52009DC0141

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Vierde toezichtverslag over de herstructurering van de staalindustrie in Tsjechië en Polen /* COM/2009/0141 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 26.3.2009

COM(2009) 141 definitief

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

Vierde toezichtverslag over de herstructurering van de staalindustrie in Tsjechië en Polen

IN LEIDING

Dit verslag gaat over de resultaten tijdens het laatste herstructureringsjaar van de Tsjechische en Poolse staalindustrie en beantwoordt aan de toezichtseisen van de in het Toetredingsverdrag van Tsjechië en Polen opgenomen specifieke protocollen 2[1] en 8[2].

De bovengenoemde protocollen specificeren binnen welke overgangsperiode de herstructurering van de staalsector moet worden afgerond en welke belangrijke benchmarks voor de beoordeling van de resultaten moeten worden gebruikt.

De Commissie heeft in 2004[3], 2005[4] en 2006[5] toezichtverslagen goedgekeurd. Dit vierde en laatste toezichtverslag vult de vorige verslagen van de Commissie aan en beoordeelt de in 2006 – het laatste jaar van de overgangsperiode – geboekte resultaten rekening houdend met de in 2007 en 2008 ter beschikking gestelde informatie.

DE HERSTRUCTURERING VAN DE TSJECHISCHE STAALSECTOR

De bepalingen van protocol 2 gelden voor de volgende bedrijven: Ispat Nova Hut (nu Mittal Steel Ostrava - MSO), Valcovny Plechu Fridek-Mystek (VPFM) en Vitkovice Steel (VS). Deze bedrijven waren in 2006 goed voor 57% van de Tsjechische ruwstaalproductie.

S taatssteun voor de herstructurering

De Commissie is op basis van de beschikbare informatie tot de slotsom gekomen dat Tsjechië de verplichtingen van het protocol inzake staatssteun heeft nageleefd. Uit de eindbeoordeling bleek dat in het totaal 8,3 miljard CZK staatsteun aan de begunstigde bedrijven is toegekend met het oog op herstructureringen (d.w.z. 59% van het in het protocol vastgestelde maximumbedrag van 14,15 miljard CZK). Deze steun is tot eind 2003 verleend. Bovendien heeft de Commissie geconcludeerd dat er minder steun dan voorzien is verleend en dat deze steun geen negatieve gevolgen voor de financiële prestaties van de bedrijven heeft gehad.

De steun was vooral bestemd voor financiële herstructureringen. Door de schuldenlast van de begunstigde bedrijven te verlagen konden strategische investeerders de bedrijven gemakkelijker verwerven en was het mogelijk toegang tot de voor de financiering van de moderniseringsprogramma's noodzakelijke fondsen te krijgen. Het bedrag van de toegekende steun werd bepaald op basis van het goedgekeurde nationale herstructureringsprogramma en de individuele bedrijfsplannen. Daarin speelden investeringen een cruciale rol om de kosten te verlagen en de kwaliteit van de eindproducten te verbeteren met het oog op hogere operationele inkomsten voor de bedrijven. Bij de eindbeoordeling schonk de Commissie bijzondere aandacht aan het verband tussen staatssteun en investeringen.

Een analyse heeft de volgende resultaten voor elk bedrijf opgeleverd:

a) MSO ontving 86% van het door het protocol toegestane maximumbedrag aan herstructureringssteun. Het grootste deel van dit bedrag werd in 2003 toegekend en hield verband met het afschrijven van schulden;

b) VPFM ontving 99% van het door het protocol vastgestelde maximumbedrag aan staatssteun. Het bedrag werd volledig in 2003 toegekend en dekte voornamelijk de schuldenconversie met privatiseringsbureaus van de overheid. Een deel van deze steun werd terugbetaald (zie punt 3.4.2.).

c) VS ontving 37% van het door het protocol vastgestelde maximumbedrag (voornamelijk tijdens de periode 1997-2001). Er werd na 2002 geen herstructureringssteun meer verleend. De steun was bestemd om de schulden van het bedrijf aan de belangrijkste schuldeisers af te lossen en – in mindere mate – om de operationele kosten te dekken.

Krachtens het protocol mag geen herstructureringssteun worden verleend aan bedrijven die niet in het nationale herstructureringsprogramma zijn opgenomen. De Commissie heeft een onderzoek geopend naar het niet onder het protocol vallende Tsjechische staalbedrijf Trinecke, maar is tot de slotsom gekomen dat er geen illegale staatssteun aan dit bedrijf is toegekend[6].

