25.8.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 200/63


Advies van het Comité van de Regio's „Patiëntveiligheid”

(2009/C 200/12)

VOLGENS HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

moet de rol van lokale en regionale overheden in de voorgestelde acties nader worden omschreven. Die rol zou moeten stroken met de rol die deze overheden in eigen land spelen binnen de grenzen van de nationale regels voor de verstrekking van gezondheidsdiensten.

Ook is precisering nodig van de factoren die een rol spelen in de participatie van (organisaties van) burgers aan de programmering van en besluitvorming over risicobeheersing.

In de aanbeveling zou melding moeten worden gemaakt van alle procedures, indicatoren en normen voor risicobeheersing en patiëntveiligheid die onderdeel zijn van de systemen voor de afgifte van vergunningen, attesten of certificaten voor gezondsheidsinstanties.

Er zouden specifieke kanalen met de nodige wettelijke en regelgevende garanties moeten worden vastgelegd waarlangs medisch personeel eerder aangifte zal doen van fouten, misstanden of omstandigheden die bijna tot een ongeluk hebben geleid.

Aan medische faculteiten en in andere medische opleidingen alsmede in het kader van bijscholing zou ook onderricht moeten worden gegeven in riscobeheersing en patiëntveiligheid.

Ten slotte moeten er aanvullende aanbevelingen worden gedaan voor een nog grotere inzet om speciaal voor de veiligheid van geneesmiddelen regelgevende en procedurele instrumenten in het leven te roepen, waaraan al wordt gewerkt in wetenschappelijke comités.

Rapporteur

:

Piero Marrazzo (IT/PSE), voorzitter van de regioraad van Lazio

Referentiedocumenten

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende patiëntveiligheid, met inbegrip van de preventie en bestrijding van zorginfecties

(COM(2008) 836 final)

Voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende patiëntveiligheid, met inbegrip van de preventie en bestrijding van zorginfecties

(COM(2008) 837 final/2)

I.   BELEIDSAANBEVELINGEN

VOLGENS HET COMITÉ VAN DE REGIO'S:

Algemene aanbevelingen

1.

Het Comité van de Regio's (hierna: CvdR) heeft zich al vaker gevoelig getoond voor het vraagstuk van patiëntveiligheid. Vanwege zijn aandacht en belangstelling daarvoor heeft het de Commissie gevraagd om dienaangaande specifieke voorstellen uit te werken, omdat „Een gestructureerde en gecoördineerde samenwerking op Europees niveau om ervaringen uit te wisselen, kennis te verbreiden en onderzoek te verrichten met betrekking tot de ontwikkelingen in gezondheidstechnologie … de lidstaten een duidelijke meerwaarde (kan) bieden” (CdR 153/2004 fin).

2.

Het stelt vast dat ook andere organisaties (zoals WHO, OESO en de Raad van Europa) zich al over patiëntveiligheid hebben gebogen.

3.

De Commissie borduurt daarop voort met onderhavig voorstel dat de lidstaten echt met de neus op de feiten drukt: doordat de Commissie met het wapen van de subsidiariteit schermt, moeten de lidstaten wel doordrongen raken van de bij patiëntveiligheid spelende problemen. Ook ziet de Commissie het subsidiariteitsbeginsel als middel bij uitstek om oplossingen te vinden.

4.

De benadering waarvoor de Commissie heeft gekozen, nl. die van een Mededeling van de Commissie en een aanbeveling van de Raad, valt bij het CvdR in goede aarde.

5.

De Commissie tracht terecht met die Mededeling en die aanbeveling om de lidstaten tot een politiek engagement te bewegen. Dat engagement zou erin moeten bestaan dat alle lidstaten de gedane aanbevelingen — ieder afzonderlijk of als groep, en met steun van de Commissie — gaan toepassen en concrete maatregelen gaan nemen om de veiligheid van patiënten te vergroten.

6.

