Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Vandaag investeren voor het Europa van morgen /* COM/2009/0036 def. */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 28.1.2009 COM(2009) 36 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Vandaag investeren voor het Europa van morgen MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Vandaag investeren voor het Europa van morgen In de herfst van vorig jaar werd de Europese Unie voor twee uitdagingen geplaatst. De crisis op de financiële markten leidde tot een forse neergang van de Europese economie. Het werd duidelijk dat gezinnen, bedrijven en gemeenschappen over heel Europa getroffen zouden worden door banen- en inkomstenverlies: er waren dan ook dringend maatregelen nodig om de crisis en de gevolgen ervan aan te pakken. Maar tegelijk besefte Europa als nooit tevoren dat het de kracht en de duurzaamheid van zijn economie op lange termijn alleen zou kunnen garanderen als het ervoor zorgde dat de instrumenten ter bevordering van het concurrentievermogen alle geledingen van de Europese samenleving ten goede komen en haar aldus in staat stellen het hoofd te bieden aan twee cruciale uitdagingen, namelijk het bieden van energiezekerheid en het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Dit leidde tot het Europees economisch herstelplan[1], dat in november door de Commissie werd ingediend en in december door de staatshoofden en regeringsleiders op de Europese Raad werd goedgekeurd[2]. In dit plan werd uiteengezet hoe de lidstaten en de EU hun beleid konden coördineren en de Europese economie een onmiddellijke stimulans konden geven. Deze stimulans is echter ook zorgvuldig afgestemd op de langetermijndoelstellingen van Europa. Een belangrijk onderdeel van het herstelplan was het voorstel om meer EU-middelen aan specifieke strategische sectoren te besteden. Er werd overeengekomen 1,5% van het bbp uit te trekken voor stimuleringsmaatregelen. Daarvoor waren bijdragen nodig uit zowel nationale als EU-bronnen, inclusief de EU-begroting. De EU had haar kredieten niet tot het overeengekomen plafond opgebruikt: de Commissie berekende dat 5 miljard EUR snel naar specifieke doelen zoals energie en breedbandinternet kon worden doorgesluisd. Daarmee zou het signaal worden afgegeven dat de investeringen niet stilvielen, wat vertrouwen zou wekken en Europa weer op weg zou helpen naar een sterkere economische toekomst. Dit was een van de punten uit het plan waarvoor de Europese Raad van december zijn bijzondere steun betuigde, waarbij hij tevens erkende dat met een passend geografisch evenwicht rekening moest worden gehouden. Sinds december is nog duidelijker geworden dat actie dient te worden ondernomen. Er is vooral gebleken dat energiezekerheid van belang is en dat Europa momenteel op dat gebied tekortschiet. Gezinnen en bedrijven in verschillende lidstaten hebben daarvan de rechtstreekse gevolgen ondervonden. Maar de impact van de gascrisis is in de hele EU gevoeld. De crisis heeft de betrekkingen tussen de Europese Unie en haar buurlanden verstoord en bijgedragen tot het besef dat de EU minder afhankelijk moet worden van externe leveranciers. Deze mededeling beschrijft op welke terreinen moet worden geïnvesteerd. Zij gaat vergezeld van voorstellen voor financieringsbesluiten op deze terreinen. De genoemde projecten zijn gekozen omdat zij stroken met de strategische doelstellingen van de EU. De EU-steun zal erop gericht zijn meer vaart te zetten achter de projecten en ervoor te zorgen dat zo snel mogelijk actie wordt ondernomen. Overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad wordt een geografisch evenwicht in acht genomen. De Commissie heeft al een voorstel voor een herziening van het meerjarig financieel kader 2007-2013 ingediend om extra middelen beschikbaar te maken onder rubriek 1A, met inachtneming van de totale bedragen die in de interinstitutionele overeenkomst zijn overeengekomen[3]. Naar aanleiding van de eerste besprekingen met de begrotingsautoriteit stelt zij thans voor ongebruikte kredieten onder het plafond van rubriek 2 voor het jaar 2008 naar rubriek 1A over te dragen ter financiering van het voorgestelde bedrag van 3,5 miljard EUR voor energieprojecten[4]. Daarbij