NL Brussel, 2.7.2009 COM(2009) 333 definitief 2009/0096 (COD) Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot instelling van een Europese microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting (Progress-microfinancieringsfaciliteit) {COM(2009) 340 definitief} {SEC(2009) 907} TOELICHTING 1. CONTEXT VAN HET VOORSTEL De recessie heeft vooral gevolgen voor mensen: de grootste uitdaging voor de EU op dit moment moet zijn om hoge werkloosheid te voorkomen, het scheppen van banen te stimuleren en de weg vrij te maken voor economische vernieuwing, duurzaam herstel en groei. De EU heeft snel op de crisis gereageerd met het Europees economisch herstelplan, waarin de nadruk lag op het tegengaan van de effecten van de crisis op de werkgelegenheid. De eerste effecten van het plan zijn al veelbelovend en de sociale vangnetten vervullen hun stabiliserende rol. Aangezien de arbeidsmarkten door de economische recessie blijven verslechteren, zijn echter aanvullende maatregelen nodig. Europa moet de recessie niet alleen aanpakken, maar deze aangrijpen om een meer productieve, meer innovatieve, beter gekwalificeerde en koolstofarme economie te worden; een economie met open, op integratie gerichte arbeidsmarkten die tot meer cohesie en gelijkheid in de samenleving leiden, en met werkgelegenheid die een antwoord biedt op de uitdagingen van de vergrijzing, de gelijkheid van mannen en vrouwen en de balans tussen werk en gezinsleven, en een economie die ondernemerschap erkent en ondersteunt [1]. De maatregelen die nodig zijn om de sociale effecten en de gevolgen voor de werkgelegenheid van de huidige crisis het hoofd te bieden, moeten gepaard gaan met structurele hervormingen om de uitdagingen van de globalisering, de vergrijzing en klimaatverandering aan te pakken. De Europese arbeidsmarkten zullen door de crisis drastisch veranderen. Werknemers en bedrijven moeten de nodige middelen krijgen om zich aan deze veranderende omstandigheden aan te passen: om stabiele werkgelegenheid te behouden, de vaardigheden op alle niveaus te verbeteren, mensen weer aan het werk te krijgen en de voorwaarden voor het creëren van nieuwe werkgelegenheid te bepalen. In de mededeling van de Commissie "Op weg naar Europees herstel" [2] wordt een aantal elementen uiteengezet die de lidstaten kunnen helpen een doeltreffend werkgelegenheidsbeleid op te stellen en uit te voeren. Op basis hiervan zijn tijdens de Voorjaarsraad en de drie workshops over werkgelegenheid die in april 2009 in Madrid, Stockholm and Praag zijn gehouden, drie prioriteiten vastgesteld: werkgelegenheid behouden, banen scheppen en de mobiliteit bevorderen; vaardigheden verbeteren en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt op elkaar afstemmen; en de toegang tot de arbeidsmarkt verbeteren. Tot slot heeft tijdens de werkgelegenheidstop van 7 mei 2009 een gedachtewisseling over deze prioriteiten plaatsgevonden, waarbij overeenstemming over tien acties werd bereikt [3]. Voortbouwend op deze gezamenlijke activiteiten heeft de Commissie op 3 juni een mededeling goedgekeurd over "Een gezamenlijk engagement voor de werkgelegenheid" [4], waarbij het doel is de samenwerking tussen de EU en de lidstaten en tussen de sociale partners van de EU onderling te intensiveren met betrekking tot de drie prioriteiten, waarbij de nadruk ligt op concrete acties met steun van alle beschikbare communautaire instrumenten, waaronder het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG). Teneinde de sociale gevolgen van de crisis te verminderen en langdurige werkloosheid en inactiviteit te voorkomen, is het van essentieel belang om de arbeidsdeelname, vooral van vrouwen, oudere werknemers en andere groepen die met discriminatie te maken hebben, in stand te houden en te vergroten. Werk is de beste manier om aan uitsluiting te ontkomen: een sociaal Europa begint met een baan – zelfs voor de crisis hadden te veel EU-burgers die aan de arbeidsmarkt zouden kunnen deelnemen geen toegang tot een baan. 2. INHOUD In de mededeling van 3 juni stelde de Commissie een nieuwe EU-voorziening voor microfinanciering ten behoeve van de werkgelegenheid (Progress-microfinancieringsfaciliteit) voor [5] teneinde werklozen nieuwe kansen te bieden en de weg naar het ondernemerschap te effenen voor Europa's meest kansarme groepen, waaronder jongeren. Deze nieuwe voorziening vergroot het aanbod aan gerichte financiële steun voor nieuwe ondernemers in de huidige tijd van verminderde kredietverlening. Individuele ondernemers en oprichters van micro-ondernemingen kunnen ook steun krijgen in de vorm van mentoring, opleiding, coaching en capaciteitsopbouw, naast rentesubsidie van het ESF. De Progress-microfinancieringsfaciliteit levert ook een bijdrage aan andere communautaire programma's doordat zij instrumenten voor risicodeling en schuld- en aandelenfinanciering beschikbaar stelt. Zij zal profiteren van de ervaring van internationale financiële instellingen zoals de EIB-Groep (Europese Investeringsbank en Europees Investeringsfonds). Op basis van een gemeenschappelijke beheersregeling zullen de internationale financiële instellingen verdere hefboomeffecten bieden door bancaire en niet-bancaire verstrekkers van microfinanciering in de hele Unie te steunen. 3. SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID Gezien het tegenwoordig gedaalde volume aan leningen en de dramatische terugval in uitstaande leningen (zoals blijkt uit de evaluatie vooraf bij dit voorstel), moeten de lopende communautaire en nationale inspanningen worden opgevoerd om het microkredietaanbod binnen een redelijke termijn voldoende te doen stijgen teneinde te voldoen aan de grote vraag van degenen die dat in deze crisisperiode het meeste nodig hebben, namelijk werklozen of kwetsbare personen die een micro-onderneming willen beginnen of uitbreiden, of zich als zelfstandige wensen te vestigen maar geen toegang hebben tot 'commerciële' bankkredieten. De aanwending van communautaire middelen is zinvol en conform de resolutie van het Europees Parlement van 24 maart 2009 [6]. Voorts zal één enkele faciliteit de hefboomwerking van internationale financiële instellingen versterken. Ten slotte zal een pan-Europese faciliteit een versnipperde aanpak voorkomen en aldus het microkredietaanbod in alle lidstaten vergroten. 4. KEUZE VAN HET RECHTSINSTRUMENT De Commissie stelt voor de Progress-microfinancieringsfaciliteit in te stellen bij een besluit dat alleen de rol en de verantwoordelijkheid van de Commissie omschrijft en geen rechten of verplichtingen schept voor de lidstaten of voor particulieren. Een besluit is daarom het meest geschikte instrument om de doelstelling te verwezenlijken. 5. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer [7] moet de faciliteit worden ingesteld door middel van een herschikking van de bestaande begroting. Krachtens het Interinstitutioneel Akkoord van 2006 heeft het Europees Parlement een extra bedrag van 114 miljoen euro [8] aan de begroting van het Progress-programma toegewezen, die hiermee wordt opgetrokken van 628 800 000 euro in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie tot 743 250 000 euro. Deze aanvullende middelen zouden geleidelijk in de laatste jaren van het programma moeten worden aangewend, d.w.z. vanaf 2009. Na bestudering van alle mogelijkheden wordt voorgesteld 100 miljoen euro (over vier jaar) uit het Progress-programma [9] over te hevelen naar de nieuwe Europese microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting (de Progress-microfinancieringsfaciliteit). Met deze 100 miljoen euro uit de bestaande begroting zou meer dan 500 miljoen euro kunnen worden gemobiliseerd in een gezamenlijk initiatief met internationale financiële instellingen, in het bijzonder de EIB-Groep. 2009/0096 (COD) Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot instelling van een Europese microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting (Progress-microfinancieringsfaciliteit) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 159, derde alinea, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité, Gezien het advies van het Comité van de Regio's, Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag, Overwegende hetgeen volgt: (1) In haar mededeling "Een Europees initiatief voor de ontwikkeling van microkrediet ter ondersteuning van groei en werkgelegenheid" [10] stelde de Commissie vier prioritaire actiegebieden vast: een beter juridisch en institutioneel kader in de lidstaten, een beter ondernemingsklimaat, een betere verspreiding van beste praktijken en extra financieel kapitaal voor microkredietinstellingen. Bij wijze van eerste stap in de uitvoering van deze agenda hebben de Commissie en de Europese Investeringsbank (EIB) in 2008 Jasmine geïntroduceerd, dat niet-bancaire microkredietinstellingen bijstand verleent en een financieringskader biedt voor een totaalbedrag van 20 miljoen euro, ter beschikking gesteld door de EIB. (2) In zijn resolutie van 24 maart 2009 heeft het Europees Parlement de Commissie verzocht haar inspanningen voor de ontwikkeling van microkredieten ter ondersteuning van groei en werkgelegenheid te intensiveren en bood het 4 miljoen euro extra steun voor een in het kader van Jasmine uit te voeren proefproject. Het Europees Parlement deed ook een beroep op de Commissie om met name projecten voor microkredieten te cofinancieren ten behoeve van kansarme doelgroepen. (3) De lopende communautaire en nationale inspanningen moeten worden opgevoerd om het microkredietaanbod binnen een redelijke termijn voldoende te doen stijgen teneinde te voldoen aan de grote vraag van degenen die dat in deze crisisperiode het meeste nodig hebben, namelijk werklozen of kwetsbare personen, met inbegrip van jongeren, die een micro-onderneming willen beginnen of uitbreiden, of zich als zelfstandige wensen te vestigen maar geen toegang hebben tot krediet. (4) In de mededeling van de Commissie "Een gezamenlijk engagement voor de werkgelegenheid" [11] werd