Verlaging van de capaciteit

Ter compensatie van het concurrentievoordeel dat de begunstigde bedrijven dankzij de herstructureringssteun genieten, moesten verschillende productiefaciliteiten op grond van bijlage 2 bij het protocol worden gesloten. Tijdens de periode 1997-2006 moest Tsjechië de nettocapaciteit voor eindproducten met 590 000 ton verlagen.

De installaties in kwestie waren erg verouderd. De sluiting ervan had positieve financiële gevolgen voor de bedrijven en leidde tot een vermindering van het energieverbruik en van de uitstoot van milieuverontreinigende stoffen. Uit het toezicht is gebleken dat alle installaties zijn gesloten in overeenstemming met de betreffende beschikking van de Commissie[7].

De permanente sluiting van de warmbandwalserijen nr. 1 en nr. 2 van VPFM werd zes maanden uitgesteld (zie het derde toezichtverslag[8]), maar de installaties zijn uiteindelijk tijdens het eerste semester van 2006 ontmanteld.

MSO heeft de capaciteit van de walserij voor zware profielen overeenkomstig de beschikking van de Commissie gewijzigd[9]. In plaats van een nieuwe walserij te bouwen is de bestaande walserij gemoderniseerd, waarvoor veel minder kapitaaluitgaven nodig waren dan verwacht. Omdat het bedrijf minder staatssteun dan verwacht heeft gekregen, concludeerde de Commissie dat deze verandering in termen van staatssteun neutraal was.

Andere belangrijke herstructureringsbenchmarks

Levensvatbaarheid en financiële prestaties

Op het einde van de herstructureringsperiode in 2006 slaagden alle begunstigde bedrijven voor de in het protocol beschreven levensvatbaarheidstest van de Commissie[10]. Ze haalden een EBITDA tussen 20,2% en 23,4% (streefcijfer 10,0%) en een EBIT tussen 17,1% en 23,0% (streefcijfer 1,5%). Deze resultaten zijn beter dan verwacht werd in het vorige voortgangsverslag[11].

Productiviteit en werkgelegenheid

De begunstigde bedrijven hebben in 2006 meer banen geschrapt dan verwacht (de gemiddelde jaarlijkse werkgelegenheid bedroeg 11 905; het streefcijfer in het nationale herstructureringsprogramma was 12 222). De vermindering was vooral het gevolg van outsourcing, vervroegde uittreding en een vrijwillige-afvloeiingsregeling. Als gevolg van uitgestelde investeringsprogramma's konden twee begunstigde bedrijven het werkgelegenheidsstreefcijfer eind 2006 niet halen. Ze hebben het streefcijfer echter eind 2007 gehaald.

Door de daling van de werkgelegenheid tijdens de toezichtsperiode en de gestegen productie van de begunstigde bedrijven is de productiviteit toegenomen. De productiviteit (ongeveer 365 ton per persoon) is een beetje lager dan het EU-gemiddelde maar toch veel hoger dan voorspeld in de individuele bedrijfsplannen (met uitzondering van VPFM).

Kostenverlaging

De productieprocessen zijn gerationaliseerd en dankzij goede managementpraktijken – bijvoorbeeld de oprichting van kostenverlagingsteams en investeringen in nieuwe informatietechnologie – zijn de kosten gedaald. Dankzij een groot aantal kleine initiatieven op het gebied van onderhoud en herstelwerkzaamheden kon de herstructureringsdoelstelling worden gehaald. Nadat de nieuwe strategische privé-investeerders de voormalige staatsbedrijven hadden overgenomen, trad een radicale verbetering op doordat kostenverlagingen in grote mate deel van de bedrijfscultuur werden.

Dankzij een verbeterd gebruik van de installaties konden ook de energiekosten per geproduceerde eenheid worden verlaagd. Dit is de cruciale kostenfactor voor de economische en milieuprestaties van de bedrijven.

