVERZICHT VAN DE MIDDELEN 4.1. Financiële middelen 4.1.1. Overzicht van de vastleggingskredieten (VK) en betalingskredieten (BK) in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Soort uitgave | Punt nr. | Jaar n | n + 1 | n + 2 | n + 3 | n + 4 | n + 5 e.v. | Totaal | Beleidsuitgaven[2] | VK | 8.1. | a | 0,400 | 0,060 | 0,060 | 0,060 | 0,060 | 0,060 p.a. | BK | b | 0,400 | 0,060 | 0,060 | 0,060 | 0,060 | 0,060 p.a. | Administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag[3] | Technische & administratieve bijstand (NGK) | 8.2.4. | c | X | x | x | x | x | X | x | TOTAAL REFERENTIEBEDRAG | VK | a+c | 0,400 | 0,060 | 0,060 | 0,060 | 0,060 | 0,060 p.a. | BK | b+c | 0,400 | 0,060 | 0,060 | 0,060 | 0,060 | 0,060 p.a. | Administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen[4] | Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK) | 8.2.5. | d | 0,040 | 0,040 | 0,040 | 0,040 | 0,040 | 0,040 p.a. | Andere niet in het referentiebedrag begrepen administratieve uitgaven (NGK) | 8.2.6. | e | 0,003 | 0,010 | 0,010 | 0,010 | 0,010 | 0,010 p.a. | Totale indicatieve kosten van de maatregel | TOTAAL VK inclusief personeelsuitgaven | a+c+d+e | 0,443 | 0,110 | 0,110 | 0,110 | 0,110 | 0,110 p.a. | TOTAAL BK inclusief personeelsuitgaven | b+c+d+e | 0,443 | 0,110 | 0,110 | 0,110 | 0,110 | 0,110 p.a. | Medefinanciering In dit stadium worden de totale kosten voor het IPEEC voor het jaar 2009 geraamd op 1,2 miljoen euro. Voor 2009 heeft de Commissie een bijdrage aan het IPEEC gepland van 400 000 euro in het kader van het programma "Intelligente energie - Europa". Voor de volgende jaren is een totale jaarlijkse kost van 2,5 miljoen euro voor het IPEEC een redelijke raming. Wanneer ervan wordt uitgegaan dat het IPEEC de komende jaren ongeveer 40 leden zal tellen, is een jaarlijkse bijdrage van de Gemeenschap van 60 000 euro passend. in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Medefinancieringsbron | Jaar n | n + 1 | n + 2 | n + 3 | n + 4 | n + 5 e.v. | Totaal | Lidstaten (momenteel zijn er 4 lid, een aantal dat in de toekomst kan toenemen) | f | 0,4 | 1,14 | 1,14 | 1,14 | 1,14 | 1,14 p.a. | Landen die geen lidstaat van de EU zijn (momenteel zijn er 8 lid, een aantal dat in de toekomst kan toenemen) | f | 0,4 | 1,25 | 1,25 | 1,25 | 1,25 | 1,25 p.a. | TOTAAL VK inclusief medefinanciering | a+c+d+e+f | 1,243 | 2,5 | 2,5 | 2,5 | 2,5 | 2,5 p.a. | 4.1.2. Verenigbaarheid met de financiële programmering ( Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering. ( Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten. ( Het voorstel vergt wellicht toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord[5] (flexibiliteitsinstrument of herziening van de financiële vooruitzichten). 4.1.3. Financiële gevolgen voor de ontvangsten ( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten ( Het voorstel heeft de volgende financiële gevolgen voor de ontvangsten: in miljoen euro (tot op één decimaal) Vóór de actie [Jaar n-1] | Situatie na de actie | Totale personele middelen in VTE | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 p.a. | 5. KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN 5.1. Behoefte waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien De voornaamste doelstelling van het IPEEC is een soepele en productieve internationale samenwerking te ondersteunen met het oog op de bevordering van energie-efficiëntie en energiebesparing. 