De onderdelen die de hoofdmoot van dit voorstel uitmaken, houden nauw verband met

het politieke gewicht dat patiëntveiligheid krijgt en de bekendheid die daaraan wordt gegeven doordat er een specifiek voorstel aan wordt gewijd;

de mogelijkheid om de lidstaten meer bekend te maken met het fenomeen door consolidering van banken van gegevens die volgens een uniforme, in onderling overleg tot stand gekomen methode zijn vergaard;

de mogelijkheid voor de lidstaten om voorbeelden van geslaagde methoden (best practices) uit te wisselen, zodat lidstaten elkaar helpen om de patiëntveiligheid te vergroten.

7.

Dit initiatief doet geenszins afbreuk aan de bevoegdheden van de lidstaten op het gebied van de volksgezondheid, omdat een aanbeveling van de Raad een rechtsinstrument is dat alle lidstaten terecht vrij laat om hun eigen — lokaal, regionaal en nationaal — gezondheidssysteem te blijven opzetten.

Algemene overwegingen in verband met de beoordeling van de voorgestelde aanbeveling

8.

In meer dan één rapport komt naar voren dat veel burgers de veiligheid bij het stellen van een diagnose en in de gezondheidszorg in het algemeen, maar ook alle risico's van tekortschietende gezondheidszorg, als een van de grootste problemen zien als het gaat om hun veiligheid en de veiligheid van familieleden als patiënten, maar ook om veiligheid in het algemeen.

9.

In veel lidstaten zijn lokale en regionale overheden rechtstreeks verantwoordelijk voor de verstrekking van gezondheidsdiensten. Daarom hebben die overheden bijzonder veel belang bij een betere én veiligere gezondheidszorg.

10.

De kwalijke gevolgen van tekortschietende gezondheidszorg vinden onmiddellijk hun weerslag in het oordeel van de burgers over kwaliteit en veiligheid van verstrekte gezondheidsdiensten. Dat oordeel behoort tot de belangrijkste maatstaven waaraan de burgers van veel lidstaten de efficiëntie van lokale en regionale overheden toetsen.

11.

De groeiende omvang van dit fenomeen — ook al omdat het aantal voor de rechter uitgevochten geschillen toeneemt -, zadelt de voor gezondheidsdiensten bevoegde instanties met een probleem op dat niet alleen van ethische, sociale en medische aard is, maar ook een financiële kant heeft: de stijgende kosten van verzekeringen en van de vergoeding van de door de burgers geleden schade.

12.

Alhoewel er voor de veiligheid van patiënten en de preventie van risico's in de gezondheidszorg al gerichte sectorale maatregelen zijn genomen (op gebieden als de veiligheid van geneesmiddelen en van medische apparatuur en de resistentie tegen microbiciden), toch heeft onderhavig voorstel voor een aanbeveling zeker zijn nut, omdat daarmee een geïntegreerde aanpak wordt voorgestaan waarmee het aantal mogelijke oorzaken van tekortschietende gezondheidszorg kan worden teruggedrongen.

13.

De suggesties en beginselen uit onderhavig aanbevelingsvoorstel komen overeen met wat het CvdR in het verleden heeft gevraagd voor de gezondheidszorg: stimulering van de uitwisseling van voorbeelden van geslaagde methoden (best practices) voor de totstandbrenging van patiëntveiligheid, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, en maatregelen om een einde te helpen maken aan ongelijke behandeling in de gezondheidszorg, vooral t.a.v. de beschikbaarheid en kwaliteit van die zorg.

14.

Onderstaande suggesties om het aanbevelingsvoorstel te wijzigen of om daaraan tekst toe te voegen, zijn bedoeld om een aantal zaken te beklemtonen die voor het CvdR van bijzonder belang zijn. Daarnaast geeft het CvdR ook nog het volgende meer gerichte advies:

De rol van lokale en regionale overheden in de voorgestelde acties zou nader moeten worden omschreven. Die rol moet stroken met de rol die deze overheden in eigen land spelen binnen de grenzen van de nationale regels voor de verstrekking van gezondheidsdiensten.

De factoren die een rol spelen in de participatie van (organisaties van) burgers aan de programmering van en besluitvorming over risicobeheersing, zouden nader moeten worden omschreven.

In de aanbeveling zou ook melding moeten worden gemaakt van alle procedures, indicatoren en normen voor risicobeheersing en patiëntveiligheid die onderdeel zijn van de systemen voor de afgifte van vergunningen, attesten of certificaten voor gezondsheidsinstanties.