zou het voorgestelde bedrag van 1,5 miljard EUR voor breedbandinfrastructuur en de nieuwe uitdagingen die genoemd zijn in het kader van de gezondheidscontrole van het GLB, onder rubriek 2 blijven voor tenuitvoerlegging in het kader van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling. De Commissie verzoekt de Raad en het Europees Parlement deze voorstellen snel te onderzoeken en de daarvoor vereiste begrotingsmiddelen vrij te maken. Daarmee zal de EU een grote inspanning leveren om de Europese economie weer op weg te zetten naar groei en welvaart en zal zij laten zien dat zij de uitdagingen die van strategisch belang zijn voor de toekomst, met vastberadenheid aanpakt. Vandaag investeren voor de energie van morgen Energie is een van Europa's voornaamste zorgen geworden. In december heeft de Europese Unie een reeks besluiten genomen die belangrijk zijn voor de energietoekomst van de Unie: de energiesector wordt ertoe aangespoord de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en hernieuwbare energie krijgt een vooraanstaande plaats in de Europese energiemix. Tijdens de jaarwisseling kreeg Europa te kampen met een gascrisis die de bedreigingen voor de voorzieningszekerheid heeft aangetoond. De zwakke punten van de EU werden blootgelegd: haar invoer is te weinig divers en zij is onvoldoende in staat binnen haar grenzen energie te laten doorstromen naar gebieden waar de nood het hoogst is. De vereiste veranderingen vergen veel inzet en investeringen. Maar door de economische terugval dreigen deze investeringen vertraging op te lopen, tenzij nu aanvullende maatregelen worden genomen. De kredietcrisis heeft een directe invloed op de snelheid waarmee Europa de vereiste veranderingen doorvoert. Daardoor riskeren wij onze dynamiek en technologische voorsprong te verliezen. Als wij de investeringen vandaag uitstellen, zullen zij later nog meer kosten. Daarom wordt in het economisch herstelplan bijzondere nadruk gelegd op de behoefte aan "slimme investeringen", economische stimuleringsmaatregelen die gericht zijn op duidelijke strategische doelen. De Commissie presenteert daarom drie specifieke initiatieven die toegespitst zijn op de voornaamste energiedoelstellingen van de EU. Ten eerste stelt zij voor strategische interconnectieprojecten te steunen ter aanvulling van sommige van de huidige lacunes in de infrastructuur. Ten tweede pleit zij voor investeringen in de ontwikkeling van offshore-windkracht zodat dit een betrouwbare bron van hernieuwbare energie blijft. Ten derde wil zij een aantal demonstratieprojecten voor koolstofafvang en -opslag vervroegd van start laten gaan. Dankzij deze technologie kunnen energieproducenten die naar lagere emissies streven, fossiele brandstoffen blijven gebruiken. Deze initiatieven zullen doelgerichte en aangepaste steun bieden voor concrete projecten. De komende jaren zullen zij moeten worden ondersteund door politieke initiatieven en grootschalige investeringen. De EU kan echter nu al een grote bijdrage leveren. Alle projecten zijn geselecteerd op basis van hun ruimere betekenis: infrastructuur die bijdraagt aan de voorzieningszekerheid in de hele EU; technologische en logistieke ontwikkelingen die een vooruitgang betekenen voor de Europese energiesector in zijn geheel. Zij zullen technologische vooruitgang stimuleren in het kader van het Europees strategisch plan voor energietechnologie en de resultaten daarvan integreren in de Europese industriële initiatieven voor koolstofafvang en -opslag en windenergie. Zij zullen ook elke kans benutten om externe financiering te promoten, met name in samenwerking met de Europese Investeringsbank. Europese energienetwerken op elkaar aansluiten In de strategische toetsing van het energiebeleid van vorig jaar zijn de verschillende onderdelen beschreven van een effectief beleid voor voorzieningszekerheid[5]. In het EU-actieplan inzake energiezekerheid en -solidariteit is gewezen op de behoefte aan stabiele voorziening vanuit derde partnerlanden, aan een doeltreffend beheer van de olie- en gasvoorraden en crisisbestrijdingsmechanismen, aan energie-efficiëntie met het oog op het terugdringen van de vraag, en aan een optimale benutting van de inheemse