1.4.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 87/186


Woensdag, 11 maart 2009
Verlenging van de toepasbaarheid van artikel 139 van het Reglement van het Parlement tot het einde van de zevende zittingsperiode

P6_TA(2009)0116

Besluit van het Europees Parlement van 11 maart 2009 tot verlenging van de toepasbaarheid van artikel 139 van het Reglement van het Parlement tot het einde van de zevende zittingsperiode

2010/C 87 E/40

Het Europees Parlement,

gelet op artikel 290 van het EG-Verdrag,

gelet op Verordening nr. 1 van de Raad van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 920/2005 van de Raad (2),

gezien de door het Bureau op 17 november 2008 vastgestelde gedragscode inzake meertaligheid,

gezien het besluit van het Bureau van 13 december 2006 over afwijking van artikel 138 van het Reglement en de daarop volgende besluiten om deze afwijking te verlengen tot het einde van de huidige zittingsperiode,

gelet op de artikelen 138 en 139 van zijn Reglement,

A.

overwegende dat alle stukken van het Parlement overeenkomstig artikel 138 moeten worden gesteld in de officiële talen en dat de leden het recht hebben in het Parlement het woord te voeren in de officiële taal van hun keuze, met vertolking naar de andere officiële talen,

B.

overwegende dat uitzonderingen op artikel 138 overeenkomstig artikel 139 kunnen worden toegestaan tot het einde van de zesde zittingsperiode indien en voor zover de voor een officiële taal noodzakelijke taalkundigen, ondanks adequate maatregelen, getalmatig niet voldoende beschikbaar zijn; overwegende dat het Bureau met betrekking tot iedere officiële taal waarvoor een uitzondering noodzakelijk wordt geacht, op voorstel van de secretaris-generaal nagaat of aan de voorwaarden is voldaan, en dat het zijn besluit om de zes maanden opnieuw bekijkt,

C.

overwegende dat het Bureau op 13 december 2006 heeft aanvaard dat de problemen in verband met voldoende taalkundige dekking voor Maltees, Roemeens, Bulgaars en Iers zodanig waren dat met betrekking tot elk van deze talen is voldaan aan de voorwaarden voor een uitzondering op artikel 138; overwegende dat deze afwijkingen door volgende besluiten van het Bureau zodanig zijn uitgebreid dat vanaf 1 januari 2009 tot het eind van de zittingsperiode een uitzondering geldt met betrekking tot Bulgaars en Roemeens (vertolking), Tsjechisch (vertolking tijdens het Tsjechische voorzitterschap), Maltees (vertolking en vertaling) en Iers (vertolking, vertaling en juridisch-linguïstische controle),

D.

overwegende dat in Verordening (EG) nr. 920/2005 van de Raad voor Iers gedurende een (hernieuwbare) termijn van vijf jaar tijdelijke afwijkingsmaatregelen zijn vastgelegd,

E.

overwegende dat de capaciteit voor Iers en Maltees, ondanks dat alle adequate maatregelen zijn genomen, naar verwachting niet vanaf het begin van de zevende zittingsperiode een volledige vertolkingsdienst in deze talen mogelijk maakt; overwegende dat het aantal tolken voor een aantal andere talen weliswaar voldoende zal zijn om de gebruikelijke activiteiten van het Parlement te dekken, maar dat het onvoldoende kan zijn om alle aanvullende behoeften volledig te dekken die naar verwachting ontstaan als de lidstaten in kwestie tijdens de zevende zittingsperiode het voorzitterschap van de Raad waarnemen,

F.

overwegende dat het aantal gekwalificeerde vertalers en juristen-linguïsten voor Iers, ondanks aanhoudende en voortdurende interinstitutionele inspanningen, zo beperkt is dat voor de nabije toekomst slechts een beperkte dekking van die taal kan worden gewaarborgd; overwegende dat de vóór 1 januari 2007 aangenomen wetgeving van de Europese Unie (het zgn. „acquis”) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 920/2005 van de Raad niet in het Iers hoeft te worden vertaald; overwegende dat uitsluitend Commissievoorstellen voor verordeningen overeenkomstig de medebeslissingsprocedure, volgens een in die verordening vastgelegde afwijkingsregeling, momenteel in het Iers worden aangeboden, en dat de diensten van het Parlement, zo lang deze situatie aanhoudt, niet in staat zullen zijn Ierse versies voor te bereiden van andere soorten wetsbesluiten,

G.

overwegende dat andere Europese staten tijdens de zevende zittingsperiode eventueel lid zullen worden van de Europese Unie; overwegende dat voor de nieuwe talen in kwestie wellicht niet vanaf de dag van toetreding voldoende taalkundigen beschikbaar zullen zijn, hetgeen overgangsmaatregelen zal vereisen,

H.

overwegende dat het Parlement, overeenkomstig artikel 139, lid 4, van het Parlement op met redenen omklede aanbeveling van het Bureau, aan het eind van een zittingsperiode kan besluiten de toepasbaarheid van dit artikel te verlengen,

I.

overwegende dat het Bureau, hetgeen vooraf gaat in overweging genomen, aanbeveelt artikel 139 te verlengen tot het eind van de zevende zittingsperiode,

1.

besluit de toepasbaarheid van artikel 139 van het Reglement van het Parlement te verlengen tot het einde van de zevende zittingsperiode;

2.

verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


(1)  PB 17 van 6.10.1958, blz. 385.

(2)  PB L 156 van 18.6.2005, blz. 3.