de noodzaak onderstreept werklozen nieuwe kansen te bieden en de weg naar het ondernemerschap te effenen voor Europa's meest kansarme groepen, waaronder jongeren. Naast bestaande instrumenten zijn specifieke maatregelen nodig die de activiteiten van de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds en andere internationale financiële instellingen kunnen versterken zonder afbreuk te doen aan de activiteiten van de lidstaten. Daarom heeft de Commissie een voorstel voor een nieuwe EU-microfinancieringsfaciliteit aangekondigd teneinde het microkredietaanbod voor bijzondere risicogroepen te verruimen en de ontwikkeling van ondernemerschap, de sociale economie en micro-ondernemingen verder te steunen. (5) De aanwending van communautaire middelen is zinvol en conform de resolutie van het Europees Parlement van maart 2009. Voorts zal één enkele pan-Europese faciliteit de hefboomwerking van internationale financiële instellingen versterken en een versnipperde aanpak voorkomen en aldus het microkredietaanbod in alle lidstaten vergroten. Om te profiteren van de ervaring van internationale financiële instellingen en met name de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds zal de Progress-microfinancieringsfaciliteit worden ingesteld op basis van gemeenschappelijk beheer. (6) De uit de faciliteit gefinancierde acties moeten coherent en verenigbaar zijn met de andere communautaire beleidsonderdelen en in overeenstemming zijn met het Verdrag en met alle krachtens het Verdrag vastgestelde besluiten. De activiteiten van de faciliteit moeten een aanvulling vormen op andere door de Gemeenschap gefinancierde acties, met name de financiële instrumenten van het KCI, Jasmine en het Europees Sociaal Fonds. (7) Voor de toepassing van dit besluit wordt onder "microfinanciering" microkrediet en risicodeling verstaan. Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen [12] definieert "microkrediet" als leningen onder de 25 000 euro en "micro-onderneming" als een onderneming waar minder dan 10 personen werkzaam zijn, inclusief een zelfstandige, en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal 2 miljoen euro niet overschrijdt, wat bruikbare definities zijn voor de toepassing van dit besluit, BESLUITEN: Artikel 1 Instelling van de faciliteit 1. Er wordt een Europese microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting, de Progress-microfinancieringsfaciliteit genaamd (hierna: "de faciliteit"), ingesteld. Artikel 2 Doel 1. De faciliteit verschaft communautaire middelen om de toegang tot microkredieten te verbeteren voor: a) personen die hun baan verloren hebben of dreigen te verliezen en hun eigen micro-onderneming wensen op te richten of zich als zelfstandige wensen te vestigen; b) kansarme personen, met inbegrip van jongeren, die hun eigen micro-onderneming wensen op te richten of uit te breiden, of zich als zelfstandige wensen te vestigen; c) micro-ondernemingen in de sociale economie die personen in dienst hebben die hun baan verloren hebben of die kansarme personen, met inbegrip van jongeren, in dienst hebben. Artikel 3 Begroting 1. De financiële bijdrage uit de EU-begroting voor de faciliteit voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2013 bedraagt 100 miljoen euro. 2. De jaarlijkse kredieten worden binnen de limieten van het financiële kader door de begrotingsautoriteit goedgekeurd. 3. De totale begroting voor in artikel 4, lid 1, onder d), bedoelde steunmaatregelen bedraagt maximaal 1% van de begroting van de faciliteit zoals vastgesteld in lid 1. 4. De financiële bijdrage dekt de volledige kosten van de faciliteit, met inbegrip van de beheersprovisies voor de in artikel 5, lid 2, bedoelde internationale financiële instellingen die de communautaire bijdrage beheren, alsmede alle andere subsidiabele kosten. Artikel 4 In aanmerking komende acties en begunstigden 1. De faciliteit wordt, naargelang van de behoeften, aangewend voor de volgende soorten acties: a) garanties en instrumenten voor risicodeling; b) eigenvermogensinstrumenten; c) schuldinstrumenten; d) steunmaatregelen, zoals communicatieactiviteiten, toezicht, controle, audit en evaluatie die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de daadwerkelijke en doeltreffende tenuitvoerlegging van dit besluit en voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan. 2. De faciliteit staat open voor in de lidstaten gevestigde openbare en particuliere instanties die microfinanciering verstrekken aan personen en micro-ondernemingen in de lidstaten. Artikel 5 Beheer 1. De Commissie beheert de faciliteit in overeenstemming met Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad. 2. Voor de tenuitvoerlegging van de in artikel 4, lid 1, bedoelde acties, met uitzondering van de in artikel 4, lid 1, onder d), bedoelde steunmaatregelen, sluit de Commissie overeenkomsten met internationale financiële instellingen, met name met de Europese Investeringsbank (EIB) en het Europees Investeringsfonds (EIF), overeenkomstig artikel 53 quinquies van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad en artikel 43 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie. Deze overeenkomsten bevatten gedetailleerde bepalingen voor de uitvoering van de hun toevertrouwde taken, met inbegrip van de noodzaak voor additionaliteit met nationale regelingen te zorgen. 