Er zouden specifieke kanalen met de nodige wettelijke en regelgevende garanties moeten worden vastgelegd waarlangs medisch personeel eerder aangifte zal doen van fouten, misstanden of omstandigheden die bijna tot een ongeluk hebben geleid.

Aan medische faculteiten en in andere medische opleidingen alsmede in het kader van bijscholing zou ook onderricht moeten worden gegeven in risicobeheersing en patiëntveiligheid.

Er moeten ook nog aanvullende aanbevelingen worden gedaan voor een nog grotere inzet om speciaal voor de veiligheid van geneesmiddelen regelgevende en procedurele instrumenten in het leven te roepen, waaraan al wordt gewerkt in wetenschappelijke comités.

Naarmate onderstaande voorstellen voor wijzigingen of toevoegingen worden goedgekeurd, zou bijlage 2 (ondersteunende acties) moet worden aangevuld met de dienovereenkomstige specifieke acties.

II.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

Wijzigingsvoorstel 1

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(15)

Er zijn onvoldoende gegevens over zorginfecties beschikbaar om surveillancenetwerken in staat te stellen zinnige vergelijkingen te maken tussen instellingen, de epidemiologie van aan gezondheidszorg gerelateerde pathogenen te volgen en het preventie- en bestrijdingsbeleid voor zorginfecties te evalueren en begeleiden. Derhalve moeten surveillancesystemen worden opgezet of versterkt, zowel op het niveau van de zorginstellingen als op regionaal en nationaal niveau.

(15)

Er zijn onvoldoende gegevens over zorginfecties beschikbaar om surveillancenetwerken in staat te stellen zinnige vergelijkingen te maken tussen instellingen, de epidemiologie van aan gezondheidszorg gerelateerde pathogenen te volgen en het preventie- en bestrijdingsbeleid voor zorginfecties te evalueren en begeleiden. Derhalve moeten surveillance meld- en evaluatiesystemen worden opgezet of versterkt, zowel op het niveau van de zorginstellingen als op regionaal en nationaal niveau.

Motivering

Het heeft geen zin om het hier over „surveillancenetwerken” te hebben, dat begrip werkt alleen maar verwarrend.

Wijzigingsvoorstel 2

Deel 1, Titel II, punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(1)

De lidstaten moeten de totstandbrenging en ontwikkeling van nationaal beleid en nationale programma’s ondersteunen door:

a)

de bevoegde autoriteit of autoriteiten aan te wijzen die op hun grondgebied verantwoordelijk zijn voor patiëntveiligheid;

b)

patiëntveiligheid als prioriteit op te nemen in gezondheidsbeleid en -programma’s op nationaal, regionaal en lokaal niveau;

c)

steun te verlenen aan de ontwikkeling van veiliger systemen, processen en hulpmiddelen, met inbegrip van het gebruik van informatie- en communicatietechnologie.

(1)

De lidstaten moeten de totstandbrenging en ontwikkeling van nationaal beleid en nationale programma’s ondersteunen door:

a)

de — ook lokaal en regionaal — bevoegde autoriteit of autoriteiten aan te wijzen die op hun grondgebied verantwoordelijk zijn voor patiëntveiligheid;

b)

patiëntveiligheid als prioriteit op te nemen in gezondheidsbeleid en -programma’s op nationaal, regionaal en lokaal niveau;

c)

steun te verlenen aan de ontwikkeling van veiliger systemen, processen en hulpmiddelen, met inbegrip van het gebruik van informatie- en communicatietechnologie. Daarbij zou een specifieke reeks normen voor informatietechnologie en communicatieprotocollen moeten worden vastgelegd;

d)

alle procedures, indicatoren en normen inzake patiëntveiligheid te vermelden die onderdeel zijn van de nationale criteria voor de afgifte van vergunningen, attesten of certificaten voor gezondsheidsinstanties.