Andere vereisten van het protocol

B edrijfs- en marktstrategieën

De begunstigde bedrijven hebben hun bedrijfsstrategieën aanzienlijk gewijzigd. De afschaffing van ruilhandel betekende een belangrijke vooruitgang. Dankzij de privatiseringen en de bijzonder gunstige marktontwikkelingen konden de begunstigde bedrijven hun productmix herzien, de kwaliteit van de eindproducten verbeteren en hun intrede doen op markten met een grotere toegevoegde waarde, zodat ze eerder op basis van kwaliteit dan prijs konden concurreren. Deze inspanningen moeten worden voortgezet en zullen worden ondersteund door toekomstige moderniseringen van de afwerkingslijnen waardoor de kwaliteit van de eindproducten zal verbeteren.

Invest eringen

Geen van de onder het protocol vallende bedrijven kon alle investeringen verwezenlijken waarin de individuele bedrijfsplannen voorzagen. De bedrijven haalden of verbonden zich onherroepelijk tot slechts 22% à 71% van de streefcijfers in 2006. Aangezien de verleende staatssteun onder de toegestane drempels bleef, concludeerde de Commissie echter dat de herstructurering een eigen steunintensiteit had en de staatssteun tot het noodzakelijke minimum was beperkt.

Alleen de vergelijking van de investeringen van VPFM met de ontvangen herstructureringssteun noopte de Commissie tot een onderzoek en de gedeeltelijke terugvordering van steun[12]. VPFM betaalde 24,88 miljoen CZK terug.

De Commissie is toezicht blijven houden op de uitstaande maar onherroepelijk toegezegde investeringen die in 2007 en 2008 moesten worden verwezenlijkt. Aangezien een aantal investeringen pas na 2008 zal worden verwezenlijkt, behoudt de Commissie zich het recht voor de nodige maatregelen te nemen als de investeringen achterwege blijven.

Milieubescherming

Het protocol verplichtte de begunstigde bedrijven ertoe het op het ogenblik van de toetreding geldende Gemeenschapsrecht inzake milieubescherming na te leven. Er zijn al geïntegreerde vergunningen in overeenstemming met Richtlijn 96/61/EG[13] verleend voor alle staalproducerende faciliteiten in de sector.

DE HERSTRUCTURERING VAN DE POOLSE STAALSECTOR

De bepalingen van protocol 8 gelden voor de volgende bedrijven: Polskie Huty Stali (nu Mittal Steel Poland - MSP), Huta Andrzej, Huta Bankowa, Huta Batory, Huta Buczek (nu Technologie Buczek), Huta L.W. (nu Arcelor Huta Warszawa - AHW), Huta Labedy en Huta Pokoj. Intussen vallen twee bedrijven – Huta Andrzej en Huta Batory – niet langer onder het nationale herstructureringsprogramma omdat ze onder curatele zijn gesteld. De begunstigde bedrijven waren goed voor 70% van de Poolse ruwstaalproductie.

S taatssteun voor de herstructurering

De Commissie is op basis van de beschikbare informatie tot de slotsom gekomen dat Polen de verplichtingen van het protocol inzake staatssteun heeft nageleefd. De bedrijven hebben 2,73 miljard PLN herstructureringssteun gekregen, d.w.z. slechts 82% van het in het protocol vastgestelde maximumbedrag van 3,38 miljard PLN. De steun is overeenkomstig het protocol vóór eind 2003 verleend. Uit de beoordeling is ook gebleken dat het verminderde bedrag geen negatieve gevolgen had voor de financiële prestaties van de bedrijven. Zoals in Tsjechië was de staatssteun voor Poolse staalbedrijven vooral bestemd voor financiële herstructureringen.

In het goedgekeurde Poolse nationale herstructureringsprogramma wordt de verdeling van de staatssteun over de verschillende bedrijven gedetailleerd beschreven. Op basis van deze gegevens kwam de Commissie tot de slotsom dat het bedrag en de intensiteit van de steun was beperkt tot het strikte minimum om de bedrijven levensvatbaar te maken. De resultaten voor de begunstigde bedrijven waren als volgt:

a) MSP ontving 85% van het maximumbedrag van 3,14 miljard PLN, waarvan het merendeel bestemd was voor afschrijvingen van schulden of kredietgaranties. Het dochterbedrijf Huta Bankowa, dat in 2006 werd afgesplitst van de Arcelor-Mittalgroep (na de beschikking van de Commissie over de fusie[14]), ontving 92% van het overeengekomen maximumbedrag.