3. De in lid 2 bedoelde internationale financiële instellingen kunnen de ontvangen opbrengsten, met inbegrip van dividenden en vergoedingen, gedurende een periode van zes jaar na de begindatum van de faciliteit opnieuw investeren in acties als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder a), b) en c). Bij afsluiting van de faciliteit wordt het aan de Europese Gemeenschappen verschuldigde saldo teruggestort in de algemene begroting van de Europese Unie. 4. De in lid 2 van dit artikel bedoelde internationale financiële instellingen sluiten schriftelijke overeenkomsten met de in artikel 4, lid 2, bedoelde openbare en particuliere verstrekkers van microfinanciering, waarin deze laatste verplicht worden de uit de faciliteit beschikbaar gestelde middelen aan te wenden overeenkomstig de doelstellingen van artikel 2 en informatie te verstrekken ten behoeve van de opstelling van de in artikel 8, lid 1, bedoelde jaarverslagen. 5. De begroting voor de in artikel 4, lid 1, onder d), bedoelde steunmaatregelen wordt beheerd door de Commissie. Artikel 6 Naleving De uit de faciliteit gefinancierde acties zijn in overeenstemming met het Verdrag en met alle krachtens het Verdrag vastgestelde besluiten. Artikel 7 Bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen 1. De Commissie draagt er bij de uitvoering van uit hoofde van dit besluit gefinancierde activiteiten zorg voor dat de financiële belangen van de Gemeenschap beschermd worden door de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere illegale activiteiten, door daadwerkelijke controles en door de terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen, en, indien er onregelmatigheden aan het licht komen, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad [13], Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad [14] en Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad [15]. 2. Voor de krachtens dit besluit gefinancierde communautaire acties is OLAF bevoegd onderzoeken uit te voeren op grond van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96, die van toepassing zijn op elke inbreuk op het Gemeenschapsrecht of elke schending van een op grond van de faciliteit overeengekomen contractuele verplichting door een handeling of nalatigheid van een marktdeelnemer, die als gevolg van een ongerechtvaardigde uitgave een nadelig effect heeft of zou kunnen hebben op de algemene begroting van de Europese Unie of op de door de Europese Gemeenschappen beheerde budgetten. 3. Alle uitvoeringsmaatregelen uit hoofde van dit besluit verwijzen naar bovenstaande leden en voorzien met name in toezicht en financiële controle door de Commissie of een door haar gemachtigde vertegenwoordiger, en in audits van de Europese Rekenkamer, indien nodig ter plaatse. Artikel 8 Jaarverslag 1. De Commissie ontvangt van de in artikel 5, lid 2, bedoelde internationale financiële instellingen jaarlijkse uitvoeringsverslagen met een beschrijving van de ondersteunde activiteiten uit het oogpunt van financiële uitvoering, verdeling van de middelen over sectoren en begunstigden, ingediende aanvragen, gesloten overeenkomsten, gefinancierde maatregelen, resultaten en, indien mogelijk, de impact. 2. Met ingang van 2011 dient de Commissie elk jaar vóór 31 december een kwantitatief en kwalitatief jaarverslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de activiteiten die het voorgaande jaar op grond van dit besluit zijn ondernomen. Het jaarverslag is gebaseerd op de in lid 1 bedoelde uitvoeringsverslagen en heeft in hoofdzaak betrekking op de behaalde resultaten; het bevat met name informatie over de ingediende aanvragen, de gesloten overeenkomsten en de gefinancierde acties, met inbegrip van de complementariteit met andere acties die door de Gemeenschap, met name het ESF, worden gefinancierd. 3. Het jaarverslag wordt ter informatie aan het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio' s toegezonden. Artikel 9 Evaluatie 1. De Commissie voert op eigen initiatief en in nauwe samenwerking met de in artikel 5, lid 2, bedoelde internationale financiële instellingen een tussentijdse en een eindevaluatie uit. De tussentijdse evaluatie wordt voltooid vier jaar na het begin van de faciliteit en de eindevaluatie uiterlijk één jaar na afloop van het aan de in artikel 5, lid 2, bedoelde internationale financiële instellingen verleende mandaat. Bij de eindevaluatie wordt met name onderzocht in welke mate de faciliteit als geheel haar doelstellingen heeft bereikt. 