5.2. Meerwaarde van het communautaire optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële instrumenten en mogelijke synergie Als lid heeft de Commissie beter en meer rechtstreeks toegang tot informatie over activiteiten op het gebied van energie-efficiëntie, zowel binnen de EU als wereldwijd. Dit biedt voordelen voor de beleidsvorming in het algemeen en zal de monitoring van de voortgang van de lidstaten bij het behalen van hun energiebesparingsdoelstelling in 2020 versterken. Voor veel aspecten van het energie-efficiëntiebeleid heeft de Gemeenschap bovendien gedeelde bevoegdheden met de lidstaten. Het is wenselijk dat de Gemeenschap op gecoördineerde wijze binnen het IPEEC optreedt. Er wordt voorgesteld dat de Gemeenschap toetreedt tot het IPEEC; dit houdt in dat de Gemeenschap op basis van vrijwilligheid een financiële bijdrage levert. 5.3. Doelstellingen, verwachte resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in de context van het ABM De voornaamste doelstelling van het IPEEC is akties te vergemakkelijken die hoge energie-efficiëntiewinsten opleveren. Dit omvat: - ondersteuning van de lopende werkzaamheden van de IPEEC-leden ter bevordering van energie-efficiëntie en de uitwisseling van informatie over maatregelen die de energie-efficiëntie op sectorale en multisectorale basis aanzienlijk kunnen verbeteren; - onderzoek en ontwikkeling in samenwerkingsverband mogelijk maken op het gebied van cruciale energie-efficiëntietechnologieën, met name voor toepassing in ontwikkelingslanden; - vergemakkelijking van de verspreiding van producten en diensten op energiegebied die bijdragen tot een verbetering van de energie-efficiëntie. Resultaten: Verspreiding van kennis en beste praktijken, waarbij de Gemeenschap binnen het IPEEC actief is op basis van gecoördineerde standpunten over zaken van gedeelde bevoegdheid. Indicatoren: - aantal IPEEC-leden dat nieuwe acties/maatregelen heeft vastgesteld op het gebied van energie-efficiëntie als rechtstreeks resultaat van IPEEC-werkzaamheden; - aantal nieuwe maatregelen dat als gevolg van IPEEC-werkzaamheden ten uitvoer is gelegd; - aandeel van overeengekomen gecoördineerde communautaire standpunten op relevante kwesties binnen het IPEEC. 5.4. Wijze van uitvoering (indicatief) ( Gecentraliseerd beheer ( rechtstreeks door de Commissie ( gedelegeerd aan: ( uitvoerende agentschappen ( door de EG opgerichte organen als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement ( nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbare-dienstverleningstaak ( Gedeeld of gedecentraliseerd beheer ( met lidstaten ( met derde landen ( Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke) Opmerkingen: 6. TOEZICHT EN EVALUATIE 6.1. Toezicht Niet van toepassing. 6.2. Evaluatie 6.2.1. Evaluatie vooraf Niet van toepassing. 6.2.2. Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie of evaluatie achteraf genomen maatregelen (ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan) Er zijn geen maatregelen voorgesteld. 6.2.3. Vorm en frequentie van toekomstige evaluaties Na vijf jaar, indien er aanwijzingen zijn dat het IPEEC geen succes heeft en niet wordt gesteund. 7. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN Worden niet relevant geacht. 8. MIDDELEN 8.1. Financiële kosten van de doelstellingen van het voorstel Vastleggingskredieten, in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 | Ambtenaren of tijdelijk personeel[8] (XX 01 01) | A*/AD | 0,222 | 0,222 | 0,222 | 0,222 | 0,222 | 0,222 | B*, C*/AST | Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel[9] | 0,178 | 0,178 | 0,178 | 0,178 | 0,178 | 0,178 | Uit art. XX 01 04/05 gefinancierd ander personeel[10] | TOTAAL | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 0,4 | 8.2.2. Omschrijving van de taken die uit de actie voortvloeien - Het volgen van de acties in het IPEEC - Input leveren