b) AHW ontving 63% van het maximumbedrag aan staatssteun. Dit is bevestigd op basis van de staatssteunprocedure die de Commissie heeft geopend om na te gaan of AHW misbruik had gemaakt van steun[15]. De Commissie kwam tot de conclusie dat gedeeltelijk misbruik was gemaakt van een garantie van 31,2 miljoen euro en eiste een gedeeltelijke terugbetaling. In november 2007 heeft AHW 2,09 miljoen euro vrijwillig terugbetaald.

c) Huta Labedy en Huta Pokoj ontvingen respectievelijk 40% en 66% van het maximumbedrag. Op grond hiervan concludeerde de Commissie dat ondanks hun lage investeringsniveau het bedrag en de intensiteit van de steun beperkt was tot het strikte minimum van de noodzakelijke herstructureringskosten.

d) Technologie Buczek ontving 41% van het goedgekeurde maximumbedrag aan staatssteun. Wegens de in 2006 aangekondigde faillissementsprocedure heeft de Commissie een beschikking over het misbruik van staatssteun gegeven[16] en geld teruggevorderd.

Verlaging van de capaciteit

Krachtens het protocol moesten een aantal afwerkingslijnen als gevolg van de herstructureringssteun worden gesloten ter compensatie van het mogelijke concurrentievoordeel en de daarmee samenhangende concurrentieverstorende effecten. Tijdens de periode 1997-2006 moest Polen de nettocapaciteit voor eindproducten met 1 231 000 ton verlagen.

De Commissie heeft de verlagingen van de capaciteit aan de hand van sluitingscertificaten en verificaties door een onafhankelijke consultant gecontroleerd overeenkomstig de relevante beschikking van de Commissie[17]. Wat MSP en de goedgekeurde wijziging van het MSP-bedrijfsplan betreft[18], zal de bestaande warmbandwalserij pas worden gesloten als een nieuwe warmbandwalserij op de bedrijfsterreinen in Krakow is gebouwd (eind 2008 als alles volgens plan verloopt).

Op basis van de verstrekte informatie is de Commissie tot de conclusie gekomen dat alle sluitingen overeenkomstig de goedgekeurde plannen zijn uitgevoerd.

Naast de verplichtingen van het protocol hebben de Poolse staalbedrijven beslist een aantal inefficiënte installaties vrijwillig te sluiten (onder meer cokesbatterijen, knuppel- en blokwalserijen en elektrolytische verzinkingsinstallaties).

Andere belangrijke herstructureringsbenchmarks

Na de faillissementsprocedure van Technologie Buczek concludeerde de Commissie dat het bedrijf de herstructureringsdoelstellingen niet had nageleefd. Daarom gaf de Commissie een beschikking over misbruik van staatssteun en vorderde zij geld terug.

Levensvatbaarheid en financiële prestaties

Alle bedrijven behalve Huta Bankowa hebben op het eind van de herstructureringsperiode in 2006 de levensvatbaarheidstest van de Commissie zonder problemen doorstaan. Hun EBITDA schommelde tussen 10,1% en 21,6% (streefcijfer 10,0%) en hun EBIT tussen 5,2% en 16,6% (streefcijfer 1,5%).

Huta Bankowa slaagde in 2006 niet voor de levensvatbaarheidstest van de Commissie wegens onverwachte technologische moeilijkheden. Op basis van de positieve resultaten in 2005 en later in 2007 werd echter geconcludeerd dat Huta Bankowa op duurzame wijze levensvatbaar is dankzij de voordelen van de herstructureringen.

Productivit eit en werkgelegenheid

In twee bedrijven was de uiteindelijke werkgelegenheid lager dan verwacht, in één bedrijf beantwoordde de werkgelegenheid aan de verwachtingen en in twee bedrijven was de werkgelegenheid veel hoger dan verwacht. De totale werkgelegenheid was hoger dan verwacht (de gemiddelde jaarlijkse werkgelegenheid bedroeg 15 564; het streefcijfer in het nationale herstructureringsprogramma was 13 702), wat vooral het gevolg was van uitgestelde sluitingen en het feit dat belangrijke investeringen nog niet volledig waren uitgevoerd. Dankzij de lopende moderniseringen zou deze situatie in de nabije toekomst echter moeten kunnen worden rechtgezet.