Motivering

a)

Doel is de rol van lokale en regionale overheden in de voorgestelde acties nader te omschrijven. Die rol moet stroken met de rol die deze overheden in eigen land spelen binnen de grenzen van de nationale regels voor de verstrekking van gezondheidsdiensten.

c)

De methoden voor de vergaring en het doorspelen van gegevens moeten worden gelijkgetrokken.

d)

De veiligheid van patiënten kan op concrete wijze worden gegarandeerd doordat de afgifte van vergunningen, attesten of certificaten niet alleen wordt gekoppeld aan structurele normen of de technologische uitrusting, maar ook aan procedures waarin is verwerkt dat de best practices worden toegepast.

Wijzigingsvoorstel 3

Deel I, Titel II, punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(2)

De lidstaten moeten burgers en patiënten informeren en zeggenschap geven door:

a)

patiëntenorganisaties en -vertegenwoordigers te betrekken bij de ontwikkeling van beleid en programma’s voor patiëntveiligheid op alle niveaus;

b)

onder patiënten informatie te verspreiden over de risico’s, de veiligheidsniveaus en de getroffen maatregelen om fouten te beperken of te voorkomen, en te zorgen dat patiënten met kennis van zaken toestemming voor behandelingen geven om het maken van keuzes en beslissingen voor patiënten te vergemakkelijken;

(2)

De lidstaten moeten burgers en patiënten informeren en zeggenschap geven door:

a)

patiëntenorganisaties en -vertegenwoordigers te betrekken bij de ontwikkeling van beleid en programma’s voor patiëntveiligheid op alle niveaus, ook door specifiek te voorzien in de participatie van burgers en hun organisaties aan de adviesorganen die zullen worden opgericht, waaronder die van punt 1 a);

b)

onder patiënten informatie te verspreiden over de risico’s, de veiligheidsniveaus en de getroffen maatregelen om fouten te beperken of te voorkomen, en te zorgen dat patiënten met kennis van zaken toestemming voor behandelingen geven om het maken van keuzes en beslissingen voor patiënten te vergemakkelijken. Daarbij moet op lokaal, regionaal of nationaal bestuursniveau worden vastgelegd welke indicaties minimaal aan patiënten moeten worden gegeven en in welke vorm die informatie moet worden gegoten om te garanderen dat patiënten voornoemde rechten en bescherming ook echt genieten.

Motivering

a)

Zeggenschap verlenen aan (de organisaties van) burgers, wordt verplicht gemaakt.

b)

Net als in de regeling voor het gebruik van geneesmiddelen moeten ook hier uniforme regels worden vastgelegd over hoe en waarover de patiënt moet worden geïnformeerd. Anders kan zijn „toestemming voor behandelingen” niet op kennis van zaken zijn gebaseerd.

Wijzigingsvoorstel 4

Deel I, Titel II, punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(4)

De lidstaten moeten de opleiding en scholing van gezondheidswerkers op het gebied van patiëntveiligheid bevorderen door:

a)

het aanmoedigen van multidisciplinaire opleiding en scholing op het gebied van patiëntveiligheid voor alle beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg, andere gezondheidswerkers en relevant leidinggevend en administratief personeel in zorgomgevingen;

b)

samen te werken met organisaties voor beroepsopleiding in de gezondheidszorg om te verzekeren dat patiëntveiligheid voldoende aandacht krijgt in de curricula van het hoger onderwijs en in de bij- en nascholing van beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg.

(4)

De lidstaten moeten de opleiding en scholing van gezondheidswerkers op het gebied van patiëntveiligheid bevorderen door:

a)

het aanmoedigen van multidisciplinaire opleiding en scholing op het gebied van patiëntveiligheid voor alle beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg, andere gezondheidswerkers en relevant leidinggevend en administratief personeel in zorgomgevingen te bevorderen;

b)

samen te werken met organisaties voor beroepsopleiding in de gezondheidszorg samen te werken om te verzekeren dat patiëntveiligheid voldoende aandacht krijgt in de curricula van het hoger onderwijs en in de bij- en nascholing van beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg;

c)

in medische faculteiten en andere medische opleidingen alsmede in het kader van bijscholing specifiek onderricht in patiëntveiligheid en risicobeheersing in de gezondheidszorg te laten geven.