2. De resultaten van de evaluaties worden ter informatie toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Artikel 10 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM 1. BENAMING VAN HET VOORSTEL Progress-microfinancieringsfaciliteit 2. ABM/ABB-KADER Betrokken beleidsterrein(en) en bijbehorende activiteit(en): WERKGELEGENHEID, SOCIALE ZAKEN en GELIJKE KANSEN ABB 04 04 Werkgelegenheid, maatschappelijke solidariteit en gendergelijkheid 3. BEGROTINGSONDERDELEN 3.1. Begrotingsonderdelen: Nieuwe begrotingsonderdelen: 04 04 13 Progress-microfinancieringsfaciliteit 04 01 04 11 Progress-microfinancieringsfaciliteit – administratieve uitgaven 3.2. Duur van de actie en van de financiële gevolgen 1.1.2010 – 31.12.2013 3.3. Begrotingskenmerken (voeg zo nodig rijen toe) Begrotingsonderdeel | Soort uitgaven | Nieuw | Bijdrage EVA | Bijdragen van kandidaat-lidstaten | Rubriek financiële vooruitzichten | 04 04 13 | Niet-verplicht | Gespl. | JA | NEE | NEE | nr. 1a | 04 01 04 11 | Niet-verplicht | NGK | JA | NEE | NEE | nr. 1a | 4. OVERZICHT VAN DE MIDDELEN 4.1. Financiële middelen 4.1.1. Overzicht van vastleggingskredieten (VK) en betalingskredieten (BK) in miljoen euro (tot op 2 decimalen) Soort uitgaven | Punt nr. | | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | > 2013 | Totaal | Beleidsuitgaven [16] | | | | | | | | Vastleggingskredieten (VK) | 8.1 | a | 24,75 | 24,75 | 24,75 | 24,75 | | 99,00 | Betalingskredieten (BK) | | b | 9,00 | 16,00 | 20,00 | 20,00 | 34,00 | 99,00 | Administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag [17] | | | | Technische en administratieve bijstand (NGK) | 8.2.4 | c | 0,25 | 0,25 | 0,25 | 0,25 | | 1,00 | TOTAAL REFERENTIEBEDRAG | | | | | | | Vastleggingskredieten | | a+c | 25,00 | 25,00 | 25,00 | 25,00 | | 100,00 | Betalingskredieten | | b+c | 9,25 | 16,25 | 20,25 | 20,25 | 34,00 | 100,00 | Administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen [18] | | Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK) | 8.2.5 | d | 0,25 | 0,25 | 0,25 | 0,25 | | 1,00 | Andere niet in het referentiebedrag begrepen administratieve uitgaven (NGK) | 8.2.6 | e | | | | | | | Totale indicatieve kosten van de maatregel TOTAAL VK inclusief personeelsuitgaven | | a+c+d+e | 25,25 | 25,25 | 25,25 | 25,25 | | 101,00 | TOTAAL BK inclusief personeelsuitgaven | | b+c+d+e | 9,50 | 16,50 | 20,50 | 20,50 | 34,00 | 101,00 | Medefinanciering Indien het voorstel door lidstaten of uit andere bronnen (geef aan welke) wordt medegefinancierd, geef dan een raming daarvan in de onderstaande tabel (voeg extra rijen toe indien de medefinanciering uit meer dan een bron afkomstig is): in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Medefinancieringsbron | | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | | Totaal | …………………… | f | | | | | | | TOTAAL VK inclusief medefinanciering | a+c+d+e+f | 25,25 | 25,25 | 25,25 | 25,25 | | 101,00 | 4.1.2. Verenigbaarheid met de financiële programmering X Het voorstel is verenigbaar met de huidige financiële programmering. Het voorstel hangt samen met het voorstel voor een herziening van het financiële bedrag van het Progress-programma, dat wordt verlaagd met 100 miljoen euro, die zullen worden toegewezen aan de microfinancieringsfaciliteit. Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten. Het voorstel vergt wellicht toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord [19] (flexibiliteitsinstrument of herziening van de financiële vooruitzichten). 4.1.3. Financiële gevolgen voor de ontvangsten X Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten. Het voorstel heeft de volgende financiële gevolgen voor de ontvangsten: NB: Alle gegevens en opmerkingen over de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten moeten in een aparte bijlage worden vermeld. in miljoen euro (tot op 1 decimaal) | | Vóór de actie [Jaar n-1] | | Situatie na de actie | Begrotingsonderdeel | Ontvangsten | | | [Jaar n] | [n+1] | [n+2] | [n+3] | [n+4] | [n+5] [20] | | a) Ontvangsten in absolute bedragen | | | | | | | | | | b) Verschil in ontvangsten | | | | | | | | | (Voeg extra rijen toe wanneer er gevolgen zijn voor meer dan een begrotingsonderdeel.) 4.2. Personele middelen in voltijdequivalenten (VTE; ambtenaren, tijdelijk en extern personeel) – zie punt 8.2.1. Jaarlijkse behoeften | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | | | Totale personele middelen in VTE | 3 | 3 | 3 | 3 | | | 5. KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN Gegevens over de context van het voorstel moeten in de toelichting worden verstrekt. Geef in dit deel van het financieel memorandum de volgende aanvullende informatie: 5.1. Behoefte waarin op korte tot lange termijn moet worden voorzien In de context van de economische crisis is de Progress-microfinancieringsfaciliteit bedoeld om werklozen nieuwe kansen te bieden en de weg naar het ondernemerschap te effenen voor Europa's meest kansarme groepen. De economische crisis vereist onmiddellijke actie om degenen die hun baan verliezen of met sociale uitsluiting bedreigd worden en hun eigen zaak willen beginnen of uitbreiden, te helpen. De algemene kredietschaarste, gecombineerd met de status van nieuwe werkloze, betekent dat veel mensen die voor zichzelf willen beginnen of een micro-onderneming willen oprichten, dat niet kunnen. Voorts heeft de doelgroep van 'begunstigden van het ESF-type' [21] onvoldoende toegang tot microkrediet aangezien met name de traditionele banken deze groep als te riskant en kostenintensief beschouwen (dit laatste door de relatief kleine leningen). 