energiebronnen van de EU. In het actieplan is vooral benadrukt dat infrastructuur een onmisbaar onderdeel vormt van de mix: de markt heeft daar niet altijd voor kunnen zorgen. Interconnectie heeft voor alle betrokkenen een positief effect doordat zij voor minder afhankelijkheid en meer concurrentiekracht zorgt, wat de hele interne markt ten goede komt. De recente crisis in de gasvoorziening aan Europese gezinnen en bedrijven heeft het belang van infrastructuur scherp onder de aandacht gebracht. Er is al te duidelijk gebleken hoe kwetsbaar de Europese energievoorziening is en dat er in een periode van schaarste geen echte alternatieven bestaan. Hoewel sommige lidstaten zich hebben ingezet om de tekorten bij anderen te helpen opvangen, zijn de daarvoor vereiste aansluitingen vaak ontoereikend gebleken. De crisis heeft dan ook ernstige zwaktes op het gebied van interconnectie blootgelegd. Die ontbrekende schakels in de infrastructuur gaan op langere termijn ook ten koste van de Europese concurrentiekracht: Europese bedrijven en consumenten hebben het daardoor moeilijker om de goedkoopste energie in te voeren en de voordeligste energie binnen Europa af te nemen. Dat zal de Europese groei voortdurend afremmen. Tegelijk heeft de huidige economische en financiële crisis een vertragend effect op de uitvoering van energie-infrastructuurprojecten. Energiebedrijven zijn even kwetsbaar voor de kredietcrisis als ondernemingen in andere sectoren: er bestaat een reëel risico dat projecten van groot strategisch belang worden stilgelegd, tenzij de overheid erin investeert om kredietverschaffers de zekerheid te bieden dat dit goede projecten zijn om te ondersteunen. De Commissie stelt daarom voor 1,5 tot 2 miljard EUR van het in het herstelplan genoemde stimuleringsbedrag te besteden aan noodzakelijke investeringen in belangrijke strategische interconnecties. In de strategische toetsing van het energiebeleid zijn al een aantal strategische energieprioriteiten genoemd voor het aanvullen van lacunes en het benutten van mogelijkheden. Daarbij is de nadruk gelegd op de interconnectie van de Baltische landen, een zuidelijke gascorridor, vloeibaar aardgas (LNG), het Middellandse Zeegebied en Midden- en Zuidoost-Europa en een Noordzee-offshorenetwerk. Projecten moesten ook in de behoeften voorzien van kleine eilanden die afgesneden zijn van de voornaamste energienetwerken van de EU. Voor de selectie van projecten heeft de Commissie de strategische toetsing van het energiebeleid als leidraad gehanteerd. Daarbij heeft zij de zekerheid en diversificatie van voorziening als doelstellingen vooropgesteld. De projecten zijn geografisch gespreid over de hele Unie. Zij zullen niet alleen de betrokken lidstaten, maar de hele Unie ten goede komen: zij zijn van strategisch belang voor de algehele energiezekerheid en bieden geïnteresseerden de mogelijkheid om aan aanbestedingen deel te nemen en cruciale technologie te leveren. Zij zullen de Europese economie een onmiddellijke impuls geven en haar sterker maken voor de toekomst. De Commissie stelt voor ongeveer twintig projecten te steunen, voor zowel gas- als elektriciteitsvoorziening, mits de begunstigden aan basiscriteria voldoen zodat de effectieve uitvoering van de projecten gegarandeerd is. Het is daarbij ook de bedoeling een van de specifieke tekortkomingen aan te pakken die de gascrisis heeft blootgelegd, namelijk de moeizame gasdoorstroming van west naar oost[6]. Het is van essentieel belang dat deze projecten ver genoeg gevorderd zijn, zodat de werkzaamheden snel kunnen starten, en ook dat de lidstaten zich ertoe engageren indien nodig de procedures en de afgifte van vergunningen te versnellen. De volgende generatie van offshore-windenergiewinning Sinds de EU in december overeenstemming heeft bereikt over de doelstelling voor hernieuwbare energie, is het besef gerezen dat de daarvoor vereiste technologische ontwikkelingen op gang moeten komen. Zoals in het Europees strategisch plan voor energietechnologie benadrukt wordt, zal windenergie van groot belang zijn om de doelstelling te halen. De windenergiesector wil tegen 2020 12 tot 14% van de elektriciteit in de EU te leveren. Meer dan een vierde daarvan zou offshore