De totale productiviteit van de begunstigde bedrijven is weliswaar toegenomen, maar ligt nog steeds ver onder het in het protocol vermelde EU-gemiddelde. Eind 2006 bedroeg de productiviteit gemiddeld ongeveer 321 ton per persoon. De resultaten verschillen sterk van bedrijf tot bedrijf: AHW haalde een veel beter resultaat dan verwacht, maar het resultaat van MSP lag ver onder het streefcijfer van het bedrijfsplan.

Kostenverlaging

De begunstigde bedrijven konden hun kosten verlagen dankzij een duidelijke verandering van hun bedrijfscultuur. Uit de bedrijfsresultaten blijkt dat er een aantal maatregelen werden genomen om de operationele kosten te verlagen. Bijzondere aandacht werd geschonken aan nieuwe IT-instrumenten om de productiekosten te monitoren en te beheersen. Dankzij technologische investeringen werden bestaande installaties gemoderniseerd en vervangen en konden de kosten aanzienlijk worden verlaagd. Op financieel vlak werd opnieuw over de bankkosten onderhandeld en werden de contracten voor de aankoop van grondstoffen herzien.

Andere vereisten van het protocol

B edrijfs- en marktstrategieën

De doelstellingen van de individuele bedrijfsplannen in verband met de reorganisatie van productiefaciliteiten en de verbetering van de organisatiestructuren zijn gehaald. De bedrijven hebben ook hun verkoopsstructuur herzien en de rechtstreekse verkoop is gestegen. De productmix werd gewijzigd en de bedrijven deden – waar nodig – hun intrede op markten voor producten met een grotere toegevoegde waarde.

Invest eringen

Twee begunstigde bedrijven – Huta Pokoj en Huta Bankowa – hebben hun investeringsdoelstellingen gehaald. Huta Labedy heeft ongeveer 75% van het goedgekeurde bedrag met succes geïnvesteerd. AHW heeft 37% van het aanvankelijk goedgekeurde plan verwezenlijkt, maar sinds de overname van het bedrijf in 2005 heeft het in een nieuwe walserij geïnvesteerd. De investeringen zijn daardoor opgelopen tot 170% van het oorspronkelijk geplande bedrag.

Zoals voorzien in het protocol heeft MSP investeringen gedaan om de productmix te wijzigen en de kwaliteit van de producten te verbeteren. Door de wijziging van het individuele bedrijfsplan konden de streefcijfers voor energie-efficiëntie en rendement echter in 2006 niet worden gehaald (het is de bedoeling de streefcijfers in 2008 te halen).

Milieubescherming

Het protocol verplichtte de begunstigde bedrijven niet (in tegenstelling tot de Tsjechische staalindustrie) het op het ogenblik van de toetreding geldende Gemeenschapsrecht inzake milieubescherming na te leven. De in het Toetredingsverdrag[19] vastgestelde overgangsregeling voor Polen inzake het milieu-acquis voorziet daarom in een lijst van staalinstallaties die niet aan Richtlijn 96/61/EG moeten voldoen. In afwijking van Richtlijn 96/61/EG gelden de voorwaarden voor het verlenen van vergunningen voor bestaande installaties tot december 2010 niet voor Huta Sendzimira (nu een onderdeel van MSP), Huta Andrzej, Huta Czestochowa, Huta Batory, Huta Jednosc en Huta Laziska. Er werden tijdelijke vergunningen voor deze installaties verleend met termijnen waarbinnen de bedrijven volledig aan de richtlijn moeten voldoen.

CONCLUSIES

Dit is het laatste toezichtverslag over de herstructurering van de staalindustrie in Tsjechië en Polen. Op grond van de geboekte resultaten is de Commissie van oordeel dat de bepalingen van protocol 2 en 8 van het Toetredingsverdrag zijn nageleefd:

- de totale herstructureringssteun aan de begunstigde bedrijven heeft het maximumbedrag niet overschreden;

- de nettocapaciteit is verminderd;

- de in bijlage 3 bij de protocollen beschreven herstructureringsbenchmarks (levensvatbaarheid, productiviteit en kostenverlagingen) zijn gehaald.

De Commissie concludeert dat het herstructureringsproces tijdens de overgangsperiode over het algemeen met succes is voltooid. Sinds 2007 opereren de staalproducenten in Polen en Tsjechië onder dezelfde voorwaarden als alle andere staalbedrijven op de Europese markt.