5.2. Meerwaarde van het communautaire optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële instrumenten en mogelijke synergie In haar mededeling van 2007 heeft de Commissie het belang van microkrediet erkend. In de mededeling wordt uiteengezet dat de opname van microkredieten als gevolg van het relatief hoge risicoprofiel, de transactiekosten en het gebrek aan intermediairs in sommige lidstaten ver achter is gebleven bij de potentiële vraag. Het belangrijkste communautaire instrument voor de financiering van de oprichting en uitbreiding van kleine ondernemingen is op het ogenblik het Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (KCI). De mkb-garantiefaciliteit van het programma voor microleningen verstrekt leninggaranties die het banken en niet-bancaire microfinancieringsinstellingen zoals de Spaanse MicroBank en de Franse ADIE mogelijk maakt meer schuldfinanciering ter beschikking te stellen van micro-ondernemingen door hun risicoblootstelling te beperken. De faciliteit omvat mede-, tegen- en directe garanties aan financiële intermediairs voor leningen tot maximaal 25 000 euro aan micro-ondernemingen met maximaal negen werknemers, met name starters. Het ESF en het EFG voorzien beide in de mogelijkheid voor de lidstaten de middelen voor microkrediet aan te wenden, maar hiervan wordt door de lidstaten nog geen gebruikgemaakt. Aangezien de huidige crisis dringend om een reactie vraagt, zouden bewustmakingsinitiatieven in dit verband niet snel genoeg vruchten afwerpen. Jasmine is een gezamenlijk initiatief van de Commissie en de EIB-Groep voor de ontwikkeling van de microkredietsector. Het omvat een technischebijstandsfaciliteit voor capaciteitsopbouw die door de Commissie wordt gefinancierd, en een medefinancieringsfaciliteit die door de EIB wordt gesteund (20 miljoen euro). De Jasmine-faciliteit wordt beheerd door het EIF. Om de ontwikkeling van microkrediet in Europa te stimuleren, heeft het Europees Parlement een voorbereidende actie aangenomen met een budget van 4 miljoen euro voor 2009, met name om een startkapitaalfonds te ontwikkelen voor niet-bancaire instellingen. Deze actie wordt momenteel uitgevoerd in het kader van Jasmine. De Progress-microfinancieringsfaciliteit zal via internationale financiële instellingen geld (100 miljoen euro over vier jaar) injecteren in de microfinancieringsstructuren en zo de toegang tot microkrediet verbeteren voor hen die normaal gesproken als niet-bankabel worden beschouwd. 5.3. Doelstellingen, verwachte resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in de context van het ABM Aan ABB 04 04 – Werkgelegenheid, maatschappelijke solidariteit en gendergelijkheid wordt een specifieke doelstelling toegevoegd: Bijstand verlenen aan werklozen en kansarmen, waaronder jongeren, die hun eigen onderneming willen starten of uitbreiden. De resultaten zullen worden afgemeten aan twee indicatoren: – het kredietvolume – het aantal begunstigden van een lening. 5.4. Wijze van uitvoering (indicatief) Voor de uitvoering van de actie gekozen methode(n) [22]. ٱ Gecentraliseerd beheer ٱ rechtstreeks door de Commissie ٱ gedelegeerd aan: ٱ uitvoerende agentschappen ٱ door de Gemeenschappen opgerichte organen als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement ٱ nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak ٱ Gedeeld of gedecentraliseerd beheer ٱ met lidstaten ٱ met derde landen X Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke) Door de Commissie te ondertekenen mandaten met internationale financiële instellingen zoals EIB/EIF. 6. TOEZICHT EN EVALUATIE 6.1. Toezicht Met ingang van 2011 dient de Commissie elk jaar vóór 31 december een kwantitatief en kwalitatief jaarverslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de activiteiten die het voorgaande jaar zijn ondernomen. De jaarverslagen worden gebaseerd op de uitvoeringsverslagen die van de internationale financiële instellingen worden ontvangen en waarin de ondersteunde activiteiten worden onderzocht uit het oogpunt van de financiële uitvoering, de ingediende aanvragen, de gesloten overeenkomsten, de gefinancierde acties, de resultaten en, waar mogelijk, de impact. 6.2. Evaluatie 6.2.1. Evaluatie vooraf Bij het voorstel voor een Progress-microfinancieringsfaciliteit is een evaluatie vooraf gevoegd. Deze is uitgevoerd door de Commissie en bevat informatie over de behoeften waarin moet worden voorzien, de te verwezenlijken doelstellingen, de aan het voorstel verbonden risico's en de alternatieve scenario's. 6.2.2. Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie of evaluatie achteraf genomen maatregelen (ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan) De evaluatie vooraf onderzoekt de bestaande communautaire initiatieven inzake microkrediet, zoals Jasmine en het KCI. Het voorstel voor een Progress-microfinancieringsfaciliteit levert synergieën op met de bestaande maatregelen en vergroot de doeltreffendheid en het waarschijnlijke succes van deze maatregelen aanzienlijk. 6.2.3. Vorm en frequentie van toekomstige evaluaties De Progress-microfinancieringsfaciliteit zal aan een tussentijdse en een eindevaluatie worden onderworpen. In die evaluaties worden onderwerpen als de relevantie, coherentie en synergieën, doeltreffendheid, efficiëntie, duurzaamheid en nut behandeld, alsook, indien mogelijk en nodig, de verdeling van de kredieten over sectoren en type begunstigden. Bij de eindevaluatie wordt bovendien onderzocht in welke mate de Progress-microfinancieringsfaciliteit als geheel haar doelstellingen heeft bereikt. De tussentijdse evaluatie wordt voltooid vier jaar na het begin van de faciliteit en de eindevaluatie uiterlijk één jaar na afloop van het aan de internationale financiële instellingen verleende mandaat. 7. Fraudebestrijdingsmaatregelen De Commissie draagt er bij de uitvoering van uit hoofde van dit besluit gefinancierde activiteiten zorg voor dat de financiële belangen van de Gemeenschap beschermd worden door de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere illegale activiteiten, door daadwerkelijke controles en door de terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen, en, indien er onregelmatigheden aan het licht komen, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties overeenkomstig de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 2988/95 en (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad. Voor de uit hoofde van dit besluit gefinancierde communautaire maatregelen wordt onder onregelmatigheid in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 verstaan elke inbreuk op het Gemeenschapsrecht of elke schending van een contractuele verplichting door een handeling of nalatigheid van een marktdeelnemer, die als gevolg van een ongerechtvaardigde uitgave een nadelig effect heeft of zou kunnen hebben op de algemene begroting van de Europese Unie of op de door de Europese Gemeenschappen beheerde budgetten. 8. MIDDELEN 8.1. Financiële kosten van de doelstellingen van het voorstel Vastleggingskredieten, in miljoen euro (tot op 1 decimaal) (Vermeld de doelstellingen, acties en outputs) | Soort output | Gem. kosten | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | > 2013 | | TOTAAL | | | | Aantal | Totale kosten | Aantal | Totale kosten | Aantal | Totale kosten | Aantal | Totale kosten | Aantal | Totale kosten | Aantal | Totale kosten | Aantal | Totale kosten | BELEIDSDOELSTELLING NR. 1 [23] ……… | Bijstand verlenen aan werklozen en kansarme groepen, waaronder jongeren, die hun eigen onderneming willen starten of uitbreiden. | Actie 1…. | Tenuitvoerlegging van de faciliteit door middel van mandaten aan internationale financiële instellingen | - Output 1 | Kredietvolume (in mln. EUR) | | 60,0 | | 100,0 | | 100,0 | | 100,0 | | 140,0 | | | | 500,0 | | - Output 2 | Aantal begunstigden | | 5 450 | | 9 090 | | 9 090 | | 9 090 | | 12 730 | | | | 45 450 | | TOTALE KOSTEN | | | | 25,0 | | 25,0 | | 25,0 | | 25,0 | | | | | | 100,0 | Volgens een voorzichtige raming van het effect van de faciliteit zou het kredietvolume over de vier jaar rond 500 miljoen euro moeten bedragen. Op grond van informatie van het Europese Microfinancieringsnetwerk (EMN) bedraagt de gemiddelde lening naar schatting 11 000 euro. Voor een kredietvolume van 500 miljoen euro zou het aantal begunstigden 45 450 moeten bedragen. Geschat wordt ook dat per lening gemiddeld 1,2 arbeidsplaats wordt gecreëerd, dus 45 450 * 1,2 = 54 540. 8.2. Administratieve uitgaven 8.2.1. Aantal en soort personeelsleden Soort post | | Huidig of extra personeel dat zal worden ingezet voor het beheer van de actie (aantal posten/VTE) | | | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | | | Ambtenaren of tijdelijk personeel [24] (XX 01 01) | A*/AD | 1 | 1 | 1 | 1 | | | | B*, C*/AST | | | | | | | Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel [25] | 2 | 2 | 2 | 2 | | | Uit art. XX 01 04/05 gefinancierd ander personeel [26] | | | | | | | TOTAAL | 3 | 3 | 3 | 3 | | | 8.2.2. Taken die uit de actie voortvloeien De voornaamste taken in verband met de uitvoering van de maatregel zijn: – onderhandelen over de mandaten met internationale financiële instellingen – onderzoek en goedkeuring van transacties – toezicht houden op de uitvoering van het programma – opstelling van een jaarlijks uitvoeringsverslag – onderzoek van de synergieën binnen de Progress-microfinancieringsfaciliteit en met andere complementaire communautaire programma's, met name het Europees Sociaal Fonds. 