aan het werkprogramma - Het voorbereiden, bijeenroepen en opvolgen van coördinatievergaderingen met de lidstaten 8.2.3. Herkomst van het (statutaire) personeel ( Posten die momenteel zijn toegewezen aan het beheer van het te vervangen of te verlengen programma ( Posten die al zijn toegewezen in het kader van de volgende JBS/VOB-procedure voor jaar n ( Posten waarom in het kader van de volgende JBS/VOB-procedure zal worden gevraagd ( Bestaande posten binnen de beherende dienst die worden heringedeeld (interne herindeling) ( Posten die voor jaar n nodig zijn maar die in het kader van de JBS/VOB-procedure voor dat jaar nog niet zijn toegewezen 8.2.4. Andere administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag (XX 01 04/05 – Uitgaven voor administratief beheer) in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Begrotingsonderdeel (nummer en omschrijving) | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 e.v. | TOTAAL | Andere technische en administratieve bijstand | - intern | - extern | Totaal Technische en administratieve bijstand | 8.2.5. Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Soort personeel | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 e.v. | Ambtenaren en tijdelijk personeel (06 01 01) | 0,027 | 0,027 | 0,027 | 0,027 | 0,027 | 0,027 p.a. | Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, personeel op contractbasis, enz.) (vermeld begrotingsonderdeel) | 0,013 | 0,013 | 0,013 | 0,013 | 0,013 | 0,013 p.a. | Totaal Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen | 0,040 | 0,040 | 0,040 | 0,040 | 0,040 | 0,040 p.a. | Berekening – Ambtenaren en tijdelijke functionarissen | Werkzaamheden die vele jaren zullen duren, dit betekent dat de kosten gebaseerd zijn op de gemiddelde kosten van administratieve ambtenaren in de Commissie 0,4 vte x (122 x 5/9) + 0,4 vte x (73 x 3/9) + 0,4 vte x (64 x 1/9) = 40 000 euro Berekening – Uit artikel XX 01 02 gefinancierd personeel Zie vak hierboven. | 8.2.6. Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoen euro (tot op 3 decimalen) | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 e.v. | TOTAAL | XX 01 02 11 01 – Dienstreizen | 0,003 | 0,010 | 0,010 | 0,010 | 0,010 | 0,010 p.a. | XX 01 02 11 02 – Conferenties en vergaderingen | XX 01 02 11 03 – Comités[11] | XX 01 02 11 04 – Studies en adviezen | XX 01 02 11 05 – Informatiesystemen | 2 Totaal Andere beheersuitgaven (XX 01 02 11) | 3 Andere uitgaven van administratieve aard (vermeld welke en verwijs naar het begrotingsonderdeel) | Totale andere administratieve uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen | 0,003 | 0,010 | 0,010 | 0,010 | 0,010 | 0,010 p.a. | Berekening – Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen | 3 dienstreizen à 1000 euro (jaar n) - 10 dienstreizen à 1000 euro = 10 000 euro (jaren n +) Afhankelijk van de plaats van permanente vestiging van het secretariaat, kan dit bedrag hoger of lager zijn. | [1] Gesplitste kredieten. [2] Uitgaven die niet onder hoofdstuk xx 01 van de betrokken titel xx vallen. [3] Uitgaven in het kader van artikel xx 01 04 van titel xx. [4] Uitgaven in het kader van hoofdstuk xx 01, met uitzondering van de artikelen xx 01 04 en xx 01 05. [5] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord. [6] Voeg zo nodig extra kolommen toe (wanneer de duur van de actie langer is dan 6 jaar). [7] Zoals beschreven in punt 5.3. [8] Waarvan de kosten NIET door het referentiebedrag worden gedekt. [9] Waarvan de kosten NIET door het referentiebedrag worden gedekt. [10] Waarvan de kosten door het referentiebedrag worden gedekt. [11] Vermeld het soort comité en de groep waartoe het behoort.