Motivering

c)

Het probleem van de verspreiding in universiteiten van de kennis over risicobeheersing en over de gestructureerde en gespecialiseerde wijze waarop risicobeheersing in praktijk moet worden gebracht, moet worden aangepakt, omdat universiteiten nu eenmaal de aangewezen instellingen zijn om vraagstukken i.v.m. patiëntveiligheid onder de aandacht te brengen en onderricht te geven in de vaardigheden die nodig zijn om patiëntveiligheid te garanderen.

Wijzigingsvoorstel 5

Deel I, Titel III, punt 1 c)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(1)

De lidstaten moeten een nationale strategie voor de preventie en bestrijding van zorginfecties goedkeuren en ten uitvoer brengen, waarbij de volgende doelstellingen worden nagestreefd:

c)

de oprichting of versterking van actieve surveillancesystemen op het niveau van de lidstaten en op het niveau van de zorginstellingen;

(1)

De lidstaten moeten een nationale strategie voor de preventie en bestrijding van zorginfecties goedkeuren en ten uitvoer brengen, waarbij de volgende doelstellingen worden nagestreefd:

c)

de oprichting of versterking van actieve surveillancesystemen systemen voor signalering, en monitoring en evaluatie op het niveau van de lidstaten en op het niveau van de zorginstellingen;

Motivering

Het komt erop aan dat de lidstaten signaleren hoeveel zorginfecties er zijn en de ontwikkelingen in de gaten houden, zodat ze op basis van de verkregen resultaten voor verbeteringen kunnen ijveren. Het woord „surveillance” klinkt wat vrijblijvender. Het wordt pas echt beter als hier ook van evaluatie wordt gesproken.

Wijzigingsvoorstel 6

Deel I, Titel III, punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(2)

De lidstaten moeten overwegen zo mogelijk binnen een jaar na de goedkeuring van deze aanbeveling een intersectoraal mechanisme in te stellen voor de gecoördineerde uitvoering van de nationale strategie en voor informatie-uitwisseling en coördinatie met de Commissie, het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding en de andere lidstaten.

(2)

De lidstaten moeten overwegen zo mogelijk binnen een jaar na de goedkeuring van deze aanbeveling een intersectoraal mechanisme in te stellen voor de gecoördineerde uitvoering van de nationale strategie en voor informatie-uitwisseling en coördinatie met de Commissie, het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding en de andere lidstaten. Ook lokale en regionale instanties met speciale bevoegdheden in de gezondheidszorg moeten hier rechtstreeks bij worden betrokken.

Motivering

(2)

Doel van dit wijzigingsvoorstel is nader te omschrijven welke rol lokale en regionale overheden in de voorgestelde acties spelen. Die rol moet stroken met de rol die deze overheden in eigen land spelen binnen de grenzen van de nationale regels voor de verstrekking van gezondheidsdiensten.

Wijzigingsvoorstel 7

Deel I, Titel IV, punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(3)

De lidstaten moeten binnen twee jaar na de goedkeuring van deze aanbeveling, en vervolgens op verzoek van de Commissie, aan de Commissie verslag uitbrengen over de uitvoering ervan met het oog op de follow-up van deze aanbeveling op communautair niveau.

(3)

De lidstaten moeten binnen twee jaar na de goedkeuring van deze aanbeveling, en vervolgens op verzoek van de Commissie, aan de Commissie verslag uitbrengen over de uitvoering ervan met het oog op de follow-up van deze aanbeveling op communautair niveau. Waar mogelijk moet daarbij gebruik worden gemaakt van informatie die al voorhanden is.

Motivering

(3)

Er moet sneller te werk worden gegaan, omdat het probleem waaronder de EU haar schouders gaat zetten van niet mis te verstaan belang is.

Wijzigingsvoorstel 8

Bijlage 2, titel 2, punt (1) c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(c)

het opzetten of versterken van actieve surveillancesystemen door

(c)

het opzetten of versterken van actieve surveillancesystemen systemen voor signalering, en monitoring en evaluatie door

Motivering

Idem als voor wijzigingsvoorstel 5.

Brussel, 21 april 2009

De voorzitter van het Comité van de Regio's

Luc VAN DEN BRANDE