8.2.3. Herkomst van het (statutaire) personeel (Wanneer meer dan een bron wordt vermeld, geef dan het aantal posten per bron) Posten die momenteel zijn toegewezen aan het beheer van het te vervangen of te verlengen programma Posten die al zijn toegewezen in het kader van de JBS/VOB-procedure voor jaar n Posten waarom in het kader van de volgende JBS/VOB-procedure zal worden gevraagd X Bestaande post binnen de beherende dienst die worden heringedeeld (interne herindeling) Posten die voor 2010 nodig zijn maar die in het kader van de JBS/VOB-procedure voor dat jaar nog niet zijn toegewezen De behoeften aan personele en administratieve middelen worden gefinancierd uit de toewijzing van middelen aan het beherende directoraat-generaal in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure in het licht van de begrotingsmogelijkheden. 8.2.4. Andere administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag (XX 01 04/05 – Uitgaven voor administratief beheer) in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Begrotingsonderdeel04 01 04 11 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | | TOTAAL | 1 Technische en administratieve bijstand (inclusief bijbehorende personeelsuitgaven) | | | | | | | Uitvoerende agentschappen [27] | | | | | | | Andere technische en administratieve bijstand | | | | | | | - intern | | | | | | | - extern | | | | | | | Totaal technische en administratieve bijstand | 0,250 | 0,250 | 0,250 | 0,250 | | 1,000 | 8.2.5. Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Soort personeelsleden | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | | Totaal | Ambtenaren en tijdelijke functionarissen (XX 01 01) | 0,122 | 0,122 | 0,122 | 0,122 | | 0,488 | Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, personeel op contractbasis enz.)(vermeld begrotingsonderdeel) | 0,128 | 0,128 | 0,128 | 0,128 | | 0,512 | Totaal Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen | 0,250 | 0,250 | 0,250 | 0,250 | | 1,000 | Berekening – Ambtenaren en tijdelijke functionarissen Verwijs zo nodig naar punt 8.2.1 1 * 122 000 = 122 000 per jaar Berekening – Uit artikel XX 01 02 gefinancierd personeel Verwijs zo nodig naar punt 8.2.1 2 * 64 000 = 128 000 per jaar 8.2.6. Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepenin miljoen euro (tot op 3 decimalen) | | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | | | TOTAAL | XX 01 02 11 01 – Dienstreizen | | | | | | | | XX 01 02 11 02 – Conferenties en vergaderingen | | | | | | | | XX 01 02 11 03 – Comités [28] | | | | | | | | XX 01 02 11 04 – Studies en adviezen | | | | | | | | XX 01 02 11 05 – Informatiesystemen | | | | | | | | 2 Totaal andere beheersuitgaven (XX 01 02 11) | | | | | | | | 3 Andere uitgaven van administratieve aard (vermeld welke en verwijs naar het begrotingsonderdeel) | | | | | | | | Totale andere administratieve uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen | | | | | | | | Berekening – Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen [1] Mededeling van de Commissie "Denk eerst klein", Een "Small Business Act" voor Europa, COM(2008) 394 definitief van 25.6.2008. [2] COM(2009) 114 van 4.3.2009. [3] Zie: http://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=103&langId=en&eventsId=173&furtherEvents=yes [4] COM(2009) 257 van 3.6.2009. [5] COM(2009) 257 van 3.6.2009. [6] P6_TA-PROV(2009)0166. [7] (2006/C 139/01). [8] 100 miljoen euro in prijzen van 2004. [9] Besluit nr. 1672/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit — Progress (PB L 315 van 15.11.2006, blz. 1). [10] COM(2007) 708. [11] COM(2009) 257 van 3.6.2009. [12] PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36. [13] PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1. [14] PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2. [15] PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1. [16] Uitgaven die niet vallen onder hoofdstuk xx 01 van betrokken titel xx. [17] Uitgaven in het kader van artikel xx 01 04 van titel xx. [18] Uitgaven in het kader van hoofdstuk xx 01, met uitzondering van de artikelen xx 01 04 en xx 01 05. [19] Zie punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord. [20] Extra kolommen toevoegen indien dit nodig is, d.w.z. indien de actie langer duurt dan 6 jaar. [21] Met name degenen die als 'niet-bankabel' worden beschouwd, d.w.z. die geen toegang hebben tot normale kredietstelsels; jongeren of mensen die in financieel onzekere omstandigheden verkeren (alleenstaande moeders, mensen met een handicap, migranten, werklozen). [22] Verstrek, indien meer dan een methode wordt aangekruist, extra informatie onder Opmerkingen. [23] Zoals beschreven in punt 5.3. [24] Waarvan de kosten NIET in het referentiebedrag zijn begrepen. [25] Waarvan de kosten NIET in het referentiebedrag zijn begrepen. [26] Waarvan de kosten in het referentiebedrag zijn begrepen. [27] Verwijs naar het specifieke financieel memorandum voor de betrokken uitvoerende agentschappen. [28] Vermeld de aard van het comité en de groep waarvan het deel uitmaakt. --------------------------------------------------