worden gewonnen. Deze trend zal zich doorzetten: binnen de sector zullen offshore-windmolenparken de grootste groei kennen. Omdat tal van projecten in grensoverschrijdende kust- en maritieme gebieden veelal een grensoverschrijdende infrastructuur nodig hebben en offshore-windenergie technologisch en logistiek complexer is, heeft de EU op dat gebied een bijzondere rol te vervullen in het kanaliseren van investeringen waarvan anders misschien zou worden afgezien. Het lijkt er echter op dat de ontwikkeling van offshore-windprojecten wegens het huidige gebrek aan beschikbare financiering op de helling is komen te staan. Projecten die in de steigers stonden, dreigen te worden uitgesteld en sommige producenten hebben daardoor al banen moeten schrappen. De Commissie stelt daarom voor dat zo'n 0,5 miljard EUR zou worden geoormerkt voor projecten in deze sector. De EU heeft alleen projecten geselecteerd die al redelijk ver gevorderd waren en waarvoor zij een meerwaarde te bieden heeft. Het betreft vooral projecten die regionale samenwerking ter bevordering van het concurrentievermogen aanmoedigen en die investeren in de ontwikkeling van geavanceerde technologie voor een nieuwe generatie van windturbines, alsook in infrastructuur en logistiek die bijdragen aan een snelle uitrol van de technologie. Schone energie voor de toekomst Koolstofafvang en -opslag (CCS) wordt genoemd als een van de belangrijkste technologieën voor de toekomst. Met CCS zou de duurzame opwekking van energie uit fossiele brandstoffen mogelijk worden: dat zou een essentiële bijdrage leveren tot het realiseren van de mondiale ambitie om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 te halveren. Zo zou Europa zijn inheemse voorraad aan steenkool, olie en gas ten volle kunnen benutten. Deze technologie is van mondiaal belang. Als de Europese industrie deze zou kunnen ontwikkelen, liggen hierin grote marktkansen. CCS is echter een complexe technologie die misschien pas over vele jaren commercieel levensvatbaar wordt. De Europese Raad heeft het potentieel van CCS erkend door vast te leggen dat tegen 2015 12 demonstratieprojecten moeten zijn opgestart. Door de kredietcrisis is deze doelstelling nog ambitieuzer geworden. De Europese Raad heeft afgelopen december besloten financieringsgaranties te bieden voor CCS met een aandeel in de inkomsten uit de veiling van emissierechten. Deze financiering zal echter niet onmiddellijk beschikbaar komen en zal niet volstaan om het gewenste aantal demonstratieprojecten op gang te brengen. Doordat investeerders zich in de huidige economische situatie voorzichtig opstellen, kunnen de doelstellingen van de Europese Raad in het gedrang komen. Daarom stelt de Commissie voor meer vaart te zetten achter deze belangrijke demonstratie- en infrastructuurprojecten. Er zullen vijf projecten worden ondersteund, waarin telkens 250 miljoen EUR zal worden geïnvesteerd zodat de lancering ervan gegarandeerd wordt. Diverse technologieën, geologische locaties en lidstaten zijn erin vertegenwoordigd. Zij bevinden zich alle in een vergevorderd stadium van voorbereiding, zodat de investering snel vruchten kan afwerpen. De bedoeling van demonstratieprojecten is ook dat de resultaten ervan met andere spelers worden gedeeld. De verplichtingen in dit verband zullen dan ook duidelijk worden vastgelegd. Investeren voor de toekomst van plattelandsgemeenschappen Plattelandsgemeenschappen zijn het meest kwetsbaar voor een economische terugval. In moeilijke tijden is het gevaar voor uitsluiting het grootst en zodra de economie weer aantrekt, blijven de voordelen daarvan waarschijnlijk langer uit. Een van de belangrijkste hulpmiddelen in de moderne economie is breedbandinternet. In het Europa van vandaag is breedbandinternet de poort naar het vinden van een nieuwe baan, het aanleren van nieuwe vaardigheden, het zoeken naar en vinden van nieuwe afzetmarkten en het terugdringen van de kosten. Het is een onmisbaar instrument geworden zowel voor scholen, bibliotheken en overheidsdiensten als voor bedrijven. Ons moderne economische bestel kan niet meer zonder. Maar er zijn nog altijd blinde vlekken, bijv. gemeenschappen die tot nu toe buiten de boot zijn gevallen wegens de geringe