Het herstructureringsproces is vooral door twee factoren begunstigd: de privatisering en de algemene marktomstandigheden tijdens de overgangsperiode (2003-2006). Tijdens deze periode is zowel de Tsjechische als de Poolse staalsector van eigenaar veranderd: in 2002 waren de staalbedrijven nog grotendeels staatsbedrijven, maar in 2008 werd hun privatisering afgerond door de overdracht van de aandelen aan strategische investeerders. De Commissie is bovendien van oordeel dat vooral dankzij de verandering van de interne bedrijfscultuur en de rigoureuze uitvoering van de bedrijfsplannen de bedrijven voorbereid zijn om toekomstige uitdagingen aan te gaan.

Bovendien hebben de bedrijven aanzienlijk geprofiteerd van de bloeiende staalmarkt en de daarmee samenhangende stijging van de verkoopsprijzen, waardoor ze van 2003 tot midden 2008 hun prestaties aanzienlijk konden verbeteren. Vooral dankzij de bijzonder sterke groei van de binnenlandse staalmarkt in beide lidstaten konden de begunstigde bedrijven levensvatbaar worden.

Tijdens het toezicht op de herstructurering van de staalsector konden de Commissie, de nationale autoriteiten en de bedrijven nauw en op gezette tijden met elkaar samenwerken, wat ertoe heeft bijgedragen dat op adequate wijze aan de eisen van de protocols is voldaan.

[1] PB L 236 van 23.9.2003, blz. 934.

[2] PB L 236 van 23.9.2003, blz. 948.

[3] COM(2004)443 definitief.

[4] COM(2005)359 definitief.

[5] COM(2006)814 definitief.

[6] Beschikking 2007/319/EG van de Commissie van 8 september 2006 betreffende steunmaatregel C 45/04 (ex NN 62/04) ten behoeve van de Tsjechische staalproducent TY[pic]inecké ~[pic]elezárny, a.s., PB L 119 van 9.5.2007, blz. 37-44.

[7] Beschikking 3010/91e van de Tsjechische staalproducent Třinecké železárny, a.s., PB L 119 van 9.5.2007, blz. 37-44.

[8] Beschikking 3010/91/EGKS, PB L 286 van 16.10.1991, blz. 20.

[9] COM(2006)814 definitief.

[10] Steunmaatregel nr. N 350/06 – Wijziging van het herstructureringsplan van MSO – Tsjechische Republiek van 13.9.2006, PB C 280 van 18.11.2006, blz. 4.

[11] De bedrijven moesten:- een brutobedrijfsresultaat van de omzet (d.w.z. het percentage EBITDA (winst vóór rente, belastingen en afschrijving op activa en goodwill) van de omzet) halen van minstens 10% voor niet-geïntegreerde staalbedrijven en 13,5% voor geïntegreerde staalbedrijven;- een rendement van de omzet op het eigen vermogen (d.w.z. het percentage EBIT (winst vóór rente en belastingen) van de omzet) halen van minstens 1,5%.

[12] COM(2006)814 definitief.

[13] Steunmaatregel nr. N 350b/06 – Wijziging van het herstructureringsplan van VPFM op 8.6.2007, PB C 200 van 28.8.2007, blz. 1.

[14] PB L 257 van 10.10.1996, blz. 26.

[15] Zaak nr. COMP/M.4137 - Mittal /Arcelor, Aanmelding van 7/4/2006 in de zin van artikel 4 van Verordening nr. 139/2004 van de Raad.

[16] Beschikking van de Commissie van 11 december 2007 betreffende steunmaatregel C 51/06 (ex N 748/06) die Polen ten uitvoer heeft gelegd ten gunste van Arcelor Huta Warszawa, PB L 143 van 3.6.2008.

[17] Beschikking van de Commissie van 23 oktober 2007 betreffende staatssteun C 23/06 (ex NN 35/06) door Polen toegekend ten gunste van staalproducent Technologie Buczek Group, PB L 116 van 30.4.2008.

[18] Beschikking 3010/91/EGKS, PB L 286 van 16.10.1991, blz. 20.

[19] Steunmaatregel nr. N 186/05 – Wijziging van het bedrijfsplan van MSP op 20.7.2005, PB C 12 van 18.1.2006, blz. 2.

[20] PB L 236 van 23.9.2003, blz. 875-905.