bevolkingsdichtheid en de hoge kosten. Daarnaast zijn er vele gebieden waar de breedbandtechnologie aan modernisering toe is, zodat connectiesnelheden worden gehaald die tegenwoordig gebruikelijk zijn. Daarom is in het Europees economisch herstelplan onder meer als doelstelling opgenomen de breedbandnetwerken zodanig te ontwikkelen dat tegen 2010 iedereen gebruik kan maken van snelle internetverbindingen. In het plan wordt er ook op gewezen dat vele bestaande netwerken veel performanter moeten worden en dat tegelijk concurrerende investeringen in glasvezelnetwerken moeten worden gestimuleerd en spectrum moet worden vrijgemaakt voor draadloze breedbandverbindingen. Plattelandsontwikkeling is voor de EU reeds een middel om de groei van plattelandseconomieën te stimuleren en tot gezonde plattelandsgemeenschappen bij te dragen. In het kader van de gezondheidscontrole van het GLB zijn heel wat nieuwe uitdagingen geïdentificeerd die bijzonder relevant zijn voor de Europese landbouw. Door deze uitdagingen sneller aan te gaan, krijgen de betrokken landbouwgemeenschappen meer tijd om de problemen daadwerkelijk aan te pakken en zich optimaal voor te bereiden op een verbetering van de economische situatie. Een en ander is volledig in lijn met de nadruk die in het herstelplan wordt gelegd op de versnelde tenuitvoerlegging van de structuurmaatregelen van de EU ten einde de investeringsstroom reeds in een vroeg stadium van deze moeilijke periode op gang te brengen. Daarom stelt de Commissie voor het bestaande instrument voor plattelandsontwikkeling aan te wenden om de plattelandseconomie een dubbele stimulans te geven. Ten eerste moet 1 miljard EUR worden besteed aan plattelandsontwikkeling met als specifiek doel de breedbandinfrastructuur op het platteland te ontwikkelen. Ten tweede moet 0,5 miljard euro worden bestemd voor een snellere aanpak van de nieuwe uitdagingen die in het kader van de gezondheidscontrole van het GLB genoemd worden. De Commissie zal bepalen hoe groot het investeringsbedrag is dat in elke lidstaat beschikbaar zal worden gesteld, overeenkomstig de voorwaarden als neergelegd in artikel 69, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad. De Commissie is voornemens daarvoor de huidige verdeelsleutel te hanteren. Plattelandsgebieden op het internet aansluiten In haar plattelandsontwikkelingsbeleid besteedt de EU nu al aandacht aan het stimuleren van breedbandinternet. In de strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling voor de programmeringsperiode 2007-2013[7] is bijzondere nadruk gelegd op het belang van informatie- en communicatietechnologie (ICT) voor plattelandsondernemingen en de socio-economische ontwikkeling van deze gebieden. De verspreiding en het gebruik van ICT-technologie speelt een grote rol in de opwaardering van plattelandsgebieden omdat daardoor meer en diversere economische en sociale activiteiten ontstaan dankzij het stimuleren van de economische activiteit, nieuwe onlinediensten worden aangeboden en e-insluiting wordt bevorderd. Dit kan bevorderlijk zijn voor de ICT in de agrovoedingssector, waar het gebruik tamelijk beperkt is, en voor groeisectoren als het plattelandstoerisme. In plattelandsgebieden waar blinde vlekken bestaan in de breedbanddekking en waar het internetgebruik achterop is geraakt in vergelijking met de stedelijke gebieden, is het gevaar reëel dat daardoor economische en sociale uitsluiting ontstaat. Dit kan leiden tot economische stagnatie, werkloosheid en ontvolking. In tijden van economische neergang is dat risico nog des te groter. Hoe meer afgelegen, geïsoleerd en ontvolkt een regio is, hoe meer zij te lijden heeft onder een gebrek aan breedbandverbindingen en toegang tot het internet. Hoe slechter een regio presteert op het gebied van breedbandconnectie, hoe groter de kans wordt dat het inkomensniveau ervan ontoereikend is om in de eigen investeringen te blijven voorzien. De financiering zou op drie essentiële gebieden kunnen worden toegespitst: - totstandbrenging van nieuwe breedbandinfrastructuur, met name omleidingsvoorzieningen (bijv. vaste systemen, terrestrische draadloze systemen, satellietsystemen of combinaties daarvan); - modernisering van bestaande breedbandinfrastructuur (bijv. meer betrouwbaarheid, snelheid, capaciteit, bereik, betere kwaliteit van dienstverlening, enz.); - aanleg van passieve breedbandinfrastructuur (bijv. civieltechnische werken zoals kabelgoten, en andere onderdelen van het netwerk zoals dark fibre, enz.), ook in combinatie met andere infrastructuurvoorzieningen (energie, transport, water, riolen, enz.). De financiering zou via maatregel 321 "basisvoorzieningen voor de plattelandseconomie en bevolking" kunnen worden verleend. De investeringen zouden een aanvulling vormen op lopende initiatieven ter bevordering van breedbandinternet via het cohesiebeleid en zouden voortbouwen op bestaande acties in verschillende plattelandsgebieden. De Commissie zal de komende weken nader toelichten wat de beleidsmogelijkheden zijn voor het stimuleren van breedbandinternet op het platteland.[8] Dit initiatief zal ook gepaard gaan met een nieuwe breedbandstrategie van de EU voor het tot stand brengen van een actiekader voor de ontwikkeling van breedbandinternet over de hele Europese Unie. Daarbij zal gestreefd worden naar coördinatie tussen nationale en regionale autoriteiten, het "poolen" van infrastructuur zodat deze optimaal wordt gebruikt en de uitwisseling van goede praktijken[9]. Als er van een goede coördinatie sprake is, kan de juiste combinatie van plattelandsontwikkeling, ICT/breedbandinternetbeleid en structuurfondsen overlapping voorkomen en via een hefboomeffect tot tastbare resultaten leiden. Dergelijke initiatieven moeten in overeenstemming zijn met de Verdragsregels inzake staatssteun. Deze regels moedigen aan tot goed doordachte overheidsinterventies die de beste manier vormen om iets te doen aan het gebrek aan betaalbare breedbanddiensten in deze gebieden. Zij zorgen ervoor dat overheidsinterventies gerechtvaardigd en evenredig zijn. De aanpak van toekomstige uitdagingen In het kader van de "gezondheidscontrole" van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, waarbij de tenuitvoerlegging van de hervorming van 2003 wordt beoordeeld, is een aantal uitdagingen genoemd die van essentieel belang zijn voor de Europese landbouw, namelijk de klimaatverandering, het gebruik van hernieuwbare energie, het waterbeheer, de biodiversiteit en de herstructurering van de zuivelsector. In november 2008 zijn de ministers van Landbouw overeengekomen deze uitdagingen aan te pakken met aanvullende middelen uit hun plattelandsontwikkelingsprogramma's, overeenkomstig de regels van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling. Deze aanvullende steun is echter pas gepland vanaf januari 2010 en voor sommige lidstaten pas vanaf 2013[10]. Als achter deze werkzaamheden vaart zou worden gezet, zouden de investeringen en de aanpak van deze cruciale strategische prioriteiten eerder van start kunnen gaan. De EU-12 zouden er bijzonder bij gebaat zijn mochten deze werkzaamheden al in 2009 aanvangen. ***** De in deze mededeling beschreven investeringen zullen een grote bijdrage leveren aan de aanpak van de economische crisis en aan het sterker en concurrerender maken van Europa in de toekomst. De Commissie dringt er dan ook bij het Europees Parlement en de Raad op aan de voorstellen snel te onderzoeken en deze zo gauw mogelijk goed te keuren. [1] COM(2008) 800. [2] Conclusies van de Europese Raad van 11 en 12 december, Brussel. [3] COM(2008) 859 van 10.12.2008. [4] 1,5 miljard EUR in 2009 en 2 miljard EUR in 2010. [5] COM(2008) 781 van 13.11.2008. [6] Bijvoorbeeld om te voorkomen dat gas niet kan doorstromen van Oostenrijk naar Slowakije, zoals recent is gebeurd, en om bij te dragen aan de connectie tussen Bulgarije en Roemenië. [7] Beschikking 2006/144/EG van de Raad van 20 februari 2006 betreffende communautaire strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling. [8] In een mededeling "Betere toegang tot moderne ICT op het platteland". [9] Het Europese breedbandportaal www.broadband-europe.eu wordt ook gebruikt als forum voor de uitwisseling van goede praktijken en voor de publicatie van aanbestedingen op Europees niveau en kan een hefboomeffect sorteren zodat het beschikbare budget optimaal wordt aangewend. [10] Voor Roemenië en Bulgarije is zelfs helemaal geen steun gepland.